Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 mei 2015 tot 28 mei 2015

Leo Pleysier, Ad Zuiderent, Adriaan Bontebal, Frank Schätzing, Maeve Binchy, Thomas Moore, Ian Fleming, Walker Percy

De Belgische schrijver Leo Pleysier werd geboren in Rijkevorsel op 28 mei 1945. Zie ook alle tags voor Leo Pleysier op dit blog.

Uit:De weg naar Kralingen

“Maart
Maar letterlijk nog, de daver op het lijf. Want 's morgens het overgordijn opentrekken en tegen een strakke, staalgrijze hemel aankijken. Het spichtige wintergras plat tegen de hardbevroren grond gedrukt door de sinds een week opnieuw uit het noordoosten waaiende wind die vanuit alle hoeken en pijpen om het huis blaast. Op het terras twee kippen die ineengedoken tegen de onderkant van het keukenraam beschutting voor de nacht hebben gezocht. Het is duidelijk te zien hoe de schaarse tipjes groen van de bottende vlier, de krent en de wilg terug ineengeschrompeld zijn tot paars-bruine restjes die spoedig weer los zullen laten. Achteraan in de tuin enkele merels die wat op en neer door het gras en tussen het struikgewas wippen. (En wrijft de slaper zich de ogen uit alsof nu pas tot hem doordringt dat er een buitengebeuren is dat ook zonder hem zijn gang wel gaat?)
Maart, maar zich telkens weer laten inpakken door de lichtelijk gespannen verwachting waarmee men omstreeks deze tijd van het jaar bij het opstaan de tuin in kijkt. Zo onderhand zou men toch al wel beter mogen weten? Nou ja, een nasleep wellicht van de lagere-school-tijd die ons heeft opgezadeld met een seizoen-gevoel dat nooit meer van de stereotypen bevrijd zal kunnen worden. Er waren de leeslesjes die ieder jaar weer van sneeuw- en ijspret spraken zodat wij, opgeladen zoals we daar vaak van geraakten, thuis massa's ijssleeën in elkaar begonnen te timmeren. In alle maten en soorten hadden we er op de duur, maar vaak genoeg zonder dat we heel die winter lang ook maar één keer onze bouwsels op het ijs beproeven konden. Spreek maar niet van de fascinerende plaatjes met blije kinderen die in de heldere vroegte van de Paasmorgen eieren raapten in de met lentezon overgoten gazons. In werkelijkheid beperkte het paaseieren rapen zich tot een krij sende aangelegenheid met ruziënde broers en zusjes in het natte grasperkje aan de voorkant van het hut. We konden al wel beter hebben geweten ja.”

 

 1770273-8696f9541bbdb91360df9b5a2c8f0495.jpg
Leo Pleysier (Rijkevorsel, 28 mei 1945)

 

 

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Voor de brug

De Nijverheid ligt voor de brug,
hoog, leeg, terug van weggeweest.
Je zegt niet: hij is afgedaald.
Daarvoor is de rivier te vlak.
Hij is gewoon van zand verlost,
een huis op weg naar huis,
voorbij de brug de grachten door.

Een fietser aarzelt op de brug
of hij een inhaalpoging waagt,
zich tussen bromfietsers laveert,
snel wegschiet als hij claxons hoort
omdat hij zit te denken
aan de traagheid van de binnenvaart,
waar als het spitsuur defileert,
gerookt kan worden en gestaard.

Zichzelf denkt hij al stroomopwaarts,
water waar hij bevriend mee raakt
en dan met open luiken terug,
en 's avonds wachten voor de brug,
In zijn gedachten afgedaald.

 

 

De laatste pont

Een klok slaat aan de overkant. 't Is laat.
Je telt de slagen niet, je kunt ze dromen.
De jaren lopen, denk je, ook wel zonder dat.

Tot hier was er een weg. Die eindigde in wat.
De Dordtse Kil, de Rijn, de Nijl de Lethe,
Deze omgeving is in wachttijd opgelost.

Je hebt de laatste pont gehaald, voorlopig.
Vroeger ging die precies om middernacht.
Nu gaat hij in het blauw. Is er wel water?

Alles is echt, als straks de meerpaal kraakt,
tussen het hard basalt het breekbaar oeverriet.
Je daar een aankomst wensen. Meer maar niet.

 

 1770273-a8557923bc3dc19c15a2b664c151850b.jpg
Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Bontebal werd als Aad van Rijn op 28 mei 1952 in Leidschendam geboren. Zie ook alle tags voor Adriaan Bontebal op dit blog.

 

Savoir vivre

Je hele leven
pitten

Stilzwijgend
sterven

En dan toch
een leuke
advertentie
in de krant

 

 

Afscheid

De ochtend dat je vertrok
ging het nog even sneeuwen.
Langzaam nam het landschap
jouw kleur aan en de wind
struikelde nog wat Bachiaanse
noten, totdat de bladzijde
vol wit was geschreven en de
wind na een laatste fluistering
de stilte met altijd bedekte.

 

 1770273-abf34a572dd0b4dcf681d421daec6a75.jpg
Adriaan Bontebal (28 mei 1952 – 11 februari 2012)

 

 

De Duitse schrijver Frank Schätzing werd geboren in Keulen op 28 mei 1957. Zie ook alle tags voor Frank Schätzing op dit blog.

Uit: Der Schwarm

„Knut Olsen und seine Familie erlebten den Rьckzug der Welle in Trondheim, wo der Tsunami wenige Minuten später eingetroffen war.
Im Gegensatz zu Stavanger, das sich wie auf dem Präsentierteller darbot, lag Trondheim geschützt im Trondheimfjord. Flankiert von größeren Inseln und zudem abgeschirmt von einer Landzunge, führte der Fjord fast vierzig Kilometer ins Landesinnere, bevor er sich zu einem breiten Becken öffnete, an dessen östlichem Rand die Stadt erbaut war. Viele norwegische Städte und Ortschaften lagen am Innenrand oder am Ende von Fjorden auf Wasserhöhe. Wer einen Blick auf die Landkarte warf, musste zu dem Schluss gelangen, dass selbst die Wucht einer Dreißig-Meter-Welle nicht ausreichen würde, um Trondheim ernsthaft zu gefährden.
Doch gerade die Fjorde erwiesen sich als Todesfallen.
Geriet ein Tsunami in Meerengen und trichterförmige Buchten, wurden die Wassermassen nicht mehr nur von unten gestaut, sondern plötzlich auch von beiden Seiten. Zigtausend Tonnen Wasser quetschten sich durch einen engen Kanal. Die Wirkung war verheerend. Im Sognefjord nördlich von Bergen, der zwar lang, aber schmal war, eingebettet in steile Felswände, stieg die Wellenhöhe ein weiteres Mal dramatisch an. Die meisten Ortschaften längs dieses Fjords lagen oberhalb der Klippen auf den Plateaus. Bis zu ihnen spritzte das Wasser, aber größere Schäden blieben aus. Anders am Ende des fast hundert Kilometer langen Fjords, wo auf einer flachen Halbinsel mehrere Kleinstädte und Dörfer beieinander lagen. Die Welle radierte sie aus und wurde erst vom dahinter liegenden Steilgebirge gestoppt. Dabei schlug die Gischt bis in eine Höhe von zweihundert Metern und rasierte jeglichen Pflanzenbewuchs ab, bevor die Wassermassen in sich zusammenstürzten und sich in den angrenzenden Flüssen weiter fortpflanzten.
Der Trondheimfjord war breiter als der Sognefjord, und seine Wände waren weniger hoch. Weil er zudem nach hinten breiter wurde, konnten sich die Fluten besser verteilen. Dennoch war der Wasserberg, der Trondheim erreichte, noch hoch genug, um über den Hafen hinwegzufegen und einen Teil der Altstadt zu zerstören. Die Nidelva schoss über die Ufer und drängte in die Viertel Bakklandet und Mollenberg. Gischtlawinen mähten die alten Häuser nieder.“

 

 1770273-cd05822a6896f3b40c93477406bb9f91.jpg
Frank Schätzing (Keulen, 28 mei 1957)

 

 

De Ierse schrijfster en columniste Maeve Binchy werd geboren op 28 mei 1940 in Dalkey. Zie ook alle tags voor Maeve Binchy op dit blog.

Uit: Circle of Friends

„There was no time to discuss it further. Benny's mother was back in the kitchen, her coat off and down to business with the icing sugar.
"Were you in Dublin at all today, Mother?"
"No child, I had enough to do getting things ready for the party."
"It's just I was wondering . . ."
"Parties don't run themselves you know." The words sounded sharp but the tone was kindly. Benny knew her mother was looking forward to it all too.
"And will Father be home for the cake bit?"
"Yes, he will. We've asked the people for half-past three, they'll all be here by four, so we needn't sit down to the tea until half-past five, and we wouldn't have got to the cake until your father has the business closed, and is back here."
Benny's father ran Hogan's Outfitters, the big menswear shop in the middle of Knockglen. The shop was often at its busiest on a Saturday, when the farmers came in, or the men who had a half day themselves were marched in by wives to have themselves fitted out by Mr. Hogan, or Mike the old assistant, the tailor who had been there since time immemorial. Since the days when young Mr. Hogan had bought the business.
Benny was glad that her father would be there for the cake, because that was when she might be given her present. Father had said it was going to be a wonderful surprise. Benny knew that they must have got her the velvet dress with the lacy collar and the pumps to go with it. She had wanted it since last Christmas when they went to the pantomime in Dublin and she had seen the girls on the stage dancing in pink velvet dresses like this.”

 

 1770273-6cdcbe5f94690c497f360d40560ffc1d.jpg
Maeve Binchy (28 mei 1940 – 30 juli 2012)

 

 

De Ierse dichter en songwriter Thomas Moore werd geboren op 28 mei 1779 in Dublin. Zie ook alle tags voor Thomas Moore op dit blog.

 

Believe Me, If All Those Endearing Young Charms

Believe me, if all those endearing young charms,
Which I gaze on so fondly to-day,
Were to change by to-morrow, and fleet in my arms,
Live fairy-gifts fading away,
Thou wouldst still be adored, as this moment thou art,
Let thy loveliness fade as it will,
And around the dear ruin each wish of my heart
Would entwine itself verdantly still.

It is not while beauty and youth are thine own,
And thy cheeks unprofaned by a tear,
That the fervor and faith of a soul may be known,
To which time will but make thee more dear!
No, the heart that has truly loved never forgets,
But as truly loves on to the close,
As the sunflower turns on her god when he sets
The same look which she turned when he rose!

 

 1770273-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg
Thomas Moore (28 mei 1779 – 25 februari 1852)
Standbeeld in Ballarat, Australië 

 

 

De Britse schrijver Ian Fleming werd geboren op 28 mei 1908 in Londen. Zie ook alle tags voor Ian Fleming op dit blog.

Uit: Casino Royale

“Today we are fighting Communism. Okay. If I'd been alive fifty years ago, the brand of Conservatism we have today would have been damn near called Communism and we should have been told to go and fight that. History is moving pretty quickly these days and the heroes and villains keep on changing parts.”
(...)

“There's a Good Book about goodness and how to be good and so forth, but there's no Evil Book about how to be evil and how to be bad. The Devil had no prophets to write his Ten Commandments, and no team of authors to write his biography. His case has gone completely by default. We know nothing about him but a lot of fairy stories from our parents and schoolmasters. He has no book from which we can learn the nature of evil in all its forms, with parables about evil people, proverbs about evil people, folklore about evil people. All we have is the living example of people who are least good, or our own intuition.”
“So,” continued Bond, warming to his argument, “Le Chiffre was serving a wonderful purpose, a really vital purpose, perhaps the best and highest purpose of all. By his evil existence, which I foolishly helped to destroy, he was creating a normal of badness by which, and by which alone, an oppostie norm of goodness could exist. We were privileged, in our short knowledge of him, to see and estimate his wickedness and we emerge from the acquaintanceship better and more virtuous men.”

 

 1770273-1cf78cf9b465ba70d9474a39143b778e.jpg
Ian Fleming (28 mei 1908 – 12 augustus 1964)
Scene uit de Bondfilm uit 2006 met Daniel Graig en Eva Green

 

 

De Amerikaanse schrijver Walker Percy werd geboren op 28 mei 1916 in Birmingham, Alabama. Zie ook alle tags voor Walker Percy op dit blog.

Uit: The Second Coming

“Something occurred to him. Excitedly he jumped out of the car, paying no attention to the cold drizzle whichhad started again, paced back and forth beside the silver Mercedes, smacking his arms around his body and now and then kicking the Michelin radials. If the girl in the greenhouse a few hundred yards away could have seen him, she would have shaken her head. Though it was she who had been the mental patient and he the solidest citizen of the community, early retiree, philanthropist, president of United Way, six-handicap golfer, surely it was he not she who was deranged now, who, after holing up in a cave for two weeks, now paced up and down the parking lot of the Linwood Country Club in the pre-dawn darkness, kicking a German car, while sane folk snored in their beds. Now he snapped his fingers and nodded to himself, for all the world like a man who has hit upon the solution to a problem which had vexed him for years.
Ha, there is a secret after all, he said. But to know the secret answer, you must first know the secret question. The question is, who is the enemy?
Not to know the name of the enemy is already to have been killed by him.
Ha, he said, dancing, snapping his fingers and laughing and hooting
ha hoo hee, jumping up and down and socking himself, but I do know. I know. I know the name of the enemy.
The name of the enemy is death, he said, grinning and shoving his hands in his pockets. Not the death of dying but the living death.” 

 

 1770273-138f7343c87dc0b75ce4668050758fc0.jpg
Walker Percy (28 mei 1916 – 10 mei 1990)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.



Geschreven door Romenu om 14:54 Reageer op dit bericht

Guntram Vesper

De Duitse schrijver Guntram Vesper werd geboren op 28 mei 1941 in Frohburg. Guntram Vesper is de zoon van een plattelandslandarts. Zijn voorouders waren mijnwerkers en smeden in het gebied rond Freiberg en Altenburger. Van 1947 tot 1955 bezocht hij de school in Frohburg en van 1955 tot 1957 de middelbare school in de nabijgelegen provinciestad Geithain. Zijn eerste pogingen tot schrijven deed hij al in de eerste klas. In 1957 vluchttede familie vluchtte uit Frohburg naar de Bondsrepubliek. Vanuit de noodopvang ging de jonge Vesper gingen op eigen houtje naar een dorp in de Vogelsberg en werkte eerst op een boerderij en vervolgens in de Hessische bruinkoolwinning. Hij bezocht het Aufbaugymnasium metinternaat in Friedberg / Hessen. Daar ontmoette hij zijn toekomstige vrouw. Met schrijvende vrienden gaf hij een literair tijdschrift uiy. Tegelijkertijd correspondeerde Vesper met veel Duitse schrijvers, zoals Arnold Zweig, Kurt Hiller, Alfred Kantorowicz, Hans Mayer, Peter Huchel, Arno Schmidt, Enzensberger, Kunert, Rühmkorf en Bobrowski. In 1963 beëindigde hij de middelbare school en ging hij een korte tijd Duits en geschiedenis studeren in Gießen. Nog in hetzelfde jaar ginghij naar Göttingen en volgde er geneeskunde en vooral geesteswetenschappen met de nadruk op sociale geschiedenis van de industrialisatie en de geschiedenis van revoluties en oorlogen in de late 18e en in de 19e eeuw. Na de eerste boekpublicaties, hoorspelen en opdrachten voor de pers besloot Vesper te kiezen voor het freelance schrijverschap. Hij nam deel aan de laatste grote bijeenkomst van de Gruppe 47. In 1967 ondernam hij een lezingentournee met Wolf Peter Schnetz maar Praag, gevolgd in 1968 door een reis naar Moskou, Leningrad en Kiev. In de periode 1986-1987 gaf hij gastcolleges aan de universiteit van Essen. 1993-1994 bekleedde hij de Brüder-Grimm-leersoel aan de Universiteit van Kassel. Naast boeken schreef Vesper ongeveer twintig toneelstukken en essays, evenals radio- en tv-films.

Uit: Frohburg

„Möbel. Zimmerwände. Tür. Der lange schmale Korr‘idor.Braunes Linoleum. Halhdunkel. “Faderhall der Schritte.
Die Steintreppe abwärts. Unten Eingangshalle. Der Quergang.Rechts die Küche. links das Restaurant. Weißgefleekt der Hund des Gastwirts. Dreibeinn. blind. nach allen Seiten horchend, schnuppemd. nach allen Seiten schnappend. Der Hund hieß Hink, der Gastwirt Kuntz. die Leute sagten Hink und Kuntz.
In der Post. so die Säufer. kriegst du von Hink und Kuntz dein Bier. Eines Tages verschwunden der Kuna, verschwunden der Hink und auch die restliche Familie. Fluchtpunkt Schwanewald. Dort ging der Köter ein. Aus Heimweh. schrieb Frau Kuntz nach Frohburg. In der vertrauten engen Post hat er jede
Ecke. jedes Zentimeterchen gekannt. im großen Schwarzwald nichts. Mutter las das Vater vor und drückte die Augen raus: Siehste.
Der Posthof hinten. Laderampe, Fässerluke, Wasehhaus, Hasenställe, Schuppen füir Feuerholz, Briketts. Handwagen. Benzinkanister, Fahrräder. In der Remise das rote Paketauto.jeden Werktag früh halb sechs den Kellerberg hinauf zum Bahnhof. Lautlos fast. nur leise surrend, an den Zug aus Leipzig. dann durch die Stadt von Haus zu Haus. Akkuantrieb. Gleichrichter. Ladekabel. Aus dem braunen Olympiajahr.
Torwege: Wege ins Leben. auf die Thälmannstraße.
Um die Ecke unser ganzer Stolz. der weite Markt. Dreiunddreißig, 1. Mai, Festtagsfoto. Weiß Gott ein Fahnenmeer. Jede Bahn schwarzweiß und rot bei Braunsberg aus den Druckmaschinen.
Bis in die letzte Ecke gefüllt der große Platz mit Uniformen, Arbeitsmänteln. weißen Kitteln. Im Vordergrund. mit dem Vergrößerungsglas entdeckt, Mutter, einundzwanzig‚ Krimmermantel. unterm Arm ein Buch. Der Graf von Monte Christo, wie ich später hörte. Vergingen zwanzig Jahre, dann neuer Auftrieb. Nuschke kam. der alte Mann aus der Regierung. Am l7.]uni nach Westberlin verbracht, anderntags zurückgekehrt aus Amischutzhaft. jetzt zur Belohnung Ehrenbürger, Spalierstehen auf der Rathaustreppe, Klatschen.“

 

 1891397-ed75295818b633a62f5c0bcac755da2a.jpg
Guntram Vesper (Frohburg, 28 mei 1941)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Vladislav Chodasevitsj

De Russische schrijver en dichter Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj werd geboren in Moskou op 28 mei 1885. Chodasevitsj was de zoon van een Poolse edelman en een joodse moeder. Hij studeerde in Moskou, maar voelde de roeping om poëet te worden en brak zijn studie af. Vóór Chodasevitsj in 1922 Rusland verliet, maakte hij deel uit van de Moskouse en Petersburgse literaire kringen. Hij kende onder andere Osip Mandelstam, Andrej Bely, Nikolaj Goemiljov en Maksim Gorki persoonlijk. In 1922 verliet Chodasevitsj, wiens houding tegenover het revolutionaire bewind tot dan toe afwachtend was geweest, met zijn geliefde Nina Berberova het land. Hij kende een zwakke gezondheid en stierf in 1939 te Parijs. In 1920 verscheen zijn dichtbundel 'Als een graankorrel', die hem faam bezorgde en waarvan Vladimir Nabokov later schreef dat deze tot de beste uit de Russische literatuur behoorde.Na zijn emigratie naar Berlijn bereikte Chodasevitsj, behalve als dichter, vooral als intelligent, scherpzinnig en cynisch prozaïst en biograaf een artistiek hoogtepunt. Met name zijn memoires (Necropolis, Het glas dat geen leugens verdraagt) sloegen aan. 'Necropolis: over boeken en mensen' (in Nederland verschenen als deel 128 in de Privé-Domein-reeks) is een getuigenis over een woelige periode in de Russische geschiedenis. Het is ook een persoonlijk verslag over Chodasevitsj' immer zwakke gezondheid, zijn jeugddromen, vrienden en collega's.

 

De Waterval

Je aanloop in de hoogte nemend,
Daar, op die steile rotspartij,
Spring, stroom, de oren spitsend, spelend,
Luidkeels de trappen af naar mij!

Daal, regenbogen, sprenkelend, neder,
Je heftig stotend in je vaart,
Verberg je heimelijk zieden weder
In het stenen ingewand der aard.

Vlieg met een kracht, niet te betomen,
Opdat geen slinkse hand jou vat
En omvormt tot gestage stromen
Geschikt voor schoepen - van een rad.

 

Vertaald door Kees Jiskoot

 

 

Look for Me

Look for me in spring's transparent air.
I flit like vanishing wings, no heavier than
a sound, a breath, a sunray on the floor;
I'm lighter than that ray – it's there: I'm gone.

But we are friends for ever, undivided!
Listen: I'm here. Your hands can feel the way
to reach me with their living touch, extended
trembling into the restless flame of day.

Happen to close your eyelids, while you linger…
Make me one final effort, and you might
find at the nerve-ends of each quivering finger
brushes of secret fire as I ignite.

 

Vertaald door Peter Daniels

 

1887372-79b92d22233b35dbbc7aea9bdf4062d9.jpg
Vladislav Chodasevitsj (28 mei 1885 - 14 juni 1939)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jan Blokker, Niels 't Hooft, Louis-Ferdinand Céline, Georges Eekhoud, Said, John Cheever, John Barth

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Jan Blokker werd geboren in Amsterdam op 27 mei 1927. Zie ook alle tags voor Jan Blokker op dit blog.

Uit: De locomotief rijdt

“‘Van films wordt verwacht dat ze ergens over gaan, zoals dat ook wordt verwacht van boeken, brochures, krantenartikelen of ander geschreven materiaal. Beeldkijkers zijn daarbij net als letterlezers bijna altijd voorbereid op waar het over zal gaan, want dát vooral bepaalt hun keuze. De één wil wijzer worden en kiest consequent voor documentaires, de ander heeft het avontuur in de tropen lief en sloeg vroeger nooit een film over van Dorothy Lamour en haar lamé zwempakken. Een mededeling, een Boodschap of een verhaal - in alle gevallen wordt het houvast verschaft door een inhoud.
In tegenstelling tot de oudste geschréven inhoud is de oudste filminhoud zeer wel bekend, want die is ook maar van nog geen tachtig jaar geleden. Het ligt overigens voor de hand te veronderstellen dat de inhoud van de eerste geschreven tekst ons even erg zou ‘tegenvallen’ als die van de eerste filmbeelden. Het oerfilmbeeld is een stoomtrein die anno 1895 een Frans station binnenloopt (of een soortgelijke trein langs een Amerikaans perron: net als de boekdrukkunst heeft de cinematografie twee uitvinders), en wat er onmiddellijk aan beelden op volgt is even rauw, ongestileerd en ‘naturalistisch’: arbeiders die een fabriek verlaten, twee meisjes doen een paraplu-dans, een moeder geeft haar kind de borst, een man stapt uit een rijtuig; we schijnen te maken te hebben met het huis-tuin-en-keuken-kiekjes-stadium van de film. Doorslaggevend bij dat alles is de illusie van de werkelijkheidsbetrapping. Parijse kranten schrijven na de eerste demonstratie van de gebroeders Lumière over de ‘mathematische getrouwheid’ van de vertoonde beelden en over ‘tableaux vivants animés d'une vie absolument intense’, en becijferen met vooruitziende blik de dankbaarheid van latere generaties voor wat de Kinematographe kan bewaren: ‘on pourra par exemple revoir agir les siens longtemps après qu'on les aura perdus’. (Le Radical, eind december 1895). Dat laatste is natuurlijk het waarst van alles - wat er ook tegenvalt aan het oerfilmbeeld, het laat ons in ieder geval zien hoe een locomotief er in 1895 uitzag en bewoog, en dan heb ik 't nog niet eens over de gelukkige omstandigheid dat de Lumières net op tijd waren met hun uitvinding om de kroning van de laatste tsaar aller Russen (14 mei 1896) met mathematische getrouwheid te laten vereeuwigen.”

 

 1769994-9953530c82473c726aba9f6d001679af.jpg
Jan Blokker (27 mei 1927 - 6 juli 2010)

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, blogger en gamedeskundige Niels 't Hooft werd geboren in Leiderdorp op 27 mei 1980. Zie ook alle tags voor Niels ‘t Hooft op dit blog.

Uit: De verdwijners

“Ze besefte dat ongelimiteerde aandacht ongewenst was: je zou er maar van bezeten raken, er je zelfbeeld aan ophangen, oud worden, en niets overhouden. Naarmate ze langer staarde naar de vrouw tegenover haar, vergat ze de details waarop je geneigd bent te letten als je in de spiegel kijkt. Ze zag niet meer de rode omlijsting van haar traanogen, niet meer de subtiel uitgelopen make-up, niet meer de gewichtige frons. Nu was er alleen nog het intense blauw van haar irissen, waartegen een hemels halogeenlicht afketste.
    ‘Als twee stralen zonlicht, alleen iets ouder.’ Hun oma had het eens gezegd, maar oma was twaalf jaar dood, en Marthe had lang niet meer aan die uitspraak gedacht. Ze zei het nog eens, dit keer met geluid. Nu de woorden daadwerkelijk lucht in beweging hadden gezet, leken ze waarachtiger.
    Marthe rook aarde en dacht weer aan de grot. Er kwam een vrouw naast haar staan, kleiner dan zij, tengerder, ongeveer even oud, en minstens voor de helft exotisch, want voorzien van donkere ogen, zwart haar met een slag en een getinte huid. Er sijpelde een druppel bloed uit haar neus. Marthe dacht dat ze haar ergens van kende.”

 

 1769994-3a8732345bbe93667c459945f97f728e.jpg
Niels 't Hooft (Leiderdorp, 27 mei 1980)

 

 

De Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline (pseudoniem van Louis Ferdinand Destouches) werd geboren in Courbevoie op 27 mei 1894. Zie ook alle tags voor Louis-Ferdinand Céline op dit blog.

Uit: Reis naar het einde van de nacht (Vertaald door E.Y. Kummer)

“Boven ons hoofd, op twee millimeter of misschien wel één millimeter van onze slapen, zoemden aan één stuk door, als lokkende, lange, stalen draden in de warme zomerlucht, de kogels die je willen doden.
Die Duitsers, die daar op de weg gehurkt zaten en zo koppig schoten, mikten slecht, maar ze schenen plenty kogels te hebben, waarschijnlijk magazijnen vol. De oorlog was nog lang niet voorbij! Onze kolonel toonde een verbazingwekkende moed, dat moet gezegd worden! Hij liep midden op de weg op en neer, terwijl de kogels om z’n oren floten, net zo gewoon alsof hij op het perron op een vriend wachtte, hoogstens een beetje ongeduldig. […]Die kolonel had dus iets onmenselijks! Ik was ervan overtuigd dat hij, nog erger dan een hond, zich op dit ogenblik niet voor kon stellen dat hij dood kon gaan! Op hetzelfde moment bedacht ik dat er wel heel wat van die knapen als hij in ons leger rond moesten lopen, dappere kerels, en zeker net zoveel in het leger tegenover ons. Wie wist hoeveel? Eén, twee miljoen, misschien alles bij elkaar nog wel meer? Toen sloeg m’n angst om in paniek. Met zulke mensen kon deze helse waanzin eindeloos lang doorgaan… […]Zou ik dan de enige lafaard op aarde zijn? vroeg ik me af. En ik huiverde bij die gedachte!… Verloren tussen twee miljoen heldhaftige idioten, die buiten zichzelf waren en gewapend tot de tanden?”

 

 1769994-8ced3b0d8ba003ba0985654383d4836d.jpg
Louis-Ferdinand Céline (27 mei 1894 - 1 juli 1961)

 

 

De Belgische Franstalige schrijver Georges Eekhoud werd in Antwerpen geboren op 27 mei 1854. Zie ook alle tags voor Georges Eekhoud op dit blog.

Uit: Kees Doorik (Vertaald door August Peeters)

“Hij boog voorover, kwam opnieuw recht, zwaaide met de armen; dan geplooid, met hoogwelvende heupen ; dan weer rondde hij de borst hoog op, den nek strak getrokken. Die bewegingen oefenden op de volbloedige boerin een begoochelenden indruk uit, zooals men er gevoelt bij het aanschouwen vansommige dansen. Loom en ontzenuwd, gaf ze zich heel en gansch over aan de bewondering, die ze gevoelde voor de lichamelijke vurigheid van dien
trouwen en sterkgebouwden kerel. En haar ingenomenheid vergrootte nog bij 't gedacht, dat die krachtige manskerel voor háar zwoegde, tot het welzijn van de Wit-Hoef.
Van uit de stallen, de kamers der hoeve belendend, stegen vette en roomige gistwalmen op, zich vermengend met de warme dampen, uit de bedden verdreven door de hijgende ademhaling der neergevlijde stalbeesten. Bij de onweerslucht bleven die doornen lang binnen zweven. Eindelijk versmolten zij buiten met den sterkeren reuk van den paardenstal, en de saffraanuitwasemingen van hooi en koren, opwellend uit de schuur. Van de gloeiendwarme aarde stegen zwaveldampen en ozoon op, als na een verzenging door electrische ontladingen.
De lochting, met rijk-bloemende struiken en kruiden beplant — zooals de boeren ze gaarne zien — leverde een verkwikkenden aanblik op met zijn theeroozen, dwerg-anjelieren, jasmijnen, purperende violieren en witte kamillebloemen, waarvan de peperreuk door het ruim vlotte ; en in den boomgaard wasemden de vruchten, verschroeid en gebarsten op de appelaars, zure geuren, uit, geperst en gewrongen uit de werkende sappen van het hout...”

 

 1769994-d38b938ce4977840add976c43bf15559.jpg
Georges Eekhoud (27 mei 1854 - 29 mei 1927)
Portret door Henri Houben,1876

 

 

De Duits-Iraanse dichter en schrijver Said werd geboren op 27 mei 1947 in Teheran. Zie ook alle tags voor Said op dit blog.

Uit: pilgrim und bürger

„haben meine hände versagt? warum sonst verstecken sich die götter? gesucht habe ich sie, selbst in den heiligen büchern und in allen behausungen. wollte ich doch jenem verlangen in meinen fingern nachgeben, das auf etwas jenseits meiner augen hoffte. als jugendlicher glaubte ich mit ganzem herzen an die gerechtigkeit auf erden – als ob das genügen würde.
meiner kindheit verdanke ich eine freie haltung zu religionen. und es ist nicht entscheidend, was der erwachsene später räsoniert, sondern was das kind sieht, riecht und hört. das huhn wird lebendig gekauft und zu hause geschächtet. das tier gackert, zappelt, springt umher – und verendet. das kind sieht auch die flagellanten, die sich verletzungen beibringen. »das blut entscheidet über den gang der geschichte«, schrieb oswald spengler, als er vom untergang des abendlands sprach. später ist das kind schlafend in die fremde getragen worden. hier findet es seinen weg – bittere jahre folgen. schließlich siegt die islamische revolution im namen eines gottes; nahe freunde werden auf der flucht erschossen, exekutiert. die republik lässt den gott im wind stehen.“

 

 1769994-d5b6372a7689a94fde31b32d01eb8b1f.jpg
Said (Teheran, 27 mei 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijver John Cheever werd geboren op 27 mei 1912 in Quincy, Massachusetts. Zie ook alle tags voor John Cheever op dit blog.

Uit: Verscheurde stilte. De dagboeken (Vertaald door Frank van Dixhoorn)

“Naar de kerk; de tweede zondag van de vastentijd. Ik ruik een vleugje kamfer uit het bont van de vrouw van de bankdirecteur achter me, en haar bedorven adem als ze zingt `Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; zoals het was in het begin, en nu en altijd, tot in de eeuwen der eeuwen'. Het Oude Testament over als de vader zure druiven heeft gegeten; het Nieuwe over oog om oog, tand om tand. De preek gaat over de doctrine van de Menswording. De rector leeft in eenvoud van geest. Als hij al charmes heeft, zijn het de charmes van eenvoud. Door aanleg en inspanning is hij de gewoonheid zelve geworden. Zijn geest en zijn gezicht zijn één. Hij sprak over de indrukwekkende historische documentatie omtrent Christus' geboorte, wonderen en dood. De kerk moet het Engelse platteland suggereren. De gebiedende klokken, het nawinterse zonlicht, de lancetvensters, de handgekapte stenen. Maar dit zijn echte fragmenten van een echt verleden. Ik doe mijn ogen dicht en mompel, Tot in de eeuwen der eeuwen. Amen. Maar ik voel me buiten het bereik van Gods genade staan.
Ik wil niet rancuneus zijn of benepen. Ik wil vals medeleven vermijden. Denk aan de midzomernacht: `Parlons français ,' zei de dronkelap. Ik zie dat dit slap is. Ik zie, gisteren in de five-and-ten -cent-winkel, dat mijn beschrijvingen van Betsey's plezier slap zijn. Het stinkt er naar pinda's en goedkoop snoepgoed. Een liefdeslied waait over van de grammofoonplatenafdeling. De verkoopster is uitvoerig opgemaakt. Je koopt wat je nodig hebt; en je bent weer weg. Op straat schijnt de zon. De blinde negerin in de bus zegt: `Ik ben op m'n eige. Ik ben nou op m'n eige. Ik ben nou op straat op me eige. Ik ben op me eige. Ik ben zo veel op me eige dat ik wel een standbeeld lijk. Ik ben altijd op me eige, net als een standbeeld.' Ze rammelt met haar draagbare radio. `Hij doet het niet”.

 

 1769994-c9b35f4581dc61d39c74bf779fbd0661.jpg
John Cheever (27 mei 1912 – 18 juni 1982)

 

 

De Amerikaanse schrijver John Barth werd geboren op 27 mei 1930 in Cambridge, Maryland. Zie ook alle tags voor John Barth op dit blog.

Uit: Lost in the Funhouse

“For whom is the funhouse fun? Perhaps for lovers. For Ambrose it is a place of fear and confusion. He has come to the seashore with his family for the holiday, the occasion of their visit is Independence Day, the most important secular holiday of the United States of America. A single straight underline is the manuscript mark for italic type, which in turn is the printed equivalent to oral emphasis of words and phrases as well as the customary type for titles of complete works, not to mention. Italics are also employed, in fiction stories especially, for “outside,” intrusive, or artificial voices, such as radio announcements, the texts of telegrams and newspaper articles, et cetera. They should be used sparingly. If passages originally in roman type are italicized by someone repeating them, it’s customary to acknowledge the fact. Italics mine.
Ambrose was “at that awkward age.” His voice came out high-pitched as a child’s if he let himself get carried away; to be on the safe side, therefore, he moved and spoke with deliberate calm and adult gravity. Talking soberly of unimportant or irrelevant matters and listening consciously to the sound of your own voice are useful habits for maintaining control in this difficult interval. En route to Ocean City he sat in the back seat of the family car with his brother Peter, age fifteen, and Magda G —‘ age fourteen, a pretty girl and exquisite young lady, who lived not far from them on B — Street in the town of D —, Maryland. Initials, blanks, or both were often substituted for proper names in nineteenth-century fiction to enhance the illusion of reality. It is as if the author felt it necessary to delete the names for reasons of tact or legal liability. Interestingly, as with other aspects of realism, it is an illusion that is being enhanced, by purely artificial means”.

 

 1769994-abcd1fa22f0e5668061d349c6f246228.jpg
John Barth (Cambridge, 27 mei 1930)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2014 en ook mijn blog van 27 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 20:44 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten