Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 juni 2015 tot 3 juni 2015

Allen Ginsberg, Philippe Djian, Maarten van Buuren, Solomonica de Winter, Monika Maron, Larry McMurtry, Norbert Gstrein

De Amerikaanse dichter Irwin Allen Ginsberg werd geboren in Newark, New Jersey, op 3 juni 1926. Zie ook alle tags voor Allen Ginsberg op dit blog.

 

Howl (Fragment)

whole intellects disgorged in total recall for seven days and nights with brilliant eyes,
meat for the Synagogue cast on the pavement,
who vanished into nowhere Zen New Jersey leaving a trail of ambiguous picture
postcards of Atlantic City Hall,
suffering Eastern sweats and Tangerian bone-grindings and migraines of China under
junk-withdrawal in Newark’s bleak furnished room,  
who wandered around and around at midnight in the railroad yard wondering where
to go, and went, leaving no broken hearts,
who lit cigarettes in boxcars boxcars boxcars racketing through snow toward lonesome
farms in grandfather night,
who studied Plotinus Poe St. John of the Cross telepathy and bop kabbalah because
 the cosmos instinctively vibrated at their feet in Kansas,  
who loned it through the streets of Idaho seeking visionary indian angels who were
visionary indian angels,
who thought they were only mad when Baltimore gleamed in supernatural ecstasy,
who jumped in limousines with the Chinaman of Oklahoma on the impulse of winter
midnight streetlight smalltown rain,
who lounged hungry and lonesome through Houston seeking jazz or sex or soup, and
followed the brilliant Spaniard to converse about America and Eternity, a hopeless
task, and so took ship to Africa,
who disappeared into the volcanoes of Mexico leaving behind nothing but the shadow
of dungarees and the lava and ash of poetry scattered in fireplace Chicago,
who reappeared on the West Coast investigating the FBI in beards and shorts with big
pacifist eyes sexy in their dark skin passing out incomprehensible leaflets,
who burned cigarette holes in their arms protesting the narcotic tobacco haze of
Capitalism,
who distributed Supercommunist pamphlets in Union Square weeping and undressing
while the sirens of Los Alamos wailed them down, and wailed down Wall, and the
Staten Island ferry also wailed,

 

 1773064-2f9ba71a5fee0408c49b5f346d258ef3.jpg
Allen Ginsberg (3 juni 1926 - 6 april 1997)
James Franco (Allen Ginsberg) en Aaron Tveit (Peter Orlovsky) in de film “Howl”, 2010

 

 

De Franse schrijver Philippe Djian werd geboren in Parijs op 3 juni 1949. Zie ook alle tags voor Phiippe Dijan op dit blog.

Uit: "Oh..."

« À seize ans, j'ai loupé un avion à la suite d'une beuverie aux fêtes de Bayonne et cet avion s'est écrasé. J'y ai longuement réfléchi. J'ai alors décidé que dorénavant, j'allais prendre certaines précautions afin de protéger ma vie. J'ai admis que ces choses existaient et j'ai laissé rire ceux qui prenaient le parti d'en rire. Je ne sais pour quelle raison mais les signes venus du ciel m'ont toujours semblé les plus pertinents, les plus impérieux, et un nuage en forme de X — un genre assez rare pour attirer doublement mon attention — ne peut que m'inciter à me tenir sur mes gardes. Je ne sais pas ce qui m'a pris. Comment ai-je pu relâcher ma vigilance ? Même si c'est un peu — beaucoup ? — à cause de Marty. J'ai tellement honte. Je suis tellement furieuse, à présent. Furieuse après moi. Il y a une chaîne à ma porte. Il y a une maudite chaîne à ma porte, l'ai-je oublié ? Je me relève et je vais la mettre. Je pince un instant ma lèvre inférieure entre mes dents et je reste immobile une minute. En dehors du vase cassé, je ne constate aucun désordre. Je monte me changer. Vincent vient dîner avec son amie et rien n'est prêt.
La jeune femme est enceinte, mais l'enfant n'est pas de Vincent. Je ne dis plus rien, à ce sujet. Je n'ai rien à y gagner. Je n'ai plus la force de me battre avec lui. Ni envie. Lorsque je me suis rendu compte à quel point il ressemblait à son père, j'ai cru devenir folle. Elle s'appelle Josie. Elle cherche un appartement pour Vincent et pour elle, et pour le bébé à venir. Richard a feint de se trouver mal lorsque nous avons évoqué le montant des loyers dans la capitale. Il a marché de long en large en maugréant, comme c'est devenu son habitude. Je vois combien il a vieilli, combien il est devenu sombre en vingt ans. « Quoi, par an ou par mois ? » a-t‐il fait en prenant un air mauvais. Il n'était pas sûr de trouver l'argent. Tandis que moi, je suis censée bénéficier de revenus confortables et réguliers."

 

 1773064-73e428a5e9704af5f83592db30e97cdb.jpg
Philippe Djian (Parijs, 3 juni 1949)

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Maarten van Buuren werd geboren op 3 juni 1948 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten van Buuren op dit blog.

Uit: De surrealistische poëzie van Jan Kuijper

“De bijbeltekst, letterlijk geciteerd in de eerste regel, geeft weinig houvast. Het verhaal van Ezau, die zó belust is op de linzensoep van zijn broer Jakob dat hij in ruil voor dat gerecht zijn eerstgeboorterecht afstaat, speelt nauwelijks een rol en het zou kortzichtig zijn om, afgaande op de titel, te concluderen dat het sonnet een soort bijbelcommentaar is. Alleen het sextet levert een aanknopingspunt. Het beeld dat daarin wordt gesuggereerd en dat men eerder in een verhaal uit de zwarte romantiek zou verwachten dan in een op de bijbel geïnspireerd gedicht, is dat van de vampier, die 's nachts zijn graf verlaat om zich te voeden met het bloed van levende slachtoffers. Dat beeld was nog sterker aanwezig in de vroegere versie. De laatste regel luidde ‘om ook zijn bloed er nog bij op te zuipen’ en in de plaats van ‘de nacht’ (regel 12) stond er aanvankelijk ‘Te middernacht’, het tijdstip waarop naar men zegt de vampiers hun graf verlaten. Het beeld van de vampier werpt een onverwacht licht op het octaaf. De priester die tijdens de eucharistie Christus' bloed drinkt en Ezau die in de bijbelpassage begerig kijkt naar de linzensoep, worden besmet met de eigenschappen van een op bloed beluste vampier. Het vampier-motief staat niet geïsoleerd. Het vormt de sleutel tot meerdere gedichten uit de bundel, bijvoorbeeld Hooglied 7:4 ‘Uw hals is als een elpenbenen toren; / vervat in blankheid is wat hier moet staan. / Het klopt. Houd ik mijn hand ertegenaan / dan voel ik kloppen, links en rechts van voren. / Ik kan niet voort zonder dat aan te boren. / Geen boor, een mes. Waar haal ik het vandaan? (...) Pas nadien / stolt het bloedrood op het ivoren wit’. In Klaagliederen 2:2 wordt het beeld opgeroepen van een schijndode die men begraven heeft. Het sextet geeft de remedie die, volgens het volksverhaal, de enige manier is om een vampier (ook wel ‘ondode’ genoemd) te doden, namelijk door zijn hart te doorboren: ‘Met eigen ogen zou ik willen zien / hoe een tweetal artsen mij het hart doorstak / (de een is getuige van de ander: misschien / gelooft die in de dood, het is zijn vak)’.”

 

 1773064-efa78f7d296c5a93d78e40a7c1a715a8.jpg
Maarten van Buuren (Maassluis, 3 juni 1948)

 

 

De Nederlandse schrijfster Solomonica de Winter werd geboren op 3 juni 1997 in Bloemendaal. Zie ook alle tags voor Solomonica de Winter op dit blog.

Uit: Achter de regenboog

“Daisy had vlassig haar, dat ze bijna nooit waste. Haar wangen waren ingevallen, haar ogen groot en zwemmerig. Ze zag er minstens tien jaar ouder uit dan ze eigenlijk was en ze was precies het tegenovergestelde van mij. Ik heb lang en donker haar. Mijn ogen kunnen kamers en plekken scannen als die van een kraai. Ik was het korstje op haar knie dat alleen genas als ze ophield er tot bloedens toe aan te krabben. Ik was de dochter die ze nooit had willen hebben.
lk woonde bij mijn moeder, met mijn boek en met in mijn achterhoofd het idee dat de wereld goed was. lk probeerde me vast te klampen aan dat idee.
Echt waar Blue, de wereld is mooi, de wereld is prachtig. Maar het is moeilijk om hoop te vinden als die zich in het verleden al vele malen voor je heeft verborgen.
We Iiepen verder. Ik zag nog meer verlaten gebouwen, meer dan toen we weggingen uit deze stad. Omdat Daisy zo snel liep en me nag steeds aan mijn pols meesleepte, had ik geen tijd om ze goed te bekijken. Ik herkende winkels en bankjes, sommige bomen en een paar straatlantaarns. lk zie alles. Maar daar ga ik het niet over hebben. Dat is mijn geheim. Omdat u mijn dokter bent, moet ik u denk ik over mijn geheimen vertellen, maar ik ga ze echt niet allemaal verklappen. Net genoeg om u nieuwsgierig te maken misschien.
Eén ervan is dat ik in het donker kan zien en ook met mijn ogen dicht. Ik kan overal doorheen kijken. Ik kan door mensen heen kijken en door ogen en door de hemel en door de ziel. Ik weet wie God is. Ik heb hem fifzien. lk weet wie Satan is. Hem heb ik ook gezien. Ze vroegen me allebei of ik thee wilde. Denk niet dat ik gek ben. Want dat ben ik niet. Ik heb bewijs dat ik ze heb ontmoet.
Satan vroeg me of ik suiker wilde en waarorn zou ik daarover liegen? Waarom zou ik? God gaf rne geen suiker en melk. Hij gaf me gewoon een kop thee en dat was het.”

 

 1773064-c44080ffe30de8b31d8bfccbb85338a2.jpg
Solomonica de Winter (Bloemendaal, 3 juni 1997)

 

 

De Duitse schrijfster Monika Maron werd geboren op 3 juni 1941 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Monika Maron op dit blog.

Uit: Pegida ist keine Krankheit, Pegida ist das Symptom (Artikel in Die Zeit, januari 201

„Am Montag vor Weihnachten sind mein Freund und Kollege Peter Schneider und ich nach Dresden gefahren. Wir wollten selbst sehen, was es mit dem Phänomen Pegida, das Politik und Medien in diese schäumende Aufregung versetzt, auf sich hat. Es fällt mir schwer, zu diesem Thema den richtigen Ton, die richtigen Worte zu finden, weil die Diskussion so vergiftet ist, daß mir bei jedem Satz die Wut des jeweiligen Adressaten sofort im Ohr klingt. Und wie sollte da ein Dialog zwischen Pegida und der Politik aussehen? Die Pegida-Demonstranten haben ihren Protest in die Welt geschrien, die Antworten konnten sie in den Zeitungen lesen. Was wäre da noch zu sagen?
Aber woher kommt diese Wut? Nimmt man die Pegida-Anhänger beim Wort, dann halten sie es für unsere und ihre Pflicht, Kriegsflüchtlinge und politisch Verfolgte aufzunehmen, abgelehnte Asylbewerber aber abzuschieben, und sie fordern eine gesetzlich geregelte Einwanderung. Etwas anderes habe ich in den Reden auch nicht gehört, als ich am Montag in Dresden war.
Ob sie das wirklich so meinen, kann und will ich nicht beurteilen. Aus diesen Forderungen ließe sich aber weder Rassismus, noch Fremdenfeindlichkeit, schon gar nicht eine nazistische Gesinnung attestieren. Wenn ich das nur für Camouflage halte und ihnen diese Ansichten trotzdem unterstelle, habe ich jede Möglichkeit eines Dialogs ausgeschlossen. Das aber ist von Anfang an passiert.
Ich habe den Eindruck, dass gerade die sich überbietende Feindseligkeit, die unverhohlene Verachtung auf Pegida wirkt wie ein Wachstumshormon. Die Feindschaft der anderen gibt ihnen ein vermisstes Gemeinschaftsgefühl. Wer so viel Feindschaft auf sich zieht, muss groß und wichtig sein. Und die Umfragen, u.a. im Auftrag der "Zeit" erhoben, scheinen ihnen recht zu geben. Danach unterstützten 30 Prozent Pegida "voll und ganz", 19 Prozent eher ja, 26 Prozent teilweise und nur 23 Prozent gar nicht.“

 

 1773064-c6f24ff920664e7b5e48cd916931ae7b.jpg
Monika Maron (Berlijn, 3 juni 1941)

 

 

De Amerikaanse schrijver Larry Jeff McMurtry werd geboren op 3 juni 1936 in Wichita Falls, Texas. Zie ook alle tags voor Larry McMurtry op dit blog.

Uit: Lonesome Dove: A Novel

“Then he reached in and lifted his jug out of the mud. It had been a dry year, even by the standards of Lonesome Dove, and the spring was just springing enough to make a nice mud puddle. The pigs spent half their time rooting around the springhouse, hoping to get into the mud, but so far none of the holes in the adobe was big enough to admit a pig. The damp burlap the jug was wrapped in naturally appealed to the centipedes, so Augustus made sure none had sneaked under the wrapping before he uncorked the jug and took a modest swig. The one white barber in Lonesome Dove, a fellow Tennessean named Dillard Brawley, had to do his barbering on one leg because he had not been cautious enough about centipedes. Two of the vicious red-legged variety had crawled into his pants one night and Dillard had got up in a hurry and had neglected to shake out the pants. The leg hadnÂ’t totally rotted off, but it had rotted sufficiently that the family got nervous about blood poisoning and persuaded he and Call to saw it off. For a year or two Lonesome Dove had had a real doctor, but the young man had lacked good sense. A vaquero with a loose manner that everybody was getting ready to hang at the first excuse anyway passed out from drink one night and let a blister bug crawl in his ear. The bug couldnÂ’t find its way out, but it could move around enough to upset the vaquero, who persuaded the young doctor to try and flush it. The young man was doing his best with some warm salt water, but the vaquero lost his temper and shot him. It was a fatal mistake on the vaqueroÂ’s part someone blasted his horse out from under him as he was racing away, and the incensed citizenry, most of whom were nearby at the Dry Bean, passing the time, hung him immediately. Unfortunately no medical man had taken an interest in the town since, and Augustus and Call, both of whom had coped with their share of wounds, got called on to do such surgery as was deemed essential. Dillard BrawleyÂ’s leg had presented no problem, except that Dillard screeched so loudly that he injured his vocal cords. He got around good on one leg, but the vocal cords had never fully recovered, which ultimately hurt his business. Dillard had always talked too much, but after the trouble with the centipedes, what he did was whisper too much.”

 

 1773064-c2342d41583aa465cb64eaddc953f19a.jpg
Larry McMurtry (Wichita Falls, 3 juni 1936)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Norbert Gstrein werd geboren op 3 juni 1961 in Mils bei Imst, Tirol. Zie ook alle tags voor Norbert Gstrein op dit blog.

Uit: Eine Ahnung vom Anfang

“Ich hatte vorher die weniger erfreulichen Dinge getan, den Müll zwischen den Mauerresten beseitigt, Bier- und Colaflaschen, glasscherben, Stanniolpapier, einen alten Schuh, zwei zerbrochene Federball- Schläger ohne Bespannung, und aus den Ecken den Kot, mensch- lichen Kot, tierischen Kot, ich wusste es nicht. ich hatte die halb verkohlten Baumstrünke aus einer offenbar wiederholt genützten Feuerstelle zum Wasser getragen, sie hineingeworfen und zugeschaut, wie sie träge schaukelnd davontrieben, in einen Wirbel gerieten und dann von der kräftigen Strömung in der Flussmitte erfasst und mitgerissen wurden. Einen halben Nachmittag lang beschäftigte ich mich damit, den letzten wie ein Findling daliegenden Brocken wegzurollen, aber nach den ersten drei Umwälzungen, bei denen ich ihn mit aller Mühe hochgestemmt und über seinen Schwerpunkt gedreht hatte, gab ich es keuchend und schwitzend auf und ließ ihn keine drei Meter von der Ausgangsstelle entfernt liegen, an der eine Weile ein Oval von frischem Erdreich feucht in der sonne glänzte, bevor es nach und nach vernarbte.
Es war gegen Ende der zweiten Ferienwoche, und ich hatte gerade angefangen, aus den gesammelten Steinen eine Umfriedungsmauer zu errichten, als Daniel und sein freund Christoph bei mir auftauchten. ich hatte schon lange das Knattern eines Mopeds gehört, das den Fluss entlang lauter wurde, mich aber nicht darum gekümmert, weil es nicht das erste Mal war und ich in den vergangenen Tagen immer wieder vom nahen Sport-platz in der Au Motorenlärm in den Ohren gehabt hatte. mit Besuch rechnete ich nicht, und sie mussten bereits eine Zeitlang dagestanden sein, als ich auf sie aufmerksam wurde, denn plötzlich schienen alle anderen Geräusche zu verstummen, und das Rauschen des Flusses unterstrich die Stille.“

 

 1773064-51834ebfdee516ebb56473341d0db10e.jpg
Norbert Gstrein (Mils, 3 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2012 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:50 Reageer op dit bericht

Wolfgang Cordan

De Duitse dichter, schrijver, vertaler, antropoloog en verzetsstrijder Wolfgang Cordan (pseudoniem van Heinrich Wolfgang Horn) werd geboren op 3 juni 1909 in Berlijn. De zoon uit een middenklasse gezin uit Berlijn studeerde klassieke filologie, filosofie en musicologie en sloot zich aan bij de George Kreis. Daarnaast was hij onder de indruk van Erich Mühsam, Bauhaus, Piscator en Brecht. Na de machtsovername door de nazi's emigreerde Horn in februari 1933 naar Parijs, trad toe tot de surrealistische kringen en nam de naam Wolfgang Cordan aan. Hij schreef in die tijd vooral poëzie. Eind 1933 reisde hij naar Nederland, gaf leiding aan het viertalige tijdschrift Centaur, en raakte bevriend met Max Beckmann en Klaus Mann; aan de laatste droeg hij zijn eerste verhaal op. Tijdens de oorlog en de Duitse bezetting was Cordan actief in het Nederlandse verzet. Hij nam o.a. enkele joodse kinderen onder zijn hoede om ze te behoeden voor deportatie. Na de oorlog Cordan woonde in verschillende landen in Midden- en Zuid-Europa, en later in Mexico, waar hij de door de Europese veroveraars grotendeels verwoeste taal en het schrift van de Maya's bestudeerde. Zijn onderzoeksresultaten worden als controversieel beschouwd. Evenzo controversieel is de mate van Cordans homoseksuele gerichtheid; in 1950 behoorde hij in ieder geval tot de auteurs van het internationaal populaire homo-tijdschrift Der Kreis.

Uit:Die Matte

 “Die Fahrt durch das verwüstete Rheinland war gespenstisch. Gleich am ersten Tage verirrten wir uns. Bei fallender Nacht befanden wir uns in Düsseldorf, was nicht gerade unsere Richtung war. Über Umleitungen und Notbrücken suchten wir den Weg nach Süden. Als wir das nächste Mal zwischen Trümmern festgefahren waren, erfuhren wir, wir seien in Bonn. Es war nun schon gegen Mitternacht. Unser Wagen hielt zwischen Ziegelpyramiden, den Ruinen vor Ur ähnlich. Nur dass diese Wüste belebt war: Sofort sahen wir uns von einer amorphen Menge umringt, die an dem offenen Wagen herumkletterte. Es war wie ein Angriff von Nachtameisen. Allerdings biss man uns nicht. Vielmehr bettelte man um Konserven und Zigaretten, um Schokolade. Man war zu Gegenleistungen bereit. Wir befanden uns auf einem ehemaligen Platz in einem Supermarkt der Liebe beiderlei Geschlechts. Wir lernten, dass wir für ein Päckchen Zigaretten Orgien feiern konnten. Es war vollkommen gespenstisch. Die Szenerie lag im Halbdunkel. Ich weiß nicht mehr, ob es irgendeine Straßenbeleuchtung gab. Ich erinnere nur, dass der Mond schien. Dann als wir dem dantesken Purgatorium entflohen waren und wieder auf der Rheinstraße waren, zeigte ich Max ein Haus. Es war in der Mitte durchgeschnitten. Am Straßenrand lag die eine Hälfte als sumerisch-babylonische Ziegelruine. Die andere Hälfte stand aufrecht. Im dritten Stock schwebte eine weiße Badewanne an der Kachelwand und ein Spiegel blinkte im Licht des Mondes.“

 1819205-31dc9fd30f09fcd0b68f4e94486cf62c.jpg
Wolfgang Cordan (3 juni 1909 - 29 januari 1966)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jim Knipfel, Marcel Reich-Ranicki, Sibylle Berg, Carol Shields, Jean Nelissen, Thomas Hardy, Markies De Sade

De Amerikaanse schrijver Jim Knipfel werd geboren op 2 juni 1965 in Green Bay, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Jim Knipfel op dit blog.

Uit: Slackjaw: A Memoir

„I  didn't have an answer to her question. I had begun to notice that my failing eyesight -- which in the past had affected me only at night -- now was affecting me in the daytime as well. I couldn't cut it in physics, I couldn't cut it at the University of Chicago. So here I was in Madison, at the University of Wisconsin, a nondescript state school that would admit autistics if they could pay the tuition, studying philosophy, which wouldn't do me a damn bit of good in the future. Those facts weren't reasons, either.
"Any possible reasons you could give me?"
I was in it now. I might as well try. "I guess you could say I'm a fuck-up."
"Yeah?" Her voice dropped to a throaty whisper. She must have thought she was getting someplace, that she had finally broken through. "When was the last time you fucked up?"
"About five minutes ago, when I picked up the phone to call you."
"That's not very nice." She was attempting to hold on to her sincerity.
"Sorry," I said. I suppose I was, too, a little.
"Let's try something else. Let's turn things around. Tell me some of the things you like."
I thought for a minute.
"I'm pretty hard-pressed to come up with anything just at this moment, ma'am."
"C'mon, there must be something. You must have friends."
"Nope."
"None at all?"
"Nope"
"What about your family?" "My family's cool. I've got nothing but kind things to say about them."

 

1772586-528097b4b2bc7914644bdfef101a1f80.jpg
Jim Knipfel (Green Bay, 2 juni 1965)

 

 

De Duitse schrijver en literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki werd geboren op 2 juni 1920 in Włocławek, Polen. Zie ook alle tags voor Marcel Reich-Ranicki op dit blog.

Uit: Deutschlands Glück in Deutschlands Unglück

„Der Schriftsteller Aschenbach habe gelernt, heißt es im "Tod in Venedig", seinen Ruhm zu verwalten. Das trifft, wie wir längst wissen, erst recht auf den Autor dieser Novelle zu. Die jetzt erscheinende "Große kommentierte Frankfurter Ausgabe" bietet in zwei umfangreichen Bänden von den rund 25000 bisher bekannten Briefen Thomas Manns immerhin 691. Sie waren zur Hälfte überhaupt nicht oder nur an schwer zugänglichen Stellen veröffentlicht.
Diese Briefe seien, so ihre Herausgeber, Manns "Medium der Selbstdarstellung und der Selbstfindung". Schon wahr, aber was sich hinter dem Wort "Selbstdarstellung" verbirgt, ist nichts anderes als Selbstreklame, direkte und indirekte. Mit Hilfe seiner Korrespondenz manipulierte und instrumentalisierte er alle, die für seinen Ruhm nützlich sein konnten und sollten. Dafür war ihm niemals seine Zeit zu schade: In diese Tätigkeit investierte er unendlich viel Kraft und Energie, List und Diplomatie. Sie beginnt, wie merkwürdig dies auch klingen mag, noch früher als sein eigentliches Werk.
Schon 1897 nämlich, also bevor sein erstes Buch, "Der kleine Herr Friedemann", publiziert war, bekannte er in einem Brief: "Ich verfalle immer mehr darauf, meinen Schreibtrieb dazu zu verwenden, berühmt zu werden und Geld zu verdienen." Und kurz nach der Veröffentlichung der "Buddenbrooks", im Oktober 1902, hatte er keine Hemmungen zu erklären, ihm komme es darauf an, den Leuten sein Profil einzuprägen, "sodaß, wird der Name genannt, in der Phantasie der Leute sofort eine scharf umrissene geistige Physiognomie hervorspringt". Seine glanzvoll geschriebenen Autoporträts, Lebensabrisse und Rechenschaftsberichte demonstrieren die Kunst der geistreichen Selbstpräsentation auf höchster Ebene.
Die Selbstreklame wurde bald zu Thomas Manns zweitem Beruf. Auch in dieser Hinsicht war er höchst erfolgreich. Denn das Bild, das sich die Menschen von ihm gemacht hatten, entsprach in hohem Maße seinen Wünschen. Und da er der beste Kenner seines Werks war, konnte er in seiner Korrespondenz immer wieder mit Gedanken und Formulierungen aufwarten, die von seinen Interpreten in der ganzen Welt dankbar und meist zu Recht aufgenommen wurden.“

 

 1772586-6a9c0fcdd333d548028a2b61ccbea7fc.jpg
Marcel Reich-Ranicki (2 juni 1920 – 18 september 2013)

 

 

De Duitse schrijfster Sibylle Berg werd geboren in Weimar op 2 juni 1962. Zie ook alle tags voor Sibylle Berg op dit blog.

Uit: Das war’s dann wohl

„Spätestens zehn Jahre nach der Adoleszenz bekommen die meisten von uns die Backpfeifen des ungewollten Abschiednehmens um die Ohren gehauen: der erste Job, den man verliert, ohne dass man darum gebeten hätte, die erste Flut, die das Bettchen wegschwemmt, die erste Liebe, die geht, weil sie glaubt, hinter der nächsten Ecke lauere das große Glück. So prügelt einen das Leben langsam zu Boden, und jeder normale Mensch beginnt, Abschiede zu hassen. Alle, selbst die kleinen, wenn das Kind, der Mann, die Frau verreist aus Gründen, und man steht am Bahnsteig und schweigt, und die Minuten werden zäh, und man weiß nichts zu sagen. Vögel fallen zu Boden, und man fragt sich, warum ist mir die Kehle so eng, sind doch nur drei Wochen oder Tage, eine absehbare Zeit. Wir ahnen, jeder kleine Abschied kann einer für immer werden, die Fluglotsen werden es schon richten.
Irgendwann mag man auch keine neuen Gewohnheiten mehr, selbst wenn die alten nicht brillant sind, wenigstens kennt man sie, man kennt seine Vorurteile und seinen Weg ins Büro und den Griff zur Zigarette. Die Abscheu allem gegenüber, was die Gewohnheiten bedrohen könnte, manifestiert sich, und zack, schon hebt man den rechten Arm und findet, dass früher alles besser war. Obacht geben heißt es da, dass man nicht ins Phlegma verfällt, nichts tut, was einem eigentlich verhasst ist, nur weil man Angst vor der Veränderung, Angst vor dem Ende hat. So schwer ist es, eine bekömmliche Mitte zu finden, zwischen stierem Ausharren und hektischer Umtriebigkeit.“
Ständiges Sich-Verabschieden bekommt keinem Menschen. Schau dir die an, die ohne Besitz zwischen den Welten wandern: aussteigen, aber richtig, mal in Asien, dann in Frankreich, und immer neue Freunde — hey, wie locker, und dann sind sie vierzig Jahre alt, sehen aus wie Schrumpfköpfe und knallen sich mit Drogen voll, weil der Geist des Menschen mit zu viel überspielter Trauer nicht klarkommt.“

 

 1772586-c610de18c079b5cd02d1197cc6233cc2.jpg
Sibylle Berg (Weimar, 2 juni 1962)

 

 

De Canadese schrijfster Carol Shields werd op 2 juni 1935 in Oak Park, Chicago, geboren als Carol Warner. Zie ook alle tags voor Carol Shields op dit blog.

Uit: Larry’s Party

“By mistake Larry Weller took someone else’s Harris tweed jacket instead of his own, and it wasn't until he jammed his hand in the pocket that he knew something was wrong.
His hand was traveling straight into a silky void. His five fingers pushed down, looking for the balled-up Kleenex from his own familiar worn-out pocket, the nickels and dimes, the ticket receipts from all the movies he and Dorrie had been seeing lately. Also those hard little bits of lint, like meteor grip, that never seem to lose themselves once they've worked into the seams.
This pocket – today’s pocket -- was different. Clean, a slippery valley. The stitches he touched at the bottom weren't his stitches. His fingertips glided now on a sweet little sea of lining. He grabbed for the buttons. Leather, the real thing. And something else -- the sleeves were a good half inch longer than they should have been.
This jacket was twice the value of his own. The texture, the seams. You could see it got sent all the time to the cleaners. Another thing, you could tell by the way the shoulders sprang out that this jacket got parked on a thick wooden hanger at night. Above a row of polished shoes. Refilling its tweedy warp and woof with oxygenated air.
He should have run back to the coffee shop to see if his own jacket was still scrunched there on the back of his chair, but it was already quarter to six, and Dorrie was expecting him at six sharp, and it was rush hour and he wasn't anywhere near the bus stop.
And -- the thought came to him – what’s the point? A jacket’s a jacket. A person who patronized a place like Caf Capri is almost asking to get his jacket copped. This way all that’s happened is a kind of exchange.”

 

1772586-8b9554c9422a99f0025ddb4330744eab.jpg
Carol Shields (Chicago, 2 juni 1935 – 16 juli 2003)

 

 

De Nederlandse sportjournalist en schrijver Jean Nelissen werd geboren in Geleen op 2 juni 1936. Zie ook alle tags voor Jean Nelissen op dit blog.

Uit: Het intrigerende wielerleven van Jean Nelisse

“In 1969 eindigt de l3e etappe van de Tour de France in Briancon, een stadje van ongeveer 11.000 inwoners in de Alpen.
Er zijn maar een paar hotels van bescheiden kwaliteit.Want dc wintersportliefhebbers die Briancon bezoeken, slapen meestal in chalets. Door een reeks misverstanden heeft de hotelier van het hotel waar we zouden overnachten onze kamer weggegeven. Er bereiken ons uiterst sombere berichten dat in tweehonderd kilometer in de omtrek van de Alpen, geen kamer meer vrij is. Goede raad is duur. lk rijd enkele rondjes door Briancon totdat ik een hotel passeer. waar ik door een grote ruit veel mensen zie. met als stralend middelpunt - zoals altijd Lomme Driessens. Hij logeert met zijn ploeg en kopman
Eddy Merckx die de gele trui draagt in het hotel. We lopen naar binnen en zoeken Lomme op. Hij begroet me vriendschappelijk. ‘Kameraad, hoe is het?‘ lk antwoord: ‘Slecht, Lomme. want we hebben geen kamer om te slapen.’ Lomme zet zijn glas champagne neer en roept de hoteleigenaar. ‘Patron, wilt gij mijn bed op de gang zetten? lk slaap vannacht op de gang, omdat ik mijn kamer zojuist heb weggegeven aan mijn vriend hier.‘ De patron reageert onthutst. Zijn eregast Lomme op de gang. dat kan niet. Hij zegt: ‘Wacht. ik probeer het probleem op te lossen.’ Lomme geeft me een knipoog en schenkt een glas champagne in. Na een kwartier komt de pa-tron terug.‘Het is in orde.‘ zegt hij, ik heb twee kamermeisjes bereid gevonden voor een nacht een kamer te delen.”

 

 1772586-fae3f91c5c9bf16be49f2c99126f5590.jpg
Jean Nelissen (2 juni 1936 - 1 september 2010)
 

 

 

De Engels romanschrijver en dichter Thomas Hardy werd op 2 juni 1840 geboren in Higher Bockhampton, bij Dorchester. Zie ook alle tags voor Thomas Hardy op dit blog.

Uit: Tess of the d'Urbervilles

“Daze my eyes, and isn't there?" said Durbeyfield. "And here have I been knocking about, year after year, from pillar to post, as if I was no more than the commonest feller in the parish… And how long hev this news about me been knowed, Pa'son Tringham?"
The clergyman explained that, as far as he was aware, it had quite died out of knowledge, and could hardly be said to be known at all. His own investigations had begun on a day in the preceding spring when, having been engaged in tracing the vicissitudes of the d'Urberville family, he had observed Durbeyfield's name on his waggon, and had thereupon been led to make inquiries about his father and grandfather till he had no doubt on the subject.
"At first I resolved not to disturb you with such a useless piece of information," said he.
"However, our impulses are too strong for our judgement sometimes. I thought you might perhaps know something of it all the while."
"Well, I have heard once or twice, 'tis true, that my family had seen better days afore they came to Blackmoor. But I took no notice o't, thinking it to mean that we had once kept two horses where we now keep only one. I've got a wold silver spoon, and a wold graven seal at home, too; but, Lord, what's a spoon and seal? … And to think that I and these noble d'Urbervilles were one flesh all the time. 'Twas said that my gr't-granfer had secrets, and didn't care to talk of where he came from… And where do we raise our smoke, now, parson, if I may make so bold; I mean, where do we d'Urbervilles live?"
"You don't live anywhere. You are extinct—as a county family."
"That's bad."
"Yes—what the mendacious family chronicles call extinct in the male line—that is, gone down—gone under."
"Then where do we lie?"
"At Kingsbere-sub-Greenhill: rows and rows of you in your vaults, with your effigies under Purbeck-marble canopies."

 

 1772586-6b7d07c6f802a860291d1fc18a36708c.jpg
Thomas Hardy (2 juni 1840 – 11 januari 1928)
 

 

 

De Franse schrijver Donatien Alphonse François, Markies de Sade werd geboren op 2 juni 1740 in Parijs. Zie ook alle tags voor Markies de Sade op dit blog.

Uit: Justine (Vertaald door Austryn Wainhouse)

"Oh, Monsieur!"
"No, no, you've got to die; I do not want to hear you reproach me with your good little deeds; I don't like owing anything to anybody, others have got to rely upon me for everything.... You're going to perish, I tell you, get into that coffin, let's see if it fits."
He lifts me, thrusts me into it and shuts it, then quits the cavern and gives me the impression I have been left there. Never had I thought myself so near to death; alas! it was nonetheless to be presented to me under a yet more real aspect. Roland returns, he fetches me out of the coffin.
"You'll be well off in there," says he, "one would say 'twas made for you; but to let you finish peacefully in that box would be a death too sweet; I'm going to expose you to one of a different variety which, all the same, will have its agreeable qualities; so implore your God, whore, pray to him to come posthaste and avenge you if h really has it in him...."
I cast myself down upon the prie-dieu, and while aloud I open my heart to the Eternal, Roland in a still crueler manner intensifies, upon the hindquarters I expose to him, his vexations and his torments; with all his strength he flogs those parts with a steel-tipped martinet, each blow draws a gush of blood which springs to the walls.
"Why," he continued with a curse, "he doesn't much aid you, your God, does he? and thus he allows unhappy virtue to suffer, he abandons it to villainy's hands; ah! what a bloody fine God you've got there, Therese, what a superb God he is! Come," he says, "come here, whore, your prayer should be done," and at the same time he places me upon the divan at the back of that cell; "I told you Therese, you have got to die!"

 

 1772586-f25ef9ad81b70a852ade484c52814f67.jpg
Markies De Sade (2 juni 1740 – 2 december 1814)
Klaus Kinski als de markies in de Duits-Italiaanse film „Marquis de Sade: Justin“ uit 1969

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:02 Reageer op dit bericht

Joy Ladin

Onafhankelijk van geboortdata

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York in 1961. Ladin was werd als jongen geboren en heette eerst Jay. Zij behaalde haar Ph.D. van Princeton University in 2000, haar MFA in Creatief Schrijven aan de Universiteit van Massachusetts. Amherst , in 1995 en haar BA van het Sarah Lawrence College in Yonkers, New York in 1982. Na haar eerste ambtstermijn in 2006 koos zij voor een geslachtsverandering, omdat zij toen wist dat haar baan veilig was. In 2007 veranderde zij haar voornaam van Jay naar Joy en liet zich scheiden van de moeder van haar kinderen na een huwelijk van meer dan twintig jaar. Na haar coming out stuurde de Yeshiva University haar met verlof. Tijdens haar verlof doceerde zij poëzie aan haar alma mater Sarah Lawrence College. In 2009 publiceerde Ladin de dichtbundel “Transmigration” onder de naam Joy. In 2012 publiceerde ze haar memoires “Through the Door of Life: A Jewish Journey Between Genders.” Ladin was finalist voor de 2009 Lambda Literary Award. Ze werd genomineerd voor de Pushcart Prize voor Poëzie en ontving een American Council of Learned Societies Fellowship. Jay Ladin is de eerste openlijke transgender hoogleraar aan een orthodox-joodse instelling. Zij bekleedt de David en Ruth Guttesman leerstoel voor Engels aan het Stern College for Women of Yeshiva University.Zij heeft twee dochters en een zoon.

 

Loving Him

The lost father smiles down
From the snapshot summer
Where his children can always find him,
A past they try to see as a future
In which he has shed
The terrible skin
No one who loved him
Can bear to call his, least of all his children
Whose universe hangs
On the nail of the man
Dissolving before their eyes
Into a woman
Calling their names
In a voice they could only stand
When they didn’t realize
It was speaking to them
As though in the loss
Of the man they loved
Love were traveling toward them.

 

1772581-d2a01e7c0cb89f6e2d00ce3f9f76ccad.jpg
Joy Ladin (Rochester, 1961)

Geschreven door Romenu om 18:02 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten