Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 juni 2015 tot 7 juni 2015

Orhan Pamuk, Monika Mann, Nikki Giovanni, Harry Crews, Louise Erdrich, Mascha Kaléko

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: Istanbul. Herinneringen en de stad

“Ik woonde met mijn vader, moeder en broer, en de familie van mijn vader, zijn moeder, boers, zussen en schoonzussen, op de verschillende etages van een flat van vijf verdiepingen. De riante stenen villa waar ze met z’n allen als een Osmaanse grootfamilie hadden gewoond, werd in 1951, een jaar voor mijn geboorte, verlaten en aan een particuliere lagere school verhuurd, en op het aanpalende perceel werd een ‘moderne’ flat gebouwd, waar ik nu de vierde verdieping bewoon, en waar op de buitendeur, geheel volgens de toen heersende mode, trots de naam Pamuk werd geschilderd. Op iedere verdieping, waar ik de eerste jaren op de arm van m’n moeder kwam, stonden een of twee piano’s. Mijn oom, die in mijn herinnering altijd de krant zit te lezen, was als laatste getrouwd en had zich met zijn vrouw en zijn piano op de eerste verdieping gevestigd, waar hij vervolgens een halve eeuw door zou brengen, kijkend naar de voorbijgangers op straat. Al die piano’s, die geen van alle bespeeld werden, gaven me een gevoel van weemoed en zwaarmoedigheid.
Het was niet alleen dat die piano’s niet bespeeld werden, de buffetkasten, waar het achter de ruitjes propvol stond met Chinees porselein, kopjes, tafelzilver, suikerpotten, snuifdozen, kristallen glazen, flacons voor rozenwater, borden, wierookvaatjes (en een speelgoedautootje dat zich op een dag daartussen had verstopt), zaten ook altijd op slot, de met parelmoer ingelegde koranlessenaars, de standaards voor tulbanden aan de muur werden nooit gebruikt, er was niets wat aan het zicht onttrokken werd door de kamerschermen met art nouveau en Japanse invloeden, de deurtjes van de boekenkasten van mijn oom die naar Amerika was geëmigreerd en dokter was, gingen nooit open en zijn ingebonden medicijnenstudies stonden al twintig jaar achter het glas te verstoffen, en dat alles gaf mij het gevoel dat al die spullen waarmee de woonkamers op iedere verdieping waren volgestouwd, niet waren uitgestald om ermee te leven, maar voor de dood.”

 

 1774478-d0d5427e12ed5d2f4e70a3393c2ef67d.jpg
Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)
Cover

 

 

De Duitse schrijfster Monika Mann werd als vierde kind van Thomas Mann geboren op 7 juni 1910 in München. Zie ook alle tags voor Monika Mann op dit blog.

Uit:Das fahrende Haus

„Ein dort lebender Schriftsteller schrieb mir von den Schönheiten jener Landschaft, von Gewittern und Sonnenpracht, die so dramatische und einmalige Kontraste in sie hineinspielen, und er schrieb mir von der Billigkeit – es ließe sich dort für einen Dollar pro Tag besser leben als irgendwo. Meine magyarischen Maikäfer standen dem Plan nicht entgegen. Ich blätterte in Katalogen mit spanischen Monumenten und Ruinen inmitten einer schroffen und heiligen Landschaft, wo gedrungene braune Männer mit Messern in den Gürteln herrliche Vasen und Teppiche verkauften und auf Stieren ritten. Ich ließ mich gegen Typhus impfen, sorgte für Flugplatz und mexikanische Herberge: Amerika verweigerte mir das Exit-Visum. – Ich beschloß, meinen Ungarpaß einzustampfen, ihm den Garaus zu machen, so oder so. Das war leichter beschlossen als getan. Zum Vernichten gehört viel, zu viel, als daß es mir gelingen wollte. – Wieder in einem fernen Winkel New Yorks. Diesmal in einem hochmodernen Wolkenkratzerbüro einer christlichen Institution, die Nansen-Pässe vergibt. Es muß abgeschworen werden, meine Liebe, Sie sind nicht staatenlos! Der Nansen-Paß dem Staatenlosen. – Ich fuhr zum Abschwören. Aber da mußte Búdápéstí einschreiten und mitwirken, und das würde Mónáté dauern, wenn es überhaupt zu bewerkstelligen war. O mache mich, o mache diese Erde staatenlos, du großer und seltsamer Gott! – Und all dies mit dem Vorzeichen «Frieden» – was war da noch zu hoffen? – Ich fuhr nach New Hampshire und aß baked potatoes den lieben Sommer lang. Dort war auch eine Psychoanalytikerin, deren kühne Verleugnung des Lebens mich den Fall Mexiko vergessen ließ: Sie löste ja das Leben, das Unbegreifliche ins Begreifliche auf oder ins sophistische Nichts.“

 

 1774478-a13bfdf912d59c908033dc4d37fe68d7.jpg
Monika Mann (7 juni 1910 – 17 maart 1992)
Thomas, Erika, en Monika Mann in Pacific Palisades

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Choices

If i can't do
what i want to do
then my job is to not
do what i don't want
to do
It's not the same thing
but it's the best i can
do

If i can't have
what i want . . . then
my job is to want
what i've got
and be satisfied
that at least there
is something more to want

Since i can't go
where i need
to go . . . then i must . . . go
where the signs point
through always understanding
parallel movement
isn't lateral

When i can't express
what i really feel
i practice feeling
what i can express
and none of it is equal
I know
but that's why mankind
alone among the animals
learns to cry

 

 1774478-272db56dfa2b6ad62d97d6647c128273.jpg
Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver Harry Crews werd geboren op 7 juni 1935 in Bacon County, Georgia. Zie ook alle tags voor Harry Crews op dit blog.

Uit: Harry Crews On Writing

“Graham Greene—you’ve probably heard me quote before, because god knows, it’s true—“The writer is doomed to live in an atmosphere of perpetual failure.” There it is. There it is. Nah, you write things and write things—write a book for instance—and write and write and write and write and write, and you know, it’s not—every writer writes with the knowledge that nothing he writes is as good as it could be. Paul Valery: “A poem’s never finished, only abandoned.” The same thing with a novel. It’s never finished, only abandoned. I’ve had any number of novels where I’ve just at some point said to myself, well, unless you’re going to make the career out of this book—spend the rest of your goddamn life chewing on it—you might as well just package it up and send it on to New York. Go on to something else. Because between conception and execution there is a void, an abyss, that inevitably fucks up the conception. The conception never gets translated to the page. It just doesn’t. I don’t think it ever does.
I think [Gustave] Flaubert kept Madame Bovary for nine years. Took him nine years to write it, well, he didn’t write it all in nine years. He could have written it in nineteen years, and he would still have felt the way he felt, and that was that it was a fine piece of work, but it was not as good as it could be. Same old same old.”

 

 1774478-d3d71589cf429e09a3b66b7c4f758fa6.jpg
Harry Crews (7 juni 1935 – 28 maart 2012)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Louise Erdrich werd geboren op 7 juni 1954 in Little Falls, Minnesota. Zie ook alle tags voor Louise Erdrich op dit blog.

 

Family Reunion (Fragment)

Ray’s third new car in half as many years.
Full cooler in the trunk, Ray sogging the beer
as I solemnly chauffeur us through the bush
and up the backroads, hardly cowpaths and hub-deep in mud.  
All day the sky lowers, clears, lowers again.
Somewhere in the bush near Saint John
there are uncles, a family, one mysterious brother
who stayed on the land when Ray left for the cities.
One week Ray is crocked. We’ve been through this before.  
Even, as a little girl, hands in my dress,
Ah punka, you’s my Debby, come and ki me.

Then the road ends in a yard full of dogs.
Them’s Indian dogs, Ray says, lookit how they know me.  
And they do seem to know him, like I do. His odor—
rank beef of fierce turtle pulled dripping from Metagoshe,  
and the inflammable mansmell: hair tonic, ashes, alcohol.  
Ray dances an old woman up in his arms.
Fiddles reel in the phonograph and I sink apart
in a corner, start knocking the Blue Ribbons down.  
Four generations of people live here.
No one remembers Raymond Twobears.

So what. The walls shiver, the old house caulked with mud  
sails back into the middle of Metagoshe.
A three-foot-long snapper is hooked on a fishline,  
so mean that we do not dare wrestle him in
but tow him to shore, heavy as an old engine.
Then somehow Ray pries the beak open and shoves  
down a cherry bomb. Lights the string tongue.

 

 1774478-395f9de52cadd2be76687bfa758be038.jpg
Louise Erdrich (Little Falls, 7 juni 1954)

 

 

De Duitstalige dichteres Mascha Kaléko (eig. Golda Malka Aufen) werd geboren op 7 juni 1907 in Krenau of Schidlow in Galicië in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije, nu Polen. Zie ook alle tags voor Mascha Kaléko op dit blog.

 

The last time

It seems you’ve gone. Your last word
still faintly clinking in my chamber:
the brittlest shimmer lingered
some lovely hours. Gone, then, as before.

Long have I known the sharp increment
of your faltering redoubt.
Long now, unbidden, have I sensed
you seeking my window out,

and often hear unspoken
some muted sinking phrase;
and often the familiar knocking
at the door. Gone, same as always.

Berlin (Charlottenburg district)
44 Mommsen St.
1938

 

 

Leaf in the wind

Let me feel of your heart its tremors,
That I hear not how my own heart knocks.
Open before me all the secret doors,
Since by a bolt my own door locks.

I cannot, my dear, find the words to say,
And my tears abide unspent:
The forces binding us since the advent
Will unravel us at the end of days.

All my pain I drown in kissing.
All my mystery sustain like a child.
I am a leaf, torn too soon from the tree.

Are all lovers so alone in the wild?

 

 

Vertaald door Bill Milner

 

 1774478-38474f19263a200dabbf4a6d205b064a.jpg
Mascha Kaléko (7 juni 1907 – 21 januari 1975)
Portret door Günther Fleischmann, z.j.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:12 Reageer op dit bericht

Gwendolyn Brooks, Elizabeth Bowen, Fred Endrikat, Amelia Edwards, Charlotte Niese, Geno Hartlaub, Jan Theuninck, Gábor von Vaszary

De Amerikaanse dichteres Gwendolyn Brooks werd geboren op 7 juni 1917 in Topeka, Kansas. Zie ook alle tags voor Gwendolyn Brooks op dit blog.

 

To Be In Love

To be in love
Is to touch with a lighter hand.
In yourself you stretch, you are well.
You look at things
Through his eyes.
A cardinal is red.
A sky is blue.
Suddenly you know he knows too.
He is not there but
You know you are tasting together
The winter, or a light spring weather.
His hand to take your hand is overmuch.
Too much to bear.
You cannot look in his eyes
Because your pulse must not say
What must not be said.
When he
Shuts a door-
Is not there_
Your arms are water.
And you are free
With a ghastly freedom.
You are the beautiful half
Of a golden hurt.
You remember and covet his mouth
To touch, to whisper on.
Oh when to declare
Is certain Death!
Oh when to apprize
Is to mesmerize,
To see fall down, the Column of Gold,
Into the commonest ash.

 

 1774475-059c7f6eeb1c8474aa2d570a6f23d9b3.jpg
Gwendolyn Brooks (7 juni 1917 – 3 december 2000)
Borstbeeld door Sara S. Miller, 1994

 

 

De Ierse schrijfster Elizabeth Bowen werd geboren op 7 juni 1899 in Dublin. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bowen op dit blog.

Uit: The Last September

“He took up the Spectator, read an article on Unrest and thought of the Empire. Mechanically his hand went up to his tie. He looked ahead to a time when it should be accurately finally fenced about and all raked over. Then there should be a fixed leisured glow, and relaxation, as on coming in to tea from an afternoon's gardening with his mother, in autumn. He turned in thought to confident English country, days like the look in a dog's eye, rooms small in the scope of fire-light, neighborly lights through trees. He thought of a woman, kind and palpable, who should never produce this ache, this absence. . . A door dragged forward its portiére, Lois came in from the dining-room, brushing rain from her frieze coat. He stood for a moment in a kind of despair at her agitation, as though he were trying to take her photograph. Then he stepped forward and kissed her, his hands on her wet shoulders.
"Oh--but look here--" cried Lois.
But she was his lovely woman: kissed. He shone at her, she helpless. She looked out at the hopeless rain.
"I love --"
"Oh but look here --"
"But I love --"
"What are you doing in the drawing room?"
"I've come to lunch"
"Do they know?"
"I haven't seen anyone"
"I don't know who to tell," she said distractedly. "They have all disappeared; they always are disappearing. You'd think this was the emptiest house in Ireland--we have no family life. It's no good my telling Brigid because she forgets, and the parlourmaid is always dressing.
I suppose I had better lay you a place myself--but I don't where were the knives are kept. I can't think why you are being so sudden all of a sudden, in every way; you never used to be. I haven't even done the flowers yet. I do wish you wouldn't Gerald--I mean be so actual. And do be natural at lunch, or I shall look such a goat. You really might have asked me, I never mind talking things over. But now the gong will go at any moment. And how do you know I'm not in love with a married man?

                                       

 1774475-3cfb64d1baa410dc409f639fcdb27cab.jpg
Elizabeth Bowen (7 juni 1899 – 22 februari 1973)
Cover

 

 

De Duitse dichter, schrijver en cabaretier Fred Endrikat werd geboren op 7 juni 1890 in Nakel an der Netze. Zie ook alle tags voor Fred Endrikat op dit blog.

 

Motto

Wie aus des Lebens Schattenseiten
oft bricht ein Sonnenstrahl hervor,
so wirkt beim Menschen in ernsten Zeiten
der echte, goldige Humor.

Weil er für einige Sekunden
den bittren Ernst vergessen macht,
wird rasch ein jedes Herz gesunden,
wenn es mal richtig krank sich lacht.

 

 

Die Wühlmaus

Die Wühlmaus nagt von einer „Wurzel“
das „W“ hinfort – bis an die „Urzel“.
Sie nagt dann an der hintren Stell
auch von der „Urzel“ noch das „l“.
Die Wühlmaus nagt und nagt – oh weh –
auch von der „Urze“ noch das „e“.
Sie nagt die Wurzel klein und kurz,
bis aus der „Urze“ wird ein „Urz“.
Die Wühlmaus – ohne Rast und Ruh –
nagt von der „Urz“ auch noch das „U“.
Der Rest ist schwer zu reimen jetzt,
es bleibt zurück nur noch ein „Rz“.
Nun steht die „Rz“ im Wald allein,
die Wühlmäuse sind so gemein.

 

 1774475-a49b6db5466cd155db86cc2774b97bd0.jpg
Fred Endrikat (7 juni 1890 – 12 augustus 1942)
Portretfoto door Josef Breitenbach, 1932

 

 

De Engelse schrijfster en egyptologe Amelia Edwards werd geboren op 7 juni 1831 in Londen. Zie ook alle tags voor Amelia Edwards op dit blog.

Uit: A Thousand Miles Up The Nile

“It is the traveller's lot to dine at many table-d'hôtes in the course of many wanderings ; but it seldom befalls him to make one of a more miscellaneous gathering than that which overfills the great dining-room at Shepheard's Hotel in Cairo during the beginning and height of the regular Egyptian season. Here assemble daily some two to three hundred persons of all ranks, nationalities, and pursuits ; half of whom are Anglo-Indians homeward or outward bound, European residents, or visitors established in Cairo for the winter. The other half, it may be taken for granted, are going up the Nile. So composite and incongruous is this body of Nile-goers, young and old, well-dressed and ill-dressed, learned and unlearned, that the new-comer's first impulse is to inquire from what motives so many persons of dissimilar tastes and training can be led to embark upon an expedition which is, to say the least of it, very tedious, very costly, and of an altogether exceptional interest.
His curiousity, however, is soon gratified. Before two days are over, he knows everybody's name and everybody's business ; distinguishes at first sight between a Cook's tourist and an independent traveller ; and has discovered that nine-tenths of those whom he is likely to meet up the river are English or American. The rest will be mostly German, with a sprinkling of Belgian and French. So far en bloc ; but the details are more heterogeneous still. Here are invalids in search of health ; artists in search of subjects ; sportsmen keen upon crocodiles ; statesman out for a holiday ; special correspondents alert for gossip ; collectors on the scent of papyri and mummies ; men of science with only scientific ends in view ; and the usual surplus of idlers who travel for the mere love of travel, or the satisfaction of a purposeless curiousity.“

 

 1774475-8ffdabf8fd7800d92c26ccc2f8b90c8c.jpg
Amelia Edwards (7 juni 1831 – 15 april 1892)
Rond 1860

 

 

De Duitse schrijfster Charlotte Niese werd geboren op 7 juni 1854 in Burg auf Fehmarn. Zie ook alle tags voor Charlotte Niese op dit blog.

Uit: Die Geschichte von einem, der nichts durfte

„Die Kleinstädter nannten den alten Grafen den Herrn Darfich. Und der Name war auch sehr bezeichnend, denn wie ein schüchternes Fragezeichen ging der alte Herr durch die Straßen des Städtchens; vorsichtig und mit leisem Tritt schlängelte er sich an den Häusern entlang, und wem er begegnete, dem wich er in weitem Bogen aus. Nicht, wie man anfangs geglaubt hatte, aus Hochmut, sondern aus reiner Bescheidenheit. Dadurch zeichnen sich ja nun die deutschen Grafen gewöhnlich nicht gerade aus; er bildete aber eine Ausnahme von der Regel, ohne daß ihm die Menschen dafür dankbar waren. So ist es immer: die größten Verdienste werden nicht belohnt. Übrigens wäre der alte Graf auch sehr erstaunt gewesen, für irgend etwas Anerkennung zu finden, denn er war nie in seinem Leben gelobt oder belohnt worden. Man erzählte sich, daß er in seiner Jugend nur mit großer Mühe soviel gelernt habe, daß er ein kleines Hofamt bekleiden konnte, und seine Kenntnisse waren immer in sehr bescheidnen Grenzen geblieben. Es gab Leute, die behaupteten, er stünde mit der deutschen Orthographie auf gespanntem Fuße, und, was für einen Grafen ein Kapitalverbrechen war, er verstünde kein Französisch. Jedenfalls versäumte er es, seine Unterhaltung durch Einstreuen kleiner französischer Sätze anmutiger zu machen, was man von einem gewesenen Höfling doch verlangen konnte, und wenn er Fremdwörter gebrauchte, so wandte er sie fast immer verkehrt an. Das war aber entschieden ein Zeichen von Unbildung. Alle die Grafen und Barone, die in der kleinen Stadt auf ihren Lorbeeren ruhten, sagten, man könne mit dem Grafen Darfich nicht umgehen, und die andern Leute sprachen es ihnen nach. So kam es, daß der arme Graf fast gar keinen Umgang hatte, und daß ihm seine große Bescheidenheit, die ihm seinen Beinamen eingetragen hatte, auch nichts half. Und er sprach doch so gern, er hätte doch auch gern in der Weinstube gesessen und mit den Herren über die Tagesfragen geschwatzt: ob der König von Dänemark nach Holstein kommen würde oder nicht, und ob die Gräfin Danner in seiner Begleitung sein oder ob sie zu Hause bleiben würde. Über diese Sachen hätte unser Graf ebensogut reden können wie seine Standesgenossen. Weil aber kein Mensch ihn nach seiner Meinung fragte, so sah er ein, daß er sich an andrer Stelle Freunde suchen müsse, wenn er welche haben wollte. Und so kam denn die Freundschaft mit Krischan.”

 

 1774475-8155ea73618f5e9c879959dc2df9688f.jpg
Charlotte Niese (7 juni 1854 – 8 december 1935)

 

 

De Duitse schrijfster Geno Hartlaub werd op 7 juni 1915 in Mannheim geboren. Zie ook alle tags voor Geno Hartlaub op dt blog.

Uit: Muriel

„1945
Sie riefen über mich hinweg, mehrere Stimmen zugleich:
«Muriel!» Das bin ich, kann es nicht leugnen, weiB es genau. Es gibt nur wenige Madchen und Frauen in diesem Land, die so heiBen. Sie tun alles, um mir das in Erinnerung zurfickzurufen.
Noch vor kurzem war ich niemand, ein ungeborenes Wesen. Ich schwamm im Fruchtwasser des Todes, in der Dammerung großer Meerestiefen, hoffte, das Tageslicht, das in den Augen blendet, nicht noch einmal erblicken zu miissen. Mißtönend, grell, aus der Nähe, dann wieder von fern, dumpf wie durch Nebel- Oder Watteschichten, klingen die Stimmen der Schwestern, stören mich auf, als ich wieder versinken möchte. Schön war es in dem Land, in dem es keine Menschen, keine Gerausche, Gerüche, nichts, was man schmecken kann, gab, nur noch Bilder mit unscharfen Umrissen, die sich im Zeitlupentempo an mir vorbeibewegten.
Muriel. Alle im Quisisana haben mich immer nur bei meinem Vornamen genannt. Ich kann Sveas singenden schwedischen Tonfall vom Krächzen der Oberschwester und von der tiefen Stimme des Schweizer Oberarztes unterscheiden. Was wollt ihr von mir? Ich gehöre nicht zu euch. Kein Liderzucken, kein Mundwinkelverziehen soll verraten, daß ich nicht mehr bewußtlos bin. Ich will weit weg sein, unerreichbar. Obgleich ihr genug Erfahrung habt, wird niemand das Tauschungsmanéver merken.“

 

 1774475-c1567e39dc0cb06ba43e440f9e35b8d5.jpg
Geno Hartlaub (7 juni 1915 – 25 maart 2007)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter en schilder Jan Theuninck werd geboren in Zonnebeke op 7 juni 1954. Zie ook alle tags voor Jan Theunick op dit blog.

 

Yperiet

's avonds laat
vult een mist
de vallei
zonder te beseffen
verstikt hij ons
als een duistere macht
op de velden
liggen onze lijken
en onder het gras
een bruine aarde.

 

 

Tyne Cot

toen jullie
naar het front
trokken
waren jullie
levende helden
en nu
liggen jullie
op de heuvel
waar alleen
papavers bloeien

 

 1774475-0c9b1e33c679a19e38bbeee0a00a204b.jpg
Jan Theuninck (Zonnebeke, 7 juni 1954)

 

 

De Hongaarse schrijver en draaiboekauteur Gábor von Vaszary werd geboren op 7 juni 1897 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Gábor von Vaszary op dit blog.

Uit: Sie

“Paris erlebte einen wunderschönen Morgen. Das Sonnenlicht fiel in goldenen Bündeln ins Zimmer, als ich die Vorhänge zurückschob und die Fenster aufriss. Auf den Straßen unten wirbelte das Leben. Die Menschen kamen und gingen munter, die Laufburschen auf den Fahrrädern huschten lustig pfeifend über den Asphalt mit der überlegenen Wonne von Menschen, die ein Vehikel benutzen können. Im dritten Stock des gegenüberliegenden Hauses putzte ein hübsches Mädchen das Fenster und trat kühn auf das Fenstergesims. Genau unter ihr betrachtete ein Herr mit seinem Hund den Himmel und drehte den Kopf stark nach oben. Der Hund und er sahen sich überraschend ähnlich ...”

 

 1774475-5bcb61ccd14d48b74a12cd9b874f7ccf.jpg
Gábor von Vaszary (7 juni 1897 – 22 mei 1985)
Cover

Geschreven door Romenu om 12:02 Reageer op dit bericht

Jan Engelman

De Nederlandse dichter Johannes Aloysius Antonius Engelman werd geboren in Utrecht op 7 juni 1900. Engelman begon als journalist bij het Utrechtse dagblad Het Centrum en werd vervolgens in 1932 redacteur van het dagblad De Tijd, waar hij samen met A. van Domburg en A. van Duinkerken vanaf 1933 de kunstredactie vormde. Samen met Pieter van der Meer de Walcheren verzorgde hij van 1926 tot 1941 de rubriek Kunst en Letteren in het weekblad De Nieuwe Eeuw. In 1953 werd hij docent esthetiek en moderne kunst aan de Jan van Eyckacademie in Maastricht, een functie die hij slechts korte tijd vervulde. Na enkele gedichten te hebben gepubliceerd in tijdschriften, bundelde hij op aandringen van zijn vriend H. Marsman zijn poëzie in “Het roosvenster” (1927), in 1930 gevolgd door de bundel “Sine nomine”. Gedichten hieruit werden opnieuw opgenomen in wat zijn meest belangrijke en meest herdrukte bundel zou worden: ”Tuin van Eros” (1932). Deze bundel werd bekroond met de poëzieprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Anders dan veel van zijn rooms-katholieke geloofsgenoten heeft Engelman meegewerkt aan tijdschriften als De Vrije Bladen en Forum. Engelman schreef aanvankelijk voor Roeping en hij was mede-oprichter van De Gemeenschap. Dat laatste blad verliet hij in 1930 vanwege een conflict met de gebroeders Kuitenbrouwer die het blad in zijn ogen in fascistisch vaarwater brachten. Toen die een eigen tijdschrift oprichtten onder de naam De Nieuwe Gemeenschap, keerde Engelman terug in de redactie van De Gemeenschap op aandringen van Anton van Duinkerken. Tijdens WO II verwierf Engelman voldoende kennis van het Grieks om hem in staat te stellen Sophocles' “Oedipus” te vertalen. Hij maakte ook een vertaling van de tekst van Bachs Mattheuspassion (1950). Zijn muzikaliteit maakte hem een ideale partner voor veel musici met wie hij samenwerkte voor opera's en gelegenheidsspelen. Zo schreef hij het libretto voor de opera “Philomela” (1950) van Hendrik Andriessen. Zijn belangstelling voor het oude Griekenland en zijn reizen naar dat land leidde tot de reisbrieven in “Tweemaal Apollo” (1955). In 1960 werd zijn poëzie verzameld in “Verzamelde gedichten”, waarvan in 1972 een heruitgave volgde die werd uitgebreid met “Het Bittermeer”. In 1955 werd aan Jan Engelman de Constantijn Huygensprijs toegekend voor zijn gehele oeuvre.

 

VERA JANACOPOULOS

Cantilene

Ambrosia, wat vloeit mij aan?
uw schedelveld is koeler maan
en alle appels blozen

de klankgazelle die ik vond
hoe zoete zoele kindermond
van zeeschuim en van rozen

o muze in het morgenlicht
o minnares en slank gedicht
er is een god verscholen

violen vlagen op het mos
elysium, de vlinders los
en duizendjarig dolen

 

 

Doorreis

God heeft ons spelende beschreven,
als kindren hulploos gaan wij heen.
Geen heul is ons in 't lest gebleven,
zijn diepe vaderlach alleen.

O bloed, bestijg de broze zomen
van dit gevonnist, schuldig lijf:
gij hebt een koninkrijk ontnomen
en gij alleen rekt ons verblijf.

Maar hoor, wanneer de blauwe velden
der nacht begroeid van sterren staan,
wat aarde, zee en wind niet telden
en laat geen fluist'ring u ontgaan.

 

 

 1894694-1ad455f74fd29bfeb79c7cb174797d3b.jpg
Jan Engelman (Utrecht 7 juni 1900—Amsterdam 20 maart 1972)
Portret door Piet Vermeulen, 1961



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Thomas Mann, Aleksandr Poesjkin, Sarah Dessen, Jean Cayrol, Pierre Corneille, Hendrik van Teylingen, V. C. Andrews

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook mijn blog van 6 juni 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Der Tod in Venedig

„Gustav Aschenbach oder von Aschenbach, wie seit seinem fünfzigsten Geburtstag amtlich sein Name lautete, hatte an einem Frühlingsnachmittag des Jahres 19.., das unserem Kontinent monatelang eine so gefahrdrohende Miene zeigte, von seiner Wohnung in der Prinz-Regentenstraße zu München aus, allein einen weiteren Spaziergang unternommen. Überreizt von der schwierigen und gefährlichen, eben jetzt eine höchste Behutsamkeit, Umsicht, Eindringlichkeit und Genauigkeit des Willens erfordernden Arbeit der Vormittagsstunden, hatte der Schriftsteller dem Fortschwingen des produzierenden Triebwerks in seinem Innern, jenem »motus animi continuus«, worin nach Cicero das Wesen der Beredsamkeit besteht, auch nach der Mittagsmahlzeit nicht Einhalt zu tun vermocht und den entlastenden Schlummer nicht gefunden, der ihm, bei zunehmender Abnutzbarkeit seiner Kräfte, einmal untertags so nötig war. So hatte er bald nach dem Tee das Freie gesucht, in der Hoffnung, daß Luft und Bewegung ihn wieder herstellen und ihm zu einem ersprießlichen Abend verhelfen würden.

 

 1774100-f5460f1b50e94d601b73733e9f63132a.jpg
Scene uit de film „Dood in Venetië” van Luchino Visconti uit 1971

 

Es war Anfang Mai und, nach naßkalten Wochen, ein falscher Hochsommer eingefallen. Der Englische Garten, obgleich nur erst zart belaubt, war dumpfig wie im August und in der Nähe der Stadt voller Wagen und Spaziergänger gewesen. Beim Aumeister, wohin stillere und stillere Wege ihn geführt, hatte Aschenbach eine kleine Weile den volkstümlich belebten Wirtsgarten überblickt, an dessen Rande einige Droschken und Equipagen hielten, hatte von dort bei sinkender Sonne seinen Heimweg außerhalb des Parks über die offene Flur genommen und erwartete, da er sich müde fühlte und über Föhring Gewitter drohte, am Nördlichen Friedhof die Tram, die ihn in gerader Linie zur Stadt zurückbringen sollte. Zufällig fand er den Halteplatz und seine Umgebung von Menschen leer. Weder auf der gepflasterten Ungererstraße, deren Schienengeleise sich einsam gleißend gegen Schwabing erstreckten, noch auf der Föhringer Chaussee war ein Fuhrwerk zu sehen; hinter den Zäunen der Steinmetzereien, wo zu Kauf stehende Kreuze, Gedächtnistafeln und Monumente ein zweites, unbehaustes Gräberfeld bilden, regte sich nichts, und das byzantinische Bauwerk der Aussegnungshalle gegenüber lag schweigend im Abglanz des scheidenden Tages”

 

 1774100-65f1ec3b3cff0837cc091c9510e1d51d.jpg
Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)
In 1905 

 

 

De Russische dichter en schrijver Aleksandr Poesjkin werd geboren in Moskou op 6 juni 1799. Zie ook alle tags voor Aleksandr Poesjkin op dit blog.

 

Demonen

Wolken razen, kringelen omhoog,
de nacht is waas, gelijk de hemel.
De maan, onttrokken aan het oog,
verlicht het sneeuwvlokkengewemel.
Verder in het vrije veld rijd ik…
Het klokje is aan het klingelen
en of ik wil of niet – ik heb schrik
van de vlakten die me omsingelen.

Komaan, koetsier, wat is dat hier?!’
– ‘Ze zijn ten einde kracht, de paarden.
Door die storm en wind zie ik geen zier,
de weg ligt vol met sneeuw, m’n waarde.
Sla me dood, maar bijster is het spoor;
We zijn goed verdwaald. Wat nu gedaan?
In het veld leidt ons een demon voor,
en wervelt rond. Of is het een waan?
 
Kijk daar: hij gooit zijn remmen los!
Hij spuwt op mij en blaast een mist;
Nu daar: een op hol geslagen ros
drijft hij een kloof in met een list.
Als een nooit geziene bonenstaak
verscheen die duivel voor mijn ogen
en fonkelde als een vonkje raak.
Het duister heeft hem opgezogen.’
 
Wolken razen, kringelen omhoog.
De nacht is waas, gelijk de hemel;
De maan, onttrokken aan het oog,
verlicht het sneeuwvlokkengewemel.
Het klokgetingel dat plots verstomt;
Bijna verschraald zijn onze krachten;
‘Wat zit daar in het veld, verdomd?
Een stronk of wolf?’ – de paarden wachten…
  
Ze snuiven, briesen, voelen wrevel.
De woeste storm raast en huilt en giert;
Kijk daar, hij draaft weg in de nevel,
die door zijn vuuroogjes wordt versierd.
Ze zijn in draf nu, onze beesten;
Klokgetingel terwijl we rijden…
Ik zie: een samenkomst van geesten,
Op wit opflakkerende weiden.
  
Het zijn oneindige gedrochten
die in de troebele maneschijn
rondwervelen in kromme bochten
alsof het novemberblaadjes zijn.
Zoveel zijn er! Waarheen gedreven?
Waarom zingen ze zo triest en hol?
Verliet een huisgeest soms het leven,
of is dit het trouwfeest van een kol?
 
Wolken razen, kringelen omhoog,
de nacht is waas, gelijk de hemel.
De maan, onttrokken aan het oog,
verlicht het sneeuwvlokkengewemel.
De demonen razen in een zwerm
onder de eindeloze hemelschijf;
Kil gekrijs en klagerig gekerm
jagen mij de stuipen op het lijf.

Vertaald door Pieter Boulogne

 

 1774100-8359021900c8e974b603fb52d419bcb3.jpg
Aleksandr Poesjkin (6 juni 1799- 10 februari 1837) 
Standbeeld in Moskou 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Sarah Dessen werd geboren op 6 juni 1970 in Evanston, Illinois. Zie ook alle tags voor Sarah Dessen nop dit blog.

Uit: Along for the Ride

“Now, from the other room, I heard a sudden burst of laughter, followed by some clinking of glasses. My mother was hosting another of her graduate student get-togethers, which always began as formal dinners (“Culture is so lacking in this culture!” she said) before inevitably deteriorating into loud, drunken debates about literature and theory. I glanced at the clock—ten-thirty—then eased my bedroom door open with my toe, glancing down the long hallway to the kitchen. Sure enough, I could see my mom sitting at the head of our big butcher-block kitchen table, a glass of red wine in one hand. Gathered around her, as usual, were a bunch of male graduate students, looking on adoringly as she went on about, from the little bit I could gather, Marlowe and the culture of women.
This was yet another of the many fascinating contradictions about my mom. She was an expert on women in literature but didn’t much like them in practice. Partly, it was because so many of them were jealous: of her intelligence (practically Mensa level), her scholarship (four books, countless articles, one endowed chair), or her looks (tall and curvy with very long jet-black hair she usually wore loose and wild, the only out-of-control thing about her). For these reasons, and others, female students seldom came to these gatherings, and if they did, they rarely returned.
“Dr. West,” one of the students—typically scruffy, in a cheap-looking blazer, shaggy hair, and hip-nerdy black eyeglasses—said now, “you should really consider developing that idea into an article. It’s fascinating.”
I watched my mother take a sip of her wine, pushing her hair back smoothly with one hand. “Oh, God no,” she said, in her deep, raspy voice (she sounded like a smoker, although she’d never taken a drag in her life). “I barely even have time to write my book right now, and that at least I’m getting paid for. If you can call it payment.”

 

 1774100-5a9399a6d8a3452c10d060aee84629d6.jpg
Sarah Dessen (Evanston, 6 juni 1970)

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Cayrol werd geboren op 6 juni 1911 in Bordeaux. Zie ook alle tags voor Jean Cayrol op dit blog.

 

Et pourquoi pas la rose
 
Et pourquoi pas la rose,
dit le poète clos,
avec bien peu de chose
je vous fais un sanglot.

La rose se repent
pétale après pétale
la rose qui se vend
après la bacchanale

la rose au cœur de pierre
qui tombe avec la foudre
la rose qui passe outre
aux amants sans hiver

La rose débusquée
moite, molle, mêlée
aux chardons,
aux liserons
la rose qui m’a quitté.

La rose qui fait des scènes,
tandis que ses épines
sur les tempes divines
n’ont plus rien qui les gênent.

Et la rose empaillée
que la vieillesse oblige
la rose retraitée
où le printemps se fige.

Mais la rose
qui ose sa mort,

la rose
qu’on remet
dans les plis de la Cause.

 

 1774100-3ee23a435b98e3571497d29dd41bb88c.jpg
Jean Cayrol (6 juni 1911 – 10 februari 2005)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Corneille werd geboren in Rouen op 6 juni 1606. Zie ook alle tags voor Pierre Corneille op dit blog.

 

Uit: Le Cid

“Acte 1 , Scène 6

Don Rodrigue
Percé jusques au fond du coeur
D'une atteinte imprévue aussi bien que mortelle,
Misérable vengeur d'une juste querelle,
Et malheureux objet d'une injuste rigueur,
Je demeure immobile, et mon âme abattue
Cède au coup qui me tue.
Si près de voir mon feu récompensé,
Ô Dieu, l'étrange peine !
En cet affront mon père est l'offensé,
Et l'offenseur le père de Chimène !

Que je sens de rudes combats !
Contre mon propre honneur mon amour s'intéresse :
Il faut venger un père, et perdre une maitresse.
L'un m'anime le coeur, l'autre retient mon bras.
Réduit au triste choix ou de trahir ma flamme,
Ou de vire en infâme,
Des deux côtés mon mal est infini.
Ô Dieu, l'étrange peine !
Paut-il laisser un affront impuni ?
Faut-il punir le père de Chimène ?
Père, maitresse, honneur, amour,
Noble et dure contrainte, aimable tyrannie,
Tous mes plaisirs sont morts, ou ma gloire ternie.
L'un me rend malheureux, l'autre indigne du jour.
Cher et cruel espoir d'une âme généreuse,
Mais ensemble amoureuse,
Digne ennemi de mon plus grand bonheur,
Fer qui cause ma peine,
M'es-tu donné pour venger mon honneur ?
M'es-tu donné pour perdre ma Chimène ?

 

 1774100-5978dd4c77ceffa783774647d2c3308f.jpg
Pierre Corneille (6 juni 1606 – 1 oktober 1684)
Scene uit een opvoering in het Théâtre de Dreux, 2015

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Hendrik van Teylingen werd geboren op 6 juni 1938 in IJmuiden. Zie ook alle tags voor Hendrik van Teylingen op dit blog.

 

Het lezen van gedichten is

Het lezen van gedichten is
Een zaak die over 't algemeen
Zodanige bemoeienis
Van de ogen vergt dat ze getweeën

Van boven tot en met benee
De neergeschreven tekst af gaan
Terwijl 't gevoel van wel of wee
Dat hieruit veelal zal ontstaan

Van onderen naar boven rijst
En wel het krachtigst bij een auteur
Die in het dichten is vergrijsd
En literaire prijzen beurt.

 

 

Vibrato

Altblokfluit spelend in de avondstond
Verleid ik de bovenbuurvrouw teder
Tot grove intimiteit: tegader
Daveren haar vuisten op de grond.

O, Bach. Wat onder uw pruik ontstond
Aan helderheid, die verblinding wekt,
Fnuikt mijn woede: van het plafond duikt
Een gipsdruif in mijn schuimende mond.

 

 1774100-0bd5ebe1b7880161445b8eb47a91d59d.jpg
Hendrik van Teylingen (6 juni 1938 – 25 december 1998)

 

 

De Amerikaanse schrijfster V. C. Andrews (eig. Cleo Virginia Andrews) werd geboren in Portsmouth op 6 juni 1923. Zie ook alle tags voor V. C. Andrews op dit blog.

Uit: If There Be Thorns

“Whenever Dad didn't drive me home from school, a yellow school bus would let me off at an isolated spot where I would recover my bike from the nearest ravine, hidden there each morning before I stepped onto the bus.
To reach my home I had to travel a winding narrow road without any houses until I came to the huge deserted mansion that invariably drew my eyes, making me wonder who had lived there; why had they deserted it? When I saw that house I automatically slowed, knowing soon I'd be home.
An acre from that house was our home, sitting isolated and lonely on a road that had more twists and turns than a puzzle maze that leads the mouse to the cheese. We lived in Fairfax, Malin County, about twenty miles north of San Francisco. There was a redwood forest on the other side of the mountains, and the ocean too. Ours was a cold place, sometimes dreary. The fog would roll in in great billowing waves and often shrouded the landscape all day, turning everything cold and eerie. The fog was spooky, but it was also romantic and mysterious.
As much as I loved my home, I had vague, disturbing memories of a southern garden full of giant magnolia trees dripping with Spanish moss. I remembered a tall man with dark hair turning gray; a man who called me his son. I didn't remember his face nearly as well as I remembered the nice warm and safe feeling he gave me. I guess one of the saddest things about growing bigger, and older, was that no one was large enough, or strong enough, to pick you up and hold you close and make you feel that safe again.
Chris was my mother's third husband. My own father died before I was born; his name was Julian Marquet, and everyone in the ballet world knew about him Hardly anyone outside of Clairmont, South Carolina, knew about Dr. Paul Scott Sheffield, who had been my mother's second husband. In that same southern state, in the town of Greenglenna, lived my paternal grandmother, Madame Marisha.”

 

 1774100-51d06f1bc1fe2adc838f5f0d95c61eac.jpg
V. C. Andrews (6 juni 1923 - 19 december 1986)

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:28 Reageer op dit bericht

Henry Newbolt, Annie Fields, Louis Sébastien Mercier, Lesley Blanch, Eliza Orzeszkowa, Adolf Heyduk, Ignaz Vinzenz Zingerle

De Engelse dichter en schrijver Sir Henry John Newbolt werd geboren op 6 juni 1862 in Bilston, Wolverhampton. Zie ook alle tags voor Henry Newbolt op dit blog.

 

The Only Son

O bitter wind toward the sunset blowing,
What of the dales tonight?
In yonder gray old hall what fires are glowing,
What ring of festal lights?

In the great window as the day was dwindling
I saw an old man stand;
His head was proudly held and his eyes kindling,
But the list shook in his hand.'

O wind of twilight, was there no word uttered,
No sound of joy or wail?

'A great fight and a good death,' he muttered;
'Trust him, he would not fail.''

What of the chamber dark where she was lying
For whom all life is done?

'Within her heart she rocks a dead child, crying
'My son, my little son.''

 


Rondel
(from the French of Wenceslas, Duke of Brabant and Luxembourg, who died in 1384.)

Though I wander far-off ways,
Dearest, never doubt thou me:

Mine is not the love that strays,
Though I wander far-off ways:

Faithfully for all my days
I have vowed myself to thee:
Though I wander far-off ways,
Dearest, never doubt thou me.

 

 1774096-598407d41766bba64320edbeec36ab3e.jpg
Henry Newbolt (6 juni 1862 – 19 april 1938)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Annie Adams Fields werd geboren op 6 juni 1834 in Boston. Zie ook alle tags voor Annie Fields op dit blog.

 

Midsummer Noon

Confident Summer!
Thou art here, thou radiant comer;
The sumach and bayberry,
Soft sighing of the sea,
The ever-climbing sun,
The pausing of high noon
When early birds have done --
I know them all! I rest
Upon thy dew-fed breast.
The squirrel questions me,
The oak his acorn drops,
Wild-apple boughs bend over me,
Nor ever stops
The sighing, endless sighing of the sea.

 

 

Endymion

The moon was up last night, and all the earth
Was gay under the favor of her face;
Secure from wandering footsteps, creatures bred
In lonely clefts sped over grassy lawns,
And sniffed strange odors from exotic blooms;
The wilding blossoms gathered, worshiping,
New whiteness from the silver of her beam,
While fairies spread bright yellow canopies
To shield them from the keenness of her eye.
This morn, how tired out do they all appear!
The forehead of the sky now wears a veil,
The winds have ceased, the fairy shields remain,
The borrowed whiteness of the blossom stays;
But silent are they all and hide their love,
Timid as one first touched by lover's glance,
Who stands half slain with all heaven in her heart.

 

 1774096-079f8821365c142c88e7983bcb0456b5.jpg
Annie Fields (6 juni 1834 – 5 januari 1915)

 

 

De Franse schrijver en politicus Louis Sébastien Mercier werd geboren in Parijs op 6 juni 1740. Zie ook alle tags voor Louis Sébastien Mercier op dit blog.

Uit: Tableau de Paris(Martinistes)

« Nous passerions les jours à redire à nos bons amis de l'autre monde tout ce que nous sentirions pour nos bien-aimés de la terre ; et à nos bien-aimés de la terre, tout ce que nous auraient dit ceux de l'autre monde. Voilà ce que cherchent les martinistes. Ils s'y disposent par l'exercice des vertus ; ils parlent de l'être suprême avec une vénération et un amour qui saisissent l'âme ; et tout ce qu'enseigne le christianisme, ne trouve en eux aucune contradiction formelle. Enfin, ils n'entament aucune question politique. Qui l'eût dit, qu'après les encyclopédistes viendraient les martinistes ? Ceux-ci n'ont aucun trait de la physionomie propre à la hautaine secte philosophique.
Je ne sais comment le clergé, le gouvernement et la littérature s'arrangeront un jour avec eux. La secte qui vit dans un monde intellectuel ne paraît pas vouloir recourir à ce qui choque les hommes. Elle n'ambitionne ni pouvoir, ni richesse, ni renommée ; elle rêve, elle cherche la perfection ; elle est douce et vertueuse, elle veut parler aux morts et aux esprits. Cela n'est pas dangereux. Des jeunes gens distingués par l'éducation et la figure, suivent ces idées extraordinaires. Ils laissent à d'autres les plateaux électriques, les creusets, les vases en fermentation, les recherches sur l'air fixe ; ils tiennent mieux, à ce qu'ils prétendent ; ils acquièrent l'évidence physique sur l'origine du bien et du mal, sur l'homme, sur la nature matérielle, la nature immatérielle et la nature sacrée. Qu'est-ce, après cela, que la base des gouvernements politiques, la justice civile et criminelle, les sciences, les langues et les arts ? Parler aux anges, rappeler son âme aux principes universels de la science, voilà ce qui fait dédaigner la physique et la chimie, qui prenaient une grande faveur."

 

 1774096-4010f1dfcfcf85ce9363f8a7f816521d.jpg
Louis Sébastien Mercier (6 juni 1740 - 25 april 1814)
Cover

 

 

De Engelse schrijfster Lesley Blanch werd geboren op 6 juni 1904 in Londen geboren. Zie ook alle tags voor Lesley Blanch op dit blog.

Uit: Journey into the Mind’s Eye

"The contrôleur arrived to punch our tickets and worked himself into one of those legendary Gallic uproars over the presence of a dog in the compartment. The animal had no ticket and, in any case, must travel in the luggage van, he said. A furious scene ensued.
Although Russian invective is held to be of an unimaginable violence, I observed that in moments of fury the Traveller held to his opinion that the French language best expressed hatred. Sometimes however, he had recourse to those homely English phrases he so much enjoyed acquiring. Now, after a tirade in his mother-tongue which left his family gasping, and which the contrôleur, at last stung beyond officialdom, countered with the more homely ‘Foutez-moi la paix!’ the Traveller capped it with ‘and the same to you with knobs on’. Although this phrase was no doubt incomprehensible to him the contrôleur grew even more livid, lost all semblance of control, and striking an attitude worthy of Talma hissed: ‘Mes compliments à Mademoiselle votre mère!’
The Traveller had now worked up to a histrionic degree of rage and, being almost asphyxiated by the fumes of garlic which the contrôleur diffused about the compartment, threatened to open the outside door and fling himself or the contrôleur on to the line if a hair of the dog’s head was touched. A rush of air, soot, sparks and noise overwhelmed us."

 

 1774096-436f239222fec254588db363568b0604.jpg
Lesley Blanch (6 juni 1904 - 6 mei 2007)

 

 

De Poolse schrijfster Eliza Orzeszkowa werd geboren op 6 juni 1842 in Hrodna in het gouvernement Grodno (tegenwoordig Belarus). Zie ook alle tags voor Eliza Orzeszkowa op dit blog.

Uit: An Obscure Apostle (Vertaald door C. S. De Soissons)

“In this market-place after a week of transactions by the people of the vicinity, there remains an inconceivable quantity of dirt and sweepings, and here is also the high, dusky, strangely-shaped meeting house.
This building is one of the specimens, rare to-day, of Hebrew architecture.
A painter and an archeologist would look upon it with an equal amount of interest. At first glance it can be easily seen that it is a synagogue, although it does not look like other churches. Its four thick walls form a monotonous quadrangle, and its brown colour gives it a touch of dignity, sadness, and antiquity.
These walls must be very old indeed, for they are covered with green strips of moss. The higher parts of the walls are cut with a row of long, narrow, deeply-set windows, recalling, by their shape, the loop-holes of a fortress. The whole building is covered by a roof whose three large heavy turrets, built one upon the other, look like three moss-covered gigantic mushrooms.
Every gathering, whether of greater importance or of common occurrence, was held here, sheltered beneath the brown walls and mushroom-like roof of the temple. Here in the large round courtyard are the heders (Hebrew schools), where the kahals (church committees) gather. Here stands a low black house with two windows, a real mud hovel, inhabited for several centuries and for many generations by Rabbis of the family of Todros, famous in the community and even far beyond it.”

 

 1774096-46c354916c2b063c9f59f4740a338cdb.jpg
Eliza Orzeszkowa (6 juni 1842 – 18 mei 1910)
Portret door Kazimierz Pochwalski , z.j.

 

 

De Tsjechische dichter Adolf Heyduk werd geboren op 6 juni 1836 in Rychmburk.Zie ook alle tags voor Adolf Heyduk op dit blog.

 

Uit: Gypsy Songs

Songs my mother taught me,
In the days long vanished;
Seldom from her eyelids
Were the teardrops banished.
Now I teach my children,
Each melodious measure.
Oft the tears are flowing,
Oft they flow from my memory's treasure.

 

Vertaald door Natalia Macfarren

 

 

My song of love rings through the dusk,
just as the day is fading,
as pearls of dew upon the grass
are braided into its hair.

My song rings out with longing
as I wander through the world,
but once I’m in my native land
my song sounds clear and strong.

My song rings out in joy and love,
when storms whip across the plains,
when from earth’s grasp
my brother is released by death.

 

 1774096-019ff97f1d50fae0f0591925acb33a04.jpg
Adolf Heyduk (6 juni 1835 – 6 februari 1923)
Monument in Pisek

 

 

De Zuidtiroolse schrijver en germanist Ignaz Vinzenz Zingerle werd geboren op 6 juni 1825 in Meran. Zie ook alle tags voor Ignaz Vinzenz Zingerle op dit blog.

Uit: Sagen aus Tirol

„St. Oswald

A.
Der h. Oswald, der ein christlicher König im Etschlande war, wurde von Heiden und anderen bösen Leuten des Thrones beraubt und vertrieben. Da flüchtete er sich zum Isinger hinauf und wohnte dort,bis er selig im Herrn starb. So lange König St. Oswald regierte, waren die guten Zeiten, denn dagab es weder Hunger, noch Theurung, weder Krieg noch Pest. Die Äcker und Wiesen trugen wenigstensnoch soviel, als heuzutage. Selbst der Arme hatte mehr als genug und mußte sich das Brot nichtsauer verdienen. Friede und Recht herrschten, solange der h. König auf dem Throne saß.

B.
Der h. Oswald hat immer einen Raben bei sich und ist der gewaltigste Wetterherr. Wenn er nicht in geziemender Weise verehrt wird, sendet er Hagel und Regen, daß alles Getreide zu Boden geschlagen wird undverdirbt. Um den mächtigen Herrn zu verehren, ziehen am 5. August die Bauern von Schenna und Haflingin Prozession zur Oswaldkapelle am Isinger hinauf. Von dieser, die nahe am Junkbrunnen steht,wird folgende Legende erzählt: In uralter Zeit, wo der Holzwuchs noch weiter hinaufgieng, war dieStelle der Kapelle dicht von Alpenrosenstauden bewachsen. Im Gesträuche fanden Hirten ein Bild des h.Oswald. Sie trugen es nach dem Dorfe Schenna hinunter und stellten es in der dortigen Kirche auf. Dochsiehe, kaum war die Nacht angebrochen und herrschte ringsum Dunkel, stieg der h. Oswald lichtstrahlendaus der geschlossenen Kirche empor und ritt dem Isinger zu, wo man ihn am folgenden Tag unter denAlpenrosen fand. Man brachte ihn noch öfters nach Schenna, aber jedesmal ritt er, sobald es dunkelward, strahlend auf und davon, denn er wollte nur beim Junkbrunnen am Isinger wohnen. – Weil St. Oswaldunter Alpenrosen gefunden wurde, heißen sie heutzutage noch bei Hafling Oswaldstauden. DerHeilige soll daran großes Wohlgefallen haben. (Meran.)"

 

 1774096-39c72c44e0d9c5f441b29a7932ba2e78.jpg
Ignaz Vinzenz Zingerle (6 juni 1825 – 17 september 1892)

Geschreven door Romenu om 12:15 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten