Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 juni 2015 tot 24 juni 2015

Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs, Josse Kok

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: Before the End (Vertaald door Marina Harss))

„My father was the absolute authority in my family; power diminished hierarchically from the eldest brother to the youngest. I still remember looking with fear upon his face, marked simultaneously by candor and hardness. His incontestable decisions were the basis of an ironclad system of commands and punishments that regulated all of us, including my mother. Reserved and stoic, she surely suffered from the effects of that energetic and severe character, but I never heard her complain, and she managed to raise eleven sons under these trying circumstances.
The education we received left deep, unhappy marks on my spirit. But this often harsh upbringing taught us to fulfill our duties, to be consistent, and to finish every task we had begun. And if we have accomplished something in life, it has been as a result of these attributes that we were so brutally forced to acquire.
My father's severity, which could be terrible, formed my character, which tends toward sadness and melancholy. And it was the main cause of the rebellion of two of my brothers, who ran away from home: Humberto and Pepe, who was known in our town as "that crazy Sábato," and who ended up running off with the circus, to the great shame of my bourgeois family. This decision greatly upset my mother, but she bore it with the stoicism she displayed throughout her long life; after a protracted illness, she died serenely in her bed in Matilde's arms at the age of ninety.
My brother Pepe was passionate about the theatre, and he used to act in the town shows, which were known as "Thirty Friends United." When on occasion they put on criollo4 farces at the Perla movie theater, he always played a part, no matter how small. In his room he had the complete collection of Bambalinas, edited in Buenos Aires, with colorful covers; in addition to these farces, the series included works by Ibsen, and on one memorable occasion, by Tolstoy. I had read the entire collection before turning twelve, and it marked my life deeply; I have always been passionate about the theater, and though I have written several plays, they have never seen the light of day."


1781946-622febeb48bbe604ae09901d2f0309e4.jpg
Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

 

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

Le livre, pour vieillir

Étoiles transhurnantes; et le berger
Voûté sur le bonheur terrestre; et tant de paix
Comme ce cri d'insecte, irrégulier,
Qu'un dieu pauvre façonne. Le silence
Est monté de ton livre vers ton coeur.
Un vent bouge sans bruit dans les bruits du monde.
Le temps sourit au loin, de cesser d'être.
Simples dans le verger sont les fruits mûrs.

Tu vieilliras
Et, te décolorant dans la couleur des arbres,
Faisant ombre plus lente sur le mur,
Etant, et d'âme en fin, la terre menacée,
Tu reprendras le livre à la page laissée,
Tu diras, C'étaient done les derniers mots obscures.

 

Le soir

Rayures bleues et noires.
Un labour qui dévie vers le bas du ciel.
Le lit, vaste et brisé comme le fleuve en crue.
- Vois, c'est deja le soir,
Et le feu parle auprès de nous dans l'éternité de la sauge.

 

 

Les chemins

Chemins, parmi
La matiére des arbres. Dieux, parmi
Les touffes de ce chant inlassable d'oiseaux.
Et tout ton sang voúté sous une main rêveuse,
O proche, ô tout mon jour.

Qui ramassa le fer
Rouillé, parmi les hautes herbes, n'oublie plus
Qu'aux grumeaux du métal la lumière peut prendre
Et consumer le sel du doute et de la mort,

 

 1781946-4833c42ae54b6f3b2261732ebf157fd8.jpg
Yves Bonnefoy (Tours, 24 juni 1923)

 

 

De Amerikaanse schrijver Scott Oden werd geboren op 24 juni 1967 in Columbus, Indiana. Zie ook alle tags voor Scott Oden op dit blog.

Uit: The Lion of Cairo

“The Assassin staggered, clutching his bloodied visage. More than pain lanced through his skull. A crawling sensation shivered across his scalp and down his spine—a thousand tentacles of ice seeking to pry their way into his soul. His ears rang with phantasmal sound, with voices not his own—howling, gibbering, cursing, screaming; voices filled with rage, with terror, with purpose . . . cold, murderous purpose. His jaw champed, teeth grinding as his own fury blossomed. Did he sur­vive the fearsome siege of Ascalon, the initiations of al- Hashishiyya, and the grinding hunt through the Afghan mountains to bring the death his master decreed for the Afridis only to fall prey to a poisoned blade? Not poison, a voice mocked, stronger than the others; an ancient voice tinged with madness. No, not poison.
The Assassin’s wrath cut through the agony, granting him a moment of absolute clarity. Rumors he had heard of Baber Khan’s cruelty, of his insane recklessness, of a pact between the chiefs of his clan and the djinn of the mountains, suddenly made sense. It must be the salawar. By what deviltry he could not imagine, but its touch filled his head with visions, ancient and bloody scenes of carnage, of slaughter, and of betrayal. It called to him . . . the Assassin’s body spasmed; he took a step toward Baber Khan then fell to his knees, glaring up at him through a haze of blood and fury. “That . . .  that b-blade!”
“Yes! You feel it, do you not?” Baber Khan replied; he ran a thumb and forefinger along the edge of his salawar, collecting the Assassin’s blood. His grim smile widened as he licked his fingers clean. “It is the Hammer of the Infidel, and none can stand before it! What is your name, dog?”

 

 1781946-9ccaa74d6ddf14b07e31063be6e58970.jpg
Scott Oden (Columbus, 24 juni 1967)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en etymoloog John Anthony Ciardi werd geboren op 24 juni 1916 in Boston. Zie ook alle tags voor John Ciardi op dit blog.

 

Why Nobody Pets The Lion At The Zoo

The morning that the world began
The Lion growled a growl at Man.

And I suspect the Lion might
(If he'd been closer) have tried a bite.

I think that's as it ought to be
And not as it was taught to me.

I think the Lion has a right
To growl a growl and bite a bite.

And if the Lion bothered Adam,
He should have growled right back at 'im.

The way to treat a Lion right
Is growl for growl and bite for bite.

True, the Lion is better fit
For biting than for being bit.

But if you look him in the eye
You'll find the Lion's rather shy.

He really wants someone to pet him.
The trouble is: his teeth won't let him.

He has a heart of gold beneath
But the Lion just can't trust his teeth.

 

 

 1781946-b1269cbca9c879a15abafa6f57f10ffe.jpg
John Ciardi (24 juni 1916 – 30 maart 1986)

 

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

Uit: Vita

“lk weet het wel, maar ik snap het niet. lk begrijp het niet, ik wil het weten, maar ik ben er ook als de dood voor. Ik neem mezef voor dat ik het tot op de bodem zal uitzoeken, dat we er samen achter gaan komen, dat we het kunnen veranderen. Nooit zal ik haar alleen laten. Of Vita nou een fascinatie of een obsessie voor me is, doet er niet toe. Ik hou gewoon van haar. Ik hou zo ontzettend veel van haar.
Als Vita begint te gapen, vraag ik of ze naar bed wil. Dat wil ze. Ik vraag of ik weg moet. Nee. Ik moet bij haar blijven liggen en doorpraten tot ze in slaap valt. Dat doe ik en ondertussen geef ik haar overal kusjes. Haar wang, haar oor, haar haren. Met haar linkerarm omklemt ze de mijne en dan valt ze in slaap. Korte schokjes kondigen het aan. Eentje is zo heftig dat ze er zelf wakker van schrikt.
‘O, sorry,’ ze doet haar ogen weer dicht.
‘Geeft niks, liefje. Ga maar Iekker slapen.’
‘Wat fijn dat je er bent,’ fluistert ze in haar halfslaap, ‘ik hou van jou.’
1k word warm vanbinnen en doe geen oog dicht. De hele nacht blijf ik over haar waken.
Rond acht uur wordt Vita uit zichzelf wakker. We liggen nog steeds in dezelfde positie: mijn arm in de hare Eeklemd, haar wang tegen de mijne. Ze kijkt me kort aan en werpt een blik op e klok.”

 

 1781946-651c06f2ba83a081ff03775519bfe0e3.jpg
Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Zie ook alle tags voor Madelon Székely-Lulofs op dit blog.

Uit: Rubber

‘Hé!!.... Waar is je man?’....
De vrouw keerde zich om, keek verward en verwonderd naar John.
‘Hóór je me niet?.... Ik vraag je waar je man is!’.....
‘Daar!’.... Ze wees met een langzame beweging naar den overkant van de rivier. John zuchtte geïrriteerd. Altijd deze tergende langzaamheid! Altijd deze tartende sloomheid!
‘Daar is hij,’ zei de vrouw. Uit het kreupelhout aan den overkant was een man te voorschijn gekomen en maakte een prauw los, die aan een uitstekenden tak was vastgebonden geweest. Met een paar langzame slagen van zijn pagaai roeide hij een eindje de rivier op en kwam dan in den stroom, die hem vanzelf tot vlak vóór den weg overdreef.
John keek toe, hoe hij dit alles deed, handig en practisch als een oermensch, die de elementen kent; maar doodbedaard en zonder het minste besef van haast. Ook de chauffeur zag toe, berustend onverschillig. De man bond de prauw weer vast, kwam op de auto toe.
‘De toewan heeft je geroepen,’ meldde de vrouw geheel overbodig. De man keerde niet eens zijn hoofd naar haar om.
‘Ajo!!’.... bromde John ‘....vlug een beetje! De toewan besar wacht op me!’
‘Ik kom toch al,’ zei de man en wendde zich dan naar den chauffeur.
‘Heb je Pâ Karmo niet gezien?’
De chauffeur schudde zijn hoofd, nam een bedachtzamen haal van zijn strootje, dat hij dan weggooide; daarna stond hij op, rekte zich uit, gaapte, zette zijn fluweelen hoofddeksel schuin en krabde zich behagelijk tusschen zijn dikke, krullende, zwarte haren. John trachtte geduld te oefenen, wetend, dat het tòch niet hielp of je je opwond. Dit was nu eenmaal de traagheid van het Oosten, ergerlijk en onbegrijpelijk voor den Westerling. De veerman stapte met groote stappen in de struikenwildernis om zijn hut en riep een paar maal:
‘Pâ Karmo!.... Pâ Karmo!!.... Er is een auto!’...."

 

 1781946-e3de83d0453784301e28cdbb5a45497a.jpg
Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)
Scene uit de film “Rubber” uit 1931

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Josse Kok werd geboren in Zeist in 1983.Kok woont in Dordrecht en werkt in een staalmagazijn. Zie ook alle tags voor Josse Kok op dit blog.

 

Nachtbraker

Toch weer de kroeg, dat donker hol.
Die drang naar kolkend vrouwenbloed.
Je hangt over een houten klaagbank
waarin je slechts de dwaas ontmoet.

Je giet iets weg en pist iets uit.
Je luistert naar de achterklap.
Er fluisteren wat meisjes naar
de dode puntjes van je haar.

Je zal wel nooit meer nuchter zijn.
Je houdt jezelf gedeisd en lacht.
Je kokhalst tegen sluitingstijd.

De ochtend treitert, spot met licht.
Wanneer de zon haar schedel splijt,
ontwaakt in jou de nacht.

 

 1781946-828069bfa24fe97c27fdccee03ce2981.jpg
Josse Kok (Zeist, 1983)

 
 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2013 en ook mijn blog van 24 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:09 Reageer op dit bericht

In MemoriamThé Lau

In Memoriam Thé Lau

De Nederlandse zanger, muzikant, componist en schrijver Thé Lau is gisteravond thuis in Amsterdam overleden. Dit meldt zijn management woensdag.Thé (Matheus Josephus) Lau werd geboren in Bergen op 17 juli 1952. Zie ook alle tags voor Thé Lau op dit blog.

Uit: Juliette, een liefde in snapshots

“Maar makkelijke score of niet, Robbie was voor het eerst met een vrouw naar bed geweest en teder betastte hij de plek waar Elsa had gelegen. Toen zijn vingertoppen in de plooien van het laken niets meer van haar voelden klom hij uit het bed, kleedde zich aan en liep naar de tafel bij het raam van het tuinhuisje. Ze had een bordje en een mok voor hem klaargezet. Op het bord lag een briefje:
‘Ik ben naar het paviljoen om schoon te maken. In de keuken is brood, en koffie en filters, als je wilt. Kijk maar. Kus. Elsa.’
Ze had een krullerig meisjeshandschrift, en onder haar naam had ze een hartje getekend. Het was aandoenlijk, en in strijd met haar nymfomane reputatie. Robbie tekende er een hartje naast en liep naar buiten.
Hij keek nieuwsgierig om zich heen. Wat vannacht in duisternis gehuld was geweest bleek een groot, met hoge bomen en krakkemikkige bouwsels bezaaid terrein. Drie schuren stonden her en der verspreid rond een grote boerderij met een aangevreten rieten dak. Van een ervan hingen de deuren in hun hengsels. In hun schaduw was een roestige tractor te zien, en eromheen slingerde gereedschap. Naast Elsa’s huisje stond een half ingestort kippenhok. Het geheel maakte de indruk van een machine die krakend en piepend tot stilstand was gekomen.
Robbie stak het erf over en opende het hek. Hij keek naar zijn witte Puch, die ertegenaan stond, en dacht aan zijn vader. Wat zou hij van deze eerste verovering hebben gevonden? Het antwoord zou Robbie nooit krijgen. Zijn vader had vorig jaar een beroerte gekregen en was zittend aan de schildersezel overleden. Robbie stapte op en startte de brommer.”

 

 1781943-e8b586211b0848f157c537d28a4282e8.jpg
Thé Lau (17 juli 1952 – 23 juni 2015)

Geschreven door Romenu om 19:51 Reageer op dit bericht

Wilfred Smit

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Wilfred Smit bracht zijn jeugd grotendeels door op Nederlands-Indië. In 1948 verhuisde hij met zijn ouders naar Nederland om daar de rest van zijn leven te blijven. Hij studeerde vanaf 1953 Slavische taal- en letterkunde in Leiden. Smit voelde zich in het bijzonder aangetrokken tot het werk van Simon Vestdijk; toen hij zelf begon te dichten was het dan ook deze gevierde auteur aan wie hij vanaf april 1953 advies vroeg. Vestdijk moedigde hem aan ander werk op te sturen. Ze zouden daarna blijven corresponderen met elkaar. In 1959 bracht Smit zijn eerste bundel gedichten uit, te weten “Een harp op wielen”. Nog vóór de publicatie ervan schreef Vestdijk voor het tijdschrift De Gids een lang artikel over de poëzie van de debutant, onder de titel 'Meesterlijk maniërisme'. Toch bleef zijn lezerspubliek beperkt. Ook zijn tweede bundel, “Franje” uit 1963, werd weliswaar welwillend en door sommigen zelfs geestdriftig begroet, maar kreeg alweer niet het onthaal waarop Smit had gehoopt. Hij zou daarna nog slechts sporadisch, alleen in tijdschriften publiceren. Zonder een doctoraalexamen te hebben afgelegd, werd hij in 1969 door de UvA aangesteld als docent in de geschiedenis van de Russische letterkunde. In 1972 stierf Smit op negenendertigjarige leeftijd aan een hersentumor. Elf jaar na zijn overlijden verscheen een uitgave met verzameld werk.

 

 

Sweet bahnhof

Drijft men dan steeds verder
uit elkaar? het afscheid schuift
een opdringerige oom tussen ons in.
sluit de ogen af - ja dit is vlucht,
een handvol kaarten laten vallen
omdat men in onze vingers knipt.
wurg alle lichten - rasse schreden
maakt mijn vertrek, reusachtig,
als op stelten wadend door de mist.
adieu adieu sweet bahnhof -
een convooi melaatsen wacht
in alle stilte de nalaatste trein.’


Afscheid
 
Er staat een plant begonia vaarwellis
in het venster; hij zal niet omkijken
niet zien - ik plant een hagepreek
van lieve woorden om hem heen;
hij wil wel luisteren maar voor 't laatst.
zo ga ik langzaam over in een oude vrouw,
een oudere zuster der vitrages,
met plotseling een zoon maar hij is weg,
en met een kat imaginair, niet te verjagen.

 

 

 1816506-5cbfaf4a3ef8c7413ae9b8f9c82ae1ef.jpg
Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

David Leavitt, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Jean Anouilh, Richard Bach, Anna Achmatova, Hanneke van Eijken

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: The Two Hotel Francforts

“Hotel rooms were nearly impossible to come by. People were staying up all night at the casino in Estoril, gambling, and sleeping all day on the beach. Yet we were lucky — we had a room, and a comfortable one at that. Yes, it was all right with me.
Not with Julia, though. She loathed Portugal. She loathed the shouting of the fishwives and the smell of the salted cod. She loathed the children who chased her with lottery tickets. She loathed the rich refugees who had rooms at better hotels than ours and the poor refugees who had no rooms at all and the mysterious woman on our floor who spent most of every day leaning out her door into the dark corridor, smoking — “like Messalina waiting for Silius,” Julia aid. But what she loathed most — what she loathed more than any of these — was the prospect of going home.
Oh, how she didn’t want to go home! It had been this way from the beginning. First she had tried to convince me to stay in Paris; then, when the bombs started dropping on Paris, to resettle in the South of France; then, when Mussolini started making noises about invading the South of France, to sail to En gland, which the Neutrality Act forbade us from doing (for which she would not forgive Roo se velt). And now she wanted to stay on in Portugal. Portugal!
I should mention — I can mention, since Julia is dead now and cannot stop me — that my wife was Jewish, a fact she preferred to keep under wraps. And it is true, in Portugal there was no anti- Semitism to speak of, quite simply because there were no Jews. The Inquisition had taken care of that little problem. And so she had decided that this country in which she was so disinclined to spend a few weeks would be a perfectly agreeable place to sit out the rest of the war. For she had sworn, when we had settled in Paris fifteen years before, that she would never go home again as long as she lived.
Well, she never did.“

 

 1781454-cdda124cf12220d614355139c483649c.jpg
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Aart van der Leeuw werd geboren in Hof van Delft op 23 juni 1876. Zie ook alle tags voor Aart van der Leeuw op dit blog.

 

De seizoenen

Najaar, vluchtend langs de wegen,
Bijna hebt gij afgelegd
't Rode kleed, dat losgeregen
Enkel aan één gesp nog hecht.

Langs de zoom der bruine heide
Zweef zo ijlings niet voorbij,
Zet Uw ben met fruit terzijde,
En tot afscheid zegen mij.

Ook Uw beide zusters duldden
Bij het afgaan van dit pad,
Dat mijn gul gebrachte hulde
Om een gunst, een weergroet, bad;

Zomer heeft haar doek verschoven,
En haar boezem bloot gemaakt,
Zacht heb ik die bron der hoven
Met de lippen aangeraakt;

En dat kind, wier lieflijk Leven
Duurt zolang de koekoek lacht,
Heeft mij hier een bloem gegeven,
Dat ik altijd aan haar dacht.

Kom dus tot mij, herfst, want ginter,
Laatste leidsvrouw van het jaar,
Nadert reeds de bleke winter
Met een maretak in 't haar.

 

 

Dichten: sluimeren

Zoals een kind dat zich ontkleedt,
Het glimlacht naar 't vergulde raam,
Het vouwt zijn helder lijfgoed saam
En zoekt zijn sponde, slaap-gereed,

Zo is mijn dichter, ook hij legt
De last of van den langen dag,
Tot hij, getooid slechts met zijn lach,
Stil luistert naar wat sluimer zegt,

De sluimer, een bewogen boom,
Die tot een schoner waken wekt,
Onder wiens lover, zon-gevlekt,
Dromen wordt zingen, zang een droom.

 

 1781454-b9c77a3149383b91fcf9e0b36cd8eb53.jpg
Aart van der Leeuw (23 juni 1876 – 17 april 1931)

 

 

De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook alle tags voor Pascal Mercier op dit blog.

Uit: Der Klavierstimmer

„Zweimal hast du heute morgen den leeren Becher an die Lippen geführt, bevor du ihn ausspültest. Als du nach einem Augenblick des Zögerns zum Küchentuch griffst, um ihn zu trocknen, hatte ich die Hoffnung, du würdest ihn in die Reisetasche stecken, die fertig gepackt im Entrée stand. Als einen Gegenstand, der uns über alle Abschiede hinaus verbände. Statt dessen tatest du den trockenen Becher in die Geschirrablage, als müßte er noch weitertrocknen. Es geschah langsam und mit großer Behutsamkeit. Dann gingst du voran. In dem Blick, mit dem du mich streiftest, lag erschöpfte Tapferkeit und der dunkle Schimmer der Resignation, denn wie immer fiel dir die grausame Rolle derjenigen zu, die den Abschied vollziehen mußte. Ich war froh, daß dies noch nicht der letzte Blick war. Gleichzeitig zitterte ich vor dem Moment, wo wir nachher unter der Hautür stehen würden, um den letzten Blick zu tauschen.
Deine Stiefel waren laut auf den Fliesen. Mit einer schnellen Bewegung schlüpftest du in den Mantel und holtest die Handschuhe aus der Tasche. Während du sie anzogst, standest du mit gesenktem Kopf vor mir. Nie wieder würde ich diese Hände auf mir spüren. Ich dachte an die weißen Handschuhe aus Spitze und öffnete die Tür, um das Bild zu verscheuchen. Dann begegneten sich unsere Blicke. Mit leise zitternden Lippen versuchtest du ein Lächeln, das deinen und meinen Schmerz, wenn nicht zu leugnen, so doch zu verharmlosen suchte: Machen wir es uns nicht schwerer, als es ist! Einen entsetzlichen Augenblick lang dachte ich, du würdest mir die Hand geben, etwas, was wir – außer wenn wir andere spielerisch nachahmten, so daß die Geste wie ein Zitat war – niemals getan haben.“

 

 1781454-4010f1dfcfcf85ce9363f8a7f816521d.jpg
Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)
 

 

 

De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Zie ook alle tags voor Franca Treur op dit blog.

Uit: Dorsvloer vol confetti

“Katelijne vraagt zich af of de moeder het leuk vindt zo, en moet er opeens aan denken dat zij op een tweede pinksterdag de vader heeft ontmoet. Achter op de motor bij zijn vriend, die haar neef was, werd hij bij haar het erf op gereden. Wonderlijk hoe God soms mensen bij elkaar brengt, zegt de vader als het gesprek erover gaat.
De moeder zat die dag in een kort blauw jurkje in een tuinstoel bij haar ouders op het gazon.
‘Ze blonk in d’r vel,’ zegt de vader altijd. Het detail van het korte jurkje heeft de vader lang geleden een keer verteld, en Katelijne heeft dat altijd onthouden. In latere versies ontbreekt het en de moeder beweert sindsdien dat ze geen jurkjes boven de knie had vroeger. Maar de opa en oma van moederskant wisten het ook allebei nog, van dat korte blauwe jurkje, toen ze daar lang geleden een keer naar vroeg.
Het is moeilijk voor te stellen: de moeder in een kort jurkje. Met elke keer dat ze in verwachting was, heeft ze er een paar kilo bij gekregen, alsof ze één voor één het bubbeltjesplastic waarin ze hebben gezeten in de moeder hebben achtergelaten. De ruimvallende witte blouses die ze tegenwoordig draagt, moeten in een speciale winkel voor grote maten worden gekocht. Het eerste wat ze doet als ze ermee thuiskomt is het etiketje met de maat eruit knippen
Twee fietsers rijden langs, een man en een vrouw op precies eendere fietsen. Ze dragen allebei een donkerblauwe jas en een lichte broek en ze kijken nieuwsgierig naar de familie. Katelijne geniet van hun verbaasde gezichten wanneer ze alle jongens tussen de maïsplantjes zien lopen. Mensen kijken vaak verbaasd naar hen, omdat ze met zoveel zijn.”

 

 1781454-297892797876058c16769949f10281b7.jpg
Franca Treur (Meliskerke,23 juni 1979)

 

 

De Franse (toneel)schrijver Jean Anouilh werd geboren in Bordeaux op 23 juni 1910. Zie ook alle tags voor Jean Anouilh op dit blog.

Uit: Antigone (Vertaald door Frans Geiger)

„ANTIGONE: murmelt
„Glück (...) Was wird mein Glück sein? Was für eine glücklichc Frau soll aus der kleinen Antigone werden? Welche Niedrigkeiten werde ich Tag für Tag begehen müssen, um dem Leben mit den Zähnen ein kleines Fetzchen Glück zu entreißen?
Sag doch, wen werde ich belügen, wem falsch ins Gesicht Iächeln und an wen mich verkaufen müssen? Bei wem muß ich mich abwenden und ihn sterben Iassen?
Nein, ich bin nicht still! Ich will wissen, was ich tun muß, um glücklich zu werden. Jetzt will ich es wissen, denn ich habe nicht lange Zeit, mich zu entscheiden. Du sagst, das Leben sei schön. Ich möchte jetzt wissen, wie ich es anstellen muß..
(KREON: Liebst du Hämon?)
ANTIGONE; Ja, ich liebe Hämon. Ich liebe einen Hämon, der jung und stark ist, einen Hämon, der anspruchsvoll und treu ist wie ich. Aber ich liebe ihn nicht nach euren Begriffen vom Leben und vom Glück. Wenn er nicht mehr erbleichen darf, wenn ich erbleiche, wenn er mich nicht tot glaubt. wenn ich nur fünf Minuten zu spät komme. wenn er mich nicht mehr haßt und sich allein fühlt, wenn ich Iache, ohne daß er weiß warum. wenn er für mich der Herr Hämon wird und wenn auch er das Jasagen lernen muß - nein - dann liebe ich ihn nicht mehr.
(KREON: Du weißt nicht, was du sagst. Sei still!)
ANT IGONE: 0 doch, ich weiß es sehr gut - aber du verstehst mich nicht mehr. Ich bin zu weit weg von dir - meine Stimme spricht aus einer Welt, die dir mit deinen Sorgenfalten, mit deiner Weisheit und deinem dicken Bauch für immer verschlossen ist. Sie lacht Ah - ich muß lachen, Kreon, ich muß lachen, weil ich mir plötzlich vorstelle, wie du wohl mit fünfzehn ausgesehen hast. Sicher dieselbe machtlose, unfähige Miene und die Einbildung, alles zu können. Das Leben hat dir nur die kleinen Falten und den Speck dazugegeben.“

 

 1781454-a3dd30075af513391806663ffbc33485.jpg
Jean Anouilh (23 juni 1910 – 3 oktober 1987)
Scene uit een opvoering in de Comédie-Française Salle Richelieu in Parijs in 2014

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Bach werd geboren in Oak Park, Illinois op 23 juni 1936. Zie ook alle tags voor Richard Bach op dit blog.

Uit: The Bridge Across Forever

“Then I thought no. The world needs models, people living interesting lives, learning things, changing the music of our time. What do people do with their lives who are not struck down with poverty, crime, war? We need to know people who have made choices that we can make, too, to turn us into human beings. Otherwise, we can have all the food in the world, and so what? Models! We love ‘em! Don’t you think?”
“I suppose,” she said. “But I don’t like that word, model.”
“Why not?” I said, and knew the answer at once. “Were you a model?”
“In New York,” she said, as though it were a shameful se­cret.
“What’s wrong with that? A model is a public example of special beauty!”
“That’s what’s wrong with it. It’s hard to live up to. It frightens Mary Moviestar.”
“Why? What’s she afraid of?”
“Mary got to be an actress because the studio thought she was so pretty, and she’s been afraid ever since that the world is going to find out she isn’t that pretty and she never was. Being a model was bad enough. When you call her a public example of being beautiful, it makes it worse for her.”
“But Leslie, you are beautiful!” I blushed. “I mean, there’s certainly no question that you’re… that you’re… extremely appealing....”
“Thank you, but it doesn’t matter what you say. No matter what you tell her, Mary thinks beauty is an image someone else created for her. And she’s a prisoner of the image. Even when she goes to the grocery store, she should be all done up, just so. If not, somebody is sure to recognize her and they’ll say to their friends, ‘You ought to see her in person! She’s not half as pretty as she’s supposed to be!’ and Mary’s disappointed them.” She smiled again, a little sad. “Every actress in Hollywood, every beautiful woman I know is pretending to be beautiful, she’s afraid the world will find out the truth about her sooner or later. Me, too,”

 

 1781454-06a0d71d0ed1b73345eb0698033f0c35.JPG
Richard Bach (Oak Park, 23 juni 1936)

 

 

De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

  

You Will Hear Thunder

You will hear thunder and remember me,
And think: she wanted storms. The rim
Of the sky will be the colour of hard crimson,
And your heart, as it was then, will be on fire.

That day in Moscow, it will all come true,
when, for the last time, I take my leave,
And hasten to the heights that I have longed for,
Leaving my shadow still to be with you.

 

 

Everything

Everything’s looted, betrayed and traded,
black death’s wing’s overhead.
Everything’s eaten by hunger, unsated,
so why does a light shine ahead?

By day, a mysterious wood, near the town,
breathes out cherry, a cherry perfume.
By night, on July’s sky, deep, and transparent,
new constellations are thrown.

And something miraculous will come
close to the darkness and ruin,
something no-one, no-one, has known,
though we’ve longed for it since we were children.

 

 1781454-60bc6c1cb842dff6772999c837b4f9bc.jpg
Anna Achmatova ( 23 juni 1889 - 5 maart 1966)
Portret door Olga Della-Vos-Kardovskaya, 1914

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres Hanneke van Eijken werd geboren in 1981 in Amersfoort. Zie ook alle tags voor Hanneke van Eijken op dit blog.

 

Vachtloos

Stapvoets leerde ik tussen muren ademen
en ik verlangde steeds minder
naar de mogelijkheden van een open veld

ik droomde zelden van gras
maar steeds vaker van mensen
en van dingen die in huizen passen
op een dag sprak ik een vreemde taal

vaak jaagt nog een kudde
door mijn hoofd, met teerzwarte staarten
ze stampen in het ritme
van een woedende zee

schuimkoppen glimmen
op hun lippen

ik hoef alleen een hek open te zetten, een raam
op een kier te laten, ze naderen
in galop

 

 1781454-8d4d99905f47bd2dd1bc7887842b128e.jpg
Hanneke van Eijken (Amersfoort, 1981)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juni 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:28 Reageer op dit bericht

Rafik Shami

De Syrisch-Duitse schrijver Rafik Shami werd geboren op 23 juni 1946 in Damascus. Het pseudoniem "Rafik Shami" betekent Damascene vriend. De echte naam van de auteur is Suheil Fadel. Shami stamt uit een christelijke Aramese minderheid in Damascus. Hij bezocht een jezuïetische klooster-kostschool in het noorden van Libanon en studeerde in Damascus scheikunde, wiskunde en natuurkunde. Al met 19 jaar was hij gegrepen door de literatuur en opgericht en in 1966 begon in de oude stad van Damascus de muurkrant Al-Muntalak (Úitgangspunt '), die in 1969 werd verboden. In 1970 vluchtte Rafik Shami uit zijn geboorteland Syrië, eerst naar Libanon, deels om militaire dienst te vermijden, deels omdat hij dreigde "te stikken" vanwege de censuur. In 1971 emigreerde hij naar de Bondsrepubliek Duitsland. Hij bleef scheikunde studeren in Heidelberg en promoveerde in 1979. Hij heeft vele artikelen in tijdschriften en bloemlezingen gepubliceerd, eerst in het Arabisch, sinds 1977 ook in de Duitse taal. In 1978 vershcheen met “Andere Märchen” zijn eerste boek in het Duits. In 1980 was hij mede-oprichter van de literaire groep "South Wind" en de Poli Art Club (= Polynationaler Literatuur en Kunst Association). Sinds 1982 woont hij als freelance schrijver in de Pfalz. Van 1980 tot 1985 was Rafik Shami co-redacteur en auteur van de serie " „Südwind-Literatur“. Shami zet zich al vele jaren voor de verzoening tussen Palestijnen en Israëli's en probeerde bij vele gelegenheden deze te bevorderen, zoals op conferenties en in zijn uitgebreide essayistische werk. Hij bezit zowel het Syrische als het Duitse staatsburgerschap. In 1990 ontmoette hij de tekenares en schrijfster Root Leeb kennen, met wie hij sinds 1991 is getrouwd. Root Leeb ïllustreerde een groot aantal van zijn boeken en ontwierp de covers van alle door DTV uitgegeven boeken. In 2010 verkreeg Shami het gebroeders Grimm hoogleraarschap aan de Universiteit van Kassel. Zijn lezingen gingen over de kunst van het vertellen van verhalen.

Uit: Sophia

“Aida fuhr an diesem Tag besonders unsicher, sie hielt zwar das Gleichgewicht auf dem Fahrrad, aber sie schaute dauernd auf den Lenker, und ihr Vorderrad malte eine Schlangenlinie auf den Boden. Karim ermahnte sie: »Nach vorne schauen, vergiss den Lenker, er folgt sklavisch deinem Blick«, aber ihre Augen richteten sich wie hypnotisiert auf den glänzenden Bügel zwischen ihren Händen.
Es war die Feuertaufe, wie Aida die Fahrt durch die Jasmingasse nannte. Sie trug an diesem Tag weiße Espadrilles, eine blaue Hose und ein rot-weißes Streifenshirt. Ihr langes graues Haar hatte sie zu einem Pferdeschwanz gebunden. Sie geriet immer wieder ins Schlingern und lachte dabei laut, als wollte sie ihr Herzklopfen überspielen. Karim hielt das Fahrrad fest am Sattel.
Es war ein robustes Hollandrad, das er vor dreißig Jahren gebraucht gekauft hatte. Er liebte das Fahrrad und ließ in all den Jahren niemand anderen darauf. Und er hatte sich nie vorgestellt, dass das jemals anders würde, bis ihn Aida vor etwa einem Monat fragte, ob es etwas gebe, was er nicht beherrsche und immer gewünscht habe zu können. Sie waren bereits über ein halbes Jahr zusammen.
»Ein Musikinstrument spielen«, antwortete er und zögerte kurz, »genauer gesagt, meine Lieblingsmelodien mit einer Oud hervorzaubern«, fügte er leise hinzu und schluckte den Rest hinunter: »wie du es kannst«, weil er sicher war, es war zu spät. Er hatte zwar geschickte Hände, aber sie waren bereits über fünfundsiebzig Jahre alt.
Schon als Kind hatte er davon geträumt, doch im Elternhaus war Musizieren verpönt, die wohlhabende Familie besaß zwar ein Radio, und sein Vater hörte neben den Nachrichten und Berichten gelegentlich das eine oder andere Lied oder Musikstück, aber er erlaubte niemandem, zu singen oder Musik zu spielen. Karims Mutter besaß eine wunderschöne Stimme, aber sie sang nur heimlich, wenn der Vater außer Haus war. Als sein Bruder Ismail es einmal wagte, leise die Flöte zu
spielen, die er gekauft hatte, bekam er Prügel. »Das ist Zigeunerzeug«, sagte sein Vater verächtlich.“

 

 1889126-db840d18066a36012cec8f519971e6a6.jpg
Rafik Shami (Damascus, 23 juni 1946)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten