Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 juli 2015 tot 1 augustus 2015

Dolce far niente, William Shakespeare, A. E. Housman, Friedrich Schiller, Gerrit Krol

 

Dolce far niente – Canal Parade

 

 1797373-89a267a25e1886e34b51bcc3ac3f7543.jpg
Gay Pride 2015, Amsterdam

 

 

Sonnet 104 - To me, fair friend, you never can be old

To me, fair friend, you never can be old,
For as you were when first your eye I ey'd,
Such seems your beauty still. Three winters cold,
Have from the forests shook three summers' pride,
Three beauteous springs to yellow autumn turn'd,
In process of the seasons have I seen,
Three April perfumes in three hot Junes burn'd,
Since first I saw you fresh, which yet are green.
Ah! yet doth beauty like a dial-hand,
Steal from his figure, and no pace perceiv'd;
So your sweet hue, which methinks still doth stand,
Hath motion, and mine eye may be deceiv'd:
For fear of which, hear this thou age unbred:
Ere you were born was beauty's summer dead.

 

 1797373-878365806d5b83d52e0ccae0a0611e78.jpg
William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Joseph Fiennes als de jonge Shakespeare in de film Shakespeare in Love, 1998

 

 

You smile upon your friend to-day

You smile upon your friend to-day,
To-day his ills are over;
You hearken to the lover's say,
And happy is the lover.

'Tis late to hearken, late to smile,
But better late than never;
I shall have lived a little while
Before I die for ever.

 

 1797373-2cb36323fbe1e043de2931dd8f91b063.jpg
A. E. Housman (26 maart 1859 – 30 april 1936)

 

 

Die Freundschaft

Freund! genügsam ist der Wesenlenker -
Schämen sich kleinmeisterische Denker,
    Die so ängstlich nach Gesetzen spähn -
Geisterreich und Körperweltgewühle
Wälzet eines Rades Schwung zum Ziele;
    Hier sah es mein Newton gehn.

Sphären lehrt es, Sklaven eines Zaumes,
Um das Herz des grossen Weltenraumes
    Labyrinthenbahnen ziehn -
Geister in umarmenden Systemen
Nach der grossen Geistersonne strömen,
    Wie zum Meere Bäche fliehn.

War's nicht dies allmächtige Getriebe,
Das zum ew'gen Jubelbund der Liebe
    Unsre Herzen an einander zwang?
Raphael, an deinem Arm - o Wonne!
Wag' auch ich zur grossen Geistersonne
    Freudigmuthig den Vollendungsgang.

Glücklich! glücklich! dich hab' ich gefunden,
Hab' aus Millionen dich umwunden,
    Und aus Millionen mein bist du -
Lass das Chaos diese Welt umrütteln,
Durcheinander die Atomen schütteln;
    Ewig fliehn sich unsre Herzen zu.

Muss ich nicht aus deinen Flammenaugen
Meiner Wollust Wiederstrahlen saugen?
    Nur in dir bestaun' ich mich -
Schöner malt sich mir die schöne Erde,
Heller spiegelt in des Freunds Geberde
    Reizender der Himmel sich.

Schwermuth wirft die bangen Thränenlasten,
Süsser von des Leidens Sturm zu rasten,
    In der Liebe Busen ab;
Sucht nicht selbst das folternde Entzücken
In des Freunds beredten Strahlenblicken
    Ungeduldig ein wollüst' ges Grab?

Stünd' im All der Schöpfung ich alleine,
Seelen träumt' ich in die Felsensteine,
    Und umarmend küsst' ich sie -
Meine Klagen stöhnt' ich in die Lüfte,
Freute mich, antworteten die Klüfte,
    Thor genug! der süssen Sympathie.

Todte Gruppen sind wir - wenn wir hassen,
Götter - wenn wir liebend uns umfassen!
    Lechzen nach dem süssen Fesselzwang -
Aufwärts durch die tausendfachen Stufen
Zahlenloser Geister, die nicht schufen,
    Waltet göttlich dieser Drang.

Arm in Arme, höher stets und höher,
Vom Mongolen bis zum griech'schen Seher,
    Der sich an den letzten Seraph reiht,
Wallen wir, einmüth'gen Ringeltanzes,
Bis sich dort im Meer des ew'gen Glanzes
    Sterbend untertauchen Mass und Zeit. –

Freundlos war der grosse Weltenmeister,
Fühlte Mangel - darum schuf er Geister,
    Sel'ge Spiegel seiner Seligkeit!
Fand das höchste Wesen schon kein gleiches,
Aus dem Kelch des ganzen Seelenreiches
    Schäumt ihm - die Unendlichkeit.

 

 1797373-11ffe7c33148aad06fabd152f1893962.jpg
Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)
Borstbeeld in Rudolstadt

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Het nieuwe kanaal

Ik weet het niet, de aarde,
de zon als het geregend heeft,
de geuren van het nabestaan,
vooral de bermen hebben het,
het lange gras dat wuift
en droogt waarin ik sta
om niet te vallen languit
en gemeen te zijn met haar
aan alle zijden -
de vogel zit weer op zijn tak,
de zon straalt over de aarde...
 
dan loop ik over het water,
de schoenen in de hand.

 

Zondagmiddag
 
Die zondagmiddag in de stad -
geslapen bij A. tot 12 uur,
gelopen met een luchtbed door het park
naar B. die nog niet wakker was,
maar toch afgegeven en thee gehad
en daarna weer door de stad,
op de Nieuwendijk staan kijken
om mij heen, een gewone, grijze,
keiharde zondagmiddag, niets gezien,
naar huis gegaan.

 

Gesprek
 
Het is mijn hulpvaardigheid,
mijn vriendschap dat ik haar
begeer te tonen waar
wij op straat over spraken,
zonder emotie, als een paar,
bijna wetenschappelijk,
dat kan, - het is mijn eer
te spreken als een arts,
een wijsgeer die de vrouw
wijst waar zij staat en haar
stelt voor de gevolgen
van haar kleine onzinnigheden,
mijn zachtmoedigheid
als ik opmerk dat er
geen weg terug is voor haar
en niet voor mij die haar
in mijn handen houd en in
haar verschrikte ogen kijk,
mijn sportiviteit in dezen,
mijn humor enzovoort,
ze heeft het niet begrepen.

 

 1797373-1facef3c778e2004e0d69ca5cc55788c.jpg
Gerrit Krol (1 augustus 1934 -24 november 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2014 en ook mijn blog van 1 augustus 2013 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 2 en eveneens deel 3.


Geschreven door Romenu om 17:59 Reageer op dit bericht

Mehis Heinsaar

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn in 1973. Hij bezocht de middelbare school in Tallinn en studeerde van 1992 tot 2000 Estse literatuur aan de universiteit van Tartu. In 1996 richtte hij in Tartu met o.a. Kalju Kruusa, Kristiina Ehin en Timo Maran de groep Erakkond2 die zichzelf echter niet als een literaire groep beschouwt. Heinsaar heeft honderden verhalen geschreven en gepubliceerd in tijdschriften of kranten, verzameld in vijf bundels. Hij waagde zich ook aan een roman en schreef poëzie en theaterstukken. Zijn verzamelde gedichten verschenen in 2009. Zijn roman” Het verhaal van Artur Sandman of de reis naar de andere kant van zichzelf” kende een gemengde ontvangst. Hij zelf zei in 2008 dat hij "misschien te jong was om deze roman te schrijven, maar dat hij wel moest. Zijn stukken zijn opgevoerd in het studententheater in Tartu (2002,2003, 2009).

Uit: Butterfly Man (Vertaald door Tiina Randviir)

“As he touched the door handle, something in Anselm snapped and separated from him in the form of a swarm of butterflies, scattering in all directions around the director’s office. Anselm turned deathly pale and started to flap his arms about, trying to catch the fluttering creatures. In the process he smashed a few vases and an aquarium with a few goldfish in it. The butterflies he caught he stuffed into his mouth, casting wild glances towards the director who was standing petrified, watching the conjurer’s every move.
“I usually have lunch at this time,” was Anselm’s stupid explanation. “And I want to keep to my meal times.” Realising how feeble this sounded, the conjurer fled from the room. As he ran downstairs, he heard someone panting behind him, and ran faster. At the front door, however, the director caught up with the fugitive. “Hey – what’s the big hurry? What you just showed me, all those butterflies – that
was brilliant!”
“... Oh, please, don’t mock my disability,” interrupted Anselm. “I’ve suffered enough already. It’s always the same, every time I experience a strong emotion, these creatures start flying off my body. I was bullied at school for it, and my relatives, even my parents, saw me as some kind of freak although
I’ve always been of perfectly sound mind. Only a maniac biologist once took a perverse interest in my phenomenon, actually she became my mistress in order to examine me more thoroughly. Among my body butterflies she found marsh carpets and bagworm moths, but she took a particular fancy to
the purple emperors who emerged when I experienced physical ecstasy. She counted over five hundred species, each supposedly indicating a particular mood of mine. I finally got fed up with her nonsense and sent her packing. So now you know.”
“But it’s simply fantastic!” exclaimed the director, overjoyed. “Your biologist was a gem and you, my dear young friend, are a great magician. Tomorrow you will be our star attraction – if you’re happy with that, of course – and your salary will be tripled. Come and meet your wonderful colleagues who will
show you your quarters.” The flushed director dragged Anselm to the back rooms and pressed an unexpectedly large sum of money into his hand. “This is an advance. Irmgiird!” he yelled. “Come and show our young magician his new home!” The director made a slight bow and left.”

 

 1885574-072c65c8a856dff3db7fb598a2fddec9.jpeg
Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Henry Lawson, Cees Nooteboom, Wouter Godijn, Grand Corps Malade

 

Dolce far niente

 

 1797067-2e59b21365de867ff8387297f4554772.jpg
Gleaming Waters door Henry Scott Tuke, 1910

 

 

The Days When We Went Swimming

The breezes waved the silver grass,
Waist-high along the siding,
And to the creek we ne'er could pass
Three boys on bare-back riding;
Beneath the sheoaks in the bend
The waterhole was brimming -
Do you remember yet, old friend,
The times we 'went in swimming'?

The days we 'played the wag' from school -
Joys shared - and paid for singly -
The air was hot, the water cool -
And naked boys are kingly!
With mud for soap the sun to dry -
A well planned lie to stay us,
And dust well rubbed on neck and face
Lest cleanliness betray us.

And you'll remember farmer Kutz -
Though scarcely for his bounty -
He leased a forty-acre block,
And thought he owned the county;
A farmer of the old world school,
That grew men hard and grim in,
He drew his water from the pool
That we preferred to swim in.

And do you mind when down the creek
His angry way he wended,
A green-hide cartwhip in his hand
For our young backs intended?
Three naked boys upon the sand -
Half buried and half sunning -
Three startled boys without their clothes
Across the paddocks running.

 

 1797067-41b446fd85015a705d4ba2945eea4c75.jpg
Henry Lawson (17 juni 1867 – 2 september 1922)
Als 14-jarige in 1881

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

 

Middernacht

De jonge man aan zijn tafel
is een oude man, gewikkeld in een krant.
Het is middernacht, de diepvriesmaan
vermoedt de weg waarheen

maar wil nog niet. Een geest
beheert het boek waarin het lot
gelegerd is, de schrijver
is afwezig, 'komt zo terug',

pas op de winkel! Uit het verleden
sluipt een zin, gecamoufleerd,
de laarzen op de straat
zoeken hun weg in broze jaren.

Geweld is zachtzinnig, de jonge man
kijkt naar de oude man
tot die zijn krant tot vleugels vouwt
en wegvliegt zonder groeten.

ook ergens anders
zingt het zachtjes

Alsof een duif
het opgeeft.

 

 

De eentonige klok

Een blanke man met blauwe voeten
ligt in de heldere kamer eenzaam op zijn bed
zoals de maan, door geen wolken gehinderd,
haar weg slijt zonder vertedering.

De man let niet op de maan.
Hij heeft de symbolen van zon en maan,
goud, zilver, as verbrand in zijn lichaam.
angstig teruggekeerd uit een wildernis
spint hij een nieuw metaal uit de helderheid van zijn denken.

Is hij compleet zonder angst?
Is hij levend zonder de wraak van de tegenspraak,
zonder sterven?

De eentonige klok van de zee.

De eentonige klok van de zee.

Zijn gedachten worden hard,
en duidelijk.

De man met de blauwe voeten ligt in de ruimte van zijn kamer.
En lijkt voor het eerst op zichzelf.

 

 

Niets

Het leven
je zou het je moeten kunnen
herinneren
als een buitenlandse reis
en er met vrienden of vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
Het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen

en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen.

En ook verder kunnen ze niets.

 

 1797067-238681b5964cc21026aff636e0a823fa.jpg
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Wouter Godijn werd geboren in Amsterdam op 31 juli 1955. Zie ook alle tags voor Wouter Godijn op dit blog.

 

Boven het teiltje

Het kind laat het hoofd hangen
boven het teiltje en voelt
hoe haar ontbijt zich als een vliegtuig klaarmaakt om op te stijgen
en weer omlaagzakt,
voelt zich een ballon geladen met onheil
en hagelslag. De vader

stelt vast dat haar gewaarwordingen de zijne worden,
dat ze veranderen in wanhoop
die zo af en toe overgaat in opwinding
wanneer hij zich de borsten van zijn vrouw herinnert:
als twee roomblanke ruimteschepen vliegen ze statig door zijn bewustzijn.

Is de wanhoop van deze ervaring de overweldigendste?
en zal hij deze vermoeiende eigenschap
van de manier waarop hij het bestaan ervaart
mee moeten zeulen tot hij zijn einde is binnengestruikeld?

Er komt geen antwoord maar de vragen vervagen,
in de tuin zuigt het konijn aan de zuigfles,
voor de gebeurtenissen in de trein een paar kilometer verderop

kan geen plaats worden gemaakt in dit gedicht
en de sneeuw valt teder en onverschillig.

 

 1797067-e58f2c5bc452a02c4f5aaf1db2008767.jpg
Wouter Godijn (Amsterdam, 31 juli 1955)

 

 

De Franse Poetry Slam kunstenaar Grand Corps Malade (eig. Fabien Marsaud) werd geboren op 31 juli 1977 in Le Blanc-Mesnil, Seine-Saint-Denis. Zie ook alle tags voor Grand Corps Malade op dit blog.

 

Nos absents

C'est pas vraiment des fantômes, mais leur absence est tellement forte
Qu'elle crée en nous une présence qui nous rend faible ou nous supporte
C'est ceux qu'on a aimés qui créent un vide presque tangible
Car l'amour qu'on leur donnait est orphelin et cherche une cible

Pour certains on le savait, on s'était préparé au pire
Mais d'autres ont disparu d'un seul coup, sans prévenir
On leur a pas dit au revoir, ils sont partis sans notre accord
Car la mort a ses raisons que notre raison ignore

Alors on s'est regroupé d'un réconfort utopiste
À plusieurs on est plus fort mais on n'est pas moins triste
C'est seul qu'on fait son deuil, car on est seul quand on ressent
On apprivoise la douleur et la présence de nos absents

Nos absents sont toujours là, à l'esprit, dans nos souvenirs
Sur ce film de vacances, sur ces photos pleines de sourires
Nos absents nous entourent et resteront à nos côtés
Ils reprennent vie dans nos rêves, comme si de rien n'était

On se rassure face à la souffrance qui nous serre le cou
En se disant que là où ils sont, ils ont sûrement moins mal que nous
Alors on marche, on rit, on chante, mais leur ombre demeure
Dans un coin de nos cerveaux, dans un coin de notre bonheur

Nous, on a des projets, on dessine nos lendemains
On décide du chemin, on regarde l'avenir entre nos mains
Et au cœur de l'action, dans nos victoires ou nos enfers
On imagine de temps en temps que nos absents nous voient faire

Chaque vie est un miracle, mais le final est énervant
Je me suis bien renseigné, on n'en sortira pas vivant
Il faut apprendre à l'accepter pour essayer de vieillir heureux
Mais chaque année nos absents sont un petit peu plus nombreux

Chaque nouvelle disparition transforme nos cœurs en dentelle
Mais le temps passe et les douleurs vives deviennent pastel
Ce temps qui, pour une fois, est un véritable allié
Chaque heure passée est une pommade, il en faudra des milliers

Moi, les morts, les disparus, je n'en parle pas beaucoup
Alors j'écris sur eux, je titille mes sujets tabous
Ce grand mystère qui nous attend, notre ultime point commun à tous
Qui fait qu'on court après la vie, sachant que la mort est à nos trousses

C'est pas vraiment des fantômes, mais leur absence est tellement forte
Qu'elle crée en nous une présence qui nous rend faible ou nous supporte
C'est ceux qu'on a aimés qui créent un vide presque infini
Qu'inspirent des textes premier degré

Faut dire que la mort manque d'ironie

 

 1797067-42f0dc91ef2367a6f4e9fda1f2ac96ba.jpg
Grand Corps Malade (Le Blanc-Mesnil, 31 juli 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2013 en ook  mijn blog van 31 juli 2012 en ook mijn blog van 31 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 20:12 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten