Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 september 2015 tot 2 september 2015

R.A. Basart

De Nederlandse dichter en schrijver R.A. Basart werd op 2 september 1946 in Amsterdam geboren. Van R.A. Basart verschenen twee dichtbundels: 'Oranjebal' (1975) en 'De gezonde apotheek' (1977). Twintig jaar na de laatste bundel verscheen er nog een roman: 'De laatste lach' (1997). Basart publiceerde in 'Avenue', 'Spektator', 'Gedicht', 'De Revisor', 'Dietsche Warande & Belfort'. Hij ontving de Fontijn-aanmoedigingsprijs 1974 voor 'Oranjebal'. en 'De laatste lach' werd genomineerd voor de Nederlandse Debutanten Prijs 1998. Ook stond deze roman op de Longlist voor de AKO-Literatuurprijs 1998. Basart werkt als docent Nederlands en is medeoprichter van Scrip+, een bureau dat beginnende schrijvers met tekstueel advies bijstaat.

 

Zelfportret als hond

De hond heeft geen nut,
dat weet hij.
Zijn leven is een onhandige smoes
die ras heet – of trouw
als hij niet in de mode is.
Met oren op de groei haast hij
zich zorgelijk van geur naar geur,
niet wetend of hij hoofdpijn heeft
of nadenkt.

 

 

De kale dis

We zaten aan een tafel van puur goud
En sloegen op de borden van de honger.
Er stonden voor de ramen honderd zonnen,
Voor elk raam één, dus welbeschouwd

Een feestelijk gezicht. Wie was getrouwd
Met wie? Om wie was dit begonnen?
En paste mij nu vrolijkheid of rouw?
Ik wist alleen dat ik verrekte van de honger

En dat er iets te vieren viel. Of niet.
De gastheer was in elk geval een vrek:
Mijn bord bleef leeg. Ik dacht: zelfs al verjaart

Hij hoogstpersoonlijk - ìk vertrek! Maar ik verliet
De zaal niet, want gelijk sprong men mij op de nek,
Schreeuwend van: 'Krentekakker! Hìèr die taart!'

 

 

 1864480-0fb8508ef258290475002a8caba39ab1.jpg
R.A. Basart (Amsterdam, 2 september 1946)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Willem de Mérode, Eric de Kuyper, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Joseph Roth, Pierre Huyskens

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

De zaligen

De gele rozen lichten langs ‘t terras.
In diepe stoelen liggen zij te rusten,
de zaligen, die elkaar gelukkig kusten,
de toekomstlozen; heel hun leven was

een dringen naar de voorgeweten uren,
waar alles eensklaps in vergeten is;
‘t verwaait, nadat het stukgereten is,
hun oud bestaan; en nooit kan iets meer duren

naast dit verzonken zijn, dit niet meer wezen
deze gevaarlijk stille eeuwigheid,
dit weggevaagd zijn en te rust geleid,
waaruit zij langzaam, stil en moe verrezen.

De regen, een grijs kraalgordijn, een poos
zacht tikkelend, laat door zijn lauwe kieren
hen ‘t paradijs nog zien met zijn revieren,
achter de vlammen van de gele roos.

 

 

Jonathan

Zijn kleren had hij niet alleen geruild
en kostbaar wapentuig, maar ook zijn leven.
Hij had zijn wijsheid en zijn kracht gegeven
en wat in harts verholen diepten schuilt.

Voor simpele eenvoud, sterke aanhanklijkheên,
bood hij het de gebronsde jonge herder.
Die nam, en streed, en slingerde het verder
en trof Saul met de scherpgekante steen.

En Jonathan duldde het dubbel leed.
Hij dacht zijn vader hard en David wreed,
en kampte om ’t arm geluk van dood te zijn.

Bij ’t rijzen van de grijze schemervloed
gruwt David van de lauwe smaak van bloed,
en staart vol afschuw naar de rode wijn.

 

 

De seringen

Deze geuren zijn zo week als 't strelen
Van een hand door zijïg zachte haren.
O hun vleiïng die het bloed met zware
Slagen door de vingeren doet spelen

En dan zachtjes tempert tot bedaren.
En een vreemde droefheid glijdt met hele
Lichte aarzelingen in vervelen
Over, en een lusteloos strak staren.

O dit wreed genadeloze dringen
Van uw schone rouw, paarse seringen,
Tot ons denken, tot ons vlotte bloed,
Is gelijk een overmacht van minnen,
Die 't weerstreven der nerveuze zinnen
Sidderend zich onderwerpen doet.

 

 1809441-7c883f203625f05c80ee99b7bb82bf97.jpg
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Cover

 

 

De Belgisch schrijver, filmregisseur, filmtheoreticus Eric de Kuyper werd geboren in Brussel, op 2 september 1942. Zie ook alle tags voor Eric de Kuyper op dit blog.

Uit: Een tafel voor één. Reisberichten

“Keulen
Met zijn allen zitten we in een hyperluxueus restaurant aan tafel. De ambiance is die van een Franse salon uit de achttiende eeuw. Uiteraard namaak, maar het ziet er zo authentiek uit dat het allemaal wel héél, héél duur moet zijn geweest. De sfeer ademt een bijzondere en zeer opvallende ‘discretie’ uit. Die discretie is, dat heb ik hier in Duitsland al eerder gemerkt, een teken van onbetaalbare luxe. ‘Exklusiv’, zoals het heet.
We zijn de enige gasten in het restaurant, want het is naar Keulse begrippen erg laat om te dineren. Aanleiding voor deze late maaltijd is een bezoek van twee beroemde Britse schrijvers van misdaadverhalen (wier namen ik vergeten ben) aan het lokale filmmuseum. Elk van beide schrijvers spreekt met een totaal verschillende, maar wel volledig Britse tongval; hun accent verschilt, doch onder elkaar wedijveren ze om Britser te klinken dan de tegenstander. Ik kan niet precies beoordelen wie deze competitie aan het winnen is; maar ik merk wel dat de directeur van de British council af en toe instemmend knikt. De onvermijdelijke cultuurambtenaar van de stad knikt mee.
Aardige mensen zijn het, onze Keulse gastheren. Ze zijn welgesteld en cosmopoliet. Ze spreken vloeiend Engels en gedragen zich zo on-Duits dat ik bijna ga denken dat het Duitse joden zijn. En ze zijn ontspannen geheel overeenkomstig de stijl die de internationale filmcultuur (cultuur en niet business!) kenmerkt. Dat houdt ook in dat ze een beetje moe en overwerkt zijn. Maar vanavond gedragen ze zich vlot en ongedwongen, de indrukwekkende Herr B., zijn vrouw en hun beider vriend H.
Al jaren trekken ze met elkaar op. Ze hebben pionierswerk verricht voor de filmcultuur in het Rhein-Ruhrgebied. Op een grootse kleinschalige manier. Ze hebben de wereld afgereisd, contacten gelegd, filmnetwerken gespannen rond de Keulse Dom en de hele fine fleur van de filmwereld in deze stad te gast gehad. Ze hebben zich nooit afgevraagd of het wel zou lonen om hier in het Rhein-Ruhrgebied, in de ‘Provinz’, zoveel moeite te doen. Wat dat betreft zijn het echte cosmopolieten en geen mensen met een provinciale mentaliteit. Zet hen neer op de Noordpool, en nog zullen ze erin slagen er een boeiendere sfeer te creëren dan bijvoorbeeld in Manhattan. Vanavond valt de eer te beurt aan de Britse schrijvers; morgen komt Louis Malle. En eerder was ik zelf ook eens aan de beurt; zo heb ik ze leren kennen."

 

 1809441-2d5e277d869064249eeb2f78188838f5.jpg
Eric de Kuyper (Brussel, 2 september 1942)

 

 

De Amerikaanse schrijver Chris Kuzneski werd geboren op 2 september 1969 in Indiana, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Chris Kuzneski op dit blog.

Uit: The Prophecy

“Those familiar with Michel might have suspected the latter, since he had been publicly accused of practicing “the dark arts” on more than one occasion. But those charges never stuck. Partially because of his connection to the queen of France, a loyal patron who believed in his special powers, and partially because of his cunning. Nearly everything he had written was hidden in plain sight, published for the world to see, but purposely ambiguous. This was his way of avoiding prosecution. Authorities couldn’t convict him of witchcraft or wizardry because his writings could be interpreted in a variety of ways, most of which were benign.
Yet most scholars knew his work was anything but innocuous. They realized it was complex, and layered, and intentionally cryptic. The proverbial enigma, wrapped in a riddle, shrouded in mystery. Just like the man himself. Of course, Michel knew how he was perceived, which was why he penned his final letter in straightforward language and sealed it inside the box.
This was his last chance to explain himself to the world.
His last chance to warn the human race.”

 

 1809441-070df0f8b28bb7bea34b4510a6112fdd.jpg
Chris Kuzneski (Indiana, 2 september 1969)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan Daisne werd op 2 september 1912 in Gent geboren als Hermanus Thiery. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Johan Daisne op dit blog.

Uit: De trap van steen en wolken

“Ze hadden de Nieuwe Wereld gekozen eerst om den symbolischen naam, en dan vanwege nog steeds glanzende, ofschoon reeds zoo oude herinneringen in hen: van toen ze nog kinderen waren en verhalen uit die wereld hadden gelezen en vast hadden besloten er eenmaal in hun leven heen te trekken. Arizona, Curumilla, Burning Daylight ... namen waarvan ieder kind heeft opgegeven, maar die zij op den bodem van hun romantische harten, ook in den nuchteren alledag van later waren trouw gebleven. Toch bleek op het schip dat een stuk van de neurasthenie mede aan boord was gegaan. Gun bemerkte het met schrik op een zonnigen namiddag toen hij alleen in zijn dekstoel lag en Ra met hoofdpijn in hun hut was gebleven. Hij was aan het denken geweest hoe het in het vreemde land zou worden, tot hij plots weer het verschijnsel constateerde dat hij al te goed kende: zijn gedachten waren alleen voortgehold, hadden dan keert gemaakt en waren zoo in een cirkel blijven rondtollen. Dat was dezelfde verveling van vroeger, dezelfde vermoeidheid, dezelfde doelloosheid. Het nieuwe land zou geen horizon openen, het leven zou er op dezelfde wijze voortkruipen, wellicht met minder zorgen, maar wat zou er voor in de plaats komen? Hij zou aan het wilde landschap wennen zooals hij aan flats en auto's was gewend. Wat hij zocht was droom, enthousiasme, avontuur - drie synoniemen. Deze vlucht en deze reis waren avontuur geweest, maar ginder, ver van de menschen, zou er avontuur zijn, méér dan in de wereld waaruit hij was weggeloopen? Waarom was hij dan gegaan? ... Ach, de schoone Middeleeuwen met hun heerlijke combinatie van stilten en roerigheid! Hij dacht aan Tamalone ... droom op papier ... zou hij hem ooit terugvinden? Hij was uit de roerigheid weggeloopen omdat hij de stilte miste, en thans zag hij zich in een wee visioen naar de stilte varen, waar het avontuur zou ontbreken ...
Hij bleek zich vergist te hebben. En hij was blijde naderhand, niets van die laatste zenuwkwelling aan Ra te hebben verteld.”

 

 1809441-e86c4e39921a4fc6b56c9923c6bcd327.jpg
Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)
Cover

 

 

De Oostenrijks – Hongaarse schrijver en journalist Joseph Roth werd geboren op 2 september 1894 in Brody in Galicië. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 eveneens alle tags voor Joseph Roth op dit blog.

Uit:„Jede Freundschaft mit mir ist verderblich“ Joseph Roth und Stefan Zweig. Briefwechsel 1927–1938

“Joseph Roth an Stefan Zweig
[Hotel Restaurant] Mittwoch [15. 10. 1930]
[Foyot]
[Paris]

Lieber sehr verehrter Stefan Zweig,
auch dieser Brief wird unzureichend und unzulänglich sein.
Ich muß Ihnen aber noch ganz schnell sagen, daß ich mich wundere, wie Sie glauben konnten, Ihr Referat könnte mir nicht genügen. Bei dem Verhältnis, das mich an Sie so stark bindet, wie Sie es wissen, wissen sollten, gibt es doch gar nichts, was kränken oder nicht genügen kann. Die wirkliche Ehre, die Sie mir antun, ist größer als meine Arbeit, und Ihr Name allein, mit dem Sie für mich eintreten, ist eine Auszeichnung, die ich erst verdienen muß. Sie haben mir schon
so viel Vorschuß auf meine Verdienste gegeben und dazu das Material für die Verdienste, daß Sie mir gar nichts schuldig sind – und ich Ihnen so unendlich viel! Bitte, nehmen Sie die beiliegende Widmung, die ich Sie bitte, in Ihr Exemplar einzufügen, weil ich hier keine Hiobs habe, als Antwort auf Ihre bescheidene und, entschuldigen Sie: müßige Entschuldigung.
Heute fahre ich nach Frankfurt. Statt einer Städtereise von Ost nach West will ich vorschlagen: Eine neue Harzreise, genau nach Heine. Deutschland und Österreich sind ekelhaft geworden. Welch ein Schicksal haben wir, deutsche Schriftsteller zu sein! Wir werden nicht in die Hölle kommen, wir werden aus dem Fegefeuer, das unser Leben ist, in den Himmel gelangen, direkt aus diesem barbarischen Walhalla in den Himmel.
Ein Erfreuliches: ich bin gelöster von meinen Sorgen. Paris hat es gemacht und ein Mädchen, das ich nicht liebe, aber mit dem ich gerne zusammen schlafe. Ich erfahre, daß es ein schöpferischer Akt ist, männlicherseits, eine Gestaltung, Umgestaltung des Objekts in eine Persönlichkeit, die wir selbst sind. Genau: eine litterarische Aktion. Sie, mein lieber verehrter Freund, haben mir mit Ihrer Klugheit geholfen, wie so oft – – und nur noch meine körperliche Schwäche sollte Ihre Freundschaft, Ihr gutes, gutes Herz bekümmern.“

 

 1809441-7e91fc8b8cc25ed5452967cf5442396c.jpg
Joseph Roth (2 september 1894 - 27 mei 1939)
Stefan Zweig (links) en Joseph Roth 

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Pierre Huyskens werd geboren op 2 september 1931 in Wessem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 eveneens alle tags voor Pierre Huyskens op dit blog.

 

Hospody Pomeyoe

Heer houdt haar in Uw hand
de moeders die destijds hun zonen
naar de kade brachten,
verbijsterd keken naar de schepen
die na een net voorbije oorlog
naar een nieuwe oorlog moesten varen,
aan 's werelds andere kant.
Moeders die het nauwelijks begrepen
waarom Den Haag het vaderland beroofde
van zoveel mannelijke jeugd
van hun gekoesterde bloedeigen kinderen
alsof die in de Gordel van Smaragd
de teloorgang van een kolonie
zouden kunnen verhinderen.
Moeders die later na slapeloze nachten
na bidden en hopen in angst en vreze
en na vergeefs wachten
de boodschap kregen uit Den Haag:
“Tot ons leedwezen..."

 

 1809441-42d10aa41ca4f82f04100fa7389ee73c.jpg
Pierre Huyskens (2 september 1931 – 19 november 2008)
Indië-monument, Veghel, met bovenstaand gedicht van Huyskens

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2014 en ook mijn blog van 2 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen, Blaise Cendrars, Edgar Rice Burroughs

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: De raadselachtige Multatuli

“Eduard Dekker was niet trots op zijn afkomst. Zijn roman Woutertje Pieterse moge niet precies een autobiografie zijn, maar dat de bittere haat tegen het fantasieloze kleinburgerdom, die uit dat boek spreekt, in zijn eigen jeugd ontstaan is, lijdt geen twijfel.
Maatschappelijke eerzucht, die ook de andere kinderen van kapitein Dekker in hoge mate moet hebben beheerst, nam in Eduard's geval bijzondere vormen aan.
Catharina sloot een degelijk huwelijk met kapitein Abrahamsz, Pieter werd een deftige dominee, en Jan, aanvankelijk stuurman, vergaarde een fortuin in de tabakscultuur op Java, - fortuin dat hij later weliswaar weer zou kwijtraken.
Maar niemand zou de zuster en de broers meer ter sprake brengen, als Eduard het tot soortgelijk burgerlijk aanzien had gebracht, en toch was dat ook een van zijn idealen, in het begin.
Zijn familieleden noemden hem Teddy.
Het gezin was doopsgezind en vroom.
Doopsgezinden zijn puriteins, tolerant uit beginsel, tegenstanders van geweld. Zij gehoorzamen God eerder dan de Staat, streven naar eigen verantwoordelijkheid en bewust handelen. Hun kinderen worden niet, zoals die van andere denominaties, vlak na de geboorte gedoopt, maar pas wanneer ze volwassen zijn. Zij dienen te weten wat zij doen en hun geloof bewust te belijden.
De vader, Engel Douwesz. Dekker schijnt een geestige, welbespraakte man geweest te zijn. Een krachtig gezagvoerder, die de meeste mensen al gauw als ‘jongetje’ aansprak. Hij was, zoals bij een zeekapitein vanzelf spreekt, meestal niet thuis.
De opvoeding van zijn kinderen kwam grotendeels neer op zijn vrouw, die een zenuwachtig karakter had. Haar handen zaten los aan haar lijf, zoals men zegt. Eduard zou later enige sentimentele verzen aan haar wijden, in zijn beginperiode toen hij nog schreef zoals het destijds hoorde. In zijn hart heeft hij haar waarschijnlijk gehaat. Aangenomen mag worden dat hij vroeg gespeend werd en dat als zuigeling het contact tussen hem en zijn moeder niet goed is geweest. Zij zal, na al zo veel kinderen ter wereld te hebben gebracht, misschien niet zo vurig naar hem verlangd hebben.
Hij had te lijden van haar humeur en kreeg dikwijls onverdiend slaag. Ze vond hem te ‘zacht’.
‘God heeft zich met Eduard vergist’, zei ze, ‘hij had beter een meisje kunnen zijn.’

 

 1808610-bd9c486af6c498b3d5a88680c54760d9.jpg
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

 

De Belgische schrijver Hubert Lampo werd op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor Hubert Lampo op dit blog.

Uit: De verdwaalde carnavalsvierder

‘Magisch-realisme,’ grinnikte ik, ‘Weet je niet dat het onzin is? Je leest het overal.’
‘Nee,’ zei hij, ‘dat weet ik niet. De critici nog minder. Al een poos zitten we er middenin.’
‘Nou!’ antwoordde ik. ‘Ik wist niet dat je zo goedgelovig bent.’
‘Ja,’ besloot hij, ‘ik heb het gevoel dat het nog gekker wordt.’
(…)

‘[Wij hadden] een oude huisarts, een model in zijn soort maar een schilderachtig type. Hij had de rare gewoonte luidop zijn diagnose op te bouwen. Het zou een half kwaad zijn geweest als hij er niet de hebbelijkheid had op nagehouden het in het Latijn te doen. Mijn vader en ik geloofden het wel en zagen er in de eerste plaats de grappigheid van. Mama daarentegen schrok zich een ongeluk als hij na langdurige ausculatie in zijn esculapentaaltje tot de slotsom kwam dat zij een verkoudheid had en een aspirientje en wat neusdruppels voorschreef. De eenvoud van deze medicijnen vond ze verdacht, ze schenen volgens haar neer te komen op het placebo voor een patiënte die hij in zijn plechtig professioneel koeterwaals had opgegeven. Toen hij op hoge leeftijd overleed kwam er een jonge roodharige vent in zijn plaats, een vitale wildebras die als een vrolijke orkaan kwam binnenstuiven. Al van in de deuropening liet hij haar de keuze tussen katteziekte of vliegend flerecijn, kippesnot kon ook!"

 

 1808610-90a5f662adb236f38720d4f1896fa920.jpg
Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)
 

 

 

De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor Peter Adolphsen op dit blog.

Uit: Machine (Vertaald door Charlotte Barslund)

“At the end of a long hot day mist was rising from the surface of the lake. The little herd had moved down to the shore and our horse, the one with the heart in question, a five-year-old mare, could feel her fear of crocodiles constricting her throat. She wedged herself in between two of the other horses and stuck her muzzle out across the fragmented mirror surface; she secured her footing and drank, with a sigh, at last.
The animal was a mammal of the Perissodactyla order, the Equidae family, best known as Eobippus, the dawn horse, as it was named by Othniel C. Marsh in 1876; however, as Richard Owen had already in 1841 named a certain fossil Hymrotberium, the rules of taxonomy dictated that this term was the correct one. Owen had missed the link with the domestic horse and believed that the animal was related to the shrewmouse, the Latin name for which is Hymx.
Common aesthetic sense has since ensured that this name, both prettier and more appropriate, is most frequently used, usually listed first, or if not, then following in brackets.”

 

 1808610-0239cf2d1177d7d93f186674a4358700.jpg
Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)
 

 

 

De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en alle tags voor Blaise Cendrars op dit blog.

 

Trans-Siberian Prose and Little Jeanne from France(Fragment)

Me, the bad poet who didn't want to go anywhere, I could go everywhere
And also the merchants still had enough money
To go and tempt fate.
Their train left every Friday morning.
It was said there were a lot of deaths.
One merchant carried away one hundred crates of alarm clocks and cuckoos from the Black Forest
Another, hatboxes, top hats and an assortment of Sheffield corkscrews
Another, coffins from Malmoi filled with canned food and sardines in oil
Then there were lots of women
Women renting between their legs and who could also serve
Coffins
They were all patented
It was said there were a lot of deaths over there
They traveled at reduced prices
And had an open account at the bank.

Now, one Friday morning, it was finally my turn
It was December
And I too left to accompany a salesman in the jewelry business traveling to Kharbin
We had two coupés in the express and 34 chests of jewelry from Pforzheim
From the German peddler “Made in Germany”
He had dressed me in new clothes, and while boarding the train I lost a button
—I remember it, I remember it, I have often thought of it since—
I was sleeping on the trunks and I was very happy to play with the nickel-plated browning
that he had also given me

 

Vertaald door Ekaterina Likhtik

 

 1808610-042e927dc532aea5c796babd74dc2b5e.jpg
Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)

 

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs werd geboren in Chicago op 1 september 1875 als de zoon van een zakenman. Zie ook mijn blog van 1 september 2010  en alle tags voor Edgar Rice Burroughs op dit blog.

Uit: The Son of Tarzan

“Long have I looked for you, Tarzan,” said Akut. “Now that I have found you I shall come to your jungle and live there always.”
The man stroked the beast’s head. Through his mind there was running rapidly a train of recollection that carried him far into the depths of the primeval African forest where this huge, man-like beast had fought shoulder to shoulder with him years before. He saw the black Mugambi wielding his deadly knob-stick, and beside them, with bared fangs and bristling whiskers, Sheeta the terrible; and pressing close behind the savage and the savage panther, the hideous apes of Akut. The man sighed. Strong within him surged the jungle lust that he had thought dead. Ah! if he could go back even for a brief month of it, to feel again the brush of leafy branches against his naked hide; to smell the musty rot of dead vegetation—frankincense and myrrh to the jungle born; to sense the noiseless coming of the great carnivora upon his trail; to hunt and to be hunted; to kill! The picture was alluring. And then came another picture—a sweet-faced woman, still young and beautiful; friends; a home; a son. He shrugged his giant shoulders.
“It cannot be, Akut,” he said; “but if you would return, I shall see that it is done. You could not be happy here—I may not be happy there.”
The trainer stepped forward. The ape bared his fangs, growling.
“Go with him, Akut,” said Tarzan of the Apes. “I will come and see you tomorrow.”
The beast moved sullenly to the trainer’s side. The latter, at John Clayton’s request, told where they might be found. Tarzan turned toward his son.
“Come!” he said, and the two left the theater. Neither spoke for several minutes after they had entered the limousine. It was the boy who broke the silence.
“The ape knew you,” he said, “and you spoke together in the ape’s tongue. How did the ape know you, and how did you learn his language?”

 

 1808610-9a2a15b0d3ece409453c252b577246f8.jpg
Edgar Rice Burroughs (1 september 1875 - 19 maart 1950)
Scene uit de film Tarzan finds a son! uit 1939
met o.a. Maureen O'Sullivan en Johnny Weissmuller

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten