Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 september 2015 tot 7 september 2015

Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

Uit: Tieck en zijn Runenberg

“Ludwig Tieck schreef Der Runenberg in 1802. In één nacht, lezen we in Was ich erleble van Henrik Steffens, een Noorse natuurkundige en schrijver, die Tieck in 1799 in Berlijn had ontmoet. Zij voerden gesprekken over Jakob Böhme en het dualisme van organische en anorganische natuur. Steffens vertelt hoe bij de aanblik van de bergen in Zuidoost-Noorwegen de tranen in zijn ogen sprongen: ‘Het was alsof het binnenste der aarde zijn geheime werkplaats voor mij had geopend; alsof de vruchtbare aarde met haar bloemen en haar bossen niet meer was dan een bekoorlijke maar dunne deken die geheime schatten verborg, en dat die deken hier was opengeslagen, afgestroopt, om mij omlaag te trekken in de wonderbaarlijke diepte die zich voor mij opende. Het maakte een ronduit fantastische indruk op mij, en het is mogelijk dat mijn levendige beschrijving voor Tieck aanleiding is geweest, zijn novelle* Der Runenberg te schrijven, over iemand die gedreven door een stil verlangen naar de verborgen geheimen van het woeste gebergte, de vruchtbare vlakte verlaat en die, op demonische wijze verlokt en tot waanzin gedreven, denkt dat hij grote schatten heeft ontdekt, terwijl hij moeizaam met een zak vol waardeloze stenen sleept. Tieck heeft toegegeven dat hij bij het schrijven van deze novelle aan mij heeft gedacht.’
Behalve door de gesprekken met Steffens moet Tieck ook zijn beïnvloed door Schellings Ideeen zu einer Philosophie der Natur, 1799 en Von der Weltseele, 1798. De natuur is bij de jonge Tieck een symbool voor, of een afspiegeling van de gemoedsaandoeningen van zijn personages. Hij schildert stemmingen door landschappen te beschrijven. De ruisende beek, de bomen, de stenen, ze leiden een bijna even menselijk leven als degene die ze ervaart. Steffens zag in Tieck een ‘Ästhetiker der Seele’.
De ‘novelle’ begint als een sprookje. Christian, een tuinderszoon, trekt de wijde wereld in omdat de vlakte, het dorp, de omheinde tuin en het huis van zijn vader hem te benepen zijn geworden. Hij trekt als jager het gebergte in en ontmoet, of droomt, daar het Waldweib, een verschijning van een bovenmenselijke en verschrikkelijke schoonheid en gestalte. Zij is een personificatie van het gebergte, Tiecks beschrijving maakt dat duidelijk. Haar lied heeft de klank van het metaal, het gesteente en het kristal dat haar omringt, haar reusachtige lichaam is als marmer. Zij overhandigt Christian plechtig, Antichristelijk zelfs, een wonderlijk stenen tablet met runetekens: ‘Neem dit te mijner gedachtenis’.

 

 1811010-65ac660ffb3c2f1e30676e78371aa86a.jpg
Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)
Carl Christian Vogel von Vogelstein,: De beeldhouwer David D`Angers portretteert Ludwig Tieck, 1834

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Edith Sitwell op dit blog.

 

Aubade

JANE, Jane,
Tall as a crane,
The morning light creaks down again;

Comb your cockscomb-ragged hair,
Jane, Jane, come down the stair.

Each dull blunt wooden stalactite
Of rain creaks, hardened by the light,

Sounding like an overtone
From some lonely world unknown.

But the creaking empty light
Will never harden into sight,

Will never penetrate your brain
With overtones like the blunt rain.

The light would show (if it could harden)
Eternities of kitchen garden,

Cockscomb flowers that none will pluck,
And wooden flowers that 'gin to cluck.

In the kitchen you must light
Flames as staring, red and white,

As carrots or as turnips shining
Where the cold dawn light lies whining.

Cockscomb hair on the cold wind
Hangs limp, turns the milk's weak mind . . .

Jane, Jane,
Tall as a crane,
The morning light creaks down again!

 

 1811010-e93a7f9073c4ddfbc17e60bceba64f38.jpg
Edith Sitwell (7 september 1887 - 9 december 1964)
Portret door Roger Eliot Fry, 1918

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bilderdijk werd geboren op 7 september 1756 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem Bilderdijk op dit blog.

 

Aan ene mijner lezeressen

Ach! wat kust ge deze verzen,
Lieve schone, kus ze niet:
Of zijn verzen zo veel waardig,
Wees dan, schone, wees rechtvaardig,
Ik ben louter minnelied!

 

Raadsel

Met ons beide zijn wij zeven,
Met ons tienen zeventien.
En gij moogt ontelbre keren
Ons verdubblen of vermeeren,
Altijd zult ge ons zeven zien.

 

 

Op mijne afbeelding

door KUILENBURG geschilderd.

Dus trof mij ’t Kunstpenseel van KUILENBURG naar ’t leven.
Naar ’t leven ? — Neen, ô neen, mijn leven heeft gedaan.
Dat heeft met Neêrlands bloei de laastste snik gegeven,
En ’t is geen leven meer, dat thans mijn borst doet slaan.
Vergeefs vraagt ge aan dit oog de kracht van vroeger jaren,
Dat vuur de Jonglingschap dat eens zo flikkrend glom:
Aan ’t voorhoofd, voor de tijd beschaauwd met grijze haren,
’t Verbeeldingrijk vernuft, beroemd bij ’t Dichtrendom.
De mond vergat sinds lang de kunst van ’t hart te kneden,
En de overreding week, die van dees lippen vlood:
De matte boezem zonk; en geest en kundigheden
Verstierven in de klem van d’algemene nood.
Wat zoekt ge, o Kunstvriend, nu, na de uitgeblaakte vonken,
De fakkel nog in de as, die van haar overschiet?
Ach! heeft haar scheemrend licht u ooit in ’t oog geblonken,
Waardeer naar ’t dove stof haar oude luister niet!

 

 1811010-5c36cc380c81601bb177a52b66884831.jpg
Willem Bilderdijk (7 september 1756 – 18 december 1831)
Willem Bilderdijk door Cornelis van Cuylenburg, 1795

 

 

De Duits – Israëlische dichteres en schrijfster Jenny Aloni (eig. Jenny Rosenbaum werd geboren op 7 september 1917 in Paderborn. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Jenny Aloni op dit blog.

Uit: Jenny Aloni – Heinrich Böll. Briefwechsel

“Gane Jehuda
Doar Jahud
Israel
28.7.1960
Liebe Frau und Herr Böll,
vielen, vielen Dank für das Buch. Ich verstehe, dass es eine Antwort auf meinen Brief ist. Auf Grund von „Billard um halb zehn“ war meine Kritik unberechtigt. Es nimmt sie vorweg. Manchmal beim Lesen war ich erstaunt, wie Sie, Herr Böll, der Sie dort leben, zu einer so kritisch verstehenden Sicht zu gelangen vermochten wie sie sich jemanden, der wie ich von aussen zuschaut (und doch auch wieder nicht ganz von aussen) aufzwingt. Ich möchte gern Ihr Buch in hebräischer Übersetzung sehen, denn ich meine, dass es dem Leser hier etwas zu sagen hat. Sollten Sie darin interessiert sein und sollte ich dabei behilflich sein können, so bin ich gern dazu bereit. – Juli, August sind die heissesten Monate hier, und dieses Jahr ist keine Ausnahme. Ich vermag nur wenig zu arbeiten, schreibe ein wenig und habe mir „Hagar“ wieder vorgenommen, verbessere und forme um. Von Fräulein Zander hören wir regelmässig. Sie hat jetzt eine Wohnung in München gefunden. Hätten Sie nicht Lust, einmal hier nach Israel zu kommen. Ich schlage den Frühling vor, März, April. Ich schrieb es schon einmal. Sie entgegneten nicht darauf. Ich weiss nicht,ob Sie jetzt alle in Irland oder schon wieder zurück in Köln sind. Aber ich nehme an, dass dieser Brief Sie erreicht. Einen herzlichen Gruss an Sie und Ihre Kinder von mir meinem Mann und Ruth
Ihre Jenny Aloni

Beiliegend einige Marken für die Kinder, falls sie sammeln."

 

 1811010-6a2f2808bcd6f5fbf0c7d02239c333e6.jpg
Jenny Aloni (7 september 1917 – 30 september 1993)
Gedenksteen in Paderborn, op de plek waar Aloni’s geboortehuis stond.

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Michael Guttenbrunner werd geboren op 7 september 1919 in Altenhofen. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Guttenbrunner op dit blog.

 

Die Landung

Thymian weht von den Bergen.
In der Sonne verdirbt
Vergossenes Öl,
weggeworfenes Fett
am Weg geschlachteter Tiere.
Fieberhaft schnattern die Wogen
Mit Schnäbeln der Angst;
Sie schlagen
Der Insel hörnerne Brust.
Flügel rauschen, behelmte
Hügel klirren am Rand.
Trunken vom Todeswein
Schaukeln riesige Schiffe.
Ohrenzerreissend
Pfeifen Todesboten
Aus stampfenden Donnergaleeren.
Rot und schwarz liegt es am Strand,
vergossenes Blut,
vertrocknete Fliegenspeise.
Unter schwärzlicher Sonne,
zwischen Netzwerk der Fischer und Krieger,
versiegen die Quellen des Blutes,
und an vergifteten Brunnen
liegen die Trinker.
Im purpurnen Meer
Zerfließen die Worte.

 

 

Nach vierzig Jahren

Gezwungen halb und ohne Phantasie
Ging er zum dritten Male nach Athen.
Dann nahm er alles, was er dort empfing,
der Freuden Fülle, aus der Hand der Griechen.
Des Lebens Silberstrick war frisch geflochten,
wie Anastasia,
und das Erdbeben schreckte ihn nicht.

Die Grenzen der Berge sind noch die alten.
Das Gebliebene genügt: der Boden unter den Füßen,
der Himmel und das Meer.
Du findest noch die Stelle für den Kuss
Und, dass ein Stein noch auf dem andern steht.

Hier, wo es über Griechenleichen ging,
gehst du mit Griechen jetzt zum Wein
und zechst in Turkobunia Hand in Hand,
wo einst der Aberoff aus Haut und Knochen stand,
vollgepfercht bis zum Exzess.
Und immer wieder wurde frisch geladen.

 

 1811010-ae6eff0d7b8099fec572cfacee0e1bc9.jpg
Michael Guttenbrunner (7 september 1919 – 12 mei 2004)
Portret door Maria Lassnig, tussen 1950 -1959

 

 

De Amerikaanse schrijfster Margaret Landon werd geboren op 7 september 1903 in Somers, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Margaret Landon op dit blog.

Uit: Der König und ich (Vertaald door Walter Jelen-Jelinek)

„Der siamesische Dampfer Chow Phya. das modernste aller zwischen Singapur und Bangkok verkehrenden Schiffe. ankerte vor der Sandbank an der Mündung des gleichnamigen Flusses. Eine Truppe Zirkusartisten beugte sich über die Reling und versuchte. einen ersten Blick auf das Land zu werfen. dessen König sie eingeladen hatte. seine große Familie zu unterhalten. Ihre dressierten Hunde bellten und schnappten nach den beiden Hunden des Schilfskapitäns George Orton. doch ]ip und Trumpet blickten nur hochmiitig und abweisend in die andere Richtung.
Abseits der lärmenden und lachenden Gruppe stand eine Engländerin gegen die Reling gelehnt. Sie trug ein Musselinkleid mit hohem Kragen und bis zu den Handgelenken reichenden Ärmeln. Sie war sehr schlank und anmutig. und ihr hübsches Gesicht wurde von kastanienbraunen Locken umrahmt. Ihre dunklen Augen ruhten auf dem Landstrich am Horizont. Neben ihr stand - ebenso regungslos wie sie – ein großer Neufundländer.
Die Sonne stieg höher. und ihre goldenen Strahlen tanzren und Funkelten auf den blauen Fluten des Geiles. Das Lachen und Lärmen an Deck wurde lauter. die Hunde rannten wild umher, doch die junge Frau wirkte in diesem Durcheinander so unbeteiligt. als wäre sie durch eine unsichtbare Wand davon getrennt.
Ein gut gekleideter Junge von ungefähr sechs Jahren kam in Begleitung einer Amme aus Vorderindien in einem bunt gemusrerten Gewand an Deck. Er hatte die gleichen Gesichtszüge und dasselbe vornehme Auftreten wie die junge Frau an der Reling. Sein braunes Haar war lockig. und seine braunen Augen glänzten freudig.“

 

 1811010-efb02db6b9a756d48da659dfc14d1938.jpg
Margaret Landon (7 september 1903 – 4 december 1993)
Scene uit de film „The King and I“ uit 1956

 

 

De Amerikaanse schrijver Henry Morton Robinson werd op 7 September 1898 in Boston, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Henry Morton Robinson op dit blog.

Uit:The Cardinal

“You are angels to come, both of you. Now, everyone, is here.” Her voice found the confidential level of a whisper. “This evening our pezzo grosso . . . das Prachtstück—or as we’d say in America, ‘the main event’—is Cardinal Merry del Val. Pay your respects to him, Monsignors, then feel free to do what damage you can among the ladies.” She accepted the “gnädige Prinzessin” and hand kiss of the Bavarian envoy, then turned once more to Stephen and Roberto. “Do not under any circumstance leave before supper. We have brought in langouste from Marseilles, Hochheimer 1911 from the Schloss itself, and Signora Piombino—mezzanine and all—from La Scala.” With these varied injunctions and enticements the Princess began dividing herself between the Austrian Ambassador, Graf von Huntzstein, and a monocled admirer, Lord Chatscombe.
Roberto nudged his companion. “Better go easy on the Hochheimer, Fermoyle, or you’ll be seeing two of everything.” Laughing, he slipped into the crowd.
Braggiotti’s gibe was skillfully aimed. Even without the Hochheimer, Stephen was already affected by the sight of so many unconcealed shoulders and feminine arms gloved to the elbows. He was neither prudish nor over susceptible, yet as he watched the ever-breaking pattern of figures moving under the brilliant chandeliers he doubted the wisdom of trying to emulate Roberto’s casual acceptance of mixed company.”

 

 1811010-ecfc3d54d305d975bc2288906a11ed16.jpg
Henry Morton Robinson (7 september 1898 – 13 januari 1961)
Scene uit de film „The Cardinal“ van Otto Preminger uit 1963

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Aart G. Broek, Alice Sebold, Julien Green

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: Quite Ugly One Morning

“The postman had noticed that the door was ajar and had knocked on it, then pushed it further open, leaning in to see whether the occupant was all right. Upon seeing what was within he had simultaneously thrown up and wet himself, the upper and lower halves of his body depositing their damning comments on the situation either side of the aperture.
‘Postman must be built like the fuckin' Tardis,’ McGregor muttered to himself, leaving vomity footprints on the floorboards as he trudged reluctantly down the hall. ‘How could a skinny wee smout like that hold so much liquid?’
He had a quick look at the lumpy puddle behind him. Onion, rice, the odd cardamom pod. Curry, doubtless preceded by a minimum six pints of heavy. Not quite so appetising second time around.
He turned again to face into the flat, took a couple of short paces, then heard a splash and felt something splat against his calves.
‘Sorry, sir. Long jump never was my speciality. Guess I'll be for the high jump now, eh? Ha ha ha.’
Ah yes, thought McGregor. Only now was it complete. Deep down he had suspected that it wasn't quite cataclysmically hellish enough yet, but now Skinner was here, and the final piece was in place. What this situation had needed, what it had been audibly crying out for, was a glaikit, baw-faced, irritating, clumsy, thick, ginger-heided bastard to turn up and start cracking duff jokes, and here was PC Gavin Skinner to answer the call.
He was not going to lose his temper. He felt that on a morning like this, it was only a short distance between snapping at Skinner and waking up in a soft room in Gogarburn, wearing a jumper with sleeves that fitted twice round the waist. He breathed in and out, closing his eyes for a short, beautiful second.
‘Gavin, you're on spew-guarding duty,’ he said calmly. ‘Stay there. Guard the spew.’
‘Do you want me to take down its details, sir?’ Skinner asked loudly in his inimitable jiggle-headed way. ‘Read it its rights maybe?’
‘Yes, Gavin,’ McGregor said wearily. ‘All these things.’
Dear Lord, he thought, don't make me kill him today when I won't enjoy it.“

 

 1810455-0e542a43c2aa02f851d8859d3b3d9999.jpg
Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan werd geboren in Chicago op 6 september 1962. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Jennifer Egan op dit blog.

Uit: The Invisible Circus

“She’d missed it, Phoebe knew by the silence. Crossing the lush, foggy park, she heard nothing but the drip of condensation running from ferns and palm leaves. By the time she reached the field, its vast emptiness came as no surprise.
The grass was a brilliant, jarring green. Debris covered it, straws, crushed cigarettes, a few sodden blankets abandoned to the mud.
Phoebe shoved her hands in her pockets and crossed the grass, stepping over patches of bare mud. A ring of trees encircled the field, coastal trees, wind-bent and gnarled yet still symmetrical, like figures straining to balance heavy trays.
At the far end of the field several people in army jackets were dismantling a bandstand. They carried its parts through the trees to a road, where Phoebe saw the dark shape of a truck.
She approached a man and woman with long coils of orange electrical cord dangling from their arms. Phoebe waited politely for the two to finish talking, but they seemed not to notice her. Timidly she turned to another man, who carried a plank across his arms. “Excuse me,” she said. “Did I miss it?”
“You did,” he said. “It was yesterday. Noon to midnight.” He squinted at her as if the sun were out. He looked vaguely familiar, and Phoebe wondered if he might have known her sister. She was always wondering that.
“I thought it was today,” she said uselessly.
“Yeah, about half the posters were printed wrong.” He grinned, his eyes a bright, chemical blue, like sno-cones.
It was June 18, a Saturday. Ten years before, in 1968, a “Festival of Moons” had allegedly happened on this same field. “Revival of Moons,” the posters promised, and Phoebe had juggled her shifts at work and come eagerly, anxious to relive what she’d failed to live even once.”

 

 1810455-2122948319e75580cd9fb782663ffcde.jpg
Jennifer Egan (Chicago, 6 september 1962)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Aart G. Broek werd op 6 september 1954 geboren in Maasland. Zie ook alle tags voor Aart G. Broek op dit blog.

Uit: Het lichten van de jaren

III

 Eindeloos gaf Hij ons, mannen als jochies zo vrij
van vrees, het Katwijkse blauw. Als in den beginne.
Woorden vinden en gedragen weten. Ik door jou
en jij door mij. Wonderlijker dan liefde van vrouwen
nam ik je mee en jij mij. Toch? Als in de schepping
verbleven we – oh, ja! Maandenlang. Maar blijven ligt
niet in de lijn. Meer nog verdwenen we in de val ná
het ongerepte begin: we grijpen de hand de een
van de ander, want wij leven in dezelfde angst voor
’ t verwerpen waar eerder niets dan aanvaarden verbleef.
..............En dan grijpen we mis. Zelfs de woorden
beklijven niet. Mijn vriend, alles komt om te verdwijnen
en, verdwenen, om nooit meer over leven te beschikken.
De kus smeedt het afscheid en snijdt de scheiding, waar
door de duinen de zweepslagen loeien, die, mijn broeder,
jou in mij voor altijd aan stukken slaan
..............maar, opengereten, evenzo tot een gedicht
geheel van woorden knallen. Zó, ja, zó mag je mij verloren
gaan. Ja. Ja! Zó verdwijnen en verdwenen, weer
over leven beschikken, waarin een nieuwe schepping
schuilt. Ja! En vinden ligt in de lijn. Zelfs de woorden.

 

 1810455-94e755b49e07ee4d76b041d99be60530.jpg
Aart G. Broek (Maasland, 6 september 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Alice Sebold op 6 september 1962 in Madison, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Alice Seebold op dit blog.

Uit: Lucky

“Maybe he was angry at the loss of his weapon or at my disobedience. Whatever the reason, this marked the end of the preliminaries. I was on the ground on my stomach. He sat on my back. He pounded my skull into the brick. He cursed me. He turned me around and sat on my chest. I was babbling. I was begging. Here is where he wrapped his hands around my neck and began to squeeze. For a second, I lost consciousness. When I came to, I knew I was staring up into the eyes of the man who would kill me.
At that moment I signed myself over to him. I was convinced that I would not live. I could not fight anymore. He was going to do what he wanted to me. That was it.
Everything slowed down. He stood up and began dragging me over the grass by my hair. I twisted and half crawled, trying to keep up with him.
Dimly, I had seen the dark entrance of the amphitheater tunnel from the path. As we neared it, and I realized it was our destination, a rush of fear ran through me. I knew I would die.
There was an old iron fence a few feet out from the tunnel entrance. It was three feet high and provided a narrow space through which you had to walk in order to enter the tunnel. As he dragged me, as I scrambled against the grass, I caught sight of that fence and became utterly convinced that if he brought me beyond this point, I would not survive.
For a moment, as he dragged me across the ground, I clung feebly to the bottom of that iron fence, before a rough pull yanked me clean. People think a woman stops fighting when she is physically exhausted, but I was about to begin my real fight, a fight of words and lies and the brain.“

 

 1810455-809a7e98ffe97204871adf3b0826ee01.jpg
Alice Sebold (Madison, 6 september 1962)

 

 

De Frans – Amerikaanse schrijver Julien Green werd geboren op 6 september 1900 in Parijs. Zie ook ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Julien Green op dit blog.

Uit: Der andere Schlaf (Vertaald door Peter Handke)

„Nie überquere ich den Pont d’Iéna, ohne mich für einen Augenblick an das Geländer zu lehnen. War es hier oder weiter weg?
Mir scheint, es war etwa in der Mitte der Brücke, auf der Seite von Saint-Cloud. Mein Cousin packte mich unter den Armen und hob mich unversehens auf die Steinbrüstung. Ich stand da, vor Schreck stockte mir der Atem, ich schloß die Augen, und meine Hände verkrampften sich. Dann traf mich Claudes Stimme, ein wenig schroffer als sonst: »Siehst du die Schwaneninsel? Siehst du Grenelle?« Der Wind trug meine Antwort davon oder verschloß mir überhaupt die Lippen. Ich hatte Angst. Die Hände meines Cousins umgriffen meine Knöchel zu fest, und ich spürte, wie sie zitterten.
Wenn ich die Augen wieder öffnete, befiel micheinleichterSchwindel.DerHimmel über mir zog von rechts nach links, und die Riesen-platanen, die den Fluß säumen, bebten, bogen sich,richtetensichinderSonneneuauf.Maje- stätisch flossen die schmutzigen Fluten der Seine. Unten am Hafen blieben Spaziergänger stehen, ohne Augen für mich Verängstigten, betrachteten das Wasser und schlurften weiter.
Momentlang verschwanden sie hinter einem Sand- oder Ziegelhaufen, dann tauchten sie wieder auf, aber sie erschienen so klein, daß mein Herz sich zusammenzog und ich den Blick abwenden mußte. In einer Art Taumel verschwamm das Bild vor meinen Augen, und ich sah nichts mehr, weder die Schwaneninsel, noch Grenelle, noch die Vagabunden im Hafen – einzig, verloren im Himmel, welchen sie mit ihren Strahlen erfüllten, die weiße Nacktheit der das Flußbild bestimmenden Statuen.“

 

 1810455-052c9566b02e2a970778a6fe3df2840c.jpg
Julien Green (6 september 1900 - 13 augustus 1998)
Cover 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:28 Reageer op dit bericht

Jessica Durlacher, Amelie Fried, Carmen Laforet, Cyrus Atabay

De Nederlandse schrijfster Jessica Durlacher werd geboren in Amsterdam op 6 september 1961. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Jessica Durlacher op dit blog.

Uit: Der Sohn (Vertaald door Hanni Ehlers)

„Meiner Mutter, Iezebel, geht der ganze Aufstand immer etwas auf die Nerven. Dass die Küchentür geschlossen bleibt, damit der Schöpfer da drinnen nicht in seiner Inspiration gestört wird, ist für eine, die nicht immer aus freien Stücken so viel Zeit ebendort zubringt, kaum zu ertragen. Nicht, dass sie sich beklagen wolle, aber ohne sie in der Küche würden wir alle verhungern, murrt sie. Anfälle von Kohlrouladenfieber sind selten, und die Rollenverteilung in unserer Familie ist einigermaßen traditionell. Wir wissen alle, wer das wüst zugerichtete, verschmierte Atelier des Teilzeitkünstlers hinterher wieder in einen nutzbaren Raum zurückverwandeln wird.
Meine Mutter war früher Französischlehrerin. Sie hat ein spitzes Gesicht und lange, jetzt graue, früher braune Haare, die sie seit dreißig Jahren zum immergleichen Knoten windet.
Meine Mutter ist eine hochgewachsene Frau, auch heute noch, und früher galt sie als streng. Als strenge Lehrerin. Nur meine Schwester Tara und ich wussten, dass das gar nicht stimmte. Ihre Schüler sollten sie ruhig für streng halten, bei uns war sie immer locker und nachgiebig, und nicht selten verschworen wir drei uns gegen den Einzigen in der Familie, der wirklich streng war, vor lauter besessener Sorge um uns: meinen Vater.
Mein Vater ist nicht so groß, aber breitschultrig, hat ein feingeschnittenes, markantes Gesicht mit dunkelbraunen Augen und schmaler Nase, dichtes weißes Haar und eine Stimme, mit der er laut brüllen kann, meistens aber sanft und leise Geschichten erzählt.“
Meine Schwester Tara ist auch da. Tara ist drei Jahre älter als ich. Sie hat dunkles Haar und eine sehr helle Haut – schön, auf eine etwas biestige Art. Tara ist noch auf der Suche nach dem richtigen Mann, denn wenn sie mal einen gefunden hat, der ihren hohen Ansprüchen genügt, serviert sie ihn meist schon nach wenigen Monaten wieder ab. Dass mal einer länger bleibt, ist die Ausnahme. Sie beneide mich um Jacob, hat sie schon mal gesagt, dann aber gleich hinzugefügt, dass sie niemals mit jemandem zusammenbleiben könnte, den sie schon von klein auf kenne. Dafür habe sie schon zu viele Entwicklungsphasen durchlaufen.“

 

 1810453-ec85eed80f8a50ead21c5786ae967527.jpg
Jessica Durlacher (Amsterdam, 6 september 1961)

 

 

De Duitse schrijfster Amelie Fried werd geboren op 6 september 1958 in Ulm. Zie ook alle tags voor Amelie Fried op dit blog en ook mijn blog van 6 september 2010.

Uit: Schuhhaus Pallas

„November 2004.
Mein Mann Peter ruft aus New York an, wo er beim berühmten New York Marathon mitgelaufen ist – ein Ereignis, auf das wir alle wochenlang hingefiebert haben. Aufgeregt frage ich, wie es gelaufen ist, welche Zeit er erreicht hat, ob auch seine Freunde gut ins Ziel gekommen sind. Er berichtet mir, wirkt aber merkwürdig abwesend.
Plötzlich fragt er: »Sagt dir eigentlich der Name Max Fried etwas?«
»Nie gehört«, antworte ich.
»Komisch. Dieser Max Fried hat dieselben Eltern wie dein Groß-vater.«
Ich verstehe nicht gleich. »Was meinst du damit, er hat dieselben Eltern wie mein Großvater? Dann wäre er ja ...«
»... ein Großonkel von dir.«
»Ich weiß nicht, ob mein Opa Geschwister hatte«, sage ich.
»Eigentlich weiß ich gar nichts über ihn.« Ein ungutes Gefühl beschleicht mich. »Wie kommst du überhaupt darauf?«
»Ich war im Leo Baeck Institut«, erklärt Peter, »dort habe ich im Gedenkbuch der Münchner Juden herumgeblättert. Dabei stieß ich auf Max Fried, verheiratet mit Lilli Fried, geborene Schwarzschild.«
»Und dafür musstest du bis nach New York fahren?«, sage ich spöttisch, denn das Gedenkbuch ist von Mitarbeitern des Münchner Stadtarchivs zusammengestellt worden. Dann fällt mir ein, dass die meisten Menschen, an die das Gedenkbuch erinnert, die Nazi-Zeit nicht überlebt haben.
Einen Moment ist es still in der Leitung. Schließlich sagt Peter: »Max und Lilli Fried wurden am 13. März 1943 deportiert und in Auschwitz ermordet.«

 

 1810453-6fefa82b41fae72159944e137a04b8b2.jpg
Amelie Fried (Ulm, 6 september 1958)

 

 

De Spaanse schrijfster Carmen Laforet werd geboren op 6 september 1921 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Carmen Laforet op dit blog en ook mijn blog van 6 september 2010.

Uit: Nada (Vertaald door Susanne Lange)

„In letzter Minute hatte es Schwierigkeiten beim Kauf der Fahrkarte gegeben. Ich traf um Mitternacht in Barcelona ein, mit einem anderen Zug als angekündigt, und niemand erwartete mich.
Zum ersten Mal reiste ich allein, doch Angst hatte ich nicht, im Gegenteil, ein lustvolles, aufregendes Abenteuer war diese unermeßliche Freiheit in der Nacht. Nach der langen, anstrengenden Reise zirkulierte allmählich wieder das Blut in meinen Beinen, und mit staunendem Lächeln blickte ich auf die Estación de Francia und die Grüppchen, die aus denen zusammenwuchsen, die auf den Schnellzug gewartet hatten, und uns, die wir mit drei Stunden Verspätung eintrafen.
Der einzigartige Geruch, die lärmenden Menschen, die schwermütigen Lichter, alles besaß einen mächtigen Zauber, denn jeden Eindruck hüllte ich in das Wunder, endlich in dieser Großstadt zu sein, die ich in meinen Träumen als große Unbekannte verherrlicht hatte.
Langsam folgte ich, ein Tropfen im Strom, der Menschenwoge, die mit Koffern beladen gegen den Ausgang brandete. Mein Gepäck bestand aus einem bleischweren, riesigen Koffer, fast nur mit Büchern gefüllt, aber ich trug ihn allein, mit der ganzen Kraft meiner Jugend und meiner begierigen Erwartung.
Meeresluft trat satt und frisch in meine Lungen und brachte mir ein erstes nebelhaftes Bild von der Stadt: eine Legion von schlafenden Häusern, geschlossenen Läden\ und Straßenlaternen wie Schildwachen, trunken von Einsamkeit. Ein langer, schwerer Atemzug kam mit dem Flüstern der tiefen Nacht heran. Und gleich hinter mir, vor den geheimnisvollen Gäßchen, die ins Viertel El Borne führen, und tief in meinem aufgeregten Herzen: das Meer.“

 

 1810453-a04b6c4bd528742b8e4323200c0c306b.jpg
Carmen Laforet (6 september 1921 – 28 februari 2004)
 

 

 

De Duitstalige, Iraanse dichter en schrijver Cyrus Atabay werd geboren op 6 september 1929 in Teheran. Zie ook alle tags voor Cyrus Atabay op dit blog en ook mijn blog van 6 september 2010.

 

All das

Tage. Tage
wilde Tauben der Vergänglichkeit!
Ach, Mohn und Ähren
und was sonst der Sommer
im Schilde führte.
sank in die Abschiedstruhn.

An einem solchen Tag.
wenn du Boote siehst.
die über Meere fahren,
dann tragen sie deine Asche
und du hältst sie nicht mehr zurück.


Zwiespracbe mit Rabbi Nacbman

1.
Komm und schau,
Denken ist der Anfang
aller Dinge.


2.
Um im Kampfe zu bestehen.
dachte er an jedem Morgen:
nur dieser eine Tag
sei ihm noch gegeben.

 

 1810453-6f3a73b15d12046b5a9ca9fbe7c8b583.jpg
Cyrus Atabay (6 september 1929 – 26 januari 1996)
Teheran

Geschreven door Romenu om 10:25 Reageer op dit bericht

Willem Brandt

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en vrijmetselaar Willem Brandt (pseudoniem van Willem Simon Brand Klooster) werd geboren in Groningen op 6 september 1905. Na het doorlopen van de Rijkskweekschool in Amersfoort en na het behalen van het onderwijsdiploma werd Willem Brandt in 1934 verslaggever bij het Utrechtsch Dagblad. In 1927 vertrok hij naar Nederlands-Indië waar hij redacteur van de Deli Courant werd. Bij deze krant werkte hij zich binnen vijf jaar op tot hoofdredacteur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Willem Brandt in een Japans concentratiekamp terecht. Hij schreef er zijn bundel “Binnen Japansch prikkeldraad”. Na de oorlog werd hij directeur van de ‘Deli Courant’. Nadat hij de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog had meegemaakt, repatrieerde hij in 1955, om vervolgens directeur van de N.V. Deli Drukkerij en Boekhandel te Amsterdam te worden. In 1957 werd hij hoofdredacteur van Het Goois Nieuwsblad. Willem Brandt werd ook medewerker aan onder andere Opwaartsche Wegen en De Vlaamse Gids.

 

Beleefd verzoek

Span prikkeldraad en dreig met bajonetten
en leg ons als sardines in een hong
verdor ons hart, sla boeien om de tong
onthoudt ons vitaminen, vlees en vetten
plunder mijn huis die reeds mijn land bezetten
ontruk mij aan mijn kinderen, mijn vrouw
beloon verraders en bestraf de trouw
Maar stuur in godsnaam eens wat sigaretten.

 

 

Twee vaderlanden

Hier waar de wouden ondoordringbaar zijn
maar tot mij spreken met hun duizend stemmen,
adem en dood en wilde liefdeskreten,
fluister en hijgen, huil van angst en pijn,
 
slangen en tijgers en het luid gelach
van apen aan de rand der duistre bossen,
de zware geur van orchideeën-trossen,
witbloeiend in de nacht, slapend bij dag;
 
even dicht naast het leven als de dood,
rottend in zon en vocht, en in de avond
de voze huid, het dorstig lichaam lavend
aan lauwe whiskey en een donkre schoot.
 
Hier leert men heimwee hebben, maar wanneer
men straks terug is in het land der blanken
met dunne parken, huiselijke banken,
beklemt ons groter, dieper heimwee weer...

 

 

 1816513-bdbec40616ac21d0b42f27f036ccbff2.jpg
Willem Brandt (6 september 1905 – 29 april 1981)
In 1970

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten