Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 september 2015 tot 15 september 2015

Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Claude McKay, Orhan Kemal, Karl Philipp Moritz

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

gedicht

I
van vaste duisternissen ik laat mij een lied zingen
van hoe de mensen webben spinnen en sterven
van savonds versierde hyenaas en cocons in de ochtend
van zwaar slapen aanblazen en van de vraatzucht

II
hoe in de heldere natuur eender werken de dingen en wezens
bruisend zich rekken de takken en huilende vallen de stenen
een denkende mier of een denkende ster en een slang
zacht vertrekt uit zijn zwangere staart als de beken
uit hun drabbig foedraal zoals de leliën ook en
van verdriet of van vrede blauw zijn de bloemende bergen

III
altijd en overal anders zijn de mensen want anders
dragen zij de aarde: vaak door de slaafse spreekbuis
hinkend zij dragen de aarde of vallend van de statietrap
zij torsen de aarde maar nooit en te nimmer zij nemen
de aarde aan als een wind in ’t gezicht in het web

IV
door donkerte nader zij komen met allen en alles
en daar gelijk is het oor aan de mond het hoofd aan het hart
aan alles aan allen gelijk het licht zij vloeien het toe

 

 1813895-056892eafc207cbf786912e52d7a1c92.jpg
Lucebert, Het geschenk, 1986

 

V
maar daaraan terstond zij maken bodemloze fotoos van de almacht
als was de nacht hun moeder niet de avond niet hun vader
zij steken de zon in de mond verorberen de wolken
zij beduimlen de bliksem met hun smeulende tongen
en bootsen de maan na met hun pluimstrijkende ogen
of gaan wonen in hoge wisselstromen onttronend de diepte

VI
spook en talisman zij trouwen en bouwen hun huizen daarom
maar buiten zij breken graag de glazen derwisch van het water
en gehaast zij plukken de magnetische springveren
die van het vuur en de maandragende paarden der zee
blazen zij op en het steen het steen zij besmetten het met
rokende rivieren of sluizen en aldus ook hun mummies
zij sluimren of mijmren niet maar zij stomen zij bonzen

VII
oh de moede man die de sleutels der dubbelzinnigheid smolt
of wegwierp dat hij staat voor de zo vaak vertoonde kasten en laden
die zo gehoond gelijk zij geloofd zijn dat hij er staat en vraagt
naar een deur om daar door te gaan

VIII
zie dan voor zijn vetgemeste spiegel wil hij vliegen en zweven
hoor dan door zijn mulle microfonen wil hij van vrede lachen en zingen
deze die eens de sleutels der dubbelzinnigheid smeedde
hem opent geen vrede

 

 1813895-0dfe3890bc2431dc52ddaca7db3210ef.jpg
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

Novalis

Hij wist met kalme angst hoe alles moest
Leven. Voortleven, zalig of verdoemd.
Niets wordt vernietigd, spoorloos verwoest:
Een geur, een toon die in de stilte zoemt,

Iets blijft, hoe ook verijld, versteend, verbloemd,
Leven moet alles tot in eeuwigheid.
Geen sluimering, geen min, geen dood verzoent
De kruistocht redeloos door ruimte en tijd.

De doden rusten niet, gezweept tot feesten
Waarin zij ijdel trachten te bezwijmen
Tot redding uit de onduldbare geheimen.

En ieder zwervling is omzwermd door geesten;
Nooit worden wij eenzaam en nooit met rust
gelaten aan een beek, een graf, een kust.

 

 

De poolvulkaan

Barre verlatenheid
Duldde ik eeuwen reeds,
In gelatenheid
Trots en uitgebrand.

Wolken sneeuwen steeds,
Zwaar en eindeloos;
Wit en eindeloos
Ligt het poolland rond.

‘t Laaiend Noorderlicht
In staalharde nacht
Houdt in mij de hoop
Dat een langre schicht
Mij inééns losscheurt uit mijn krater

En in vlammenvloed
Al het eeuwig ijs
Smelt tot groen, schuimbekkend water,
Waar ik rood en donker uit verrijs.

 

 

Nagoya kasteel

Als een schip in de eeuwigheid verankerd
Ligt ver van de oevers het kasteel in 't meer,
Der wereld afgewend, hier onveranderd
Het rijk van bos en water en weleer.

Nu wil de eeuwige zwerver overvaren,
Zijn rust bewaren midden in het meer,
Welks oppervlak de schichtige winden vlieden,
Waarop geen kelken drijven, uit welks diepten
De muren rijzen, steil en afgesloten
Zonder een poort; gezonken zijn de boten.

 

 1813895-08961d97326a91fda0f4996e06256027.jpg
Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936) 
Slauerhoff in kimono ,1926

 

 

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Americanah

“Finally, Aisha finished with her customer and asked what colour Ifemelu wanted for her hair attachments.
“Colour four.”
“Not good colour,” Aisha said promptly.
“That’s what I use.”
“It look dirty. You don’t want colour one?”
“Colour one is too black, it looks fake,” Ifemelu said, loosening her headwrap. “Sometimes I use colour two, but colour four is closest to my natural colour.”
Aisha shrugged, a haughty shrug, as though it was not her problem if her customer did not have good taste. She reached into a cupboard, brought out two packets of attachments, checked to make sure theywere both the same colour.
She touched Ifemelu’s hair. “Why you don’t have relaxer?”
“I like my hair the way God made it.”
“But how you comb it? Hard to comb,” Aisha said.
Ifemelu had brought her own comb. She gently combed her hair, dense, soft and tightly coiled, until it framed her head like a halo. “It’s not hard to comb if you moisturize it properly,” she said, slipping into the coaxing tone of the proselytizer that she used whenever she was trying to convince other black women about the merits of wearing their hair natural. Aisha snorted; she clearly could not understand why anybody would choose to suffer through combing natural hair, instead of simply relaxing it. She sectioned out Ifemelu’s hair, plucked a little attachment from the pile on the table and began deftly to twist.”.

 

 1813895-71726e68dd9a12821176a623fb0f11a7.jpg
Chimamanda Ngozi Adichi (Enugu, 15 september 1977)

 

 

De Britse schrijfster Agatha Christie werd geboren in Torquay (Devon) op 15 september 1890. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Agatha Christie op dit blog.

Uit:Murder in the Making

“Beasts!" said Clarice Vane to old Miss Marple. "Absolute beasts some people are!"
Miss Marple looked at her curiously.
Clarice Vane had recently come to live with her Uncle, Dr. Haydock. She was a tall dark girl, handsome, warm hearted and impulsive. Her big brown eyes were alight now with indignation.
She said: "All these cats – saying things – hinting things!"
Miss Marple asked: "About Harry Laxton?"
"Yes, about his old affair with the tobacconist’s daughter."
"Oh that!" Miss Marple was indulgent. "A great many young men have affairs of that kind, I imagine."
"Of course they do. And it’s all over. So why harp on and bring it up years after? It’s like ghouls feasting on dead bodies."
"I daresay, my dear, it does seem like that to you. You are young, of course, and intolerant, but you see we have very little to talk about down here and so, I’m afraid, we do tend to dwell on the past. But I’m curious to know why it upsets you so much?"
Clarice Vane bit her lip and flushed. She said in a curious muffled voice: "They look so happy. The Laxtons, I mean. They’re young, and in love, and it’s all lovely for them – I hate to think of it being spoilt – by whispers and hints and innuendoes and general beastliness!"

 

 1813895-9b0ab6b9859392cf9ff79a1f0608bc41.jpg
Agatha Christie (15 september 1890 – 12 januari 1976)
Mr. Stringer (Stringer Davis) en Mrs. Marple (Margaret Rutherford) in een Agatha Christie film, begin jaren 1960

 

 

De Jamaicaanse dichter en schrijver Festus Claudius "Claude "McKay werd geboren op 15 september 1890 in Sunny Ville, Clarendon, Jamaica. Xie ook alle tags voor Claude McKay op dit blog.

 

Romance

To clasp you now and feel your head close-pressed,
Scented and warm against my beating breast;

To whisper soft and quivering your name,
And drink the passion burning in your frame;

To lie at full length, taut, with cheek to cheek,
And tease your mouth with kisses till you speak

Love words, mad words, dream words, sweet senseless words,
Melodious like notes of mating birds;

To hear you ask if I shall love always,
And myself answer: Till the end of days;

To feel your easeful sigh of happiness
When on your trembling lips I murmur: Yes;

It is so sweet. We know it is not true.
What matters it? The night must shed her dew.

We know it is not true, but it is sweet—
The poem with this music is complete.

 

 1813895-343073bb3707f63211b0c19c41099bce.jpeg
Claude McKay (15 september 1890 - 22 mei 1948)

 

 

De Turkse schrijver Orhan Kemal (eig. Mehmet Raşit Öğütçü) werd geboren op 15 september 1914 in Ceyhan. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Orhan Kemal op dit blog.

Uit: The Idle Years (Vertaald door Cengiz Lugal)

“We accompanied him along some streets, around a few corners, entered a crowded neighbourhood with lots of tiled roofs and bay windows and then into his family’s small wooden house. He led us into their sitting- room. The house was shady and cool inside. A white, fleeting image of a woman flickered to and fro, first at one end of the room, then at the other.
The cover of the divan and the curtains in the room had been delicately embroidered in greens and pinks and purples. There were no pictures on any of the walls, just thickly framed large, ornate texts in Arabic.
‘My mother won’t allow photographs in this room,’ explained Nejip, ‘because she prays here.’
The floorboards were yellow from years of polishing. I could see the side of a hill out of the window, occupied by a graveyard.
We respectfully kissed Nejip’s ageing mother’s wrinkled hands. She spoke a little Turkish. She asked us polite questions, as best she could, and we tried to provide answers.
It was getting dark. Nejip’s sister, who also worked in the tobacco warehouse, entered the room wearing blue earrings and with her curly hair uncovered. ‘Welcome,’ she said and went and lit the pink lamp on the sideboard before leaving us again.
Before long we were joined by Nejip’s dark-moustachioed father, his plaster-splattered uncle and his elder brother, who turned out to be a carpenter. They all had thick and calloused hands and chatted to us in their broken Turkish.“

 

 1813895-41f06447cd38d1bb98a9f8b74e6f75d6.jpg
Orhan Kemal (15 september 1914 – 2 juni 1970)
1935

 

De Duitse schrijver, redacteur en essayist Karl Philipp Moritz werd geboren in Hamelin op 15 september 1756. Zie ook alle tags voor Karl Philipp Moritz op dit blog.

Uit: Anton Reiser

„Ein Verwalter, namens H., und eine Haushälterin mit ihrer Tochter machten gleichsam den mittlern Stand des Hauses aus, und dann folgte das niedrige Gesinde. – Diese Leute schlossen sich wirklich fest aneinander, und alles hatte eine unbegrenzte Ehrfurcht gegen den Herrn von Fleischbein, der wirklich einen unsträflichen Lebenswandel führte, obgleich die Einwohner des Orts sich mit den ärgerlichsten Geschichten von ihm trugen.
Er stand jede Nacht dreimal zu bestimmten Stunden auf, um zu beten, und bei Tage brachte er seine meiste Zeit damit zu, daß er die Schriften der Mad. Guion, deren eine große Anzahl von Bänden ist, aus dem Französischen übersetzte, die er denn auf seine Kosten drucken ließ und sie umsonst unter seine Anhänger austeilte.
Die Lehren, welche in diesen Schriften enthalten sind, betreffen größtenteils jenes schon erwähnte völlige Ausgehen aus sich selbst und Eingehen in ein seliges Nichts, jene gänzliche Ertötung aller sogenannten ›Eigenheit‹ oder ›Eigenliebe‹ und eine völlig uninteressierte Liebe zu Gott, worin sich auch kein Fünkchen Selbstliebe mehr mischen darf, wenn sie rein sein soll, woraus denn am Ende eine vollkommne, selige ›Ruhe‹ entsteht, die das höchste Ziel aller dieser Bestrebungen ist.
Weil nun die Mad. Guion sich fast ihr ganzes Leben hindurch mit nichts als mit Bücherschreiben beschäftigt hat, so sind ihrer Schriften eine so erstaunliche Menge, daß selbst Martin Luther schwerlich mehr geschrieben haben kann. Unter andern macht allein eine mystische Erklärung der ganzen Bibel wohl an zwanzig Bände aus.“

 

 1813895-fd123f6a37d8c09d287884c8223528cd.jpg
Karl Philipp Moritz (15 september 1756 - 26 juni 1793)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty, Ivan Klíma

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

Zonder begeerte, zonder hoop

Zonder begeerte, zonder hoop
op beloning, ook niet uit angst voor straf,
de roekeloze, de meedogenloze schoonheid

te fixeren waarin leegte zich meedeelt,
zich uitspreekt in het bestaande.

Laat de god die zich in mij verborgen houdt
mij willen aanhoren, mij laten uitspreken,
voor hij mij met stomheid slaat en mij
doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.

 

 

Bij herhaling blijkt het zelfs…

Bij herhaling blijkt het zelfs goed
om te zijn in de werkelijkheid;

maar voor een gedicht is het meestal

niks. Bronmos markeert wel de plaats
waar zich de bron bevindt, maar tevens
talloze andere plaatsen waar van
een bron allang geen sprake meer is,

laat staan van mos. Zo gaat het ook
met bronnymfen en vinders van bronnen,
met makers van verzen en met slagen
van wieken langs de hemeltergende
knechtende hemel.

 

 

Waar stil toen

Waar stil toen
de abrikozenboom stond,
sta ik nu stil.

Tussen de gladiolen
weet ik de plek waar
zij toen stond: zij
wierp mij de abrikoos
toe - toen. Nu,

terwijl herinnering met zich
doet wat zij wil, beginnen
wij opnieuw met bijten,
haast tegelijk, tussen

de maïsplanten: zij in haar
abrikoos, ik in mijn abrikoos;

terwijl de kleine vossen nog door
de wijngaard sluipen, en de zee,
fluisterend: bij mij is zij niet;
nee, hier vind je het niet;
in mij is zij niet.

 

 1813472-f22c28af39d257617b1e65e20e070c35.jpg
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)
Portret door Hedwig van der Heiden

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

Uit: Wenn die Äpfel reif sind

„Es war mitten in der Nacht. Hinter den Linden, die längs dem Plankenzaun des Gartens standen, kam eben der Mond herauf und leuchtete durch die Spitzen der Obstbäume und drüben auf die Hinterwand des Hauses, bis hinunter auf den schmalen Steinhof, der durch ein Staket von dem Garten getrennt war; die weißen Vorhänge hinter dem niedrigen Fensterchen waren ganz von seinem Licht beschienen. Mitunter war's, als griffe eine kleine Hand hindurch und zöge sie heimlich auseinander; einmal sogar lehnte die Gestalt eines Mädchens an die Fensterbank. Sie hatte ein weißes Tüchlein unters Kinn geknotet und hielt eine kleine Damenuhr gegen das Mondlicht, auf der sie das Rücken des Weisers aufmerksam zu betrachten schien. Draußen vom Kirchturm schlug es eben drei Viertel.
Unten zwischen den Büschen des Gartens auf den Steigen und Rasenplätzen war es dunkel und still; nur der Marder, der in den Zwetschen saß, schmatzte bei seiner Mahlzeit und kratzte mit den Klauen in die Baumrinde. Plötzlich hob er die Schnauze. Es rutschte etwas draußen an der Planke; ein dicker Kopf guckte herüber. Der Marder sprang mit einem Satz zu Boden und verschwand zwischen den Häusern; von drüben aber kletterte ein untersetzter Junge langsam in den Garten hinab.
Dem Zwetschenbaum gegenüber, unweit der Planke, stand ein nicht gar hoher Augustapfelbaum; die Äpfel waren grade reif, die Zweige brechend voll. Der Junge mußte ihn schon kennen; denn er grinste und nickte ihm zu, während er auf den Fußspitzen an allen Seiten um ihn herumging; dann, nachdem er einige Augenblicke still gestanden und gelauscht hatte, band er sich einen großen Sack vom Leibe und fing bedächtig an zu klettern. Bald knickte es droben zwischen den Zweigen und die Äpfel fielen in den Sack, einer um den andern in kurzen regelrechten Pausen.
Dazwischen drein geschah es, daß ein Apfel nebenbei zur Erde fiel und ein paar Schritte weiter ins Gebüsch rollte, wo ganz versteckt eine Bank vor einem steinernen Gartentischchen stand. An diesem Tische aber – und das hatte der Junge nicht bedacht – saß ein junger Mann mit aufgestütztem Arm und gänzlich regungslos. Als der Apfel seine Füße berührte, sprang er erschrocken auf; einen Augenblick später trat er vorsichtig auf den Steig hinaus. Da sah er droben, wohin der Mond schien, einen Zweig mit roten Äpfeln unmerklich erst und bald immer heftiger hin und her schaukeln; eine Hand fuhr in den Mondschein hinauf und verschwand gleich darauf wieder samt einem Apfel in den tiefen Schatten der Blätter.“

 

 1813472-2495d3327c70f6c6f427b6514230720c.jpg
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)
Rond 1865

 

 

De Surinaamse schrijver Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Ferrier op dit blog.

Uit:Hoogtij overzee ( Notities van een vriend)

“Na school werk ik iedere dag aan het nieuwe boek. 's Middags slaap ik nooit. Hier aan de rivier, een paar kilometers van de monding, merk je door die heerlijke wind niets van die afmattende middaghitte. In de stad blijft die soms nog tot vijven hangen. Ik zoek naar een nieuwe werkgewoonte. Door mijn werk op school, kan ik 's nachts niet meer werken, zoals ik dat vroeger het liefste deed. Ik ga extra vroeg naar bed om 's morgens om halfvier op te staan. Voor ik dan naar school moet, kan ik nog wat werken. Een poosje ging het heel goed zo met dat nieuwe boek. In november was ik, na twee maanden, zelf heel erg enthousiast. In het ene waar ik mee bezig dacht te zijn, ontdekte ik een tweede boek. Het was allemaal begonnen met een niet chronologische samenstelling van al mijn notities vanaf september 1971. In die maand kwam ik werkelijk voorgoed terug. De hele decembermaand, in de vakantie nachtenlang, werkte ik nerveus aan het van elkaar scheiden van een twee-eiige Siamese tweeling. Of dit medisch juist is gezegd, weet ik niet. De illustratie kan, denk ik wel duidelijk zijn. Ik vraag mezelf af, of ik er wel goed aan doe met beide boeken. De eerste week van het nieuwe jaar overvalt me met nare depressies en allerlei schuldgevoelens. Allemaal door de onzekerheid van mijn nieuwe werk. Ik probeer aan een uitspraak van Gide te denken, dat in de pop van mijn notitie-samenstelling Blawoj, de larve Brsk (Prabja Brsk) zich gevormd heeft. In beide heb ik het over mezelf. Het leven op Leonsberg. Mensen, de rivier en buschauffeurs. Het dagelijks oversteken naar school met de veerbarkas. Een vol jaar lang volg ik iedere dag de werkzaamheden van het enorme verkavelingsproject ‘riverview’ hier aan de rivier. Vanaf mijn balkon en uit de ramen van mijn werkkamer, kan ik het grootste deel daarvan overzien. De arbeiders ken ik allemaal.”

 

 1813472-559bb8899f4706a28aff084e86bf5c0c.jpg
Leo Ferrier (14 september 1940 - 30 juli 2006)
 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

 

Spelen

Speel mij niet uit
aan de hyena van de afgunst
verwissel mij dan liever
met de glyptodont
van het gezag.

 

De kleur in je ogen
 
In een gedicht zegt men
zonder aanzien des persoons
de kleur van het water
in je ogen
voelt men van de liefde
slechts het wiegelen
van de kleur in je ogen
 
ik deins voor geen inspiratie
terug vierentwintig uur
al keert heel de wereld
zich tegen mij
al vind ik in jouw gebaar
slechts het ritme
van jouw primitieve lust
 
dit is slechts het begin
straks ben ik in omloop
tussen brussel en parijs
tusen havana en paramaribo
alleen maar om het wiegelen
van de kleur in je ogen.

 

 1813472-42ab76652ec123b1a268bff7a8eecbdc.jpg
Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

De Noord-Ierse schrijver Bernard MacLaverty werd geboren in Belfast op 14 september 1942. Zie ook alle tags voor Bernard MacLaverty op dit blog.

Uit: Cal

“The tiny clicking of the bullets as his father’s fingers groped for them on the elderdown made Calt hink his teeth were covered in sand. He asked.
‘Should we fill the bath?‘
“ Fill it but don't put in the blanket. “It's a bugger to get dried.’
Cal half fllled the bath and took an old mushroom-coloured blanket from the hot press and folded it over the side like a towel. When he came back into the bedroom Shamie was putting the gun beneeth his plllow and climbing into bed. Cal said.
‘Everything O.K.?'
‘Are the doors all locked?’ Cal nodded. ‘Goodnlght then.‘
‘Goodnight.’
“lsn't it a terrible thing.‘ said Shamle. ‘that those bastards have us whispering in our own house.’
Cal thought about sleeping with his shoes on but instead set them together beside the bed. Left on the left. Right on the right. He checked by touch that his stick was beneath the bed. Then in the dark he undressed to his jeans.
Normally he slept in his underpants. He lit up and lay back. it was strange how much the room glowed red each time he took a draw. It was so quiet that he heard the faint bias of burning tobacco.
He thought of the woman in the library. He wanted to put his arm about her- here and now - to lie with her and do nothing but absorb the silence. As he had followed her he had seen the slim shapelinees of her legs. how they had broadened at the call when she had squatted by her box of groceries.“

 

 1813472-242959e97ba5833d8da013fad3cb875c.jpg
Bernard MacLaverty (Belfast, 14 september 1942)

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Ivan Klima op dit blog.

Uit: Lovers for a Day (Vertaald door Gerald Turner)

“Heading for the tram in her white pleated skirt and green blouse she has to pass the old dump with BEWARE FALLING MASONRY and two hideous angels over the door. She hesitates briefly and then walks in past the one-armed watchman. I oughtn't to really, I'll end up bumping into that old so-and-so of hers I'm not supposed to know about, though these days she doesn't make too much of an effort to conceal it. Poor Mum with that bald fat old slob. She knocks on the door and then opens it. From within emerges the confused din of typewriters with the pale blue glow of the strip-lighting and the stench of cigarettes and cheap coffee. But she stays outside.
What did you want, Katerina?'
`Nothing in particular.'
Sallow cheeks, pouches under her eyes, lipstick meticulously applied — everything about her is meticulous, in fact. Her hair recently dyed black. She's still trying to be attractive.
`I'm going out for the day, Mum.'
`Who with?'
`On my own, Mum!'
`Fibber!'
`No, really on my own. Don't worry.'
She looks round and steps away from the door slightly. `You're telling me fibs again. Why do you have to as well?'
`I'm not fibbing. We've broken up.'

 

 1813472-4ff39fdfff7406002ed6a0db6af84222.jpg
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:01 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten