Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 november 2015 tot 4 november 2015

Judith Herzberg, Willem van Toorn, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, Klabund, Charles Frazier

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Alleen in een klein huis

Alleen in een klein huis kan je behoorlijk denken
de muren zijn dichtbij genoeg
weren de regen met gesneden voegen
die regen moet je kunnen horen
het dak lekt op bekende plekken
daar heb je plastic neergelegd
emmers gezet, als er een raam is
zelfs een plant, alleen
in een klein huis
kan je behoorlijk denken.

 

 

Keer om, keer om

Keer om, keer om
mooi meisje keer om!

Je danst in je sandalen
met voeten die groeten
met heupen als schakels
gemaakt om te draaien.

Ga mee in de velden
dan gaan we slapen
dan gaan we daar kijken
hoe alles gegroeid is
of de knoppen al botten
de blaadjes al groenen,

daar ga ik je zoenen
en bij onze deur
ligt allerlei fruit klaar
rijp en groen
speciaal mijn lief
voor jou bewaard.

 

 

Vader en zoon in hevige regen

Je zoon op je schouders.
Boven hem je paraplu
een lopend torentje
In regen van nu.
Zelf wees geweest
en wees gebleven
zit je daar zelf
op schouders
van ouders, zelf
in de vorm
van een zoontje,
en boven de hoofden
een ronde en kleine
maar troostende droogte.

 

 

 1834717-faba20b804f3f2c72a95cfd3743419e4.jpg
Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Willem van Toorn werd geboren in Amsterdam op 4 november 1935. Zie ook alle tags voor Willem van Toorn op dit blog.

 

Het veer

Op een dag door de verrekijker gezien uit de serre van mijn tante:
de plotselinge nabijheid van een vrouwengezicht onder de rand van een
hoed, een hand op een blinkend fietsstuur. Een mand waar iets wits in
beweegt. Een man met een pet op aan het stuur van een hoekige zwarte
Ford. De bootjes aan strakke kabels die op geheimzinnige wijze de richting
bepalen. Wat moeten mensen daar aan de overkant, waar niets te zien is dan
een stil veerhuis, een kerktoren achter verre bomen. Andere dag: alleen
grijze vrachtwagens op het dek. Mannen in grijze uniformen. Een wijd
open mond die onhoorbaar iets roept. Dat is oorlog.

 

 

Ieder huis is toch een noodwoning
Voor Ernst en Anita

Wij kregen een nieuw huis
met ramen vol bomen buiten,
met bedden om in te huilen
en te lachen, en in de tuin
 
één struik met bloemen van vrede.
Al waren die van papier,
ze bleven tot ons plezier
goed in de wind en de regen.
 
Vaak keken wij naar buiten
en zeiden: Kijk, dorpelingen,
zouden ze praten of zingen
[hun lippen bewegen] of fluiten?
 
Soms lieten wij hen binnen
in de huiskamer op visite,
wij gaven hun thee en muziek en
handen als ze weer gingen.
 
Maar we lieten die mannen en vrouwen
nooit in de slaapkamer of de
kelder, want daar stonden koffers
gepakt voor ons eenmaal vertrek.
 
Dat de bloemen het lang zouden houden
geloof den wij immers niet echt.

 

 

Auto
 
De auto scheidt wegen af
uit zijn achtereind, talloze meters
landschap verteerd tot verleden
verbruikt asfalt, uitlaatgas.
 
Meedogenloos, achter glas,
zien wij de kijkende levens
van boeren met zondags gesteven
gebaren, van koeien, van gras -
 
groene graasdorpen één
tel lang bestaan en dan bijt de
snelheid hen tot op het been
kaal en zij glijden als lijken
 
bleek van het netvlies. Luid
braakt de uitlaat hen uit.

 

 1834717-80b80f6b496988ac1d69a752c5b3ddc5.jpg
Willem van Toorn (Amsterdam, 4 november 1935)

 

 

De Nederlandse dichter Peter W.J. Brouwer werd op 4 november 1965 in Eindhoven geboren. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Peter W.J. Brouwer op dit blog.

 

Een vriendschap

Op het strand droeg ik je in verwachting
op mijn schouders mee

jij je benen om mijn nek
en ik die zei: kijk het duin en de krabben,
ze zijn niet wat ze lijken

het meeuwenjong moet nog
geboren, dat ei daar
is een steen

ik stel voor jou het zand bij
en schraag voor ons de horizon

je antwoordde:
één kan dwalen, twee gaan altijd
ergens heen

was het tegen het vallen?
je hield je lippen stevig
om mijn vingers geklonken

 

 

Wat ik je breng

Ik breng je
confetti in de nacht
lichtinjecties achter je ogen

bloesems om te bederven
een belofte om te breken
kinderen om ons te verlaten

ik breng je
de onvindbare kant van de maan

 

 1834717-5f4422c20466e50e659c7a67614bcfbd.jpg
Peter W.J. Brouwer (Eindhoven, 4 november 1965)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Arthur van Amerongen werd geboren op 4 november 1959 in Ede. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Arthur van Amerongen op dit blog.

Uit: Mambo Jambo

“We spreken een raar mengelmoesje van Frans, Spaans en Engels met elkaar. Carmen maakt vaak grappen over mijn Spaans. ik maak geen grappen over haar Nederlands omdat ze dat niet spreekt. in Brussel ging ze enkel met spanjolen en Franstaligen om.
‘Allez-hop, Carmencita, vamos a mimir!’ in het hotel ploft ze op het bed en valt in zwijm. ik drink op het balkon nog een halve fles pinga leeg. in het zwembad drijven genetisch minderbedeelde Engelsen, uit een gettoblaster knalt snoeiharde house. ik schurk tegen Carmen aan, te dronken om me zorgen te maken over morgen. We hebben onze kleren nog aan.
Op het strand van Pipa, volgens de Lonely Planet een global village, verwerken we onze kater. Ons ontbijt begint eentonig te worden: een kokosnoot met rum. ik brom tegen Carmen dat het gezien mijn lamlendige staat niet zo’n goed idee was om naar Pipa te gaan. Het vissersdorp bezuiden Natal wordt overspoeld door nietsnutten: melkwitte Duitse meisjes met rastahaar, surfers die op zware criminelen lijken, vunzige hippies en inheemse onrendabelen die hand- en spandiensten aanbieden. Carmen kijkt geamuseerd naar de optocht der teenslippers, ik voel mij dertig jaar ouder dan mijn grote liefde. ‘Arturo, weet je dat ze hier een ecologisch park hebben? Het is het laatste stukje Atlantisch regenwoud van Brazilië en je kunt er tussen de dolfijnen zwemmen.’
‘Carmencita, por favor, mag ik even rustig mijn kokosnoot leegslurpen? Jezus, ik zit net, wil je niet wat eten? Ze zijn net empanadas aan het frituren. ik begin anders wel trek te krijgen.
Carmen trekt wit weg en begint te kokhalzen, de bonen van gisteren en de aguardiente spelen op. ik vind Carmencita mooi als ze brak is, met haar verwilderde rossige haar, haar waterige honingogen, de sproetjes op haar bleke gezicht, de aandoenlijke tatoeage op haar schouder en haar lullige safarihoedje.
‘Hoeveel staat er eigenlijk nog op onze rekening, Carmencita?’

 

 1834717-ef1e88599949ca717ef6f8208ca5307d.jpg
Arthur van Amerongen (Ede, 4 november 1959)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Klabund werd als Alfred Henschke geboren op 4 november 1890 in Crossen an der Oder. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Klabund op dit blog.

 

Was ich will...

Was ich will
Poet
Was ich singe
Mord
Der Niagarafall
Gelächter.
Weltuntergang
Ein Zucken meiner Schulter.
Geist
Eine Grube.
Erzengel
Erzene Soldaten
Meinem
Kinderspiel.
Das Firmament
Ein Seufzer
Gegen
Meinen
A u f schrei.

 

 

Drei Wünsche

Unser erster Wunsch heisst: einfach sein,
Wie die Vogelschwinge blitzt im Blauen
Unsren Blicken, unsren Küssen trauen.
Unser erster Wunsch heisst einfach sein.

Unser zweiter Wunsch heisst: traumlos sein,
Wenn die Nebel um die Berge schiessen,
Unsre Seele in die Dämmrung giessen:
Unser zweiter Wunsch heisst traumlos sein.

Unser dritter Wunsch heisst: sterblich sein,
Dass wir nicht den Kratern gleich im Siegen
Ewig über unsren Feuern liegen:
Unser dritter Wunsch heisst sterblich sein.

Aber anders klingt des Schicksals Lied,
Dessen Töne grausam uns geleiten:
Ewig träumst du deine Strahlsamkeiten,
Klimmt die Sonne singend zum Zenith.

 

 

Im Auto

Ich bin gut und fahr im Glück.
Von den nassen Scheiben
Klatschen Blicke dumpf zurück,
Die wie Vögel treiben.

Alles rollt an mir vorbei.
Über die Kanäle
Irr ich wie ein böser Schrei,
Den ich mir verhehle.

Plötzlich bin ich nicht mehr da.
Motor platzt im Dunkeln.
Und ich sehe sausend nah,
Tod, dein Auge funkeln.

 

 1834717-bf89fbe4bab8be489d31fa82a2dfffd3.jpg
Klabund (4 november 1890 – 14 augustus 1928)
 

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Frazier werd geboren op 4 november 1950 in Asheville, North Carolina. Zie ook alle tags voor Charles Frazier op dit blog en ook mijn blog van 3 november 2010

Uit: Cold Mountain

“They would pass underneath him, and then he would close his eyes and listen as the cupping sound of their hooves in the dirt grew fainter and fainter until it vanished into the calls of katydids and peepers. The window apparently wanted only to take his thoughts back. Which was fine with him, for he had seen the metal face of the age and had been so stunned by it that when he thought into the future, all he could vision was a world from which everything he counted important had been banished or had willingly fled.
By now he had stared at the window all through a late summer so hot and wet that the air both day and night felt like breathing through a dishrag, so damp it caused fresh sheets to sour under him and tiny black mushrooms to grow overnight from the limp pages of the book on his bedside table. Inman suspected that after such long examination, the grey window had finally said about all it had to say. That morning, though, it surprised him, for it brought to mind a lost memory of sitting in school, a similar tall window beside him framing a scene of pastures and low green ridges terracing up to the vast hump of Cold Mountain. It was September. The hayfield beyond the beaten dirt of the school playground stood pant-waist high, and the heads of grasses were turning yellow from need of cutting. The teacher was a round little man, hairless and pink of face. He owned but one rusty black suit of clothes and a pair of old overlarge dress boots that curled up at the toes and were so worn down that the heels were wedgelike. He stood at the front of the room rocking on the points. He talked at length through the morning about history, teaching the older students of grand wars fought in ancient England.“

 

 1834717-de6b6c231783ded5f0a35af54e08d540.jpg
Charles Frazier (Asheville, 4 november 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2013 en ook mijn blog van 4 november 2011 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:22 Reageer op dit bericht

Joe Queenan, Oodgeroo Noonuccal, Jan Boerstoel, André Malraux, Ann Scott

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 inPhiladelphia, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

Uit:One For The Books

“There are many sad and beautiful stories about books. After being banished to a backwater on the edge of the Black Sea, Ovid wrote a eulogy in honor of his nemesis Augustus Caesar in the language of the barbarians that inhabited the region. Both the eulogy and the language have disappeared. Homer wrote a comic epic that has vanished. Fifteen hundred of Lope de Vega’s plays are no longer with us. Almost all of Aeschylus’s work – seventy-three plays out on loan from the Greeks -- went up in flames when cultural pyromaniacs burned down the library of Alexandria in A.D. 640. Only seven plays remain.
Electronic books will ensure that these tragedies—described in Stuart Kelly’s The Book of Lost Books -- never reoccur. That’s wonderful, but I’d still rather have the books. For me and for all those like me, books are sacred vessels. Postcards and photos and concert programs and theater tickets and train schedules are souvenirs; books are connective tissue. Books possess alchemical powers, imbued with the ability to turn darkness into light, ennui into ecstasy, a drab, predictable life behind the Iron Curtain into something stealthily euphoric. Or so book lovers believe. The tangible reality of books defines us, just as the handwritten scrolls of the Middle Ages defined the monks who concealed them from barbarians. We believe that the objects themselves have magical powers.
People who prefer e-books may find this baffling or silly. They think that books merely take up space. This is true, but so do your children and Prague and the Sistine Chapel. A noted scientific writer recently argued that the physical copy of a book was an unimportant fetish, that books were “like the coffin at a funeral.” Despite such comments, I am not all that worried about the future of books. If books survived the Huns, the Vandals, and the Nazis, they can surely survive noted scientific writers. One friend says that in the future “books will be beautifully produced, with thick paper, and ribbons, and proper bindings.” People who treasure books will expect them to look like treasures. And so they will have ribbons. Another says, wistfully, that books will survive “as a niche, a bit like taking a carriage ride in Central Park. But more than that.”

 

 1834343-933136cfd7e226a17ddc57209cd4fe70.jpg
Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

 

 

De Australische dichteres en schrijfster Oodgeroo Noonuccal (eig. Kathleen Jean Mary Ruska) werd geboren op 3 november 1920 in Minjerribah (Stradbroke Island) in Moreton Bay. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Oodgeroo Noonuccal op dit blog.

 

Artist Son
To Kabul of the tribe Noonuccal (Vivian Walker)

My artist son,
Busy with brush, absorbed in more than play,
Untutored yet, striving alone to find
What colour and form can say,
Yours the deep human need,
The old compulsion, ever since man had mind
And learned to dream,
Adventuring, creative, unconfined.
Even in dim beginning days,
Long before written word was known,
Your fathers too fashioned their art
Who had but bark and wood and the cave stone.
Much you must learn from others, yes,
But copy none; follow no fashions, know
Art the adventurer his lone way
Lonely must go.
Paint joy, not pain,
Paint beauty and happiness for men,
Paint the rare insight glimpses that express
What tongue cannot or pen;
Not for reward, acclaim
That wins honour and opens doors,
Not as ambition toils for fame,
But as the lark sings and the eagle soars.
Make us songs in colour and line:
Painting is speech, painter and poet are one.
Paint What you feel more than the thing you see,
My artist son.

 


Integration — Yes!

Gratefully we learn from you,
The advanced race,
You with long centuries of lore behind you.
We who were Australians long before
You who came yesterday,
Eagerly we must learn to change,
Learn new needs we never wanted,
New compulsions never needed,
The price of survival.
Much that we loved is gone and had to go,
But not the deep indigenous things.
The past is still so much a part of us,
Still about us, still within us.
We are happiest
Among our own people. We would like to see
Our own customs kept, our old
Dances and songs, crafts and corroborees.
Why change our sacred myths
for your sacred myths?
No, not assimilation but integration,
Not submergence but our uplifting,
80 black and white may go forward together
In harmony and brotherhood.

 

 1834343-472556f30ed43bb3801371c71aab058c.jpg
Oodgeroo Noonuccal (3 November 1920—16 September 1993)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Boerstoel werd geboren in Den Haag op 3 november 1944. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Boerstoel op dit blog.

 

Geen kind meer

Je leeft je eigen leven,
wat zij er ook van vindt,
je bent allang geen kind meer.
Je wilt erover praten,
maar niet op die manier,
je zult haar best verdriet doen,
maar niet voor je plezier.
Wat moet je nog met haar en
met haar ouderlijk gezag?
En dan opeens, dan is-ie er, die dag…

De dag waarop je moeder sterft,
de dag die je dagen
van dan af aan wat grijzer verft,
al hou je niks te klagen:
je hebt je goede vrienden nog,
die staan je ook dichtbij
en als je soms een minnaar zoekt,
dan staan ze in de rij.

Maar niemand zal meer weten
hoe je met je pop kon spelen
en niemand zal nog ooit
je vroegste vroeger met je delen.
De dag waarna je nooit meer
kwetsbaar wezen mag en klein,
de dag waarna je nooit meer kind zult zijn.

Wat al die jaren fout ging
komt dan niet meer terecht
en wat je nog wou zeggen
blijft eeuwig ongezegd:
de machteloze frasen
van je genegenheid
en dat het niet haar schuld was
en ook dat het je spijt.
De dingen die je lang niet zeggen kon
en zeggen wou
en dan zo graag nog één keer zeggen zou…

De dag waarop je moeder sterft,
dat jij wordt losgelaten
en al haar eigenschappen erft,
die jij zo in haar haatte:
de scherpe tong, de bokkenpruik,
deze zure schooljuffrouw,
die zullen ze dan binnenkort
herkennen gaan in jou.

En hoop´lijk ook de and´re kant:
de aardige, de zachte,
maar of je die hebt meegeërfd
valt nog maar af te wachten.
De dag waarna de rest
een kwestie wordt van tijd en pijn,
de dag waarna je nooit meer kind zult zijn.

 

 1834343-b3d6aec261e6e74824902a2454a0b032.jpg
Jan Boerstoel (Den Haag, 3 november 1944)
Cover 

 

 

De Franse schrijver en kunstfilosoof André Malraux werd geboren op 3 november 1901 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor André Malraux op dit blog.

Uit:L'Espoir

“Un exemple, mon colonel : j'ai été amoureux une fois dans ma vie. Gravement. Je veux dire: avec gravité. C'était comme si j'avais été un muet. J'aurais pu être l'amant de cette femme, mais ça n'aurait rien changé. Entre elle et moi, il y avait un mur : Il y avait l'église d'Espagne. Je l'aimais, et quand j'y réfléchis maintenant, je sens que c’était comme si j'avais aimé une folle, une folle douce et enfantine. Voyons, enfin, mon colonel, regardez ce pays ! Qu'est ce que l'église en a fait d'autre qu'un espèce d'affreuse enfance ? Qu'est ce qu'elle a fait de nos femmes ? Et de notre pays ? Elle leur a enseigné deux choses : à obéir et à dormir.
Ximénès s’arrêta sur sa jambe blessée, prit Manuel par le bras, plissa un œil :
- Mon garçon, si vous aviez été l'amant de cette femme elle aurait peu être cessé d’être sourde et folle.
Pour le reste, plus la cause est grande, plus elle offre un grand asile à l'hypocrisie et au mensonge ...
(…)

Pour moi, monsieur Magnin, la question est tout bonnement : une action populaire comme celle ci - ou une révolution - ou même une insurrection - ne maintient sa victoire que par une technique opposé aux moyens qui la lui ont donné. Et parfois même aux sentiments. Réfléchissez-y, en fonction de votre propre expérience. Car je doute que vous fondiez votre escadrille sur la seule fraternité.
L'Apocalypse veut tout, tout de suite, la résolution obtient peu - lentement et durement. Le danger est que tout homme porte en soi même le désir d'une apocalypse. Et que, dans la lutte, ce désir, passé un temps assez court, est une défaite certaine, pour une raison très simple : par sa nature même, l'Apocalypse n'a pas de futur."

 

 1834343-8cc6b7c2602765baaa6daaf721b89c00.jpg
André Malraux (3 november 1901 – 23 november 1976)

 

 

De Franse schrijfster Ann Scott (pseudoniem) werd geboren op 3 november 1965 in Boulogne-Billancourt. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Ann Scott op dit blog.

Uit:Superstars

« Derrière le foutoir des percussions qui commençait à faiblir,on entendait le premier morceau se profiler.Pure techno de Detroit,minimaliste mais velouté,tout en finesse.Les gens qui n'y connaissent pas grand chose croient que le boulot consiste à enchaîner deux disques sans que ça s'entende,mais c'est beaucoup plus compliqué que ça.Toute la magie du truc réside dans la capacité à maintenir une unité sonore qui emmène quelque part.Quand je me demandais ce qui m'avait poussée à me tourner vers cette musique là,je me disais que c'était ce que ça me faisait dans la tête,mais aussi dans le ventre.Un truc sexuel.Guillaume s'est détaché pour retrouver l'usage de ces bras et j'ai fermé les yeux,emportée par le flux.
Derrière le film secret de mes paupières,l'essence du son est devenue comme un torrent de lave qui me coulait du cerveau,achevant de nettoyer le peu de résistance qui me restait.Une étendue de cristal s'est ouverte à moi,à perte de vue.Sous mes pieds qui ne touchaient plus le sol,je pouvais voir toute la vie,un monde de racines et de petites bêtes qui évoluaient calmement,sans crainte ni urgence.J'étais seule dans ce décor,mais je savais que si je rouvrais les yeux ils étaient tous là.Et ils ressentaient tous la même chose que moi.Chacun dans son propre délire,mais tous sur la même longueur d'ondes.Tous conscients d'une même et unique chose : le rythme.Tous là pour se laisser emporter loin de tout ce qui ne tournait pas rond.Loin de tout ce qui foirait toujours avant même q'u'on essaie.Loin du peu qu'on avait et qui ne ressemblait en rien à ce qu'on aurait voulu avoir.Tous là pour se lâcher sur cette musique qui répétait inlassablement ici et maintenant. »

 

 1834343-abbcf0d9810ad167f2ffdbcf38ffcf49.jpg
Ann Scott (Boulogne-Billancourt, 3 november 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn blog van 3 november 2013 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:20 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten