Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 november 2015 tot 13 november 2015

90 Jaar Inez van Dullemen, Frank Westerman, José Carlos Somoza, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, Peter Härtling

De Nederlandse schrijfster Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 in Amsterdam geboren. Zij viert vandaag haar 90e verjaardag. Zie ook alle tags voor Inez van Dullemen op dit blog.

Uit:Schrijf me in het zand

“SCENE 3
(Lichtwijziging. Anne komt op in 't zwart gekleed met een donkere striem rond haar hals. Judith ziet haar beeld in de spiegel weerkaatst. Ogenblik van bevroren stilte en aandacht, terwijl de zusters naar elkaar kijken via het glas. Vanaf dit moment zal Anne altijd ergens aanwezig zijn, waar dan ook: achterop het toneel, met de rug naar het publiek etc. Anne gaat nu in de schommelstoel zitten, wrijft met haar hand over de leuning)
ANNE
Mijn toverstoel, een goede stoel... Van hieruit kan ik regeren, oordelen, vonnissen. Ik kan mij niet losmaken van deze toverstoel, wie er in zit is veilig voor alle kwaad.
JUDITH
Je ziet er niet ouder uit dan twaalf jaar. Je hebt de baseballschoenen aan.
ANNE
(Steekt haar voeten naar voren)
Die waren op de groei gekocht.
(Ze trekt de sprei om zich heen die daar op de grond ligt) Ik heb het altijd koud. Ik trek altijd twee pyjama's over elkaar aan... Iedere avond wikkel ik mij in mijn oude sprei, als in een cocon, heel stijf, zodat hij mij 'niet zal kunnen vinden. Ik slaap als een haas met mijn oren overeind... Door alle muren resoneert zijn stap, ook al loopt hij op blote voeten.
JUDITH
Wie loopt er op blote voeten?
ANNE
(Lacht)
Er zijn geruisloze slangen, minuscule, die zich aanpassen aan de kleur van de stenen. Er zijn ook nachtslangen die 's nachts ronddolen en zich aanpassen aan het donker. Dat zijn de gevaarlijkste. Je moet jezelf injecteren tegen het gif.”

 

 1838601-70f8a79d4234620c51b567bf978070e4.jpg
Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)
 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

Uit: De graanrepubliek

“Diep in de Groninger Veenkoloniën, voorbij de A-zoveels en de P’s voor carpoolers, ligt het dorp Hoornderveen. Op de ANWB-wegenkaart hangt het als een lui spinnetje in een web van ruilverkavelingswegen - ter hoogte van een sluis in het B.L. Tijdenskanaal. Maar in werkelijkheid is het onvindbaar.
Met de autokaart op schoot reed ik naar de plek waar de buurtschap zich volgens de coördinaten moest bevinden. Mijn vinger gleed van doorgaande routes (rood en vet) naar binnenwegen (geel en dun) en vandaar naar het fijnmazig net van nog niet zo lang geleden geasfalteerde karrensporen (wit en ijl). Ik kwam door het zwaar gereformeerde Onstwedde, dat op een bord in de wei reclame maakte voor de oogstdienst van die zondag, en door het onkerkelijke Vlagtwedde, waar je voor het kantoor van de Rabobank kon bungy-jumpen van een hijskraan.
Had ik een afslag gemist? Het landschap bood weinig houvast, dat was een potpourri van doodgespoten aardappelloof en manshoog maisblad waar niemand overheen kon kijken. Op een driesprong bij een eenzaam huisje deed ik zo aarzelend over links of rechts, dat de motor met een korte reutel afsloeg.
Ik was op weg naar de nazaten van de herenboeren in het noordoostelijkste stukje Nederland, pal achter de Dollarddijk, maar een mysterieuze regel in de krant lokte me naar Hoornderveen. Een dorp dat door zijn bewoners was verlaten. Ik kon me dat nauwelijks voorstellen. De Veenkoloniën waren de Pyreneeën niet. Met het platteland in Groningen kon het nooit zo slecht gaan dat er hele dorpen leeg kwamen te staan. Waren die Franse en Spaanse dorpelingen niet juist van hun velden verjaagd door de meedogenloze concurrentie van de Nederlandse boeren? In zo’n uitgelezen landbouwland als Nederland, dacht ik, vallen geen gaten.
Terwijl ik uitstapte om de bakens in het landschap te vergelijken met die op de kaart, kwam er een kromgegroeide man met een witte kuif op me af.”

 

 1838601-89057c8872de60dea34cbbba21af6814.jpg
Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

 

 

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

Uit: Das Rätsel des Philosophen (Vertaald doorKlaus Laabs en Joachim Meinert)

»Dein Befund, Physikus?«
Aschylos, der Arzt, ließ sich Zeit mit der Antwort, hob noch nicht einmal den Blick zum Hauptmann. So mochte er nicht angesprochen werden, als »Physikus«, und am wenigsten in diesem alles und jeden herabwürdigenden Ton. Aschylos war kein Militär, sondern entstammte einem alten Aristokratengeschlecht und hatte eine vorzügliche Bildung genossen: Er kannte die Aphorismen des Hippokrates gut, hielt sich in allen Punkten an den ärztlichen Eid und hatte eine lange Studienzeit auf der Insel Kos zugebracht, wo er die heilige Kunst der Asklepiaden, der Schüler und Erben des Hippokrates, erlernt hatte.
Nein, er war keiner, den ein Hauptmann der Grenz- wachen so einfach demütigen durfte. Ohnedies war er gekränkt: Die Soldaten hatten ihn in grauer Morgenstunde geweckt, damit er auf offener Straße den Leichnam jenes Jünglings examinierte, den sie auf einer Tragbahre vom Berg Lykabettos herbeigeschafft hatten, und natürlich sollte er jetzt auch noch eine Art von Befund erstellen. Er aber, Aschylos, das wusste doch jeder, war kein Arzt für Tote, sondern für Lebende, und er fand, dass diese unwürdige Aufgabe seinem Amt abträglich war. Er hob die Arme des zerfleischten Körpers an, die einen Schweif aus blutigen Säften hinter sich herzogen, und sein Sklave säuberte sie eilends mit einem in geweihtes Wasser getauch-ten Tuch. Zweimal räusperte er sich, bevor er zur Rede ansetzte, dann sprach er: »Wölfe. Wahrscheinlich wurde er von einem hungrigen Rudel angegriffen. Bisse, Klauenhiebe ... Das Herz fehlt. Es wurde ihm herausgerissen.
Die Höhlung, durch die die warmen Körpersäfte fließen, ist teilweise leer ...«
Das Gerücht fegte langsträhnig über die Lippen der Schaulustigen.
»Hast du gehört, Hämodoros?«, flüsterte ein Mann seinem Nachbarn zu. »Wölfe.«
»Dagegen muss etwas unternommen werden«, erwiderte der andere. »Wir wollen die Sache vor die Volks-versammlung bringen ...«

 

 1838601-f8e410f37957b02ce012a3a38ec48522.jpg
José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

 

 

De Duitse dichter,schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november1974in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog

 

Der Druck der Evolution

Nein, es ist kein konstruierter Zusammenhang zwischen
Maschenweite und Gewicht einer Population Kabeljau
Fische, die mehr Energie in Sex als ins Wachstum
investieren. Am Horizont gigantische Schiffe

schwimmende Fabriken, die Monat um Monat hoch
im Norden kreisen und Bestände heranzüchten
in denen die Tiere genetisch bedingt kleiner und vier Jahre
früher geschlechtsreif. Nur so haben sie eine Chance

durch immer engere Maschen zu schlüpfen, sich vor dem Fang
zu vermehren. 46000 Tonnen die Schwärme der Nordsee
auf einer gedachten Waage, nötig für eine nachhaltige
Befischung dreimal so viel. Doch nicht allein das Gewicht

auch die Körpermaße schwinden. Vor sechzig Jahren
zu Beginn der Industriefischerei fünfundneunzig
heute fünfundsechzig Zentimeter … Ein Fangstopp oder
Schutzzonen hier und da drehten die Uhr nur langsam zurück

Ein Pool großer Fische als Puffer an Bord des Trawlers
lebend nach Größer sortiert und wieder ins salzige Wasser
geworfen ist technisch unmöglich. Doch nicht das private Glück
des Speisefischs zählt: mit kleineren Individuen sinken

die Fangmengen, die Futtertröge werden leerer und schwieriger
die Einigung der Minister, wie sie Massen an Hühnern
mit Fischmehl, die Bürger der EU mit Eiern zum Frühstück
oder Eiern für einen österlichen Fruchtbarkeitskult versorgen

 

 1838601-cefcb848b36aa58126f09e26d06f6c66.jpg
Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

 

De Nederlandse schrijfster, columniste en radiopresentatrice Hadjar Benmiloud werd geboren in Amsterdam op 13 november 1989. Zie ook alle tags voor Hadjar Benmiloud op dit blog.

Uit: Alleen maar winnaars (Column)

“Tijdens het nieuws ben ik bang per ongeluk in een tijdreismachine te zijn gestapt, of in een computersimulatie te leven. Voor uitsluitsel wacht ik nu op bericht uit China.
Ik liep vast op het volgende: in 2020 zal elke Chinese burger naast een sofinummer ook een persoonlijke “sociale score” krijgen toegekend. Met big data wordt iedereen door middel van smartphone, computers, surveillancecamera’s en gegevens van instanties scherp in het vizier gehouden. Als je braaf bent gaat de score omhoog, en krijg je meer kansen in de Chinese samenleving.
De wereld is een spel en verliezen is voor China geen optie: met strategie en discipline bouwen ze vlijtig aan hun onvermijdelijke supermacht terwijl wij elkaar hooguit proberen te helpen met het verbeteren van scores op Candy Crush. Alle risico’s worden vakkundig weggecalculeerd. Mocht de totale wereldovername straks niet lukken met hun enorme hoeveelheid steenharde soldaatjes (20 procent van de wereld) of met de Dagobertiaanse bergen goudstaven die ze al jaren inslaan in de hoop de dollar ermee te slopen, dan gaan ze ons wel inhalen met superieure educatie en de werkethiek van een beverkolonie. Ik wil de blanke mens niet discrimineren (mijn beste vriend is er eentje) maar we zijn kansloos alsof we fierljeppen tegen schaakgrootmeesters.”

 

 1838601-e9d9faa73ec817fa0bd5085f383306db.jpg
Hadjar Benmiloud (Amsterdam, 13 november 1989)

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmaker werd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook alle tags voor Nico Scheepmaker op dit blog.

 

Terwijl je slaapt

Terwijl je slaapt, onder het laken,
tegen het licht dat je bedreigt,
wil ik een vers dat niets verzwijgt,
een sprei van liefde voor je haken.

Ik heb je lief, en liefde stijgt
tot boven de gedeelde daken
waaronder wij het samen maken
wat anderen eronder krijgt.

Jij bent wat ik ben. Ik ben jou.
Jij bent mijn eerstgeboren vrouw.
Het leven is bij jou begonnen.

En voor ik één woord heb verzonnen
heeft weer de eenvoud overwonnen:
ik heb je lief, ik hou van jou.

 

 

Afscheid
het definitieve afscheidsvers voor Johan Cruijff

Daar gaat-ie dan! Ik heb het nog beleefd,
geen sterveling die mij dit af kan pakken.
Hoe zette hij zijn schaduw niet te kakken,
al zat die nog zo aan hem vastgekleefd!

Hij kon zich in een elftal vertakken:
zo'n man die alles neemt en alles heeft
maar op z'n tijd ook wel een bal afgeeft,
voorzien van alle denkbare gemakken.

Daar gaat-ie dan! Het grote fenomeen
dat net als ik en Rembrandt werd geboren
in Amsterdam, - ik voel me uitverkoren.

Met Rembrandt heb ik slechts gemeen
de aanblik van de Munt en Westertoren,
maar Cruijff heb ik gezien, - door merg en been!

 

 1838601-3b1348a7dbd736f60105186daa988d22.jpg
Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Härtling is geboren op 13 november 1933 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Peter Härtling op dit blog.

 

Widerworte

Du hast dir deinen Himmel selbst gemalt
und wenn du fortfliegst, stößt du nicht daran.
Du hast mit keiner Welt geprahlt,
Vergessenes siehst du mit Zutraun an.

Du trägst die alten Dinge sacht umher:
die Spiele, Masken und das Szenenwort −
sie wiegen leicht, sie warn nie schwer,
verrücken dich und nicht den Ort.

Wo bin ich schon daheim, fragst du den Schuh −
rufst dir Figuren hoch, die niemand kennt:
Sie bauen Straße Haus und Turm im Nu
und schlagen eine Sonne an, die nichts verbrennt.

So bist du weit: Wer dich erreichen will, der trennt
sich vom Gesicht, das er sich aufgesetzt,
verläßt den Namen, der ihn nennt,
verstößt das Echo, das er durchgewetzt.

Du lobst die Silben, ächtest den Vergleich,
stäubst Floskeln aus und machst die Wahrheit leer −
du spielst, verwandelst, schaffst ein Reich
und holst von neuem alle Widerworte her.

 

 

Spielgeist

aufgestöbert und zerbrochen
spielzeug an den kleidern baumeln
liest musik aus seinem taumeln
hat den aberwitz gerochen

steigt ins lachen taucht ins weinen
sammelt beides streut es aus
schickt den sand ins wetterhaus
hält den andern für den einen.

klingelt kleistert klirrt und klopft
spottet türen reizt die zahlen
jubelt wenn ein knurrhahn tropft
und beginnt den laut zu malen.

 

 1838601-486684df8d0686ebfee96e0581b2e329.jpg
Peter Härtling (Chemnitz, 13 november 1933)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

ECI Literatuurprijs voor Jeroen Brouwers

 

ECI Literatuurprijs voor Jeroen Brouwers

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers ontvangt de ECI Literatuurprijs (de vroegere AKO-Literatuurprijs) voor zijn roman “Het hout”. Dat maakte juryvoorzitter Andrée van Es donderdag bekend op het Crossing Border Festival in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag. Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Het hout

“Er komt wit in mijn hersens, eindeloos horizonloos. Ik kijk, zonder dat er een spier in mijn gezicht vertrekt, naar de een, naar de ander. Gaan jullie je Jezus maar zelf begraven. Ik heb het lijk daarstraks gewassen, het kan zo nederdalen ter helle.
Je kunt gaan Bonaventura. Verdere instructies krijg je van Amadeo.
Dat boek had ik te leen, zeg ik nog. Meneer Woltgens zou het graag terug hebben.
Benedictus stempelt met zijn vuist opnieuw een bons op de rode omkafting en laat er een vochtplek op achter. Zorgen wij voor. Schuift Umbrië met de nagel van zijn pink naar Amadeo. Nog iets Amadeo? Het plaaginsect neemt de afgehandelde papiertjes van hem over en legt een nieuw papiertje voor hem neer. Dat Hyacintus daarjuist weer was binnengekomen met een klacht over
medebroeder Olaf. Straks, zegt Benedictus. De ouwe is zichtbaar afgemat.
In de gang loop ik over de witte tegels, ontheven van mijn taken. Rochus die gebogen achteruitlopend de dweil met brede bogen heen en weer beweegt groet mij niet. Ik hem ook niet. Onder de secondenklok, zestien uur zeventien, zie ik de speelplaats. Voetballen in de hitte. Wil van Lanschot die niet met zijn vriend Mark Freelink mag praten praat met Mark Freelink, dwingend gesticulerend, in de dode hoek naast de gymzaal, niet te bespieden vanuit het  rechterraam tweede verdieping schoolgebouw. Verboden plek dus. Hij durft, zo goed als vogelvrij als hij is. Mark, brekelijk albastwit als het engeltje boven zijn bed, schone kleren, beide schoenen aan, knikt, zegt iets terug, knikt. In zijn
ene bruine schoen zit een zwarte veter, dat merk ik op als ex-surveillant. Guido Weytjens komt erbij, wat in ieder geval in orde is met het kostschoolreglement dat contact tussen twee jongens verbiedt, altijd ten minste met zijn drieën om gore praatjes uit te wisselen. Wil toont Guido de paarse achterkant van zijn been. Guido reageert met een stap achteruit en roept iets, wat ik vanop deze afstand achter het raam natuurlijk niet kan verstaan. Tienduizendmiljard bommen en granaten, de grote kraakvis zal hem kraken die basjiboezoek! Ik weet dat hij verwerpelijke stripboeken leest. Ik zag altijd alles door de vingers, maar nu heeft Remigius het overgenomen. Die schreeuwt en koestert het hout in de binnenborstzak van zijn kloostervacht. De clubactiviteiten zijn voorbij, nu begint de studie en daarna, van vrijdag verplaatst naar vandaag, staat de leerlingen het doucheritueel te wachten, want morgen komt hoog kerkelijk bezoek, het lichaam moet schoon, alles wordt gecontroleerd.
Niets meer te doen, ik heb er niets meer mee te maken. U loof ik die mijn schepper zijt die met uw liefde mij geleidt.”

 

 1838373-bcaafb7cb8c1824e83d906afa278764a.jpg
Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)

Geschreven door Romenu om 09:15 Reageer op dit bericht

Anne Weber

De Duitse schrijfster en vertaalster Anne Weber werd geboren op 13 november 1964 in Offenbach am Main. Zij bezocht het Wolfgang-Ernst-Gymnasium in Büdingen en slaagde in in 1983 voor haar eindexamen. Zij woont sinds 1983 in Parijs. Daar studeerde zij Franse literatuur en vergelijkende literatuurwetenschap aan de Sorbonne. Van 1989-1996 was zij werkzaam bij verschillende Franse uitgevers. Ze vertaalde ook teksten van hedendaagse Duitse auteurs en nonfictie in het Frans. Haar eigen, sinds 1998 gepubliceerde werken, schreef ze voor het eerst in het Frans en vertaalde ze later pas in het Duits. Intussen schrijft Weber de teksten weer eerst in de Duitse taal, om ze dan ook in het Frans te vertalen. Haar autobiografische lange essay “Ahnen. Een tijdreis dagboek", dat begin 2015 op hetzelfde moment in Frankrijk en Duitsland werd gepubliceerd, is een confrontatie met haar grootvader, de theoloog, politicus en schrijver Florens Christian Rang (1864-1924). Walter Benjamin, die met Rang bevriend was noemde hem de „tiefste Kritiker des Deutschtums seit Nietzsche.”

Uit: Ahnnen

„Es  fängt  damit  an,  dass  mein  Passwort  »Panzerdivision«  ist.  Ich  habe  es  vor  Jahren  gewählt,  als  ich  das letzte  Mal  eine  Dauerkarte  für  die  untere,  den  Forschern vorbehaltene Etage der Bibliothèque nationale beantragt  hatte.  Für  Platzreservierungen  und  Buchbestellungen im Internet braucht man dort ein Pseudonym.  Nun  hätte  ich  natürlich  Lindenblüte  oder Seidenwurm wählen können. Ich hatte Panzerdivision gewählt. Es war der Kosename, den mir einmal ein äußerst charmanter, in der hohen, wenn auch in meiner Wertschätzung  seither  gesunkenen  Kunst  der  Ironie unschlagbarer  Franzose  gegeben  hatte  und  der  mit möglichst nasalem Akzent, weichem »s« und Betonung auf der letzten Silbe ausgesprochen gehört: Pansèredivisión. Dieser Name, der nicht etwa nur mir als Deutscher galt, sondern gewisse, mir ganz persönliche Eigenschaften treffen sollte und vermutlich auch trifft, war mir einst komisch erschienen. Im Zusammenhang mit den Nachforschungen, die ich mit Hilfe dieses Passwortes  betreiben  will,  hört  er  sich  nicht  mehr  so  komisch an. Es soll um einen Deutschen gehen, der einige Jahre in Polen verbracht hat. Um meinen Urgroßvater.
Um es gleich zu sagen: Mein Urgroßvater ist nicht in Polen einmarschiert. Die Gegend um Poznan, in der er  lebte,  war  schon 1815 Preußen  zugeschlagen  worden.
Trotzdem.  Ich  will  das  Bibliothekspseudonym  ändern. Das ist unmöglich. Ein einmal gewähltes Kennwort, ein sogenannter Alias, erklärt mir unwirsch die für die Karten-Erstellung zuständige Dame, bleibe für immer bestehen. Panzerdivision.“

 

 1889115-df3c20d3204f12be81127330812ecc4a.jpg
Anne Weber (Offenbach am Main, 13 november 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Juana Inés de la Cruz, Jacobus Bellamy

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

Nachtmerrie om aandacht

ik wilde je even niet meer zien dat bedacht ik toen ik op bed lag in de slaapkamer nadat jij al slaand met de deuren woest het huis uit was gebeend ik lag op mijn buik en bemerkte dat mijn neus verstopt zat ik ging rechtovereind zitten en pakte een papierenzakdoek uit mijn broekzak toen ik mijn neus grondig en luidruchtig gesnoten had keek ik in de zakdoek en zag jouw silhouet erin met een wilde zwaai wierp ik de zakdoek door de kamer mijn oog viel op het koffiekopje naast mijn bed op de bodem in het koffiedik herkende ik onmiskenbaar jouw gelaat geschrokken deinsde ik terug en wilde schreeuwen voordat ik een geluid kon maken voelde ik jouw lippen op de mijne panisch greep ik met beide handen naar mijn mond dit veroorzaakte een kriebel in mijn mouwen een vleug van jouw geur steeg daaruit op ik vloog zowat tegen de muur op misschien vloog ik ook wel echt tegen de muur op want ik herinner me het gevoel van teruggeworpen te worden in bed katatoon bleef ik liggen ik had niet eens meer de energie om te schreeuwen op dat moment voelde ik levensecht jouw hand op mijn gulp ik had het niet meer en dacht dat ik zou bezwijken zo moet ik een tijdje in mijn eigen angstzweet hebben gezwommen totdat jij weer thuis kwam en me zei dat het allemaal wel goed zou komen

 

 

De buitenstaander

Hoe iedereen uiteindelijk alleen achterblijft met zijn/haar brein en hondenleven

dagelijks leur ik van deur tot deur ik bel aan en zwijg
show mijn doosje met het gedrochtje
ik praat niet over de pijn
na gedane arbeid
haalt de waardin me
met open armen binnen
ze glimlacht en schenkt me bier
meer kan zij ook niet voor mij betekenen

 

 1838159-e7fd90aaaadb8532813a017fe41c18c3.jpg
Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)
 

 

 

De Nederlandse dichter Johnny van Doorn (The Selfkicker) werd geboren op 12 november 1944 in Beekbergen en groeide op in Arnhem. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Johnny van Doorn op dit blog.

 

Met de oude schicht op reis

(I)
Om het middernachtelijk uur
Rijden wij gedrieëlijk
Over een gênante kilo-
Meterlange brug:
In een vehikel dat
Veel doet denken aan
Bommels Oude Schicht
De bestuurder rijdt
Staande rond (in de
Persoon van de
Roemruchte uitvreter
Henk ‘honger’ H.),
Zijn hoofd door het
Open dak gestoken (ten-
Einde de heldere
Sterrenhemel aandachtig
Te bestuderen & deze
Aanblik is voor vele
Passerende automobilisten
Teveel & autowrakken
Blijven rokend achter
In de berm),-
Ondanks het dronken
Gezwìebel zitten we
Er lekker bij,
2 liter Cola in
De maag & LSthenty-
Five achter de kaken,
Eindelijk weereens
Flink gegeten:
Eieren, olijven, vis en
Soep & gelukkig bevrijd
Van de storende psycho-
Patische argumentaties
Van enkele hondsdolle
Fanatici (enige uren
Terug)…

 

 1838159-69c231bed510ae9fd050e33be5e025fb.jpg
Johnny van Doorn (12 november 1944 – 26 januari 1991)
Cover 

 

 

De Uruguayaanse schrijfster, vertaalster en journaliste Cristina Peri Rossi werd geboren op 12 november 1941 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Christina Peri Rossi op dit blog.

 

BABEL BARBARA

The Baptism

I baptize you Babel among all women
Babel among all cities
Babel of diversity
ambiguous like the sexes
nostalgic for the lost paradise
----maternal uterus –
center of the world
umbilical cord.

"Poet – screams Babel-
I am the blind woman of all tongues
Cassandra in the dark night of the signifiers".

 


The Passion

We emerged from love
as if from an aerial catastrophe
We had lost our clothes
our documents
I was missing a tooth
and you had lost track of time
Was it a year as long as a century
or a century as short as a day?
Among the furniture
around the house
broken rubble:
glasses photos torn books
We were survivors
of a collapse
of a volcano
of raging waters
And we parted with the vague feeling
of having survived
though we didn’t know what for.

&nbsol

Vertaald door Diana Decker

 

 1838159-c6e9c3a3260117767b9a96064a7b75de.jpg
Cristina Peri Rossi (Montevideo, 12 november 1941)

 

 

De Amerikaanse, feministische schrijfster Naomi Wolf werd geboren in San Francisco op 12 november 1962. Zie ook alle tags voor Naomi Wolf op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

Uit: The Beauty Myth

“This outside-in perspective on their own sexuality leads to the confusion that is at the heart of the myth. Women come to confuse sexual looking with being looked at sexually ("Clairol...it's the look you want"); many confuse sexually feeling with being sexually felt ("Gillete razors...the way a woman wants to feel"); many confuse desiring with being desirable. "My first sexual memory," a woman tells me, "was when I first shaved my legs, and when I ran my hand down the smooth skin I felt how it would feel to someone else's hand." Women say that when they lost weight they "feel sexier" but the nerve endings in the clitoris and nipples don't multiply with weight loss. Women tell me they're jealous of the men who get so much pleasure out of the female body that they imagine being inside the male body that is inside their own so that they can vicariously experience desire.
Could it be then that women's famous slowness of arousal to men's, complex fantasy life, the lack of pleasure many experience in intercourse, is related to this cultural negation of sexual imagery that affirms the female point of view, the culture prohibition against seeing men's bodies as instruments of pleasure? Could it be related to the taboo against representing intercourse as an opportunity for a straight woman actively to pursue, grasp, savor, and consume the male body for her satisfaction, as much as she is pursued, grasped, savored, and consumed for his?”

 

 1838159-136dd50c63c80da14ebf83dea8721c89.jpg
Naomi Wolf (San Francisco, 12 november 1962)

 

 

De Mexicaanse dichteres en moniaal Juana Inés de la Cruz de Asbaje y Ramírez, ook bekend als Sor Juana, werd geboren in San Miguel Nepantla op 12 november 1648 of 1651. Zie ook alle tags voor Juana Inés de la Cruz op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

 

My Lady (Fragment)

How unwisely my ardent love,
which your glorious sun inflamed,
sought to feed upon your brightness,
though the risk of your fire was plain!

Forgive me if, thus emboldened,
I made bold with that sacred fire:
there's no sanctuary secure
when thought's transgressions conspire.

Thus it was I kept indulging
these foolhardy hopes of mine,
enjoying within myself
a happiness sublime.

But now, at your solemn bidding,
this silence I herewith suspend,
for your summons unlocks in me
a respect no time can end.

And, although loving your beauty
is a crime beyond repair,
rather the crime be chastised
than my fervor cease to dare.

With this confession in hand,
I pray, be less stern with me.
Do not condemn to distress
one who fancied bliss so free.

If you blame me for disrespect,
remember, you gave me leave;
thus, if obedience was wrong,
your commanding must be my reprieve.

Let my love be ever doomed
if guilty in its intent,
for loving you is a crime
of which I will never repent.

This much I descry in my feelings--
and more that I cannot explain;
but you, from what I've not said,
may infer what words won't contain.

 

 1838159-5ff96911b993d04835051deb74847331.jpg
Juana Inés de la Cruz (12 november 1648 of 1651 - 17 april 1695)
Als 15-jarige. Portret geseigneerd met J. Sánchez, 17e eeuw

 

 

De Nederlandse dichter Jacobus Bellamy werd geboren in Vlissingen op 12 november 1757. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2010

 

Klinkdicht

Wanneer mijn ziel bedroefd, zelfs bij heur waardste vrinden,
Vergeefs naar vreugde zoekt, die 't hartenleed verzacht,
En geen vermaak gevoelt, alschoon de vriendschap lacht,
En 't minzaam onderhoud door scherts poogt aan te binden;

Wanneer in zulk een tijd de zorgen haar verslinden,
En zij heur grootste vreugd, de Dichtkunst zelf veracht;
Met angst de nacht verbeidt, - de morgen weer verwacht,
Het blijde daglicht ziet, maar gene rust kan vinden:

Wanneer in zulk een vlaag van nare angstvalligheid
Mijn treurig oog een vloed van zilte tranen schreit,
En ik mij van rondom met droefheid zie omgeven:

Wanneer in zulke een stond van kwelling en verdriet
Mijn ziel geen scheemring zelfs van troost of blijdschap ziet,
Dan doet ge o Fillis! mij met éne lonk herleven.

 

 1838159-c501446fd92a76eec069f60051e6dc13.jpg
Jacobus Bellamy (12 november 1757 - 11 maart 1786)
Borstbeeld bij zijn zijn geboortehuis in Vlissingen

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn blog van 12 november 2014 en ook mijn blog van 12 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Lize Spit

De Vlaamse schrijfster Lize Spit werd geboren in Viersel op 12 november 1988. Spit groeide op in de Belgische Kempen. Ze studeerde aan de ‘School of Arts’ van de Erasmushogeschool Brussel, waar ze een master in scenarioschrijven haalde. In 2013 won ze zowel de jury- als publieksprijs van de schrijfwedstrijd Write Now! Spit publiceerde korte verhalen en poëzie in onder andere de tijdschriften Tirade, De Gids en Das Magazin. In januari 2016 verschijnt haar eerste roman “Het smelt”.

Uit: Het smelt (Voorpublicatie, oktober 2015)

“11 juli 2002
Het is me nog nooit gelukt ergens te laat te komen. Pim wel, en hij heeft altijd een goed excuus. De stal moest worden uitgeveegd, een melkoverschot moest in plastieken flessen worden overgegoten, een koe die een stuitligger gekalfd had. Nu heeft hij ook nog eens Jan. Mensen stellen na een verlies weinig vragen meer.
Bij het fietsen doorkruis ik soms warme, soms koude plekken lucht. Mocht ik me niet tussen huizen maar in een zwembad bevinden, zou ik anderen ervan verdenken net in het water te hebben gepist.
Ik draag mijn badpak onder mijn kleren. Het is een oud exemplaar. Ik had het al tijdens de lagere school, het is te krap geworden. De bandjes snijden in het vel van mijn schouders. Dat geeft een weerstand die, indien ik eraan zou toegeven, me dubbel zou doen klappen.
Hoe vaker ik met mijn kruis over het zadel heen en weer wroet, hoe schever mijn tampon komt te zitten. Vlak voor mijn vertrek heb ik een nieuwe ingedaan. De kartonnen inbrenghulzen waren op, dus nam ik een van de dikke, zelf in te brengen kogelvormige tampons van mama. Mijn vinger was veel korter dan de hulzen die ik net gewend was, echt diep kreeg ik het ding niet. Het koordje trok ik naar achter, klemde het vast tussen mijn billen als een boekenlegger.
De kerkklok luidt eenmaal. Zestien uur is een vreemd tijdstip om je nog door het dorp te verplaatsen, op weg naar iets. De meesten keren op dit uur al huiswaarts, waardoor het net niet meer de moeite lijkt nog aan iets te beginnen. Om deze reden ben ik toch maar een half uur vroeger vertrokken dan Pim had gevraagd.
Ik fiets langs de huizen in de dorpskern, het ommuurde kerkhof, de parochiezaal.
De kermis is gearriveerd. Zes grote logge kramen trokken aan het begin van deze week door het dorp, staan nu op straathoeken te bekomen voor ze geopend en uitgepakt worden. Bij gebrek aan een dorpsplein blokkeren de kramen de straten rond de kerk, die met hekken zijn afgesloten voor alle verkeer, behalve plaatselijk – al is het in dit dorp zelden niet-plaatselijk.
Ik herken zes kramen: de schietkraam, de botsauto's, de vliegers, het eendjesvissen, de tombolastand. Bovenmeer is het enige dorp dat de frietkraam meetelt als attractie.
Nu is het wachten tot morgen. De ballonnen zullen worden opgeblazen, de pijpjes aangevuld, de eendjes te water gelaten, de prijzen uitgestald, frieten voorgebakken. Om stipt zes uur zullen de koplampen van de botsauto's het daglicht wegschijnen, zal de vrijdagavond ingezet worden met 'No Limit', tot elke kraam overschakelt op zijn eigen cd'tje, kakofonieën van sirenes en opgepompte jams."

 

 1968204-55c8b531f84b31462420077d611f1061.jpg
Lize Spit (Viersel, 12 november 1988)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Frank Witzel

De Duitse schrijver, illustrator, radiopresentator en muzikant Frank Witzel werd geboren op 12 november 1955 in Wiesbaden. Witzel volgde na de middelbare school eerst een muzikale opleiding aan het conservatorium Wiesbaden. Al in zijn jeugd studeerde hij piano, cello en klassieke gitaar. Vanaf 1975 publiceerde Witzel gedichten in alternatieve literaire tijdschriften als Das Nachtcafé, TJA oder Machwerk. Zijn eerste gedichtenbundel “Stille Tage in Cliché” verscheen in 1978 In zijn roman “Blue Moon Baby” (2001) vertelt Witzel verhaal van de in Hessen wonende leraar Hugo Rhä, dat andere verhaallijnen - zoals dat van de bizarre spion Douglas Douglas Jr. in Wisconsin - overlapt. Hierin koppelt Witzel moderne samenzweringstheorieën met elementen van de spionageroman, doorspekt met verwijzingen naar popcultuur en literatuur. Ook in de volgende Roman “Revolution und Heimarbeit” (2003) combineert Witzel samenzweringstheorieën - zoals de zogenaamd alleen maar gesimuleerde maanlanding in 1969 - met groteske gebeurtenissen, kritiek op het kapitalisme en Freakshow elementen. In 2015 verscheen de dikke roman “Die Erfindung der Roten Armee Fraktion durch einen manisch depressiven Teenager im Sommer 1969“.

Uit: Die Erfindung der Roten Armee Fraktion durch einen manisch depressiven Teenager im Sommer 1969

„Das ist meine Wasserpistole. Sag mal, spinnst du? schreit Bernd. Wo ist denn die Erbsenpistole? Vergessen, aber die Wasserpistole ist echt gut, die hat vorne nen Ring, da kannst du um die Ecke schießen. Ihr seid Spinner, vollkommene Spinner, ich denk, ihr habt euch das Luftgewehr von Achim geliehen. Der war nicht da, nur seine Oma, und die wollte es nicht rausrücken. Pass auf! Ich schlingere nach links, und fast wären wir umgekippt, aber Claudia und Bernd werfen sich geistesgegenwärtig auf die andere Seite, und ich komme nur für einen Moment von der Fahrbahn ab. Der Schnee spritzt an den Scheiben hoch. Die Scheibenwischer arbeiten wie wild. Vielleicht sollten wir einfach drehen, ruft Claudia, damit rechnen die nie im Leben. Ja, schreit Bernd, da rasen wir an denen vorbei, und bevor die was merken, sind wir weg.
Nein, Unsinn, das ist Quatsch, wir müssen bis zum nächsten Ort, das ist nicht mehr weit, außerdem gehts da vorn schon bergab. Ja, stimmt, ich seh schon die ersten Häuser. Wir müssen sie abhängen. Ich rase ungebremst in den Ort, die Bleichwiesenstraße runter, dann links in die Weihergasse, am Bäcker Fuhr vorbei, wo es die Bananenschnitten mit Schokoguss gibt, vorbei an der Drogerie Spalding, am Lebensmittel Breidenbach, Zeitschrien und Tabakwaren Maurer, Lebensmittel Lehr, Sängerheim, dann kurz vorm Bäcker Daum halte ich an. Schnell, schreie ich, die Bullen sind noch nicht da. Wir steigen aus und rennen gegenüber in den Hofeingang und durch nach hinten. Wir müssen über die Mauer, da ist der Schulhof, von dort können wir weiter zur Kerbewiese.
Wir springen auf die Mülltonnen. Was macht ihr da? ruft eine Stimme aus einem Fenster im Hinterhaus. Bleibt sofort stehen! Ich kenn euch! Sofort stehenbleiben! Sonst gehe ich zu euren Eltern! Ich drehe mich kurz um. Eine Frau in Kittelschürze lehnt aus dem Flurfenster im zweiten Stock und droht mit einem Staubtuch. Gerade fahren die Bullen an der offenen Hoür vorbei. Die haben uns nicht gesehen, sage ich, die fahren bestimmt hoch zum Gräselberg. Dann hauen wir aber besser in die andere Richtung ab, sagt Bernd. Stimmt. Los. Wir springen wieder von den Mülltonnen und rennen durch den Hauseingang. Stehenbleiben!, brüllt die Frau wieder.“

 

 1898157-d4c307a688e128c2dbf4481ec62b1f9b.JPG
Frank Witzel (Wiesbaden, 12 november 1955)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Lucia Berlin

De Amerikaanse schrijfster Lucia Berlin werd geboren op 12 november 1936 in Juneau, Alaska, en bracht haar jeugd in telkens wisselende plaatsen door als gevolg van de carrière van haar vader die mijningenieur was. Het gezin woonde in mijnbouwkampen in Idaho, Montana en Arizona, en Chili, waar de Lucia bracht het grootste deel van haar jeugd. Als volwassene woonde zij in New Mexico, Mexico, het noorden en het zuiden van Californië en Colorado. Berlin begon relatief laat in het leven te publiceren onder aanmoediging van de dichter Ed Dorn. Haar eerste kleine bundel “Angels Laundromat” werd gepubliceerd in 1981, maar haar verhalen werden al geschreven in de vroege jaren 1960. Een aantal van haar verhalen verschenen in tijdschriften zoals “The Atlantic” en Saul Bellow's “The Noble Savage”. Berlin publiceerde zes bundels korte verhalen, maar het grootste deel van haar werk is te vinden in de drie lateruitgaven van Black Sparrow Books: “Homesick: New and Selected Stories” (1990), “So Long: Stories 1987-92” (1993)en “Where I Live Now: Stories 1993-98” (1999). Berlin was nooit een bestseller, maar was wel invloedrijk binnen de literaire gemeenschap. Zij werd vergeleken met Raymond Carver en Richard Yates. Voor haar 1 pagina grote verhaal “My Jockey” ontving zij de Jack London Short Prize 1985 en zij won ook een American Book Award voor “Homesick”. Ook werd zij bekroond met een beurs van de National Endowment for the Arts. In 2015 verscheen een compendium van haar korte verhalen onder de titel “A Manual for Cleaning Women: Short Stories. Het boek haalde meteen de New York Times bestseller lijst. Gedurende haar leven verdiende Berlin haar brood met een reeks van gewone banen. Vanaf de vroege jaren 1990 doceerde zij creatief schrijven op een aantal plaatsen, waaronder de San Francisco County Jail en de Jack Kerouac School of Disembodied Poetics aan de Naropa-universiteit. Vanaf herfst 1994 was Berlin Visiting Writer aan de Universiteit van Colorado, Boulder. Berlijn is drie keer getrouwd en had vier zonen. Zij werd geplaagd door gezondheidsproblemen, zoals dubbele scoliose. Toen haar gezondheid en financiën verslechterden verhuisde zij naar een trailerpark aan de rand van Boulder, en later, naar een omgebouwde garage achter het huis van haar zoon buiten Los Angeles

Uit:A Manual for Cleaning Women

“Most of the time I feel all right about getting old. Some things give me a pang, like skaters. How free they seem, long legs gliding, hair streaming back. Other things throw me into a panic, like BART doors. A long wait before the doors open, after the train comes to a stop. Not very long, but it’s too long. There’s no time.
And laundromats. But they were a problem even when I was young. Just too long, even the Speed Queens. Your entire life has time to flash before your eyes while you sit there, a drowner. Of course if I had a car I could go to the hardware store or the post of€ office and then come back and put things into the dryer.
The laundries with no attendants are even worse. Then it seems I’m always the only person there at all. But all of the washers and dryers are going . . . everybody is at the hardware store.
So many laundromat attendants I have known, the hovering Charons, making change or who never have change. Now it is fat Ophelia who pronounces No Sweat as No Thwet. Her top plate broke on beef jerky. Her breasts are so huge she has to turn sideways and then kitty- corner to get through doors, like moving a kitchen table. When she comes down the aisle with a mop everybody moves and moves the baskets too. She is a channel hopper. Just when we’ve settled in to watch The Newlywed Game she’ll flick it to Ryan’s Hope.
Once, to be polite, I told her I got hot ashes too, so that’s what she associates me with . . . The Change. “How ya coming with the change?” she says, loud, instead of hello. Which only makes it worse, sitting there, re ecting, aging. My sons have all grown now, so I’m down from € ve washers to one, but one takes just as long.
I moved last week, maybe for the two hundredth time. I took in all my sheets and curtains and towels, my shopping cart piled high. The laundromat was very crowded; there weren’t any washers together. I put all my things into three machines, went to get change from Ophelia. I came back, put the money and the soap in, and started them. Only I had started up three wrong washers. Three that had just finished this man’s clothes.”

 

 1882629-ccd9a9b0bde1decfb66a2a30e8305ff0.jpg
Lucia Berlin (12 november 1936 - 12 november 2004)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten