Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 november 2015 tot 23 november 2015

Paul Celan, Marcel Beyer, Max Goldt, Jennifer Michael Hecht, Sipko Melissen, Henri Borel

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

Die Silbe Schmerz

Es gab sich Dir in die Hand:
ein Du, todlos,
an dem alles Ich zu sich kam. Es fuhren
wortfreie Stimmen rings, Leerformen, alles
ging in sie ein, gemischt
und entmischt
und wieder
gemischt.

Und Zahlen waren
mitverwoben in das
Unzählbare. Eins und Tausend und was
davor und dahinter
größer war als es selbst, kleiner, aus-
gereift und
rück- und fort-
verwandelt in
keimendes Niemals.

Vergessenes griff
nach Zu-Vergessendem, Erdteile, Herzteile
schwammen,
sanken und schwammen. Kolumbus,
die Zeit-
lose im Aug, die Mutter-
Blume,
mordete Masten und Segel. Alles fuhr aus,

frei,
entdeckerisch,
blühte die Windrose ab, blätterte
ab, ein Weltmeer
blühte zuhauf und zutag, im Schwarzlicht
der Wildsteuerstriche. In Särgen,
Urnen, Kanopen
erwachten die Kindlein
Jaspis, Achat, Amethyst – Völker,
Stämme und Sippen, ein blindes

E s  s e i

knüpfte sich in
die schlangenköpfigen Frei-
Taue –: ein
Knoten
(und Wider- und Gegen- und Aber- und Zwillings- und Tau-
sendknoten), an dem
die fastnachtsäugige Brut
der Mardersterne im Abgrund
buch-, buch-, buch-
stabierte, stabierte.

 

 

EENMAAL,
toen hoorde ik hem,
toen wies hij de wereld,
ongezien, nachtlang,
werkelijk.

Een en Oneindig,
ontwricht,
ichten.

Licht was. Redding.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 1842734-42d263f8e9a1c9afb52e7526f7d2802d.jpg
Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Marcel Beyer werd op 23 november 1965 in Tailfingen / Württemberg geboren. Zie ook alle tags voor Marcel Beyer op dit blog.

 

Staub

Und was ist Staub, will ich dich manchmal
fragen, wenn abends jemand einen Augenblick
auf die Terrasse tritt, wenn er die Fußmatte
am Steingeländer ausklopft, mit kurzen Armen
und mit überzeichnetem Gesicht (Staub ist

doch da, und Staub umgibt uns. Ich
höre ihn, den Putz, die Borsten kratzen, und
weiter unten bellt

der Hund), Staub ist nicht Haare, wenn ein
Dachshund wieder still ist, Staub ist nicht
Schuppen toter Haut, wenn jemand seine Läden
mit der Ferse schließen will, ist auch nicht
Trockenlaub und Lehm, wenn sich davon nichts
mehr erkennen läßt. Was ist das, frage ich dich
manchmal, wenn ich die Staubwolke, den Schatten
sehe, über die Wäscheleinen, den Kamin und
dann, noch immer Schatten, über die Antennen
hin. Staub ist im Blauen, Luft, und meine
Frage, Staub in den Himmel, bis es dunkel ist.

 


Schnee

Meinst du am Ende die Möwen, die Stiefel nachts
auf der Mole, nachts in den Schnee? Triest oder
Turku, Turku, Triest - wo sind die Flocken, wo
die Figuren, unsere Sohlen, was treten sie fest?

Meinst du den Lichtschein am Rand, die Tiefe,
meinst du den Blick, die offene See? Kein
Schnee, Schnee, Kot, Kaugummi, Eis, und
kein Schnee - Schneefall ist alles, was ich noch
weiß, blau sind die Hände, blau ist der Rest.

 

 1842734-11a16d0edf9bc88524c335bf775ea3c7.jpg
Marcel Beyer (Tailfingen, 23 november 1965)

 

 

De Duitse schrijver en muzikant Max Goldt (pseudoniem van Matthias Ernst) werd geboren op 23 november 1958 in Weende (nu Göttingen). Zie ook alle tags voor Max Goldt op dit blog.

Uit:Die Radiotrinkerin

“Wie gut, daß ich ein Künstler bin!
Habe also eine Tür beschmiert und habe die Ehre, das teuer bezahlt zu bekommen. Man will eine Schule nach mir benennen? Nun denn, wenn sie im feinsten Viertel liegt – an mir soll es nicht liegen! Wie gut, daß ich ein Künstler bin!
Man stelle sich bloß einmal vor, ich wäre statt dessen ein Richter. Hilfs- und Hauptschöffen sowie Verteidiger\ würde ich sofort des Saales verweisen, damit ich nicht nur den vermaledeiten Angeklagten, sondern auch Zeugen und Sachverständige tüchtig anschreien könnte. Wenn mir einer schief gescheitelt, übel parfümiert oder in ungenehmigtem Hemde daherkäme, würde ich ihn umgehend zum Tode verurteilen, sei er auch nur Windelveruntreuer oder sonstwie lapidar. Gnadengesuchsteller würde ich nur auslachen und, statt Gnade zu gewähren, Likör trinken. Massenmörder hingegen würde ich frei herumlaufen lassen, wenn sie mir nur eine Spur sympathisch oder nützlich erschienen. Läge z. B. bei mir zu Hause irgendeine Reparatur an, würde ich den Massenmörder fragen, ob er mir das wohl schnell mal machen könnte, und schon wäre er auf freiem Fuß. Könnte er nicht, schösse ich ihn auf der Stelle nieder, da könnte er noch so nett dreinschauen. Niemand hierzulande würde einen solchen Richter wie mich gutheißen. Wie gut, daß ich nicht Richter bin!
Als Lehrer, der ich glücklicherweise auch nicht bin, wäre ich freilich keinen Deut besser. Statt Deutsch würde ich die Kinder selbstausgedachte Idiome lehren und frank und frei behaupten, der Mensch stamme vom Kaktus ab. Nach dem Unterricht würde ich die reizenderen unter den Schülern mit nach Hause nehmen und sie mit für Jugendliche völlig ungeeignetem Lesestoff oder sogar entsprechenden Abbil- dungen konfrontieren.“

 

 1842734-0efc9e721c27e3a63ec33413cb86aae8.jpg
Max Goldt (Weende, 23 november 1958)

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Jennifer Michael Hecht werd geboren op 23 november 1965 in New York. Zie ook alle tags voor Jennifer Michael Hecht op dit blog.

 

Funny Strange

We are tender and our lives are sweet

and they are already over and we are
visiting them in some kind of endless
reprieve from oblivion, we are walking
around in them and after we shatter
with love for everything we settle in.

Thou tiger on television chowing,
thou very fact of dreams, thou majestical
roof fretted with golden fire. Thou wisdom
of the inner parts. Thou tintinnabulation.

Is it not sweet to hand over the ocean's
harvest in a single wave of fish? To bounce
a vineyard of grapes from one's apron
and into the mouth of the crowd? To scoop up
bread and offer up one's armful to the throng?
Let us live as if we were still among

the living, let our days be patterned after
theirs. Is it not marvelous to be forgetful?

 


Fear Of Flying

Why did the chicken cross the road? When
in disgrace with fortune and men’s eyes, to get
to the other side. But when she is feeling better,
she ambles lighter and for lesser causes. Sometimes
just to shift her feathers. You can not really die
by cause of riding high, by cause of passing well
from one encounter to the next, from sign to sign.
Roll, red faced, like planets roll, fat in the dream
of time. You can not die by cause of riding
high, though you may feel it. Why did the chicken
put feet to the street? To survive it. The road
is long, but it is not wide. You can live through it.
Even unwebbed toes tread the moat, we note,
and laugh on the other side.

 

 1842734-1cfe1a6a1a3765f72ba2e1c00a72410f.jpg
Jennifer Michael Hecht (New York, 23 november 1965)
 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Sipko Melissen werd geboren in Scheveningen op 23 november 1944. Zie ook alle tags voor Sipko Melissen op dit blog.

Uit:Jonge mannen aan zee

‘We komen bij een open veld. Bundels afgesneden riet liggen aan de rand hoog opgetast. Het besef dat hier wel eens mensen komen verhoogt de spanning. We lopen achter elkaar langs de rand van het veld en komen bij een stukje grasland dat tot aan het water doorloopt. Een klein schiereiland. Verder kunnen we niet. In de hoek, onder een groepje hazelaars, een ronde rieten schuilhut met puntdak. We staan tegenover elkaar. De zon schuin boven ons. Een spanning die door taal opgeheven zou kunnen worden, maar we spreken niet. Ik hoor Andreas ademen door de neus. Terwijl onze voeten langzaam wegzakken in het drassige grasland blijven we elkaar aankijken alsof we op een teken wachten. De wereld lijkt te zijn opgeheven. Mijdrecht en Vinkeveen zijn lichtjaren van ons verwijderd. Als Andreas een stap naar voren doet, doe ik alsof ik hem zou willen ontwijken. Hij heeft mijn schouders al beet en hij gromt. Dit is geen worstelen, dit is iets anders. We rollen over elkaar. Hij drukt mij tegen de grond en mijn rug wordt nat. Ik voel zijn zwembroek tegen de mijne schuren. We staan op en met zijn ene hand pakt hij mijn pols beet en met de andere grijpt hij in mijn kruis. Hij lacht. Zijn lichaam lacht. Ik probeer ook hem te grijpen, maar hij weet mij van zich af te houden. Dit is een spel, een onschuldig spel waarbij niet gesproken wordt, in een niemandsland. Ik loop achter Andreas aan en even later staan we in de rieten schuilhut, tegenover elkaar.”


 1842734-e6e5033e3382213091d396ed757121ed.jpg
Sipko Melissen (Scheveningen, 23 november 1944)
Cover 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Henri Jean Francois Borel werd geboren in Dordrecht op 23 november 1869. Zie ook alle tags voor Henri Borel op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit: Het jongetje

“Hij bewaarde zorgvuldig allerlei lokjes haar en bloempjes en briefjes, en kon dikwijls met trots zijn verzameling bekijken.
Het Jongetje was een meisjesgek, zeiden ze, en het was waar, dat hij overal meisjes naliep, en overal heenging waar hij dacht dat ze zijn zouden.
Meisjes waren iets heel vreemds en geheimzinnigs voor hem. Ze waren zoo heel anders dan jongens. Ze hadden zulk mooi haar. Zoo lief waren ze. Ze liepen zoo veel zachter. Haar japonnetjes waren zoo mooi, en voelden zoo heerlijk aan, zoo van zijde en satijn en allemaal zachte dingen. Haar altijd schoone handen, haar stemmen zoo klaar en lief, haar beweging zoo blij en lucht ! -
Je moet voor haar vechten, en haar altijd overal helpen, en straffen wie haar kwaad doet. Ze zijn misschien eigenlijk engelen. Wat het was, wist het Jongetje niet, maar voor ieder meisje had hij een heiligen eerbied en tegelijk een verlangen om er heel lief-samen mee to zijn, en allemaal zachte dingen tegen to zeggen, en bloemen to brengen, en er iets voor to doen wat ze wou. Misschien kwam het van 't vele lezen in ridderverhalen en in Aimard, maar altijd was die reverentie in hem gebleven, ook toen hij grooter werd en op school zooveel vreemde dingen hoorde, waar hij zoo nieuwsgierig naar was, maar die hij weer heelemaal vergeten was bij een meisje. Daarom vooral zei ik, dat Paul nog een heel erg Jongetje was gebleven al droeg hij een lange broek, En ik ben de eenige die dat absoluut kan weten. –“

 

 1842734-b50d510a0f53477d6e229d29b91368cf.jpg
Henri Borel (23 november 1869 - 31 augustus 1933)
In Indë in 1896

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 23e november ook mijn blog van 23 november 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

Jeroen Olyslaegers

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse schrijver en columnist Jeroen Olyslaegers werd geboren in Mortsel in 1967. Hij studeerde Germaanse filologie aan UFSIA-UIA (1985-1989) en werkte nadien in het documentatiecentrum Louis Paul Boon. In maart 2009 verscheen de roman "Wij" bij uitgeverij Meulenhoff/Manteau. In 2012 kwam "Winst" uit, een roman die zich afspeelt in het kunstmilieu. Olyslaegers maakte ook naam in het theater. Samen met Paul Mennes schreef hij een toneelstuk over de wereld na 11 september. In september 2009 kwam "Woeste hoogten, rusteloze zielen" uit, een theaterstuk gebaseerd op "Woeste Hoogten" van Emily Brontë voor theater Artemis uit Den Bosch. Met Jan Fabre werkte hij in 2011 aan "Prometheus Landscape II" en in 2015 verzorgde hij, eveneens voor Fabre, de tekst voor "Mount Olympus: To Glorify the Cult of Tragedy". In 2014 ontving Olyslaegers de Arkprijs van het Vrije Woord. Volgens de jury verdient Olyslaegers de bekroning, omdat hij "oprecht maatschappelijke engagement in woorden en initiatieven" vertoont en het publieke forum gebruikt om schrijnende maatschappelijke toestanden aan de kaak te stellen en met die stellingname tegen de mainstream in te gaan".

Uit: Wij

“Ik wil het van jou horen.’
‘Je hebt niks gemist,’ zeg ik tegen Flor en ik bestel voor ons beiden rode wijn.
Hij duwt me verder weg van de bar. Zijn vrouw kijkt even naar hem en herneemt dan haar gesprek, twee tafels verder.
‘Daniëlle kwam gisterennacht thuis. Zónder onderbroek.’
‘Controleer jij dat elke avond?’
‘Ze was dronken. Ze had het over jou.’
Ik tik met mijn glas tegen het zijne. ‘Drink je wijn, Flor.’
Flor neemt een slok en herhaalt dat hij het wil weten. Ik moet het beschrijven. Wat is er gebeurd? Ik moet het vertellen want hij wordt zot.
‘Ik zou het voor je kunnen tekenen,’ blaas ik.
‘Stop, Georges. Klootzak.’
‘Maar dan zou Félicien Rops me daarbij moeten helpen. Varkens, blote wijven en Satan met een stijve op een kruis. Ik zie mijn leermeester uit Namen lachen in zijn baard, met een schetsblok op zijn knieën. Hij lacht ons uit. Laat het los, Flor. Het is niks, rien de kloten, geloof mij.’
‘Wat kan mij die leraar schelen...’ fluistert Flor.
Hij pakt mijn katoenen zomerjasje vast.
‘Waarom?’ vraagt hij.
‘Je trekt aan mij, Flor.’
‘Waarom?’
Ik zeg hem dat ik haar alleen maar gevingerd heb, erewoord.
Flor duwt zijn hoofd tegen mij en begint zonder geluid te janken.
‘Waarom? Waarom...’ snottert hij.”

 

 1982150-12b963849dcd461b11465b6e081d0a8c.jpg
Jeroen Olyslaegers (Mortsel, 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

André Gide, George Eliot, Dirk van Weelden, Suresh en Jyoti Guptara, Viktor Pelevi, Erich Przywara

 

Bij Christus Koning

 

 1841863-b7b909e454d895e61daab661788f0158.jpg
Het apsis mozaïek in het Bonner Münster toont Christus als koning op de troon

 

 

O Du mein Heiland hoch und hehr

O Du mein Heiland hoch und hehr,
dem sich der Himmel beuget,
von dessen Liebe, dessen Macht
die ganze Schöpfung zeuget:

Christus, mein König, Dir allein
schwör ich die Liebe lilienrein,
bis in den Tod die Treue!

Nicht alle Welt und ihre Pracht,
Engel und Menschen nimmer;
o Herr, mich scheidet nichts von Dir,
Dein eigen bleib ich immer:

Christus, mein König, Dir allein
schwör' ich die Liebe lilienrein,
bis in den Tod die Treue!

Du nur allein lebst nun in mir,
brennst mir in Herz und Händen:
lass mich entflammen alle Welt
mit Deinen Feuerbränden:

Christus, mein König, Dir allein
schenk' ich die Liebe stark und rein,
bis in den Tod die Treue!

 

 1841863-ba0bc116218d0949f1ce626f34b5fa9c.jpg
Erich Przywara (12 oktober 1889 - 28 september 1972)
De Mariakerk in Katowice waar Erich Przywara werd geboren

 

 

De Franse schrijver André Gide werd geboren op 22 november 1869 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Gide op dit blog.

Uit: Les Faux-monnayeurs

"Boris, maman préfère que nous ne touchions pas à la lorgnette. Tu ne veux pas venir te promener ?
— Oui, je veux bien. Non, je ne veux pas.
Les deux phrases contradictoires étaient dites d'une seule haleine. Bronja ne retint que la seconde et reprit :
— Pourquoi ?
— Il fait trop chaud, il fait trop froid. (Il avait baissé la lorgnette.)
— Voyons. Boris, sois gentil. Tu sais que cela ferait plaisir à maman que nous sortions ensemble. Où as-tu mis ton chapeau ?
— Vibroskomenopatof. Blaf blaf.
— Qu'est-ce que ça veut dire ?
— Rien.
— Alors pourquoi le dis-tu ?
— Pour que tu ne comprennes pas.
— Si ça ne veut rien dire, ça m'est égal de ne pas comprendre.
— Mais si cela voulait dire quelque chose, tu ne comprendrais tout de même pas.
— Quand on parle, c'est pour se faire comprendre. »
 

 1841863-55667787edaaec172e858d3bfcb477bc.jpg
André Gide (22 november 1869 – 19 februari 1951)
Portret door Theo van Rysselberghe, 1907

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster George Eliot werd geboren op 22 november 1819 in Nuneaton in Warwickshire. Zie ook alle tags voor George Eliot op dit blog.

Uit: Middlemarch

“Dorothea knew many passages of Pascal's Pensees and of Jeremy Taylor by heart; and to her the destinies of mankind, seen by the light of Christianity, made the solicitudes of feminine fashion appear an occupation for Bedlam. She could not reconcile the anxieties of a spiritual life involving eternal consequences, with a keen interest in gimp and artificial protrusions of drapery. Her mind was theoretic, and yearned by its nature after some lofty conception of the world which might frankly include the parish of Tipton and her own rule of conduct there; she was enamoured of intensity and greatness, and rash in embracing whatever seemed to her to have those aspects; likely to seek martyrdom, to make retractations, and then to incur martyrdom after all in a quarter where she had not sought it. Certainly such elements in the character of a marriageable girl tended to interfere with her lot, and hinder it from being decided according to custom, by good looks, vanity, and merely canine affection. With all this, she, the elder of the sisters, was not yet twenty, and they had both been educated, since they were about twelve years old and had lost their parents, on plans at once narrow and promiscuous, first in an English family and afterwards in a Swiss family at Lausanne, their bachelor uncle and guardian trying in this way to remedy the disadvantages of their orphaned condition.
    It was hardly a year since they had come to live at Tipton Grange with their uncle, a man nearly sixty, of acquiescent temper, miscellaneous opinions, and uncertain vote. He had travelled in his younger years, and was held in this part of the county to have contracted a too rambling habit of mind. Mr. Brooke's conclusions were as difficult to predict as the weather: it was only safe to say that he would act with benevolent intentions, and that he would spend as little money as possible in carrying them out. For the most glutinously indefinite minds enclose some hard grains of habit; and a man has been seen lax about all his own interests except the retention of his snuff-box, concerning which he was watchful, suspicious, and greedy of clutch.”

 

 1841863-347476254b434198b9234a938c661ea7.jpg
George Eliot (22 november 1819 – 22 december 1880)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver Dirk van Weelden werd geboren in Zeist op 22 november 1957. Zie ook alle tags voor Dirk van Weelden op dit blog.

Uit: Het laatste jaar

“Brents kamer was smal en eigenlijk de samenvoeging van een stuk overloop en een achterkamer. Er was een raam dat zicht gaf op een dak met grind, blinde muren en schoorstenen. Bij Brent brandde altijd licht, zomer en winter. In die schemerige, slecht verwarmde kamer, tussen de gammele meubels uit een uitdragerij kwamen ze bij elkaar. Twee jonge gasten aan een tafel met een pot thee; ze aten er roggecrackers met margarine en hagelslag bij.
Tegenover anderen noemden ze hun bijeenkomsten vergaderingen. De gesprekken die ze hadden hoorden niet thuis in collegezalen of bibliotheken, maar ze hadden ook geen kans van slagen in kroegen en dancings. En dus zagen ze elkaar hier. Ze praatten met elkaar, zoals muzikanten samenspelen in een oefenruimte. Het waren verbale jamsessies.
Brent was langer en rijzig, met dun donkerblond haar, aan de lange kant, een brede mond en donkere wenkbrauwen. Grijsblauwe ogen, die meestal een afwachtende of licht verschrikte uitdrukking hadden. Hij was een introverte charmeur. Een opzichtig roker, zijn handen (ringen, een kettinkje met steentjes en kralen in felle kleuren om zijn pols) waren voortdurend in de weer met een pakje Gitanes zonder filter, een papieren pakje driekwart-zware Javaanse Jongens, Dr Duval-vloeipapier, een oude benzineaansteker en de as die dat alles opleverde.
David was een kop kleiner, en misschien nog iets magerder. Hij had een smal, gaaf gezicht (hij leek jonger dan de twintig jaar die hij was) en kort, donker haar. Hij had een gouden ringetje door zijn ene oorlel en een hardblauw plastic kinderhorloge om zijn pols. Geen roker, nooit geweest, niet vanwege het een of andere principe, maar uit instinct, uit angst. Een harde stem, een razendsnelle prater”.

 

 1841863-69eb98671aa57436589d90a8fd30d00b.jpg
Dirk van Weelden (Zeist, 22 november 1957) 

 

 

De Brits-Indische schrijverstweeling Suresh en Jyoti Guptara werd geboren op 22 november 1988 in Frimley, Hants in het zuidoosten van Engeland. Zie ook alle tags voor Suresh en Jyoti Guptara op dit blog.

Uit: Calaspia. Der Schwertkodex

„Die smaragdgrüne Plattform flachertne einen Moment lang heimisch auf und drohte, ihre beiden Schürzlinge in einen Abgrund zu stürzen, der Vergessenheit verhieß. Mit einem Aufschinmem wurde sie wieder wirklich. Galar Scurlison seufzte erleichtert. Mit einem langsamen, grimmigen Zischen drang die Luft durdh seine Zähne in seine massige Brust‚ als er auf de rätherischen und wenig soliden Plattform das Gleichgewicht zurück gewann.
«Obacht!», entfuhr’ es dem Zwerg. Er erlaubte seinen Armen die er währmd das Fehlens ihres geisterhaften Sturzes ausgestreckt hatte, zurück an seine Seiten zu fallen. Muskeln nutzten ihm hier nichts.
Der Ausruf ging imTosen des Abgrunds unter. Sein Gefährte Eridanus hörte ihn kaum. Eridanus war noch immer zu keinem Entschluss gekommen, wie sie sich aus dieser Falle befreien sollten. Als er die Sorge des Zwerges sah, schenkte er seinem Freund ein Lächeln. Er entschuldigte sich nicht – sie wussten beide‚ dass sie ohne sein Können auf einem Gebiet, von dem Galant reinweg nichts verstand, längst tot wären.
Sein Zauber war es‚ der sie am leben hielt.
Aber der Zwerg, der ihn so gut kannte, sah hinter seinem selbstbewussten, spöttischen Lächeln Furcht aufblitzen.“

 

 1841863-11405b7b8d8c95f75b35c3c1aebb51e7.jpg
Suresh en Jyoti Guptara (Frimley, 22 november 1988)

  

 

De Russische schrijver Viktor Pelevin werd geboren op 22 november 1962 in Moskou. Zie ook alle tags voor Viktor Pelevin op dit blog.

Uit: Buddha's Little Finger (Vertaald door Andrew Bromfield)

`From Petersburg,' I replied. `As for where I'm going, I'd be glad if I knew that myself.'
`Then come to my place,' said Vorblei, `I'm living just near by, with an entire flat all to myself.'
As we walked on down the boulevard we exchanged glances, smiles and meaningless snatches of conversation. Since the time of our last meeting, Vorblei had grown a beard which made his face look like a sprouting onion, and his cheeks had grown weathered and ruddy, as though his health had benefited greatly from several consecutive winters of ice-skating.
We had studied in the same grammar school, but since then we had seen each other only rarely. I had encountered him a couple of times in the literary salons of St Petersburg — he had taken to writing verse in a contrary style which was only heightened by its obvious self-satisfaction. I was rather irritated by his manner of sniffing cocaine in public and his constant hints at his connections in social-democratic circles; however, to judge from his present appearance, the hints must have been true. It was instructive to see someone who at one time was quite adept at expounding the mystical significance of the Holy Trinity now sporting the unmistakable signs of belonging to the hosts of evil. But then, of course, there was really nothing surprising in this transformation: many decadents, such as Mayakovsky, sensing the clearly infernal character of the new authority, had hastened to offer their services to it. As a matter of fact, it is my belief that they were not motivated by conscious satanism — they were too infantile for that — but by aesthetic instinct: after all, a red pentagram does complement a yellow blouse so marvellously well."

 

 1841863-a5465fb0930822211c9e66aa86dfa0d1.jpg
Viktor Pelevin (Moskou, 22 november 1962)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:14 Reageer op dit bericht

Endre Ady, William Kotzwinkle, George Robert Gissing, Elisabeth Maria Post

De Hongaarse dichter Endre Ady werd geboren op 22 november 1877 in het huidige Adyfalva. Zie ook alle tags voor Endre Ady op dit blog en ook mijn blog van 22november 2010.

 

On Elijah's Chariot

The Lord summons Elijah-like
those whom he truly loves and tries.
He gives them racing, fiery hearts,
the flaming chariots of the skies.
Elijah's tribe rush toward the sky
toward the land of endless snow.
On Himalaya's frozen peaks
with clattering wheels the chariot go.
They are driven by winds of fate -
outcasts between the earth and sky.
Tempted by evil, chilling charms
the chariots of Elijah fly.
Their brains are ice, their souls are fire;
the earth laughs at them as her prey -
With cold and glinting diamond dust
the sun in pity strews their way.

 

 

Life Terrifies Me

Holy ecstasy-swans on great glad Waters
Seize me, but in vain.
I hear the gaggling of sensible ganders,
Nothing can remain,
There is nothing to last.

I hear my future faltering sobs
When I'm still smiling,
And when dark ravens are cawing in my soul
A chirpy starling
Will cheerily chime in.

My longings frighten me. Fulfilment follows
And I'll feel defiled.
I dread contentment. Behind it storms the steed
Of passion, the Wild.
Oh, life terrifies me.

 

 1841846-afeae6c1796312394c0b7c2cfa0d1b3a.JPG
Endre Ady (22 november 1877 – 27 januari 1919)
 

 

 

De Amerikaanse schrijver William Kotzwinkle werd geboren op 22 november 1943 in Scranton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor William Kotzwinkle op dit blog.

Uit:E.T. The Extra-Terrestrial

« But the communicator was nearly complete.
“Yeah,” said Michael, “but what's gonna run it? What’s gonna turn this?” He spun the saw blade on the turntable. “If we take it up in the hills there” – he pointed out the window - “there won’t be any electricity."
The space-being had just completed supper. Torch-fingering his butter knife, he took out the temper, then bent and bolted it to the coat hanger, along with the fork, to form a ratchet device: knife and fork moved in and out of the teeth of the saw blade, advancing it tooth by tooth.
“Yeah,” said Michael, “but we can’t stand out there all night, yanking that thing around.”
The extraterrestrial continued smiling. He understood it all now, those early hints flashed at him from within, of a little fork dancing around a plate.
It was this thing he’d made, and it would work, out in the hills, and no hands, human or otherwise, would be needed to activate it. »
(…)

« She was a goddess, the most beautiful thing he'd ever seen. Her radiant hair, spread out upon the pillow, was the moonlight itself; her fine features, so understated in their loveliness, were all that was perfection in nature. Mary, said his old heart.”

 

 1841846-a12631e2cfd3ecf7614f1638defc4774.jpg
William Kotzwinkle (Scranton 22 november 1943)
Scene uit de film van Steven Spielberg uit 1982 

 

 

De Engelse schrijver George Robert Gissing werd geboren op 22 november 1857 in Wakefield, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Georg Robert Gissing op dit blog.

Uit: Workers In The Dawn

“If we look up, we perceive that strong beams are fixed across between the fronts of the houses -- sure sign of the rottenness which everywhere prevails. Listen! That was the shrill screaming of an infant which came from one of the nearest dens. Yes, children are born here, and men and women die. Let us devoutly hope that the deaths exceed the births.
Now back into the street, for already we have become the observed of a little group of evil-looking fellows gathered round the entrance. Let us press once more through the noisy crowd, and inspect the shops and stalls. Here is exposed for sale an astounding variety of goods. Loudest in their cries, and not the least successful in attracting customers, are the butchers, who, with knife and chopper in hand, stand bellowing in stentorian tones the virtues of their meat; now inviting purchasers with their -- "Lovely, love-ly, l-ove-ly! Buy! buy buy buy -- buy!" now turning to abuse each other with a foul-mouthed virulence surpassing description. See how the foolish artisan's wife, whose face bears the evident signs of want and whose limbs shiver under her insufficient rags, lays down a little heap of shillings in return for a lump, half gristle, half bone, of questionable meat-ignorant that with half the money she might buy four times the quantity of far more healthy and sustaining food.
But now we come to luxuries. Here is a stall where lie oysters and whelks, ready stripped of their shells, offering an irresistible temptation to the miserable-looking wretches who stand around, sucking in the vinegared and peppered dainties till their stomachs are appeased, or their pockets empty. Next is a larger booth, where all manner of old linen, torn muslin, stained and faded ribbons, draggled trimming, and the like, is exposed for sale, piled up in foul and clammy heaps, which, as the slippery-tongued rogue, with a yard in his hand turns and tumbles it for the benefit of a circle of squalid and shivering women, sends forth a reek stronger than that from the basket of rotten cabbage on the next stall. How the poor wretches ogle the paltry rags, feverishly turn their money in their hands, discuss with each other in greedy whispers the cheapness or otherwise of the wares! Then we have an immense pile of old iron, which to most would appear wholly useless; but see how now and then a grimy-handed workman stops to rummage among it, and maybe finds something of use to him in his labour.”

 

 1841846-10dc5adcadb02eb1ddb62a60525dff41.jpg
George Robert Gissing (22 november 1857 – 28 december 1903)
Lithografie door  Sir William Rothenstein, 1897.

 

 

De Nederlands dichteres en schrijfster Elisabeth Maria Post werd geboren in Utrecht op 22 november 1755. Zie ook alle tags voor Elisabeth Maria Post op dit blog.

Uit: Reinhart, of natuur en godsdienst

“Nu ben ik onherroepelijk van mijne vrienden gescheiden; het wederkeeren is mij zelfs onmogelijk; geen oogenblik meer, ach geen enkel oogenblik om hen nog maar ééns met een stamelende tong een: ‘vaart eeuwig wel!’ toeteroepen. Neen, dit vaartwel moet ik in mijn hart smooren, en het verliest zich in een benaauwde zucht. O mijn Karel! hoe zal, hoe kan, ik u het plegtige, het verpletterend plegtige, van dien dag van gisteren mededeelen? De langverlangde wind vulde de zeilen, alles juichte; maar mijne ziel kromp in mij weg. Het kraakend geraas van zeilen en touwen, de bulderende kanonschooten, waarmede wij afscheid van de reede naamen, de akelige nagalm dier dreunende schooten, die over het water scheenen te rollen, en zig tot zoo veel afscheidsgroeten in mijne ooren verdubbelden, overmeesterden alle de krachten van mijnen geest. Ach! van dit oogenblik af, heeft het voordsnellend schip niet opgehouden mij geduurig van den woonoord mijner vrienden, van mijn vaderland te verwijderen; alreeds zijn wij door onze lootsen verlaaten, en de tonnen veilig doorgekomen. Met een treurig ledig hart zwerve ik thans op de ruime Noordzee, waar enkel water en lucht mijn horizon bepaalt; waar ons, mijlen in het rond, geen land omringt. Ik zie nu geen enkel slipjen van mijnen vaderlijken grond meer, en mijn oog is slechts roereloos naar dien hemelstreek toegekeerd daar ik zijn laatsten heuveltop zag ondergaan. Nu is daar niets meer als lucht! - Treurige ledigheid!”

 

 1841846-eeef5517e9b478f49feb56d19752375a.jpg
Elisabeth Maria Post (22 november 1755 - 3 juli 1812)
Illustratie uit Reinhart, of natuur en godsdienst

Geschreven door Romenu om 11:12 Reageer op dit bericht

Christian Filips

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Na het bezoeken van een Europese school in België, studeerde hij van 2000 tot 2003 filosofie en Duitse literatuur aan de Universiteit van Wenen en werkte af en toe als danstheater dramaturge bij het Staatstheater Darmstadt. Voor zijn eerste dichtbundel” Schluck auf Stein” ontving hij in 2001 de Rimbaud Prijs van de Oostenrijkse omroep. In 2003 stapte Filips over naar de Vrije Universiteit van Berlijn, waar hij zijn studie in 2008 afrondde met een scriptie over de laatste gedichten van Hölderlin. Tegenwoordig is hij freelance schrijver, regisseur en dramaturg muziek in Berlijn. Zijn teksten en vertalingen verschijnen bij Urs Engeler Editor en in literaire tijdschriften, bloemlezingen en blogs. In 2010 verscheen het eerste deel van zijn vervolgproject “Heiße Fusionen”. Vanaf 2009 richt het poëtische werk van Christian Filips zich ook op performatieve vormen en nemen ze soms het karakter aan van sociale sculpturen. Er worden elementen van performance art, danstheater en oude en nieuwe muziek bij betrokken. Hij ensceneerde theater- en muziektheaterstukken (met grote amateurkoren, muzikanten, acteurs), die, onder meer bij de Berlijnse Volksbühne, het Haus der Berliner Festspiele en in het Maxim Gorki Theater waren te zien. Een nauwe samenwerking verbindt Filipsmet Kai-Uwe Jirka en de Sing-Akademie zu Berlin, waarvoor hij sinds 2006 verantwoordelijk is als programmadirecteur.

 

Tageszeiten

Merklich ist alles wieder
unbemerkt verstrichen:
der Tag ohne Sorge,
am Morgen mit der Rasierklinge
die Zähne geputzt.
Die zitternden Nackenhärchen
unmerklich entfernt
ohne Pinzette.
Die bewußten Finger.
Sie sind gekürzt.
Das achtsame Knie
genähert unbemerkt:
Die Nacht ohne Sorgfalt
danach mit dem Vorhang
die Spuren verwischt.
In bewußten Stunden:
Sie sind verstrichen, wieder
unbemerkt verstrichen
ohne Bemerkenswertes.

 


Instant Krise mit Pommery

O Pommery! O Pomerol!
Ich weiß nicht, wie ich weiterleben soll.
Seh ich Euch zwei hier vor mir stehn,
dann trink ich. Ihr vergeht. Ich trink

noch paarmal von dem Satz, la lie,
bis ebenso ich geh. Ins Bett
als Letzter. Immer wieder mich:
wie das Verstehen lerne ich?

Gefragt. Und wenn verstanden: wie
verkraften alles das? Vergehen
kann lustig auch am Morgen sein
und lieblich sein, am Abend ja

gewaltig winselnd wieder sein:
Das Echo der herzeignen Scherze
hinter der Bienenwachskerze
wäre nur ein Summen des Dekors,

ein summendes Dekor im Ohr
brennt alles hin, brennt ab, bevor.
O Pomerol. O Pommery.
Wie soll ich weiterleben? Wie?

 

 1881760-6cd459d0fed6a916161959b1d662fe55.jpg
Christian Filips (Osthofen 22 november 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten