Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 24 november 2015 tot 25 november 2015

Maarten ’t Hart, Connie Palmen, Arturo Pérez-Reverte, Alexis Wright, Ba Jin, Augusta de Wit

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog evenals mijn blogs van 25 november 2010 en eerder.

Uit:Stenen voor een Ransuil

"Als ik de kerk verlaat, zie ik dat de jongen de deur naar de hal heeft laten openstaan. Hij heeft de lamp in de hal laten branden. Door de deuropening straalt het licht de kerk binnen, een smalle lichtstreep. Ik duw de deur zacht heen en weer. De lichtstreep verschuift over de banken. Aan het uiteinde verbreedt de lichtstreep zich. Ik voel een eigenaardige beklemming bij dit licht. Ik kijk naar de hoge ramen, die van buiten verlicht worden door straatlantaarns. In het glas zijn voorstellingen aangebracht. Hoe goed ken ik die voorstellingen! Ik voel me verdrietig als ik naar de voorstellingen kijk. Hetzelfde verdriet als bij het maken van de preek voor mijn vader. Die voorstellingen en die preek hadden vroeger een bijzondere inhoud, die in de loop der jaren vervaagd is. Ik zou nu andere voorstellingen willen zien en niet over de geboorte van Christus een preek willen maken maar over David en Jonathan, Saul te Endor. Door het verlies van mijn geloof hebben de zo vertrouwde voorstellingen een andere inhoud gekregen. Maar de herinnering aan het vertrouwd zijn met de beelden blijft en door mijn ongeloof voel ik mij ontrouw tegenover mijn herinneringen. Dat besef van ontrouw is pijnlijk.
Ik kijk naar de voorstelling van de wederkomst van Christus. De rivier van het water des levens, helder als kristal, ontspringend uit de troon van het Lam. Het geboomte des levens, dat twaalf maal vrucht draagt. Nog altijd hebben die woorden hun klank niet verloren, hun mysterieuze klank, die mij zulke weidse en vreemde gevoelens gaf. De weemoed omdat de gevoelens geen reële basis hebben. Christus en Paulus serieus nemen is een hoge prijs, te hoge prijs, betalen om het water des levens te doen ontspringen. Ondanks dat blijf ik een soort hoop koesteren dat ergens het water des levens stroomt, vloeit.
Vreemd, dat ik juist dit niet opgeven kan, evenals de geest van God, die over de wateren zweeft, alsof dit altijd het belangrijkste is geweest, belangrijker dan die schimmige Jezus. Maar het water des levens stroomt niet. Ook het geboomte des levens bloeit niet en draagt geen vruchten, want waar Christus verschijnt, verdorren de vijgebomen."

 

 1843544-57a9e943b83ae380bcfb6e7732acb795.jpg
Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

 

 

De Nederlandse schrijfster Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg. Zie ook alle tags voor Connie Palmen op dit blog.

Uit:Jij zegt het

"Voor de meeste mensen bestaan wij alleen in een boek, mijn bruid en ik. De afgelopen vijfendertig jaar heb ik met een machteloos afgrijzen moeten aanzien hoe onze echte levens bedolven raakten onder een modderstroom van apocriefe verhalen, valse getuigenissen, roddels, verzinsels, mythen, hoe onze ware, complexe persoonlijkheden werden vervangen door clichématige personages, vernauwd tot simpele imago´s, op maat gesneden voor een sensatiebelust lezerspubliek.
En dan was zij de broze heilige, ik de brute verrader.
Ik heb gezwegen.
Tot nu."
(…)

“Alles aan mijn bruid ontroerde me, maar dit onvermogen zichzelf te zijn, de panische zoektocht naar een oprechte stem, greep me het meest aan. Ze was afgesneden van het puurste deel van haar zelf, daar waar haar creativiteit en genie zetelden, vastgehecht aan de wond, de woede en de wreedheid. Dat afgesneden zijn was de bron van haar frustratie en wanhoop. De rationalisaties van het brave, ambitieuze meisje hielden haar weg van wat dubbelzinnig, complex, obscuur en gewelddadig is, van haar ware natuur.”
(…)

‘Vanaf het moment dat ik roem verwierf als dichter heb ik het publieke leven dat daar als een duivelsstaart aan vastzit, gehaat. Waarom ze het een leven noemen is mij een raadsel, het is de diefstal van je leven."

 

 1843544-cd10878f63d182bb3fa4a78b6b15986c.jpg
Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955)

 

 

De Spaanse schrijver Arturo Pérez-Reverte werd geboren op 25 november 1951 in Cartagena. Zie ook alle tags voor Arturo Pérez-Reverte op dit blog.

Uit: The Painter of Battles (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

“At any rate, Faulques thought, the season was almost over; with every trip there were fewer tourists on board the tender, and soon those daily visits would become weekly, until they were interrupted by the harsh gray mistrals that blew in the winter, funneling in through the straits called Bocas de Poniente, darkening sea and sky.
He turned his attention back to the painting, where new cracks had appeared. The large circular panorama was not as yet continuous; some zones were blank except for strokes of charcoal, simple black lines sketched on the white primer of the wall. The whole formed an immense and disquieting landscape, no title, no specific time, where the shield half buried in the sand, the medieval helmet splashed with blood, the shadow of an assault rifle falling over a forest of wood crosses, the ancient walled city and modern concrete-and-glass towers coexisted less as anachronisms than as evidence.
Faulques went back to his painting, laboriously, patiently. Although the technical execution was correct, it was not an outstanding work, and he knew it. He had a good hand for drawing, but he was a mediocre painter. He knew that as well. In truth, he had always known it; however, the mural was not destined to be seen by anyone but him. That had little to do with artistic ability and much to do with his memory. With an eye guided by thirty years of hearing the sound of a camera shutter. Hence the framing—that was as good a name to give it as any other—of all those straight lines and angles traced with a singular, vaguely Cubist severity that lent beings and objects contours as impossible to breach as barbed wire or moats. The mural took up the wall of the ground floor of the watchtower in a continuous panorama twenty-five meters in circumference and almost three meters in height, interrupted only by the openings of two narrow, facing windows, the door that led outside, and the spiral staircase that led to the upper floor that Faulques had arranged as his living quarters: a gas ring, a small refrigerator, a canvas cot, a table and chairs, a rug, and a trunk. He had lived there for seven months, and had spent the first two making it habitable: a temporary waterproof wood roof for the tower, concrete beams to reinforce the walls, shutters at the windows, and the drain that emptied out over the cliff from the small lower-level latrine carved out of the rock. He also had an outdoor water tank installed atop a board-and-tile shed that served both as a shower and as a garage for the motorcycle he rode down to the village each week to buy food.”

 

 1843544-bb2b123a843043bef6866ee2eda5e38e.jpg
Arturo Pérez-Reverte (Cartagena, 25 november 1951)

 

 

De Australische (Aboriginal) schrijfster Alexis Wright werd geboren op 25 November 1950 in de Gulf of Carpentaria. Zie ook alle tags voor Alexis Wright op dit blog.

Uit: Carpentaria

„The screaming, uncooperative animals didn’t comprehend English, or barbarism either. After being hounded for several hours by their pursuers on foot and horseback, and stoned and whipped, the camels were eventually moved out over the claypans and shot. In the archival records written with a thick nib by a heavy-handed municipal clerk it is recorded, Camels removed. The first entry of work completed by the Town’s Municipal Council.
In the old camel-drivers’ camps the seeds of mimosa embedded in camel dung sprouted their hard little shoots in the Wet season. Thousands of seeds spread along every track and gully, flooding with sheetwater from the rain to regenerate in shallow mud pools. The shoots sent down their fat roots to take a steely grip on the claypans, holding the land together in a mirage that looked like it might last forever without water. In this mirage the cattle properties prospered on traditional lands taken but never ceded. Today, herds of Brahman-cross cattle leave their tracks crisscrossing the landscape in the dry season, as they search for stubbly patches of bluegrass and grind the top layers of soil to powdered bulldust.”

 

 1843544-a68d166ddbf1f2c0a735688d3836f0eb.jpg
Alexis Wright (Gulf of Carpentaria, 25 November 1950)

 

 

De Chinese schrijver Ba Jin werd op 25 november 1904 geboren in Chengdu. Zie ook alle tags voor Ba Jin op dit blog.

Uit: When the Snow Melted (Vertaald door Tang Sheng)

“You mustn't take this too seriously, Jingfang. I'm afraid there's some misunderstanding. Bohe isn't that kind of man at all. You know how it is, husband and wife always quarrel over trifles. I'm sure you'll make it up again after a while."
"Zisheng, you don't know how good he used to be, how considerate and loving. He respected and anticipated my every wish. That was why, for love of him, I was willing to leave my family and cross the wide ocean with him. But now . . . now I'm sure I have very little place in his heart." She went on complaining, paying no attention to my arguments. But that was not surprising, seeing I had used them half a dozen times already.
"You don't know, Zisheng, you just don't know. I can't bear to think of the past." She was growing more agitated, letting her feelings run away with her. Her voice broke and she dabbed at her eyes with a handkerchief.
I was feeling more embarrassed every second. I could find no words to comfort her and her distress went to my heart. Red and blue flames were leaping from the fire blazing in the grate. Golden sunlight slanting in through the windows made a bright patch on my desk. I sat half in the sun. But the room's warm comfort was quite wasted on me. I longed for Bohe's arrival to rescue me from a difficult position. I knew too that there was every hope of his coming.”


1843544-c9250bac621f0a57afc668110a529141.jpg
Ba Jin (25 november 1904 – 17 oktober 2005) 
Keuze uit zijn werk

 

 

De Nederlandse schrijfster Augusta de Wit werd geboren in Sibolga (Sumatra) op 25 november 1864. Zie ook alle tags voor Augusta de Wit op dit blog.

Uit:Orpheus in de dessa

“Er was hier geen pad. Tot over de enkels wegzakkend in den drassigen grond wrong hij zich door het dichte groeisel heen. Tusschen de slank opgeschoten stammen van palmen en breedbladerige wilde pisang-boomen was het een taai, langstrengelig warsel van opschietend en afhangend gebladerte, rankende kruiden, als netten over den grond gespreid, en kronkelig saamgeweven slingerplanten. Er hing een groene half-duisternis, als ware het de zichtbaar geworden adem van dat millioenentallig plantenvolk. En de koele lucht van het water en van de natte steenen in de beek vermengde zich met duffige aarddampen en met den reuk van het groen, tot een wadem die tegelijk prikkelend was en zwaar. Terwijl Bake voortworstelde, zwiepende takken op zij slaande, en zijn kleeren losrukkend uit de slingerlissen der doornige rottan, zweefden hem telkens opgejaagde zwermen muskieten in 't gezicht. Hij sloeg waar ze hem staken, en voelde zijn handen nat van bloed. Hijgend en overstroomd van zweet bereikte hij den zoom van het bosch.
De vallei lag voor hem. De plas schitterde, overgloord van den afschijn der avondwolken. Het riet aan de kanten scheen op te sprieten uit een vloed van vuur. Hij baadde zijn heet geschramd gezicht en handen koel, en uit een pisang-blad een stuk van, het zijde-achtig piepende weefsel scheurend, draaide hij er een drinkkelk van op de wijze zooals hij het Inlanders had zien doen, en dronk met lange teugen het water dat als kwikzilver in den groenen beker glansde, rijen schitterpuntjes aanzettend langs de bladnerven."

 

 1843544-c16e410c7664b038681cf5bad402a1a1.jpg
Augusta de Wit (25 november 1864 - 9 februari 1939)
Jeugdfoto

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e november ook mijn blog van 25 november 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

Abdelkader Benali

De Nederlandse schrijver en tv-presentator Abdelkader Benali werd geboren in Ighazzazen, Marokko, op 25 november 1975. Benali kwam op vierjarige leeftijd naar Rotterdam. Later verhuisde hij naar Amsterdam. Benali schrijft behalve romans en toneel ook artikelen en recensies voor onder meer Algemeen Dagblad, de Groene Amsterdammer, Esquire, de Volkskrant en Vrij Nederland. Voor zijn romandebuut Bruiloft aan zee werd hij in 1997 genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs, die hij in 2003 kreeg voor zijn tweede roman, “De langverwachte”. Tijdens de Israëlisch-Libanese Oorlog in 2006 verzorgde Benali voor Vrij Nederland een weblog vanuit Libanon, waar hij bij het uitbreken van de oorlog toevallig verbleef. In 2010 trok hij met Jan Mulder in het programma Wereldkampioen van Afrika door Afrika in aanloop naar het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika. Benali presenteerde in het voorjaar van 2010 het NPS-programma De schrijver en de stad. In 2011 volgde een zesdelige serie Benali Boekt waarin Abdelkader Benali bekende Nederlandse schrijvers interviewde: Ramsey Nasr, Leon de Winter, Doeschka Meijsing, Tommy Wieringa, Thomas Rosenboom, Connie Palmen. In het tweede seizoen van Benali Boekt (2012) stonden centraal: Jan Wolkers, Maarten 't Hart, Tim Krabbé, Tessa de Loo, Anna Blaman en J. Bernlef. In 2016 trad Benali samen met zijn vrouw en dochter op in de TV-serie Chez Benali. De serie werd gebracht als een culinair-historische ontdekkingsreis door het geboortland van Benali. Zie ook alle tags voor Abdelkader Benali op dit blog.

Uit: De eeuwigheidskunstenaar

‘Diezelfde Renaissance, die niet alleen onze Europese cultuur het elan en het vooruitgangsdenken heeft gegeven die ze in de koude Middeleeuwen ontbeerde. Voorloper daarvan was uw Federico II, op Sicilië, waar hij met Arabieren en joden de wereld in kaart bracht en mooier maakte, een waarlijke voorloper, die een onuitputtelijke voorraad aan kunstschatten voortbracht welke in uw kerken en paleizen liggen opgeborgen en waarvan we nog niet alle geheimen kennen. Uw meesters hebben me altijd geïntrigeerd en me ook geïnspireerd. Wat ik daarmee wil zeggen: mijn oeuvre hoort u toe. Pico della Mirandola is mijn kijkmeester, zoals Dante mijn schrijfmeester is. De Alpen scheiden ons van u, leren we op de lagere school, maar dat is geografische nonsens voor kinderen. In de toekenning van deze prijs geeft u te kennen de lagere school allang te zijn ontgroeid. Niet alleen om die reden beschouw ik deze prijs als de meest eervolle die ik heb gekregen, al was het maar omdat hiermee bewezen is dat er leven is voor mensen die geen ideale leerlingen waren. Het is een van de redenen, maar die reden alleen is genoeg om alle andere argumenten te laten voor wat ze zijn. Op de Renaissance, op u!’
(…)

Verbeelding zorgde ervoor dat de wereld zich in jou kon verplaatsen. Hoe dat in elkaar zat, daar was hij als kind achter gekomen. Hij wist het nog precies. Terwijl zijn moeder zich achter hem voorbereidde op een soiree – zo noemde het – buiten de deur, was hij gegrepen door de voor hem magische verschijning van de flikkerende vuurvlam in de open haard. Zij hadden een open haard en van tijd tot tijd liet zijn moeder er wat hout in gooien. Ze zat nooit bij de open haard. Niet alleen was hij stomverbaasd dat zijn moeder geen oog had voor het dartele spel van een chemische Prometheus, nog vreemder vond hij de sensatie van het vuur dat in hem bewoog. Hij was dat vuur geworden enkel en alleen door zich ervoor te openen. De wereld verplaatste zich in jou.”

 

 1943403-2deb589196ac409614f6bb8c9f0b6bf7.jpg
Abdelkader Benali (Ighazzazen, 25 november 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jules Deelder, Wanda Reisel, Thomas Kohnstamm, Marlon James, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

Ogenschijnlijk

Ogenschijnlijk heeft het ene
niets te maken met het ander.

Ogenschijnlijk schuilt er
voordeel in een vaste baan.

Ogenschijnlijk zal er nog
een heleboel verand'ren.

Ogenschijnlijk staan de sterren
hier niet zo ver vandaan.

 

 

Repeteergedicht

Sommige gedichten dienen
elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Andere gedichten niet.

Wéér andere bleven beter
ongeschreven.
Dat zijn verreweg de meeste.

Maar sommige gedichten
dienen elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Tot het onlosmakelijk

met ons is verweven
en met de werkelijkheid
tot waarheid is verdicht.

 

 

Gefeliciteerd

'Herinner jij je dat prachtige
horloge nog dat ik een jaar of
vijf geleden verloren heb?"
'Jazeker.'
'Weet je nog hoe ik werkelijk
overal heb gezocht maar het ner-
gens kon vinden?'
'Reken maar.'
'Trek ik gisteravond een oud vest
aan dat ik in jaren niet meer
heb gedragen en nou geef ik jou
te raden wat ik in het linker
zakje vond?'
'Gefeliciteerd! Je horloge!'
'Nee. Het gat waardoor ik het
verloren moet hebben.'

 

 1843158-1c7b1de69023d1dd0ec692917446932e.jpg
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

 

De Nederlandse schrijfster Wanda Reisel werd geboren in Willemstad (Curaçao) op 24 november 1955. Zie ook alle tags voor Wanda Reisel op dit blog.

Uit: Liefde tussen 5 en 7

“17:00
Het was van dat klefwarme weer dat iedereen gek maakt. Alle ramen van ons huis stonden wijd open. Ik was bezig mijn briefwisselingen te ordenen en ze op te bergen in een paar schoenendozen. Brieven van liefdes waarvan ik me maar enkele flarden herinnerde.
Met een half oog hield ik de televisie in de gaten. De beelden van de tenniswedstrijd werden regelmatig onderbroken door nieuws over de opstootjes die zich de laatste dagen in het buitenland hadden voorgedaan. Relletjes uitgelokt door het warme weer en uit onbehagen over de werkloosheid of god weet wat, uitgegroeid tot gewelddadige protesten. Winkels werden geplunderd, auto’s in brand gestoken. De nieuwsrubrieken herhaalden de sensationele beelden eindeloos: zwarte rookpluimen, de woedende menigte in opgebroken straten, op de barricades, acties met traangasbommen en waterkanonnen. Zo hongerig waren de media om in deze hete zomer eindelijk iets anders te laten horen dan het groeien van komkommers. Ik zag modieus geklede, boze jongeren met een zakdoek voor hun mond die molotovcocktails naar zwaarbewapende politie gooiden. Daden van verzet, zo moedig en zinloos dat ik er zelf tranen van in m’n ogen kreeg.
Gelukkig duurde het niet lang voor het gras met de vertrouwde witte lijnen weer in beeld verscheen. Na al dat geweld snakte ik naar de simpele regels van het tennis, het ritmisch ploppen van de bal, de concentratie, de strenge maar rechtvaardige stem van de umpire die het leven zo overzichtelijk maakt.”

 

 1843158-ac69b283c42f3fcd2dde4daf1d0fb904.jpg
Wanda Reisel (Willemstad, 24 november 1955)

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Kohnstamm werd geboren in Seattle, Washington op 24 november 1975. Zie ook alle tags voor Thomas Kohnstamm op dit blog.

Uit: Do Travel Writers Go to Hell?

“Yes, I know, I really have it pretty good. There are people starving in Africa. And there are plenty of people here in New York who would love the chance to be in a cubicle all day and not have to operate deep-fat fryers, drive garbage trucks, suck dicks, or whatever it is they do. The problem is that I am an ungrateful by-product of a prosperous society--the offal of opportunity. I am just another liberal arts graduate who bought the idea that life and career would be a fulfilling intellectual journey. Unfortunately, I am performing a glorified version of punching the time clock, and the financial rewards don't come anywhere near filling the emotional void of such diminished expectations.
But let's face it: rebellion is passe. My parents' generation already proved that--over time--rebellion boils down to little more than Saab ownership and an annual contribution to public radio. The old icons have been co-opted. Jose´ Mart’ is a brand of mojito mix. Che Guevara is a T-shirt. Cherokees are SUVs, and Apaches are helicopter gunships.
The American Dream is for immigrants. The rest of us are better acquainted with entitlement or boredom than we are with our own survival mechanisms. And when confronted with a fight-or-flight scenario, the latter usually takes precedence. Escape is our action of choice: escape through pharmaceuticals, escape through technology, and plain old running away in search of something else, anything else. I rummage through the back of my desk drawer looking for a loose Vicodin or a Klonopin. The best thing I come up with is Wite-Out, but I'm not that desperate. Yet.”

 

1843158-52f023fcd9a93c839e7a8062423f13c6.jpg
Thomas Kohnstamm (Seattle, 24 november 1975)

 

 

De Jamaicaanse schrijver Marlon James werd geboren op 24 november 1970 in Kingston, Jamaica. Zie ook alle tags voor Marlon James op dit blog.

Uit: John Crow’s Devil

“I talkin to every man who can stand. Heed the word or you goin get lick with friggery worse than any bird.”
Birds. They came back in a rush; in screams and screeches and wounds cut fresh by claws. “You know what my Apostle can do.”
Clarence knew the houses where men hid. He hopped and dragged to each one and hammered into the door.
“Sunset,” he said.
Three days before, when noon was most white, the village had killed Hector Bligh. Reckoning came swift, before they were even done. God’s white fury swept down on them with beaks and claws and the beat of a thousand wings.
But there were things the villagers feared more than birds. One by one they came out and the men threw the bodies on the bonfire.
“This was judgment,” said Apostle York. He had emerged from the office after the fire was lit. The Apostle’s face had no scratch. “Judgment!” he shouted over the brilliance of the pyre and the crackle and pop of burning flesh. “Judgment,” he said again in morning devotion, noon devotion, evening devotion, night mass, penitence prayer, children’s prayer, women’s prayer, blood atonement, prayer for the saints, and the School of Boy Prophets. From that day, the incident was never to be spoken of lest God again unleash his wrath on Gibbeah.
The building had begun a week before the killing. With chopped down trees the villagers made a fence all around Gibbeah’s boundary. Then they surrounded it in barbed wire. Every city of righteousness had a wall, said the Apostle.”

 

 1843158-c823f4b4e6040c0ff68c0a8a27a31dbb.jpg
Marlon James (Kingston, 24 november 1970)

 

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Kárason op dit blog.

Uit: Feindesland (Vertaald door Helmut Lugmayr)

„Aber im gleichen Maß, wie mein Beutel schrumpfte, und das tat er bei dem Lotterleben rasch, kühlten auch die Gastfreundschaft und Freundlichkeit mir gegenüber ab. Ich kann allerdings auch nicht behaupten, dass mein Benehmen besonders dazu beigetragen hätte, meine Beliebtheit zu steigern. Und nach und nach begann ich zu begreifen, dass ein mittelloser Isländer so ziemlich die unbedeutendste Kreatur ist, die man am norwegischen Königshof kennt. Wir werden noch weniger geachtet als die Schweden – sind in Wirklichkeit um nichts besser als die Finnen, die manchmal mit ihren Rentierherden von den Bergen kommen, um Handel zu treiben und zu feilschen, und die für ihre Verschlagenheit und Hinterlist berüchtigt sind, wenn sich auch die wenigsten mit ihnen anzulegen wagen, wegen ihrer Zauberei und Hexenkunst. Und diese Lappen sprechen nicht einmal eine nordische Sprache wie die anderen, denn auch wenn die Leute sich hier, je nachdem woher sie kommen – aus welchem Land sie fliehen –, in Aussprache und Betonung unterscheiden, so sprechen doch, wenn man genau hinhört, alle dieselbe Sprache.
Zu Hause hatte man erzählt, dass meinem Bruder Sturla ein königlicher Empfang bereitet worden wäre, als er hierher kam, aber ich bekomme langsam den Verdacht, dass irgendetwas daran nicht ganz stimmt. Meine ganze Kindheit hindurch hatte ich davon gehört, welch großes Ansehen und wie viel Respekt mein Onkel Snorri am Königshof genieße. Dass ihn die königliche Familie als einen der Ihren betrachte und dass in ihrem Kreis die Wiedersehensfreude niemals inniger und der Beifall niemals größer seien, als wenn er nach der Überfahrt von Island auf wackeligen Beinen in die Halle träte.“

 

 1843158-b96ead03569eca006bb33b0084aafc3a.jpg
Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

 

 

De Ivoriaanse schrijver Ahmadou Kourouma werd geboren op 24 november 1927 in Togobala. Zie ook alle tags voor Ahmadou Kourouma op dit blog.

Uit: Monnè: Schmach und Ärger (Vertaald door Vera Gärttling)

„Schon zeichneten die Geier Arabesken an den weiten Himmel von Soba. In den Blutpfützen lagen mit zerschnittenen Kehlen Ochsen, Schafe, Hühner auf dem gesamten Opferplatz. Es war zu viel Blut und das war schon jetzt berauschend.
»Blut! Mehr Blut! Opfer! Mehr Opfer«, befahl der König Djigui noch immer.
Kopflos eilten die Schergen und gedungenen Mörder in die Stadt, zwangen in allen Höfen die Menschen zum Opfern. Es kamen immer mehr Geier. Eine schwarze Wolke verdunkelte den Himmel, die Dächer bedeckten sich mit schwarzen Schleiern.
»Blut! Alle Arten von Blut! Opfer! Alle Arten von Opfern!«
Die Schergen begriffen; es fehlten Menschenopfer. Sie stiegen in die Viertel am Stadtrand hinab, raubten drei Albinos und schächteten sie auf den Senufo-Altären der umgebenden heiligen Wälder. Das war ein Fehler … Der Rauch des menschlichen Blutes vermischte sich mit dem der Tiere und störte das Universum auf. Die trunkenen Geier stießen auf die kopflosen Opferpriester herab und der bestürzte König schrie:
»Lasst ab, lasst die Messer ruhen!«
Die befragten Orakel, Sandleser, Kaurimuschel- und Knochenwerfer wiederholten ihren Urteilsspruch: Der Fortbestand war nicht gewährt.
»In Allahs Namen, was wollen denn die Manen der Keita?«, fragte Djigui verzweifelt, als er in den Bolloda zurückkehrte (Bolloda war der Name, mit dem das Volk die Halle und den Palaverplatz bezeichnete:den Palast, den königlichen Hof und im weiteren Sinne auch die Macht, die Gewalt und die Willkür der Könige von Soba). Zwei Tage und zwei Nächte lang schlief er. Am dritten Morgen erwachte er mit neuem Schwung und beugte die zahlreichen Gebete, die er schuldig war. Nachdem er das alphatia gesprochen hatte, befahl er:
»Trotzen wir. Blut, Opfer, mehr Opfer!« Die Schergen und gedungenen Mörder eilten erneut in die Höfe und Hütten.“

 

1843158-1d8bc9ce8974fba6ab8638e81e8677bb.jpg
Ahmadou Kourouma (24 november 1927 – 11 december 2003)

 

 

De Chinese dichter en schrijver Wen Yiduo werd geboren op 24 november 1899 in Xishui, Hubei. Zie ook alle tags voor Wen Yiduo op dit blog.

 

Perhaps

Perhaps you have wept and wept, and can weep no more.
Perhaps. Perhaps you ought to sleep a bit;
then don't let the night hawk cough, the frogs
croak, or the bats fly.

Don't let the sunlight open the curtain onto your eyes.
Don't let a cool breeze brush your eyebrows.
Ah, no one will be able to startle you awake:
I will open an umbrella of dark pines to shelter your sleep.

Perhaps you hear earthworms digging in the mud,
or listen to the root hairs of small grasses sucking up water.
Perhaps this music you are listening to is lovelier
than the swearing and cursing noises of men.

Then close your eyelids, and shut them tight.
I will let you sleep, I will let you sleep.
I will cover you lightly, lightly with yellow earth.
I will slowly, slowly let the ashes of paper money fly.

Vertaald door Arthur Zse

 

 1843158-9810dccae283a08941d5071ee826cfe2.jpg
Wen Yiduo (24 november 1899 – 15 juli 1946)
Standbeeld bij de Yannun universiteit in in Kunming

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e november ook mijn blog van 24 november 2014 en ook mijn blog van 24 november 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten