Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 december 2015 tot 30 december 2015

Peter Buwalda, Paul Bowles, Theodor Fontane, Peter Lund, Joshua Clover, Rudyard Kipling

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit:Van en over alles en iedereen. Portretten en polemieken van Joost Zwagerman

“Uitgangspunt van de afdeling ‘Collega's van God’ is de paradox, die volgens Zwagerman zou bestaan tussen een regulier geloof, zoals bijvoorbeeld de katholieke kerk dit uitdraagt, en de hoogstpersoonlijke invulling van het religieus besef van een kunstenaar. Collectieve dogmatiek tegenover hyperindividuele devotie. Het zijn juist de laatste geloofsbetuigingen, waar Zwagerman zijn hoop op vestigt om te komen tot een beter begrip van ‘Wie of Wat Hij dan wel wezen mag’.
Collega's van God in navolging van Gerard Reve, die met zijn volstrekt eigenzinnige belijdenis van het katholieke geloof wel eens zo genoemd is; in tegenstelling tot de ‘lugubere combinatie van blijheid, bekeringsdrift en door bijbel en dogma ingegeven onverzoenlijkheid’, aldus Zwagerman, gaat het bij deze kunstenaars om geheel unieke Godsbeelden, die hen tot Scheppers van een eigen metafysica maakt. Een verre van gemakzuchtige thematiek dunkt mij. Maar te veel nadruk op deze in de inleiding uiteengezette ‘link’ is onterecht.
Zwagermans boek staat vol met vlugge, hapklare en toch zo nu en dan diepgaande stukjes. Zijn stijl is zeker niet van humor verstoken, alhoewel hij soms doordraaft. (Hij presteert het om Prince' geilheid te illustreren met een kleine twintig koosnaampjes voor de muzikant, waaronder ‘hoerige relnicht’, ‘porno Prince’, ‘demonischdevote allesneuker’ en ‘eunuchachtige geilneef’.) Vorig jaar in een interview met Vooys, vertelde Zwagerman dat hij bezig was met de voorbereiding van Collega's van God. Hij noemde zichzelf een gezegend criticus, daar hij, in tegenstelling tot een full-time recensent, slechts incidenteel een artikel schrijft en dan ook nog over werk waarvoor hij geheel warm loopt. Of dit nu pop of filosofie is maakt weinig uit, zoals blijkt uit de essays in de bundel. Van alle personen die hij portretteert, is Zwagerman gecharmeerd zo niet idolaat.
Opvallend zijn natuurlijk de keuzes die hij maakt: Madonna naast Arthur Schopenhauer, low culture naast high culture.Het is een tweedeling die verder door te voeren is. Toen ik ‘Collega's van God’ las, kreeg ik de indruk, dat Zwagerman twee typen essays had geschreven. Het tweede type is sterk toegespitst op het werk van de geportretteerde, waarbij zijdelings wat biografische informatie wordt verstrekt. Dit geldt voor de artikelen over J.D. Salinger, Schopenhauer en Reve; de volksschrijver incluis alle drie vertegenwoordigers van high culture. Wat Zwagerman kwijt wil over de schrijverslevens van bovengenoemden, staat in dienst van zijn meestal interessante beschouwingen van het talig universum dat zij schiepen. De bijzondere levenshouding die op een bijzondere wijze uit het werk spreekt, maakt hen intrigerend voor Zwagerman. Dit weet hij op zijn beurt intrigerend te maken voor de lezer.”

 

 1857677-e9097ccbb92e4bd979e1cf4e7c806092.jpg
Peter Buwalda (Blerick, 30 december 1971)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en componist Paul Bowles werd geboren in New York op 30 december 1910. Zie ook alle tags voor Paul Bowles op dit blog.

Uit: Their Heads are Green and Their Hands are Blue: Scenes from the Non-Christian World

“Immediately when you arrive in Sahara, for the first or the tenth time, you notice the stillness. An incredible, absolute silence prevails outside the towns; and within, even in busy places like the markets, there is a hushed quality in the air, as if the quiet were a conscious force which, resenting the intrusion of sound, minimizes and disperses sound straightaway. Then there is the sky, compared to which all other skies seem fainthearted efforts. Solid and luminous, it is always the focal point of the landscape. At sunset, the precise, curved shadow of the earth rises into it swiftly from the horizon, cutting into light section and dark section. When all daylight is gone, and the space is thick with stars, it is still of an intense and burning blue, darkest directly overhead and paling toward the earth, so that the night never really goes dark.
You leave the gate of the fort or town behind, pass the camels lying outside, go up into the dunes, or out onto the hard, stony plain and stand awhile alone. Presently, you will either shiver and hurry back inside the walls, or you will go on standing there and let something very peculiar happen to you, something that everyone who lives there has undergone and which the French call 'le bapteme de solitude.' It is a unique sensation, and it has nothing to do with loneliness, for loneliness presupposes memory. Here in this wholly mineral landscape lighted by stars like flares, even memory disappears...A strange, and by no means pleasant, process of reintergration begins inside you, and you have the choice of fighting against it, and insisting on remaining the person you have always been, or letting it take its course. For no one who has stayed in the Sahara for a while is quite the same as when he came.
...Perhaps the logical question to ask at this point is: Why go? The answer is that when a man has been there and undergone the baptism of solitude he can't help himself. Once he has been under the spell of the vast luminous, silent country, no other place is quite strong enough for him, no other surroundings can provide the supremely satisfying sensation of existing in the midst of something that is absolute. He will go back, whatever the cost in time or money, for the absolute has no price.”

 

 1857677-8a5fbddd772e1927900abb5415d08234.jpg
Paul Bowles (30 december 1910 – 18 november 1999)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Fontane werd geboren in Neuruppin op 30 december 1819. Zie ook alle tags voor Theodor Fontane op dit blog.

 

Alles still!

Alles still!  Es tanzt den Reigen
Mondenstrahl in Wald und Flur,
Und darüber thront das Schweigen
Und der Winterhimmel nur.
   
Alles still! Vergeblich lauschet
Man der Krähe heisrem Schrei.
Keiner Fichte Wipfel rauschet,
Und kein Bächlein summt vorbei.
   
Alles still! Die Dorfeshütten
Sind wie Gräber anzusehn,
Die, von Schnee bedeckt, inmitten
Eines weiten Friedhofs stehn.
   
Alles still! Nichts hör ich klopfen
Als mein Herze durch die Nacht -
Heiße Tränen niedertropfen
Auf die kalte Winterpracht.

 

 

Frühling

Nun ist er endlich kommen doch
In grünem Knospenschuh;
"Er kam, er kam ja immer noch",
Die Bäume nicken sich's zu.

Sie konnten ihn all erwarten kaum,
Nun treiben sie Schuss auf Schuss;
Im Garten der alte Apfelbaum,
Er sträubt sich, aber er muss.

Wohl zögert auch das alte Herz
Und atmet noch nicht frei,
Es bangt und sorgt: "Es ist erst März
Und März ist noch nicht Mai."

O schüttle ab den schweren Traum
Und die lange Winterruh:
Es wagt es der alte Apfelbaum,
Herze, wag's auch du.

 


Mittag

Am Waldessaume träumt die Föhre,
Am Himmel weiße Wölkchen nur;
Es ist so still,  dass ich sie höre, 
Die tiefe Stille der Natur.

Rings Sonnenschein auf Wies' und Wegen,
Die Wipfel stumm, kein Lüftchen wach,
Und doch, es klingt,  als ström' ein Regen
Leis' tönend auf das Blätterdach.

 

 1857677-a72c885b63253faa8f4e36b65c2b19cc.jpg
Theodor Fontane (30 december 1819 - 20 september 1898)

 

 

De Duitse schrijver en regisseur Peter Lund werd geboren op 30 december 1965 in Flensburg. Zie ook alle tags voor Peter Lund op dit blog.

Uit:Der glückliche Prinz

“1. BILD
Eine Dachschräge im Vordergrund, die Säule, darauf der Glückliche Prinz in tadelloser Haltung. Die Harfe am Fuße der Säule beginnt zu spielen. Ein Schwarm Schwalben ziehen über den grauen Himmel. Eine einzelne Schwalbe als Schlußlicht.
Krähe:
He, wartet auf mich. Wartet! Habt ihr keine Ohren im Kopf?
Ich bin nicht so schnell! Hey!  Das könnt ihr nicht machen mit mir! Wartet auf miiiich!
Die Schwalbe stürzt mit einem Schrei ab. Ein dumpfer Knall. Dann kommt die Schwalbe sehr zerzaust  auf die Dachschräge gekrabbelt.
Krähe: 
Sie sind mir davongeflogen. Sie sind mir wirklich davongeflogen.
Mein eigener Schwarm! Schwärme schwärmen ZUSAMMEN! Deswegen heißen sie Schwärme. ICH PECHVOGEL!
Das kommt nur daher, weil ich keine Kraft in den Flügeln habe. Woher auch? Ich komme aus einer Familie mit sieben Eiern. Und ich war das KLEINSTE! Der Nachzügler. das bin ich. brüllt nach oben Und Nachzügler zügeln eben nach. Deswegen heißen sie auch NACHZÜGLER. Und wie komm ich jetzt nach Süden?  ICH PECHVOGEL !!! ICH UNGLÜCKSRABE !!!  ICH ÜBELKRÄHE!
Der Prinz dreht langsam den Kopf nach unten
Prinz: Jetzt ist es aber genug.
Der kleine Vogel erschrickt zu Tode.
Krähe: ...Was?
Prinz: Du bist zu laut.
Krähe: Ich bin was?
Prinz: Das ist ungehörig."

                       

 1857677-3e6c2676cb7aa72a055fc61060af7c1e.jpg
Peter Lund (Flensburg, 30 december 1965)
Cover foto 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en criticus Joshua Clover werd geboren op 30 december 1962 in Berkeley, California. Zie ook alle tags voor Joshua Clover op dit blog.

 

Field Effect

For 8 months he lay in bed over the
difference between “the bell rings” & “he rings
the bell.” Did those 2 “rings” SOUND
DIFFERENT? The invisible disturbance which
is the bell’s vibration beating at the air—a
FIELD EFFECT—does it shift with the
ringer’s will? This, he thought, was the
smallest difference between things which the
human mind could hold (or almost hold, the
thought-of-it falling away from the thinking,
a penny rolling to the horizon & so to
sleep . . .). He couldn’t get up. It became clear
that he was the murderer. Everyone knows. A
man standing at a podium reads from notes.
In the audience people nod in immaculate
suits, women & men. When I am done
someone will transcribe what I say into speech.
It will not resemble my notes. He is just THE
THING between his notes & his speech. This is
only fair, that he be the air. Some of the
women wear hats with feathers in them, wild,
candescent. In the audience is a boy named B,
not the letter, not the note. Another sound,
neither letter nor note—

 

 1857677-72b60c5dc61fd6b611fb74e92cbaaf43.jpg
Joshua Clover (Berkeley, 30 december 1962)

 

 

De Britse schrijver en dichter Joseph Rudyard Kipling werd geboren op 30 december 1865 in Bombay, India. Zie ook alle tags voor Rudyard Kipling op dit blog.

 

The Storm Cone

This is the midnight-let no star
Delude us-dawn is very far.
This is the tempest long foretold-
Slow to make head but sure to hold

Stand by! The lull 'twixt blast and blast
Signals the storm is near, not past;
And worse than present jeopardy
May our forlorn to-morrow be.

If we have cleared the expectant reef,
Let no man look for his relief.
Only the darkness hides the shape
Of further peril to escape.

It is decreed that we abide
The weight of gale against the tide
And those huge waves the outer main
Sends in to set us back again.

They fall and whelm. We strain to hear
The pulses of her labouring gear,
Till the deep throb beneath us proves,
After each shudder and check, she moves!

She moves, with all save purpose lost,
To make her offing from the coast;
But, till she fetches open sea,
Let no man deem that he is free!

 

 1857677-0fbe291edf907b00c15e0e16f7f88065.jpg
Rudyard Kipling (30 december 1865 –18 januari 1936)
Portret door Philip Burne-Jones, 1899

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2013 deel 2 en eveneens mijn blog van 30 december 2010 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:02 Reageer op dit bericht

Miklós Bánffy

De Hongaarse schrijver en politicus Miklós Bánffy (graaf van Losoncz) werd geboren op 30 december 1873 in Kolozsvár, op dat moment gelegen in het koninkrijk Hongarije. Bánffy kwam uit een Hongaarse familie van landeigenaren in Transsylvanië, die sinds 1855 de titel van graaf droeg. Tot het familiebezit behoorde het kasteel Bánffy in Bonchida. Bánffy studeerde rechten en in 1901 werd hij een lid van het Hongaarse parlement. Van 1906-1909 was hij prefect in het graafschap Klausenburg. Hij was een van de redacteuren van het conservatieve tijdschrift "Erdélyi Lapok" en was artistiek directeur van de opera van Boedapest en het Nationaal Theater van 1912 tot 1918, waar hij een van de promotors was van de muziek van Béla Bartók. Bánffy was van14 april 1921 tot 29 december 1922 staatssecretaris in het kabinet István Bethlen. Transsylvanië was na WO I tot Roemenië gaan behoren. Om te voorkomen dat hij zijn bezittingen in Roemenië verloor koos Bánffy in 1926 voor het Roemeense staatsburgerschap en ging hij wonen in Roemenië. Naast het journalistieke werk had hij in 1913 zijn eerste werk voor het toneel gepubliceerd. In de jaren 1930 schreef hij een driedelige hedendaagse roman over de situatie in zijn eigen regio voor de WO I, het eerste deel van de trilogie verscheen in 1934 in Boedapest, het laatste in 1940. In 1940 werd het noordelijke deel van Transsylvanië weer Hongaars. In april 1943 probeerde Bánffy om de Roemeense en Hongaarse aspiraties samen te brengen om de As-mogendheden te verlaten, vanwege de wederzijdse territoriale aanspraken, maar deze onderhandelingen mislukten. Bij de verovering van Hongarije door de Sovjet-troepen in 1944 vluchtten zijn vrouw en dochter naar Boedapest, terwijl Bánffy op zijn bezit in Transsylvanië bleef, dat opnieuw bij Roemenië werd ingelijfd. Hij werd onteigend en kon in 1949 naar Hongarije emigreren.

Uit: Die Schrift in Flammen (Vertaald door Andreas Oplatka)

“Ein schöner, sonniger Nachmittag Anfang September. Das Licht ist so strahlend, dass die eine oder andere Lerche, vom Glanz trunken, immer wieder auffliegt, hinauf in den gleißenden Himmel, dort für  einige Augenblicke mit ihren kleinen Schwingen schlägt, um dann aus der Höhe Kopf voran hinunterzutauchen, über dem Boden vorbeizustreichen und abermals aufzusteigen – stets von neuem. Sie glaubt wohl, es sei immer noch Sommer.
Doch ist tatsächlich alles noch grün. Die gelben Streifen der Stoppelfelder werden von der wuchernden Vogelhirse mit grünlicher Glasur überzogen, von kleinen, zitternden, resedafarbenen Ähren bestreut, unter denen hier und dort ein verspäteter Klatschmohn sich karmesinrot emporstreckt.
Auf den sanften Hügeln den Maros entlang, die sich auf der einen Seite bis zur breiten Landstraße hin senken und rechts, auf der anderen, jenseits der Wiese, sich bauchig blähen – auch dort sind die vielen Obstbäume und der zuoberst den Grat krönende Wald grün. Noch meldet nichts den nahenden Herbst, nur die überreif weichen Früchte der Spindelbäume heften orange Tropfen in das leicht welkende Laub, und einzig die Blutbuchensträucher spielen ins Rötliche.
Die Landstraße zwischen der morastigen Wiese und den Hügelflanken ist schneeweiß vom Staub, der am Rande des Straßengrabens auch den Hasenlattich und die Melde überstreut, die Kelchblätter der Dorngewächse gefüllt und die sich flach entfaltenden Schaufeln der Disteln bedeckt hat.
Heute ist Sonntag, der Verkehr auf der Straße war zur Mittagszeit dennoch groß. Viele Wagen strebten eilig Vásárhely zu, unter ihnen auch viele ratternde Einspänner-Bauernfuhrwerke. Denn es gab heute einen großen Tag in der Stadt, ein bedeutendes Ereignis: Es fand ein Pferderennen statt. Dorthin waren alle unterwegs gewesen und ließen große Staubwolken hinter sich aufsteigen.
Nun herrscht Stille. Jetzt, am Nachmittag, fährt ein einziger Wagen, eine von drei Pferden gezogene Mietkutsche, auf dieser Straße, die von Marosvásárhely ostwärts über den Vácmán nach Balavásár
führt und nach der Abzweigung links gegen Nyárádszereda.
In der alten Droschke des Fiakers von Vásárhely sitzt, ruhig zurückgelehnt, ein junger Herr: Bálint Abády, ein schlanker Mann von mittlerem Wuchs. Er trägt einen langen, rohseidenen, bis zum Kinn zugeknöpften Staubmantel. Den Hut hat er abgelegt, einen jener breitrandigen Filzhüte, die damals nach dem Burenkrieg in Mode gekommen waren. In sein gelocktes, dunkelblondes Haar steckt der Sonnenschein rötliche Lichter. Mag er auch ein Blondkopf sein mit hellen Augen, so ist er doch ein charakteristisch östlicher Menschentyp: eine leicht zurückweichende, stark gewölbte Stirn, breite Backenknochen, sich nach oben ziehende Augenwinkel.“

 

 1872743-471986e0d7cbac55d1e833042680c1e5.jpg
Miklós Bánffy (30 december 1873 - 5 juni 1950)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Stefan Brijs, Gilbert Adair, Paul Rudnick, William Gaddis, Carmen Sylva, Brigitte Kronauer, Vesna Lubina

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: De engelenmaker

“Ten slotte had ook hij een eis gehad. Het was voor haar een volslagen verrassing geweest.
‘Wilt u hun over Jezus vertellen?’
‘Wat zegt u?’
‘Over Jezus. Uit het Nieuwe Testament.’
‘Over Jezus,’ herhaalde ze, de wenkbrauwen fronsend.
‘Over Jezus, niet over God,’ zei hij met nadruk. ‘Alleen over Jezus.’
‘Alleen over Jezus?’
‘Ja, alleen het Nieuwe Testament, niet het Oude Testament.’
Ze wist niet wat ze hoorde. Ten eerste had ze totaal niet verwacht dat de dokter gelovig was en ten tweede vroeg ze zich af hoe ze over Jezus kon vertellen zonder het ook over God te hebben. Ze had het nog eens expliciet gevraagd: ‘Dus wel over Jezus, maar niet over God?’
‘Ja.’
‘Dat kan toch niet. Dat is onmogelijk.’
‘Niets is onmogelijk, Frau Maenhout. Moeilijk misschien wel, maar onmogelijk niet.’
Ze besloot er niet verder op in te gaan. Ze was al tevreden dat ze aan Michaël, Gabriël en Rafaël godsdienst mocht geven, zij het dan met beperkingen.”

 

 1857312-9116bf676b93b441a86833940bd1e139.jpg
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

 

De Britse schrijver, filmcriticus en columnist Gilbert Adair werd geboren op 29 december 1944 in Edinburgh. Zie ook alle tags voor Gilbert Adair op dit blog.

Uit:The Real Tadzio

 "On impulse the Manns elected to cut short their sojourn and travel onward to what was then, as it is today, by far the least disappointing tourist spot in Europe: gorgeous, gangrenous Venice, "the incomparable, the fabulous, the like-nothing-else-on-earth," in Thomas's ecstatic phrase. At Pola they bought passage on a steamer, aboard which they were both amused and bemused to witness the antics of an elderly, goatish queen (in the homosexual sense of the word) who had contrived to ingratiate himself with a party of boisterous clerks out on an excursion. With his crudely dyed moustache and grotesquely rouged cheeks, he reminded them all of Herr Knaak (who also, intriguingly, pops up in one of the most perfect of Mann's short stories, Tonio Kroger). A more disquieting incident followed at the steamer's landing stage. The Manns had duly transferred their luggage to a gondola which would take them to the Lido, at whose Grand Hotel des Bains they had two adjoining rooms reserved. But their gondolier proved to be a surly, incommunicative fellow who, although he steered them skillfully enough, proved reluctant to stay around to collect his fare when they disembarked. It turned out that, having had his license revoked, he had been alarmed by the presence on the pier of a cluster of harbor policemen.

 

 1857312-ed92a5306f752ac58cfa56957ad21da5.jpg
Célestin Boutin als Tadzio op handen gedragen in een scene van ‘‘Death in Venice’’ 
van Benjamin Britten, New York, 2015

 

Eventually, however, the three were installed in the sumptuous Hotel des Bains. And it was there, on their first evening, as they lounged among the elegant, cosmopolitan crowd waiting for the gong to be rung for dinner, that Thomas's attention was drawn to a nearby Polish family, which consisted, in the momentary absence of the mother (who, like the Archduchess of Austria, appears to have been an adept of the delayed entrance), of three starchily outfitted daughters and one very young son. Amazingly, this sailor-suited ephebe--of, to his connoisseur's eye, near-supernatural physical beauty and grace--was the very image, teased into life, of the Johnny Bishop whom Mann had conjured up just six months before.

 

 1857312-7a57768b4569b506abcb13bac1f19b54.jpg
Gilbert Adair (29 december 1944 – 8 december 2011)
Luchino Visconti en Björn Andrésen (Tadzio) bij de opnames van “Death in Venice”.

 

 

De Amerikaanse schrijver Paul M. Rudnick werd geboren op 29 december 1957 in Piscataway, een voorstad van New York. Zie ook alle tags voor Paul Rudnick op dit blog.

Uit: The Gospel of Debbie

“January 2
Oh my God, oh my God, I couldn’t believe it, but I was right there, and Jesus used only five loaves of bread and two fish to feed thousands of people, and it was so beautiful and miraculous, and my brother Ezekiel said, whoa, Jesus has invented canapés and I said shut up! And then my best friend Rachel asked, I wonder if he could make my hair really shiny, and I said, you are so disgusting, Jesus shouldn’t waste his time on your vanity, and then Jesus smiled at me and I’m telling you, those last seven pounds, the stubborn ones, they were totally gone! And I spoke unto the angry Roman mob and I said, behold these thighs! Jesus has made me feel better about me!

March 12
Everyone is just getting so mean. They’re all going, Debbie, he is so not divine, Debbie, you’ll believe anything, Debbie, what about last year when you were worshipping ponchos? And I so don’t trust that Judas Iscariot, who’s always staring at me when I walk to the well and he’s saying, hey, Deb, nice jugs, and I’m like, oh ha ha ha, get some oxen.“

 

 1857312-68ed502158dbcb8ab725cd166e73fd48.jpg
Paul Rudnick (Piscataway, 29 december 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver William Gaddis werd op 29 december 1922 geboren in New York. Zie ook alle tags voor William Gaddis op dit blog.

Uit: The Recognitions

“A whole country full of them, too.
And Catholic, growled Aunt May, refusing even to repeat the name of the ship they sailed on, as though she could sense the immediate disaster it portended, and the strife that would litter the seas with broken victories everywhere, which it anticipated by twenty years.
Nevertheless, they boarded the Purdue Victory and sailed out of Boston harbor, provided for against all inclemencies but these they were leaving behind, and those disasters of such scope and fortuitous originality which Christian courts of law and insurance companies, humbly arguing ad hominem, define as acts of God.
On All Saints' Day, seven days out and half the journey accomplished, God boarded the Purdue Victory and acted: Camilla was stricken with acute appendicitis.
The ship's surgeon was a spotty unshaven little man whose clothes, arrayed with smudges, drippings, and cigarette burns, were held about him by an extensive network of knotted string. The buttons down the front of those duck trousers had originally been made, with all of false economy's ingenious drear deception, of coated cardboard. After many launderings they persisted as a row of gray stumps posted along the gaping portals of his fly.”

 

 1857312-82a28f446dc1a9f1b2de7c018400aef8.jpg
William Gaddis (29 december 1922 - 16 december 1998)
In 1955
 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Carmen Sylva werd geboren op 29 december 1843 in Neuwied als prinses Pauline Elisabeth Ottilie Luise zu Wied. Zie ook alle tags voor Carmen Sylva op dit blog.

 

Der Gast

Die Blumen sind wohl alle krank?
Sie können das Blühen nicht lassen!
Und was den Menschen nur fehlen mag,
Daß sie sich zärtlich umfassen?

Die Vögel werden schon ganz verrückt,
Die trillern in allen Sträuchern,
Und wie beim Hochamt ist lauter Duft,
Ein unaufhörliches Räuchern.

Wie hat Frau Erde sich arg geschmückt?
Wen will sie so festlich empfangen?
Sie hat in den prunkenden Himmelssaal
Die größte Sonne gehangen!

Und der da kommt, ist ein großer Herr,
Ihm bläst es voran mit Posaunen,
Viel tausend Bläser mit Riesengewalt
In den Wolken schießen Karthaunen.

Vor seinem Wagen wird Gold gestreut,
In hundertfarbigen Tropfen,
Die fallen zu Boden und rufen: Heraus!
Mit herzbethörendem Klopfen.

Drum können die Blumen ja Nichts dafür
Daß aus dem Boden sie müssen,
Und daß die Vögel so unverschämt,
Und daß die Menschen sich küssen!

 

 1857312-d27b94fa0c5d9931efcbfab553ee9244.jpg
Carmen Sylva (29 december 1843 – 2 maart 1916)

 


De Duitse schrijfster Brigitte Kronauer werd geboren op 29 december 1940 in Essen. Zie ook alle tags voor Brigitte Kronauer op dit blog.

Uit:Gewäsch und Gewimmel

“Wartezimmer
Pratz, der Schwerenöter? Frau Wäns? Der gute Mensch und Plattfüßler Dillburg?
Elsa Gundlach hat zur Aufheiterung ihrer teilweise schwer geplagten Klienten für jeden Montagmorgen einen frischen Strauß in Auftrag gegeben. Pünktlich nach einer Woche ist er welk und wird weggeworfen. Immer passen die Blumenarrangements in der Moritzstraße 13 zur Jahreszeit. Die meisten der vielfach und variantenreich verbogenen Zeitgenossen wissen das zu schätzen, auch wenn sie sich oft nur ein paar Minuten gedulden müssen, bis ihnen Elsa, stets in rigorosem Weiß wie ihr Wartezimmer, mit Massagen und Turnübungen zu Leibe rückt. Des schönen Namens wegen würde Elsa es gern einmal mit der strategisch raffinierten Osterluzei versuchen, aber die Leute kennen die Pflanze nicht, und ohne das Wort nutzt sie ihnen nichts. Sie ist unansehnlich.
Für den, der den Zuspruch des Floralen nicht bemerkt, liegen natürlich die üblichen Illustrierten mit den unverwüstlichen Rätselecken in ordentlichen Stapeln bereit, allerdings nicht zuverlässig in den neuesten Ausgaben und manchmal mit verräterisch aufgequollenen Seiten. Den Männern würde die Vorstellung, daß die sommersprossige Elsa die Zeitschriften vorher in der Badewanne in den Händen gehalten hat, sehr gefallen.
Da die Therapeutin genaue Termine abmacht, befinden sich selten zwei Leute gleichzeitig im Raum. Für Elsa dagegen ist das Kabinettchen immer gefüllt.“

 

 1857312-d5916355532a2575ff66fbb61e70a8d6.jpg
Brigitte Kronauer (Essen, 29 december 1940)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Duitse dichteres Vesna Lubina werd geboren in 1981 als dochter van Bosnische immigranten in Witten. Zie ook alle tags voor Vesna Lubina op dit blog.

 

den Vogel herunterbringen

ehe der Vogel herunterkommt,
gehen wir nicht los: die Augen
geschwärzt, die Lippen
angelegt. Wir wollen

den Vogel herunterbringen,
bevor sich sein Gefecht auflöst
in Windesbrauen.

„Auf den Feldern halten wir die Hände
auf für die splitternde Erde, /“

wo ein Vogel längst der Stirn
im Genick hockt und dem schwarzen
Käfer im Taglohn folgt:

hat er das Land unter Nacht gerollt,
fällt meine Insel
den Zähnen zum Gespräch.

 

1857312-a600900efb87d81bd44996ebeb5fffa2.jpg 
Vesna Lubina (Witten, 1981)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2012.



Geschreven door Romenu om 18:17 Reageer op dit bericht

Christian Kracht

De Zwitserse schrijver en journalist Christian Kracht werd geboren in Saanen op 29 december 1966. Kracht studeerde in Zwitserland, Duitsland, Canada en de Verenigde Staten. Hij werd geboren als zoon van een directeur van multinational-uitgever Axel Springer AG. In de jaren negentig werkte Kracht als journalist, onder meer voor Der Spiegel. Midden jaren negentig werd hij correspondent in India, ging wonen in Bangkok en schreef een serie veelgeprezen reisartikelen voor het dagblad “Welt am Sonntag”, later gebundeld in “Der Gelbe Bleistift” (2000). Van 2004 tot 2006 was hij samen met Eckhart Nickel redacteur van het litaratuurtijdschrift “Der Freund”. Krachts eerste roman, “Faserland” (1995), wordt gezien als een sleutelwerk in de Duitse golf van "popliteratuur", die toen opgang maakte. Internationale bekendheid verwierf Kracht met zijn roman “1979” (2001). Deze toont het fragiele en decadente karakter van het Westerse waardesysteem en haar onmacht tegen Oosterse totalitaire modellen zoals de islam. Het boek trok veel aandacht, met name ook omdat het vrijwel gelijktijdig gepubliceerd werd met de aanslagen op 11 september 2001. Een toneelversie van 1979 had in 2004-2010 internationaal groot succes. Kracht handhaafde zijn naam als literator met de romans “Metan” (2007) en „Ich werde hier sein im Sonnenschein und im Schatten“ (2008). Van dit laatste boek verscheen in 2010 de Nederlandse vertaling. Voor zijn roman “Imperium” ontving Kracht in 2012 zowel de Kulturpreis van het Kanton Bern als de Wilhelm-Raabe-Preis. Kracht geldt in de Duitstalige literaire wereld als een controversiële persoon. Doorgaans presenteert hij zich als een ironische, kosmopolitische dandy en hij schrikt niet terug voor gepeperde uitspraken over de Taliban, Noord-Korea en actuele maatschappelijke ontwikkelingen, op een wijze die critici wel als ‘nieuw-rechts’ betitelen. Kracht woont tegenwoordig in Florence en Afrika.

Uit: Die Toten

„Es war der nasseste Mai seit ]ahrzehnten in Tokio; das schlierige Grau des bewölkten Himmels hatte sich seit Tagen in ein tiefes, tiefes Indigo verfärbt, kaum jemand vermochte sich jemals an derartig katastrophale Wassermengen zu erinnern; kein Hut, kein Mantel, kein Kimono, keine Uniform saß noch, wie sie sollte; Buchseiten, Dokumente, Bildrollen, Landkarten begannen sich zu wölben; dort war ein widerspenstiger Schmetterling im Flug von Regenschauern hinab auf den Asphalt gedrückt worden - Asphalt, in dessen Vertiefungen
voller Wasser sich abends die hellbunten Leuchtschilder und Lampions der Restaurants beharrlich spiegelten; künstliches Licht, zerbrochen und portioniert von arrhythmisch prasselnden, ewigen Schauern.
Ein junger, gutaussehender Offizier hatte diese oder jene Verfehlung begangen, weshalb er sich nun im Wohnzimmer eines ganz und gar unscheinbaren Hauses im Westen der Stadt bestrafen wollte. Die Linse der Filmkamera wurde an ein entsprechendes Loch in der Wand des Nebenzimmers geführt, dessen Ränder man mit Tuchstreifen wattiert hatte, damit das Surren des Apparats nicht die empfindliche Szenerie störe:
Der Offizier kniete sich hin, öffnete die weiße Jacke links und rechts, fand prüfend mit nahezu unmerklich zitternden, gleichwohl präzise suchenden Fingerspitzen die korrekte Stelle, verneigte sich und tastete nach dem vor ihm auf einem Sandelholzblock liegenden, hauchscharfen tantö. Er hielt inne, horchte, hoffte darauf, noch einmal das Geräusch des fallenden Regens zu hören, aber es ratterte lediglich leise und maschinell hinter der Wand.
Gleich nachdem die hellgeschlilfene Spitze des Dolchs die Bauchbinde und die darunterliegende feine weiße Bauchhaut angeritzt hatte, deren sanfte Wölbung von nur wenigen schwarzen Schamhaaren umspielt wurde, glitt die Klinge schon durchs weiche Gewebe in die Eingeweide des Mannes hinein - und eine Blutfontäne spritzte seitwärts zur unendlich zart getuschten kakejiku, zur Bildrolle hin. Es sah aus, als sei das kirschrote Blut mittels eines Pinsels, den ein Künstler mit einer einzigen, peitschenhaften Bewegung aus dem Handgelenk ausgeschüttelt hatte, absichtlich quer über die kakejiku geklatscht worden, die dort in erlesener Einfachheit im Alkoven hing.“

 

 1956224-63a17203a1809c2c4ab0a0f410c04742.jpg
Christian Kracht (Saanen, 29 december 1966)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten