Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 januari 2016 tot 2 januari 2016

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, André Aciman, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Natuur

Het beeldscherm had me dusdanig geconditioneerd dat ik soms, wanneer ik een boek las, een ouderwets boek, ik in een van de hoeken keek hoe laat het was, Eens, toen ik door de natuur liep, merkte ik dat ik wegdroomde en met mijn hand probeerde de flora en fauna weg te klikken, Een paar maanden geleden op een feestje, tijdens de karaoke, legde een expert me uit dat het niet heel lang meer hoefde te duren voor het zover was. Hij huilde toen hij het me vertelde. Hij hield ervan, van die gekke ouwe natuur.

 

Goedkoop

Dure woorden zeiden me niks. Ik hield van de goedkope metafoor: een woeste man die in zijn leven een rivier volgt en aan het eind ervan uitkomt bij de zee. Ik was sowieso een goedkoop type. Ook in de liefde moest het altijd voor een prikje. Ik ging met vrouwen die zelf ook weinig uittrokken voor hun liefdesleven. En wanneer ik het toch een keer duur speelde, wanneer ik toch eens een kast van een huis binnendrong, dan doorzagen de lui van de beau monde me al snel. Ze merkten dat ik ver-kleed ging, zodat ik zonder pardon weer naar buiten werd getrapt. Ik was een aap - iemand uit de natuur. Nog steeds eigenlijk.

 

 1858755-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)
 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

I Am Offering This Poem

I am offering this poem to you,
since I have nothing else to give.
Keep it like a warm coat,
when winter comes to cover you,
or like a pair of thick socks
the cold cannot bite through,

I love you,

I have nothing else to give you,
so it is a pot full of yellow corn
to warm your belly in the winter,
it is a scarf for your head, to wear
over your hair, to tie up around your face,

I love you,

Keep it, treasure it as you would
if you were lost, needing direction,
in the wilderness life becomes when mature;
and in the corner of your drawer,
tucked away like a cabin or a hogan
in dense trees, come knocking,
and I will answer, give you directions,
and let you warm yourself by this fire,
rest by this fire, and make you feel safe,

I love you,

It's all I have to give,
and it's all anyone needs to live,
and to go on living inside,
when the world outside
no longer cares if you live or die;
remember,

I love you.

 

 1858755-392fdd3c5eea3d230c5aafb03f1f70aa.jpg
Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

 

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor David Shapiro op dit blog.

 

The Devil's Trill Sonata (Fragment)

You clamp the rifle and release the bullet
And you know that it will always reach the target
And the ferryboat sails straight across the river:
It feels normal in the still air.

What course must the aviator set
On a level road when the day is wet?
The tracks of the raindrops on the window
Are dropped from the bridge by a boy.

You place a smooth box down like a stone
And you rest on your own inclined plane.
A stone is seen to pass through the window
But now the stone is snow.

We have so few red flowers
The stem hangs over the edge of the table
The flower leaves the stem like an aviator
Or like the man in the elevator.

The milkweed fills the sky
Which is small, pale blue, and almost white
Like the game lit up at night.
“We have reached the bottom, you and I."

Half-divine, half-raw, half-German, half-Greek
Time now for an excursus to the centre of all this muddy
junk
l gaze into the hilarious sky where flowers gather
unknowingly
The last row in a theatre of stars.

 

 1858755-73b145355a09d4a1164558775824e749.jpg
David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)
New Jersey Performing Arts Center, Newark 

 

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Zie ook alle tags voor André Aciman op dit blog.

Uit:Eight White Nights

“It meant, I’m the Clara you’ll be seeing all year long here, so let’s just make the best of it. I am the Clara you never thought would be sitting right next to you, and yet here I am. I’m the Clara you’ll wish to find here every one day of every month for the remainder of this and every other year of your life.”
(…)

“Downstairs, she navigated the crowd and led me to a quieter spot by one of the bay windows, where three tiny cushions seemed waiting for us in an alcove. She was about to place the dish between us, but then sat right next to me, holding the plate on her lap. It was meant to be noticed, I though, and therefore open to interpretation.
“Well?”
I didn’t know what she meant.
All I could think of was her collarbone and its gleaming suntan. The lady with the collarbone. The shirt and the collarbone. To a collarbone. This collarbone in two hundred years would, if it was cold in the icy silence of the tomb, so haunt my days and chill my dreaming nights that I would wish my own heart dry of blood. To touch and run a finger the length of her collarbone. Who was this collarbone, what person, what strange will came out to stop me when I wished my mouth on this collarbone? Collarbone, collarbone, are you not weary, will I be grieving over collarbones unyielding? I stared at her eyes and was suddenly speechless, my mind in disarray. The words weren’t coming. My thoughts were all tousled and scattered. I couldn’t even put two thoughts together and felt like a parent trying to teach an unsteady toddler how to walk by holding both his hands and asking him to put one foot before the other, one word before the other, but the child wasn’t moving. I stumbled from one thing to the other, then stood frozen and speechless, couldn’t think of anything.”

 

 1858755-48702886abfbe598dd2033c6ba4f1b87.jpg
André Aciman (Alexandrië, 2 januari 1951)

 

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en uitgever Look J. Boden werd geboren in Vlaardingen op 2 januari 1974. Zie ook alle tags voor Look J. Boden op dit blog en alle tags voor L. J. Boden.

 

Compensatie

Een huismus slaat
zijn vleugels uit het lood,
tegen de wanden
van de kast
waarop hij net nog
werd gejaagd

als verdachte gedaagd
in een proces
van papieren wegen,
omlijst met
ambtelijke molens.

Zijn gestolen thuisplek
wordt vergoed met
huizen op bestelling.
Zijn wereld gaat
op de helling,
hijzelf over de rooie.
Maar de mensen,
de mensen
zijn blij met de mus.

En dan vooral
die dooie.

 

 1858755-94dc7cbae04b415260d908c4014cfcb9.jpg
Look J. Boden (Vlaardingen, 2 januari 1974)
 

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook alle tags voor Anton van Duinkerken op dit blog.

Uit: Het kostschool-leven van de Ravenzwarte.

“Met heel z'n hart vol heimwee en zijn hoofd vol grote plannen was de Ravenzwarte, na Riekus, uit de trein gestapt. Hij droeg voorzichtig zijn valies en keek goed uit, tevens wat lettend op de wildeman, die naast hem liep en telkens stilstond of begon te hollen als er iets opmerkeliks te zien viel in de stad. Een Broeder ging voor hen uit met nog twee nieuwelingen en achter hen aan kwam een hele groep, waaronder een jongetje van nog maar negen jaar erbarmelik liep te schreien. De Ravenzwarte had dat ook wel willen doen, maar hij moest zich groot houden en vooral op Riekus passen. Die bengelde zijn in papier gepakte snoepgoed-en-vergeten-laarzen aan een touwtje, dat te lang was, zo wild rond zich heen, dat de voorbijgangers maar vast opzij gingen ‘alsof ze'm nou al kennen’ meende Karel. Riekus had in de trein veel sigaretten gerookt en oordeelde het erg verstandig, zich nu luidruchtig aan te stellen, want et is altijd goed je lichamelike en geestelike gevoelens zo een beetje te verbergen. Maar de Zwarte hoorde niets van zijn geredeneer en stapte maar en keek en toen de Broeder stilstond bij de tramhalte, stond ie ook maar stil, helemaal passief, zonder te merken, dat het een tramhalte was. Riekus beweerde nu al, dat ie 't kostschool-leven reuzefijn vond en kroop in een lekker hoekje van de tram, vanwaar ie alles heel goed zien kon. De Zwarte zat stil naast hem en voelde zich zo diep bedroefd als ie nog nooit geweest was. Alleen toen zijn grootvader gestorven was had ie zo'n sterk gevoel van treurigheid gehad. 't Was hem nu ook of vader en moeder voorgoed weg waren, en Antoon en het zieke zusje. Hij snikte eventjes toen ie aan 't zieke Marietje dacht, maar Riekus bracht hem tot beschaming door te vragen, of ie soms vaart had, en of hij maar niet beter deed met het tramkaartje te betalen, want daar kwam juist de kondukteur aan. Doch toen de Zwarte zijn portemonnaie wilde pakken, miste hij die en maakte zich gevolgelik zeer ongerust, zocht overal en trok op die manier de aandacht van al de andere jongens in de tram en van de Broeder. Toen die allemaal goed wisten, wat er gaande was, haalde Riekus het gemiste voorwerp uit zijn eigen broekzak en zei doodbedaard: ‘Ik dacht: je weet nooit, waar het goed voor is. Ik zal em maar bewaren, want hij moest em eens verliezen.’ Ze lachten allemaal en Karel lachte goedmoedig mee, denkend: ‘ach, ja, zo is ie nou eenmaal.’

 

 1858755-d194f9e4cb25c164ff13b02885f95f94.jpg
Anton van Duinkerken (2 januari 1903 - 27 juli 1968)
Hier links, met Michel van der Plas, Godfried Bomans en Gabriël Smit

 

 

De Noorse schrijver Hans Herbjørnsrud werd geboren op 2 januari 1938 in Heddal, Telemark. Zie ook alle tags voor Hans Herbjørnsrud op dit blog.

Uit: Die Brunnen (Vertaald door Ulrich Sonnenberg)

"Während die Zeit läuft
Es eilt. Mir läuft die Zeit davon. Ich muss mich sputen. Ich stehe im Morgengrauen auf, ziehe den rot melierten Laufdress und die neuen Cross-Schuhe an, esse am Küchentisch zwei Scheiben Knäckebrot und trinke ein Glas Orangensaft, bevor ich den ovalen Joggingstein in die rechte Hand nehme und über den Hofplatz trabe; um 6:04:13 laufe ich den Traktorweg über das Feld auf den Wald zu.
Ich muss mich beeilen, um diese Geschichte zu schreiben. Ich muss bald hier raus. Heute Abend kommen meine Schwiegertochter Ting Ting und mein Enkel Man Lok zu Besuch. Anna wird sie um 20:45 Uhr am Busbahnhof abholen, sie sollen hier in meinem Arbeitszimmer im Backhaus wohnen. Bis sie kommen, muss meine Geschichte fertig sein. Es eilt. Ich muss raus. Die Zeit ist knapp. Ich laufe und schreibe und laufe.
6:04:53, die Uhr zeigt 6:04:53, ich biege von der Treckerspur ab, hebe beide Arme vors Gesicht und kämpfe mich durch das dichte Fichtengehölz hinunter zu dem Bach. An der Böschung vor dem Biberdamm bleibe ich einen Augenblick stehen, verschnaufe und beiße mir auf die Zungenspitze.
Es eilt. Mir bleibt doch nur der heutige Tag für meine Geschichte. Ich habe am Telefon gehört, dass Man Lok inzwischen ein Zweibeiner geworden ist und in Oslo über den Fußboden wackelt. Sie müssen den Hörer auf den Boden gelegt haben, denn die taumeligen Schritte unseres Enkelkindes dröhnten mir direkt ins Ohr.“

 

 1858755-37431282ac9ff5e61089e1bb365da26b.jpg
Hans Herbjørnsrud (Heddal, 2 januari 1938)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.



Geschreven door Romenu om 14:19 Reageer op dit bericht

Peter Redgrove, Christopher Durang, Jean-Bernard Pouy, Isidoor Teirlinck, Gerhard Amanshauser, Luc Decaunes

De Britse dichter Peter William Redgrove werd geboren op 2 januari 1932 in Kingston upon Thames, Surrey. Zie ook alle tags voor Peter Redgrove op dit blog.

 

The Curiosity-Shop

It was a Borgia-pot, he told me,
A baby had been distilled alive into the pottery,
He recommended the cream, it would make a mess of anybody’s face;
My grief moved down my cheeks in a slow mass like ointment.

Or there was this undine-vase, if you shook it
The spirit made a silvery tinkling inside;
Flat on the table, it slid so that it pointed always towards the sea.
A useful compass, he said.
I could never unseal this jar, tears would never stop flowing towards
the sea.

Impatiently he offered me the final item, a ghoul-sack,
I was to feed it with rats daily unless I had a great enemy
Could be persuaded to put his head inside;
That’s the one! I said.
That’s the sackcloth suit sewn for the likes of me
With my one love’s grief, and my appetite for curiosity.

 

 1858751-e66b6e3fd015c3717c556445c2d0def5.jpg
Peter Redgrove (2 januari 1932 – 16 juni 2003)

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook alle tags voor Christopher Durang op dit blog.

Uit: Laughing Wild

“I used to be a very negative person. But then I took this personality workshop that totally turned my life around. Now when something bad or negative happens, I can see the positive. Now when I have a really bad day, or when someone I thought was a really good friend betrays me, or maybe when I’ve been hit by one of those damn people riding bicycles the opposite way on a one-way street, so, of course, one hadn’t looked in that direction and there they are bearing down on you, about to kill or maim you—anyway, I look at any of these things and I say to myself: this glass is not half full, it’s half empty. No—I said it backwards, force of habit. This glass is not half empty, it is half full. Of course, if they hit you with the stupid bicycle your glass won’t be half full or half empty, it will be shattered to pieces, and you’ll be dead or in the hospital. But really I’m trying to be positive, that’s what I’m doing with my life these days. I was tired of not being joyful and happy, I was sick of my personality, and I had to change it. Half full, not half empty. I had to say to myself: you do not have cancer—at least not today. You are not blind. You are not one of the starving children in India or China or in Africa. Look at the sunset, look at the sunrise, why don’t you enjoy them, for God’s sake? And now I do. Except if it’s cloudy, of course, and you can’t see the sun. Or if it’s cold. Or if it’s too hot. I probably need to take a few more personality workshops to complete the process. It’s still not quite within my grasp, this being positive business.“

 

 1858751-ad933db2d776bf4a6c800aee1d29f036.jpg
Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

 

De Franse schrijver Jean-Bernard Pouy werd geboren op 2 januari 1946 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean-Bernard Pouy op dit blog.

Uit: Samedi 14

« J'ai aussi eu le temps de me renseigner sur notre nouveau ministre de l'Intérieur. Stanislas Favard, le fiston de Roman et Monique. Qui avait pris, pour fomenter son ambition, le nom de sa mère. De nos jours, il vaut mieux passer pour un Creusois qu'un Polack, le chabichou est plus rassurant, dans nos isoloirs, que le bortsch. Ce type était apparemment un genre de requin aux dents longues et à l'haleine de hyène. Grimpette accélérée dans les sphères du pouvoir. Populiste à cran, extrémiste droitier parfois, chrétien de gauche de temps en temps. Réactionnaire se faisant toujours passer pour progressiste. Cinquième maroquin. Sans parler du nombre de Marocains qu'il avait déjà faits raccompagner dans leur beau pays. Certains le voyaient même à la tête de l'Etat, le jour où il aurait réussi à se faire mieux aimer des Français. Pour l'instant, une grande partie de notre population de veaux en douce stabulation ne le voyais (sic) pas encore comme le grand taureau en chef. Il s'était fait agresser plusieurs fois par des militants en colère. Il s'en foutait. Il fonçait. Comptait sur son impunité. Laminait ses ennemis. »

 

 1858751-acfb0c89c82295780640c763e67cec1c.jpg
Jean-Bernard Pouy (Parijs 2 januari 1946)

 

 

De Vlaamse schrijver Isidoor Teirlinck werd geboren in Zegelsem op 2 januari 1851. Zie ook alle tags voor Isidoor Teirlinck op dit blog.

Uit:Arm Vlaanderen

“In eens kwam er verandering in de wezenstrekken des boers: hij was dus toch voor ontroering vatbaar! Ginder op den boomgaard was een knecht verschenen, die er een weinig rondslenterde, daarna eenen kluppel opraapte en regelrecht naar den hoogen boom trok om appelen af te werpen. De droomer sparde vol afschrik de oogen open, nu dat een zeventienjarig meisje - de nicht van den bezitter der hoeve, boer Vergauw - zich toonde, eenen der afgekluppelde appelen opnam en smakelijk er in beet. De vreemdeling trok zich achter den populier terug en zijn gelaat, vóor een oogenblik zoo onbeweeglijk als marmer, drukte de grootste ontzetting uit. Zijne borst zwoegde, zijne neerhangende lip beefde, terwijl hij afwerend, als in eene bede, de handen uitstrekte.
Neen, zij, dat meisje vooral, mocht van die appelen niet eten!
Waarom?
Dat ook behoorde tot het geheim zijns levens.
Als onder het gewicht eener ramp, liet hij zich op het gras nederzijgen. Doch, zonderling! hij voelde werktuigelijk met de hand, om zich te verzekeren, dat hij zich niet bemorsen kon. En, alsof hij niet het voor hem zoo akelig tooneel wilde zien, nam hij het hoofd tusschen beide handen en bleef weer roerloos als een beeld.
Nog lang zat hij daar. Telde hij de graspijltjes? De zon zakte lager en lager; langzamerhand verdwenen de gouden verven in het westen. De avond viel snel neder; de nachtschaduw hing reeds in het boschje, tusschen de struiken en woekerplanten. Ginder zeeg het kerktorentje weg in de duisternis, die versmolt met de zwarte kleur van het wilgenloover, er achter op de hoogte, en van de wolken, die boven de noorderkim, achter den windmolen, opklommen.
De vreemdeling stond eindelijk recht en scheen nu eerst de aankomende duisternis te bemerken. Hij blikte naar het westen, waar de laatste lichtstreep was weggestorven, daarna naar het dorpje.”

 

 1858751-c2c5960c6b7295183ddb48ae0b560592.jpg
Isidoor Teirlinck (2 januari 1851 - 27 juni 1934)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gerhard Amanshauser werd geboren op 2 januari 1928 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Gerhard Amanshauser op dit blog.

Uit:Es wäre schön, kein Schriftsteller zu sein. Tagebücher

„1976 Am 1. 1. fuhren wir nach Goldegg, wo ich mich, ein wenig zur Erinnerung an eine sportliche Jugend, als Eisläufer strapazierte. Das Gasthaus zum Bierführer, wo wir als Kinder zur Sommerfrische wohnten, hat eine erstaunlich gute Küche, vielleicht um für die Renovierung zu entschädigen, die aus dem alten Gasthof ein monströses Fremdenverkehrsprodukt gemacht hat.
Das Merkwürdige: einen sehr vertrauten Ort nach langen Jahren wiederzusehen. Man weiß: Ich war hier, erinnert sich an Details, doch diese fügen sich nicht recht zu einem Ganzen jener Art zusammen, wie man sie dem Ich zuspricht. Einer, der sich als Ich bezeichnete, war an diesem Ort, doch es ist nicht das heutige Ich; das damalige aber lässt sich nur in vagen Umrissen erkennen.
Das Perihelium bringt scheußliches Wetter, das sich schließlich zu einem Orkan auswächst.
Am 5. 1. hörte ich im Radio eine Schilderung der Liebe [Max] Frischs zu Ingeborg Bachmann aus „Montauk“. Eine lügnerisch-gefühlshafte Verschleierung und Verbrämung. Schließlich ist es unmöglich, dass er sie nicht besser kannte. Ich traf sie zweimal, das erste Mal bei Radio Rot-Weiß-Rot in Wien, wo sie damals angestellt war. Ihre Dichtung erschien mir ein bedauerliches Gemisch von echten und verfälschten Versen. Frisch und seine betulichen Affären – oder vielmehr seine vagen, qualligen Bemerkungen, seine falsche Lapidarität, modelapidar. Wie ein Jüngling, der mit „Pokerface“ eine Bar betritt.
Am 19. 1. lernte ich nach einer Lesung den „Poeten“ Urs Widmer kennen, der von Christoph Derschau begleitet war. Nach Artmann, der die Einleitung hielt, zeigt sich der Poet tautologisch in seiner poetischen Existenz; diese wiederum ist, diesmal nach Amanshauser, so etwas wie ein Weißer Zwerg, Überrest eines Sternes aus dem 19. Jahrhundert. Weiße Zwerge unter sich.”

 

 1858751-a09961051d555122d14c4004f44614fe.jpg
Gerhard Amanshauser (2 Januar 1928 - 2 September 2006)
Cover 

 

 

De Franse dichter en schrijver Luc Decaunes werd geboren op 2 januari 1913 in Marseille. Zie ook alle tags voor Luc Decaunes op dit blog.

 

Gloire de l’été
              A Jean Tortel

C’était l’été. Mille oiseaux faisaient un saccage de vignes, un saccage
de silence. Mille fleurs s’ébrouaient dans la lumière éparpillée. Mille
voix prenaient le chemin du vent.

C’était l’été. De hauts pollens, échappés des arbres, palpitaient dans
l’air puis s’abattaient à la volée comme une neige de soleil sur l’étendue
des bois murmurants.

A fleur de colline, la terre rouge montrait sa gorge ouverte par le
poignard des années, où bouillonnaient ronces, fougères, genêts, tout
un flanc de sang végétal en furieuses échappées. Et dans la combe aux
amoureux, là-bas, au plus aigu de la secrète faille, l’eau rare laissait
voir par places son joli corps luisant et frais en fuite sous un lacis d’herbes,
de branches, de rayons.

Des moiteurs vertes se pâmaient ; des nuées de senteurs stagnaient
dans les sentiers, chauds comme au sortir d’un four ; des colonnes de
silence épais s’ajoutaient aux colonnes d’arbres : cathédrales ! l’azur se
voûtait, se tendait comme un arc. C’était l’été. C’était le bel été, le grand
été tout rond, crépitant tel un feu de pignes au milieu des pierres, brûlant
la terre et cuisant l’eau, avec ses hauts après-midi à donner le vertige, où
ne s’entendent plus que le concert fou des insectes et l’étendue des bois
murmurant au soleil.

 

 1858751-1c7a556535ec8f4825159c103976ca5e.jpg
Luc Decaunes (2 januari 1913 - 13 maart 2001)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:17 Reageer op dit bericht

Ulrich Becher, Ernst Barlach, Blaga Dimitrova, Wilhelm Bölsche, Paul Sédir, Philip Freneau

De Duitse schrijver Ulrich Becher werd geboren op 2 januari 1910 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Ulrich Becker op dit blog.

Uit: Murmeljagd

„Wissen Sie, Gnädige Frau, es hat wirklich gar keinen Sinn, sentimental zu sein.«
Der Spruch war nicht von mir. Nur eine Floskel aus dem Puppenspiel KASPERL UND DIE BÜRGERLICHE KRAPFENBÄCKERSWITWH. Floskel, die an sich witzlos, vom Kaspcrl gcquäkt und aus der besondren Situation heraus gebracht, stets ein Lacherfolg gewesen war im Wiener Prater-Kasperltheater des Professors Salambutschi: auf halbem Weg etabliert zwischen KOLARIK’S SCHWEIZERHAUS und der NEUEN GEISTERBAl-IN.
Wissen Sie, Gnädige Frau, es hat wirklich gar keinen Sinn, sentimental zu sein-, quäkte ich an diesem verfluchten Abend Ende Mai, was für ein Mai ? wieso nannte sich das Mai? Hatte mit meinem sehstarken Aug den Felsblock am Uferpfad erspäht, Klippe, deren Überhang wie ein Sprungbrett aufs fast unsichtbare Wasser hinauszackte, und die weißliche Erscheinung, das konnt ihr safrangclbes Trikotkleid sein, sie hatte noch ein hellblaues mit, aber heut abend das gelbe angehabt, als sie sich Auf Englisch von der Acla Silva verdrückt hatte. Ich war die Klippe angesprungen mit allen vieren und am kaltglitschigen Stein abgerutscht und hatte mir die rechte llandfläehe leicht geschranunt und das linke Knie leicht geprellt und mich in kaltsehwammiges Moos gekrallt und emporgezogen und war auf Knien zum >Sprungbrett< vorgerutscht, im geprellten Knie rauhen Schmerz, der nicht schmer7te, und hatte etwas Rund-Weich-Kaltes, etwas wie einen halberlrorenen Pfirsich, ertastct, die Wange der Frau, und mit beiden Armen die apathisch Kauernde umpackt und gekeucht. Und das kaltfeuchte Schauern aus dem lichtlosen Wasser und das maschinengewehrartige Tacktack fliegenden Pulses, das in meiner Stirnnarbenmulde klopfte, und der Schweiß, unter meinem Hemd niederkitzelnd, und die rauhe Quikstimme, die mir selber fremd klang, wie verstellt, wie die des Puppenspielers Prof. Salambutschi:
„Wissen Sie wirklich, Gnädige Frau, sentimental zu sein, das hat doch gar keinen Sinn. Weil die - weil d-i-e den Maxim Grabscheidt in Dachau umgebracht haben, deswegen wollen S-i-e ins eiskalte Wasser gehn wie eine geschwängerte Dienstmagd aus einem Dreigroschenroman von anno Schnee?“

 

 1858744-c42f0f3d0f4bc2321f5a65bc90a40b3b.jpg
Ulrich Becher (2 januari 1910 – 15 april 1990)

 

 

De Duitse, expressionistische beeldhouwer en schrijver Ernst Barlach werd geboren in Wedel, Pinneberg op 2 januari 1870. Zie ook alle tags voor Ernst Barlach op dit blog.

Uit: Ein selbsterzähltes Leben

„Ich blicke um mich.
Der Roland auf dem Markt in Wedel an der Unterelbe, wo meine Eltern ihren Haushalt angehen ließen, sieht sich nicht nach kleinen Buben um, seine Hintenübergebogenheit erlaubt ihm das nicht, und nackenlos sitzt der steinerne Stolz eines Übergewichts von Kopf zwischen seinen Schultern. Wenn das Bübchen, ich, aber über den Markt ging, hat es ihn wohl gesehen, aber das Bild war zu schwer für sein Bewußtsein, es ist ihm weggesunken, er hats vergessen.
Mein Vater ritt nach Hetlingen und Holm auf Praxis und schrieb den Marschbauern Rechnungen. Solch einer kam einst und mäkelte, während er die Taler aufzählte, über die Höhe der Leistung, und dem Doktor entfuhr im Zorn die Aufforderung, den »ganzen Schiet wedder mittonähmen«, was dem Bauern wohlgefiel zu hören. Er strich ein und meinte nur, das könne man ja beinahe nicht verlangen – oft wird sich mein Vater solche Ausübung ärztlicher Praxis nicht gestattet haben, denn es steht geschrieben, daß es im ersten Jahr des jungen Haushalts knapp herging. War Bruder Karl als Student zu Besuch, so half er wohl gutmütig aus und fuhr mit silbernen Hochzeitslöffeln ins Versatzamt nach Hamburg.
Ich wurde am 2. Januar 1870 geboren. Die Welt, die ich anzuschauen bekam, ließ es sich von meinem guten Platze aus gefallen, dem Eckhaus am Markt, wo ich vom Balkon herab einen Leichenzug mit herzlichem Hurra begrüßte, da ich den Unterschied von einem Schützenausmarsch noch nicht wahrnahm. Knöpfe, die man mir zum Spielen reichte, fraß ich auf, desgleichen Zigarrenstummel, die mein Vater wegwarf, und vom Mistberg mußte man mich gelegentlich wegbesorgen, weil ich mir da etwas an Üblem zugute tat; ich nahm eben die Welt in der Weise in mich auf, die ich am schnellsten begriff.“

 

 1858744-1cf67431ef9de246073db68b9dd52d4f.jpg
Ernst Barlach (2 januari 1870 - 24 oktober 1938)
Portret door Leo von König, 1938 

 

 

De Bulgaarsse dichteres Blaga Nikolova Dimitrova werd geboren op 2 januari 1922 in Byala Slatina. Zie ook alle tags voorBlaga Dimitrova op dit blog.

 

Soul Tied to a Stall

Night erases edges,
absolving all things
from themselves.

Forms break loose
from their predestinations--
perfect freedom, of a quiet kind.

I melt, I almost disappear--but then
one question yanks the rein
that ties me to the stall.

And in the morning
tree and rock recover
their own images at once, while I

am left to grope
for my identity. What happened
to the rope?

 

Vertaald door Niko Boris en Heather McHugh

 

 

Introduction to the beyond

Expiring fully conscious,
you mustered enormous strength
to die peacefully,
without any cry, or moan, or shiver-
so I’d have no fear.

Carefully, your hand
grew cold in my hand
and imperceptibly led me
into that beyond to death
just to introduce me.

In the past, and as carefully,
you used to hold my small hand
and lead me through the world,
show me life –

so I wouldn’t be afraid.
I’ll follow you
with the trust of a child
to that silent country
where you went first,
so I wouldn’t feel strange there.

And I won’t be afraid.

 

Vertaald door Brenda Walker

 

 1858744-b091cdaea2c8b544f0913741596cd899.jpg
Blaga Dimitrova (2 januari 1922 – 2 mei 2003)

 

 

De Duitse schrijver Wilhelm Bölsche werd geboren op 2 januari 1861 in Keulen. Zie ook alle tags voor Wilhelm Bölsche op dit blog.

Uit: Eiszeit und Klimawechsel

„Der Wanderer im Riesengebirge, der auf einem früher fast ungangbaren, neuerlich etwas gebesserten Pfade von der sogenannten großen in die kleine Schneegrube klettert, sieht sich vor dem bedeutsamsten Landschaftsbild.
Tief herabschleifende und schattende Wolken, eine im Riß auftauchende unermeßliche Fernsicht sonnenbeglänzter Talweiten, das bezeichnende Knieholz (Legföhren), das sich wie ein tiefgrünes Riesenmoos zwischen die grauen Verwitterungsscherben des Gesteins schmiegt, erwecken den unzweideutigen Eindruck großer Höhe. Wo der zerfressene Granitgrat sich in die kleine Grube senkt, erscheint in dieser eine liebliche Alpental-Matte, je nach der Jahreszeit mit violettbraunem Türkenbund, rosig angehauchtem weißem Berghähnlein (Narzissenanemone) und den hohen Stauden tiefblauen Eisenhuts und Enzians in dichtem Pflanzenfilz über murmelnden Wassern. Unwillkürlich sucht der Blick im tiefsten Grunde der Matte den Gletscher, der aber fehlt.
Um so deutlicher prägen die Spuren sich aus, daß er einmal da war. Man glaubt noch zu erkennen, wo er zuletzt, den großen Grubenkessel ausräumend, geruht hat, – sieht niederschauend vor den ersten dickpelzigen Gebirgsfichten unten den gewaltigen Schuttring, den er schmelzend, ersterbend, zurückweichend als Seiten- und Stirnmoräne aus dem Gestein, das ursprünglich in sein kriechendes Eis eingebacken war, gehäuft. Ein kleiner Schneefleck zeigt sich öfter auch sommerlich noch am innersten Grubenhang erhalten, – offenbar mangelte sehr wenig, den Eisriesen selber wieder aufzuerwecken. Hier, wo die Volkssage Rübezahl umgehen läßt, scheint auch sein Gespenst noch greifbar zu spuken.“

 

 1858744-0387451b9977e08aace2b3ec2132cd59.jpg
Wilhelm Bölsche (2 januari 1861 – 31 augustus 1939)

 

 

De Franse schrijver, mysticus, Rozenkruiser en Martinist Paul Sédir (pseudoniem voor Yvon Le Loup) werd geboren op 2 januari 1871 in Dinan. Zie ook alle tags voor Paul Sédir op dit blog.

Uit: Méditations por chacque semaine

« XI. Les peines du cœur
« Demeurez dans mon amour. »
(Jean XV, 9)

L'amour devient le plus illusoire des mirages, si c'est moi que je cherche en lui. Si c'est moi que j'aime en l'être que je préfère, il devrait s'appeler seulement recherche de plaisir ou satisfaction d'égoïsme sentimental. L'amour devient la plus stable des réalités si j'en fais une ferveur de sacrifice.
La plupart des amours ne sont que des fascinations magnétiques. On ignore tout de ces forces mystérieuses; c'est pourquoi les passions déconcertent souvent le spectateur, et leur psychologie reste toujours spéculative. Incapables de nous donner les uns aux autres par devoir, la Nature nous verse un philtre; et cette ivresse fluidique, qui nous jette de l'exaltation à l'amertume et de la frénésie au dégoût, nous apprend au moins les gestes élémentaires de l'altruisme, ou plutôt nous entraîne à les accomplir. Il n'y a point d exemple, en effet, que deux amants, si bien assortis soient--ils, ne se trouvent bientôt dans l'obligation de se sacrifier l'un à l'autre quelques préférences ou quelques commodités. La somme de ces ennuis en vient d'ailleurs assez vite à dépasser la somme des joies.
Mais, plus que la débauche, plus que la passion, ce qui empoisonne en nous le pouvoir d'aimer, ce qui dessèche nos sources intérieures les plus profondes, c'est cette perversité du manque de parole, de la tromperie, dont quelques-uns tirent une gloire misérable.
Qu'un homme convoite une femme, c'est une faiblesse, un manque de tenue; mais qu'il ne s'inquiète pas de ravir le bien d'autrui, de briser un foyer, de rompre un contrat antérieur consenti librement, cela est grave; cela le condamne, cela l'enchaîne pour plusieurs peut-être de ces siècles d'outre-tombe dont la durée nous reste inconnue à jamais ici-bas.
Et puis, les mariages sont inscrits au Ciel, dès l'origine. Nul homme donc ne devrait désirer une femme, nulle femme ne devrait écouter un homme, sinon en vue du mariage."

 

 1858744-08e3822551429b2221ff52600fbfdb36.jpg
Paul Sédir (2 januari 1871 — 3 februari 1926)

 

 

De Amerikaanse dichter Philip Morin Freneau werd geboren op 2 januari 1752 in New York. Zie ook alle tags voor Philip Freneau op dit blog.

 

The Republican Genius Of Europe

Emporers and kings! in vain you strive
Your torments to conceal--
The age is come that shakes your thrones,
Tramples in dust despotic crowns,
And bids the sceptre fail.

In western worlds the flame began:
From thence to France it flew--
Through Europe, now, it takes its way,
Beams an insufferable day,
And lays all tyrants low.

Genius fo France! pursue the chace
Till Reason's laws restore
Man to be Man, in every clime;--
That Being, active, great, sublime
Debas'd in dust no more.

In dreadful pomp he takes his way
O'er ruin'd crowns, demolish'd thrones--
Pale tyrants shrink before his blaze--
Round him terrific lightenings play--
With eyes of fire, he looks then through,
Crushes the vile despotic crew,
And Pride in ruin lays.

 

 1858744-27997384527ddcfeb8be28c721445d60.jpg
Philip Freneau (2 januari 1752 – 18 december 1832)

Geschreven door Romenu om 14:16 Reageer op dit bericht

Neujahrslied (Johann Peter Hebel)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 1858067-57e62bc9fbcb6b21779c3a559512ac70.jpg
Wandelaars op de Witte Brug te Den Haag in de winter
door Willem Bastiaan Tholen, rond 1926

 

 

Neujahrslied

Mit der Freude zieht der Schmerz
traulich durch die Zeiten.
Schwere Stürme, milde Weste,
bange Sorgen, frohe Feste
wandeln sich zu Zeiten.

Und wo eine Träne fällt,
blüht auch eine Rose.
Schon gemischt, noch e wir's bitten,
ist für Throne und für Hütten
Schmerz und Lust im Lose.

War's nicht so im alten Jahr?
Wird's im neuen enden?
Sonnen wallen auf und nieder,
Wolken gehn und kommen wieder
und kein Mensch wird's wenden.

Gebe denn, der über uns
wägt mit rechter Waage,
jedem Sinn für seine Freuden,
jedem Mut für seine Leiden
in die neuen Tage,

jedem auf dem Lebenspfad
einen Freund zur Seite,
ein zufriedenes Gemüte
und zu stiller Herzensgüte
Hoffnung ins Geleite!

 

 

 1858067-0422cedec2f8341d1a4be387d04fb1d5.jpg
Johann Peter Hebel (10 mei 1760 – 22 september 1826)
Basel. Johann Peter Hebel werd geboren in Basel

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn drie vorige blogs van vandaag.



Geschreven door Romenu om 15:40 Reageer op dit bericht

Ernest van der Kwast, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Juan Gabriel Vásquez, Paul Hamilton Hayne

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit: De IJsmakers

“Vlak voor zijn tachtigste verjaardag werd mijn vader verliefd. Het was liefde op het eerste gezicht, liefde die als een donderslag uit het niets komt, een bliksemstraal die een boom velt. Mijn moeder belde me op. 'Beppi heeft zijn verstand verloren,' zei ze.
Het gebeurde tijdens de live-uitzending van de Olympische Spelen in Londen. Om precies te zijn: tijdens de finale van het kogelslingeren voor vrouwen. Mijn vader heeft een satellietschotel op het dak laten plaatsen en kan meer dan duizend kanalen ontvangen. Hij zit hele dagen voor de tv, een prachtig plat scherm, en drukt dan in een constant hoog tempo op de knop van de afstandsbediening. Voetbalwedstrijden in Japan komen voorbij, Arctische natuurfilms, Spaanse arthouse, reportages van rampen in El Salvador, Tadzjikistan, Fiji. En natuurlijk schitterende en glitterende vrouwen van over de hele wereld. De rondborstige Braziliaanse presentatrices, de bijna naakte Griekse showgirls, de nieuwslezeressen wier berichten je, afgezien van de taal (Macedonisch? Sloveens?), ontgaan door hun glanzende, volle lippen.
Meestal zit er zo'n vijf of zes seconden tussen de zenders die mijn vader bezoekt. Maar soms blijft hij hangen en kijkt hij een hele avond en een halve nacht naar de verslaggeving rondom de verkiezingen in Mexico of naar een documentaireserie over de tropische wateren van Polynesië, groen als een edelsteen.
Het was een Turkse sportzender waarbij mijn vader was gestrand. Hij had zojuist met zijn eeltige duim op de knop van de afstandsbediening gedrukt. De Egyptische soap die in vijf se-conden zoveel dramatische vrouwengezichten in beeld had gebracht, had hem niet kunnen bekoren. Beppi drukte op de knop die ooit zwart was, toen grijs en nu wit, haast doorzichtig. Toen werd hij getroffen door de bliksem. Op het scherm verscheen zijn prinses: een huid zo wit als room, koraalrode haren, de bovenarmen van een slager. Ze stapte de ring van het olympisch stadion in, hief de greep van de ketting, bracht de kogel omhoog, over haar linkerschouder, draaide één keer, twee keer, drie keer, vier keer, vijf keer, en slingerde de ijzeren bal toen met alle kracht die ze in zich had weg. Een meteoor die de dampkring heeft overleefd en fonkelt en scheert door de staalblauwe lucht van Londen. De inslag, een bruin gat in het meticuleus gemaaide gazon.”

 

 1858062-212b9c15ceffe1f844bc097c013db49f.jpg
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

 

 

De Syrische schrijver Adonis (pseudoniem van Ali Ahmad Sa'id) werd geboren op 1 januari 1930 in Qassabin in het noorden van Syrië. Zie ook alle tags voor Adonis op dit blog.

 

Desert (Fragment)

The cities dissolve, and the earth is a cart loaded with dust
Only poetry knows how to pair itself to this space.
 
No road to this house, a siege,
and his house is graveyard.
               From a distance, above his house
               a perplexed moon dangles
               from threads of dust.
 
I said: this is the way home, he said: No
               you can’t pass, and aimed his bullet at me.
Very well then, friends and their homes
                in all of Beirut’s are my companions.
 
Road for blood now—
               Blood about which a boy talked
               whispered to his friends:
                              nothing remains in the sky now
                              except holes called “stars.”
 
The city’s voice was too tender, even the winds
would not tune its strings—
The city’s face beamed
like a child arranging his dreams for nightfall
bidding the morning to sit beside him on his chair.
 
 
They found people in bags:
              a person                                              without a head
              a person                                              without hands, or tongue
              a person                                              choked to death
              and the rest had no shapes and no names.
                             —Are you mad? Please
                                                             don’t write about these things.
A page in a book
              bombs mirror themselves inside of it
              prophecies and dust-proverbs mirror themselves inside of it
              cloisters mirror themselves inside of it, a carpet made of the alphabet
                             disentangles thread by thread
falls on the face of the city, slipping out of the needles of memory.
A murderer in the city’s air, swimming through its wound—
its wound is a fall
that trembled to its name—to the hemorrhage of its name
and all that surrounds us—
houses left their walls behind
                                               and I am no longer I.

Vertaald door Khaled Mattawa

 

 1858062-06235daefb38092ac45c448fcd0f3833.jpg
Adonis (Qassabin, 1 januari 1930)

 

 

De Deense schrijver Jonas T. Bengtsson werd geboren op 1 januari 1976 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jonas T. Bengtsson op dit blog.

Uit:Wie keiner sonst (Vertaald doorFrank Zuber)

“Ich bin gerade sechs geworden, als Olof Palme erschossen wird. es ist Februar, und draußen ist es sehr kalt. mein Vater und ich sitzen in der Küche, wir essen Brötchen, ich zeichne.
Wir hören es im Radio. mein Vater dreht lauter. Die Frau im Radio hört sich an, als wäre es sehr wichtig. eine große Neuigkeit. ich schnipse einen Mohnsamen über den Tisch.
Mein Vater sagt, ich solle mich anziehen. Ich kann meine Socken nicht finden. Mein Vater bückt sich und steckt meine nackten Füße in die Gummistiefel.
Wir gehen hinunter auf die Straße. mit festem Griff hält mich mein Vater am Arm. Er blickt stur geradeaus. Zieht mich hinterher. Ich bin eine Tasche. ein Koffer mit kleinen Rädern. Ich sag es ihm, dass es wehtut. Dass er zu schnell läuft, aber der Wind bläst die Worte weg.
Samstags ist sonst immer viel los. Autos verlassen und suchen Parkplätze, alte Damen mit Rinkaufsnetzen. Die letzten Besorgungen, bevor alles schließt. aber heute nicht, heute haben wir die Straßen für uns.
Die stadt ist nicht groß, wir sind schnell in der Hauptstraße. mein Vater blickt stur geradeaus, sein Mund ist ein Strich. Ich glaube, er hat vergessen, dass er mich mitzieht.
Mein Vater hat halblanges, blondes Haar mit rötlichem Schimmer, genau wie sein Bart. Er rasiert sich einmal pro Woche, dann darf der Bart wieder wachsen. Die Haare schneidet er sich selbst in der Küche. Die Zigarette ist ein Teil seiner Hand, ein Extraglied an seinem Finger. er trägt nur ein T-shirt unter offenem Mantel, aber er friert nicht.“

 

 1858062-d6e25073d7537bf3fff8fa47293ab2e3.jpg
Jonas T. Bengtsson (Kopenhagen, 1 januari 1976)

 

 

De Nederlandse schrijfster Chantal van Gastel werd geboren op 1 januari 1980 in Breda. Zie ook alle tags voor Chantal van Gastel op dit blog.

Uit: Zwaar verliefd

“Hij past niet. Shit, hoe kan dat nou? Het is de grootste maat in deze winkel. Ik heb geen andere keus, deze broek moet passen. Het móét.
Ik houd mijn adem in en trek aan de broekspijpen alsof ik een panty aandoe. Natuurlijk helpt dat niet. De broek is gewoon te klein. Flink te klein, zelfs. Het is zaterdagmiddag en in dit benauwde pashokje met onflatteus licht dringt voor het eerst de afschuwelijke waarheid tot me door. Ik ben te dik om nog in ‘gewone’ winkels mijn kleren te kopen. Ongelooflijk dat ik het zo ver heb laten komen.
Floor steekt haar hoofd langs het gordijn. ‘En? Past deze wel?’
Ik kijk van de broek die halverwege mijn dijen is blijven steken naar mijn vriendin. ‘Nee, ook niet. Ik snap er niets van.’ Ik pak mijn eigen broek van het haakje en laat haar het label zien. ‘Zie je? Maat 42. Die past me nog wel en nu kan ik niet eens een broek in maat 44 kopen? Hoe kan dat nou?’
‘Lukt het met passen?’ hoor ik de verkoopster vanachter het gordijn vragen. Alsof ik zit te wachten op advies van een superslank meisje van zeventien.”

 

 1858062-53f1302954f4a6b4c3fa021e10bd683f.jpg
Chantal van Gastel (Breda, 1 januari 1980)

 

 

De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez werd geboren in Bogotá op 1 januari 1973. Zie ook alle tags voor Juan Gabriel Vásquez op dit blog.

Uit: The Sound of Things Falling (Vertaald door Anne McLean)

“That I’m the one who’s ended up telling it is almost beside the point.
The day of hi s death, at the beginning of 1996, Ricardo Laverde had spent the morning walking the narrow sidewalks of La Candelaria, in the center of Bogotá, between old houses with clay roof tiles and unread marble plaques with summaries of historic events, and around one in the afternoon he showed up at the billiards club on 14th Street, ready to play a couple of games with some of the regulars. He didn’t seem nervous or disturbed when he started to play: he played with the same cue and at the same table where he always did, the one closest to the back wall, under the television with the sound turned down. He played three games, though I don’t remember how many he won and how many he lost, because that afternoon I didn’t play with him, but at the next table. I do remember, however, the moment Laverde settled his bets, said good-Bye to the other players, and headed for the corner door. He was passing between the first tables, which are usually empty because the neon lights cast strange shadows on the ivory balls in that part of the hall, when he stumbled as if he’d tripped over something. He turned around and came back over to where we were; waited patiently while I finished a series of six or seven cannons that I’d started, and even applauded a three-cushioned one briefly; and then, as he watched me mark my score on the board, he came over and asked me if I might not know where he could borrow a tape machine to listen to a cassette he’d just received.”

 

 1858062-689e90549d86970e52f00375916abb8c.jpg
Juan Gabriel Vásquez (Bogotá, 1 januari 1973)

 

 

De Amerikaanse dichter Paul Hamilton Hayne werd geboren in Charleston, South Carolina, op 1 januari 1830. Zie ook alle tags voor Paul Hamilton Hayne op dit blog.

 

Poets Of The Olden Time

THE brave old poets sing of nobler themes
Than those weak griefs which harass craven souls;
The torrent of their lusty music rolls
Not through dark valleys of distempered dreams,
But murmurous pastures lit by sunny streams;
Or, rushing from some mountain height of thought,
Swells to strange meaning that our minds have sought
Vainly to gather from the doubtful gleams
Of our more gross perceptions. Oh, their strains
Nerve and ennoble manhood! no shrill cry,
Set to a treble, tells of querulous woe;
Yet numbers deep-voiced as the mighty main's
Merge in the ringdove's plaining, or the sigh
Of lovers whispering where sweet rivulets flow.

 

 

Midnight

The moon, a ghost of her sweet self,
And wading through a watery cloud,
Which wraps her lustre like a shroud,
Creeps up the gray, funereal sky,
Wearily! how wearily!

The Wind, with a low, bewildered wail
A homeless spirit, sadly lost,
Sweeps shuddering o'er the pallid frost,
And faints afar, with heart-sick sigh,
Drearily! how drearily!

And now a deathly stillness falls
On earth and heaven, save when the shrill,
Malignant owl o'er heath and hill
Smites the wan silence with a cry,
Eerily! how eerily!

 

 1858062-312cd9f8cbad880b7d6b6bcb2e754ae1.jpg
Paul Hamilton Hayne (1 januari 1830 – 6 juli 1886)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:38 Reageer op dit bericht

J.D. Salinger, E. M. Forster, Douglas Kennedy, Rascha Peper, Carry van Bruggen

De Amerikaanse schrijver Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie ook alle tags voor J. D. Salinger op dit blog.

Uit:The Catcher in the Rye

“And you could tell his date wasn't even interested in the goddam game, but she was even funnier-looking than he was, so I guess she had to listen. Real ugly girls have it tough. I feel so sorry for them sometimes. Sometimes I can't even look at them, especially if they're with some dopey guy that's telling them all about a goddam football game. On my right, the conversation was even worse, though. On my right there was this very Joe Yale-looking guy, in a gray flannel suit and one of those flitty-looking Tattersall vests. All those Ivy League bastards look alike. My father wants me to go to Yale, or maybe Princeton, but I swear, I wouldn't go to one of those Ivy League colleges, if I was dying, for God's sake. Anyway, this Joe Yale-looking guy had a terrific-looking girl with him. Boy, she was good-looking. But you should've heard the conversation they were having. In the first place, they were both slightly crocked. What he was doing, he was giving her a feel under the table, and at the same time telling her all about some guy in his dorm that had eaten a whole bottle of aspirin and nearly committed suicide. His date kept saying to him, "How horrible . . . Don't, darling. Please, don't. Not here." Imagine giving somebody a feel and telling them about a guy committing suicide at the same time! They killed me.
I certainly began to feel like a prize horse's ass, though, sitting there all by myself. There wasn't anything to do except smoke and drink.”

 

 1858059-dfb5fe9076e31c9acb797b59a12281fb.jpg
J.D. Salinger (1 januari 1919 – 27 januari 2010)

 

 

De Engelse romanschrijver en essayist Edward Morgan Forster werd geboren op 1 januari 1879 in Londen. Zie ook alle tags voor Edward Morgan Forster op dit blog.

Uit:A Passage to India

"Well, look at my own experience this morning."
"I only contend that it is possible in England," replied Hamidullah, who had been to that country long ago, before the big rush, and had received a cordial welcome at Cambridge.
"It is impossible here. Aziz! The red-nosed boy has again insulted me in Court. I do not blame him. He was told that he ought to insult me. Until lately he was quite a nice boy, but the others have got hold of him."
"Yes, they have no chance here, that is my point. They come out intending to be gentlemen, and are told it will not do. Look at Lesley, look at Blakiston, now it is your red-nosed boy, and Fielding will go next. Why, I remember when Turton came out first. It was in another part of the Province. You fellows will not believe me, but I have driven with Turton in his carriage—Turton! Oh yes, we were once quite intimate. He has shown me his stamp collection."
"He would expect you to steal it now. Turton! But red-nosed boy will be far worse than Turton!"
"I do not think so. They all become exactly the same, not worse, not better. I give any Englishman two years, be he Turton or Burton. It is only the difference of a letter. And I give any Englishwoman six months. All are exactly alike. Do you not agree with me?"
"I do not," replied Mahmoud Ali, entering into the bitter fun, and feeling both pain and amusement at each word that was uttered. "For my own part I find such profound differences among our rulers. Red-nose mumbles, Turton talks distinctly, Mrs. Turton takes bribes, Mrs. Red-nose does not and cannot, because so far there is no Mrs. Red-nose."

 

 1858059-6448167e8f34d0d30c7311566d4e05bd.jpg
Edward Morgan Forster (1 januari 1879 - 7 juni 1970)
Scene uit de film van David Lean uit 1984 met o.a. Peggy Ashcroft

 

De Amerikaanse schrijver Douglas Kennedy werd geboren op 1 januari 1955 in New York. Zie ook alle tags voor Douglas Kennedy op dit blog.

Uit: The Pursuit of Happiness

“I first saw her standing near my mother’s coffin. She was in her seventies—a tall, angular woman, with fine gray hair gathered in a compact bun at the back of her neck. She looked the way I hope to look if I ever make it to her birthday. She stood very erect, her spine refusing to hunch over with age. Her bone structure was flawless. Her skin had stayed smooth. Whatever wrinkles she had didn’t cleave her face. Rather, they lent it character, gravitas. She was still handsome—in a subdued, patrician way. You could tell that, once upon a recent time, men probably found her beautiful.But it was her eyes that really caught my attention. Blue-gray. Sharply focused, taking everything in. Critical, watchful eyes, with just the slightest hint of melancholy. But who isn’t melancholic at a funeral? Who doesn’t stare at a coffin and picture themselves laid out inside of it? They say funerals are for the living. Too damn true. Because we don’t just weep for the departed. We also weep for ourselves. For the brutal brevity of life. For its ever-accumulating insignificance. For the way we stumble through it, like foreigners without a map, making mistakes at every curve of the road.
When I looked at the woman directly, she averted her gaze in embarrassment—as if I had caught her in the act of studying me. Granted, the bereaved child at a funeral is always the subject of everybody’s attention. As the person closest to the departed, they want you to set the emotional tone for the occasion. If you’re hysterical, they won’t be frightened of letting rip. If you’re sobbing, they’ll just sob too. If you’re emotionally buttoned up, they’ll also remain controlled, disciplined, correct. I was being very controlled, very correct—and so too were the twenty or so mourners who had accompanied my mother on “her final journey”—to borrow the words of the funeral director who dropped that phrase into the conversation when he was telling me the price of transporting her from his “chapel of rest” on 75th and Amsterdam to this, “her eternal resting place” . . . right under the LaGuardia Airport flight path in Flushing Meadow, Queens.”

 

 1858059-ea1344412a7f4779f6e29939e2c9ac05.jpg
Douglas Kennedy (New York, 1 januari 1955)

 

 

De Nederlandse schrijfster Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd geboren op 1 januari 1949 in Driebergen. Zie ook alle tags voor Rascha Peper op dit blog.

Uit: Zwartwaterkoorts

“De mozambieksijzen maakten al sinds gisteren een hangerige indruk en ook de Indische tortels vertrouwde hij niet helemaal. Bovendien bleek, zodra hij met Scheffer op de schouder de deur van de zijkamer opende, de manke merel in gevecht met de blinde. Scheffer dook erop omde orde te herstellen, maar Stutijns beslissing stond meteen vast: de manke merel kon weer teruggezet worden; dit was al de derde keer dat hij zich agressief tegen de blinde gedroeg.
Terwijl Scheffer met opgezette borstveren door de kamer hipte om zich door de tortels te laten bewonderen, verzamelde Stutijn de drinkbakken en gooide ze leeg in de wastafel. Bij het vullen kwam Scheffer op de kraan zitten omuit de waterstraal te drinken, terwijl de enig overgebleven rode kardinaal schuin boven hemaan de waterleidingbuis hing om direct zijn plaats in te kunnen nemen als Scheffer klaar was. Zo was hier de pikorde.
Argwanend bekeek Stutijn de witkuifgaai, die met verdraaide hals boven op een nestkastje zat. Wat viel er te slapen, terwijl de zon hoog aan de hemel stond? Hij hing de schone drinkbakken op, vulde de voerbakjes bij, sneed een appel in stukjes, schudde een laatste restje buffalowormen uit en greep in het voorbijgaan de manke merel omhemin een kooitje te stoppen – dat ging gemakkelijk, in drie maanden tijds was het beestje handtam ge worden.
Begin april had hij de horren al in de vensters van de kamer geplaatst, dus het rook hier nu fris, en ook op de gang. ’s Winters merkte hij zelf wat voor muffe lucht er in de kamer hing, hoe wel hij soms wel twee keer in de week de poep van de vloer schraapte, zelfs van de boomtakken die tussen vloer en plafond geklemd stonden. Die takken zouden eens ververst moeten worden, maar bij de gedachte alleen al zonk hem de moed in de schoenen.”

 

 1858059-66433f0f2c19afd9beecad7ec2341b79.jpg
Rascha Peper (1 januari 1949- 16 maart 2013)
Poster 

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen (eig. Caroline Lea de Haan) werd geboren in Smilde op 1 januari 1881. Zie ook alle tags voor Carry van Bruggen op dit blog.

Uit: Heleen: een vroege winter

“Beneden aan de voorzijde was hun woonkamer, ruim maar laag, stoffig en bedompt. Het ruige en halfvergane kleed scheen met den vloer, de meubels met het vloerkleed saamgegroeid. Alles in die kamer was duister en zwaar, er waren geen bloemen en geen lichte gordijnen, geen spiegelend meubel en geen luchtige snuisterij. Portretten van grootouders hingen aan de wanden en schenen als de klok daarmede één geworden.
Wat haar vader buitenshuis deed en waarvan ze leefden wist Heleen niet, er werd daarover nooit gesproken, zij vroeg er niet naar. Uit haar moeders verhalen, waarvan ze in later jaren wel geloofde, dat zij ze maar gedroomd of gelezen had, wist ze dat haar moeders familie rijk en aanzienlijk was geweest en daarna door onverstand tot armoe vervallen, en dat er vele kleine broertjes en zusjes waren gekomen en weer gegaan, zoodat zij nu nog maar met drie anderen overig was, de kleine broertjes en de oudere zuster. Zij drieën waren slank en bleek met blonde haren, maar de zuster kort en plomp, ze ging niet naar school en bij dag het huis niet uit, tegen den avond nam vader haar mee en wandelde met haar langs de rivier. Soms zat ze een volslagen dag in een hoek van den zolder op den grond, knaagde aan haar handen en bewoog grommend het lijf in bochten. Al haar vingers waren van het knagen geschonden; - somwijlen vertelde ze Heleen lange vertelsels zonder zin of samenhang, waarnaar Heleen peinzend luisterde, pogend te begrijpen; doch ze had ook haar booze dagen, dan was haar heele gezicht geslonken van nijd, beet ze zichzelf fel tot bloedens toe in den duim en kneep Heleen en de beide broertjes met klein-genepen oogen. Heleen dacht aanvankelijk over die vreemde gewoonten van haar zuster weinig na, ze wist niet beter of het behoorde zoo als een deel van huis en leven, en ze vermoedde niet voor veel later uit wat anderen in schimp en giftige scherts haar toebeten, dat die zuster krankzinnig was.”

 

 1858059-cd3f9f3e87e4903e9dca413c53f19c7f.jpg
Carry van Bruggen (1 januari 1881 - 16 november 1932)
Monument voor Carry van Bruggen in Zaandam

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:34 Reageer op dit bericht

Rüdiger Safranski, Joe Orton, Mariano Azuela, René de Ceccatty, Sven Regener

De Duitse schrijver en filosoof Rüdiger Safranski werd geboren op 1 januari 1945 in Rottweil. Zie ook alle tags voor Rüdiger Safranski op dit blog.

Uit: Goethe - Kunstwerk des Lebens

„Aber so weit es an ihm lag, wollte er den Umfang seines Lebenskreises selbst bestimmen.
Über den physiologischen Stoffwechsel wissen wir inzwischen einigermaßen Bescheid, was aber ein gelungener geistig-seelischer Stoffwechsel mit der Welt ist, das kann man am Beispiel Goethes lernen. Und auch, daß wir neben dem körperlichen auch ein geistig-seelisches Immunsystem benötigen. Man muß wissen, was man in sich hereinläßt und was nicht. Goethe wußte es, und das gehörte zu seiner Lebensklugheit. Darum wirkt Goethe nicht nur mit seinen Werken, sondern auch mit seinem Leben anregend. Er war nicht nur ein großer Schriftsteller, sondern auch ein Meister des Lebens. Beides zusammen macht ihn für die Nachwelt unerschöpflich. Das ahnte er, auch wenn er in einem seiner letzten Briefe an Zelter schrieb, daß er ganz mit einer Epoche verwachsen sei, die nicht mehr wiederkehren werde. Dennoch, Goethe kann lebendiger ungegenwärtiger sein als manche Lebenden, mit denen man sonst zu tun hat. Jede Generation hat die Chance, im Spiegel Goethes auch sich selbst und die eigene Zeit besser zu verstehen. Dieses Buch ist ein solcher Versuch, indem es Leben und Werk eines Jahrhundertgenies beschreibt und zugleich, an seinem Beispiel, die Möglichkeiten und Grenzen einer Lebenskunst erkunden will.
Ein junger Mann aus gutem Hause in Frankfurt am Main, studiert in Leipzig und Straßburg, ohne rechten Abschluß, wird am Ende doch Jurist, ist andauernd verliebt, ein Schwarm junger Mädchen und reiferer Frauen. Mit dem »Götz von Berlichingen« wird er in Deutschland berühmt, nach Erscheinen der »Leiden des jungen Werther« redet das literarische Europa von ihm: Napoleon wird behaupten, er habe den Roman siebenmal gelesen.“

 

 1858046-9f8a5cb1aeaf7ef40e9e75277885589c.jpg
Rüdiger Safranski (Rottweil, 1 januari 1945)
Goethe met zijn geliefde Frederike Brion in Straatsburg.
Houtgravure naarEugen Klimsch, rond 1890

 

 

De Britse schrijver Joe Kingsley Orton werd geboren in Leicester op 1 januari 1933. Zie ook alle tags voor Joe Orten op dit blog.

Uit: Entertaining Mr Sloane.

« SLOANE. I trust you, Pop. Listen. Keep quiet. (Silence)
It’s like this see. One day I leave the Home. Stroll along. Sky blue. Fresh air. They’d found me a likeable permanent situation. Canteen facilities. Fortnight’s paid holiday. Over-time? Time and a half after midnight. A staff dance each year. What more could one wish to devote one’s life to? I certainly loved that place. The air round Twickenham was like wine. Then one day I take a trip to the old man’s grave.
Hic Jacets in profusion. Ashes to Ashes. Alas the fleeting. The sun was declining. A few press-ups on a tomb belonging to a family name of Cavaneagh, and I left the graveyard. I thumbs a lift from a geezer who promises me a bed. Gives me a bath. And a meal. Very friendly. All you could wish he was, a photographer. He shows me one or two experimental studies. An experience for the retina and no mistake. He wanted to photo me. For certain interesting features I had that he wanted the exclusive right of preserving. You knowhow it is. I didn’t like to refuse. No harm in it I suppose. But then I got to thinking . . . I knew a kid once called MacBride that happened to. Oh, yes . . . so when I gets to think of this I decide I got to do something about it. And I gets up in the middle of the night looking for the film see. He has a lot of expensive equipment about in his studio see. Well it appears that he gets the wrong idea. Runs in. Gives a shout. And the long and the short of it is I loses my head which is a thing I never ought to a done with the worry of them photos an all. And I hits him. I hits him. (Pause) He must have had a weak heart. Something like that I should imagine. Definitely should have seen his doctor before that. I wasn’t to know was I? I’m not to blame.”

 

 1858046-bdf528f76fb1f4209bf64fc7bc3239b6.jpg
Joe Orton (1 januari 1933 - 9 augustus 1967)
Scene uit een opvoering in Brighton, 2008

 

 

De Mexicaanse schrijver en medicus Mariano Azuela González werd geboren in Lagos de Moreno op 1 januari 1873. Zie ook alle tags voor Mariano Azuela op dit blog.

Uit: The Underdogs(Vertaald door E. Munguia jr.)

“Demetrio Macias!" the sergeant cried as he stepped back in terror.
The lieutenant stood up, silent, cold and motionless as a statue.
"Shoot them!" the woman croaked.
"Oh, come, you'll surely spare us! I didn't know you were there. I'll always stand up for a brave man."
Demetrio stood his ground, looking them up and down, an insolent and disdainful smile wrinkling his face.
"Yes, I not only respect brave men, but I like them. I'm proud and happy to call them friends. Here's my hand on it: friend to friend." Then, after a pause: "All right, Demetrio Macias, if you don't want to shake hands, all right! But it's because you don't know me, that's why, just because the first time you saw me I was doing this dog's job. But look here, I ask you, what in God's name can a man do when he's poor and has a wife to support and kids? . . . Right you are, Sergeant, let's go: I've nothing but respect for the home of what I call a brave man, a real, honest, genuine man!"
When they had gone, the woman drew close to Demetrio.
"Holy Virgin, what agony! I suffered as though it was you they'd shot."
"You go to father's house, quick!" Demetrio ordered.
She wanted to hold him in her arms; she entreated, she wept. But he pushed away from her gently and, in a sullen voice, said, "I've an idea the whole lot of them are coming."
"Why didn't you kill 'em?"
"Their hour hasn't struck yet."

 

 1858046-207f31700df0c9e6bd2767de43231653.jpg
Mariano Azuela (1 januari 1873 - 1 maart 1952)
Postzegel uit 1974 

 

 

De Franse schrijver, essayist en vertaler René de Ceccatty werd geboren op 1 januari 1952 in Tunis. Zie ook alle tags voor René de Ceccatty op dit blog.

Uit:Lettres à Sade

« Cher Marquis,
Cette lettre sera donc la dernière.
Mon erreur fut, sans nul doute, ma visite à Charenton, le 2 décembre 1813, un an, jour pour jour, avant votre mort – un signe déjà? – et cette «promesse» que je vous donnais, alors, en vous quittant, sur le pas de la porte de votre chambre, au deuxième étage du Pavillon des hommes...
Il est vrai que de vous abandonner là, dans ce lieu, si seul et pitoyable, m’avait singulièrement émue.
À croire que l’empathie est mauvaise conseillère.
Ne vous y trompez pas: vous connaissez mes sentiments à votre égard et n’ignorez pas combien j’ai œuvré, à plusieurs reprises, pour convaincre vos éternels détracteurs afin qu’ils distinguent en vous l’homme et l’écrivain, et ne vous réduisent pas à l’image de barbarie et de cruauté qui s’attache à votre nom.
J’ai toujours défendu, de mon mieux, le philosophe prophétique que vous êtes et resterez à mes yeux.
Mais décidément on ne s’entretient pas impunément avec le marquis de Sade."

 

 1858046-7e475f84a60a407f05fa8112bba60b56.jpeg
René de Ceccatty (Tunis, 1 januari 1952)

 

 

De Duitse schrijver en musicus Sven Regener werd geboren op 1 januari 1961 in Bremen. Zie alle tags voor Sven Regener op dit blog.

Uit:Magical Mystery oder: Die Rückkehr des Karl Schmidt

"Charlie? Charlie? Charlie?“
„Ja, Raimund, was liegt an?“
„Hör mal, ich hab hier Schöpfis Telefon, mit dem ruf ich an.“
„Okay, Raimund. Deins hab ja auch ich, so gesehen …“
„Genau, deshalb habe ich Schöpfis Telefon, gut, dass der dabei ist.“
„Auf jeden Fall, Raimund. Was liegt denn an?“
„Pass auf, wir sind hier irgendwo in Köln und das Auto ist auf der Straßenbahnschiene irgendwie und wir sind jetzt alle um die Ecke, weil das ein bisschen heikel ist, du weißt schon, was ich meine.“
„Nicht so richtig.“
„Also wir wollten eigentlich noch auf so eine Party, die Schöpfi klargemacht hatte, und dann sind wir alle ins Auto …“
„Wo hattet ihr denn den Schlüssel her?“
„Ich hatte doch noch den zweiten Schlüssel, jedenfalls steht das jetzt da auf den Straßenbahnschienen und man kriegt das da nicht mehr runter, und noch hat das keiner gesehen, aber wenn irgendwann die Straßenbahn kommt oder die Bullen das sehen, dann ist das doch Fahrerflucht oder was …“
„Wieso steht das auf der Straßenbahnschiene?“
„Wir hatten es eilig, also weil wir ins Krankenhaus wollten, der hat so geschrien, der Basti, und …“ 

 

 1858046-f0c4173a0f6a529aa4b375d273d58000.jpg
Sven Regener (Bremen, 1 januari 1961)

Geschreven door Romenu om 15:33 Reageer op dit bericht

Inge Schilperoord

De Nederlandse schrijfster Inge Schilperoord werd geboren op 1 januari 1973. Zij studeerde van 1992 tot 1997 aan de Universiteit van Leiden, waar ze cum laude afstudeerde in de Psychologie met als specialisatie forensische psychologie. Ook heeft ze gestudeerd aan de Hogeschool voor Journalistiek in Utrecht en aan de Schrijversvakschool. Inge Schilperoord is forensisch psycholoog bij het Pieter Baan Centrum. Tijdens haar werk kwam ze een patiënt met pedofiele neigingen tegen die de basis werd voor haar roman. Ze deed vijf jaar over haar debuutroman, maar toen Inge Schilperoord ‘Muidhond’ eenmaal af had, ging het snel: binnen een maand zat ze bij uitgeverij Podium aan tafel. Er zijn inmiddels meer dan 10.000 exemplaren verkocht, de filmrechten zijn verkocht, het boek is vertaald in o.a. het Frans, Engels en Turks. Ze won al de Bronzen Uil en de ECI publieksprijs. Als enige debutant staat Inge Schilperoord in 2016 op de short-list van de Libris Literatuurprijs.

Uit: Muidhond

“Hij wachtte. Buiten was het nog stil. Na een tijdje stond hij op, liep van het bed naar zijn tafel, van de tafel naar het raam, bleef een moment staan en liep terug naar zijn bed. Ging weer zitten, de gewrichten van zijn knieën kraakten zachtjes, en daarna stond hij weer op. Even bleef hij in het midden van zijn cel staan en liep toen weer terug naar de tafel. Hij keek. Daar lagen zijn therapeutisch werkboek, zijn schrift, zijn potloden, pennen. De boekenlegger die zijn moeder hem had gestuurd. Weer ging hij aan tafel zitten, met zijn rug recht, en sloeg het schrift open. Een mooie, lege nieuwe pagina. Met beide handen streek hij het blad recht, legde het precies in het midden van het tafelblad, schroefde de dop van zijn pen en dacht na. Na een hele tijd bleek dat hij niks zinnigs wist te schrijven. Hij kauwde zachtjes op de binnenkant van zijn wang. Waarom? Waarom juist vandaag niet?
Hij stond nogmaals op en balde zijn vuisten. Liep van zijn tafel naar het raam, van het raam naar zijn tafel en terug. Hij nam plaats op zijn stoel. ‘Niets,’ schreef hij. En toen: ‘Nooit.’ Daarna: ‘Nee!’ Hij klapte zijn schrift dicht. De rest kwam vanavond, dan was hij weer thuis, en zou hij een volgende therapieopdracht maken. Wat later deed hij het schrift toch opnieuw open. Hij staarde naar wat hij had geschreven, streepte het door. ‘Anders,’ schreef hij eronder. Toen haalde hij ook daar een streep doorheen. ‘Beter.’
Hij rolde zijn schrift op, pakte zijn werkboek, borg zijn potloden en pennen een voor een op in zijn etui, en deed alles bij de rest van zijn spullen in zijn tas. Daarna ging hij op zijn bed zitten, zijn trillende handen in zijn schoot, en wachtte op het moment dat de cipier zijn deur open zou draaien. Nu moet ik goed opletten, dacht Jonathan. Nu. Het begint nu. Hij zat bij het achterste raam, op de achterste bank in de bus naar het dorp. Er was niemand anders. Toch zat hij achterin. De ochtend was nog lang niet voorbij, de zon nog op weg naar zijn hoogste punt, maar het was al vreselijk warm. Een druppel gleed vanuit zijn haar, langzaam, langs zijn nek en rug naar beneden, en bleef net boven zijn stuitje hangen. Hij ging verzitten. Zijn tas had hij op schoot liggen, zijn armen er stevig omheen geklemd. Ook zijn oksels zweetten. Het gewicht van de tas drukte zwaar op zijn knieën. Hij had hem had liever op de grond gezet, maar op de een of andere manier leek het hem veiliger om zo te zitten, zijn vingers stevig in elkaar gehaakt. Hij zuchtte.”

 

 1974797-32f54fcde150c1a38da1ce97679a97ad.jpg
Inge Schilperoord (Den Haag(?), 1 januari 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten