Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 januari 2016 tot 6 januari 2016

De schriftgeleerden en de wijzen (Muus Jacobse)

 

Bij het feest van Driekoningen

 

 1860282-717b3765a60a222d1ed05bc7bd01fc8d.jpg
De aankomst van de Heilige Drie Koningen bij de stal,
toegeschreven aan Gillis Mostaert (1528 – 1598)

 

 

De schriftgeleerden en de wijzen

Zij hebben neergezeten
Bij hun vergeelde boeken,
Zij hebben niet geweten
Dat God geboren was,

Maar uit het oosten kwamen
Drie koningen Hem zoeken,
Die van een ster vernamen
Wat geen in woorden las.

‘Gij meesters der historie,
Zeg ons, waar is zijn woning
Die aller heemlen glorie
In éne sterre meldt?’

Zij spraken: ‘ ’t Is geschreven
Dat aller eeuwen koning
Heeft Bethlehem verheven’,
En waren zeer ontsteld.

Zij deden hen in donker
Als doden uitgeleide.
Er was geen stergeklonker,
De nacht stond om hen heen.

Maar ver van de geleerden,
O wonderlijk verblijden,
Hoe daar de sterre keerde
Die allen overscheen!

‘Komt laten wij aanbidden
God die zich openbaarde,
Want Hij is in ons midden,
Met majesteit omkleed!’

Zij brachten Hem geschenken:
De gouden schat der aarde,
De wierook van hun denken,
De mirre van hun leed.

 

 1860282-2dce7d85b1521cb1952e631ce1151d34.jpg
Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)
De Kersthaven van Terschelling. Muus Jacobse werd geboren op Terschelling

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 10:49 Reageer op dit bericht

Hester Knibbe, Khalil Gibran, Romain Sardou, Carl Sandburg, Jens Johler, E. L. Doctorow

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

En hij bestond

En hij bestond. We pakten hem
op, zwierden hem in het rond en
nog eens en hij kraaide want hij was
in lievelingshanden en toen was het

hup de wereld in met je hart
dat men afpakken kan, kan breken
in een hoek smijten: niks waard zo’n

hart geen porselein of goud, meer een roestig
soort klei en je hebt er zoveel van, ook het jouwe
gaat straks op de schroothoop. Maar hij

wilde niet weg, hij wilde
groeien en blijven waar het goed was en goed
wilde hij worden met vileine streken. Schulp

is een woord als schuld, de kom waarin elk
rondkruipt, telkens opnieuw het lichaam
verkent: ben ik dat, een soort groot

gebaar waarmee ik soms iemand
in het gezicht sla?

 

 

Thuiskomst

Ik droomde dat ik van je
droomde: we zaten op de bank en
praatten wat, je droeg de trui die ik
die dag gedragen had, je haar was
nat van alle regen. Je lijf solide

warm had weer de frisheid van
wanneer je in de grienden was geweest
en je vertelde feestelijk gewoon
dat het daarginds toch anders
bleek, hoe diep de wortels
reiken van de eik. En ik

verhaalde van wat ik hierboven
had geleefd, over het groeien van
de hazelaar, ook een bijzonder rijk
spinnenjaar zei ik. Je schaterlachte.

 

 

Domein
Voor Anke

Dit is je grondgebied, vruchtbaar
maar afgemeten. Zet hier je paden uit,
de smalle en de brede. Stenen
zijn inclusief, grenzen staan

vast. Mijd Eden. Die hof lijkt
uitgediend; de boom die in het midden
staat, kraakt onder vrucht en blad,
muurvast dringt het seizoen

rond het verleden. Blijf ervan
af. Schaf schoenen aan, ga
stevig stap voor stap.

 

 1860279-f62fe65e6c20ad7e091615b6231cabb4.jpg
Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

 

De Libanese dichter en romanschrijver Khalil Gibran werd geboren op 6 januari 1883 in Bischarri. Zie ook alle tags voor Khalil Gibran op dit blog.

 

On Pain

Your pain is the breaking of the shell that encloses
your understanding.

Even as the stone of the fruit must break, that its
heart may stand in the sun, so must you know pain.

And could you keep your heart in wonder at the
daily miracles of your life, your pain would not seem
less wondrous than your joy;

And you would accept the seasons of your heart,
even as you have always accepted the seasons that
pass over your fields.

And you would watch with serenity through the
winters of your grief.

Much of your pain is self-chosen.

It is the bitter potion by which the physician within
you heals your sick self.

Therefore trust the physician, and drink his remedy
in silence and tranquillity:

For his hand, though heavy and hard, is guided by
the tender hand of the Unseen,

And the cup he brings, though it burn your lips, has
been fashioned of the clay which the Potter has
moistened with His own sacred tears.

 

 1860279-2586452d6bc6c54d8a725dbddabe96a0.jpg
Khalil Gibran (6 januari 1883– 10 april 1931)
Foto door F. Holland Day, ca. 1896 ~ Ingekleurd door Loredana Crupi

 

 

De Franse schrijver Romain Sardou werd geboren op 6 januari 1974 in Boulogne-Billancourt. Zie ook alle tags voor Romain Sardou op dit blog.

Uit:Pardonnez nos offenses

“Haquin résuma sommairement l’histoire des Pères de l’Eglise qui charpentèrent la pensée chrétienne. Ils étaient tous de formation hellénique. Après leur conversion à Jésus, ils s’appliquèrent à « reformuler » les grands systèmes philosophiques grecs selon une terminologie de chrétiens, éclairés par leur foi nouvelle et enrichis de l’expérience du Christ. Ce labeur, qui nécessita des générations d’études, fut une épreuve intellectuelle sans égal. Les assimilations, souvent improbables, ne manquèrent pas de révéler des « erreurs » chez les philosophes antiques comme des « lacunes graves » dans le dogme chrétien en plein essor. L’œuvre de Saint-Augustin, par exemple, se constitua sur la christianisation de la pensée de Platon. Entre les lignes, entre les Idées, au détour d’un doute de Socrate, le grand évêque d’Hippone retrouvait les valeurs, les choix et les messages édictés farouchement par l’Eglise. De la même façon, beaucoup d’auteurs antiques se retrouvèrent chrétiens sans avoir jamais connu le Fils. Ceux qui résistaient à tout rapprochement étaient simplement mis à l’index, considérés comme inexacts ou hérétiques.
- C’est du reste une époque très intéressante que nous vivons en ce moment, ajouta Haquin. L’Eglise s’est longtemps contentée de sa victoire exceptionnelle sur le platonisme, sans se soucier du premier de ses adversaires : l’école d’Aristote, le disciple même de Platon.
(…)

Depuis lors, continua Haquin, nous essayons de faire avec Aristote ce qu’Augustin et les Pères ont fait avec Platon. Malheureusement, la pensée d’Aristote est autrement plus complexe et plus éloignée de nous que celle de son aîné. Elle est presque en tous points opposée aux fondamentaux de notre foi.
— Alors pourquoi s’en soucier ? demanda Chuquet. Faisons comme avec les autres penseurs antiques non retenus par nos Pères ignorons-là. Nous pouvons déclarer qu’Aristote est un hérétique, et vivre sans lui comme nous l’avons déjà fait. N’a-t-on pas écarté des textes de l’évangéliste Jean ? »

 

 1860279-70c2908df041df7d1a24af1007aeb6a3.jpg
Romain Sardou (Boulogne-Billancourt, 6 januari 1974)

 

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Fog

The fog comes
on little cat feet.

It sits looking
over harbor and city
on silent haunches
and then moves on.

 

Timesweep

I was born in the morning of the world,
So I know how morning looks
morning in the valley wanting,
morning on a mountain wanting.
Morning looks like people look,
like a cornfield wanting corn,
like a sea wanting ships.
Tell me about any strong, beautiful wanting,
And there is your morning, my morning,
everybody's morning.

 


Mascots

I will keep you and bring hands to hold you against a great hunger.
I will run a spear in you for a great gladness to die with.
I will stab you between the ribs of the left side with a great love worth remembering.

 

 1860279-cfb472bc771dd2526f67f4280dd22882.jpg
Carl Sandburg (6 januari 1878 - 22 juli 1967)
Portret door William Arthur Smith, 1961

 

 

De Duitse schrijver Jens Johler werd geboren op 6 januari 1944 in Neumünster. Zie ook alle tags voor Jens Johler op dit blog.

Uit:Ein Essen bei Viktoria

„Es war eine Nichtigkeit, die dazu führte, daß ich mich mit Erasmus überwarf. Es ging um einen Dollar.
Wie ist es möglich, fragte ich mich damals, daß zwei Freunde wie wir, und noch dazu auf einer solchen Reise, einer Amerikareise, sich wegen eines Dollars in die Haare kriegen? Inzwischen glaube ich zu wissen, woran es lag. Ich glaube, es lag. daran, daß wir keine Freunde waren. Erasmus hatte das immer behauptet, ich hatte ihm nur nicht geglaubt. Aber hatte er es selbst geglaubt? Und wenn ja, wieso ist er mit mir nach Amerika gefahren? Schon als er mir die Reise vorschlug, hätte ich wissen müssen, daß es schiefgehen würde. Es mußte schiefgehen. Wenn man so über die Menschen redet wie Erasmus, dann muß man ihnen aus dem Wege gehen und darf mit ihnen nicht verreisen. Man dürfte nicht einmal mit ihnen essen gehen.
Wir gingen häufig miteinander essen. Es gab niemanden, mit dem ich das so gern tat wie mit Erasmus. Nicht, weil wir beide Gourmets wären, ich bin kein Gourmet. Ich esse, was auf den Tisch kommt. Es gibt zwar Speisen, die ich aus irgendeinem Grunde nicht mag, aber die kommen auch nicht auf den Tisch, weil ich sie nicht bestelle. Austern, Schnecken, Kutteln oder Hirn bestelle ich nicht, so sehr auch andere davon schwärmen mögen. Auch zu Kaviar habe ich nie einen Zugang finden können. Ich weiß nicht, was Erasmus von Kaviar hält, ich habe ihn nie gefragt, aber ein Gourmet ist er auch nicht. Ihm schmeckt nämlich alles. Was für ein Vergnügen, mit ihm zu essen! Sein immer guter Appetit steckt einen an, er futtert drauflos wie ein Weltmeister und strahlt dabei eine Lebensfreude aus, um die man ihn beneidet.“

 

 1860279-378d1e63e55f19438d2d6e7dec8c4a87.jpg
Jens Johler (Neumünster, 6 januari 1944)

 

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Laurence Doctorow werd geboren op 6 januari 1931 in New York. Zie ook alle tags voor E. L. Doctorow en alle tags voor EL Doctorow op dit blog.

Uit: Ragtime

“His life was absurd. He went all over the world accepting all kinds of bondage and escaping. He was roped to a chair. He escaped. He was chained to a ladder. He escaped. He was handcuffed, his legs were put in irons, he was tied up in a strait jacket and put in a locked cabinet. He escaped. He escaped from bank vaults, nailed-up barrels, sewn mailbags; he escaped from a zinc-lined Knabe piano case, a giant football, a galvanized iron boiler, a rolltop desk, a sausage skin. His escapes were mystifying because he never damaged or appeared to unlock what he escaped from. The screen was pulled away and there he stood disheveled but triumphant beside the inviolate container that was supposed to have contained him. He waved to the crowd. He escaped from a sealed milk can filled with water. He escaped from a Siberian exile van. From a Chinese torture crucifix. From a Hamburg penitentiary. From an English prison ship. From a Boston jail. He was chained to automobile tires, water wheels, cannon, and he escaped. He dove manacled from a bridge into the Mississippi, the Seine, the Mersey, and came up waving. He hung upside down and strait-jacketed from cranes, biplanes and the tops of buildings. He was dropped into the ocean padlocked in a diving suit fully weighted and not connected to an air supply, and he escaped. He was buried alive in a grave and could not escape, and had to be rescued. Hurriedly, they dug him out. The earth is too heavy, he said gasping. His nails bled. Soil fell from his eyes. He was drained of color and couldn't stand. His assistant threw up. Houdini wheezed and sputtered. He coughed blood. They cleaned him off and took him back to the hotel. Today, nearly fifty years since his death, the audience for escapes is even larger.”

 

 1860279-c024d11c8c5c8d81b0b566b7a2e01245.JPG
E. L. Doctorow (6 januari 1931 – 21 juli 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2015 en ook mijn blog van 6 januari 2014 en eveneens mijn blog van 6 januari 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:47 Reageer op dit bericht

Benedikt Livshits

De Russische dichter, schrijver en vertaler Benedikt Konstantinovich Livshits werd geboren op 6 januari 1887 in een ​​geassimileerd joods gezin in Odessa. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Novorossia en vervolgens naar de universiteit van Kiev, waar hij afstudeerde in 1912. Hij werd opgeroepen voor het Russische leger en diende in het 88ste Infanterie Regiment. In 1914 werd hij opnieuw opgeroepen en diende bij de infanterie tijdens Wereldoorlog I, waarvoor hem het het kruis van St. George werd verleend. Zijn eerste dichtbundel werd in 1909 gepubliceerd in een Bloemlezing van de moderne poëzie (Kiev) In 1910 werkte hij voor symbolistische kunsttijdschrift Apollon van Sergei Makovsky. Samen met Wladimir Burliuk, David Boerljoek, Vladimir Majakovski, Vasily Kamensky en Alexandra Exter was hij lid van de Futuristische groep Gilea. In 1933 publiceerde hij een boek met memoires “De anderhalf-ogige boogschutter”, dat wordt beschouwd als een van de beste geschiedenissen van het Russische Futurisme. In 1934 verscheen een groot boek met vertalingen van Franse poëzie, Van romatiek tot surrealisme. In 1937, tijdens de Grote Zuivering, werd hij gearresteerd en op 21 september 1938 geëxecuteerd als een "vijand van het volk". Zijn dossier werd vervalst om te verklaren dat hij stierf aan hartfalen op 15 mei 1939.

 

Palace Square

Hooves in the air, and the arch
Of a scarletstoned throat,
And the fatal firepool
Of buildings drugged on sunset:

Foreigners expelled
From the kingdom of crimson
Must burst from the flame of the palace
Like black solar flares.

Not the color of a jellyfish
But a heart gushing blood
Lies on the circular plaza:
Let no one judge the widow's fate.

And what Russian wouldn't understand
What heart lies in the grey body,
When the column's sovereign flight
Is but the axle of a cruel carousel?

Your murmurs alone, Neva,
Like a splashing that pleases her little,
The proud widow cherishes
Under the bloodless dome of Headquarters:

By morning the herald will dash into
The marine lilac, the grey break,
And the golden iris of the Admiralty
Will bloom at last.

 

 

 1865707-966d0889df45d2f172c22f6f6aa92bb8.png
Benedikt Livshits (6 januari 1887 - 21 september 1938)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Umberto Eco, Peter Zingler, Paul Ingendaay, Ngũgĩ wa Thiong'o, László Krasznahorkai, Luisa Futoransky, Forough Farokhzad

De Italiaanse schrijver Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook alle tags voor Umberto Eco op dit blog.

Uit: The Mysterious Flame of Queen Loana (Vertaald door Geoffrey Brock)

„Yet every so often it was as if I had opened my eyes and were seeing flashes. I could hear voices: "Strictly speaking, Signora, it isn't a coma....No, don't think about flat encephalograms, for heaven's sake....There's reactivity...."
Someone was aiming a light into my eyes, but after the light it was dark again. I could feel the puncture of a needle, somewhere. "You see, there's withdrawal..."
Maigret plunges into a fog so dense that he can't even see where he's stepping....The fog teems with human shapes, swarms with an intense, mysterious life. Maigret? Elementary, my dear Watson, there are ten little Indians, and the hound of the Baskervilles vanishes into the fog.
The gray vapor was gradually losing its grayness of tint, the heat of the water was extreme, and its milky hue was more evident than ever...And now we rushed into the embraces of the cataract, where a chasm threw itself open to receive us.
I heard people talking around me, wanted to shout to let them know I was there. There was a continuous drone, as though I were being devoured by celibate machines with whetted teeth. I was in the penal colony. I felt a weight on my head, as if they had slipped the iron mask onto my face. I thought I saw sky blue lights.
"There's asymmetry of the pupillary diameters."
I had fragments of thoughts, clearly I was waking up, but I could not move. If only I could stay awake. Was I sleeping again?
Hours, days, centuries?
The fog was back, the voices in the fog, the voices about the fog. Seltsam, im Nebel zu wandern! What language is that? I seemed to be swimming in the sea, I felt I was near the beach but was unable to reach it. No one saw me, and the tide was carrying me away again.”

 

 1860074-14143b12095bd65686a92874b9a362fe.jpg
Umberto Eco (Allasandria, 5 januari 1932)

 

 

De Duitse schrijver en scenarist Peter Zingler werd geboren op 5 januari 1944 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Peter Zingler op dit blog.

Uit: Im Tunnel

“Die Vorfreude gilt als die schönste Freude, weil man sich auf etwas freut, was es eventuell nicht gibt, aber dennoch die Phantasie beflügelt.
Niemand, aber auch niemand, weder der Papst noch der Dalai Lama oder irgendeiner dieser Gottesvertreter, Gurus, Wahrsager, Sternedeuter oder Esoteriker kann voraussagen, was das Leben in der nächsten Stunde für einen bereithält. Und auch ein Bauer weiß nur: Wenn der Hahn kräht auf dem Mist, ändert sich das Wetter oder es bleibt, wie es ist.Natürlich versuchen Menschen, seitdem es sie gibt, in die Zukunft zu schauen. Alleine aus Angst, dass sich etwas zusammenbraut, was gefährlich werden könnte. Auch Paul hatte diese Angst, als ihm morgens um sechs, beim Frühstück auf dem Gefängnisflur der Abteilungsbeamte die erwarteten Worte zurief: »Zakowski, schon gepackt? Gleich geht’s zur Kammer, Sie werden heute entlassen.« Er grinste dabei. Das sollte wohl bedeuten, dass auch er sich freute, einen wie Paul von der Abteilung wegzukriegen. Aber was auch immer der Beamte wirklich dachte, interessierte niemanden, höchstens seine Frau, wenn er denn eine hatte.
Natürlich hatte Paul gepackt, obwohl er allen Regularien gemäß gar nicht hätte entlassen werden dürfen. Das war ihm klar, und deshalb hatte er sich schon einige Tage lang mit Vorhersagen beschäftigt, die ihm natürlich vor allem Schlaflosigkeit einbrachten. Was war passiert?
Vor einer Woche, am 23. Dezember, hatte ihm doch tatsächlich ein Richter der Vollstreckungskammer Darmstadt den Rest seiner zweijährigen Haftstrafe des Landgerichts München zur Bewährung ausgesetzt. Üblicherweise dauert es eine Woche, bis ein solcher Beschluss rechtskräftig wird, um der Staatsanwaltschaft Gelegenheit zu geben, Einspruch einzulegen. Doch bisher war nichts geschehen.“

 

 1860074-b31cb11f7e30fd694047c48cc651f46a.jpg
Peter Zingler (Chemnitz, 5 januari 1944)

 

 

De Duitser schrijver, criticus en literatuurwetenschapper Paul Ingendaay werd geboren op 5 januari 1961 in Keulen. Zie ook alle tags voor Paul Ingendaay op dit blog.

Uit: Warum du mich verlassen hast

„Wahrscheinlich hätte Tilo gesagt: Mann, bist du bescheuert? Und Motte hätte gesagt: Hast du sie noch alle? Brauchst du Hilfe?
Mann, damals hätte ich Hilfe gebrauchen können. Damals hatten wir gegen alle Zweifel das Abendgebet, aber es war zu wenig, fand ich.
Jeden Abend mußten wir in den Gruppenraum kommen, und wenn alles besprochen und geregelt, wenn das bißchen Lob und die große Menge Tadel ausgeteilt waren, die unser Tag so mit sich brachte, dann beteten wir alle zusammen immer dieselben Zeilen, ein verdammter kleiner Kinderchor mit fiepsigen Stimmen und weit aufgerissenen Augen: Hab ich Unrecht heut getan, sieh es, lieber Gott, nicht an. Und am Ende: Deine Gnad und Jesu Blut macht ja allen Schaden gut.
Später lernte ich, daß es machen heißen müßte. Machen allen Schaden gut. Plural. Da seht ihr, was für einer ich war. Ich kümmerte mich um so einen blöden Grammatikfehler, während mein Leben in den Abgrund rauschte und das Leben meiner Eltern gleich dazu. So ein Idiot war ich. Ein Arsch, dersich immer um die falschen Sachen kümmerte.
Plötzlich hatte der Drache sein Aussehen verändert. Schwester Gemeinnutz trug jetzt eine Brille mit blaugetönten Gläsern, ein scheußliches Ding. Sie drehte in der Luft immer noch ihre Runden, als müßte sie nie landen oder sich ausruhen oder ins Bett gehen, und ihre Kaninchenlippen hörten gar nicht mehr auf zu mümmeln.“

 

 1860074-af6e06fa79cefae4df8dbcd2fa6c4162.jpg
Paul Ingendaay (Keulen, 5 januari 1961)

 

 

De Keniase schrijver Ngũgĩ wa Thiong'o werd geboren op 5 januari 1938 in Kamiriithu, Limuru, Kenia. Zie ook alle tags voor Ngũgĩ wa Thiong'o op dit blog.

Uit: Träume in Zeiten des Krieges (Vertaald door Thomas Brückner)

„Der Nachhauseweg verlief meistens gemächlicher, nur für die Kinder nicht, die aus Ndeiya oder Ngeca kamen und zehn Meilen oder mehr vor sich hatten. Außerdem war es besser, sich die Zeit bis zum Abendbrot, dessen Regelmäßigkeit alles andere als gesichert war, auf der Straße zu vertreiben, und so den Arbeiten im Haushalt und im heimatlichen Gehöft zu entgehen.
Mein Klassenkamerad Kenneth und ich waren damals ganz gut darin, die Zeit totzuschlagen, vor allem, wenn wir über den letzten Hügel stiegen, der uns von zu Hause trennte. Am Fuß des aufsteigenden Hangs beginnend, kickte jeder einen Ball, meist einen Sodom-Apfel, rücklings über den Kopf hangaufwärts. Der nächste Kick erfolgte von der Stelle, an der der Ball beim ersten Mal gelandet war. Und so ging es weiter im Wettstreit, wer zuerst die Kuppe erreichte. Das war weder die leichteste noch die schnellste Art, dorthin zu gelangen, aber sie hatte den Vorteil, dass wir darüber die Welt vergaßen. Inzwischen waren wir aber zu groß für solche Spiele und außerdem gab es nichts, was unsere Aufmerksamkeit so fesseln konnte wie eine Geschichte.
Oft drängten wir uns um denjenigen, der erzählte, und wenn er es richtig gut konnte, war er sofort unser erklärter Held. Manchmal, wenn wir drängelten, um so nahe wie möglich am Erzähler zu sein, schob ihn die eine Gruppe sacht vom Weg; die andere Gruppe hielt dagegen und drängte ihn auf die andere Seite, sodass die ganze Meute wie eine Schafherde mäanderte.
An diesem Abend war es, abgesehen vom Weg, den wir wählten, nicht anders. Von der Kĩnyogori School in mein Heimatdorf, Kwangũgĩ oder Ngamba, und seine Umgebung nahmen wir normalerweise einen Pfad, der sich über mehrere Hügel und durch verschiedene Täler schlängelte. Aber wenn man einer Geschichte lauschte, achtete man nicht auf die Hügel und die Felder mit Mais, Erbsen, Kartoffeln und Bohnen, die alle von Akazien oder Hecken aus Kei-Äpfeln oder grauen Dornenbüschen gesäumt wurden.“

 

 1860074-8bd39b3233e48eeb383f37214bf451f5.jpg
Ngũgĩ wa Thiong'o (Kamiriithu, 5 januari 1938)

 

 

De Hongaarse schrijver László Krasznahorkai werd geboren op 5 januari 1954 in Gyula. Zie ook alle tags voor László Krasznahorkai op dit blog.

Uit:War and War (Vertaald door George Szirtes)

“...and it really was extremely sudden, the way it struck him that, good heavens, he understood nothing, nothing at all about anything, for Christ's sake, nothing at all about the world, which was a most terrifying realization, he said, especially the way it came to him in all its banality, vulgarity, at a sickeningly ridiculous level, but this was the point, he said, the way that he, at age 44, had become aware of how utterly stupid he seemed to himself, how empty, how utterly blockheaded he had been in his understanding of the world these last 44 years, for, as he realized by the river, he had not only misunderstood it, but had not understood anything about anything, the worst part being that for 44 years he thought he had understood it, while in reality he had failed to do so; and this in fact was the worst thing of all that night of his birthday when he sat alone by the river, the worst because the fact that he now realized that he had not understood it did not mean that he did understand it now, because being aware of his lack of knowledge was not in itself some new form of knowledge for which an older one could be traded in, but one that presented itself as a terrifying puzzle the moment he thought about the world, as he most furiously did that evening, all but torturing himself in an effort to understand it and failing, because the puzzle seemed ever more complex and he had begun to feel that this world-puzzle that he was so desperate to understand, that he was torturing himself trying to understand, was really the puzzle of himself and the world at once, that they were in effect one and the same thing, which was the conclusion he had so far reached, and he had not yet given up on it, when, after a couple of days, he noticed that there was something the matter with his head.”

 

 1860074-6692cc61279b0e82e1e1c567fcfe67a1.jpg
László Krasznahorkai (Gyula, 5 januari 1954)

 

 

De Argentijnse dichteres en schrijfster Luisa Futoransky werd geboren op 5 januari 1939 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Luisa Futoransky op dit blog.

Uit: The Formosa

“To rub the coal from on top of the cloth gave a shiver like that we’d later discover precisely by writing, with the side of the chalk on the blackboard. Much later dentists would put together that collection of complicated, atavistic, radical sensations and gather them under the awkward common denominator of neuralgia. I throw into that crater so the echo will return it to me a hundredfold the rough memory of the coalman’s loaded back, smudged from head to foot. Also his pavement, covered with iridescent black dust, where pressing with determination I left my footprints that still wait like prisoners to be liberated, but for such an arduous task you need to find first the mary janes.
On one side we came from five children--a number that must have been a commonplace among immigrants if not it wouldn’t have passed so naturally into the tango there were five children and she was a saint--and the ship Formosa. The other branch I know little about, though every so often someone appears who calls me or whom I call from some phonebook in the world or we write to each other somewhat cautiously by e-mail and I pretend or they pretend wittily or wisely that we’re related because according to him or her they came to the United States or to Brazil from Odessa and we’re named almost, almost the same. Or from Kichinev. From Podolia. From Moldavia, Bessarabia, Transylvania, from around there. Questioned eagerly, Mama says:
“Whew, child. It happened so long ago, who wants to remember that.”

 

 1860074-d906d336da0e9ad466bd69555d13dff8.jpg
Luisa Futoransky (Buenos Aires, 5 januari 1939)

 

 

De Iraanse dichteres Forough Farokhzad werd geboren op 5 januari 1935 in Teheran. Zie ook alle tags voor Forough Farokhzad op dit blog.

 

Age seven (Fragment)

After you,
we betrayed each other
after you,
we cleansed your memories
by lead particles and splattered blood-drops
off of the plastered temples of alley walls.

after you
we went to the squares
and shouted:
'long live...
and down with....'

and in the clamor of the square
we applauded the little singing coins
which had insidiously come to visit our town.

After you,
us: each other's murderers,
judged love
and while our hearts were anxious in our pockets,
we judged love's share.

After you
we resorted to cemeteries and death was breathing under the grandmother's veil
and death
was that corpulent tree
which the living of this side of the 'origin'
would tie their desire-thread to its weary branches
and the dead of the other side of the 'end'
would paw at its phosphorous roots
and death
was sitting on that sacred mausoleum which had four blue tulips
abruptly lighting up at its four corners.

the sound of the wind is coming
the sound of the wind is coming
Aah, age seven.

I rose up and drank water
and suddenly recollected how the plantations of your youth
became agitated by the swarm of crickets.

how much must one pay?
how much for the growth of this cemented cubicle?

We lost everything we must have lost
we started treading without a lantern
and moon
moon
the kind Feminine
was always there
in the childhood memories of a clay and straw rooftop
and above the young plantations
dreading the swamp of crickets.

How much must one pay?......


Vertaal door Leila Farjami

 

 1860074-adcf68c6d09a2e6237a5a2b7e71dc8bf.jpg
Forough Farokhzad (5 januari 1935 – 13 februari 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2014 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

Joris van Casteren

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Hij studeerde aan de Utrechtse School voor Journalistiek en later filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Op jonge leeftijd was hij werkzaam bij regionale kranten als Dagblad Flevoland en de Zwolse Courant. Daarna werd hij redacteur bij het weekblad De Groene Amsterdammer, alwaar hij tot september 2002 in dienst bleef. Bij De Groene verwierf hij zich een reputatie met grote reportages. In 1999 reisde hij naar Nigeria, waar hij vier reportages schreef die later gebundeld werden in Redactie binnenland (2001), een met de Dick Scherpenzeelprijs 1999 onderscheiden Groene-reeks. Van Casteren was medewerker van NRC Handelsblad en tot 2006 redacteur bij Vrij Nederland. In 2004 won hij het Gouden Pennetje voor zijn reportages. Hij schreef voor Hollands Diep, en schrijft nu als freelancer voor onder andere HP de Tijd, nrc.next en De Correspondent Naast zijn werkzaamheden als journalist was Van Casteren redacteur van de Poëziekrant en publiceerde hij gedichten in onder meer Maatstaf en Passionate. Zijn poëzie werd onder meer gebloemleesd in “De 100 beste gedichten van 2001” en in “Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw” (2004) van Gerrit Komrij. Begin september 2010 werd hij door enkele inwoners van Lelystad aangeklaagd wegens belediging naar aanleiding van het deels autobiografische “Lelystad” (2008), dat werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2009. In 2011 verscheen zijn nieuwe non-fictie boek, “Het zusje van de bruid”, over zijn mislukte liefdesrelatie met een drugsverslaafd borderline-meisje. In 2013 verscheen het boek 'Het been in de IJssel', waarin Van Casteren op zoek gaat naar de eigenaar van een linker onderbeen dat ter hoogte van Wijhe in de rivier werd gevonden door een visser. Het boek werd genomineerd voor de Bob den Uyl-prijs

Uit: Lelystad

“Onze systeemwoning in de Gondel was van witte baksteen. Er stond een oranje puntdak op dat doorliep tot vlak boven de grond. Door dat puntdak hadden bijna alle kamers in het huis schuine muren. Ook de ramen liepen schuin af. Het was lastig om gordijnen op te hangen.
Deze vreemde rijtjeshuizen stonden in een hofje dat met nummer 34 werd aangeduid. Auto’s konden niet bij de huizen komen, die moesten vooraan op een parkeerplaats
blijven staan.
Om variatie in de eenvormige woningen aan te brengen versierden bewoners hun gevels met frivole objecten: hoefijzers, wagenwielen of beschilderde klompen met bloemetjes erin. De een legde een recht voetpad in zijn voortuin aan, de ander gebruikte brokken lavasteen.
Voor ons huis was een vierkant pleintje met een klimrek. Onder het klimrek lagen rubberen tegels. Er stonden twee jongens op het pleintje. De een had een bril, de ander zwarte krullen. Ze keken hoe wij onze spullen van de parkeerplaats naar het huis tilden.
Ik kreeg een kamer aan de achterkant. De muur was schuin en het raam was schuin. Zonlicht viel in vreemde vlakken binnen. Als ik uit het raam keek, zag ik een fietspad, een grasveld, rozenbottelstruiken, een verzamelplaats voor rolcontainers en de parkeerplaats van het hofje aan de overzijde.
Mijn vader hielp ons verhuizen. In een werkoverall zat hij op zijn knieën op de betonnen vloer. Hij legde wit nopjeszeil in mijn kamer en timmerde een degelijk bureau
in elkaar. De nieuwe vriendin van mijn moeder hielp ook met verhuizen. Ze heette Gemma. Ze had grijs haar, zware borsten en een bril met een touwtje. ‘Jongens,
jongens,’ zei ze als ze iets zwaars tilde.
Mijn moeder was Gemma tegengekomen in het vrouwentrefcentrum toen het uitging met Jacobien Borst. Gemma reed in een deux-chevaux en droeg vaak een rieten mandje. In het rieten mandje zaten kaas en melk, die ze kocht bij het Nationaal Geiten Centrum, een biologische geitenboerderij aan de rand van Lelystad.
Gemma woonde in een goede buurt in het oosten van de stad. Ze was van haar man gescheiden toen ze ontdekte dat ze op vrouwen viel. Na de scheiding stierf de man aan een longkwaal. Mijn vader vond het niet raar dat mijn moeder een relatie met een vrouw had. ‘Ik heb daar niet echt een oordeel over,’ zei hij op een keer tegen mij.”

 

 1979432-227c641dbb24fdfad6903fcd7de14b68.jpg
Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Xu Xiake

De Chinese schrijver Xu Xiake werd geboren op 5 januari 1587 in Jiangyin (provincie Jiangsu). Volgens de overlevering moedigde zijn moeder hem aan om te reizen en dit vormde Xu's voorkeuren. Zijn bijnaam is Zhenzhi. Xiake was een alternatieve bijnaam die hem door zijn vriend Chen Jiru werd gegeven en het betekent "iemand die is in wolken van de zonsondergang". Zijn andere vriend, Huang Daozhou gaf Xu een alternatieve bijnaam: Xiayi, hetgeen betekent “Ongebreidelde in de wolken van de zonsondergang". Op zijn reizen door China reisde hij met een bediende genaamd Gu Xing. Hij werd geconfronteerd met vele ontberingen langs de weg, zodat hij vaak afhankelijk was van de bescherming van de lokale geleerden die hem hielpen, wanneer hij weer eens was beroofd van al zijn bezittingen. Lokale boeddhistische abten van de verschillende plaatsen die hij bezocht betaalden hem vaak geld om de geschiedenis van hun plaatselijke klooster op te schrijven. Van de besneeuwde bergpassen van Sichuan, de subtropische jungles van Guangxi en Yunnan tot de bergen van Tibet, schreef Xu Xiake over al zijn ervaringen en leverde daarbij een enorme hoeveelheid schriftelijke details van zijn observaties. Het schriftelijke werk van Xu Xiake, de reisverhalen en dagboeken bevat 404.000 Chinese karakters, een enorm werk voor een enkele auteur van zijn tijd. Xu reisde 30 jaar lang door de provincies van China, vaak te voet, om zijn enorme geografische en topografische verhandeling te schrijven en de verschillende details van zijn reizen te documenteren. In Guizhou ontdekte hij de ware bron van de Xi Jiang (Westrivier). Xu deed ook de belangrijke constatering dat het Jinsha riviernetwerk - en niet de Min of Yalong - de ware bovenloop vormden van de Yangtze-rivier, en corrigeerde zo een oude fout in de Chinese geografie. De verslagen van zijn reizen werden postuum gebundeld in de Reisdagboeken van Xu Xiake, en zijn werk werd vertaald door Ding Wenjiang. Xu's werk valt onder de oude Chinese literaire categorie 'reisdagboek literatuur'. 
 

Uit: The Travel Diaries of Xu Xiake

“After spending a long period in a malarial region, my head and limbs were covered in spots which gathered up in piles in the folds of my skin, while my left ear and left foot twitched from time to time. Two weeks before, I had thought it was a parasite but in fact there was none. When I arrived here, I knew it was feng, and that I was suffering from a lack of medicine. The water in this hot spring was deep and simmering with medicinal herbs, so I soaked and steamed myself for a long time. The sweat poured off me like rain. This was an excellent way of curing feng: having had the good fortune to come across this hot spring so suddenly, I knew there was a good chance of clearing up my illness.
(…)

The celebrated white pine is in the court at the rear of the temple. Legend has it that the three maidens shed their mortal bodies here. It takes four people with outstretched arms to surround the mighty trunk of this pine, from which three huge branching trunks shoot clear up out of a circle of stone railings into the clouds. The bark is as smooth as congealed lard and its whiteness is like face powder. To the north is a pavilion with poems of appreciation written all over it, and there I lingered a long while. Looking down where the gorge makes an abrupt drop, I saw water dripping from an overhanging crag.”
(…)

I returned to the temple for meal. And after it, I looked for a raft to cross a stream. Walking along the stream at the foot of the mountain, I found steep cliffs and overhanging rocks all around about with trees and vines twisting and droopling on them, most of which were crabapples andd redbuds. They cast their shadows down over the stream. Gusts of winds blew over, giving out fragrance of magnolias.
Before I realized it that I had come to the entrance to the mountain. The rocks upward straightly came out of the bottom of the stream, with torrent deep running swiftly. There saw no land around them. Holes which could only hold half of a man’s toes had been bored on the rocks so that travelers could cilmb up easily. With my back bent, I began to climb up with great great horror."

 

 1910112-055b3fefe8195b7e987079577eb807e7.jpg
Xu Xiake (5 januari 1587 - 8 maart 1641)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten