Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 januari 2016 tot 27 januari 2016

Ethan Mordden, Rudolf Geel, Lewis Carroll, Leopold von Sacher-Masoch, Benjamin von Stuckrad-Barre, Neel Doff, Samuel Foote

De Amerikaanse schrijver Ethan Mordden werd geboren op 27 januari 1947 in Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Ethan Mordden op dit blog.

Uit: Some Men are Lookers

“Whose name is Tuffy?" asked Virgil, switching off the television. "Is he some rough boy of the streets?"
"Is he?" I asked Lionel. "He certainly puts on a hard act, as I recall. Ferocious triceps."
"Tom always liked it down and dirty, you know."
"I could be Tuffy," Virgil ventured.
"And I could be Tuffy on weekends," said Cosgrove.
"Look," said Dennis Savage with his famous weary patience. "Tuffy and his like are for people who cannot live in reality. People who go through their time on earth like a teenager at his first fuck. People who have no sense of responsibility or fairness or loyalty. Tom Driggers is the Circuit personified—drug up, dance, screw, sleep it off, and do it again. He got rich organizing service industries for other people like himself. He ran buses to the beach, he ran whores to the closeted rich, he ran discos till you drop. He had, and he had, and he had—and when the rest of us appetitive sexboys looked around and saw that our appetites could kill us and backed away, Tom Driggers went right on having. That's why he is on the verge of defunct. I'm sorry to say so, but if someone has to die of this cursed poison, it ought to be Tom Driggers. Because he took his choice, and this is his consequence."
Somewhere in all that, Dennis Savage had left Virgil and Cosgrove and had resumed addressing Lionel, not gently.
"And you can stop begging me to visit that disgusting, putrid piece of Texas redneck trash, because he's going to die with his kind around him, not with me!"
"For pity's sake—"
Dennis Savage chopped out the following words: "He has what he created!"
There was silence.
"Someone," said Virgil, finally, "is rather snarky today."
"He is very desperately threatened," Cosgrove quickly added.
"I'll quit while I'm behind," said Lionel, getting up to go. Virgil saw him to the door, where Lionel turned to Dennis Savage, regarding him mildly but holding it out into a stare."

 

 1869726-0eb62c179db44a7089b86d8d407cc462.jpg
Ethan Mordden (Pennsylvania, 27 januari 1947)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rudolf Geel werd geboren in Amsterdam op 27 januari 1941. Zie ook alle tags voor Rudolf Geel op dit blog.

Uit:De rivier, grijs en vuil

“Op een winderige avond in het voorjaar reed ik terug naar mijn geboorteplaats. De rivier, die mij tot aan mijn einddoel vergezelde, stroomde tamelijk onstuimig. Rijnaken ploeterden diep liggend in het water in de richting van de stad waaruit ik na kantoortijd was vertrokken. Ze zouden er niet eerder aankomen dan bij het gloren van de ochtend, wanneer de wolken ongetwijfeld even grauw boven het laagland hingen als nu. Van een der schepen in mijn richting wapperde spookachtig witte was. Zonder merkbare aanleiding rilde ik even in mijn behaaglijk verwarmde auto.
Vlak voor mijn bestemming in zicht kwam, maakte de rivier een bocht. Een ophaalbrug die ik moest overgaan bleef lange tijd omhoog, maar toch was ik de enige die wachtte. Ik stapte uit en ging staan kijken waar de schepen bleven. Maar de wind was hier zo krachtig dat ik werd gedwongen terug te gaan. Het regende enige spatten. Ik voelde een grote weerzin terug te komen waar ik ooit verdwenen was.
Even later stond de secretaris van het Nut mij op te hemelen alsof hij me bij opbod moest verkopen. ‘Het is alom bekend’, zei de man, ‘dat uw artikels een faam hebben verworven recht evenredig aan hun reik wijdte.’ Ik knikte maar wat, verlangend dat de lezing al voorbij was. Daarna schetste ik de ondergang van al het leven in de wateren. Ik sprak de hoop uit dat de onderbroeken van de schippers waar ik langsreed niet werden gewassen in het gele gif waarop zij voeren. Hier en daar overdreef ik een beetje. Dames gingen staan en onderbraken mijn betoog met vragen. Ik voelde een vage onrust, alsof een mededeskundige zou opstaan om mij toe te roepen dat ik de waarheid verdraaide. Waar was ik eigenlijk op uit? Een revolutie? Op mijn leeftijd? Maar er gebeurde niets. Ik glimlachte naar een meisje op de eerste rij. Ver van ons, in het hooggebergte, stroomden lieflijke beekjes. Daar kon zij haar lichaam in baden, zonder gevaar voor haar huid. Ik merkte dat ik eigenlijk alleen tot haar sprak. Wachtte op de lieve glimlach van haar instemming. Het maakte me een beetje opgewonden en ik dwaalde af, verzon voorbeelden sprekender dan de werkelijkheid, hoewel dat bijna niet meer kon. Ik maakte grapjes als een man die weet hoe hij zich door de rotzooi heen moet slaan.”

 

 1869726-c853e8a8251087f9dc9db12ed87e441e.jpg
Rudolf Geel (Amsterdam, 27 januari 1941)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Lewis Carroll werd op 27 januari 1832 in Daresbury geboren. Zie ook alle tags voor Lewis Caroll op dit blog.

Uit: Alice in Wonderland

"I'm sure I'm not Ada,' she said, 'for her hair goes in such long ringlets, and mine doesn't go in ringlets at all; and I'm sure I can't be Mabel, for I know all sorts of things, and she, oh! she knows such a very little! Besides, she's she, and I'm I, and—oh dear, how puzzling it all is! I'll try if I know all the things I used to know. Let me see: four times five is twelve, and four times six is thirteen, and four times seven is—oh dear! I shall never get to twenty at that rate! However, the Multiplication Table doesn't signify: let's try Geography. London is the capital of Paris, and Paris is the capital of Rome, and Rome—no, that's all wrong, I'm certain! I must have been changed for Mabel! I'll try and say "How doth the little—"' and she crossed her hands on her lap as if she were saying lessons, and began to repeat it, but her voice sounded hoarse and strange, and the words did not come the same as they used to do:—
    
  'How doth the little crocodile
      Improve his shining tail,
     And pour the waters of the Nile
      On every golden scale!

     'How cheerfully he seems to grin,
      How neatly spread his claws,
     And welcome little fishes in
      With gently smiling jaws!'

'I'm sure those are not the right words,' said poor Alice, and her eyes filled with tears again as she went on, 'I must be Mabel after all, and I shall have to go and live in that poky little house, and have next to no toys to play with, and oh! ever so many lessons to learn! No, I've made up my mind about it; if I'm Mabel, I'll stay down here! It'll be no use their putting their heads down and saying "Come up again, dear!" I shall only look up and say "Who am I then? Tell me that first, and then, if I like being that person, I'll come up: if not, I'll stay down here till I'm somebody else"—but, oh dear!' cried Alice, with a sudden burst of tears, 'I do wish they would put their heads down! I am so very tired of being all alone here!"

 

 1869726-963945f7e9d74dbf356baf37308173d5.jpg
Lewis Carroll (27 januari 1832 – 14 januari 1898)
“Alice in Wonderland” op een postzegel

 

 

De Duitse schrijver Leopold Ritter von Sacher-Masoch werd geboren op 27 januari 1836 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Leopold von Sacher-Masoch op dit blog.

Uit: Lola. Geschichten von Liebe und Tod

„Lola näherte sich ihm ganz nahe und begann ihn zu peitschen.
Die Kerkermeisterin sah ihr, die Hände auf die Hüften gestützt, zu.
Als die Streiche heftiger wurden und der Unglückliche jämmerlich zu klagen anfing, stieß Lolas Freundin ein helles, brutales Lachen aus.
»Es ist dies das erste Mal, wo ich daran so viel Vergnügen finde« rief sie aus.
Dann, als Lola geendet hatte, wollte die Kerkermeisterin noch einige Hiebe hinzufügen, bei welchen sie ihre ganze Energie entwickelte.
»– Sie sagen, daß Ihnen dies Vergnügen bereitet hat?« meinte Lola; »ich finde, daß dies zu wenig gesagt ist.« »Ich habe, während ich peitschte, ein köstliches Gefühl empfunden und es schien mir, als müßte ich vor Glückseligkeit sterben.«
Die Stadt Graz, an dem schönen Flusse »Mur« gelegen, die ein Witzwort des Königs von Holland, Vater Napoleon des III.: »die Stadt der Grazien an den Ufern der Liebe« (la ville des grâces sur les bords de l'Amour) benannt hat, ist der Zufluchtsort aller pensionirten Offiziere und Functionäre Österreichs. Dort war es, wo sich eines Tages mein Vater und Lolas Papa, der General geworden war, wiederfanden. Hier fand ich auch nach einer großen Zahl von Jahren das schöne und seltsame Mädchen wieder.
Sie war größer und stärker geworden, während ihr Charakter der gleiche geblieben war. Sie trug stets eine pelzverbrämte Kazabaïka bei sich und über ihrer Ottomane war eine Peitsche befestigt.
»Sind Sie noch so grausam, wie früher?« frug ich sie.
»Wollen Sie eine Probe machen?« antwortete sie lachend »so brauchen Sie sich nur von mir hinreißen zu lassen!«

 1869726-75ce112ef6616dca756e485b3ced2b3e.jpg
Leopold von Sacher-Masoch (27 januari 1836 – 9 maart 1895)

 

 

De Duitse schrijver Benjamin von Stuckrad-Barre werd op 27 januari 1975 in Bremen geboren. Zie ook alle tags voor Benjamin von Stuckrad-Barre op dit blog.

Uit: Soloalbum

„Ich meide Aufzüge und mache den ganzen Terror mit, den die Frauenzeitschriften aussäen. Ich bin unglücklich. Ich stehe vor dem Spiegel, strecke den Bauch raus und lege das Kinn so auf die Brust, daß ich auch garantiert mindestens der mit den drei Kinnen bin. Sind sogar vier. Wenn mich jemand in den Arm nimmt, das passiert ja trotz allem noch manchmal, rein freundschaftlich, zucke ich zusammen und spanne die Muskeln an. Naja, was heißt Muskeln. Jede Mahlzeit ist von Selbsthaß begleitet.“
(…)

„In seiner Hand: Eine alte Faith-No-More-CD. Auf seiner Hose steht mit Edding: ‚Leben ist wie Zeichnen ohne Radiergummi‘. In seinem Gesicht haben sich 10 Jahre Haschisch und ca. 28 Jahre Langeweile eingefräst.“ [...] „Bevor ich dann vielleicht doch die erste richtige Schlägerei in meinem Leben verantworten und auch durchführen kann, kommt gerade noch rechtzeitig eine Frau mit einem samtenen Wickelrock und sagt ‚Spiel doch mal die Kruder & Dorfmeister‘. Das ist so ein Satz wie ‚Na, wie geht’s‘ oder ‚Das Wetter könnte auch besser sein‘ oder ‚Aldi ist scheiße, bis auf den Champagner, also der ist schon super!‘ – das kann man immer sagen. Platten wie eben sie oder auch Portishead, Daft Punk, Massive Attack oder so sind ein echtes Problem – gute Musik, aber eben doch von allen so gnadenlos gerngemocht, dass man wirklich wieder dieses gymnasiale Abgrenzungsproblem aufkeimen spürt: Die sind blöd, die können also auch keine gute Musik hören. Und Umkehrschluß: Dann ist ja vielleicht doch die Musik doof?“

 

 1869726-d3571492f676f8d90c6c6397a8d0b301.jpg
Benjamin von Stuckrad-Barre (Bremen, 27 januari 1975)

 

 

De Franstalige, maar oorspronkelijk Nederlandse schrijfster Neel Doff werd geboren in Buggenum op 27 januari 1858. Zie ook alle tags voor Neel Doff op dit blog.

Uit: Keetje Tippel

“Ik ging weer liggen. Ik probeerde opnieuw de lichte cirkels voor mijn ogen te krijgen, die me afleidden in de nachten dat ik koorts had of niet slapen kon, maar het lukte niet, ik zakte af naar een toestand van onrust en angst. Mijn ogen durfde ik niet opendoen, ik hoorde onder de meubels geritsel en geruis, en verbijsterd wachtte ik af.
Opeens sprong toen de kat op tafel. Het dier en de schoenen leken mij zo abnormaal groot, van mijn plaats af, dat ze wel drie kwaadaardige monsters schenen...
En intussen werd de strozak maar natter. In pure angst begon ik om mij heen te slaan en mijn hand, die het vlondertje in de kelder raakte, maakte water aan het klotsen.
‘Moeder! moeder, er staat water in de kelder!’
‘Wat - water?’
‘Ja, zég ik toch, we zitten in het water!’
Alle kinderen begonnen te schreeuwen; het water dat totnogtoe alleen maar binnengesiepeld was, leek nu volop binnen te stromen. Vader sprong uit bed en vloekte vreselijk omdat hij met zijn voeten in het nat stond. Hij tilde ons allemaal in de bedstee waar we zo goed als we konden een plaatsje zochten: Dirk aan de voeten van moeder en ik aan die van vader. Een van zijn voeten hield ik in mijn armen om me veiliger te voelen, en zo sliepen we in.
Ik werd wakker door het kabaal dat vader in de morgenvroegte maakte: gebogen staande om zijn hoofd niet te stoten tegen de balken van de zoldering, was hij bezig houtblokken te plaatsen en daar planken overheen te leggen, zodat wij tenminste konden lópen door onze kelder, waar het water tot boven de plint was gestegen.”

 

 1869726-76efa62f9500fc38711e9d294b1af99d.jpg
Neel Doff (27 januari 1858 – 14 juli 1942)
Scene uit de film “Keetje Tippel” met o.a. Monique van de Ven, 1975

 

 

De Engelse acteur en toneelschrijver Samuel Foote werd geboren 27 januari 1720 in Truro, Cornwall. Zie ook alle tags voor Samuel Foote op dit blog.

Uit: The Lame Lover

„„ACT I.
Enter Serjeant Circuit and Charlot.
CHARLOT.
I tell you, Sir, his love to me is all a pretence: it is amazing that you, who are so acute, so quick in discerning on other occasions, should be so blind upon this.
SERJEANT.
But where are your proofs, Charlot? What signifies your opening matters which your evidence cannot support?
CHARLOT.
Surely, Sir, strong circumstances in every court should have weight.
SERJEANT.
So they have collaterally, child, that is by way as it were of corroboration, or where matters are doubtful; then indeed, as Plowden wisely observes "Les circonstances ajout beaucoup depoids aux faits."—You understand me?
CHARLOT.
Not perfectly well.
SERJEANT.
Then to explain by case in point; A, we will suppose, my dear, robs B of a watch upon Hounslow heath—dy'e mind, child?
CHARLOT.
I do, Sir.
SERJEANT.
A, is taken up and indicted; B swears positively to the identity of A.—Dy'e observe?
CHARLOT.
Attentively.“

 

 1869726-baf56355be9e04629d9380b3e46ca40d.jpg
Samuel Foote (27 januari 1720 - 21 oktober 1777)
Portret naar Joshua Reynolds, z.j.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Herman de Coninckprijs voor Ruth Lasters

 

Herman de Coninckprijs voor Ruth Lasters

De Vlaamse dichteres Ruth Lasters heeft met Lichtmeters de Herman de Coninckprijs 2016 voor beste dichtbundel gewonnen.Aan de prijs is een bedrag van 6000 euro verbonden. Ruth Lasters werd geboren in Antwerpen op 5 februari 1979. Zie ook alle tags voor Ruth Lasters op dit blog.

 

Woud

Of je het achteraf
van vuurwerk ooit zag. De takken van rook, niet

de vonken, maar de pluizige stammen op precies dezelfde
plaats waar net nog pijlen openknalden. het luchtwoud

dat daar na het doven enkele seconden voor je
ontstaat. De restwaarde die eigenlijk grootser is dan

de bedoelde fraaiheid van spetters kleurvuur. Zo is het ook,
nadat je hebt gezucht dat je me ondanks alles, ontrouw nog

liefhebt, wat daarna in de kamer hangt op een doordringendere,
verschrikkelijke, ongewilde manier mooier: de onherstelbaarheid

tussen ons.

 


Rijst

Bij grief groef ik mijn hand in een zak rijst
en stuurde in een omslag steeds een korrel terug naar herkomst,

naar een boer in Angkor die op zijn beurt keer op keer een klei-
knikker zond bij

onverhoopt geluk, als een mijnscherf wonderwel alleen
zijn vrouws wreef had verbrijzeld of zijn oogst niet was verloren door

een storm. De laatste korrel die ik naar hem zond: rond Pasen nadat jij
en ik weer knikkers voor elkaar verstopt hadden in huis in plaats

van eieren - wie in één dag al de zijne vond, mocht weggaan
voor altijd zonder verwijten - en je de mijne nauwelijks

verborgen had, alle zeven naast de plint, voor
het grijpen. 

 

 1869477-b206b0548286d36420b8d518e69ce3ec.jpg
Ruth Lasters (Antwerpen, 5 februari 1979)

Geschreven door Romenu om 08:35 Reageer op dit bericht

Jonathan Carroll, Achim von Arnim, Menno ter Braak, Jos van Daanen, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Philip José Farmer

De Amerikaanse schrijver Jonathan Carroll werd geboren op 26 januari 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Carroll op dit blog.

Uit: The Land of Laughs

"Look, Thomas, I know you've probably been asked this question a million times before, but what was it really like to be Stephen Abbey's--"
"--Son?" Ah, the eternal question. I recently told my mother that my name isn't Thomas Abbey, but rather Stephen Abbey's Son. This time I sighed and pushed what was left of my cheesecake around the plate. "It's very hard to say. I just remember him as being very friendly, very loving. Maybe he was just stoned all the time."
Her eyes lit up at that. I could almost hear the sharp little wheels clickety-clicking in her head. So he was an addict! And it came straight from his kid's mouth. She tried to cover her delight by being understanding and giving me a way out if I wanted it.
"I guess, like everyone else, I've always read a lot about him. But you never know if those articles are true or not, you know?"
I didn't feel like talking about it anymore. "Most of the stories about him are probably pretty true. The ones I've heard about or read are." Luckily the waitress was passing, so I was able to make a big thing out of getting the bill, looking it over, paying it--anything to stop the conversation.
When we got outside, December was still there and the cold air smelled chemical, like a refinery or a tenth-grade chemistry class deep into the secrets of stink. She slipped her arm through mine. I looked ather and smiled. She was pretty--short red hair, green eyes that were always wide with a kind of happy astonishment, a nice body. So I couldn't help smiling then too, and for the first time that night I was glad she was there with me.
The walk from the restaurant to the school was just a little under two miles, but she insisted on our hiking it both ways. Over would build up our appetites, back would work off what we'd eaten. When I asked her if she chopped her own wood, she didn't even crack a smile. My sense of humor has often been lost on people.
By the time we got back to the school we were pretty chummy. She hadn't asked any more questions about my old man and had spent most of the time telling me a funny story about her gay uncle in Florida.“

1869268-7b935ffa46cd4531029df1a6de8d0273.JPG
Jonathan Carroll (New York, 26 januari 1949)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook alle tags voor Achim von Arnim op dit blog.

Uit:Isabella von Ägypten

„Braka, die alte Zigeunerin im zerlumpten roten Mantel, hatte kaum ihr drittes Vaterunser vor dem Fenster abgeschnurrt, wie sie es zum Zeichen verabredet hatte, als Bella schon den lieben, vollen, dunkelgelockten Kopf mit den glänzenden, schwarzen Augen zum Schieber hinaus in den Schein des vollen Mondes streckte, der glühend wie ein halbgelöschtes Eisen aus dem Duft und den Fluten der Schelde eben hervorkam, um in der Luft immer heller wieder aus seinem Innern heraus zu glühen. «Ach, sieh den Engel», sagte Bella, «wie er mich anlacht!» – «Kind», sprach die Alte und ihr schauderte, «was siehst du?» – «Den Mond», antwortete Bella, «er ist schon wieder da, aber der Vater ist wieder nicht nach Hause gekommen. Alte, diesmal bleibt der Vater gar zu lange aus, doch ich hatte schöne Träume von ihm in der letzten Nacht, ich sah ihn auf einem hohen Throne in Ägypten, und die Vögel flogen unter ihm, das hat mich getröstet.» – «Du armes Kind», sagte Braka, «wenn's nur wahr wäre, hast du denn was zu essen und zu trinken bekommen?» – «O ja», antwortete Bella, «der Nachbar hat seine Äpfelbäume geschüttelt, da sind viele Äpfel in den Bach gefallen, die habe ich aufgefischt, wo sie in den Wurzeln am krummen Ufer stecken geblieben, auch hatte der Vater, ehe er ausging, mir ein großes Brot herausgelassen.» – «Daran tat er recht», weinte die Alte, «er hat kein Brot mehr nötig, sie haben ihn vom Brot geholfen.» – «Liebe Alte, sprich», bat Bella, «mein Vater hat sich doch nicht Schaden getan bei den starken Mannskünsten? Führ mich hin zu ihm, ich will ihn pflegen. Wo ist mein Vater? Wo ist mein Herzog?» – So fragte Bella zitternd, und die Tränen fielen ihr aus den Augen durch den Mondschein auf harte Steine nieder – wär ich ein ziehender Vogel gewesen, ich hätte mich niedergelassen und meinen Schnabel eingetunkt und sie zum Himmel getragen, so traurig und so ergeben in seinen Willen waren diese Tränen. – «Sieh dort», schluchzte die Alte, «auf dem Berge steht ein Dreifuß, dreibeinig, aber nicht dreieinig. Gott weiß nichts von ihm, und doch heißt er das hohe Gericht, wer vor dem Dreifuß vorbeikommt, der kann noch lange leben, das Fleisch, was da die Sonne kocht, das wird in keinen Topf gesteckt, es hängt daran, bis wir es abnehmen. Sei ruhig, du armes Kind, und schrei nur nicht, dein Vater hängt da oben, aber sei nur ruhig, wir holen ihn diese Nacht und werden ihn in den Bach werfen mit allen Ehren, wie ihm zukommt, daß er hinschwimme zu den Seinen nach Ägypten, denn er ist auf frommer Wallfahrt gestorben. Nimm diesen Wein und dieses Töpfchen mit Schmorfleisch, halte ihm ein Totenmahl in deiner Einsamkeit, wie es sich geziemt.»

 

 1869268-e1ef792af4ad428e25838e57041e1774.jpg
Achim von Arnim (26 januari 1781 - 21 januari 1831)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook alle tags voor Menno ter Braak op dit blog.

Uit: Het carnaval der burgers

„Tusschen ‘liefde’ en ‘geloof’ zweeft een term, die den burgers zeer dierbaar is, omdat hij, minder compromittant dan de liefde en minder gewijd dan het geloof, niettemin uitdrukking geeft aan hun atomistische verlangens. Dit woord der saamhoorigheid heeft zich een algemeener gebruikelijkheid verworven dan de beide andere; de beteekeniskern is onzekerder, de gevoelsperipherie vloeiender en beweeglijker. Beurtelings abstracte modenaam en concrete, zakelijke klank, geeft het aan, wat de atomen tot bijeenzijn drijft, wat hen naar elkander stuwt, zonder diepe schade voor hun zelfstandigheid: Gemeenschap.
Er is een gemeenschap des heiligen Geestes, een vleeschelijke gemeenschap, ook een gemeenschap van goederen. Van de autoriteit des geloofs en de vereenigingsdrift der sexen leidt het woord ‘gemeenschap’ naar de laagvlakte der wettige formaliteit, waar het zijn oprechtste cliënten vindt in hen, die belangen voorstaan en wenschen hebben te verwezenlijken. Belijders van eenzelfde beperktheid, die in het overstemmen van andere beperktheden het heil zoeken, voelen zich in gemeenschap; minnaars, die hun bezit in veiligheid willen brengen, noemen hun veiligsten vorm gemeenschap. Zelfs de wet spreekt, met de gemeenschap van goederen, haar zegen uit over deze formule voor de tweeheid, die in een band van eenheid wordt geklonken, zonder dat deze eenheid storend werkt op de productieve kracht der afzonderlijke factoren.
Wie de gemeenschappen in de wereld ontmoet, wie de vitale bestaansdrift der groepen onder de oogen ziet, is aanvankelijk nauwelijks bij machte te erkennen, dat dezelfde woorden, die als pathetische leuzen in de vaandels der betoogers staan geschreven, allen symbolen kunnen zijn voor den dichter, dat alle tot keiharde lichamen verstarde complexen, die op elkaar botsen, vechten als ging het om een wereldkampioenschap en als overwinnaars en geslagenen worden gehuldigd of bejammerd, strijden onder een devies, dat ook den droom van een dichter zou kunnen verbeelden. Zoozeer beheerscht het teeken der gemeenschap het gros der burgers, dat het niet meer een vorm van hun gemeenschapsverlangen, maar een van buitenaf opgelegd uniform schijnt: zoozeer knechten de leiders de individuen, die hun groep samenstellen, dat hun zelfstandigheid schijnt opgelost in een egale verbinding, die slechts één naam draagt, één nieuw element vertegenwoordigt.“

 

 1869268-564082fe81db365dff1a7930581b19c0.jpeg
Menno ter Braak (26 januari 1902 - 14 mei 1940)
Het beeld „Carnaval der burgers“ door Marius van Beek in Eibergen

 

 

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook alle tags voor Bhai op dit blog.

 

De witte sluier
 
De witte sluier

De zwarte haren
De donkere ogen
Houden mij gevangen
Tussen jou en mij
Zingt de zee
Speelt de wind
Slaapt de herinnering
Ik ben zo ver
Zo ver van jou
Toch leef je diep
Heel diep in mij

 

 

Op de grens

Op de grens
van de grens
grenst
de grens
   van de stilte
   stil en alleen
   lichtend
in het licht
badend in de wind
van dood
   mysterie
en geheim

 

 1869268-2ad945e5c0ab8d5d2237825cd46c4b90.jpg
Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jos van Daanen werd geboren op 26 januari 1959 in Kerkrade. Zie ook alle tags voor Jos van Daanen op dit blog.

 

Omgekeerd evenredig

Als u uw publiek wilt laten voelen dat u vrolijk bent,
gebruik in uw gedicht het woordje vrolijk niet,
zei de beroemde dichter in een uitgelezen interview

stel dat u vrolijk bent van regen in het hoogseizoen,
omschrijf dan uw gevoel in termen van depressie,
ellende of misère, maar gebruik het woordje vrolijk niet

of als het u gelukkig stemt hetgeen de wereld draaiend houdt,
schrijf dan in volle overtuiging dat hij naar de kloten gaat,
maar alstublieft, gebruik het woord gelukkig niet.

En als u in haar ogen kijkt, vertel haar dat het leven
daaruit weggetrokken is, dat haar huid gerimpeld is,
maar gebruik beslist het woordje liefde niet.

 

 1869268-fa0001c4bc2dfacef41b909c1b1c6be0.jpg
Jos van Daanen (Kerkrade, 26 januari 1959)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Alexander Schröder werd geboren op 26 januari 1878 in Bremen. Zie alle tags voor Rudolf Alexander Schröder op dit blog

 

Es mag sein, dass alles fällt

Es mag sein, dass alles fällt, dass die Burgen dieser Welt
Um dich her in Trümmer brechen,
Halte du den Glauben fest, dass dich Gott nicht fallen lässt:
Er hält sein Versprechen.

Es mag sein, dass Trug und List eine Weile Meister ist:
Wie Gott will, sind Gottes Gaben!
Rechte nicht mein und dein. Manches Glück ist auf den Schein;
Lass es Weile haben !

Es mag sein, dass Frevel siegt, wo der Fromme unterliegt,
Doch nach jedem Unterliegen,
Wirst du den Gerechten sehn, lebend aus dem Feuer gehn,
Neue Kräfte kriegen.

Es mag sein, die Welt ist alt: Missetat und Missgestalt
Sind in ihr gemeine Plagen.
Schau dirs an und stehe fest; Nur, wer sich nicht schrecken
Lässt, darf die Krone tragen!

Es mag sein, so soll es sein ! Fass ein Herz und gib dich drein !
Angst und Sorge wirds nicht
Wenden. Streite, du gewinnst den Streit! Deine Zeit und alle
Zeit stehn in Gottes Händen

 

 1869268-c0b5eb8ae9f809539e345203eee5e4e4.jpg
Rudolf Alexander Schröder (26 januari 1878 – 22 augustus 1962)

 

 

De Amerikaanse schrijver Philip José Farmer werd geboren in North Terre Haute (Indiana) op 26 januari 1918. Zie ook alle tags voor Philip José Farmer op dit blog.

Uit: The Magic Labyrinth

„Moreover, the Operator would have a psychological advantage. X, face to face with the being he loved and hated, would be inhibited and might not be able to attack the Operator with the fury and vigor demanded.
Cowardly though it was, a detestable act, he would have to take the Operator from behind. But his detestable deeds had been many since he had set himself against the others, and he could do this. Though taught from early childhood to loathe violence, he had also been taught that violence was justified if his life was in peril. The resurrecting force which for all practical purposes made everyone on the Riverworld indestructible just did not enter into it. Resurrection no longer worked but even when it had he'd still forced himself to be violent.
Despite what his mentors said, the end did justify the means. Besides, all those he'd killed would not be dead forever. At least, he'd thought so. But he'd not foreseen this situation.
The Ethical was living in a bamboo leaf-thatched hut on the bank of The River, the right bank if you faced upstream. He hadn't been there long. Now he sat on the thick short grass of the plain near the shore. There were approximately five hundred others around him, all waiting for lunchtime. At one time, there would have been seven hundred here, but, since the resurrections had ceased, the population had lessened. Accidents, mostly from encounters with the gigantic human-eating boat-smashing riverdragon fish, suicide, and murder, had accounted for most fatalities. Once, war had been the greatest death-maker, but there had been none in this area for many years, the would-be conquerors had been killed off, and now they would not be translated elsewhere along The River to make more trouble.
Also, the spread of the Church of the Second Chance, the Nichirenites, the Sufis, and other pacifistic religions and disciplines had had great effect in bringing peace.“

 

 1869268-d9e2dc8b18b627dc47950541b5be41dd.jpg
Philip José Farmer (26 januari 1918 - 25 februari 2009)
In 1953 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn blog van 26 januari 2014 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.


Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

Nora Gomringer

De Zwitsers-Duitse dichteres Nora Gomringer werd geboren op 26 januari 1980 in Neunkirchen an der Saar. Zij is een dochter van de Zwitserse dichter en voormalig professor aan de Kunstakademie Düsseldorf Eugen Gomringer. Zij is de enige dochter en zus van zeven halfbroers. Opgegroeid in Gomringer in Wurlitz am Hof. In 1996 verhuisde ze naar Bamberg. De schoolopleiding sloot zij af met een Amerikaans High-School diploma in Lititz, Pennsylvania in 1998 en in 2000 met het eindexamen aan het Franz-Ludwig-Gymnasium Bamberg uit. Vervolgens studeerde Gomringer Engels, Duits en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Bamberg, waar ze afstudeerde in 2006. In 2010 nam Gomringer de leiding over van het internationale Künstlerhaus Villa Concordia in Bamberg  Naar aanleiding van een bundel in eigen beheer kreeg de Grupello Verlag Dusseldorf belangstelling voor het werk van de debutante en in 2002 verscheen haar bundel “Sikbentrennung”. Sindsdien zijn er zeven dichtbundels en een boek met essays en tal van afzonderlijke publicaties verschenen. Bovendien werkt Gomringer werkt op verschillende manieren met muzikanten en beeldend kunstenaars samen. Vertalingen verschenen in het Zweeds, Frans, Wit-Russisch, Engels, Noors, Spaans, Amerikaans Luxemburgs, Nederlands, Bretons en Farsi. In 2013 was de eerste voorstelling van de opera “Drei fliegende Minuten” met een libretto van Gomringer. Sinds 2010 werkt de A-Cappella formatie Wortart Ensemble met teksten uit het werk Nora Gomringer en sinds 2011 werkt Nora Gomringer met de vijf zangeressen samen op het podium. Het programma "Nora Gomringer meest Wortart Ensemble" was uitgenodigd om de 50ste verjaardag van het Goethe Instituut in Torono te vieren. Tussen 2001 en 2006 maakte Gomringer eveneens deel uit van de poetry slam scène in Duitsland. In 2015 deed zij succesvol mee aan de Ingeborg Bachmann Wettbewerb.

 

Liebesrost

Über Nacht
Hast du oxidiert
Neben mir

Hast auf mich reagiert
Bist rostig geworden
Du sagst
Golden
Ich lecke an deinem Hals
Du schmeckst wie der
Wetterhahn

 

 

Mann in Luzern

Um 2 Uhr nachts noch am Geländer gesichtet, um
2.01 in die Reuss gesprungen.
Sagen alle im Ort: hat sich zu ihr gelegt.
Voller Sehnsucht der Mann. War die Reuss eine Schö-
ne mit langem Haar, flüsterndem Mund und weiten
Armen. War der Mann trunken von Flaschengeistern,
ließ sich nicht binden an einen Mast, hat das Wachs in
den Ohren der Welt nicht ertragen, holt er Atem, trinkt
die Küsse bis die Lungen platzen, das Herz sich ver-
schlägt, das Hirn nur noch schwimmt. Flüstert die
Reuss von dem Mann, der sie liebt, den sie wäscht,
den sie nimmt, wohin sie kann.

 

 1890039-f7a3e132b8f4673731bc41faab8b1383.jpg
Nora Gomringer (Neunkirchen an der Saar, 26 januari 1980)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten