Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 februari 2016 tot 3 februari 2016

Georg Trakl, Paul Auster, Jan Willem Holsbergen, Henning Mankell, Richard Yates, Gertrude Stein, Michael Scharang, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Traumwandler

Wo bist du, die mir zur Seite ging,
Wo bist du, Himmelsangesicht?
Ein rauher Wind höhnt mir ins Ohr: du Narr!
Ein Traum! Ein Traum! Du Tor!
Und doch, und doch! Wie war es einst,
Bevor ich in Nacht und Verlassenheit schritt?
Weißt du es noch, du Narr, du Tor!
Meiner Seele Echo, der rauhe Wind:
O Narr! O Tor!
Stand sie mit bittenden Händen nicht,
Ein trauriges Lächeln um den Mund,
Und rief in Nacht und Verlassenheit!
Was rief sie nur! Weißt du es nicht?
Wie Liebe klang's. Kein Echo trug
Zu ihr zurück, zu ihr dies Wort.
War's Liebe? Weh, daß ich's vergaß!
Nur Nacht um mich und Verlassenheit,
Und meiner Seele Echo – der Wind!
Der höhnt und höhnt: O Narr! O Tor!

 

Sommer

Am Abend schweigt die Klage
Des Kuckucks im Wald.
Tiefer neigt sich das Korn,
Der rote Mohn.

Schwarzes Gewitter droht
Über dem Hügel.
Das alte Lied der Grille
Erstirbt im Feld.

Nimmer regt sich das Laub
Der Kastanie.
Auf der Wendeltreppe
Rauscht dein Kleid.

Stille leuchtet die Kerze
Im dunklen Zimmer;
Eine silberne Hand
Löschte sie aus;

Windstille, sternlose Nacht.

 


De treden van de waanzin…

De treden van de waanzin in zwarte kamers,
De schimmen der ouden onder de open deur,
Wanneer helians ziel in de rozige spiegel zichzelf bekijkt
En sneeuw en melaatsheid van zijn voorhoofd glijden.

Aan de wanden zijn de sterren uitgedoofd
En de witte gestalten van het licht.

Aan het tapijt ontstijgt gebeente der graven,
Het zwijgen van verweerde kruizen op de heuvel,
De zoetheid van wierook in de purperen nachtwind.

O jullie gebroken ogen in zwarte monden,
Wanneer de nakomeling in tere waanzin
Eenzaam het donkerder einde overpeinst,
De stille God de blauwe oogleden over hem neerslaat.

 

Vertaald door Frans Roumen



 1872779-331a63aea39a6bf832d669ac738623d6.jpg
Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Georg Trakl im Garnisionsspital door Bernhard Brungs, 2007

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Paul Auster werd geboren op 3 februari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor Paul Auster op dit blog.

 

Spokes

Roots writhe with the worm-the sift
Of the clock cohabits the sparrow's heart.
Between branch and spire-the word
Belittles its nest, and the seed, rocked
By simpler confines, will not confess.
Only the egg gravitates.

In water~my absence in aridity. A flower.
A flower that defines the air.
In the deepest well, your body is fuse.

The bark is not enough. It furls
Redundant shards, will barter
Roch for sap, blood for veering sluice.
While the leaf is peeked, brindled
With air, and how much more, furrowed
Or wrapped, between dog and wolf,
How much longer will it stake
The axe to its gloating advantage?

Nothing waters the bole, the stone wastes nothing.
Speech could not cobble the swamp,
And so you dance for a brighter silence.

 

 1872779-5d12fccc9b7784c3fbaff97eeabffa99.jpg
Paul Auster (Newark, 3 februari 1947)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Willem Holsbergen werd geboren in Rotterdam op 3 februari 1915. Zie ook alle tags voor Jan Willem Holsbergen op dit blog.

Uit: Tussen melk en bitter

“Vanavond zette ik na de aardappelsla met warme worst Petrouchka op. In dat ballet heb ik Angelique het laatst zien dansen voor ze met de groep naar Engeland vertrok. Na de voorstelling keken wij elkaar op een afstand aan of we vreemden waren. Mijn vader was er, oom Herbert en Mischa die ik nog nauwelijks kende. Hij viel me op als iemand die je niet kunt negeren, zeker op het toneel niet. Iemand naar wie je onmiddellijk moet kijken als hij opkomt. ‘Présence’ heet dat. Wel dat had hij.
De volgende dag bracht ik haar naar de boot, met alle ouders, vriendinnen en vrienden. Als afscheid kuste ze me op de mond en stak haar tong tussen mijn tanden. De Laatste Kus. Nog één keer kreeg ik het gevoel als een raket door het luchtruim te schieten. De romance, duurde bijna twee jaar. Heel gek, na die eerste kus had ik ineens een meisje en mijn hele leven veranderde. Al gauw liefkoosden we elkaar als we maar even de kans kregen. Angelique gaf een hele voorstelling van verkleedpartijen: maillot uit, in d'r nakie en de tutu aan. Ze wilde nooit dat ik haar dan aanraakte. Het maakte me opgewonden en wanhopig, totdat ze me troostte en ik haar kleine borsten die precies in mijn handen pasten streelde. Nooit lang, ze weerde me dan af.
Ook in de vakantie waren we doorlopend samen en kropen bij elkaar in bed, zonder dat het er ooit van kwam. Zij ging met ons mee naar een hotel in de Ardennen. 's Avonds sloop ik naar haar kamer zoals duizenden gelieven voor mij al gedaan hebben. Hebben gedaan - het zal nu zelden meer nodig zijn. Het is geen zonde, geen schande meer. Het zou je tegenwoordig zelfs kwalijk genomen worden als je niet in de kamer van je liefje slaapt. Angelique sliep in mijn armen en doordat ik altijd - toen ook al - om half zeven wakker word was ik steeds op tijd in mijn eigen kamer terug. 't Is nooit uitgekomen.
Het ging iets moeilijker toen Els en ik bij haar ouders in het vakantiehuisje aan de Friese meren logeerden. Het huis, geheel van hout, was gehorig. Elke plank, elke deur kraakte of piepte en een oliespuitje hielp alleen voor de deurscharnieren.”

 1872779-2fd11e7a8ade3e89aa15754e9e620ed3.jpg
Jan Willem Holsbergen (3 februari 1915 – 20 mei 1995)
Hier met letterkundige Garmt Stuiveling

 

 

De Zweedse schrijver Henning Mankell werd geboren in Stockholm op 3 februari 1948. Hij woont afwisselend in Mozambique en in zijn vaderland Zweden. Zie ook alle tags voor Henning Mankell op dit blog.

Uit: The Man From Beijing (Vertaald door Laurie Thompson)

„It was the ninth and final day of his journey. It had been made possible by a scholarship enabling him to study deserted villages and other small settlements that were being depopulated. He had come as far as Hudiksvall and had one hamlet left to photograph. He had chosen this particular one because an old man who lived there had read about his project and sent him a letter. Höglin had been impressed by the letter and decided that this was the place for him to conclude his study.
He got up and opened the curtains. It had snowed during the night and was still gray, the sun not yet risen. A bundled-up woman was cycling past in the street below. Karsten considered her and wondered how cold it was. Negative five degrees Celsius, possibly negative seven.
He dressed and took the slow-moving elevator down to reception. He had parked his car in the enclosed courtyard behind the hotel. It was safe there. Even so, he had taken all his photographic equipment up to his room, as was his practice. His worst nightmare was to come to his car one day and find that all his cameras had vanished.
The receptionist was a young girl, barely out of her teens. He noticed that her makeup was slapdash and gave up on the idea of complaining about the bed. After all, he had no intention of ever returning to the hotel.“

 

 1872779-0d80ca9dc54de0566ca81e9e1a1ba683.jpeg
Henning Mankell (Stockholm, 3 februari 1948)

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Yates werd geboren op 3 februari 1926 in Yonkers, New York. Zie ook alle tags voor Richard Yates op dit blog.

Uit: Revolutionary Road

“Her name was April Wheeler, and she caused the whispered word "lovely" to roll out over the auditorium the first time she walked across the stage. A little later there were hopeful nudges and whispers of "She's good," and there were stately nods of pride among the several people who happened to know that she had attended one of the leading dramatic schools of New York less than ten years before. She was twenty-nine, a tall ash blonde with a patrician kind of beauty that no amount of amateur lighting could distort, and she seemed ideally cast in her role. It didn't even matter that bearing two children had left her a shade too heavy in the hips and thighs, for she moved with the shyly sensual grace of maidenhood; anyone happening to glance at Frank Wheeler, the round-faced, intelligent-looking young man who sat biting his fist in the last row of the audience, would have said he looked more like her suitor than her husband.
"Sometimes I can feel as if I were sparkling all over," she was saying, "and I want to go out and do something that's absolutely crazy, and marvelous..."
Backstage, huddled and listening, the other actors suddenly loved her. Or at least they were prepared to love her, even those who had resented her occasional lack of humility at rehearsals, for she was suddenly the only hope they had.

 

 1872779-33fcf8b508f6ebc8f6dc3adaaeef7ed0.jpg
Scene uit de film uit 2008 met Leonardo DiCaprio

 

The leading man had come down with a kind of intestinal flu that morning. He had arrived at the theater in a high fever, insisting that he felt well enough to go on, but five minutes before curtain time he had begun to vomit in his dressing room, and there had been nothing for the director to do but send him home and take over the role himself.
The thing happened so quickly that nobody had time to think of going out front to announce the substitution; a few of the minor actors didn’t even know about it until they heard the director’s voice out there in the lights, speaking the familiar words they’d expected to hear from the other man. He was doing his fervent best and delivering each line.“

 

 1872779-c7d712d34055a4bf86fb8a612861de8d.jpg
Richard Yates (3 februari 1926 – 7 november 1992)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein werd geboren op 3 februari 1874 in Allegheny (Pennsylvania). Zie ook alle tags voor Gertrude Stein op dit blog.

 

Stanzas In Meditation: Stanza XV

Should they may be they might if they delight
In why they must see it be there not only necessarily
But which they might in which they might
For which they might delight if they look there
And they see there that they look there
To see it be there which it is if it is
Which may be where where it is
If they do not occasion it to be different
From what it is.
In one direction there is the sun and the moon
In the other direction there are cumulus clouds and the sky
In the other direction there is why
They look at what they see
They look very long while they talk along
And they may be said to see that at which they look
Whenever there is no chance of its not being warmer
Than if they wish which they were.
They see that they have what is there may there
Be there also what is to be there if they may care
They care for it of course they care for it.
Now only think three times roses green and blue
And vegetables and pumpkins and pansies too
Which they like as they are very likely not to be
Reminded that it is more than ever necessary
That they should never be surprised at any one time
At just what they have been given by taking what they have
Which they are very careful not to add with
As they may easily indulge in the fragrance
Not only of which but by which they know
That they tell them so.


 1872779-35b316e6207f13f127161e945cb03013.jpg
Gertrude Stein (3 februari 1874 – 27 juli 1946)
Portret door Francis Picabia, 1937 of later

 

 

De Oostenrijkse schrijver Michael Scharang werd geboren in Kapfenberg in de provincie Steiermark op 3 februari 1943. Zie ook alle tags voor Michael Scharang op dit blog.

Uit: Komödie des Alterns

„Sie hätten es als himmlisch empfunden, einmal, ein einziges Mal in diesen höllischenAugust- und Septemberwochen des Jahres 2001 in einen Schlaf zu fallen, der länger währte als zwei Stunden. Aber auch dieser Kurzschlaf war nur eine Art Ohnmacht, randvoll noch dazu mit Alpträumen. Erwachten sie daraus, war es ein Aufschrecken, das den Körper von der Matratze katapultierte und ihn neben das Bett auf den Fußboden warf. Als sie später darüber sprachen, konnten sie es nicht fassen, dass jedem das Gleiche widerfahren war: von einem Alptraum aus demSchlaf gerissen zu werden und, wach geworden, neben dem Bett sich wiederzufinden. Danach aber waren sie erst recht mit einem Alptraum konfrontiert, dem schrecklichsten:der Wirklichkeit ihrer, wie sie meinten, für immer zerbrochenen Freundschaft.
Der Österreicher, er hieß Heinrich Freudensprung, wusste nicht, in welchem Zustand der Freund sich befand, sprach vom Ende seines Lebens, halblaut sprach er in sich hinein, dass er diese Pein keinen Tag länger ertrage. Der Ägypter mit Namen Zacharias Sarani, der seinerseits nicht ahnte, wie es dem Freund erging, fühlte sich sterbenselend. So könne er nicht leben. Der September war noch nicht zu Ende – der Monat, in welchem unweit des Hauses, in dem der Österreicher wohnte, im südlichen Teil Manhattans, die beiden höchsten Gebäude New Yorks nach Anschlägen zusammenstürzten; die Nachricht darüber kam ihm zwar zu Ohren, sein Verstand, vom eigenen Unglück zerrüttet, vermochte sie jedoch nicht aufzunehmen –, der September war noch nicht zu Ende, als die beiden Freunde, gegen ihre Absicht, wie jeder betonte, doch wieder mitein-ander sprachen, wenn auch nur am Telefon.“

 

 1872779-32bac6afbb3086b777f0cfe02692897e.jpg
Michael Scharang (Kapfenberg, 3 februari 1943)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

psalm 150
(wer alles hat, lobt gern)

1 ja, es hallt, hoch jauchzt gelobtes, füllt das zelt mit blau, aber lullt
es ein, wenn es nur das grosse herausstellt, wenn es hoch weist, weite, die
nie naht, und, eben diese ganz ist.

2 hoch jauchzt das, was sich im lob zusammentut, ist immer nur eins, jede
tat herrlich, schafft (an) und hebt (nicht) auf, was sich als unterschied
gibt: schöpfung, die macht (in ihn).

3 hoch jauchzt nicht nur der mund, alles, was dient, blech, schrift,
papier, saite - posaunt, schreibt, zitiert, tönt weiter, es.

4 hoch jauchzt, seis trommel oder mund, alles dreht sich um seine seite im
kreis, schlag wie pfiff.

5 hoch jauchzt auch der dunkelste stahl, wird hell, klingt wohl
(zimbelgebimbel).

6 alles jauchzt hoch, was den atem hat, lang und hält an (ihn), hallt, aber
lullt es ein!

 

 1872779-8f41e9fdd51df9019ca246ea96549f28.jpg
Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2015 en ook mijn blog van 3 februari 2013 deel 1 en ook deel twee en eveneens deel drie.

 

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Katja Petrovskaya

De Oekraïens-Duitse schrijfster, literatuurwetenschapster en journaliste Katja Petrovskaya werd geboren op 3 februari 1970 in Kiev. Zij studeerde literatuur en Slavische studies aan de Universiteit van Tartu (Estland). 1994-1995 ging ze met een subsidie ​​van de American Council of Teachers of Russian (ACTR) naar de Stanford University en de Columbia University en promoveerde in 1998 aan de Universiteit van Moskou met een proefschrift over de poëtica van het proza ​van Vladislav Chodasevitsj. In 1999 verhuisde zij naar Berlijn om als journaliste voor diverse Russische media te werken, maar zij, publiceerde ook in Duitse kranten, zoals de Neue Zürcher Zeitung en taz. Voor de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung (FAS), schrijft ze sinds 2011 de column "Die westöstliche Diva". Zij woont met haar man en twee kinderen in Berlijn. In 2013 werd zij uitgenodigd door Hildegard Elisabeth Keller om deel te nemen aan de competitie voor de Ingeborg Bachmann Preis en zij won de hoofdprijs met een fragment uit haar werk “Vielleicht Esther”. Het vertelt het over uitroeiing van de Joden in Kiev door de nazi’s door middel van het verhaal van Esther, die vergelijkbaar is met haar overgrootmoeder, die in 1941 werd weggevoerd uit Kiev en die bij het bloedbad van Babi Yar vermoord werd. In 2015 ontving ze de Premio Strega Europeo. In oktober 2015 realiseerde zij in het International Research Center for Cultural Studies in Wenen, een project met de werktitel "Alles wat het geval is" over de foto's, en hoe de kijkers deze zien.

Uit: Vielleicht Esther

„Es wäre mir lieber, ich müsste meine Reisen nicht hier beginnen, in der Ödnis um den Bahnhof, die immer noch von der Verwüstung dieser Stadt zeugt, einer Stadt, die im Lauf siegreicher Schlachten zerbombt und ruiniert worden war, als Vergeltung, so schien es mir, denn von dieser Stadt aus war der Krieg gesteuert worden, der tausendfach Verwüstung verursacht hatte, weit und breit, ein endloser Blitzkrieg auf eisernen Rädern, mit eisernen Flügeln. Das ist nun so lange her, dass diese Stadt zu einer der friedlichsten Städte der Welt geworden ist und diesen Frieden fast aggressiv betreibt, als eine Form der Erinnerung an den Krieg.
Der Bahnhof wurde vor kurzem in die Mitte dieser Stadt gebaut, und trotz des Friedens war der Bahnhof unwirtlich, es war, als verkörpere er all die Verluste, die mit keinem Zug einzuholen sind, einer der unwirtlichsten Orte in unserem kreuz und quer vereinigten und doch sehr begrenzten Europa, ein Ort, an dem es immer zieht und wo sich der Blick auf eine Ödnis öffnet, ohne dass sich ihm Gelegenheit bieten würde, in einem städtischen Dickicht hängenzubleiben, auf etwas zu ruhen, bevor man wegfährt von hier, aus dieser Leere inmitten der Stadt, die keine Regierung füllen kann, mit keinen großzügigen Bauten und keinen guten Absichten.
Es zog auch dieses Mal, als ich am Bahnsteig stand und wieder die Großbuchstaben Bombardier Willkommen in Berlin unter dem Bogen des geschwungenen Daches mit dem Blick abtastete, die Umrisse befühlte, gelangweilt, aber doch wieder erstaunt über das Gnadenlose dieses Willkommens. Es zog, als ein älterer Herr sich mir näherte und mich nach Bombardier fragte
Man denke sofort an Bomben, sagte er, an Artillerie, an diesen schrecklichen, unbegreiflichen Krieg, und warum gerade Berlin so grüßen solle, diese schöne, friedliche, zerbombte Stadt, die sich all dessen bewusst sei, es könne doch nicht wahr sein, dass Berlin Ankommende wie ihn mit diesem Wort in Großbuchstaben sozusagen bombardiere, und was heißt hier Willkommen, wer genau soll hier bombardiert werden und womit.“

 

 1887319-622c667a7ead22f24a664570ea23e006.JPG
Katja Petrovskaya (Kiev, 3 februari 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Else Kemps

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres Else Kemps werd geboren in Malden in 1995. Kemps is zo rond haar negende begonnen met het schrijven van odes aan een onbereikbare jeugdliefde. Inmiddels studeert ze Creative Writing aan Artez Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Het liefst schrijft ze over jongeren die gemiddeld drie keer per week een grens overgaan, sporadisch ook over dode cavia’s in een sokkenla.

 

Zilvervisjes

we kozen voor een bestaan buiten alle atlassen om.

de dag duurt van boven tot onder onze kleren
en van alles dat tikt zullen we zeggen dat het ijlt.

dit is wat we nog zullen bereiken: de bodem
van een fles, een climax samenvallend met de klokken
van een naamloze kerk en een tweetal records:

flauwste woordgrap, grootste aantal zilvervisjes
ooit gestorven in een douche.

er is geen levensbehoefte die we niet verwaarloosd hebben.
lust vervangt slaap vervangt honger, naakt discussiëren we
over hoe een oorlog zich beweegt.

ze sluipt, zeg jij, ze kan al onderweg zijn
en ik denk als een koortsdroom: dat ze opkomt
en weer afzwakt en dat nachtenlang.  

wat we beiden zeker weten: als we fluisteren
gaat ze aan ons voorbij.

 

 1872992-1fe490c6ef4cfd10e8caf42518dfc5f7.jpg
Else Kemps (Malden, 1995)





Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hella Haasse, Norbert Bugeja, Esther Gerritsen, James Joyce, Kees Torn, Eriek Verpale, Santa Montefiore

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit De verborgen bron

"Ik heb mijn onrust, mijn onbehagen, trachten te sussen; blijkbaar ben ik al die jaren lang de waarheid stelselmatig uit de weggegaan. Ik ken je níét, Rina. Je bent mijn vrouw, wij hebben acht jaar onder hetzelfde dak gewoond, tafel en bed gedeeld; maar ik ken je niet, ik weet minder van jouw wezen dan van de schim van haar die je moeder is geweest.Jij bent een vreemde voor mij. Ik geef mij rekenschap van iets, dat ik, onbewust, al gevoeld moet hebben, telkens wanneer ik in jouw tegenwoordigheid overrompeld werd door het besef onverklaarbaar, ondraaglijk eenzaam te zijn. Je liep heen en weer, bezig met huishoudelijk werk, je zat voor je spiegel, je stond gebogen over de gasvlam in het laboratorium; ik was bij je, ik kon je aanraken, je zou antwoorden wanneer ik tegen je sprak, maar toch was ik alleen."
(…)

"Dit is, voor zover ik het mij herinneren kan, de geschiedenis van Arethusa, de nimf die in een bron veranderde. Zij behoorde tot het gevolg van Artemis, de godin van de jacht en van de maan. Eens daalde Arethusa af in de golven van de rivier de Alpheus om daar te baden. De stroomgod zag haar en begeerde haar. Zij vluchtte, maar de rivier trad uit zijn bedding om haat te achtervolgen. Arethusa, bevreesd voor de hartstochtelijk schuimende stortvloed, riep haar meesteres aan, de kuise eenzame Artemis, De godin veranderde haar in een bron, maar ook in die gedaante herkende haar Alpheus. Door een spleet in de rotsachtige bodem verdween de bron in ondergrondse spelonken. zo meende zij te kunnen ontkomen aan eenwording met de wilde stroom. zij baande zich een weg door de duisternis van de onderwereld; maar toen zij, na een eindeloze zwerftocht, weer te voorschijn sprong uit de grond, vond zijn daar Alpheus, de rivier, die haar gevolgd was door de grotten van de hades.

 

 1872423-8fd38a76918d904b06a7ae2f0e9f657b.jpg
Hella Haasse (2 februari 1918 - 29 september 2011)

 

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

Via fori imperiali, after the concert
(bookends theme)

Some 30 metres away,
a pit of couples kissing in the darkness of acacias
which divides us, in the mischievous city
dusting scooters from its face
to clear her vision,
we gazed at each other's silence
and decided to break it
with the same bundle of smoke-filled breaths ...

Time it was,
and what a time it was, it was:

And even the moon, damn it, which loves to take the piss
pretending its a new foetus huddling in the night,
has stripped naked tonight
and chased the darkness with its moonie,

a time of innocence,
a time of confidences —

We raised our palms and were stunned
because they chanced to be of the same hue
and like the bodies of the ruins all lit up,
like Garfunkel's hair weaving through the crowd
searching for the muse who has escaped.

long ago it must be, I have a photograph

We gazed upon the silence of each other,
and since silence had fallen on the ruins
we realized
that we had better do with our memories
what adults do — discard them
before we got to the first corner

and then tomorrow, we'll see
if in the darkness of the photo-cemetries
we will be able to discover the yellow flower
we bought to please a pakistani
and also to fool each other that one day
we'll cherish one another with the same song ...

meanwhile this street lies down, a spent guitar,
and the moon's found a shrine to hide behind,
and yet this pauper boy who loves you
still rummages
in the bongs and the green bottles for an evening
which welcomes him like home,
which strokes his hair,
which dances and sings to the same story
he found there.

(Preserve your memories, they're all that's left you)

 

 1872423-6f1a31b74eb80698f677565e47ac1257.jpg
Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

 

De Nederlandse schrijfster Esther Gerritsen werd op 2 februari 1972 geboren in Nijmegen. Zie ook ook alle tags voor Esther Gerritsen op dit blog.

Uit: Normale dagen

“Toen ze van de dijk afkwam en hun straat inreed zag ze in de verte iets vreemds op de weg liggen. Enkele meters verderop herhaalde ze in gedachten: Hij ligt op straat. Hij ligt op straat. Mijn grootvader ligt op straat.
Terwijl ze aan kwam fietsen had ze wel iets zien liggen wat op een man leek, maar ze had verwacht dat dat beeld zich op het laatste moment wel zou ontpoppen tot een oude jas, een olievlek, een cementzak. Ze was het gewend dat de catastrofale beelden in haar hoofd door de realiteit werden ontzenuwd. Vertrouwd met het zich verhouden tot de obstakels in haar hoofd. Minder met die uit de praktijk. Maar dichterbij gekomen werd de oude jas die op een man leek haar eigen grootvader. Had ze voor ingebeelde gevaren veel zinnen paraat - formules, bezweringen, geruststellende woorden - voor grootvader op het wegdek kwam er maar één zin: Hij ligt op straat.
Ze liet haar fiets in de berm vallen en knielde naast hem. Hij lag min of meer op zijn zij. Ergens tussen terug op zijn rug vallen en proberen op te staan in. Met zijn handen op het wegdek hield hij zich in evenwicht. Zijn hoed lag naast hem. Zijn kale, bleke schedel stak nogal opvallend af tegen het ruwe grijze asfalt. Als iets wat je alleen binnenshuis hoort te zien en zeker niet zo dicht bij een wegdek. Hij keek niet naar haar op.
‘Opa,’ zei ze, om aan te geven dat zij het was. Haar aanwezigheid leek hem niet te verbazen.
‘Ik moet even opstaan,’ zei hij, alsof ze hem midden in een activiteit aantrof.
‘Ja,’ antwoordde ze.
Hij herhaalde: ‘Ik moet even opstaan,’ liet zo weten heel goed te begrijpen dat hij hier niet op straat hoorde te liggen, en omdat hij dit begreep was er hier dus niets opmerkelijks aan de hand. Lucie deed gehoorzaam mee en vroeg dan ook met enige verbazing in haar stem of hij soms gevallen was. Alsof grootvader nog een andere heel goede reden zou kunnen hebben om hier op straat te liggen, of liever: om hier bezig te zijn met opstaan.
‘Kan je even helpen?’ vroeg hij geërgerd. Ze pakte hem onhandig bij zijn bovenarmen vast en trok hem overeind. Toen hij stond liet ze hem weer los, maar ze bleef voor de zekerheid vlak naast hem staan. Hij bleef overeind. Leek stabiel. Ze pakte zijn hoed van de straat. Hij nam hem trillend aan.“

 

 1872423-e3807c5ab38cfb65154928745f6b331e.jpg
Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972)

 

 

De Ierse schrijver James Joyce werd geboren in Dublin op 2 februari 1882. Zie ook ook alle tags voor James Joyce op dit blog.

Uit: Finnegans Wake

“Oftwhile balbulous, mithre ahead, with goodly trowel in grasp and ivoroiled overalls which he habitacularly fondseed, like Haroun Childeric Eggeberth he would caligulate by multiplicables the alltitude and malltitude until he seesaw by the neatlight of the liquor wheretwin 'twas born, his roundhead staple of other days to rise in undress maisonry upstanded (joygrantit!), a waalworth of a skyerscape of most eyeful hoyth entowerly, erigenating from next to nothing and celescalating the himals and all, hierarchitectitiptitoploftical, with a burning bush abab off its baubletop and with larrons o'to Bigmaster Finnegan, tippler, freeman builder / freemason [Ger. mauer = wall] lived broadly and without constraint in his torch-lit cottage in prehistory, before the Bible was written or enacted [Adam]. (One yesterday / day of yeasty beer drinking he stuck his head [Fr. tete = head] in a tub in order to wash the features of his face / watch his future fate [bobbing for apples], but before he took it out again, by the might of Moses, the very water had evaporated / turned to a viper [the sea parted], and all the Guiness had run out / Genesis people had made their exodus [from Eden/Egypt]; so that ought to show you what a man of the pentateuch / punch-and-judy showman [God] he was!). And during many very odd years he [HCE] in the drinkers' village piled building [Ger: bildung = education] above building on the banks for those who lived by the river / on the banks of the Liffey for the public. He had a little wife [ALP], Annie; he loved/feared the little creature. With her hair in his hands / hare and hounds he took up his partner / stuck his part in her.“

 

 1872423-48e749341fa0cdc8d7c188ba66e10549.jpg
James Joyce (2 februari 1882 – 13 januari 1941)
Portret door Jacques-Emile Blanche, 1935

 

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en cabaretier Kees Torn werd geboren in Oostburg op 2 februari 1967. Zie ook alle tags voor Kees Torn op dit blog.

 

Realist

Toen ik zes werd, kreeg ik allerlei cadeaus
Een spaarpot van mijn oom voor al mijn centen
Die dingen vond ik toen al waardeloos
Maar tante gaf een sprookjesboek met prenten
Het mooist van alles en na veel geblader
Zag ik een draak met ridders in gevecht
En op een zondag vroeg ik aan mijn vader
- Papa? Draken? Bestaan die echt

En mijn vader liet niet eens zijn krantje zakken
Om te zeggen dat die zeker wel bestonden
En nog steeds de onvoorzichtigen verslonden
Die probeerden om de schatten af te pakken
Die die draken altijd in hun grot bewaken
Gouden munten, diamanten en juwelen
Die verbeten drakenvechters wilden stelen
Maar de scherpe klauwen en de sterke kaken
En de vuurstraal overleefde er niet een
Maar dat zei mijn vader niet. Hij zei slechts: Neen

Er kwamen geen verzinsels aan te pas
Hij maakte het niet mooier dan het was

"En trollen papa? Wat zijn trollen?"
Hij bleef rustig in zijn krantje zitten lezen
En vertelde niet hoe zo'n kwaadaardig wezen
Het zo lollig vindt, met kinderen te sollen
Die hij zomaar wegrooft bij gewone lieden
En dan in zijn hol gaat treiteren en plagen
En bespugen, martelen en angst aanjagen
Met zijn lodderoogjes, die geniepig spieden
Daarna vreet hij ze pas op en boert voldaan
Maar mijn vader zei: Die hebben nooit bestaan

Er kwamen geen verzinsels aan te pas
Hij maakte het niet mooier dan het was

En toen ik in mijn sprookjesboek het plaatje van een engel vond
Toen hoorde ik mijn vader zeggen: Dacht je dat dat niet bestond
Nou, kijk dan heel goed om je heen
Want hier in huis, daar is er een
Die als geen ander van je houdt
En van je broertjes allebei
En van je zusje en van mij
Dus, wees maar blij
Dat papa met de liefste engel van de wereld is getrouwd

Maar zoiets heeft mijn vader nooit gezegd
Hij heeft niet eens zijn krantje weggelegd

 

 1872423-bbdb5415f9e7e058158617739dac2469.jpg
Kees Torn (Oostburg, 2 februari 1967)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale werd geboren op 2 februari 1952 te Zelzate. Zie ookook alle tags voor Eriek Verpale op dit blog.

 

Desertie

Vlucht niet. Nog niet.
Ik moet je nog slaan
mijn veel te grote handen kapot
aan jouw smalste verdriet.
Vlucht niet, dit is een bevel,
blijf staan of ik schiet
vol plattegronden.
Want ik zal je zoeken.
Ik kom met honden,
ik onderzoek alle hoeken,
keer dozen vol oude klasfoto’s om,
dring binnen in archieven,
lees je brieven. Voddenrapers
bezorgen mij morgen al je kleren.
Je moet mij nog alles leren:
de taal der dieren, want kijk,
kijk naar de vogels in de lucht,
hoe zelfs zÌj altijd terugkeren,
‘s nachts. Elders te koud.
Dus vlucht niet, maar bewaar mij.
Wat is een gevangene zonder cipier?
Ik wil nog niet vrij. Laat daarom
de deur op een kier.

 

 1872423-cbe9cd61c3d9049cae01ee00c59bb7c7.jpg
Eriek Verpale (2 februari 1952 – 10 augustus 2015)

 

 

De Britse schrijfster Santa Montefiore (eig. Santa Palmer-Tomkinson) werd geboren op 2 februari 1970 in Hampshire. Zie ook alle tags voor Santa Montefiore op dit blog.

Uit:Secrets of the Lighthouse

“Aunt Peg drove on through the town and out the other side. A mile or so further down the coast she took a turning onto a farm track and motored up the hill between grey stone walls and lush green pastures dotted with sheep, until they reached a pair of modest white farmhouses at the top. ‘It’s not much but it’s home,’ she said cheerfully, drawing up in front of the cottage on the left. Ellen was disappointed. She had rather assumed her aunt would have a bigger house. But it was quaint and picturesque with a high thatched roof into which little dormer windows had been cut and painted red to match the door. There were no trees to protect it from the elements, only the low stone wall, and Ellen imagined it had been built stout and sturdy in order to withstand the ferocious winter winds.
The house might have been a disappointment, but when she stepped out and turned around, the view took her breath away. There, twinkling through the evening mist, was the ocean, and right in the middle, looming out of the twilight like a phantom, were the charred remains of a ruined lighthouse. She stood a moment and watched it. The sun had sunk below the horizon and the sparkling lights of Ballymaldoon could be seen way off to the right, blending with the first stars that peeped through the cloud. Slowly the lighthouse faded as the night and fog closed in around it, and then it was gone, as if it had never been there.”

 

 1872423-f761af06e104f56612fa92e63645374e.jpg
Santa Montefiore (Hampshire, 2 februari 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2014 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Willem van Zadelhoff

De Nederlandse dichter en schrijver Willem van Zadelhoff werd geboren in Arnhem op februari 1958. Van Zadelhoff volgde de docentenopleiding van de Arnhemse Toneelschool, waar hij in 1982 afstudeerde. Hij werkte vervolgens onder meer in een galerie, in het theater en als tekstschrijver voor televisie. Hij debuteerde met de roman “Een stoel” in 2003. Met “Holle haven” (2006) haalde hij de longlist van de Libris literatuurprijs 2007. “Ga niet weg is verschenen in de herfst van 2010. Voor zijn dichtbundel “Tijd en landen” werd hem de Herman de Coninckprijs 2009 voor het beste poëziedebuut toegekend. Van Zadelhoff woont afwisselend in Antwerpen en Amsterdam. Voor het Vlaamse dagblad De Standaard was hij recensent Duitse literatuur.

 

Tussen taal en teken

9
nu is de cirkel rond traag tekent het potlood
haar schouder langzaam ontstaat een herinnering
op papier een beeld van lang geleden waarvoor
geen woorden beschikbaar waren dat soort drogredenen
 
ook is nu wat was niet langer meer excuus
ik lees haar ik volg de lijnen van haar mond
met mijn vinger teken ik figuren in de lucht
ik kleed haar omgeving in zacht oranje licht
 
ik trakteer mezelf op verleden ik beuk de waarheid
op papier straks ga ik bloemen strooien op haar graf
luisteren naar dat oorverdovend zwijgen
dat stem gaf aan dat toch nog onverwacht verleden

 

 

Brommertje
 
Het begon langzaam. Iedereen keek gespannen hoe de eerste stralen het gras streelden. De dag verhief zich, zonder haast. Een pastoraal brommertje doorkruiste de stilte. Zonder dat brommertje wisten wij niet hoe stil onze stilte was. En het bracht brood en kaas. Niet iedereen reed op het brommertje. Iedere keer genoot ik weer van het geluid van zijn motortje. Daar had ik genoeg aan. Gisteren hadden we geen brood en kaas nodig. We beseften niet hoe stil het was toen we de zon zagen opkomen. Het was geen dag als alle anderen. Het was zondag.

 

 

 1888629-6dfeaf784b76b49f68646f9fe0258455.jpg
Willem van Zadelhoff (Arnhem, 2 februari 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Lichtmess (Josef Weinheber)

 

Bij Maria Lichtmis

 

1872641-5b5294a85a91b4199069d8d56762f06c.jpg
Presentatie in de tempel door Jan van Scorel, ca 1530

 

Lichtmess

Der Tag weht grau herauf.
Der Schnee vor meinem Fenster
liegt meterhoch zuhauf.

Und heute wird es wieder schnein,
und frieren tut es Stein und Bein —
Ich steh gleich gar nicht auf.

Was braut im nahen Tann?
Es will ein Licht sich rühren,
daß man es spüren kann.
Es wächst der Tag, so kindeljung,
schon gar um einen Hirschensprung —
Ich zieh mich hurtig an.

Will schauen, wie ichs mach.
Zu Lichtmeß Schnee und Finster,
das ist die rechte Sach.
Heraus den Schlitten — Jörg, spann ein,
die Wachsstöck leg mir hinterdrein,
fein unters Wagendach.

Und der da ist der größt.
Und gegen Blitz und Hagel
entzündt, das allerbest.
Mit dem geh ich ums Immenhaus,
und der treibt Sucht und Fieber aus —
So bin ich wohlgetröst.

In Gottes Namen denn!
Du liebe Sonne, scheine,
du gutes Lichtel, brenn!
Steig an und geh mit mildem Schein
ins Jahr, ins dunkle Herz hinein,
daß ich das Heil erkenn.

 

 1872641-1b3270452b5cf33b46229365e9215d13.jpg
Josef Weinheber (9 maart 1892 - 8 april 1945)
Wenen. Josef Weinheber werd in Wenen geboren.

 


Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten