Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 februari 2016 tot 18 februari 2016

Nick McDonell, Robbert Welagen, Bart FM Droog, Maarten Mourik, Huub Beurskens, Gaston Burssens, Charlotte Van den Broeck

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: The End of Major Combat Operations

“Ricky was an interpreter who chain-smoked and always carried several packs of cigarettes. He was generous with his smokes, would shake one out for you each time you reached for your pack. His hands shook when he offered you one, though; Ricky seemed sometimes like he wanted something back. The guys he rode with liked him. He was a source of fun because of his nerves, but he played along with the jokes.
The strangest thing about Ricky was the way he perspired. The guys in the truck agreed that they had never seen anything like it. Ricky dripped. His hair was always damp. When he turned his head quickly, the saltwater sprayed off him. The canvas of his seat in the MRAP was always stained.
Ricky, like most terps, rotated between his company’s platoons, but recently everyone in the 1-12’s Bull company had been seeing more of him than usual. He had moved onto the FOB full time. In fact, he was living on a cot outside one of the lieutenant’s rooms. This particular LT, Drew Masone, was a broad twenty-three-year-old from Levittown, Long Island, distinguished most clearly by his tolerant nature. He only shook his head about Ricky, didn’t say that he was stinking up the hallway even though he was, lying on his cot in his undershirt whenever he wasn’t standing outside, smoking, saying hello too many times.
Most terps went home every couple of weeks. There was, sometimes, joking between them and the soldiers about how the terps could go home and get laid and have a beer up in Kurdistan. The platoons rotated the fortnightly “terp drop,” a boring and simple mission. The terps left their camo behind and piled into the back of the MRAP, often with a small refrigerator or television set or bag of clothes that they had procured in the previous two weeks of patrols. Then the patrol mounted up and drove north to a deserted stretch of road in Kurdistan where a couple of beat-up sedans idled. The terps would quickly dismount and load their stuff into the sedans and speed off down the road. Terp drop was easy and tedious for the GIs, but for the terps it was more important than almost anything else. It was transit between worlds. What if the wrong person saw them? What if they were followed? What if they brought the mayhem and killing back home?”

 

 1879392-4d20303d67491b97def4eeebc576df81.jpg
Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

 

De Nederlandse schrijver Robbert Welagen werd geboren in Dordrecht op 18 februari 1981. Zie ook alle tags voor Robbert Welagen op dit blog.

Uit: Het verdwijnen van Robbert

“Mijn vertrek kwam me plotseling voor als een dwaas idee. Door de roman die ik had gelezen zou ik moeten weten dat het uitvoeren van een dwaas idee zelden beloond wordt met een goede afloop.
O nee, ik ontmoette helemaal geen meisje. Als ik een boek had geschreven over een vijfentwintigjarige jongen op reis, zou ik het wel hebben laten gebeuren. Amoureuze ontmoetingen in treinen, wie kan dat weerstaan?
De negen-tot-vijfdagindeling was nieuw voor me. Mijn vorige leven had weinig structuur en regelmaat gehad. Als schrijver beschikte ik over de mogelijkheid om mijn tijd zelf in te vullen. Die vrijheid had me geen geluk gebracht. Ik zat vaak maar aan mijn bureau op mijn nagels te bijten. Op de meest onmogelijke momenten kreeg ik een inval en noteerde dan een paar zinnen op een briefje.
Tegen mijn uitgeverij zou ik moeten doen alsof het me allemaal nog iets kon schelen; het opbouwen van een oeuvre, een carrière, het verzinnen van een gevatte frase om die later in een kranteninterview afgedrukt te zien.
Mijn leven was geen verhaal meer. Het ontbrak aan ontwikkeling, gebeurtenissen en personages. De plot was tot stilstand gekomen. Er waren alleen maar losse anekdotes en losse gedachten. Over de tijd die ertussen lag, hing een sluier. Als je die zou oplichten, zou er geen leven tevoorschijn komen. Als je de sluier zou oplichten, zou er niets zijn.”

 

 1879392-0c60520fbf702bcee09b795c85120fd4.jpg
Robbert Welagen (Dordrecht, 18 februari 1981)

 

 

De Nederlandse dichter Bart FM Droog werd geboren in Emmen op 18 februari 1966. Zie ook alle tags voor Bart FM Droog op dit blog.

 

Vette engel
op Ilja Leonard Pfeijffer

En zie, er kwam een vette engel
naakt uit zijn ivoren kaartenhuis
parmantig stapte hij voort

'ziet', sprak hij, 'mijn kleren
zijn ze niet mega-fraai?
o, in kleuren lila-lente!'

het volk, beschaamd
door dit akelig gezicht
zweeg, liet de engel in extase

nu danste hij en sprong
op naar de sterren, zong
van 'zinken zonk zingen!'

maar toen de regen kwam
en kilte kwabben deed swingen
zwol de engel en smolt.

 


Laatst, toen ik te Leiden

Laatst, toen ik te Leiden
naar mijn dode vader ging
luisteren oftie nog wat
te zeggen had

dat in die nachten
in repeterende emissies
op golven wijn
verzwegen was

zei hij het anders
kleurlozer en
nog minder
in de rede te vallen.

 

 1879392-e1229eb8a395725b95b0fa23679844d3.jpg
Bart FM Droog (Emmen, 18 februari 1966)

 

 

De Nederlandse dichter, publicist en diplomaat Maarten Mourik werd geboren in Streefkerk op 18 februari 1923. Zie ook alle tags voor Maarten Mourik op dit blog.

 

Van Dale en de dood

Blijkens onze grote Van Dale
zijn er zo’n honderdvijfentwintig
variaties op het thema ‘dood’:
je kunt op tientallen manieren dood gaan,
dood zijn, dood maken of op een andere manier
met de dood van doen hebben -

Alleen, in de praktijk van alledag
schijnt er maar één relatie mogelijk:
ook daar is ’t eerste en het laatste woord:
de dood - doodzwijgen.

 

Christelijke feestdagen

Ik geloof het wel,
de supermarkt van
de goddelijke geboorte
en de gekleurde eieren
van de opstanding:
maar wat ik wel geloof
dat is de Goeie Vrijdag,
ook voor Pilatus de waarheid;
moeten we er niet
allemaal aan geloven?

 

 1879392-647a25fb19a901228a0a071abd658d2f.jpg
Maarten Mourik (18 februari 1923 - 30 september 2002)
Streefkerk, Hervormde kerk 

 

 

De Nederlandse dichter,vertaler en schilder Huub Beurskens is geboren in Tegelen op 18 februari 1950. Zie ook alle tags voor Huub Beurskens op dit blog.

Uit: Buitenwegen (Herfst in Rome)

“Het zijn beslist geen toeristen. We wagen ons weer wat dichterbij. We horen een gesprek tussen een dame en een heer, die we iets ouder dan zestig schatten. De anderen zijn, net als wij, een en al aandacht, de man in het gras schijnt iets te gaan noteren. We horen nu de oudere heer, hij heeft een baard en zijn neusbeen is ingedeukt: ‘Er zijn overal schilders die geen schilders zijn. Maar daar de meeste mensen niet nadenken en altijd mooi vinden wat ze eigenlijk zouden moeten verafschuwen en dat wat lof verdient afkeuren, is het niet zo vreemd dat ze het altijd mis hebben wat de schilderkunst betreft, een kunstvorm die veel inzicht verlangt, want zonder te kunnen oordelen of te argumenteren verstaan ze onder een schilder zowel iemand die alleen maar met olieverf en penselen staat te zwaaien als ook de illustere schilder die pas na vele jaren geboren wordt - en dat laatste beschouw ik als een bijzonder grote gebeurtenis...’
Dat is Michelangelo die het woord heeft! Dan moet het oktober 1538 zijn. Een van zijn ontmoetingen met de dichteres Vittoria Colonna, die dame daar, markiezin van Pescara. Ze hebben elkaar voor het eerst ontmoet in '36 en geven veel om elkaar. Het is te zien. En die jongere man daar, met zijn notitieboekje, is Francesco de Hollanda, een Portugees miniatuurschilder, Michelangelo's Eckermann.
Ook vandaag heeft de meester hoogstwaarschijnlijk weer aan de muur in de Sixtijnse Kapel gewerkt. Hoe ver zal hij gevorderd zijn? Bovenin begonnen, ongetwijfeld. De twee wolken van vleugelloze engelen die, alsof ze er tegen strijden, de folterwerktuigen, kruis, doornenkroon, pilaar en riet, dragen. Maar groeit het al naar beneden, trekt het daar al onweerstaanbaar naartoe? Niet al op de muur, maar in Michelangelo's hoofd en leden? Draagt hij het al mee, ook hier, gezeten in de herfstzon op het muurtje van de kruisgang?”

 

 1879392-e361fca71796447bac715cf537821ad6.jpg
Huub Beurskens (Tegelen, 18 februari 1950)
Vittoria Colonna door Sebastiano del Piombo, c. 1520

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Gaston Burssens werd geboren in Dendermonde op 18 februari 1896. Zie ook alle tags voor Gaston Burssens op dit blog.

 

Korte zwerftocht

In dezen zomeravond valt de regen koud
in dezen zomeravond
staat het ruiterstandbeeld in den regen koud
één glimmende schim van schimmel en van ruiter
van ruiter en van ros fosforescent van groene schimmel
op grond van donkere boomen aan den zoom van 't bosch
 
In dezen zomeravond valt de regen koud
en waar gij ook uw stappen zet
al op de stoepen van een duister huis
daarin wellicht geen wezen woont
schuift van uw lijf uw schaduw weg in 't schuwe licht.
 
Keert gij nu huiswaarts
gij zet uw tred in 't zog van 't schip
de schim van 't schip dat om uw schaduw zeilt
- thans zeilt de tram het ruiterstandbeeld om -
en waar zoo juist het ruiterstandbeeld glom
glijdt een oneindigheid aan 't einde van uw zwerven
in 't zwaluwzwenken om de koele kom.

 

 1879392-4af1f775ecd86bd1eb42eab9b5af0f20.jpg
Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)
Portret van Gaston Burssens met hoed door Jan Burssens, 1970

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck werd in 1991 geboren in Borgerhout. Zie ook alle tags voor Charlotte van den Broeck op dit blog.

 

Vissen

Verzuim me niet, ik word daar bedlegerig van
een hoopje nalatigheid onder nieuwe lakens
en toch lijken de lakens beslapen terwijl ik
hier al nachten niet kan aarden.
Voorbij de kastanjes rusten onze benen
dit zwemmen leek wel eeuwig.

Twee vissen zonder taal, in een water
met enkel zuurstofbellen als proviand
in kieuwen opgeslagen
van toen we nog menselijk waren.
Spierwit,
onze benen voorbij de kastanjes,
waar ze als opblaasbootjes aflaten
dit zwemmen leek wel eeuwig.

Verroer je niet, de nachtreiger
zweeft boven dit water, zijn snavel
priemt als de zon door dit water.
Wij, wij voelen nauwelijks warmte,
wij, wij kennen geen bloed door geen aders,
de nachtreiger zweeft boven dit water
hoe lang nog, hoe ver nog
dit zwemmen leek wel eeuwig.

 

 1879392-d66a8ad85a9520d490d0f5d2b1bb362f.jpg
Charlotte Van den Broeck (Borgerhout, 1991)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2015 en ook mijn blog van 18 februari 2012 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Yevgeni Grishkovetz Chaim Potok, Mo Yan, Frederik Hetmann, Shahrnush Parsipur, Emmy Hennings

De Russische schrijver, regisseur en acteur Yevgeni Grishkovetz werd geboren op 17 februari 1969 in Kemerovo. Zie ook alle tags voor Yevgeni Grishkovetz op dit blog.

Uit:How I Ate the Dog

“They got out at every station and walked around the platform with an old cassette player, glancing to the sides, meaning – Are they looking at us or not?  Aha…they’re looking!  Very good!  I was surprised at the time by how their sailor hats stayed on the back of their heads, it was obvious that they should have fallen off, but they stayed on, all the same…. Without any sense of idiotic metaphor, they hung like haloes….  I only found out later, how they stayed on… sailor hats.  And that there’s no secret, they simply stay on, and that’s it.
The sailors were entertaining….  We came up to them with questions about how it is, and they gladly told us how…: “Well, we went through La Pérouse Strait, then we went to Cam Ranh, we stopped there…, then we went to New Zealand and they didn’t let us come ashore, but in Australia they let us come ashore, but only the officers went and…”
And I was thinking: “Geeeeee whiz… After all I studied English in school…  Why?”  Well, there were countries where they speak this language, there was Europe, well somewhere there… Paris, London, you know, Amsterdam, there were those, and leave it at all that.  What’s it to me?  They sometimes vaguely disturbed you in that they nevertheless kind of existed…, but they didn’t draw out any concrete desire.  The world was huge, like in a book….
And these sailors had been, my God, in Australia, New Zealand….  And the same awaits me, just put me in that same uniform….  And little by little, already quickly, the train takes us to Vladivostok, and there is still a little left – and some sort of sea, some sort of countries….  Reluctance!!!!  Because even though I didn’t know anything concrete, I suspected that, well, of course, it wasn’t quite that simple, Australia, New Zealand, and still some other place like that, the essential of what I didn’t want to know, of what I was afraid, of what I was very afraid  and what would very soon come up… without fail….“

 

 1878867-e928f7f069d8c30dc96ad8bbed2cb096.jpg
Yevgeni Grishkovetz (Kemerovo, 17 februari 1969)

 

 

De Amerikaanse schrijver Chaim Potok werd geboren in New York City op 17 februari 1929. Zie ook alle tags voor Chaim Potok op dit blog.

Uit: The Chosen

“Every Orthodox Jew sent his male children to a yeshiva, a Jewish parochial school, where they studied from eight or nine in the morning to four or five in the evening. On Fridays the students were let out at about one o’clock to prepare for the Shabbat. Jewish education was compulsory for the Orthodox, and because this was America and not Europe, English education was compulsory as well–so each student carried a double burden: Hebrew studies in the mornings and English studies in the afternoons. The test of intellectual excellence, however, had been reduced by tradition and unvoiced unanimity to a single area of study: Talmud. Virtuosity in Talmud was the achievement most sought after by every student of a yeshiva, for it was the automatic guarantee of a reputation for brilliance.
Danny attended the small yeshiva established by his father. Outside of the Williamsburg area, in Crown Heights, I attended the yeshiva in which my father taught. This latter yeshiva was somewhat looked down upon by the students of other Jewish parochial schools of Brooklyn: it offered more English subjects than the required minimum, and it taught its Jewish subjects in Hebrew rather than Yiddish. Most of the students were children of immigrant Jews who preferred to regard themselves as having been emancipated from the fenced-off ghetto mentality typical of the other Jewish parochial schools in Brooklyn.
Danny and I probably would never have met–or we would have met under altogether different circumstances–had it not been for America’s entry into the Second World War and the desire this bred on the part of some English teachers in the Jewish parochial schools to show the gentile world that yeshiva students were as physically fit, despite their long hours of study, as any other American student. They went about proving this by organizing the Jewish parochial schools in and around our area into competitive leagues, and once every two weeks the schools would compete against one another in a variety of sports. I became a member of my school’s varsity softball team.”

 

 1878867-32c8fb72be05528bb796a67a1292b9b2.jpg
Chaim Potok (17 februari 1929 – 23 juli 2002)
Cover

 

 

De Chinese schrijver Mo Yan werd geboren op 17 februari 1955 in Gaomi in de provincie Shandong. Zie ook alle tags voor Mo Yan op dit blog.

Uit: Shifu, You'll Do Anything for a Laugh (Vertaald door Howard Goldbaltt)

“A pair of police cars stormed up to the compound, sirens blaring. This threw such a scare into Ding Shikou, whose heart was racing, that all he could think of was getting the hell out of there; too bad he couldn't get his legs to follow orders. Finding it impossible to drive through the gate, the police parked their cars outside the compound and poured out of the cars; there were seven of them in all — four fat ones and three skinny ones. Armed with batons, handcuffs, walkie-talkies, pistols, bullets, tear gas, and a battery-powered bullhorn, the seven cops took a few unhurried steps, then stopped just outside the gate to form a cordon, as if to seal off the factory gate as an escape route. A closer look showed that they probably weren't going to seal off the factory, after all. One of the cops, who was getting along in years, raised the bullhorn to his mouth and ordered the workers to disperse, which they did. Like a wolf exposed in the field when sorghum stalks are cut down, the assistant manager for supply and marketing popped into view. He was sprawled on the ground, facedown, protecting his head with his hands, his rear end sticking up in the air, looking like a frightened ostrich. The cop handed his bullhorn to the man beside him and walked up to the cowering assistant manager; he reached down and took hold of the man's collar with his thumb and two fingers, as if to lift him to his feet, but the assistant manager looked as though he was trying to dig a hole for himself. His suit coat separated itself from him, forming a little tent. Now Ding could hear what he was shouting:
“Don't blame me, good people. I've just returned from Hainan Island, and I don't know a thing. You can't blame me for this….”
Without letting go of the man's coat, the policeman nudged his leg with the tip of his shoe. “Get up,” he said, “right now!”
The assistant manager got to his feet, and when he saw that the person he'd gotten up for was a policeman, his phlegm-splattered face suddenly became the color of a dirt roadway. His legs buckled, and the only reason he didn't crumple to the ground again was that the policeman was still holding him by the collar.”

 

 1878867-f6f37c540495ece43f265e45a0d19910.jpg
Mo Yan (Gaomi, 17 februari 1955)

 

 

De Duitse schrijver Frederik Hetmann (eig. Hans-Christian Kirsch) werd geboren op 17 februari 1934 in Breslau. Zie ook alle tags voor Frederik Hetmann op dit blog.

Uit: Geräusch der Grille - Geräusch des Geldes

„Nun, da der weiße Mann die Grille sehen konnte, fiel auch ihm das Geräusch auf, das sie von sich gab.
Als sie weitergegangen waren, sagte der Weiße nach einer Weile zu seinem Freund, dem Indianer: „Natürlich hast du die Grille hören können. Dein Gehör ist eben besser geschult als meines. Indianer können besser hören als Weiße."
Der Indianer lächelte, schüttelte den Kopf und erwiderte: „Da täuschst du dich, mein Freund. Das Gehör eines Indianers ist nicht besser und nicht schlechter als das eines weißen Mannes. Pass auf, ich will es dir beweisen!"
Er griff in die Tasche, holte ein 50-Cent-Stück hervor und warf es auf das Pflaster. Es klimperte auf dem Asphalt und die Leute, die mehrere Meter von dem weißen und dem roten Mann entfernt gingen, wurden auf das Geräusch aufmerksam und sahen sich um. Endlich hob einer das Geldstück auf, steckte es ein und ging seines Weges. „Siehst du", sagte der Indianer zu seinem Freund, „das Geräusch, das das 50-Cent-Stück gemacht hat, war nicht lauter als das der Grille, und doch hörten es viele der weißen Männer und drehten sich danach um, während das Geräusch der Grille niemand hörte außer mir. Der Grund dafür liegt nicht darin, dass das Gehör der
Indianer besser ist. Der Grund liegt darin, dass wir alle stets das gut hören, worauf wir zu achten gewohnt sind."

 

 1878867-7565a8da9320ea4b0a46268fbaf493db.jpg
Frederik Hetmann (17 februari 1934 – 1 juni 2006)
 

 

 

De Iraanse schrijfster Shahrnush Parsipur werd geboren op 17 februari 1946 in Teheran. Zie ook alle tags voor Shahrnush Parsipur op dit blog.

Uit: Touba and the Meaning of Night (Vertaald door Kamran Talattof and Havva Houshmand)

“He put his finger back on the ground and the ant climbed down and joined the line of its friends. It seemed as though the ant was telling them something. Every once in a while it would stop in front of one of the other ants and move its antennae in response to the other one's, and then they parted quickly. Haji smiled. Possibly they were informing each other about a pink moving wall. The ant did not have an image of Haji Adib, even if it could think. But somehow, fearfully, it understood him.
Haji Adib went to look at the small hill the ants had made. He thought, "What about dust? Does dust think?" For the earth turned, and everything on it turned with it. And each individual, minute item was capable of thought, and also rotated, just as the larger principle did, the earth itself. Even a tree was therefore a whole, and would have its own kind of treelike thought process. And its parts, perhaps each in its own wholeness, would think separately, so that the parts which formed the roots and descended into the depths of the earth had the tendency to grow downward, and the parts that were branches had the desire to ascend, parts and whole alike.
Haji Adib knew he did not have to worry about the thought process of dust particles. Some of the laws of this rotating living being were clear. If at the end of February one planted the proper seeds, by mid-spring one would have a garden full of colored pansies. Pansies also had their own thought, and so did water and dust. All together, they created an exhilarating combination. He thought, to possess this much knowledge was enough for now.”

 

 1878867-f1db50db728f9d50e9ce14a8dc4a7563.jpg
Shahrnush Parsipur (Teheran, 17 februari 1946)

 

 

De Duitse dichteres, schrijfster en caberetiere Emmy Hennings werd geboren op 17 februari 1885 in Flensburg. Zie ook alle tags voor Emmy Hennings op dit blog.

 

Heimatloses Gesicht

Meine tiefsten Trunkenheiten sind am frühen Morg
Wenn ich die Reise der Nacht vollendet.
Ich erwacht: und bin: immer wo anders gelandet.
Kann nicht sagen, was es ist. dass meine Sehnsucht
Sich breitet über das Land.
O Welt. die ich suche, fühlst du nicht:
Über dir meine hungernden Augen?
Klopfte mein Herz vor deiner Tür,
Vor deinem Iiebeumschleierten Hause?
Wohnst du so hoch. kleine Welt?
Ich fliege dir zu.
“Wohnst du so tief, kleine Welt?
Ich falle dir zu.
Wo du auch sein magst:
Einmal trete ich über deine Schwelle.
Dann bin ich bei dir und frage dich zärtlich:
Bist du die Heimat? Nimmst du mich auf?

 


An Hugo

Ich bin das Kind mit suchendem Gesicht,
Das sich verlor in Deines Mantels Weiten.
Ich lächle Deines Wesens Dunkelheiten,
So eingehüllt in Dir sag ich vom Licht.
Ich bin die kleine Unscheinbare,

Die sich verirrt in Gassen fand,
Die sich verlor ins Wunderbare,
In Dir, Du Lied der jungen Jahre,
Das stets in meiner Seele stand.

Lass ruhen mich in Harfendämmerungen
Und träumen Deinen schönsten Stern,
Und wenn das letzte Licht versungen,
Dann sterb ich gern.

 

 1878867-72b1b928119858eef0807e2c1edb4fbd.jpg
Emmy Hennings (17 februari 1885 – 10 augustus 1948)
Hennings als marionet in de show Flight Out of Time door Paulina Olowska, Pittsburgh, 2014

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2015 en ook mijn blog van 17 februari 2012 deel 2 en eveneens mijn blog van 17 februari 2011 deel 2 en ook deel 3.



Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Willem Thies

De Nederlandse dichter Willem Thies werd geboren op 17 februari 1973 in Nijmegen. Hij studeerde geschiedenis te Groningen, was medeoprichter van het literaire punkrocktijdschrift Zeroxat, en redacteur van en schrijver voor cultureel jongerenmagazine Simpel. Thies publiceerde poëzie in onder meer Passionate,De Tweede Ronde, De Brakke Hond, Nymph, Krakatau, Hollands Maandblad, De Academische Boekengids en The Polranny Times. In 2006 debuteerde hij met de dichtbundel “Toendra”, die is bekroond met de C. Buddingh’-prijs. Zijn tweede bundel “Na de vlakte” (2008), werd genomineerd voor de J.C. Bloemprijs. In maart 2012 verscheen zijn derde bundel “Twee vogels één kogel”. Zijn vierde bundel “Meer mensen dan reddingsvesten” verscheen in 2015.

 

Elegie

Hij had hobby's, eigenaardigheden, fascinaties.
Zo zachtzinnig was hij, fijngevoelig, hij had pianovingers.
Als hij zijn handen balde, waren zijn vuisten klein.

De onbemande auto heeft hem ingehaald.

Het kwam onverwacht, al is het altijd te vroeg.
Niemand gaat te laat. Wij zullen ons aan herinneringen
moeten vergrijpen, zoals je masturbeert bij de gedachte
aan de nachten met die ex.

Opgelucht gelach bij een levendig vertelde anekdote.

We ontbloten onze rouw, vergelijken wie de grootste.

Ik zing een treurig lied, een lied dat geen troost biedt,
maar ik ben de meeste woorden vergeten.
Ik zing het refrein twee keer om dat goed te maken.

'....Laat nu de lijster zwijgen,
....Laat de linden stokken in hun knoppen.'

 

 

Stronk

Kauwen pikken de letters uit een krantenpagina,
een flessenhals glanst onder de bank, het omhooggestoken
wiel van een fiets naast het pad als de hand om hulp, een schoen
zonder veter, het molenrad dat zijn schaduw werp op de kant.

Nachtkoele poel, luchtbellen borrelen, vochtig gras,
een tribune zwammen tegen een boomstronk, nee de romp
van een bemoste jongen, alles ruikt naar levensdwang.

 

 1979767-e09013e6939313c11fbf1f2c110f533f.jpg
Willem Thies (Nijmegen, 17 februari 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Albert Kuyle

Nagekomen bericht

 

De Nederlandse schrijver Albert Kuyle werd geboren in Utrecht op 17 februari 1904. Zie ook alle tags voor Albert Kuyle op dit blog.

Uit: Harten en Brood

“Boven de slooten begint langzaam de dauw te rooken.
Een lage avondwind waait het water weg uit de sloot, en het komt dik liggen over oever en land. Waar het hakhout rond de weien staat kan de dauw niet vender, en kruit tot een hooge, tot een manshooge dam.
Loont het eigenlijk nog de moeite een roman te schrijven? Er zijn er duizenden en duizenden gescheven, en ze zijn overvloedig gelezen. Alle schrijvers hadden een bedoeling, en een geheim verlangen naar het overgroot resultaat. Er is bijna geen enkel stukje grand meer over dat niet beschreven is, geen menschentype of het heeft model gezeten. De hartstochten en de deugden, zij kregen beiden hun d.eel, en het leven bleef triestig spoelen rond de huizen waarin gelezen en geschreven werd.
Bijna zijn de boeken overbodig. Geen geschiedenis van jaren en levens lang hoeft meer te warden saamgedrongen op een handvol papier, nu het leven zelf een nieuw tempo kreeg, en het ongeluk sneller neerschiet en toegrijpt dan het woord, dat slechts van verre volgen kan.
In iedere courant ligt het leven bloot, tot op de moegezeulde spieren en de verwoeste zenuwen toe. Open, leeggehaald, van elkander gebogen. Wat blijft er nog •verborgen? Wat heeft de lezer niet dieper aan den lijve en aan de ziel ondervonden dan de schrijver hem zeggen kan?
Ik zal toch een roman schrijven. Een roman over harten en brood. Over gewone, ongetelde menschenharten, en over gewoon, doelloos en veelvuldig brood. Over harten die verlangen naar rust en ontferming, over brood dat, eens heilig, beduimeld en vertrapt geworden is, tot het gelijk was aan geld en schande.”

 

 1882974-a034d9598d329c911330a600831b1b5d.jpg
Albert Kuyle (17 februari 1904 - 4 maart 1958)





Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten