Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 maart 2016 tot 4 maart 2016

Khaled Hosseini, Kristof Magnusson, Robert Kleindienst, Irina Ratushinskaya, Alan Sillitoe, Ryszard Kapuściński

De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini werd geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Khaled Hosseini op dit blog.

Uit: De vliegeraar van Kabul (Vertaald door Miebeth van Horn)

“Op mijn twaalfde ben ik geworden wat ik nu ben, op een kille bewolkte dag in de winter van   1975.   Ik   herinner   me   nog   precies   het   moment,   weggekropen   achter   een afbrokkelende lemen muur, de steeg bij de bevroren beek in turend. Dat is lang geleden, maar ik heb geleerd dat het niet waar is wat ze over het verleden zeggen, dat je het kunt begraven. Als ik nu terugkijk, besef ik dat ik de afgelopen zesentwintig jaar die steeg in ben blijven gluren. Op een dag afgelopen zomer belde mijn vriend Rahim Khan me uit Pakistan. Hij vroeg of ik hem kwam opzoeken. Staand in de keuken, met de hoorn tegen mijn oor, wist ik dat het niet zomaar Rahim Khan was die ik aan de lijn had. Het was mijn verleden van onbestrafte zonden. Toen ik had opgehangen ging ik op pad om een wandeling te maken langs het Spreckelsmeer aan de noordkant van het Golden Gatepark. De vroege middagzon glinsterde op het water, waar miniatuurbootjes zeilden, voortgestuwd door een stevige bries. Toen keek ik omhoog en zag een paar vliegers, rood met een lange blauwe staart, hoog in de lucht. Ze dansten ver boven de bomen aan de westrand van het park, boven de molens, zij aan zij zwevend als een stel ogen die neerkeken op San Francisco, de stad die ik nu als mijn thuishaven beschouw. En plotseling fluisterde Hassans stem in mijn hoofd: Voor u doe ik alles. Hassan, de vliegeraar met de hazenlip.
Ik ging op een bank zitten bij een wilg. Ik dacht na over iets wat Rahim Khan vlak voor hij ophing had gezegd, alsof het hem net te binnen was geschoten. Er is een manier om het goed te maken. Ik keek omhoog naar die twee vliegers. Ik dacht aan Hassan. Aan Baba. Ali. Kabul. Ik dacht aan het leven dat ik geleid had tot de winter van 1975 was ingevallen en alles anders had gemaakt. En mij gemaakt had tot wat ik nu ben.”

 

 1885689-f0b663207b8bd96bafdd627b250296ec.jpg
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

 

 

De Duitse schrijver Kristof Magnusson werd geboren op 4 maart 1976 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Kristof Magnusson op dit blog.

Uit: Ik was het niet (Vertaald door Hilde Keteleer)

"Goedemorgen, sir. Hoe gaat het met u?’
‘Goed’, zei ik. Wat zelfs waar was. Het ging goed met me, hoewel ik de hele nacht met de collega’s in Londen aan de zwier was geweest. Dat vertelde ik de stewardess natuurlijk niet. Zo precies wilde ze het nu ook weer niet weten. Maar eigenlijk had ik graag aan iemand verteld wat er de voorbije dagen was gebeurd. Had ik graag verteld dat ik met succes een softwareopleiding had gevolgd en nu ons ordermanagementsysteem Equinox volledig beheerste. De sleutelkwalificatie bij ons voor een bevordering in de trading room. Had ik graag verteld dat voor mij nu de tijd was aangebroken om in carrièretechnisch opzicht de handrem los te laten.
De Equinoxopleiding was gisteravond afgelopen. Mijn teamleider had me een dag verlof gegeven, zodat ik met de collega’s uit Londen nog iets kon gaan drinken, of, zoals hij het noemde, ‘met de jongens een paar glazen Guinness achteroverslaan’. Vermoedelijk omdat ik tijdens die bijna twee jaar in zijn unit niet één keer verlof had genomen. Wantrouw een trader die zijn boeken nooit alleen laat, zeggen ze. Maar iets werkelijk verbodens had ik nooit kunnen doen. Daarvoor stond ik als junior trader veel te veel onder aan de ladder. Ik had gewoon geen verlof genomen omdat de tijd op het werk zo snel voorbijging. Omdat ik op die manier vergat te denken aan wat me ’s avonds wachtte. Of juist niet wachtte
En dus ging ik ‘met de jongens een paar glazen Guinness achteroverslaan’. Ze hadden het over mobieltjes, over homecinema en over sportwagens, waaraan ze het recht op een gecompliceerd karakter toekenden. In tegenstelling tot vrouwen. Ik interesseer me ook wel voor mobieltjes en vrouwen, maar ik had geen idee wat ik erover had kunnen zeggen. Ik luisterde sowieso maar half. Kon aan niets anders denken dan aan Equinox en was het liefst nu al in de trading room geweest om mijn kennis toe te passen.
In de plaats daarvan zat ik in die Londense pub en dronk veel te koud bier. En moest bovendien nog naar gelul over Engels voetbal luisteren.”

 

 1885689-58df46b7fdf52c1ee1ead87215af2b69.jpg
Kristof Magnusson (Hamburg, 4 maart 1976)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

Uit: Nicht im Traum

„Er spürte eine Hand auf seiner Stirn, und als er die Augen einen Spalt öffnete, konnte er Umrisse einer Frau sehen. Das Licht stach und brannte auf seiner Netzhaut, dass er die Augen umgehend wieder schloss. Mit den Fingern der rechten Hand ertastete er einen Schlauch, und als er ihn bewegte, schmerzte es am Handrücken, dass er die Finger auf die Unterlage gleiten ließ. Sein Atem ging schwer, er spürte das leichte Heben und Senken seines Brustkorbs, schien zu schweben und wurde gleichzeitig mit aller Gewalt niedergedrückt. Wie von fern nahm er einen schrillen Pfeifton wahr und gleich darauf eine Frauenstimme, und ein warmer Schwall glitt durch seinen Körper.
Er öffnete seine Augen im Weiß. Er öffnete die Augen im gleißenden Licht einer Schneewüste, in der sich Eismassen wie versteinerte Figuren auftürmten und der Horizont auch mit größter Vorstellungskraft nicht wahrnehmbar war. Himmel und Schneewüste ergaben vielmehr ein einziges konturloses Gebilde, und er fühlte sich unwohl und schwindlig in dem schier unendlichen Raum, in dem nichts zu hören war als das Knirschen seiner Schritte. Mehrmals blieb er stehen und drehte sich um, denn ihm war, als würde jemand hinter ihm gehen. Das Weiß umschloss ihn wie eine Zange, nahm ihm die wenige Luft, die er noch hatte, und mit jedem Schritt meinte er, tiefer zu sinken. Ohne Zeitgefühl kämpfte er sich durch die Schneemassen, spürte eine bleierne Schwere, durch die jeder Schritt zu einer Kräfte raubenden Überwindung wurde.
Plötzlich tat sich vor ihm ein riesiger Spalt auf, der die Form eines gähnenden Rachens hatte und jedes Vorwärtskommen unmöglich machte. Nur ein einziger Schritt trennte ihn vom Abgrund, in den der Wind unaufhörlich Schnee blies. Nur ein einziger Schritt trennte ihn vor dem Fall in eine andere Welt, die ihn anzog und ihm zugleich große Angst bereitete. Wie angefroren stand er da und starrte in die Tiefe. Der Wind nahm an Stärke zu, fuhr ihm in Beine und Rücken, und mit aller Kraft stemmte er sich dagegen, um nicht mit dem Schnee in den Spalt getrieben zu werden.“

 

 1885689-b711232e21b1e4e62a2e514911bf581e.jpg
Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

 

De Russische dichteres en dissidente Irina Ratushinskaya werd geboren op 4 maart 1954 in Odessa. Zie ook alle tags voor Irina Ratushinskaya op dit blog.

 

Mijn weemoed is een huiselijk roofdiertje

Mijn weemoed is een huiselijk roofdiertje.
Hij houdt zich kalm en kent het woordje ‘ksst’.
Hij hoeft niet veel: een aai over zijn kopje,
Iets lekkers en een gefluisterd ‘goed zo’.
Hij zal mij nimmer naar de keel springen
En zeurt niet in het bijzijn van bezoek.
Het simpele lied van de minutenwijzer
Vindt hij betoverend, het doet hem goed.
Hij komt bij mij op schoot gekropen,
Geeft kopjes en valt als een kind in slaap.
En op mijn schrift werpt dan zijn schaduw
Een dwaas metalen vensterkruis.
Alleen ’s nachts, als een muis in het hooi,
Wordt hij onrustig, en half wakker
Jankt hij zachtjes om het warme huis,
Dat jij voor mij nog bouwen zal.

 


Vertaald door Kristien Warmenhoven

 

Uit: Wind Of The Journey

35

The cock has sung
But angel horns are still.
We live on a narrow ledge above
The precipice of time.
We sense the end is near.
But, heedless, children run.
There are no dreams that will
Assuage their urge to fly.
What power then is this?
Drawing them to the abyss?

 

 1885689-1c29956efec62916736c4051aeb7cb53.jpg
Irina Ratushinskaya (Odessa, 4 maart 1954)
 

 

 

De Engelse schrijver Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Alan Sillitoe op dit blog.

Uit: Saturday Night and Sunday Morning

“Many people looked at him as he held on to the rail. He turned his head in a slow stare around the packed room, as if he did not know which foot to move first in order to start his body on the descent, or even know why he wanted to go down the stairs at that particular moment.
He felt electric light bulbs shining and burning into the back of his head, and sensed in the opening and closing flash of a second that his mind and body were entirely separate entities inconsiderately intent on going their different ways. For some reason, the loud, cracked voice singing in the room behind seemed like a signal that he should begin descending at once, so he put one foot forward, watched it turn towards the next step in a hazy fashion, and felt the weight of his body bending towards it until pressure from above became so great that he started rolling down the stairs.
A high-octane fuel of seven gins and eleven pints had set him into motion like a machine, and had found its way into him because of a man's boast. A big, loud-mouthed bastard who said he had been a sailor-so Arthur later summed him up--was throwing his weight about and holding dominion over several tables, telling his listeners of all the places he had been to in the world, each anecdote pointing to the fact that he was a champion boozer and the palliest bloke in the pub. He was forty and in his prime, with a gut not too much gone to fat, wearing a brown waist-coated suit and a shirt with matching stripes whose cuffs came down to the hairs of self-assurance on the back of his beefy hand.
"Drink?" Brenda's friend exclaimed. "I'll bet you can't drink like young Arthur Seaton there"-nodding to Arthur's end of the table. "He's on'y twenty-one and 'e can tek it in like a fish. I don't know where 'e puts it all. It just goes in and in and you wonder when 'is guts are goin' ter go bust all over the room, but 'e duzn't even get fatter!"

 

1885689-491aef7cc1c05ff8f85b7ca4b2e28120.jpg
Alan Sillitoe (4 maart 1928 - 25 april 2010)
Affiche voor de gelijknamige film uit 1960



 

De Poolse schrijver dichter en journalist Ryszard Kapuściński werd geboren in Pinsk, Polen (thans Wit-Rusland), op 4 maart 1932. Zie ook alle tags voor Ryszard Kapuściński op dit blog.

 

I wrote stone

I wrote stone
I wrote house
I wrote town

I shattered the stone
I demolished the house
I obliterated the town

the page traces the struggles
between creation
and annihilation

 

Vertaald door Diana Kuprel en Marek Kusiba

 

To walk away

to slam behind the lid of silence
or yet again
to take up the effort anew

to free the throat from the strangle
to fight to breathe
to pronounce a word
to utter a whole sentence
to speak up
in haste
before they once again apply the gag

I know you’re waiting
you
who listen intently
who put your ear
to a deaf wall

 

 1885689-02fd75d1eee8ab97014fcc4ce7b57287.jpg
Ryszard Kapuściński (4 maart 1932 - 23 januari 2007)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn blog van 4 maart 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:10 Reageer op dit bericht

In Memoriam Pat Conroy

 

In Memoriam Pat Conroy

De Amerikaanse schrijver Pat Conroy is vrijdag op 70-jarige leeftijd in zijn woonplaats Beaufort in de Amerikaanse staat South Carolina overleden. Dat heeft zijn uitgever bekendgemaakt. Pat Conroy werd geboren op 26 oktober 1945 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor Pat Conroy op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: The Death of Santini

“Uncle Jim was solicitous and as helpful as he could be and provided our only lifeline to civilization and to groceries. Several times a week he would take us all for a swim at a public lake in a nearby town. It was the summer I thought my mother’s mental health began to deteriorate, and I think my sister Carol Ann suffered a mental breakdown caused by that ceaseless drumbeat of days. Carol Ann would turn her face to the wall and weep piteously all day long. Mom appeared sick and exhausted and slept long periods during the day, ignoring the many needs of my younger siblings. The days were interminable and Mom grew more weakened and distressed than I had ever seen her. I asked what was wrong and how I could help.
“Everything!” she would scream. “Everything. Take your pick. Make my kids disappear. Make Don vanish into thin air. Leave me alone.”
In July I got a brief respite when I took a Trailways bus on a two-day trip to Columbia, South Carolina, to play in the North-South all-star game. I’d not touched a basketball since February, was out of shape, and played a lackluster game when I needed to have a superlative one. After the game, Coach Hank Witt, an assistant football coach at The Citadel, the military college of South Carolina, came up to tell me that I had just become part of The Citadel family, and he wished to welcome me. Coach Witt handed me a Citadel sweatshirt and I delivered him a full, sweaty body hug that he extricated himself from with some difficulty. In my enthusiasm, I was practically jumping out of my socks. By then, I’d given up hope of going to any college that fall and had thought about entering the Marine Corps as a recruit at Parris Island because all other avenues had been closed off to me. My father never told me nor my mother that he had filled out an application for me to attend The Citadel. I danced my way back into the locker room below the university field house and practically did a soft-shoe as I soaped myself down in the shower. In my mind I’d struggled over the final obstacles, and there were scores of books and hundreds of papers written into my future. Because I’d been accepted at The Citadel, I could feel the launching of all the books inside me like artillery placements I’d camouflaged in the hills. The possibilities seemed limitless as I dressed in the afterglow of that message. In my imagination, getting a college degree was as lucky as a miner stumbling across the Comstock Lode, except that it could never be taken away from me or given to someone else. I could walk down the streets for the rest of my life, hearing people say, “That boy went to college.” And then it dawned on me that the military college of South Carolina did not preen about being a crucible for novelists or poets. Hell, I thought in both bravado and innocence, I’ll make it safe for both.“

 

 1886120-9d3ddef3f925f206d2bb7b605937ba76.jpg
Pat Conroy (26 oktober 1945 – 4 maart 2016)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Manfred Flügge, Hans Verhagen, Tjitske Jansen, James Merrill, Kola Boof, Clifton Snider, Gudrun Pausewang

De Duitse schrijver Manfred Flügge werd geboren op 3 maart 1946 in Kolding, Denemarken. Zie ook alle tags voor Manfred Flügge op dit blog.

Uit: Das Jahrhundert der Manns

„Im Sommer 1997 reiste Frido Mann zum ersten Mal nach Nidden, einem kleinen Ort auf der Kurischen Nehrung. Oberhalb des Ostseestrandes stand noch immer das geräumige Sommerhaus seiner Großeltern. Bei einem Abstecher von Königsberg aus hatten sie den Ort im Jahr 1929 entdeckt und beschlossen, dort ein Feriendomizil zu errichten. Als das braungestrichene Holzhaus mit Strohdach und blauen Fensterläden im Sommer 1930 bezogen wurde, kam es zu einem Auflauf wie bei einem Volksfest. Die Einheimischen feierten den zum Nobelpreisträger avancierten Autor und seine Angehörigen. Auch in den beiden folgenden Jahren verbrachten die Manns hier ausgedehnte Ferien, dann beendete das Exil diese Phase. In wechselndem Besitz überdauerte das Gebäude die Jahrzehnte und Regime, ehe es im souveränen Litauen restauriert und als Thomas-Mann-Kulturzentrum eingeweiht werden konnte.
Frido Mann ist mehrmals wiedergekommen und konnte erleben, wie sich an diesem Ort auf der schmalen Landzunge zwischen Meer und Haff die Epochen überlagern und alle noch spürbar sind. 1997 reiste er auch in den brasilianischen Küstenort Paraty, wo seine Urgroßmutter Julia da Silva-Bruhns geboren wurde, die Mutter von Heinrich und Thomas Mann. Von Nidden bis Paraty, von Lübeck bis Venedig, von München bis Los Angeles, von Capri bis Halifax reichen die Schicksalswege der Mitglieder dieser besonderen Familie, deren Erlebnisse ein Jahrhundert beleuchtet und deren Werke alle Themen ihrer Zeit berührt haben.
»Die Manns kommen!« Dieser Schreckensruf tönte Thomas Mann entgegen, als er eines Tages in der Nähe seines Münchner Hauses mit seinem Hund spazieren ging. Ein paar Kinder flüchteten ... vor seinem eigenen Nachwuchs. »Die Mannkinder«, wie man auch sagte, ärgerten ihre Nachbarschaft mit Telefonterror, Ladendiebstählen und anderen bösen Streichen (vielleicht weil im Haus des Vaters immer Ruhe herrschen musste). Kadidja Wedekind erinnerte sich: »Zuweilen, wenn wir so am Isarufer hinpilgerten, begegneten wir vor einer eleganten Villa einigen finster blickenden, etwas verwahrlosten Kindern, und wir erfuhren, daß dies ›Thomas Manns‹ seien.«
Der Roman, der den Grundstein für den Mythos der Familie Mann bildete, trägt in seinem Titel keinen bestimmten Artikel: Buddenbrooks.“

 

 1885227-7f8257d277f4ad14b3fc29f6d0b70eb1.jpg
Manfred Flügge (Kolding, 3 maart 1946)
Cover 

 

 

De Nederlandse dichter, schilder en journalist Hans Verhagen werd geboren in Vlissingen op 3 maart 1939. Zie ook alle tags voor Hans Verhagen op dit blog.

 

Bleek dat hij haar helemaal niet kende

Bleek dat hij haar helemaal niet
kende. Wist ineens niet meer
of hij in dit grand hotel van de vermoorde onschuld
ooit eerder logeerde.

Was zij als afwezige wel bij te benen,
met prioriteiten uit het ongerijmde
waande hij zich in Atlantis, doof en blind -
waar stilte leegte dekt en zwart straalt wit
en niets rest dan ons te laten drijven tot het komen gaat
als het gaan begint.

Zo zou hij ook geen weg geweten hebben
met z'n eigen leven
als hij niet verzekerd was geweest
van haar aanwezigheid als geest zijnde.

 

 

In deze doos van formica, plastic, zeil

In deze doos van formica, plastic, zeil
broeide de jukebox,
een grauw, een gil, een grom -
daar had je het,
je bron van onbestemd verzet.
Van snackbar naar snackbar,
kriskras door de gore nacht gesmeten,
bulderde de storm.
Zoete reuk van roomijs;
walm van smeulend vet.
Misschien geen verheven plek,
maar hier begon het.

 

 1885227-2252970f8e3c286ab0fc8822a95c40ea.jpg
Hans Verhagen (Vlissingen, 3 maart 1939)
Het gedicht “In deze doos…” staat op een steen bovenaan de Leeuwentrap in Vlissingen.

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster van Tjitske Jansen werd geboren in Barneveld op 3 maart 1971.Zie ook alle tags voor Tjitske Jansen op dit blog.

 

Opruimen en zwemmen

Opruimen en zwemmen
dat is alles wat er moet vandaag.
Ik ga geen beroep doen op vriendschap
die hoeft mij niet te zien om er te zijn.

Dat ga ik vandaag geloven.

Dat hoge doel kan ook wel even wachten.
Hoge doelen staan bekend om hun grote geduld.

Ik hoef vandaag niet op een dak te zingen,
geen ongevraagde engel van de stad te zijn.

Ik ga wat aan mijn moeder denken
hoeveel zij houdt van mij.

Dat ga ik vandaag geloven.

Ik weet dat er een hond is
met oren als omgevouwen beukenbladeren

Ik weet dat er een gans is
met een hals als de stam van een oude eik -
in plaats van gaatjes in zijn snavel zat een pluisje.

Ergens ligt een witte pauw op een veld vol madeliefjes.
Ergens bloedt een zon leeg.

ik hoef het niet te zien vandaag.

 

 

Ik vroeg mijn vader

Ik vroeg mijn vader om mijn bed op een andere plek
in de slaapkamer te zetten. Zodat ik de ochtend na
het verplaatsen, nog niet aan de verplaatsing gewend,
het even niet zou snappen, even in de war zou zijn,
omdat er geen muur rechts naast me was, omdat het
licht ergens anders vandaan kwam.

 

 1885227-578ff36061773a8a7c33f391a631c304.jpg
Tjitske Jansen (Barneveld, 3 maart 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

Lost in Translation (Fragment)
For Richard Howard

Kef easing Boredom, and iced syrups, thirst,
In guessed-at glooms old wives who know the worst
Outsweat that virile fiction of the New:
“Insh’Allah, he will tire—” “—or kill her first!”
 
(Hardly a proper subject for the Home,
Work of—dear Richard, I shall let you comb
Archives and learned journals for his name—
A minor lion attending on Gérôme.)
 
While, thick as Thebes whose presently complete
Gates close behind them, Houri and Afreet
Both claim the Page. He wonders whom to serve,
And what his duties are, and where his feet,
 
And if we’ll find, as some before us did,
That piece of Distance deep in which lies hid
Your tiny apex sugary with sun,
Eternal Triangle, Great Pyramid!
 
Then Sky alone is left, a hundred blue
Fragments in revolution, with no clue
To where a Niche will open. Quite a task,
Putting together Heaven, yet we do.
 
It’s done. Here under the table all along
Were those missing feet. It’s done.

 

 1885227-16c9bfd857008b852ae9832f2fda3b90.jpg
James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995)
 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Kola Boof werd (naar eigen zeggen) geboren als Naima Bint Harith op 3 maart 1972 in Omdurman, Soedan. Zie ook alle tags voor Kola Boof op dit blog.

Uit: The Sexy Part of the Bible

“It was Stevedore’s dream that I be cast as the true life lead character, Orisha, an Ajowan mother who is kicked to death in the streets of DakCrete for trying to get the young people to stop swallowing skin lightening pills and bleaching their skin, and in fact as the script explains, this is the reason that the young Africans have nicknamed Mother Orisha “The Racist”—because how dare she question their reasons for wanting to be brighter and how dare she hand out pamphlets from health officials decreeing the epidemic of kidney failure, skin cancer and liver disease that was so obviously a result of the skin lightening agents. It is Mother Orisha’s black womb and preaching black gums that stand between them and their dream of achieving a better life, a more successful existence. One in which their color in this white man’s world would no longer matter—because they wouldn’t have any.
“Keeeel dat racist witch!” the African children chant as Fanta bottles and rocks fly against Orisha’s head. I can almost remember feeling it, and even more clear is Stevedore’s voice, his gaze entering my head mysteriously as he assures me, “You were…born…to play this part.”
And then his tongue and what I think of as his hard beautiful Ritchie Cunningham penis, enter me at the same time, and there in the darkness, it’s as if my girl-cave is a lavish cathedral, like the kind Juliet used to make him go to on Sundays in the city to give confession in, only it’s me now that he’s inside of—confessing to. My pussy is his church.
“This is what I’m talking about”, the detective warns me, suddenly. “Why on earth would some negroid-faced girl from Oluchi village be trying to humiliate herself with silly dreams of becoming the star of a major Hollywood film? It’s affected you, negatively—being raised by Caucasoids. You think too much of yourself.”
Stung deeply, but not the least bit irrational, I inform him that I’ve appeared in dozens of films. Stevedore made countless movies using his own equipment, and in every single film—I, Eternity Frankenheimer, am the star. If he likes, he can go out to Storage Room A-11 and view the cans of celluloid and even get one of the scientists to screen them on the wall in the clinic cafeteria.”

 

 1885227-56087639c02b4b7c85457dceb87a3b93.jpg
Kola Boof (Omdurman, 3 maart 1972)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en criticus Clifton Mark Snider werd geboren op 3 maart 1947 in Duluth, Minnesota. Zie ook alle tags voor Clifton Snider op dit blog.

 

Proserpine
(after a painting by D. G. Rossetti)

Her eyes are blue like her cloak,
deep ocean blue, her lips red
from forbidden seeds--the open slit
in the pomegranate between her fingers.

Her long neck invites,
her dark, wavy hair falls
like the ivy branch behind her.
Long fingers embrace the fruit, her wrist.

Above, milk & honey, the bee--
her mother Demeter and
all the roses, lilies, sheaves,
the light of consciousness, virginity.

 

 1885227-d4eb438d5fab79dc16314581819da7d0.jpg
Clifton Snider (Duluth, 3 maart 1947)
Proserpine door Dante Gabriel Rossetti,1874

 

 

De Duitse schrijfster Gudrun Pausewang werd geboren op 3 maart 1928 in Wichstadt. Zie ook alle tags voor Gudrun Pausewang op dit blog.

Uit: Kinderbesuch

»Diesmal nicht«, seufzte er.
»Unsinn, diese Sorge«, sagte sie. »Nach Thomas sollte ich auch kein Kind mehr bekommen können, und sieben Jahre später kam Jutta. Sie sind doch erst zwei Jahre verheiratet. Und Jutta ist noch jung. Da kann noch viel werden.«
Schweigend frühstückten sie weiter, bis Kurt Köberle sagte: »Ich hätte wirklich Lust, ihre Einladung anzunehmen. Dann bliebe uns drüben der Winter erspart.«
»Ich habe auch schon darüber nachgedacht«, sagte sie.
»Heute sind wir den fünften Tag hier. Unser Visum hat drei Monate Gültigkeit. Wenn ich Frau Bloch nun schriebe, daß sie unsere Wohnung regelmäßig lüften und die Blumen gießen soll? Thomas kann uns ja die Post nachschicken. Ich fühle mich hier wie im Paradies. Du auch?«
Während die junge indianische Köchin den Tisch abräumte, schlenderten sie hinab in den Garten. Die Luft war noch kühl, aber schon begannen die Mücken zu schwärmen. Auf die Krone des kleinen Goldregenbaums vor der Terrasse fiel die Sonne. Seine gelben Blütenkaskaden leuchteten. Plötzlich blieb Kurt Köberle stehen und lauschte.
»Hörst du? Stimmen. Ganz leise Musik. Dort vom Meer her.«
Sie hörte nichts.
»Vom Meer her?« fragte sie. »Unmöglich. Es muß aus der Nachbarschaft kommen.«
Aber in der Villa nebenan wohnte zur Zeit niemand, das hatten sie von Ernesto erfahren. Sie stand zum Verkauf. Und der Nachbar auf der anderen Seite bereiste mit seiner Familie Europa. Nur ein Gärtner hütete das Haus.
»Ist ja auch egal«, sagte sie.“

 

 1885227-95ac3dcf30b4fcbd8ec3168d1276e953.jpg
Gudrun Pausewang (Wichstadt, 3 maart 1928)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2015 en ook mijn blog van 3 maart 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:32 1 reactie Reageer op dit bericht

Chris Kraus

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijfster en filmmaakster Chris Kraus werd geboren in 1955 in New York en bracht haar jeugd door in Connecticut en Nieuw-Zeeland. Na het behalen van een BA aan Victoria University of Wellington, Nieuw-Zeeland, werkte Kraus vijf jaar als journaliste en vervolgens verhuisde zij naar New York City. Kraus was 21 jaar oud toen ze aankwam in New York en begon te studeren bij acteur Ruth Maleczech en regisseur Lee Breuer, wiens studio in de East Village Recherchez werd genoemd. Zij maakte deel uit van de toenmalige groeiende kunstscène van de stad rn maakte films en videokunst, ensceneerde voorstellingen en speelde op vele podia. In de late jaren 1970 was zij lid van The Artists Project, een door de stad gefinancierde onderneming van schilders, dichters, schrijvers, filmmakers en dansers. In haar werk als performance- en videokunstenaar hekelde zij de gender politiek van de Downtown scene waarbij zij een voorkeur had voor literaire stijlfiguren en theatrale technieken mengde met Dada, literatuurkritiek, sociaal activisme, en performance art. Kraus bleef tot het midden van de jaren 1990 films maken. Tot haar romans behoren “I Love Dick”, “Aliens & Anorexia”, “Torpor” en “Summer of Hate”. In “Video Green”, Kraus 'eerste non-fictie boek onderzoekt zij de explosie van de kunst van de late jaren 1990 door high-profile graduate programma's, die Los Angeles in het centrum van de internationale kunstwereld gekatapulteerd hebben.

Uit: I Love Dick

“My love for you was absolutely groundless, as you’d pointed out that night in January in the company of my husband. It was about the only time you ventured an opinion past your sexy cryptic silence, the silence that I’d written on. But what does “groundless” really mean? My love for you was based upon a single meeting in December which you finally described in an exasperated letter to my husband as “genial but not particularly intimate or remarkable.” Yet this meeting had driven me to write more words to you than there were numbers on that EDL, 250 pages and still counting. Which in turn led to the rental car, this rainy drive along Route 126, this plan to visit you.
At that time in your life, you said, you were experimenting with never saying No.
I got off the plane at 7 buzzed with warm air, palms and jetlag serotonin, picked up a rental car and started north on 405. But I was nervous too, like walking through a script you know’s already been written except the outcome’s been withheld. Not giddy nervous. Nervous as in dark with dread. My outfit’s dreadful. I watch the road, smoke and fiddle with the radio. I’m wearing black Guess jeans, black boots, an iridescent silver shirt, the black bolero leather jacket that I bought in France. It’s what I planned but now it’s making me feel gaunt and middle-aged.
Eleven weeks ago I’d tailed your gorgeous car along 5 North en route to that “genial but not particularly intimate or remarkable meeting” at your house between my husband, you and I. And everything then seemed different: delicious, charged. The three of us got very drunk and there was all this strange coincidence. There were just three books in your living room. One was Gravity & Grace, the title of my film. I was wearing the snake pendant that I’d bought in Echo Park; you told a story about shooting a video outside your house when a snake magically appeared. All night I was playing Academic Wife, helping you and Sylvère Lotringer exchange ideas and then you mentioned David Rattray’s book and that was very weird. Because all night long I’d felt his ghost beside me and David had been dead almost two years. You looked at me and said: “Yo

 

 2006010-4a29d0c976245288b6860bafc19143ee.jpg
Chris Kraus (New York, 1955)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten