Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 april 2016 tot 3 april 2016

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe, Karel N.L. Grazell

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Liefdesdans voor twee

Ik voel je zachte adem
strelend op mijn huid
plagerig verlokkend
passie straal je uit

Zwoele kussen dwalen
fladderend en traag
mijn lichaam is betoverd
beantwoordt stil je vraag

We zoeken in elkaar
verleidelijke troeven
en in ons samenzijn
kun je ook liefde proeven

In verstrengeling gebonden
steeds hoger op de tree
de hemel binnen bereik
liefdesdans voor twee

 

 

Verspreking

Door een verspreking viel ik uit het raam.
Op straat liepen gedachten te hoop,
zij bogen zich over het neergedaald lichaam
en zochten een gat in het hoofd.

Er duwde een vraag op mijn voorhoofd, zo
scherp dat mijn ogen begonnen te lopen.
Ieder gezicht ging voor mij open
en toonde hetzelfde verschrikkelijk woord.

Ik wist dat mijn status van dichter vebood
het mee te nemen, de taal in naar boven.
Daar hingen intussen, bezorgd, de genoten
en trokken mij aan mijn tong weer omhoog.

 

 

Impasse

Zo vond de vrouw haar man, de dichter:
gehurkt in het bad, het hoofd geklemd
tussen de knieën, alleen met zichzelf,
het oude vlees, de verschrompelde stichter

van haar geluk. Zij zag hoe gebogen,
hoe naakt en menselijk buiten de taal.
De warmte wolkte, vrede zong uit de kraan.
Dit, dacht zij, kon hij dit maar verwoorden...

Hij zag haar niet, rook zijn zweet,
keek naar zijn lid in het stijgende water.
Het water was heter dan hij kon verdragen.
Hij haatte.
De vrouw had hij lief

 

 1897746-0f35f5ccd4e51c6d95ca14e906406e9a.jpg
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Zie ook alle tags voor Adriaan Jaeggi op dit blog.

 

Over geld

Hoe vaak een afscheid zich ook aandiende,
nooit dacht je aan geld. Dat je ooit berooid
zou sterven was verouderd kleingeld in je zak,
je speelde er mee, je kon er niets voor kopen.

Hoe lang heb je al geld? De eerste keer
dat je iets kocht, een wonder
dat zich bleef herhalen: brood voor beloven,
winst bij wisselen, geld voor geruststelling.
Iets voor niets.

Ze zeiden: geld kun je niet eten. Toch kwam
een dubbeltje er ongeschonden uit. Je slikte
kwartjes, guldens, zelfs rijksdaalders
en alles bleef glanzen.

Nu heb je altijd geld. Nullen op de bank,
vogels en vuurtorens in je broekzak. Beatrix'
neus drukt geruststellend tegen je ballen.

Je hebt afscheid, bagage, leeftocht. Je kunt gaan
waarheen je wilt, streven naar iets hogers.
De brandstof van je angst wordt steeds goedkoper.

 

 

Lief dat je het vraagt,

lief dat je het vraagt
laten we de formaliteiten maar even achterwege laten.
De maand ligt achter ons.
De wind houdt aan.
De dag is nauwelijks half om en nu al
blijkt hier van alles zoek.

 

 1897746-d7b57917c5ea812aeed86ce22ec89cf0.jpg
Adriaan Jaeggi (3 april 1963 – 10 juni 2008)
 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Zie ook alle tags voor Frederik van Eeden op dit blog.

Uit: De kleine Johannes

“Ik behoef u niet te zeggen hoeveel Johannes van Presto hield. Maar hij had toch ook heel wat ruimte in zijn hart voor anderen over. Vindt ge het vreemd dat zijn donker slaapkamertje met de kleine ruitjes daar ook een groote plaats innam? Hij hield van het behangsel met de groote bloemfiguren, waarin hij gezichten zag en waarvan hij de vormen zoo dikwijls bestudeerd had, als hij ziek was of 's morgens wakker lag, hij hield van het eene schilderijtje dat er hing, waarop stijve wandelaars waren afgebeeld, die in een nog stijver tuin wandelden langs gladde vijvers, waarin hemelhooge fonteinen spoten en kokette zwanen zwommen; - het meest hield hij echter van de hangklok. Hij wond die altijd met zorg en aandacht op en hield het voor een noodzakelijke beleefdheid naar haar te kijken als zij sloeg. Dat ging natuurlijk alleen, zoolang Johannes niet sliep. Was de klok door een verzuim stil blijven staan, dan voelde Johannes zich zeer schuldig en vroeg haar duizend maal vergeving. Gij zoudt misschien lachen, als ge hem met zijn kamer in gesprek hoordet. Maar let eens op hoe dikwijls gij bij u zelven spreekt. Dat schijnt u in 't geheel niet belachelijk. Johannes was bovendien overtuigd, dat zijne hoorders hem volkomen begrepen en had geen antwoord noodig. Maar heimelijk wachtte hij toch wel eens een antwoord van de klok of het behangsel.
Schoolkameraden had Johannes wel, maar vrienden waren het eigenlijk niet. Hij speelde met hen en smeede samenzweringen op school en vormde rooverbenden met hen buiten, maar hij voelde zich eerst recht thuis als hij alleen met Presto was. Dan verlangde hij nimmer naar jongens, en voelde zich volkomen vrij en veilig.
Zijn vader was een wijs en ernstig man, die Johannes dikwijls medenam op lange tochten door wouden en duinen; dan spraken zij weinig en Johannnes liep tien schreden achter zijn vader, de bloemen groetend, die hij tegenkwam en de oude boomen, die zoo altijd op dezelfde plaats moesten blijven, vriendelijk met zijn handje langs de ruwe schors strijkend. En ruischend dankten hem dan de goedige reuzen.
Soms schreef zijn vader letters in het zand bij het voortgaan, één voor één, en Johannes spelde de woorden die zij vormden en soms ook stond de vader stil en leerde Johannes den naam van een plant of dier.”

 

 1897746-a6fbd0a9d0932a2d13932213eca89cfd.jpg
Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)
De kleine Johannes. Beeld van Margot Hudig uit 1950 in Bussum

 

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook alle tags voor Peter Huchel op dit blog.

 

Begegnung
              Für Michael Hamburger

Schleiereule,
Tochter des Schnees,
dem Nachtwind unterworfen,

doch Wurzeln fassend
mit den Krallen
im modrig grindigen Gemäuer,

Schnabelgesicht
mit runden Augen,
herzstarre Maske
aus Federn weißen Feuers,
das weder Zeit noch Raum berührt,

kalt weht die Nacht
ans alte Gehöft,
im Vorhof fahles Gelichter,
Schlitten, Gepäck, verschneite Laternen,

in den Töpfen Tod,
in den Krügen Gift,
das Testament an den Balken genagelt.

Das Verborgene unter
den Klauen der Felsen,
die Öffnung in die Nacht,
die Todesangst
wie stechendes Salz ins Fleisch gelegt.

Laßt uns niederfahren
in der Sprache der Engel
zu den zerbrochenen Ziegeln Babels.

 

 1897746-a7cea5e26862cb514855c54df65cc690.jpg
Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)
Borstbeeld voor het Peter-Huchel-Hausin Wilhelmshorst - Michendorf

 

 

De Canadese schrijfster Arlette Cousture werd geboren in Saint-Lambert op 3 april 1948. Zie ook alle tags voor Arlette Cousture op dit blog.

Uit: Les Filles de Caleb

« Émilie ne ferma qu'un œil durant sa première nuit. Elle se tourna et se retourna, se demandant si un jour elle s'habituerait aux bruits incessants de cette ville. Elle se sentit bien loin de son Bourdais, là où seuls le beuglement des vaches, le hennissement occasionnel d'un cheval, le cri des oiseaux nocturnes, le chant des criquets et le coassement des grenouilles se permettaient de troubler le silence de la nuit. Elle pensa que cette symphonie de la nature avait toujours bercé ses rêves. Ce n'était pas comme ce grondement lointain des usines de pâtes et papier, ces éclats de voix ponctués de cris qui entraient par sa fenêtre, ce bruit des machines qui roulaient sans arrêt, ces portes qu'elle entendait claquer si fort qu'à deux reprises elle avait eu l'impression qu'il s'était agi de la porte de sa chambre, ce gargouillis de tuyauterie qui envahissait la maison chaque fois que les voisins du dessus ouvraient un robinet dans la cuisine ou tiraient la chasse de la toilette.
(…)

Se raclant la gorge [le médecin], il demanda à Dosithée s'il devait essayer de sauver la mère ou l'enfant. Dosithée blêmit. Il avait déjà entendu raconter de ces histoires où un homme devait devenir Dieu et décider de la mort d'une personne. Il savait que l’Église demandait de sauver l'enfant. Il pleura, dos tourné.
"Sauvez ma femme, docteur".

 

 1897746-783e43fc565d374b57a8e6e978253421.jpg
Arlette Cousture (Saint-Lambert, 3 april 1948)

 

 

De Vlaamse schrijver Pieter Aspe (pseudoniem van Pierre Aspeslag) werd geboren in Brugge op 3 april 1953. Zie ook alle tags voor Pieter Aspe op dit blog.

Uit:Het laatste bevel

“Wat doe jij hier?’
Willem Debaes bekeek de man die voor hem in de deuropening stond tegelijk onderzoekend en argwanend. Hij leek niet veel veranderd sinds ze elkaar voor het laatst hadden gezien. Zijn haar was korter, zijn blik zelfverzekerder, voor de rest zag hij er nog dezelfde oen uit als toen, behalve dat hij nu smaakvol gekleed was, mooi gebruind, een duur horloge om had en zijn handen een regelmatig bezoek bij een manicure verraadden.
‘Ik vertegenwoordig de eigenares’, klonk het afgebeten.
‘Je bent toch geen makelaar geworden?’
‘Waarom zou ik geen makelaar geworden zijn?’
De rotzak was nog even arrogant als vroeger. De spot, het misprijzen, het meewarige hoofdschudden. Hij was het evenmin verleerd mensen te kleineren, te vernederen, hun het bloed onder de nagels vandaan te halen.
‘Omdat je van lood geen goud kunt maken, ventje.’
De man glimlachte terwijl hij de pijn verbeet van oude wonden die weer werden opengereten en probeerde zijn ademhaling onder controle te houden omdat hij Debaes niet het gevoel wilde geven dat hij nog macht over hem kon uitoefenen. Die tijd was voorgoed voorbij. Hij had de teugels zelf in handen genomen.
‘Wilt u het huis dan niet bezoeken?’
‘Natuurlijk. Waarom denk je anders dat ik de moeite heb gedaan om hiernaartoe te komen?’
Omdat je met je eigen ogen wilde zien welke gek een villa met zwembad voor die prijs te koop aanbiedt, wilde de man zeggen. Willem Debaes was behalve arrogant, dominant en harteloos ook ongelooflijk hebzuchtig. Zijn bedrijf was vijftien miljoen euro waard, zijn privévermogen werd op tien miljoen geschat. Zelfs een idealistische wereldverbeteraar wist dat iemand die van nul was begonnen een dergelijk fortuin niet op een eerlijke manier had kunnen verdienen.
‘Komt u binnen, meneer Debaes. Ik geef u een rondleiding.”

 

 1897746-6dd5c8e07fc914afce12d47acf8d5bc9.JPG
Pieter Aspe (Brugge, 3 april 1953)

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Karel N.L. Grazell werd geboren in Amsterdam,op 3 april 1928. Zie ook alle tags voor Karel N.L. Grazell op dit blog.

 

Lekstraat: tramremise

Bovenop het snel vergeten Amsteldorp
met huisjes en tuintjes, en met ‘n strand
dat gleed naar de rivier, stonden die dag
de trams staakstil en schudden met hun
voorbalkons van nee, we rijden niet meer
uit. Wreedheid heerst tot bloedens en tot
stervens toe in de oorlogsstraten van de
stad: de jacht op Joden dient te stoppen.
Het staken ging verwoed door alle wijken.
Maar de vijand kwam en schoot de trams
die staakten, neer. Ze bloedden metaal en
straf. Er was geen ontkomen aan: traag
begonnen de trams weer te rijden en de
wreedheid groeide in rillend Amsterdam.

 

 1897746-86de84cb30b8cdf8d3f405b87ccf1015.jpg
Karel N.L. Grazell (Amsterdam,3 april 1928)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:06 Reageer op dit bericht

Edward Everett Hale, Johanna Walser, Washington Irving, Josef Mühlberger, George Herbert, Bodo von Hodenberg, Friedrich Emil Rittershaus

De Amerikaanse schrijver Edward Everett Hale werd geboren op 3 april 1822 in Roxbury, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Edward Everett Hale op dit blog.

Uit: The man without a country

“I have reason to think, from some investigations I made in the Naval Archives when I was attached to the Bureau of Construction, that every official report relating to him was burned when Ross burned the public buildings at Washington. One of the Tuckers, or possibly one of the Watsons, had Nolan in charge at the end of the war; and when, on returning from his cruise, he reported at Washington to one of the Crowninshields,—who was in the Navy Department when he came home,—he found that the Department ignored the whole business. Whether they really knew nothing about it, or whether it was a "Non mi ricordo," determined on as a piece of policy, I do not know. But this I do know, that since 1817, and possibly before, no naval officer has mentioned Nolan in his report of a cruise.
But, as I say, there is no need for secrecy any longer. And now the poor creature is dead, it seems to me worth while to tell a little of his story, by way of showing young Americans of to-day what it is to be
A MAN WITHOUT A COUNTRY.
Philip Nolan was as fine a young officer as there was in the "Legion of the West," as the Western division of our army was then called. When Aaron Burr made his first dashing expedition down to New Orleans in 1805, at Fort Massac, or somewhere above on the river, he met, as the Devil would have it, this gay, dashing, bright young fellow, at some dinner-party, I think. Burr marked him, talked to him, walked with him, took him a day or two's voyage in his flat-boat, and, in short, fascinated him. For the next year, barrack-life was very tame to poor Nolan. He occasionally availed of the permission the great man had given him to write to him. Long, high-worded, stilted letters the poor boy wrote and rewrote and copied. But never a line did he have in reply from the gay deceiver. The other boys in the garrison sneered at him, because he sacrificed in this unrequited affection for a politician the time which they devoted to Monongahela, sledge, and high-low-jack. Bourbon, euchre, and poker were still unknown. But one day Nolan had his revenge.”

 

 1897742-d074c3baa310a02cb3a94bf176bc25c4.jpg
Edward Everett Hale (3 april 1822 – 10 juni 1909)
Borstbeel door  Henry Hudson Kitson, 19e eeuw

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Johanna Walser werd geboren op 3 april 1957 in Ulm. Zie ook alle tags voor Johanna Walser op dit blog.

Uit: Die Unterwerfung

„Sie fesselten Lisa, dass sie sich nicht mehr rühren konnte, und sprachen sich ihr vor, dass es Lisa traf wie Peitschenschläge. Lisa stand oft nicht gerecht da, gegenüber manchen, die diese Sätze gesprochen hatten, die Vorwürfe waren oft gerechtfertigt. Auch war es nicht so, dass Lisa die Menschen dafür hassen musste oder konnte, aber die bloße Verletzung würgte sie ziemlich. Manchmal schliefen die Besatzer, auf einmal aber konnten sie aufwachen und ihre Feste feiern in Lisa.“
(…)

„Wenn Lisa abends Musik hörte, war sie gerettet; es kam ihr vor, sie verwandle sich in Musik. Den Schmerz nahm sie dann wie eine Hostie. Dann war sie plötzlich beleidigt – nur weil die Musik sich entrüstete, zuckte wie ein stolzes, misshandeltes Pferd – oder nein, sie täuschte sich, sie war von etwas emporgehoben, das hell auffährt und alles Schwere und Niederdrückende abwirft. Helle Flucht. Jemand spielte Klavier, und eine Musikstelle versetzte Lisa in einen Augenblick, in dem sie alles einfach empfing und alles sie schön berührte, zu ihr kam, an die Augen, sanft. Der Klavierspieler wiederholte diese leise, schöne Musikstelle, wieder und wieder … sie wachte auf und wachte auf, hörte nicht auf gerade aufzuwachen.“

 

 1897742-63a9fd65642468cbfb0ecf497e82fa54.jpg
Johanna Walser (Ulm, 3 april 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver Washington Irving werd geboren op 3 april 1783 in Manhattan, New York. Zie ook alle tags voor Washington Irving op dit blog.

Uit: Tales of the Alhambra

“The emperor Charles V. com menced a sumptuous palace within its walls, but was deterred from completing it by repeated shocks of earthquakes. The last royal residents were Philip V. and his beautiful queen, Elizabetta of Parma, early in the eighteenth century. Great preparations were made for their reception. The palace and gardens were placed in a state of repair, and a new suite of apartments erected, and decorated by artists brought from Italy. The sojourn of the sovereigns was transient, and after their departure the palace once more became desolate. Still the place was maintained with some military state. The gov ernor held it immediately from the crown; its jurisdiction extended down into the suburbs of the city, and was independent of the captain-general of Granada.
The desertion of the court, however, was a fatal blow to the Alhambra. Its beautiful halls became desolate, and some of them fell to ruin; the gardens were destroyed, and the foun tains ceased to play. By degrees the dwellings became filled with a loose and lawless population contrabandistas, 5 who availed themselves of its independent jurisdiction to carry on a wide and daring course of smuggling ; and thieves and rogues of all sorts, who made this their place of refuge whence they might depredate upon Granada and its vicinity. The strong arm of government at length interfered; the whole community was thoroughly sifted; none were suffered to remain but such as were of honest character, and had legitimate right to a residence; the greater part of the houses were
demolished, and a mere hamlet left, with the parochial church and the Franciscan convent. During the recent troubles in Spain, when Granada was in the hands of the French, the Alhambra was garrisoned by their troops, and the palace was occasionally inhabited by the French commander.
With that enlightened taste which has ever distinguished the French nation in their conquests, this monument of Moorish elegance and grandeur was rescued from the absolute ruin and desolation that were overwhelming it. The roofs were repaired, the saloons and galleries protected from the weather, the gardens cultivated, the watercourses restored, the fountains once more made to throw up their sparkling showers; and Spain may thank her invaders for having preserved to her the most beautiful and interesting of her historical monuments.”

 

 1897742-03dd6934ddc0a0746b8f295c7ea25066.jpg
Washington Irving (3 april 1783 - 28 november 1859)
Portret door Gilbert Stuart Newton, 1830

 

 

De Engelse priester en dichter George Herbert werd op 3 april 1593 geboren, waarschijnlijk te Black Hall (Wales). Zie ook alle tags voor George Herbert op dit blog.

 

Mattins

I cannot ope mine eyes,
But thou art ready there to catch
My morning-soul and sacrifice:
Then we must needs for that day make a match.

My God, what is a heart?
Silver, or gold, or precious stone,
Or star, or rainbow, or a part
Of all these things or all of them in one?

My God, what is a heart?
That thou should'st it so eye, and woo,
Pouring upon it all thy art,
As if that thou hadst nothing else to do?

Indeed man's whole estate
Amounts (and richly) to serve thee:
He did not heav'n and earth create,
Yet studies them, not him by whom they be.

Teach me thy love to know;
That this new light, which now I see,
May both the work and workman show:
Then by a sun-beam I will climb to thee.

 

 1897742-c72d3d391850118caeb1bcaf2c34f72d.jpg
George Herbert (3 april 1593 - 1 maart 1633)
Portret door Robert White, 1674

 

 

De Duitse schrijver Josef Mühlberger werd geboren op 3 april 1903 in Trautenau in Böhmen. Zie ook alle tags voor Josef Mühlberger op dit blog.

Uit: Wo ich daheim war. Erzählungen aus dem böhmischen Riesengebirge.

“Heute, vor dem Einschlafen, fiel mir ungerufen ein, was längst vergessen schien, und hier in der Fremde, in der ich seit Jahren lebe, fiel es mir ein. Ich ging den Weg wie damals als Knabe, trat aus dem Garten um unser Haus mit dem von Balsaminen umblühten Zaun, stieg den Hang hinauf, ging durch den Hohlweg, vorbei am Steinbruch mit der fleischroten Mauer unter dem Grün der Sträucher...bis zu Pater Neumann Kreuz. ...In meiner Kindheit war kein Tag gewesen ohne diesen Weg, ...ohne daß ich den Wassertümpel besucht hätte...oft mache ich den Weg in meinen Gedanken beim Einschlafen oder an Regentagen, und gehe jetzt, in der Fremde, nach vielen Jahren, wieder vor dem Einschlafen, als könne ich morgen meinen Wassertümpel besuchen, der auf mich wartet und traurig ist, wenn ich nicht komme. Sehe unter den graubärtigen Ästen einen Knaben übers Wasser geneigt sitzen, die Wangen von der Sonne gerötet wie die Himbeeren am Strauch, die Haare schimmernd wie die Ähren der Gerste und als Gold eingelegt ins Silber des Wasserspiegels. Alles noch wirklich, und doch schon Traum.“

 

 1897742-4ef18ba80dde47b4fca689021bd94462.jpg
Josef Mühlberger (3 april 1903 – 2 juli 1985)
Tijdens een reis op jongere leeftijd 

 

 

De Duitse dichter Bodo von Hodenberg werd geboren op 3 april 1604 in Hudemühlen. Zie ook alle tags voor Bodo von Hodenberg op dit blog.

 

Vor deinen Thron tret ich (Fragment)

Gott Heilger Geist, du höchste Kraft,
des Gnade in mir alles schafft,
ist etwas Guts am Leben mein,
so ist es wahrlich alles dein.

Drum danke ich mit Herz und Mund
dir, Gott, in dieser Morgenstund
für alle Güte, Treu und Gnad,
die meine Seel empfangen hat.

Und bitt, dass deine Gnadenhand
bleib über mir heut ausgespannt;
mein Amt, Gut, Ehr, Freund, Leib und Seel
in deinen Schutz ich dir befehl.

 

 1897742-c271dc790be4674b7e642ef9505d9798.jpg
Bodo von Hodenberg (3 april 1604 - 20 september 1650)
Monument ter herinnering aande familieburcht Hodenhagen van het geslacht von Hodenberg

 


 
De Duitse koopman en schrijver Friedrich Emil Rittershaus werd geboren op 3 april 1834 in Barmen. Zie ook alle tags voor Friedrich Emil Rittershaus op dit blog.

 

Auf dem Berge

Nun bin ich auf den Berg gestiegen
Und schau‘ in’s grüne Land hinein.
Im Sonnenschein die Täler liegen;
Die Berge deckt der Sonnenschein.
Im Sonnenschein die Falter scherzen,
Im Sonnenstrahle glänzt der Quell
Und in der Brust, im tiefsten Herzen
Wird’s wieder licht und sonnenhell!

Schon lugt im Wald durch’s herbstlich falbe,
Zertretne Laub der Blüten Pracht;
Schon hat die Lerche, hat die Schwalbe
Der junge Lenz zurück gebracht.
Sie alle sind der Lust Propheten,
Propheten einer sel’gen Zeit!
Aus tausend Pforten seh‘ ich treten
Hin in die Welt die Fröhlichkeit.

Sei mir gegrüßt mit meinem Liede,
Sei mir gegrüßt aus vollster Brust,
Du wunderbarer Frühlingsfriede,
Du wundersame Frühlingslust!
Mit frohem Sinne zum Himmel wende
Ich nun die Augen tiefbewegt.
Mir ist, als hätt‘ mir seine Hände
Ein Engel auf die Stirn gelegt.

 

 1897742-b1357464c06895623c5f33d06c04def8.png
Friedrich Emil Rittershaus (3 april 1834 – 8 maart 1897)

 

Geschreven door Romenu om 12:04 Reageer op dit bericht

Bert Bakker

De Nederlandse dichter, schrijver en uitgever Bert Bakker werd geboren in Huizum (Leeuwarden) op 3 april 1912. Bakker schreef een aantal letterkundige studies, twee romans, poëzie en kinderboeken. In WO II was hij betrokken bij het verzet en werkte hij mee aan het illegale Vrij Nederland. Na de bevrijding werd hij enig directeur van de uitgeverij Bert Bakker. In 1953 richtte hij het maandblad Maatstaf op, waarvan hij tot 1969 redacteur was. Als uitgever bij Bert Bakker/Daamen had hij veel succes met de reeks Ooievaar Pockets waarvan er in eerste instantie 199 verschenen. Nadat in 1972 de laatste Ooievaar van bovengenoemde serie verscheen, werd in april 1991 een nieuwe reeks Ooievaars op stapel gezet. De serie begon met de nummers 266 tot en met 305, daarna is men doorgegaan met een serie ongenummerde Ooievaars.

 

Terug

't Wordt al gezocht en weergevonden:
dezelfde tuin onder dezelfde lucht,
hetzelfde hart, waarmee ik was verbonden
vóór mijn verraad en heimelijke vlucht.

Het is er nog; het is altijd gebleven.
Alles is weer, zooals het vroeger was.
De berken wiegen en de bloemen beven
en prachtig schijnt de zon over het voorjaarsgras.

En gij, hoe vreemd, wilt mij opnieuw ontvangen,
opnieuw mijn hoofd verbergen in uw schoot.
Zoo laat mij, láát mij dan, en merk uit mijn verlangen
hoe onuitsprekelijk het was en groot.

 

Regenlied

Vaak ligt zij stil en luistert naar den regen,
Die recht en ruischend langs haar venster stroomt.
Zij weet dan niet meer of zij waakt of droomt,
En of de boomen stilstaan of bewegen.

Het is zoo vreemd: dit onophoudelijk zingen.
Altijd hetzelfde lied - Voorbij haar open raam.
Het waait naar binnen en het raakt haar aan.
Het maakt zichzelf vertrouwd met alle dingen.

Zoo duurt het door - Zoo zal het lang nog duren.
Zij weet, dat zij het niet ontkomen kan,
Vóórdat zij sterven gaat - En dan
Zal het nòg bij haar zijn - tot in haar laatste uren.

Maar als zij eindelijk afscheid heeft genomen
En door een engel zacht is weggeleid,
Zal er het ééuwig zingen komen,
Waartoe dit haar heeft voorbereid.

 

 2016139-ae1deb8fff0312a4019d646ae48d2109.jpg

Bert Bakker (3 april 1912 – 19 september 1969)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Lars Gustafson

 

In Memoriam Lars Gustafson

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson is op 79-jarige leeftijd overleden. Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

Elegie over een dode labrador

in twee verschillende werelden: de mijne,
meest letters, een tekst die door het leven loopt,
de jouwe voornamelijk gebeuren. Je bezat een kennis
die ik dolgraag bezeten zou hebben: het vermogen
gevoel, lust, haat of liefde
als een golf door je hele lichaam te laten gaan,
van je neus tot je staartpunt, het onvermogen
om het bestaan van de maan te accepteren.
Bij volle maan huilde je steeds luid naar haar op.
Je was een beter gnosticus dan ik. En je leefde
zodoende voortdurend in het paradijs.
Je had de gewoonte al springend vlinders te vangen
en ze op te peuzelen, iets dat sommige mensen weerzinwekkend vonden.
Ik stelde dat immer op prijs. Waarom
kon ik er geen lering uit trekken? En deuren!
Voor gesloten deuren ging je liggen slapen,
vast overtuigd dat vroeg of laat degene moest komen
die de deur open zou doen. Je had gelijk.
Ik had ongelijk. Ik vraag me af, nu deze lange
woordloze vriendschap voorgoed voorbij is,
of ik mogelijkerwijs iets kon dat jou
imponeerde. Je vaste overtuiging dat
ik het was die het onweer opriep
telt niet mee. Dat was een vergissing. Ik denk
dat mijn geloof dat de bal bleef bestaan
ook wanneer hij achter de bank verscholen lag
je ergens een idee gaf van mijn wereld.
In mijn wereld lag het meeste verscholen
achter iets anders. Ik noemde je ‘hond’.
Ik vraag mij vaak af of je mij beschouwde
als een grotere, meer lawaai makende ‘hond’,
of als iets anders, voor altijd onbekend,
dat is wat het is, bestaat in de eigenschap
waarin het bestaat, een fluitje
door het nachtelijke park waarop je
gewend was terug te keren zonder eigenlijk
te weten waarnaar. Over jou, over
wie je was, wist ik niet meer.
Je zou kunnen zeggen, vanuit dit wat objektievere
standpunt: We waren twee organismen.
Twee van deze plekken waar het universum
in zichzelf verstrikt raakt, kortstondige, komplexe
proteïnestrukturen, die steeds ingewikkelder
moeten worden om te overleven, tot alles
uiteenspringt en weer eenvoudig wordt, de knoop
ontward, het raadsel vervlogen. Je was niets dan
een vraag gericht aan een andere vraag
en geen van beiden bezat andermans antwoord.


Vertaald door Bernlef

 

 1898663-eb884ab4e5bae707bc5da9c1d2921f2e.jpg
Lars Gustafsson (17 mei 1936 - 3 april 2016)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Thomas Glavinic, Ed Dorn, Émile Zola, György Konrád, Anneke Claus, Anne Waldman, Casanova, Hans Christian Andersen, Roberto Arlt

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Der Jonas-Komplex

„Wer wir sind, wissen wir nicht. Beim letzten Durchzählen kam ich  auf mindestens drei Personen, die jeder von uns ist. Erstens die, die  er ist, zweitens die, die er zu sein glaubt, und drittens die, für die ihn die anderen halten sollen.
Als ich aufwache, geht es mir so elend, dass ich mit keinem der drei etwas zu tun haben will.
Ich bin zu Hause. Im Fernseher läuft das Neujahrskonzert. Ohne Ton. An der Wand hat sich jemand Notizen gemacht. Überall im Zimmer liegt Geschenkpapier. Neben mir liegt eine Frau. Ich kenne sie. Sie heißt Ina. Ich frage mich bloß, was sie da macht. Immerhin hebt und senkt sich ihr Brustkorb.
Ich versuche mich an den Sex zu erinnern. In meinem Gehirn, oder was ich dafür halte, finde ich keine Bilder davon. Vielleicht besser so.
Ich erlaube mir eine kurze Zimmerinspektion. Dem Zustand meiner Kleidung nach hatte ich eine verlustreiche Auseinandersetzung mit einem Autobus. Die Konföderiertenflagge in der Vase mit der undefinierbaren Flüssigkeit verbreitet eine gewisse Revolutionsstimmung, die mir unlieb ist. Aus den Notizen an der Wand werde ich erst recht nicht schlau, es geht um irgendeinen Bären und einen Peter. Die Schrift erinnert mich an meine.
Mir ist dieses Jahr schon jetzt nicht ganz geheuer.
Als ich meinen Körper nach Anzeichen von Gewalt absuchen will, läutet es an der Tür. Eine Sekunde Pause, dann wird wieder geläutet. Und das dritte Läuten hört gar nicht mehr auf. Es hört einfach nicht mehr auf. Es läutet. Es läutet. Es läutet. Es läutet. Es läutet. Es läutet.“

 

 1897373-3b98823d37b624393b6a3e2c56786f80.jpg
Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Ed Dorn werd geboren op 2 april 1929 in Villa Grove, Illinois. Zie ook alle tags voor Ed Dorn op dit blog.

 

This March Afternoon

Pride kept me away.
                               Her eyes, indelicate
as they were,
were there nonetheless
                               and her eyes guided
me into the recesses of my own
                                              untrackable
world, oh goddesses
did I like Harpagus crave a fixture rule
of this world as over the years I grow older?
A bitter clot of time rides in my throat
and Nay once again the Graces say.

 

 

Daffodil Song

The horns of yellow

        on this plain resound
    and the twist on the air
of their brilliance
                         Say where
say where I will find
a love
         or an arabetque
of such rash fortune.

 

 

 1897373-08de1605d3739a5858f345c970748c59.jpg
Ed Dorn (2 april 1929 - 10 december 1999)

 

 

De Franse schrijver Émile Zola werd geboren op 2 april 1840 te Parijs. Zie ook alle tags voor Émile Zola op dit blog.

Uit: La fortune des Rougon (Les Rougon-Macquart)

“Lorsqu'on sort de Plassans par la porte de Rome, située au sud de la ville, on trouve, à droite de la route de Nice, après avoir dépassé les premières maisons du faubourg, un terrain vague désigné dans le pays sous le nom d'aire Saint-Mittre.
L'aire Saint-MiƩre est un carré long, d'une certaine étendue, qui s'allonge au ras du troƩoir de la route, dont une simple bande d'herbe usée la sépare. D'un côté, à droite, une ruelle, qui va se terminer en cul-de-sac, la borde d'une rangée de masures ; à gauche et au fond, elle est close par deux pans de muraille rongés de mousse, au-dessus desquels on aperçoit les branches hautes des mûriers du Jas-Meiffren, grande propriété qui a son entrée plus bas dans le faubourg. Ainsi fermée de trois côtés, l'aire est comme une place qui ne conduit nulle part et que les promeneurs seuls traversent.
Anciennement, il y avait là un cimeƟère placé sous la protection de saint Mittre, un saint provençal fort honoré dans la contrée. Les vieux de Plassans, en 1851, se souvenaient encore d'avoir vu debout les murs de ce cimetière, qui était resté fermé pendant des années. La terre, que l'on gorgeait de cadavres depuis plus d'un siècle, suait la mort, et l'on avait dû ouvrir un nouveau champ de sépultures, à l'autre bout de la ville.
Abandonné, l'ancien cimeƟère s'était épuré à chaque printemps, en se couvrant d'une végétaƟon noire et drue. Ce sol gras, dans lequel les fossoyeurs ne pouvaient plus donner un coup de bêche sans arracher quelque lambeau humain, eut une ferƟlité formidable. De la route, après les pluies de mai et les soleils de juin, on apercevait les pointes des herbes qui débordaient les murs ; en dedans, c'était une mer d'un vert sombre, profonde, piquée de fleurs larges, d'un éclat singulier. On sentait en dessous, dans l'ombre des tiges pressées, le terreau humide qui bouillait et suintait la sève. »

 

 1897373-7074199256760085c9e35773d111bd78.jpg
Émile Zola (2 april 1840 - 29 september 1902)
Cover

 

 

De joods-Hongaarse schrijver György Konrád werd geboren op 2 april 1933 in Berettyóújfalu (bij Debrecen). Zie ook alle tags voor György Konrád op dit blog.

Uit: Das Schweigen der Nachbarn

„Doch bei der tatsächlichen Zusammenkunft hochrangiger, diplomierter Herren am Wannsee, wo die Idee praktische Gestalt annahm, ging es fachgerecht und ruhig zu: »Sehr ruhig, sehr freundlich, sehr höflich und sehr artig, sehr nett, und es werden nicht viele Worte gemacht. Es dauert auch nicht lange. Es wird dann ein Cognac gereicht durch die Ordonanzen, und dann ist die Sache eben vorbei«, wie sich ein Teilnehmer, Adolf Eichmann, erinnert.
Auch die Vorbereitungen in Ungarn gingen verhältnismäßig glatt und ruhig vonstatten, schritten immer nur eine Stufe weiter voran. Wenn es nun schon eine Juden- frage gab, dann musste man sich um deren Lösung bemühen, noch dazu unter gesetzlichen Rahmenbedingungen. Im Frühjahr 1944 war die Entwicklung, die zur Endlösung, zu den Vernichtungslagern führte, alltäglich und fast normal geworden.
Im ungarischen Parlament wurde das Thema von den Abgeordneten ausgiebig debattiert. Der katholische Fürstprimas und auch der Vorsitzende der reformierten Bischofskonferenz empfahlen die Vorlage der Judengesetze zur Annahme. Dem ersten Judengesetz folgte das zweite, das dritte, und dann prasselte in rasender Geschwindigkeit Verordnung auf Verordnung hernieder, wurde der Rückstand zum deutschen Vorbild wettgemacht.“

 

 1897373-7d9653e8e687f7fe4c1ff5ce67e275ab.jpg
György Konrád (Berettyóújfalu, 2 april 1933)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anneke Claus werd geboren op 2 april 1979 in Doetinchem. Zie ook alle tags voor Anneke Claus op dit blog.

 

Pathétique

Hij is de enige die altijd op me wacht

zwijgzame jongen

Een hardnekkig soort trouw dat ik in de loop der jaren
meer en meer ben gaan waarderen

Telkens als ik naar hem verlangde kwam hij
en als ik dat niet deed ook

er is iets in zijn gang, alsof het sterker is dan hij

Nu al enige tijd wijkt hij niet van mijn zijde
vandaag voor het eerst heb ik zijn hand genomen

die was koud en zwaar en wit

En hij heeft zulke kalme ogen
en de rest is je vergeten

Je zou je overgeven
meisjes zoals ik.

 

 1897373-5ad9f9e5bf76c969756bbd07fd04afb5.jpg
Anneke Claus (Doetinchem, 2 april 1979)

 

 

De Amerikaanse dichteres Anne Waldman werd geboren op 2 april 1945 in Millville, New Jersey. Zie ook alle tags voor Anne Waldman op dit blog.

 

Attenuate The Loss And Find

name appears
everywhere and in dream
body armor removed
what now, legacy, archivum
we female archons preserve of
intensity a durance a hand you recognize
(sounds sound)
assurance as lives on
drank of that
drank of this
almost suffocated, then drowned
downed but never
what only she could only know
as herself living in the brute time
speak of a syntax of rendition?
the politics of Empire chip away
as poetry attests, give it up
curve of a water-starved globe
to follow and be following?
racism, sexism, struggle
everything in intense grasp of
consciousness — cut in crystal observation
for her rapid and perched intellectus
privacy opens to vibrant light
this is stuff of Eros, of empathy
passionate edge of Adrienne
the American Skeptic
I feel you consociational in this light
a term of anthropology, to study
intersections in the annals we share
intergenerational, interspecies, interlanguage
move in parallelograms
getting it right as she did

 

 1897373-dee4d73159bba43bbb50b3e3accf0647.jpg
Anne Waldman (Millville, 2 april 1945)
 

 

 

De Italiaanse schrijver en avonturier Giacomo Girolamo Casanova werd geboren in Venetië op 2 april 1725. Zie ook alle tags voor Giacomo Casanova op dit blog.

Uit:The memoirs of Jacques Casanova de Seingalt (Vertaald door Arthur Machen)

“The exorcist, standing by the bed, took out his pocket ritual and the stole which he put round his neck, then a reliquary, which he placed on the bosom of the sleeping girl, and with the air of a saint he begged all of us to fall on our knees and to pray, so that God should let him know whether the patient was possessed or only labouring under a natural disease. He kept us kneeling for half an hour, reading all the time in a low tone of voice. Bettina did not stir.
Tired, I suppose, of the performance, he desired to speak privately with Doctor Gozzi. They passed into the next room, out of which they emerged after a quarter of an hour, brought back by a loud peal of laughter from the mad girl, who, when she saw them, turned her back on them. Father Mancia smiled, dipped the sprinkler over and over in the holy water, gave us all a generous shower, and took his leave.
Doctor Gozzi told us that the exorcist would come again on the morrow, and that he had promised to deliver Bettina within three hours if she were truly possessed of the demon, but that he made no promise if it should turn out to be a case of madness. The mother exclaimed that he would surely deliver her, and she poured out her thanks to God for having allowed her the grace of beholding a saint before her death.
The following day Bettina was in a fine frenzy. She began to utter the most extravagant speeches that a poet could imagine, and did not stop when the charming exorcist came into her room; he seemed to enjoy her foolish talk for a few minutes, after which, having armed himself ‘cap-a-pie’, he begged us to withdraw. His order was obeyed instantly; we left the chamber, and the door remained open. But what did it matter? Who would have been bold enough to go in?”

 

 1897373-2bd5672648946f88ceb7d7853cd423cf.jpg
Giacomo Casanova (2 april 1725 – 4 juni 1798)
David Tennant als Casanova in de Britse tv-serie uit 2005

 

 

De Deense schrijver en dichter Hans Christian Andersen werd geboren op 2 april 1805 in Odense. Zie ook alle tags voor Hans Christian Andersen op dit blog en ook voor H. C. Andersen.

Uit: De prinses op de erwt

“Er was eens een prins die zo graag een prinses wilde hebben, maar het moest een echte prinses zijn. Hij reisde de hele wereld rond om er één te vinden, maar overal kwam er iets tussen. Prinsessen waren er genoeg, maar of het echte prinsessen waren, daar kon hij nooit helemaal achter komen, altijd was er iets dat niet helemaal in de haak was. Toen kwam hij weer thuis en was erg bedroefd, want hij wilde graag een heuse prinses hebben.
Op een avond brak er een verschrikkelijk onweer los; het bliksemde en donderde, de regen stroomde neer: het was vreselijk!
Toen werd er aan de stadspoort geklopt en de oude koning ging opendoen.
Het was een prinses die buiten stond. Maar, lieve hemel, wat zag ze eruit door de regen en het noodweer! Het water liep uit haar kleren en haren, bij de punt van haar schoen liep het erin en bij de hiel er weer uit; zij zei dat ze een echte prinses was.
"Ja, daar zullen we wel achter komen!" dacht de oude koningin, maar ze zei niets. Ze ging haar slaapkamer binnen, nam al het beddengoed weg en legde een erwt op de bodem van het bed, nam toen twintig matrassen, legde die boven op de erwt en toen opnieuw twintig veren bedden boven op de matrassen. Daar moest de prinses nu 's nachts op liggen.
's Morgens vroegen ze haar hoe ze had geslapen. "O, verschrikkelijk slecht!" zei de prinses, "ik heb de hele nacht bijna geen oog dicht gedaan! De hemel weet wat er in mijn bed lag. Ik heb op iets hards gelegen en ik ben over mijn hele lichaam bont en blauw! Het is afschuwelijk!"

 

 1897373-77a7322f10d960517ddba122e32a65bf.jpg
Hans Christian Andersen (2 april 1805 - 4 augustus 1875)
Cover

 

 

De Argentijnse schrijver Roberto Godofredo Arlt werd geboren op 2 april 1900 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Roberto Arlt op dit blog.

Uit: The Mad Toy (Vertaald door Michele McKay Aynesworth)

“Caressing my small monster, I would think to myself, This cannon can kill, this cannon can destroy, and the conviction of having created an obedient and mortal danger drove me wild with joy.
The neighborhood boys examined it with astonishment and saw it as a sign of my intellectual superiority. After that, on our expeditions to steal fruit or seek buried treasure in the no-man's-land that lay beyond the Maldonado Stream in San Jose de Flores, I was in charge.
The day we fired the cannon was glorious. We did the test shot in a clump of retama bushes in a huge empty lot on Avellaneda Street just before you get to San Eduardo. A circle of boys surrounded me while I, faking excitement, loaded the mouth of the culverin. Then, to measure its ballistic power, we aimed it at the zinc water tank attached to the wall of a nearby carpentry shop.
Gripped by emotion, I lit the fuse; a small shadowy flame leapfrogged in the sun, and suddenly a terrible explosion enveloped us in a nauseating cloud of white smoke. For a brief moment we were overcome with wonder: it seemed to us in that instant that we had discovered a new continent, or had been turned into owners of the earth by some strange magic.
All at once someone yelled, "Beat it! The cops!"
There was no time to make a dignified exit. Two policemen, running as fast as they could, were advancing toward us. We hesitated ... and suddenly, making prodigious leaps, we fled, abandoning the "bombard" to the enemy.
Enrique ended the conversation by telling me, "Che, if you need some scientific data, I have a collection of magazines at home called Around the World that I can let you borrow."
From that day to the night of the great danger, our friendship was like that of Orestes and Pylades.”

 

 1897373-9fe1e5ffdca69d2ad2a3d54ec3b45d53.JPG
Roberto Arlt (2 april 1900 – 26 juli 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:37 Reageer op dit bericht

Edgar Hilsenrath, George Fraser, H. von Fallersleben, Johann Gleim, Pierre Zaccone, Pietro della Valle, Zwier van Haren, Joanna Chmielewska, Brigitte Struzyk

De Joods-Duitse schrijver Edgar Hilsenrath werd geboren in Leipzig op 2 april 1926. Zie ook alle tags voor Edgar Hilsenrath op dit blog.

Uit: Das Märchen vom letzten Gedanken

"Niemand kann dich hören, Thovma Khatisian", sagte der Märchenerzähler, "denn deine Rede ist stumm. Aber ich habe dich gehört."
"Hast du auch seinen Schrei gehört den Schrei des türkischen Ministerpräsidenten als er ins Bodenlose fiel?"
"Den hab ich auch gehört."
"Ich habe den türkischen Ministerpräsidenten noch einmal getroffen", sagte ich zum Märchenerzähler.
"Wann?"
"Vor einigen Sekunden."
"Und wo?"
"Im großen Sitzungssaal des Vereinten Völkerwissens. Es war während der üblichen Vollversammlung.
Er saß neben dem Regierungsvertreter, unauffällig und abseits. Wie ich erfuhr, war er nicht mehr Ministerpräsident, sondern Archivar beim Vereinten Völkergewissen, offiziell gewählt von allen vertretenen Nationen. Als er mich sah, verließ er seinen Platz und ging hinunter ins Archiv. Ich folgte ihm. Ich suche die armenische Akte, sagte ich. Es handelt sich um einen Bericht über den vergessenen Völkermord. Den vergessenen Völkermord? Ja. Und wann soll der stattgefunden haben? Im Jahre 1915. Das ist schon sehr lange her. Wir haben jetzt das Jahr 1988. Ja, sagte ich. Sehen Sie, sagte er.
Und dann führte er mich zum Aktenschrank. Er sagte: Unser Aktenschrank hat keine Schranktür. Es sind offene Regale, für jedermann zugänglich, denn wir haben keine Geheimnisse. Dann zeigen Sie mir, wo ich die armenische Akte finden kann. Das geht leider nicht, sagte er, denn eine so alte Akte wie die armenische ist längst verstaubt, so sehr verstaubt, daß sie unauffindbar geworden ist. Dann rufen Sie Ihre Putzfrau und veranlassen Sie, daß die Akte entstaubt wird.“

 

 1897364-d8f4ef9b91eafa5a802277937429dc3d.jpg
Edgar Hilsenrath (Leipzig, 2 april 1926)

 

 

De Britse schrijver en scenarioschrijver George MacDonald Fraser werd geboren in Carlisle op 2 april 1925. Zie ook alle tags voor GeorgeFraser op dit blog.

Uit: Flashman on the March

« Queen writin’ letters, a penny or more on the income tax-it’s true! Now d’you see why this silver must reach Napier double quick-if it don’t, he’ll be adrift in the middle of nowhere with not a penny to his name, and your old chum Speedicut will be a human sacrifice at the openin’ of the new Foreign Office!”
“But why should Napier need Austrian silver? Hasn’t he got any sterling?”
“Abyssinian niggers won’t touch it, or anythin’ except Maria Theresas. Purest silver,l you see, and Napier must have it for food and forage when he marches up-country to fight his war.”
“So it’s a war-chest? You never said a dam’ word about war last night.”
“You never gave me a chance, did you? Soon as I told you I was in Dickie’s meadow,2 with this damned fortune to be shipped and Sturgess in dock, what sympathy did dear old friend Flashy offer? The horse’s laugh, and wished me joy! All for England, home, and the beauteous Elspeth, you were . . . and now, ” says he, with that old leery Speedicut look, “all of a sudden, you’re in the dooce of a hurry to oblige . . . What’s up, Flash?
“Not a dam’ thing. I’m sick of Trieste and want away, that’s all!”
“And can’t wait a day? You and Hookey Walker!”
“Now, see here, Speed, d’ye want me to shift your blasted bullion, or don’t you? Well, I go tonight or not at all, and since this cash is so all-fired important to Napier, your Embassy funds can stand the row for my passage home, too, when the thing’s done! Well, what d ’ye say?”
“That something is up, no error! ” His eyes widened. “I say, the Austrian traps ain’t after you, are they-’cos if they were I daren’t assist your flight, silver or no silver! Dash it, I’m a diplomat-”
“Of course ’tain’t the traps! What sort of fellow d’ye think I am? Good God, ha’nt we been chums since boyhood?”

 

 1897364-59b18babe5864add12323e48baa3b8fc.jpg
George MacDonald Fraser (2 april 1925 - 2 januari 2008)

 

 

De Duitse schrijver August Heinrich Hoffmann von Fallersleben werd geboren in Fallersleben op 2 april 1798. Zie ook alle tags voor Hoffmann von Fallersleben op dit blog en ook voor H. von Fallersleben.

 

Ausländerei

Daß wir so das Fremde lieben!
Zu dem Fremden hingetrieben
sind wir selbst uns fremd geblieben -
Deutsch will keiner sein.
Nur von Auslands Gnaden sollen
wir bestehen wir Lebensvollen,
Selbst nichts tun und selbst nichts wollen?
Schlag der Teufel drein !

Sollen wir an uns verzagen?
Kein Gefühl im Herzen tragen,
nicht einmal zu sagen wagen,
daß wir etwas sind?
Stählt die Sinnen und Gemüter!
Seid die Schirmer, seid die Hüter
eurer eigenen deutschen Güter!
Werdet deutschgesinnt !

Was die Fremden Gutes machten,
laßt uns immer gern beachten,
aber nach dem Besten trachten
für das Vaterland!
Liebend alle Welt umfassen,
sich verachten, sich nur hassen,
kann' s der Deutsche niemals lassen? -
Armes Vaterland!

 

 

Deutschland, was fehlt dir?

Deutschland, was fehlt Dir? Was klagest du so ?
Bist ja so glücklich, und dennoch nicht froh !
Deutschland, so klage, so traure doch nicht!
Hast Du nicht alles was vielen gebricht?

Wälder und Felder, und Täler und Höhen,
alles voll Segen so herrlich und schön;
Honig und Butter, und Bier und auch Wein -
sag, warum willst du denn nicht fröhlich sein?

Handel und Wandel, und Wissen und Kunst,
dreißig Regenten mit fürstlicher Gunst,
Adel und Pfaffen und Staatskanzleien -
sag, warum willst du denn nicht fröhlich sein?

Künstler, Gelehrte, wie Sand an dem Meer,
tapferer Soldaten manch prächtiges Heer,
freie Censur und den freien Rhein -
sag, warum willst du denn nicht fröhlich sein?

Konstitutionen, beschworen so fest,
daß sich kein Wort davon austilgen läßt
Völker und Fürsten im trauten Verein -
sag, warum willst du denn nicht fröhlich sein?

Deutschland, was fehlt dir, was klagest du so?
bist ja so glücklich, und dennoch nicht froh! -
„Fröhlich wohl sollt ich und wollt ich auch sein,
Deutschland nur fehlt mir, nur Deutschland allein.“

 

 1897364-27e9bc019bb099485ab8c3c36b6604c8.jpg
Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Portret door Ernst Henseler, 1898 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Wilhelm Ludwig Gleim werd geboren op 2 april 1719 in Ermsleben Zie ook alle tags voor Johann Gleim op dit blog.

 

Der Stern der Liebe

Am Himmel steht ein schöner Stern,
Der heißt der Stern der Liebe,
Man sucht ihn auf, man sieht ihn gern,
Und ist’s am Himmel trübe,
Dann missen wir sein schönes Licht,
Denn durch die Wolken scheint er nicht.

Wenn ich zu meinem Mädchen geh’
Im Kühlen und im Dunkeln,
Und dann den Stern der Liebe seh’
Am dunkeln Himmel funkeln,
Dann fühl’ ich Liebe, dann ruf’ ich:
Komm’ Mädchen, komm’ und küsse mich!

Dann kommt’s, dann fühlt das Mädchen sich,
Als wenn’s mich küssen müßte;
So zärtlich küßt’s, als wenn es mich
Nur mit der Seele küßte;
Dann wird’s vertraulich, nennt mich du,
Und alle Sternlein sehen zu!

 

 

Die Macht des Weins

Ein Frommer sprach: Ich möchte doch mich schämen,
Stets so vergnügt zu seyn;
Ich möchte doch mit ihm zu Herzen nehmen,
Was so viel Wunder prophezei’n;
Ich möchte doch, wie er, mich grämen,
Weil Ach und Weh’ so viel Kometen dräu’n.
Da gab ich ihm von meinem Wein;
Da rieth er mir, ich möchte mich nicht schämen,
Stets so vergnügt zu seyn.

 

 1897364-27160a37622393c7dc6bcf61e7cb55f7.JPG
Johann Gleim (2 april 1719 – 18 februari 1803)
Borstbeeld door Norman Lodahl in het Gleimhaus in Halberstadt

 

 

De Franse schrijver Pierre Zaccone werd geboren op 2 april 1817 in Douai. Zie ook alle tags voor Pierre Zaccone op dit blog.

Uit: Éric Le Mendiant

"Si elle rencontrait un malheureux qui lui tendait la main, elle ouvrait sans hésiter la petite bourse où elle renfermait le trésor de ses modestes épargnes, et jetait généreusement une petite pièce d’argent dans la main du mendiant.
 Bien souvent elle rentrait à la ferme sans la moindre obole ; et alors si son père lui disait, en prenant un air grondeur :
– Margaït ! Margaït ! vous avez fait bien des folies !
– Bon père, répondait-elle avec candeur, j’ai rencontré tant de malheureux !
Et son père l’embrassait ; il était fier d’elle, comme elle était heureuse de lui.
Aussi, quand Tanneguy, conduisant sa fille par la main se rendait le dimanche à l’église du bourg, c’était à qui chanterait sur leur passage les plus jolis guerz bretons.
Les vieillards saluaient le père qui passait gravement au milieu d’eux.
Les jeunes gens souriaient à la jeune fille dont le regard éclatait de franche gaieté.
C’était un doux murmure où l’admiration et le respect étaient mêlés et confondus, et qui les accompagnait jusqu’au seuil de la vieille église gothique, comme un pieux et touchant concert !
Telle était Margaït.
Jamais le moindre souci n’était venu mettre une ride sur son front si pur ; jamais la plus légère inquiétude n’avait troublé la sérénité calme de son cœur.
Elle allait à travers la ville comme le voyageur à travers les forêts vierges de l’Amérique, écoutant avec ravissement les douces harmonies de la nature, admirant les merveilles de cette vigoureuse et féconde végétation, s’oubliant, enfin, dans la contemplation de sublimes beautés que l’art ne peut égaler.
Margaït ne se doutait pas même des amères douleurs qui peuvent faire la vie triste et désespérée, et elle buvait sans crainte à la coupe d’or des joies terrestres dans laquelle, jusqu’alors, aucune larme n’était encore tombée de ses beaux yeux !
Depuis quelque temps cependant Margaït grandissait à vue d’œil, ses formes se développaient avec grâce, ses épaules s’arrondissaient comme sous l’amoureux ciseau d’un sculpteur invisible, une flamme discrète brillait sous ses paupières brunies."

 

 1897364-d0808aa0fc0bb54ba8a9a18d13161b08.jpg
Pierre Zaccone (2 april 1817 - † ? 1895)
Portretfoto door Félix Nadar , 1900

 

 

De Italiaanse (reis)schrijver Pietro della Valle werd geboren op 2 april 1586 in Rome. Zie ook alle tags voor Pietro della Valle op dit blog.

Uit: The Travels Of Sig. Pietro della Valle (The journey to Olaza)

“Now the good Cacciatùr having open'd mine, without hurting the lock, or medling with the linnen which he found therein, took out onely all the little mony which I then had, and had put into it, to avoid carrying its weight about me; it was in one of those long leathern purses, which are made to wear round the waste like a girdle, and was full of Spanish Rialls, a Coyn in these parts, and almost in all the world current enough. His intention, I conceive, was to leave me (as they say) naked in the Mountains in the center of India, and peradventure, to go into some Territory of the Gentiles or Mahometans, there to pass a jovial life upon my expence. But it pleas'd God, the theft being done in my Chamber, where none but he resorted, we had vehement suspition of him; and therefore the Ambassador making use of his Authority, caus'd him to be laid hold on, and we found the theft in his breeches ty'd to his naked flesh; and thus I recover'd my money. I was unwilling any hurt should be done to him, and withall, to keep him longer; nevertheless that he might not go into the Infidel-Countries, lest thereby he should lose his Religion and turn to his native errors, I sent him away with some trusty persons to Goa, giving him Letters also to Signora Maria, but such as whereby they might know that I had dismis'd him, and that he was not to be entertain'd there, though otherwise indempnifi'd. By this Story you may see how much a Man may be deceiv'd in his trusting; how little benefits prevail upon an unworthy nature; and withall, you may con∣sider to what misfortunes a Stranger is subject in strange Coun∣tries; so that if I had had nothing else, being thus depriv'd of all, I should have been left to perish miserably amongst Bar∣barians.”

 

 1897364-5cf85744d9b49a7f8be4265811a33fda.jpg
Pietro della Valle (2 april 1586 – 21 april 1652)

 

 

De Nederlandse schrijver Onno Zwier van Haren werd geboren in Leeuwarden op 2 april 1713. Zie ook alle tags voor Onno Zwier van Haren op dit blog.

Uit: Agon, Sulthan van Bantam

“Sinan
Uw wil is door myn mond verkondigd aan de Grooten,
En uw last is gebragt aan d' eerste Hof genooten:
Een ieder zal hier zyn, gelyk vereischd syn plicht,
Op de bestemde tyd, en 't uur daar toe gericht.
Schoon deze dag reeds lang voor Bantam was te wagten,
Wyl gy zoo menigmaal geuit had uw gedagten,
Heeft elk van haar niet min getoond de droeve smart,
Die 't komen van dees' dag, verspreid in ieders hart.
Agon
Die smart, hoe groot die zy, zal niet veel langer duuren,
Als tot dat morgen 't licht beschyne Bantams muuren:
Een oude Vorst verdwynd, gelyk de Maan, voor 't oog,
Wanneer de jonge Vorst klimd, als de Son, om hoog.
Sinan
Sy wagten zekerlyk een Heer van uwe handen
Die ook, gelyk als gy de Vader deezer Landen,
Haar welvaard houden zal voor syne grootste zorg,
d' Opvoeding van uw' Soons is hier voor haare borg:
Maar zoo ik uit haar naam de waarheid u mag zeggen,
En 't geen hier ieder denkt vrymoedig openleggen,
Hoe veel men van uw Soons, met reden, ook verwagt,
De onderdaan verlangd te blyven in uw magt;
Te meer dewyl men ziet Natuur u mildlyk geeven
De aangename vrugt van een gematigd leeven,
En dat de ouderdom, die elk met reeden vreest,
Niets afneemd van de kragt en vlugheid van uw geest.”

 

 1897364-754348c928dc1d1e51749b783952fc38.JPG
Onno Zwier van Haren (2 april 1713 – 2 september 1779)
Onno Zwier van Haren op een sigarenblikje 

 

 

De Poolse schrijfster Joanna Chmielewska (eig. Irena Kühn) werd geboren op 2 april 1932 in Warschau. Zie ook alle tags voor Joanna Chmielewska op dit blog.

Uit: Mord ist Trumpf (Vertaald door Anna Junuszewska)

„Auf einmal regte sich in meinem Oberstübchen eine graue Zelle und piepste mir eine gnadenlose Mitteilung zu. Nichts mit Kenntnissen, Entdeckungen und Erfolgen. Alles war gut, solange ich ihn abgöttisch bewunderte, die ersten Risse zeigten sich erst, seit ich anfing, die Geduld zu verlieren. Ich bemerkte dieses und jenes, und ein paar unangebrachte Bemerkungen rutschten mir heraus, wie ungeschickt, mit diesen blöden Augen plötzlich klar zu sehen, die Liebe machte doch angeblich blind ...
Ich benutzte die blöden Augen, um mich noch mal im Spiegel zu mustern. Während des Nachdenkens hatte ich mich fertig geschminkt. Na gut, jetzt mal ohne Quatsch, so schlimm war es gar nicht mehr, etwas hatte sich zum Besseren verändert, ich war irgendwie weniger kahl, und die Nase kam in ihrer unglaublichen Schönheit nicht mehr ganz so sehr zur Geltung. Das Heu auf dem Kopf ließ sich sogar kämmen, aber ich machte mir nichts vor, der leiseste Lufthauch würde genügen, um das Werk wieder zunichtezumachen!
Aus einem unerfindlichen Grund übte das Treppenhaus entscheidenden Einfluss auf mich aus. Ich lehnte mich plötzlich auf. Zwischen der dritten und der Mitte der ersten Etage sah ich auf einmal die andere Seite der Medaille, was insofern eine Sensation war, als ich bislang hartnäckig eine gegen mich selbst gerichtete Vogel-Strauß-Politik betrieben hatte. Betrachten wir das Ganze doch nicht so einseitig, nicht alles geschah schließlich meinetwegen, nicht alles war meine Schuld, nicht alles lag an mir!“

 

 1897364-41010dc5396478597a31bac8051abd96.jpg
Joanna Chmielewska (2 april 1932 – 7 oktober 2013)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Brigitte Struzyk (eig. Brigitte Kraft) werd op 2 april 1946 geboren in Steinbach-Hallenberg/Thüringen. Zie ook alle tags voor Brigitte Struzyk op dit blog.

 

Querfeldein

Querfeldein
der Hund der Rabe
im Wechselgesang
und im Wasser
das schwankende
     Boot
der Lichtreklame

 

 

Vom Zugfenster aus

Nun fallen die roten Blätter,  
die roten Blätter fallen. 
Bald fallen die Hallen           
in sich zusammen
wie sonst auch Bahnstationen             
an der Saale hellem Strande.
Die Burgen perfekt  saniert,        
die Dächer gedeckt,
das alte Gemäuer  flankiert
von Sparkassenpavillons.
Im Kurpark spazieren,
die hier sanieren,
oft Gestalten zart und mild.

Die Wandervögel ziehen dahin,
Naumburg, Schulpforta, Bad Kösen,
vorbei an den  Nordic Walkern
hinauf zur Einkehr ins „Himmelreich“.
Bewehrt fällt der Fluss,
Großheringen,
der Zementfabrik zu.         
und der Wind streicht durch die Hallen.
Flatterband  an der Baustelle „Paradies“
vor  den Rohren der Fernleitungswärme
für Lobeda.

 

 1897364-1eaef5cf0ff8ec9012a02e1515c62c18.jpg
Brigitte Struzyk (Steinbach-Hallenberg, 2 april 1946)

Geschreven door Romenu om 12:36 Reageer op dit bericht

Jay Parini

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 1948. Parini groeide op in Pennsylvania en studeerde geschiedenis en Engelse letterkunde aan het Lafayette College en de Universiteit van St Andrews. Later doceerde hij Engels en creatief schrijven aan Dartmouth College en Middlebury College. Parini heeft acht romans geschreven, waarvan er veel gaan over het leven van literaire iconen, en daarnaast verhalen vanuit zijn eigen persoonlijke leven. Zijn internationale bestseller “The Last Station” uit 1990 gaat over de laatste maanden van Leo Tolstoy. Het werd vertaald in meer dan dertig talen en verfilmd met in de hoofdrol Helen Mirren, Christopher Plummer, James McAvoy en Paul Giamatti. De film werd uitgebracht in december 2009. Parini’s historische roman ”Benjamin’s Crossing” uit 1997 gaat over de Joodse criticus en filosoof Walter Benjamin, en zijn vlucht over de Pyreneeën uit bezet Frankrijk naar Spanje. In “The Passages van H.M. (2011) is de schrijver Herman Melville het onderwerp. Voor de biografie “Robert Frost: A Life” ontving Parini in 2000 de Chicago Tribune Heartland-prijs voor het beste non-fictie boek van het jaar. Hij schreef ook opmerkelijk biografieën over John Steinbeck, William Faulkner, Jezus en Gore Vidal, met wie hij lang bevriend was. Hij heeft non-fictie boeken gepubliceerd over uiteenlopende onderwerpen, zoals “Theodore Roethke, an American Romantic” (1980), “Some Necessary Angels: Essays on Writing and Politics” (1997), “The Art of Teaching” (2005), “Why Poetry Matters” (2008), en “Promised Land: Thirteen Books That Changed America” (2008). Zijn gedichten zijn verschenen in een breed scala van tijdschriften, waaronder The Atlantic, The New Yorker en Poetry. Verder publiceerde hij de dichtbundels “Singing in Time” (1972), “Anthracite Country” (1982), “Town Life” (1988), “House of Days” (1998), “The Art of Subtraction: New and Selected Poems” (2005), en “New and Collected Poems: 1975 - 2015 “(2015).

 

Anthracite Country

The culm dump burns all night,
unnaturally blue, and well below heaven.
It smolders like moments almost forgotten,
the time when you said what you meant
too plainly and mined your chance of love.

Refusing to dwindle, fed from within
like men rejected for nothing specific,
it lingers at the edge of town, unwatched
by anyone living near. The smell now
passes for nature. It would be missed.

Wound of the earth, offal of an age
when pitch-faced men dug marrow
from the Epine of a speechless land,
it resists a healing.
Its luminous hump cries comfortable pain.

 

 

The Lake House In Autumn

A silence in the house at summer’s wake:
the last leaves (all in one night’s wind,
the mice are eaten, and the cats begin
a rumbling sleep. There’s nothing much at stake.
It’s not quite cold enough to stoke
the furnace, and the neighbors never seem to mind
if leaves are raked. I’m staring through a blind
at less and less beside a cooling lake.

I keep forgetting that this absence, too,
must be imagined. 1 cannot just frown
or fill the vacancy with stately me.
The mind is darker, deeper than a windblown
lake that tries to mirror every hue
of feeling as the dusky season takes me down.

 

 

After The Terror

Everything has changed, though nothing has.
They’ve changed the locks on almost every door,
and windows have been bolted just in case.

It’s business as usual, someone says.
Is anybody left to mind the store?
Everything has changed, though nothing has.

The same old buildings huddle in the haze,
with faces at the windows, floor by floor,
the windows they have bolted just in case.

No cause for panic, they maintain, because
the streets go places they have been before.
Everything has changed, though nothing has.

We’re still a country that is ruled by laws.
The system’s working, and it’s quite a bore
that windows have been bolted just in case.

Believe in victory and all that jazz.
Believe we’re better off, that less is more.
Everything has changed, though nothing has.
The windows have been bolted just in case.

 

 1998979-497e7513ed0e7046152e88c1cf70cf5f.jpg
Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten