Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 april 2016 tot 7 april 2016

William Wordsworth, Özcan Akyol, Gabriela Mistral, Henk Fedder, Johannes Mario Simmel, Donald Barthelme, Jens Peter Jacobsen, Quinsy Gario

De Engelse dichter William Wordsworth werd geboren op 7 april 1770 in Cockermouth, Cumberland. Zie ook alle tags voor William Wordsworth op dit blog.

 

The World Is Too Much With Us; Late And Soon

The world is too much with us; late and soon,
Getting and spending, we lay waste our powers:
Little we see in Nature that is ours;
We have given our hearts away, a sordid boon!
This Sea that bares her bosom to the moon;
The winds that will be howling at all hours,
And are up-gathered now like sleeping flowers;
For this, for everything, we are out of tune,
It moves us not.--Great God! I'd rather be
A Pagan suckled in a creed outworn;
So might I, standing on this pleasant lea,
Have glimpses that would make me less forlorn;
Have sight of Proteus rising from the sea;
Or hear old Triton blow his wreathed horn.

 

A Character

I marvel how Nature could ever find space
For so many strange contrasts in one human face:
There's thought and no thought, and there's paleness and bloom
And bustle and sluggishness, pleasure and gloom.

There's weakness, and strength both redundant and vain;
Such strength as, if ever affliction and pain
Could pierce through a temper that's soft to disease,
Would be rational peace--a philosopher's ease.

There's indifference, alike when he fails or succeeds,
And attention full ten times as much as there needs;
Pride where there's no envy, there's so much of joy;
And mildness, and spirit both forward and coy.

There's freedom, and sometimes a diffident stare
Of shame scarcely seeming to know that she's there,
There's virtue, the title it surely may claim,
Yet wants heaven knows what to be worthy the name.

This picture from nature may seem to depart,
Yet the Man would at once run away with your heart;
And I for five centuries right gladly would be
Such an odd such a kind happy creature as he.

 

 1899695-9e5d2fe37fb1ae770e6265131629eda6.jpg
William Wordsworth (7 april 1770 – 23 april 1850)
Borstbeeld tegenover het Wordsworth House in Cockermouth

 

 

De Nederlandse schrijver en columnist Özcan Akyol werd geboren in Deventer op 7 april 1984. Zie ook alle tags voor Özcan Akyol op dit blog.

Uit: Eus

“Het arbeidersvolk in de Bergpoortstraat lag al te slapen en het schorriemorrie van seksclub Isabelle voerde geheime gesprekken op straat, toen mijn oudste broer, ruim na bedtijd, de longen uit zijn lijf holde, op zoek naar onze vader.
In het vierde café trof hij hem aan met een paar van zijn Turkse vrienden, die mijn vader kende van de doppenfabriek. Daar werkten zij sinds 1974 in de productiehal. De meesten waren door een vertegenwoordiger van het bedrijf geronseld tijdens een speurtocht door de bergen van Turkije. Ruim tien jaar geleden. Ze werden gekeurd op leeftijd en postuur.
Toen mijn broer het dranklokaal inliep, zat Turis strontlazarus aan een tafeltje. Met zijn benen gekruist. Hij dronk raki, rookte Drum en luisterde naar een besnorde man die een krakkemikkige saz bespeelde. De aanwezigen zongen om de beurt mee met liedjes die over liefdesverdriet, heimwee en de dood gingen.
Mahir trok aan de arm van onze vader. ‘Papa, hij is er. .. De baby is er!
Vader wierp een onderzoekende blik op mijn broer, keek hem streng aan en vroeg: ‘Wie ben jij nu weer?’
Net toen mijn broer met betraande ogen wilde verklaren wie hij was, bemoeide een andere stamgast zich met het gesprek. ‘Gefeliciteerd, Turis. De jongste telg is er. Hoera!
Langzamerhand begon iedereen te begrijpen wat er aan de hand was. De mannen vielen elkaar in de armen, zongen ter ere van het pasgeboren kind en jongleerden Mahir in het rond. Dat rondgooien van mijn broer ging trouwens snel vervelen. Ergens halverwege verslapte de concentratie en landde Mahir
keihard op de tegels. Hij was wel meteen van zijn melktanden verlost.
‘We drinken de hele nacht. . . ’ brulde vader. ‘Maar niet op mijn kosten.’
De volgende ochtend klonk de bel. Moeder lag nog in het ziekenhuis, daarom stoof mijn oudste broer in zijn Longstreet-pyjama naar de gang. Hij gerig deed hij open. Kosta, mijn andere broer, was intussen ook wakker.
‘Is jullie papa thuis?’ vroeg de gesluierde buurvrouw. ‘En waarom zijn jullie niet op school?’

 

 1899695-b88fb178a823689ca22b68dd74b83b99.jpg
Özcan Akyol (Deventer, 7 april 1984)

 

 

De Chileense dichteres en diplomate Gabriela Mistral werd geboren in Vicuña, Chili op 7 april 1889. Zie ook alle tags voor Gabriela Mistral op dit blog.

 

Decalogue Of The Artist

I. You shall love beauty, which is the shadow of God
over the Universe.

II.There is no godless art. Although you love not the
Creator, you shall bear witness to Him creating His likeness.

III.You shall create beauty not to excite the senses
but to give sustenance to the soul.

IV. You shall never use beauty as a pretext for luxury
and vanity but as a spiritual devotion.

V. You shall not seek beauty at carnival or fair
or offer your work there, for beauty is virginal
and is not to be found at carnival or fair.

VI. Beauty shall rise from your heart in song,
and you shall be the first to be purified.

VII.The beauty you create shall be known
as compassion and shall console the hearts of men.

VIII.You shall bring forth your work as a mother
brings forth her child: out of the blood of your heart.

IX. Beauty shall not be an opiate that puts you
to sleep but a strong wine that fires you to action,
for if you fail to be a true man or a true woman,
you will fail to be an artist.

X. Each act of creation shall leave you humble,
for it is never as great as your dream and always
inferior to that most marvelous dream of God
which is Nature.

 

 1899695-c0489c293248951c1873ecc16cb96614.jpg
Gabriela Mistral (7 april 1889 – 10 januari 1957)
 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Henk Fedder werd op 7 april 1890 te Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Henk Fedder op dit blog.

 

Tram (Lijn 13)

De tram bonkt door een zondoorkookte stad,
Je staat, je zweet, ze drukken je half plat
en al mijn medemenschen ruiken ongewasschen....
Ik wou, dat ik een koets met 13 paarden had.

 

De laatste ronden
 
O God, wat worden wij meedoogenloos geslagen,
De laatste vrachtenleed zijn bijna niet te dragen,
Het land ligt platgebrand, onschuldigen vermoord,
De dijkbreuk schreeuwt tot U, verdronken velden klagen.

 

 1899695-7cbe8fcfbc3c058dc911a887496584e6.jpg
Henk Fedder (7 april 1890 – 29 mei 1979)
 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Johannes Mario Simmel werd op 7 april 1924 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Johannes Mario Simmel op dit blog.

Uit: Liebe ist nur ein Wort

“Das erste Wort, das der Schnee unsichtbar werden ließ, lautete »...niemals...«. Das zweite Wort, das verschwand, lautete »...immer...«.
Das Blatt, auf dem die Worte standen, war unter einen Holzsplitter geglitten, der aus dem Boden der Turmstube ragte. So widerstand das Papier der Zugluft, die zwischen den Luken des Gemäuers herrschte, Schneekristalle stäubten auf die blutbefleckten Dielen. Die Dielen waren alt, das Blut auf ihnen war noch jung, frisch, feucht und warm. Die Dielen waren so alt wie die schwarzen Dachbalken, die klobigen, unförmigen Mauersteine, die morsche, gleichfalls blutbespritzte Wendeltreppe. Älter als sie alle war der Turm. Viele Jahrhunderte alt. Älter als das Christentum in diesem Lande.
Das Wort »...vergessen...« und, an einer anderen Stelle des Blattes, die Worte »...mit meinem ganzen Herzen...« schneiten jetzt zu, danach der Name, der als Unterschrift den Brief beendete, dessen unregelmäßig verlaufende Zeilen die fiebrigen, fliegenden Züge einer Frauenhandschrift trugen. In großer Eile, großer Angst oder großer Verzweiflung mußte die Botschaft geschrieben worden sein, die der Schnee da begrub, lautlos und leise.
Vor sechzehnhundert Jahren bereits hatte jener Turm nur noch eine Ruine dargestellt. Elfmal war er in den folgenden Zeiten renoviert worden, von hessischen Raubrittern und hessischen Landgrafen, das letztemal von Seiner Allergnädigsten Durchlaucht Wilhelm IX. im Jahre 1804-dem Wunsche dieses hohen Herrn gemäß in seinem ursprünglichen Stil: Als Wahrzeichen und Aussichtsturm. Nun war das Gemäuer längst schon wieder fast eine Ruine, an deren Fuß eine Tafel den Wanderer warnte:
Einsturzgefahr! Betreten Verboten!
Ignorierte man jedoch solcherlei Hinweise, dann konnte man durch die Luken der Turmkammer weit, weit hinaus ins Land blicken. ... „

 

 1899695-83e33dc5e59b7fc378506d0f85fcf5c4.jpg
Johannes Mario Simmel (7 april 1924 – 1 januari 2009)

 

 

De Amerikaanse schrijver Donald Barthelme werd geboren op 7 april 1931 in Philadelphia. Zie ook alle tags voor Donald Barthelme op dit blog.

Uit: The Dead Father

“The Dead Father was slaying, in a grove of music and musicians. First he slew a harpist and then a performer upon the serpent and also a banger upon the rattle and also a blower of the Persian trumpet and one upon the Indian trumpet and one upon the Hebrew trumpet and one upon the Roman trumpet and one upon the Chinese trumpet of copper-covered wood. Also a blower upon the marrow trumpet and one upon the slide trumpet and one who wearing upon his head the skin of a cat performed upon the menacing murmurous cornu and three blowers on the hunting horn and several blowers of the conch shell and a player of the double aulos and flautists of all descriptions and a Panpiper and a fagotto player and two virtuosos of the quail whistle and a zampogna player whose fingering of the chanters was sweet to the ear and by-the-bye and during the rest period he slew four buzzers and a shawmist and one blower upon the water jar and a clavicytheriumist who was before he slew her a woman, and a stroker of the theorbo and countless nervous-fingered drummers as well as an archlutist, and then whanging his sword this way and that the Dead Father slew a cittern plucker and five lyresmiters and various mandolinists, and slew too a violist and a player of the kit and a picker of the psaltery and a beater of the dulcimer and a hurdy-gurdier and a player of the spike fiddle and sundry kettledrummers and a triangulist and two-score finger cymbal clinkers and a xylophone artist and two gongers and a player of the small semantron who fell with his iron hammer still in his hand and a trictrac specialist and a marimbist and a maracist and a falcon drummer and a sheng blower and a sansa pusher and a manipulator of the gilded ball.
The Dead Father resting with his two hands on the hilt of his sword, which was planted in the red and steaming earth.
My anger, he said proudly.
Then the Dead Father sheathing his sword pulled from his trousers his ancient prick and pissed upon the dead artists, severally and together, to the best of his ability-four minutes, or one pint.”
 

 1899695-717e381994fac1c75fe6d537bc916c7e.jpg
Donald Barthelme (7 april 1931 – 23 juli 1989)
Karikatuur door  Edward Sorel in The New Yorker, 2009

 

 

De Deense dichter en schrijver Jens Peter Jacobsen werd geboren op 7 april 1847 in Thisted. Zie ook alle tags voor Jens Peter Jacobsen op dit blog.

Uit: Niels Lyhne (Vertaald door Annelies van Hees)

“Dat zij verliefd werd op hem, sprak bijna vanzelf.
Eindelijk iemand uit de buitenwereld, iemand die in die grote, verre steden was geweest, waar wouden van torens en spitsen zich tegen de heldere, zonnige hemel aftekenden, waar de lucht trilde van klokgelui, van het ruisen van orgels en de vlugge klanken van mandolines. Terwijl processies, fonkelend van goud en kleuren, door de brede straten golfden, waar de marmeren huizen glansden en bonte wapenschilden van trotse geslachten twee aan twee boven de brede deuren prijkten, terwijl waaiers glommen en sluiers wapperden op de gewelfde balkons met hun gebeeldhouwde bloemen. Dit was iemand die door streken had gezworven waar triomferende legers over de wegen waren getrokken, waar machtige veldslagen de namen van dorpen en velden van een onsterfelijke glans hadden voorzien, waar de rook van de vuren van zigeuners verlangend opsteeg tot boven de boomkruinen, terwijl rode ruïnes van de heuvels die met wijnloof waren bedekt, neerkeken op het vriendelijke dal waar het waterrad ruiste en kuddes met klinkende bellen over de bruggen met brede bogen huiswaarts keerden.
Over al die dingen vertelde hij, niet zoals dichters dat doen, maar wel veel en o, zo vertrouwd zoals ze het hier over de stadjes in het district en de naburige parochies hadden. Hij sprak ook over schilders en schrijvers en prees soms mensen de hemel in van wie zij nooit eerder had gehoord. Hij liet haar hun schilderijen zien en las samen met haar in de tuin op de heuvel waar ze over het blinkende water van de fjord en de bruine golvende hei uitkeken hun gedichten – de liefde maakte hem poëtisch en de streek kreeg er schoonheid door, de wolken werden de wolken die in de gedichten zweefden en de bomen in de tuin kregen het lover dat in de balladen zo weemoedig ruiste.”

 

 1899695-f123dfab8029270a43455410d6608e43.jpg
Jens Peter Jacobsen (7 april 1847 – 30 april 1885)
Portret door E. Josephson, 1879

 

 

De Antilliaans-Nederlandse dichter en kunstenaar Quinsy Gario (ook bekend onder het pseudoniem T. Martinus) werd geboren in Curaçao op 7 april 1984. Zie ook alle tags voor Quinsy Gario op dit blog.

 

Gedicht 160

We luisterden met vingertoppen.
Het geklop van harten verruilt
voor zachte stemmen wachtend op moois.
Het kwam, het kwam.
Zonder tranen zonder tuiten.
Gezellig hé?

 

 1899695-8373ed0ff5df03d4bfe40a35e1791d7e.jpg
Quinsy Gario (Curaçao, 7 april 1984)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e april ook mijn blog van 7 april 2014 en ook mijn blog van 7 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Juliana Spahr

De Amerikaanse dichteres, critica en uitgeefster Juliana Spahr werd geboren op 7 april 1966 in Chillicothe, Ohio. Spahr behaalde haar BA aan Bard College en haar PhD in Engels aan de Universiteit van Buffalo, The State University van New York. Ze heeft gedoceerd aan Siena College (1996-7), de Universiteit van Hawaï in Manoa (1997-2003), en Mills College (2003-). Samen met Jena Osman gaf van 1993 tot 2003 het kunsttijdschrift “Chain” uit. Spahrs deelname in de Occupy Movement in 2011 is opgetekend in haar 2015 boek “That Winter The Wolf Came.”Volgens Spahr zelf bracht ze wel tijd door in de kampementen en nam zij deel aan de protesten, hoewel zij en haar zoon "er nooit de nacht hebben doorgebracht." In haar werk onderzoekt zij sociale kwesties, met inbegrip van de gevolgen van de BP olieramp, de wereldwijde impact van 9/11, het kapitalisme, en klimaatverandering. Ze maakt gebruik van poëzie als een mechanisme om de culturele erkenning en vertegenwoordiging te krijgen bij sociale bewegingen en politieke acties. Naar aanleiding van de Occupy-beweging, het neerschieten door de politie van Oscar Grant, Eric Garner en Mike Brown, en de 2009 California collegegeld wandelprotesten startte Spahr samen met Jasper Bernes en Joshua Clover het uitgeef-project “Commune Editions , Het project werd opgericht met de bedoeling om gedichten te publiceren als aanvulling op politieke actie. Spahr ontving de 2009 Hardison Poëzieprijs van de Folger Shakespeare Library.

 

Narrative

The water is blackish, green, and dark.
It gathers from its separated state, gathers from rain, gathers into stream.
It gathers in the mountain.
It gathers then travels, collects to become brackish.
Water travels, falls over a cliff, is falling.
Water is falling.
Falling onto rocks.
Because water falls it is.
Because water streams it is.
Because water collects into a pool it is narrative.
The pool is cold.
The pool is sheltered from sun by a cliff.
The pool is filled with rocks.
Water gathers over rocks, on rocks.
Moss gathers over rocks, on rocks.
Three arrive at this scene.
This scene where water is cold.
Where rocks are mossy.
When the three enter the pool their feet slip on rocks that are mossy.
As they slip, they slip deeper into water.
Slip on mossy coldness.
Slip into water so cold it makes their chest close.
Slip deeply in.
Water gathers them, gathers them by their slipping.
Water covers them.
Because water is brackish it is narrative.
Because water is brackish they don't open their mouths.
Because water is brackish they are closed in their immersion.
They do immerse.
But they don't open as they swim to falling water.
They stand beneath falling water.
Water beats down on them.
Beats on their shoulders.
Beats on their heads. Beats on them.
They stand beneath water that is a roar of a falling.
They stand in roar, in narrative.
But water is brackish.
So they do not kiss.
Do not open their mouth beneath the waterfall.
They let brackish water fall over them.
Over their heads.
Over their lips.
Over their eyes.
Over their ears.
Over their hands which they hold up to feel the roar landing into their palms.
Down their body.
Brackish water.
Closed bodies.
Water gathers them to this place, this narrative place.
Water covers them and they are covered with brackish water.
They do immerse.
They don't open.
Immersion seals them off.
There is no open mouth.
No opening.
No exchanging.
Because it is brackish it is narrative falling over them.
It falls over.
It falls over them.
Sealed yet together.
They have come together with brackish.
They have let brackish wash over then even if they don't let it inside.
Because water falls it is narrative.
Because they are immersed it is narrative.
Because they love each other while separated it is narrative.
Because the rocks are slippery with green moss it is narrative.
Because they slip on the rocks it is narrative.
Because they slip deeper into water.
Because they allow the slip, are prepared for the slip and love its immersion it is narrative. Because it involves love it is narrative.
Because it leaves them alone it is narrative.

 

 1901932-2fc8946af8b522cabcb3d48e8949ae9e.jpg
Juliana Spahr (Chillicothe, 7 april 1966)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Kazim Ali, Annejet van der Zijl, John Pepper Clark, Jakob Ejersbo, Günter Herburger, Uljana Wolf

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Kazim Ali werd geboren op 6 april 1971 in Croydon, Engeland. Zie ook alle tags voor Kazim Ali op dit blog.

 

Renunciation

“The Sailor cannot see the North—but knows the Needle can—”

The books were all torn apart, sliced along the spines
Light filled all the openings that she in her silence renounced

Still: her handwriting on the papers remembered us to her
The careful matching of the papers’ edges was a road back

One night Muhummad was borne aloft by a winged horse
Taken from the Near Mosque to the Far Mosque

Each book likens itself to lichen,
stitching softly to tree trunks, to rocks

what was given into the Prophet’s ears that night:
A changing of directions—now all the scattered tribes must pray:

Wonder well foundry, well sunborn, sundered and sound here
Well you be found here, foundered and found.

 

 

Ramadan

You wanted to be so hungry, you would break into branches,
and have to choose between the starving month’s

nineteenth, twenty-first, and twenty-third evenings.
The liturgy begins to echo itself and why does it matter?

If the ground-water is too scarce one can stretch nets
into the air and harvest the fog.

Hunger opens you to illiteracy,
thirst makes clear the starving pattern,

the thick night is so quiet, the spinning spider pauses,
the angel stops whispering for a moment—

The secret night could already be over,
you will have to listen very carefully—

You are never going to know which night’s mouth is sacredly reciting
and which night’s recitation is secretly mere wind —

 

 1899269-dd9ad314f879ac6ab3c2b3439ccff864.jpg
Kazim Ali (Croydon, 6 april 1971)

 

 

De Nederlands schrijfster en historica Annejet van der Zijl werd geboren in Leeuwarden op 6 april 1962. Zie ook alle tags voor Annejet van der Zijl op dit blog.

Uit: Sonny Boy

“Dat weekend ging hij naar de Pijnboomstraat om zijn schoolboeken en wat kleren op te halen. Door de verzegeling van de voordeur was de huissleutel onbruikbaar, maar via een openstaand
zijraampje wist hij toch naar binnen te klauteren. Even later dwaalde hij door zijn ouderlijk huis, in de grootste stilte die hij ooit had meegemaakt.
Zijn voetstappen echoden door de lege kamers, want het grootste deel van hun huisraad stond al ingepakt boven aan de trap, klaar om opgehaald te worden. En pas toen drong het tot hem door dat het nog wel eens een hele tijd zou kunnen duren voor zijn ouders weer zouden
thuiskomen.
De week daarop meldde Waldy zich met een mandje vol lek-kere dingen bij de poort van het Oranjehotel in de hoop dat hij dat zelf aan zijn ouders mocht geven. Maar de portier was onverbiddelijk. Het mandje kon hij afgeven, maar te zien kreeg hij ze niet. De twee mensen
die Waldy’s wereld uitmaakten - zijn moeder met haar zachte armen, zijn kalme, sterke vader: ze waren beiden door het grote stenen gebouw opgeslokt.
Op donderdag 27 januari 1944, negen dagen na de inval aan de Pijnboomstraat, vertrok vanuit de Scheveningse strafgevangenis een transport naar Westerbork. In de trein zat de oogst van de Haagse
jodenjagers van de voorgaande week - in totaal zo’n vijfenzeventig mensen van wie vijftien bij het oprollen van de groep-Chardon waren opgepakt. Een van hen was de 53-jarige Leopold Nabarro, een joodse man die op de nacht na de inval bij de familie Nods samen met zijn Hollandse begeleider in de val gelopen was.
In Westerbork werden Dobbe en Herman opgewacht door haar ouders en zus. Ze hadden het slechte nieuws al via het ondergrondse informatienetwerk gehoord en hoopten dat het stel zich alsnog bij de van dwangarbeid vrijgestelde Barneveld-joden zou mogen voegen. Als alle gepakte onderduikers werden Dobbe en Herman echter overgebracht naar de barak met de ‘S’ voor Sz‘mfi, waarvandaan ze met voorrang naar de werkkampen in het Oosten zouden worden getransporteerd.”

 

 1899269-adc4b4ed41da262f5eaccdd4431afb21.jpg
Annejet van der Zijl (Leeuwarden, 6 april 1962)

 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver John Pepper Clark werd geboren op 6 april 1935 in Kiagbodo, Nigeria. Zie ook alle tags John Pepper Clark op dit blog.

 

The Year's First Rain

Rain comes
After long surcease in desert
Rain comes,
Hot- breathing, alert
And swift to thunder rolls and claps
With kestrel-together – leaf flaps.
And earth all the while waiting waitng insert,
Fallow and burdened with stone,
Shudders to her rump,
 
Tingles to the trump
Of the long missed one.
Now with more than tongue can tell
Thrusts, he stokes her, swamps her,
Enters all of him beyond her fell,
Till in the calm and cool after
All alone, earth yawns, limbers her stay,
Swollen already with the life to break at day.

 

 

Song

I can look the sun in the face
But the friends that I have lost
I dare not look at any. Yet, I have held.
Them all in my arms, shared with them
The same bath and bed, often
Devouring the same dish, drunk as soon
On tea as on wine, at that time
When but to think of an ill, made
By God or man, was to find
The cure prophet and physician
Did not have. Yet, to look
At them now I dare not,
Though I can look the sun in the face.

 

 1899269-0c2740e4da1eee292b3750e8a6d5b6af.jpg
John Pepper Clark (Kiagbodo, 6 april 1935)
Hier met Wole Soyinka (rechts)

 

 

De Deense schrijver en journalist Jakob Ejersbo werd geboren in Rødovre op 6 april 1968. Zie ook alle tags voor Jakob Ejersbo op dit blog.

Uit: Liberty (Vertaald door Ulrich Sonnenberg)

»Welcome to Tanzania«, sagt er in einem merkwürdigen Englisch und lächelt breit. An der Zollkontrolle steht ein unablässig schwitzender dicker Mann. Er gibt mir mit einem Zeichen zu verstehen, dass ich meine Tasche öffnen soll. Mit seinen fleischigen Händen wühlt er darin herum, nimmt meinen Fußball heraus, sagt eine Menge Unverständliches und lächelt, während er den Ball auf den Boden springen lässt und wieder auffängt.
»Er meint, das sei ein guter Ball«, sagt Vater.
»Ist er ja auch«, sage ich und lächele den Mann an. Nervös. Ich weiß nicht, was sein Lächeln zu bedeuten hat. Gibt es ein Problem? Er legt den Ball zurück, malt mit einem Stück Kreide ein Kreuz auf die Tasche und schiebt sie mir mit einem Nicken zu.
»Football, very good«, sagt er. Vater ist vorausgegangen. Die schwedische Frau umarmt ihn. Mir reicht sie glücklicherweise die Hand. Sie hat große Brüste.
»Wie alt bist du?«, fragt sie mich auf Schwedisch.
»Dreizehn«, antworte ich.
»Meine Tochter ist acht. Außerdem wohnt mein Neffe bei uns, er ist fünfzehn. Solja und Mika.« Sie nimmt mir die Tasche ab. »Wir werden jetzt zu uns nach Hause fahren und etwas essen, wir veranstalten ein kleines Willkommensfest für euch. Wir haben ein neues Haus.«
»Ohne Ratten?«, erkundigt sich Vater.
»Ja«, sagt Katriina. »Und wir haben ein Kindermädchen, das Marcus heißt.«
»Einen Mann?«, fragt Vater.
»Einen Jungen«, erwidert Katriina. »Er ist Waise und war bei ein paar Deutschen, die zurückgegangen sind. Solja und Mika haben ihn gefunden. Er hat beim Pastor in Moshi gewohnt, der ihn zur Feld arbeit missbrauchte.«
Wir gehen zum Auto, einem weißen Peugeot 504 mit dem Lenkrad auf der falschen Seite. Absolute samtweiche Dunkelheit. Wir passieren einen Wachtposten mit Schlagbaum, verlassen das Flughafengelände und fahren durch die Nacht. Die Straße ist gerade, die Landschaft eben. Keine Straßenbeleuchtung, keine Gebäude. Die Lichtkegel der Frontscheinwerfer fegen über graugrünes Gebüsch am Straßenrand.“

 

 1899269-f03c47833fd0b2d43907c4744c56dac1.jpg
Jakob Ejersbo (6 april 1968 - 10 juli 2008)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Günter Herburger werd geboren op 6 april 1932 in Isny im Allgäu. Zie ook alle tags Günther Herburger op dit blog.

Uit: Wildnis, singend

“Sie lag im Gras und aß, wählte zarte Blättchen, die sie vorsichtig abzupfte, um die Wurzeln nicht herauszureißen, stopfte das hellgrüne, vom Tau noch frische Futter in eine Hand, bis sie voll war und steckte sich die Speise in den Mund, kaute und mahlte, tat noch ein Gänseblümchen dazu, als sei es Gewürz.
Die hornigen Füße waren von Sandalen, geschnitten aus alten Autoreifen, umschlossen. Ein zerfetzter Rock und ein Poncho hatten den braunen, strähnigen Muskelbeinen ein wenig Blöße gegeben, während sie sich vorwärts wand, mit beiden Händen Gräser abreißend, als könnte sie nicht genug kriegen. Der schwarze Filzhut, eine Art Koks, lag beiseite. Sie hinterließ eine Spur wie eine vegetarische Robbe.
Plötzlich fiel eine kleine Forelle vor sie, die ein Fischreiher verloren hatte, seine Beute nicht quer, sondern längs im Schnabel tragend.Sie versuchte, das Fischlein zu halten, doch es entwischte, hin- und herschnellend, immer wieder, Maul und Kiemen aus Not weit aufgerissen.
Schließlich patschte sie das schlüpfrige Geschöpf zu Boden, bis es sich nicht mehr regte, aber zwei Katzen, eine graue und eine schwarze, die jäh vorhanden waren, entrissen ihr die Beute, Kratzer in ihrem Gesicht hinterlassend. Alles war fast lautlos geschehen.
Schniefend kniete sie nach diesem Trubel in den Gräsern nieder, als sie vor sich einen Schuh sah. Sie traute sich nicht, weiter nach oben zu schauen.
»Seid Ihr vom Himmel gefallen«, fragte eine Stimme.
Eine Hand zog sie hoch, der Hut wurde ihr aufgesetzt, jedoch das schöne, grüne Paradies drehte und drehte sich, so dass sie sich an den Mann lehnen musste. Es schauderte ihr davor.“

 

 1899269-ba3c587dac3a9d95f5f075560338d85a.jpg
Günter Herburger (Isny im Allgäu, 6 april 1932)

 

 

De Duitse dichteres Uljana Wolf werd geboren op 6 april 1979 in Berlijn. Zie ook alle tags Uljana Wolf op dit blog.

 

SUBSISTERS [barbara]

2 OV

barbara ist zurück. hooked, caught and cooked. keine konnte schneller sprechen, weiter laufen, nicht weit genug. ich helfe ihr, den koffer auszupacken. gänsehaut, wenn mir die slipdress seide durch die finger rinnt, und auf dem abendkleid das glänzen der pailletten... kannste haben. barbara keckert. in jeder zimmerecke steckt sie eine neue zigarette an. vorm fenster fad die dämmerung der kleinen stadt, das kleine klatschende meer, nacht der kleinen fische.

 

SUBSISTERS [jane]

3 OV

mit jane, die fast meine tante sein könnte, freud und leid im club geteilt. ich sage baumschule, jane beehive. sonst kaum übereinstimmungen. aber der garten, der gärtner, das glühende rot des ahorn und der rosenstock am haus: ich ermutige jane zu allem. im grunde ist sie, gegen die untergehende sonne, noch immer ein hingucker. ihr kopftuch arbeitet für sie, und in der sonnenbrille, beim abschied, fließen die häuser der straße zurück in ihre miniaturfarben.

 

 1899269-9231c477b01266868e45558f7b7a8abe.jpg
Uljana Wolf (Berlijn, 6 april 1979) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e april ook mijn blog van 6 april 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten