Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 april 2016 tot 20 april 2016

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson, Arto Paasilinna

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Een traag wolkje, als een eilandje in
de heldere hemel ontplooid,
beduidde het nu of nooit
ophanden zijnd offensief.
Al wie zijn kijker ophief
zag op de zee van azuur
een slagschip, klaar voor vuur.
Was het vriend of vijand?
Niet uit te maken, want
het schip voerde geen vlag.
Zoals ook de man die men zag
het minste niet droeg dat een man
van een man onderscheiden kan.
En ook de muziek zong door,
werd een groot, onzichtbaar koor.
Want sedert water en gas
en het zoemen hoorbaar was
van de elektrische stroom,
hadden ook hartklop, en droom,
en geeuw, en bloedsomloop,
en wanhoop, en stille hoop,
kortom al wat nooit stem werd,
zich gemengd in het ver concert
dat tegen wil en dank
steeds duidelijker van klank
uit de stilte kwam opgeweld.
Verlangen, doodgekneld,
een kind vermoord in een put,
riep, eensklaps wakker geschud,
om speelgoed en speelgenoot.

 

 

Het kind en ik

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel,
herkende ik, was van mij.

En toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

 

 1904745-2d7258ee39b242ef68abd0addf25eb7b.jpg
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
 

 

 

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer werd geboren in Enschede op 20 april 1940. Zie ook alle tags voor Jan Cremer op dit blog.

Uit: Ik Jan Cremer

“Ik geloof nu toch wel die verhalen over executies die mislopen door weigerende geweren.
Ik weet zeker dat ik misgeschoten heb, want ik schoot haast de sabel uit de opgeheven arm van de bevelhebbend officier: daarop had ik ook aangelegd. We waren allemaal onder de indruk. Zelfs de kapitein, die vreselijk nerveus onze afdeling terug naar de munitiekamer commandeerde.
Niemand had veel praats aan tafel, zodat er een rot- en ruziestemming heerste. Ik heb geen vreten aangeraakt, ik was misselijk.

 

 1904745-b6ea8d074626ceb06799ba81adeea86e.jpg
Jan Cremer, Red horse Berlin, 1984

 

's Avonds was ik er overheen. Er gebeurt zo veel op één dag. Ik heb dubbel van de hachee gegeten. Als je toch nadenkt is het zonde van zo’n man. Misschien had ie wel een lekker wijf. Want die Fransen hebben wél verstand van wijven! En vooral de officieren. Wat zal er nou met zo’n wijf gebeuren? Misschien woont ze wel in Parijs. In een groot appartement met uitzicht op de Eiffeltoren? Alsje er naar toe zou gaan ontvangt ze je hartelijk: je kan haar direct versieren en naaien en bij haar blijven wonen (omdat ze haar man haatte aangezien hij vier maîtresses had en haar nooit schreef).
Wat zou die luit toch gedaan hebben dat ie zo afgemaakt is. Ik kende hem niet. Je hoort er ook nooit iets van. Ik weet wel dat er haast elke morgen een vuurpeloton aantreedt. Er komen hier ter dood veroordeelden uit alle kampen en gevangenissen. Ze worden de cellen ingeslagen met de bullepees. Net het abattoir!”

 

 1904745-e49b945653c39e38a56a3ee6c65f0923.jpg
Jan Cremer (Enschede, 20 april 1940)

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Jean Pierre Rawie werd geboren op 20 april 1951 in Scheveningen. Zie ook alle tags voor Jean Pierre Rawie op dit blog.

 

Klaaglied

Ik klaag, want alles wat zo mooi begon
ging langzaamaan naar de verdoemenis,
wat immers niet meer te verbloemen is
hoewel ik soms gedaan heb wat ik kon.

Wel hebben wij elkander op het laatst
bedonderd en constant te veel gezopen,
dus dat het heel ellendig af zou lopen
lag voor de hand en heeft geen mens verbaasd.

Het leed is niet van gister of vandaag
en dit verhaal misschien niet zo bijzonder,
maar toch ben ik er reuze treurig onder
en vind het juist en passend dat ik klaag.

 

 

Voorgoed

Dit is de herfst, dit zijn de mooiste maanden,
maar ze ontgaan ons zoals ieder jaar,
want wij zijn blinden in een wereld waar
het blijvende niet geldt, alleen het gaande.

Wij tastten in het duister naar elkaar,
een oogwenk dat wij ons onsterflijk waanden,
en zijn niet dan elkanders nabestaanden;
het bed is ons niet nader dan de baar.

Geen troost valt aan het najaar te ontlenen,
de bladeren verworden in de goot
en de gelieven zijn voorgoed verdwenen.

Wie weet is ons vergund pas metterdood,
door vreemde hemellichamen beschenen,
iets vast te houden wat ons niet verstoot.

 

 1904745-1d2d3fc874aa51f500cc9e678b9d9bb8.jpg
Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 20 april 1951)
Portret door  Trudy Kramer, 2001

 

 

De Britse schrijver en journalist Sebastian Faulks werd geboren op 20 april 1953 in Newbury. Zie ook alle tags voor Sebastian Faulks op dit blog.

Uit: Birdsong

"How old are you?" said the boy.
"Gr?goire!"
"It doesn't matter," said Stephen to Madame Azaire. "Twenty."
"Do you drink wine?" said Azaire, holding a bottle over Stephen's glass.
"Thank you."
Azaire poured out an inch or two for Stephen and for his wife before returning the bottle to its place.
"So what do you know about textiles?" said Azaire. He was only forty years old but could have been ten years more. His body was of a kind that would neither harden nor sag with age. His eyes had an alert, humourless glare.
"A little," said Stephen. "I have worked in the business for nearly four years, though mostly dealing with financial matters. My employer wanted me to understand more of the manufacturing process."
The maid took away the soup plates and Azaire began to talk about the local industries and the difficulties he had had with his work force.
He owned a factory in town and another a few miles outside.
"The organization of the men into their syndicates leaves me very little room for manoeuvre. They complain they are losing their jobs because we have introduced machinery, but if we cannot compete with our competitors in Spain and England, then we have no hope."
 

 

 1904745-abddac21644d036d9ac9221c5249344b.jpg
Sebastian Faulks (Newbury, 20 april 1953)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jozef Hugo Maria Deleu werd geboren in Roeselare op 20 april 1937. Zie ook alle tags voor Jozef Deleu op dit blog.

 

Aan de trap

Mijn zoon roept aan de trap beneden.
Ik kom! Maar ik denk ik wacht nog even
om een tweede keer jouw stemmetje
van ongeduld te horen beven.
 
Het huis ruist van zijn spelen.
Als een kat de muis, tergt hij het leven.
Mijn vrouw zegt ja of neen en kijkt
wanhopig door zijn vragen om zich heen.
 
De dagen geuren als vruchten in schalen.
Groen en rijp gooit hij slordig dooreen.
Mijn vrouw noch ik durven te gewagen
van de worm in het vruchtenvlees.
 
De witte dood lacht door de ramen.
Mijn zoon stoeit in zijn blonde vlees;
hij is dapper als in oude sagen
maar klaagt soms om ongekend zeer.
 
Dan zwijgen mijn vrouw en ik samen
en maken de stilte beangstigend diep.
Wordt hij honderd of twintig jaren?
Wij worden moe van een vreemd verdriet.

 

 1904745-54dce0e1e14717afe839b54c55ea592a.jpg
Jozef Deleu (Roeselare, 20 april 1937)

 

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en criticus Steven Michael Erickson werd geboren op 20 april 1950 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Steven Erickson op dit blog.

Uit:Zeroville

“10.
Vikar walks through the Roosevelt lobby, which has a statue of Charlie Chaplin. With its stone arches and palm fronds, it's slightly seedy; the first Academy Awards were held here forty years before. At the front desk, he asks for room 928.
The young clerk behind the front desk says, "That room's not available." His long hair is tucked into his collar beneath his coat and tie.
"Are you certain?"
"Yes."
"Seventeen years ago," Vikar says, "Montgomery Clift lived in that room."
"Who?"
Vikar restrains the urge to pick up the small bell from the desk and lodge it in the philistine's forehead. For a moment he considers the image of the clerk having a bell for a third eye, like a cyclops. People could walk up and ring it, and every time they did, this infidel would remember Montgomery Clift. "Montgomery Clift," Vikar says, "lived here after making A Place in the Sun, when he was filming From Here to Eternity."

 

 1904745-8ef67a5084748d52b0d7479db0015223.jpg
Steve Erickson (Los Angeles, 20 april 1950)

 

 

De Finse schrijver Arto Paasilinna werd geboren op 20 april 1942 in Kittilä in Lapland. Zie ook alle tags voor Arto Paasilinna op dit blog.

Uit: Der wunderbare Massenselbstmord (Vertaald door Regine Pirschel)

„Der neueste Konkurs hatte ihn im Frühjahr ereilt. Seitdem litt Onni Rellonen an starken Depressionen.
Die Kinder waren erwachsen, die Ehe zerrüttet. Wenn sich Onni manchmal hinreißen ließ, Zukunftspläne zu schmieden und diese seiner Frau vortrug, fand er keinen Zuspruch, nicht einmal mehr bei ihr.
»Krmh.«
Das war ihr entmutigender Kommentar. Es war kein Widerspruch, keine Unterstützung, nichts. Alles war hoffnungslos, das ganze Leben und besonders das Geschäftsleben.
Direktor Onni Rellonen hegte seit dem Winter Selbstmordgedanken. Es war nicht das erste Mal. Sein Lebensmut war auch früher schon mehrfach erlahmt. Die Verzagtheit hatte wieder einmal die Oberhand gewonnen und dafür gesorgt, dass sich die gesunde Aggression in selbstzerstörerische Gedanken umwandelte. Er hatte sich bereits im Frühjahr zu Zeiten des Konkurses der Wäscherei umbringen wollen, aber irgendwie hatte er nicht einmal dazu die Kraft aufgebracht.
Jetzt war Johannistag. Onnis Frau war in der Stadt geblieben, sie hatte gesagt, dass sie sich das Fest nicht auf dem Lande bei ihrem trübsinnigen Mann verderben lassen wolle. Ein einsamer Mittsommerabend ohne Lagerfeuer, ohne Gesellschaft, ohne Zukunft. So etwas macht keinem Menschen Spaß.
Onni Rellonen stellte die Bierflasche auf die Schwelle und ging ins Haus. Im Schlafzimmer öffnete er eine Kommodenschublade, zog seinen Revolver heraus, lud ihn und steckte ihn in die Tasche seiner Cordhose.
Das wär’s dann wohl, dachte er traurig, aber entschieden.
Nach langer Zeit hatte er wieder das Gefühl, etwas in Angriff zu nehmen, Schwung in eine Sache zu bringen. Es war an der Zeit, einen Punkt hinter das nutzlose Dasein zu setzen. Einen großen Punkt hinter das ganze Leben, ein dröhnendes Ausrufezeichen!“

 

 1904745-54b7f3733b2b0083597435415039f96b.jpg
Arto Paasilinna (Kittilä, 20 april 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijves van de 20e april ook mijn blog van 20 april 2014 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Marjoleine de Vos, Manuel Bandeira, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Louis Amédée Achard, Werner Rohner

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957. Zie ook alle tags voor Marjoleine de Vos op dit blog.

 

Ruimtevrees

Achter eilanden, daar weer achter
dijken, zee en Zweden. Waar zou je heen?
De blik verliest je met zichzelf in ruimte
waar aankomst ver en ver te zoeken is.
Niet voor de woerd die plotseling en onbedaarlijk
groen het zonlicht en je oog inzwemt.
Kijk bij je voet, maant hij, waar speenkruid
bloeit, de lucht gespiegeld blauw is in het diep.
Voel warmte op je neus, zie 't vroege blad
van vlier.
Je keek te ver. Wat je zoekt is hier.

 

 

Kooklust

Met gretige borsten staat begeerte aan het aanrecht
zoent het zaad uit tomaten, kijkt naar het zwellen
van beslag onder vochtige doek. Haar hand liefkoost
de haas van een jonge stier, zijn zoekende tong
is gemaakt voor de hare, verzaligd streelt ze
zijn ballen de pan in. Hartstocht
is een keukenprinses met aanraakbare huid,
donzig als deeg, geurig als boter, een weerloze
van bot bevrijde eend die naakt wil zijn
als een olijf in olie, een perzik op sap.
Ze wil zich ontleden op het hakblok, betast worden
door gulzige vingers en gloeiend verslonden.
Een vis zijn, zwemmend in roomsaus
gewiegd, gekend, begeerd, genoten.

 

 1904382-9f5cb34e2da5afd8028fb95c77d466a1.jpg
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

 

 

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook alle tags voor Manuel Bandeira op dit blog.

 

Roundel Of The Little Horses

The little horses running,
And we, the big horses, eating…
And your beauty, Esmeralda,
Finally drove me mad.

The little horses running.
And we, the big horses, eating…
And the sun outside so bright,
But in my heart night is falling.

The little horses running,
And we, the big horses, eating…
Alfonso Reyes going away,
And so many people staying behind.

The little horses running,
And we, the big horses, eating…
Italy bragging and bullying,
And Europe coming apart at the seams…

The little horses running,
And we, the big horses, eating…
Brazil busy politicking,
My God! Poetry dying…
And the sun outside so bright,
And the sun so bright, Esmeralda,
But in my  heart — night is falling!

 

Vertaald door John Nist

 

 

Preparation to Death

Life is a miracle.
Each flower,
with its form, colour, aroma
each flower is a miracle.
Each bird,
with its plumage, its flight, its song
each bird is a miracle.
The space, infinite,
the space is a miracle.
The time, infinite,
the time is a miracle.
The memory is a miracle.
The conscience is a miracle.
Everything is a miracle.
Everything but the death.
-Blessed is the death, the end of all miracles!

 

 

The Animal

Yesterday I saw an animal
On a filthy hallway
Searching for food between the garbage

When finding anything
It did not inspect or smelled
Just swallowed with voracity

The animal was not a dog
Or a cat
Or a rat

The animal, oh my Lord, was a man!

 

Vertaald door Mariza Góes

 

 1904382-1e3accbc721c5a62b1d922bc60aefbdb.jpg
Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)
Portret door Adegildo Barros, 2007

 

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook alle tags voor norbert c. kaser op dit blog en ook voor n.c. kaser.

 

fragment einer tante

alles den katzen gegeben
mein schwung das fleisch ein leben
kraut steht im hof
& dazwischen ein zorniger hund   der mir die freunde
vertreibt & ihnen raubt was ich mit lieb & saurer hand-
arbeit ihnen aus dem fenster warf

wieder wird sie junge kriegen
es ist an der zeit
die alte
s’letzte mal hatte sie sechs — eine — die graue die schoenste
lag in der holzhuette
tot

nicht zu vergessen die tauben —
kein bauer saet mehr fuer sie   kein brot faellt auf die
straße   herzlos sind sie all

wieder wird sie junge kriegen & die tauben wollen ihr
recht   die alten & stehen sich schlecht wie ich & alt

alles den katzen gegeben
mein schwung die rente
                                  & ledig geblieben...

 

 1904382-1a2052b2c7cfafdcecd0027738a0a5a7.jpg
n. c. kaser (19 april 1947 – 21 augustus 1978)
Brixen

 

 

De Russische schrijver Veniamin Kaverin werd geboren op 19 april 1902 in Pskov. Zie ook alle tags voor Veniamin Kaverin op dit blog.

Uit: Two captains (Vertaald door Bernard Isaacs)

“The policemen went up to Father and laid hold of him. Father shook his shoulder, and they fell back, one of them drawing his sword.
"What is this, sir?" Father said. "Why are you arresting me? I'm not just anybody, everyone here knows me."
"Oh no they don't, my lad," the officer answered. "You're a criminal. Grab him!"
Again the policemen stepped towards Father. "Don't wave that herring about, you fool," Father said quietly through clenched teeth to the one who had drawn his sword. "I'm a family man, sir," he said, addressing the officer. "I've been working on this wharf for twenty years. What have I done? You tell'em all, so's they know what I'm being taken for.
Otherwise people will really think I am a criminal."
"Playing the saint, eh?" the officer shouted. "Don't I know your kind! Come along!"
The policemen seemed to be hesitating. "Well?"
"Wait a minute, sir, I'll go myself," Father said. "Sanya," he bent down to me, "run along to your mother and tell her— Oh, you can't, of course, you're..."
He wanted to say that I was dumb, but checked himself. He never uttered that word, as though he hoped that one day I'd start speaking.
He looked around in silence.
"I'll go with him, Ivan," said the ganger. "Don't worry." "Yes, do, Uncle Misha. And another thing..." Father got three rubles out of his pocket and handed them to the ganger. "Give them to her. Well, goodbye."
They answered him in chorus.
He patted me on the head, saying: "Don't cry, Sanya." I didn't even know I was crying.“

 

 1904382-1296197b0828d77a3fa7e1aab54c185f.jpg
Veniamin Kaverin (19 april 1902 – 4 mei 1989)
Monument voor “De twee kapiteins” in Pskov

 

 

De Franse schrijver Louis Amédée Achard werd geboren op 19 april 1814 in Marseille Zie ook alle tags voor Louis Amédée Achard op dit blog.

Uit: Récits d'un soldat

« Mon bataillon partit le 6 août pour le camp de Châlons ; ce furent, jusqu’à la gare de la Villette, où il s’embarqua, les mêmes cris, les mêmes voitures, les mêmes chants. Des voix enrouées chantaient encore à Château-Thierry. Les chefs de gare ne savaient auquel entendre, les hommes d’équipe étaient dans l’ahurissement. À chaque halte nouvelle, c’était une débandade. Les moblots s’envolaient des voitures et couraient aux buvettes, quelques-uns s’y oubliaient. On faisait à ceux d’entre nous qui avaient conservé leur sang-froid des récits lamentables de ce qui s’était passé la veille et les jours précédents. Un certain nombre de ces enfants de Paris avaient exécuté de véritables razzias dans les buffets, où tout avait disparu, la vaisselle après les comestibles ; les plus facétieux emportaient les verres et les assiettes, qu’ils jetaient, chemin faisant, par la portière des wagons ; histoire de faire du bruit et de rire un peu. Des courses impétueuses lançaient les officiers zélés à la poursuite des soldats qui s’égaraient dans les fermes voisines, trouvant drôle « de cueillir çà et là » des lapins et des poules. On se mettait aux fenêtres pour les voir.
À mon arrivée à Châlons, la gare et les salles d’attente, les cours, les hangars, étaient remplis d’éclopés et de blessés couchés par terre, étendus sur des bancs, s’appuyant aux murs.
Là étaient les débris vivants des meurtrières rencontres des premiers jours : dragons, zouaves, chasseurs de Vincennes, turcos, soldats de la ligne, hussards, lanciers, tous hâves, silencieux, mornes, traînant ce qui leur restait de souffle. Point de paille, point d’ambulance, point de médecins. Ils attendaient qu’un convoi les prît. Des centaines de wagons encombraient la voie. Il fallait dix manœuvres pour le passage d’un train. Le personnel de la gare ne dormait plus, était sur les dents."

 

 1904382-55b6d04613b4e293b202646c319f16d6.jpg
Louis Amédée Achard (19 april 1814 – 24 maart 1875)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Zwitserse schrijver Werner Rohner werd in 1975 geboren in Zürich. Zie ook alle tags voor Werner Rohner op dit blog.

Uit: Das Ende der Schonzeit

“Wenn ich noch zehn Jahre weiterrauchen kann- immer wieder hatte Mutter diesen Satz gesagt; wenn ich noch zehn Jahre weiterrauchen kann, sagte sie, hin ich zufrieden. Steckte sich eine Muratti an und lächelte mir zu, mehr mit den Augen als mit dem Mund.
Sie sagte den Satz auch dann noch, als ihre Schwe3ter Susanne sie zwei jahre nach Doktor Kerns Prognose, sie habehöchstens noch ein Jahr, zum letzten Mal ins Triemlispital einlieferte und sie - noch keine fünfzig Jahre alt »- bereits zu schwach war, um sich selbst eine Zigarette anzuzünden.
Mindes'tens einmal pro Stunde musste man sie ins Treppenhaus schieben; wenn ich an der Reihe war, zündete ich immer gleich zwei an, während sie aus dem Fensrer im vierzehnten Stock schaute.
Draussen Züirich in jenen ersten Tagen des neuen Jahrtausends im Nebel wie stillgelegt. Und ich stellte mir vor, wie Mutter fasr dreissig jahre zuvor am Hauptbahnhof aus dem Zug gstiegenn war, mit ihren seltsam langen Beinen und den hellblonden Haaren, die sie zu Zöpfen geflochten hatte. Eigentlich wollte sie nur ein paar Tage bleiben, dann aber verliebte sie sich sogleich und so sehr in diese Stadt,dass sie nachts ihre Häuser besetzte und tagsüber in einem kleinen Blumenladen an der Aemtlersrrasse Sträusse an die anderen Verliebten verkaufte. In der Küche eines tler besetzten Häuser an der Venedigsuasse, in das sie sich gleich am ersten Abend nach ihrer Ankunft verirrt und wo sie sich schon am zweiten Abend die Zöpfe mit einem Brormesser abgeschnitten hatte, lernte sie auch den Mann kennen, den sie Später nur noch »deinen Vatt:r« nannte. David Mourlin‚ geboren 1946, bekannt.“

 

 1904382-3f2746d9944aea2d37404c90cecfa178.jpg
Werner Rohner (Zürich, 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook mijn blog van 19 april 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

Martin Michael Driessen

De Nederlandse schrijver Martin Michael Driessen werd geboren in Bloemendaal op 19 april 1954.Na een aantal onvoltooide studies aan de Universiteit van Amsterdam, studeerde hij theaterwetenschappen aan de Ludwig-Maximilians Universiteit in München in de periode 1978/80. Hij werkte vervolgens als regieassistent in de theater te Augsburg en Darmstad en vanaf 1982 als zelfstandig toneel- en opera regisseur. In 2006 vestigde hij zich in Nederland. Driessenheeft een grote staat van dienst als regisseur. Sedert 1979 ensceneerde hij talloze toneelstukken en opera’s voor de grote theaters in Duitsland. Hij heeft zelf in Shakespeare-stukken geacteerd, en ze zowel in het Duits als in het Nederlands vertaald en geregisseerd. Daarnaast publiceerde hij sinds 1997 literaire vertalingen van toneelstukken uit het Nederlands en het Engels, Anglo-Iers en Amerikaans in het Duits – onder andere Vondels Lucifer, de complete dramatische werken van John Millington Synge, en stukken van Sean O’Casey, Oscar Wilde, Sebastian Barry, Michael West en Enda Walsh. Hij debuteerde in 1999 met de roman “Gars”. In 2012 volgde “Vader van God” en in 2013 “Een ware held”, alle door de pers bejubeld en voor literaire prijzen genomineerd. Zijn werk is vertaald in het Italiaans, Duits en Hongaars. In 2015 verscheen de omvangrijke roman “Lizzie”, geschreven in samenwerking met de dichteres Liesbeth Lagemaat. Met de roman “Gars” werd hij genomineerd werd voor de Ako Literatuurprijs 2000.

Uit: Vader van god

“In den beginne was alles en het universum was statisch en ondoordringbaar; tot God zijn marlpriem nam en de tijd ontvlocht.
Hij richtte zijn blik op de plaats die later Stonehenge zou gaan heten, om te zien wat er gebeurde. Voorlopig was het enig opmerkelijke aan de plek, dat er heinde en verre geen kei te bekennen viel.
Onberekenbare valwinden doorkamden het steppegras dat het toenmalige Europa bedekte, of drukten het plat tot kruinen en tonsuren; de volksverhuizingen vonden plaats in de luchten, waar vogels en zwevende zaadjes van het ene continent naar het andere werden geblazen.
Het was een lege en onrustige wereld. De aarde was nog geen schijf. Heuvelruggen kromden zich, eilanden doken op of gingen onder, en niemand kon er zeker van zijn dat een nieuwe dag niet ook een nieuwe aarde zou betekenen.
Diffuse wolken kolkten door het zwerk, gelaagd als de schillen van een ui, en de twee zonnen die aan de hemel stonden deden de aarde dampen. Nevelslierten wervelden over de monocultuur van gras en nog eens gras.
Toen naderden er vijf druïden met wapperende gewaden uit het oosten.
‘Hier dan maar,’ sprak de oudste, en hij stuk zijn staf in het gras. De overige vier tuurden elk in een andere windrichting, hoewel dit begrip nog niet bestond in hun vormeloze wereld, die geen polen kende en waarin de wind alomtegenwoordig was.
‘Dit is het Begin,’ sprak de oude druïde en ging op zijn hurken zitten, omhoog turend langs zijn opgerichte staf.
De vier jongere druïden hurkten en tuurden eveneens omhoog. De tweevoudige schaduw die de staf wierp werd langer en langer; na elkander zonken de zonnen onder de hellende horizon. De aarde zwabberde als een pannenkoek die nog in zijn pan moet terugvallen, en geen mens wist of zij haar laatste
Nadat zij lang gehurkt hadden zonder enige regelmaat te hebben ontdekt in de schots en scheve dans der planeten rond de top van de staf, waagde de jongste van hen de vraag: ‘Het begin waarvan?’
De prepleistoceense Mens was voortdurend misselijk, en het observeren van een staftop die heen en weer zwaaide met elke ondulatie van de deegachtige wereld, tegen een achtergrond van krioelende meteorieten, maakte de zaak er niet beter op.
De oudste druïde antwoordde onthecht: ‘Dat ligt nog verborgen, in de schoot van de tijd.’

 

 1975381-191a4d512bcdd5e2c010380e099c8311.jpg
Martin Michael Driessen (Bloemendaal, 19 april 1954)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten