Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 mei 2016 tot 3 mei 2016

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Johan de Boose, Marc Dugain, Ben Elton, Jens Wonneberger, Paul Bogaert

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

God Has Pity On Kindergarten Children

God has pity on kindergarten children,
He pities school children -- less.
But adults he pities not at all.

He abandons them,
And sometimes they have to crawl on all fours
In the scorching sand
To reach the dressing station,
Streaming with blood.

But perhaps
He will have pity on those who love truly
And take care of them
And shade them
Like a tree over the sleeper on the public bench.

Perhaps even we will spend on them
Our last pennies of kindness
Inherited from mother,

So that their own happiness will protect us
Now and on other days.

 

 

Endless Poem

In a modern museum
In an old synagogue
In the synagogue
I
Within me
My heart
Within my heart
A museum
Within a museum
A synagogue
Within it
I
Within me
My heart
Within my heart
A museum

 


Vertaald door Chana Bloch en Stephen Mitchell

 

 

Instructies voor de serveerster

Haal de glazen en de borden
niet van tafel, veeg
de vlek niet van het tafelkleed! Het is goed om te weten:
anderen gingen mij voor in de wereld.

Ik koop schoenen die door een ander gedragen zijn.
Mijn vriend heeft zijn eigen gedachten.
Mijn geliefde is de vrouw van een man.
Mijn nacht wordt gebruikt door dromen
Op mijn raam staan regendruppels getekend,
andermans krabbels in de kantlijn van mijn boek.
Op het bouwplan van het huis waar ik wil wonen
heeft de architect vreemden getekend bij de deur.
Op mijn bed ligt een kussen met een kuil erin
van een hoofd dat er niet is.

Haal daarom niets
van tafel.
Het is goed om te weten:
anderen gingen mij voor in de wereld.

 

Vertaald door Tamir Herzberg

 

 1910099-8512361afa0b2ad54e12addf7bd2c53b.jpg
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)
Portret door Eran Wolkowski, z.j.

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Als ik naar zee loop

Als ik naar zee loop
kan ik twee kanten op

- uiteinden van een regel
leest ze langs haar wijsvinger mee
zie je, er staat best wel wat er staat

twee vingers en een duim strijken
als ik naar zee loop

het bergje in de handpalm
vingertoppen die korrels afnemen
het net aangebraden vlees insmeren

ik moet het in de hand houden
als het uit een potje komt
kan ik het niet voelen

wijst ze de leesrichting
prikt in het vlees

als ik naar zee loop
kan ik twee kanten op
strijken mijn vingers

zeef ik de zee.

 

 

Ik weet het nog

De zeespiegel brak en je handen konden niet anders
dan werktuigelijk als graafmachines kommetjes maken
elke schep die je omkieperde gleed terug tot op je voeten
wie toch sprak van een huis een schoorsteen een tafel
je nagels groeven niets dan een platte etage in het zand.

Ik weet nog hoe de grond trilde en jij stond te zwaaien
met al die getatoeëerde vogels krijsend op je armen
hoe lager stapelwolken hingen hoe wilder de golven
je sleepte handenvol nat zand het brede strand over
de ruitenwissers van je ellenbogen pleisterden de wand.

Ik weet dat zodra de wind stilt je vogels tot rust komen
je meegesleepte zeesterren vallen zacht van de wand
en ik weet hoe bleek je benen die zich uiteen strekken
ik zie de schelpscherven die tussen je tenen uit steken
het enige dat je kunt verbergen is je lichaam in het zand.

 

 1910099-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

 

Dorp, dorp

De tijd – mijn dorp. Mijn dorp – mijn leven.
Mijn leven is het leven van zovelen, kijk,
de levenden en doden naast elkaar,
aan dezelfde tafel zitten voor- en nageslacht.
Ik roep een willekeurig tijdperk op,
ik ga naar binnen, ik ga naar binnen in de tijd,
ik bouw mijn woning, mijn woning in de tijd,
ik word er oud en dan word ik opnieuw geboren,
en weer, en weer, ik word geboren in het dorp
van de tijd. Wat vroeger was, is thans.
Wat komen gaat, vindt nu al plaats.
Mijn bloed stroomt van eeuw naar eeuw,
van huis naar huis. Ik woon in een dorp,
het dorp is de tijd, en niemand gaat dood.
Mijn dorp is daar waar alles was,
waar niemand niemand is vergeten.
Het stort niet in, het houdt niet op.
Het is er nu, het was er steeds, het blijft
bestaan, en niemand, niemand gaat,
niemand gaat er, niemand gaat er dood.

 

 

Zij breekt wakker

Zij breekt wakker en spoelt aan
als iemand die verbeten op
de ramen tikt met druppels
uit het noorden en verlangen.

Zij zegt: Ik kan niets lichters
dan dit lichaam geven.
Zo licht dat het verglijdt
nog voor ik het kan nemen.

Ik zeg: Ik kan niets groters
doen dan in je ondergaan,
zoals vermoeide warmte ’s avonds

in je zinkt. Ik droomde dat
het sissen in je duren bleef
en dat ik in je leerde zwemmen.

 

 1910099-c660ead629f07c4e97b72d580c568e97.jpg
Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

De Franse schrijver en filmmaker Marc Dugain werd geboren op 3 mei 1957 in Senegal, waar zijn vader werkzaam was.Zie ook alle tags voor Marc Dugain op dit blog.

Uit: L'insomnie des étoiles

"Comment ai-je pu oublier, se dit Maria, c'est inadmissible. Je ne peux m'en prendre qu'à moi-même." Elle aurait voulu se gifler. Mais le froid s'en chargeait pour elle. Le début d'automne, timide et clément, s'était effacé pour laisser place à des journées glaciales. Il lui fallait déambuler dans les bois, courbée, le nez au ras du sol. A moins d'un mètre, elle n'y voyait pour ainsi dire que des ombres, des esquisses de formes surprenantes, parfois inquiétantes. Des visages se dessinaient dans la terre et leurs yeux immobiles et sévères se posaient sur elle avant de disparaître. Ces caricatures jonchaient le sol par centaines et, si son humeur l'y prédisposait, elle s'amusait à les effacer.
En cette fin d'automne, les couleurs s'étaient uniformisées, la nature se camou-flait. Il n'avait pas plu depuis deux jours, mais la terre suintait. Maria était aux aguets. Si les branches craquaient sous ses pieds, elle pouvait les ramasser. Celles qui se contentaient de grincer étaient encore trop vertes. Les dernières feuilles accrochées aux arbres tremblaient dans la brise. Rien ne cherchait plus à se distinguer, tout s'accordait à l'unisson dans un concert funè-bre et plat. Maria souffrait de toutes ses ex-trémités. Elle avait apprivoisé ces douleurs tenaces qui ne lui laissaient de répit que la nuit.
L'allée du bois conduisait à une plaine qui se confondait avec l'horizon. Elle fumait par endroits d'une brume légère et suspendue qui s'étirait parfois en d'étranges contorsions. Là où il y a encore quelques années on trouvait des cultures ordonnées, une steppe timide recouvrait ces longues étendues sans reliefs.
Chaque fois que Maria se penchait pour faire ses fagots, un filet au goût âcre, un mélange de sang et de salive lui coulait dans la bouche. Elle se relevait brusquement pour cracher. De temps en temps elle observait la lumière. A cette époque, le jour ne se levait jamais vraiment et se couchait avec la lenteur d'un grand malade.
L'adolescente parvint à ficeler une dizaine de fagots de bonne taille avant que la nuit ne lui impose cette oisiveté qu'elle redoutait au point de lui donner des palpitations. Avant que l'obscurité ne l'enferme tout à fait, elle allumait son feu dans un poêle en fonte né avec le siècle. Elle se blottissait près de cette forme qui prenait dans la pénombre des allures magistrales, imposant aux objets de la cuisine une autorité qui ne se desserrait qu'aux premières heures de la journée."

 

 1910099-485cd03992b3797a83c69be8a13644ab.jpg
Marc Dugain (Senegal, 3 mei 1957)

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

Uit: Blind Faith

“Chantorria had recently given birth to their first child, a time of joy but also a time of grim trepidation. Like all new parents, she and Trafford had spent the weeks since their daughter’s arrival listening out for telltale coughs, watching for rashes and testing constantly for sensitivity to sound and light.
Now, however, it was time for Trafford to return to work and this particular day was a Fizzy Coff. Fizzy Coff was short for ‘physical office’ and meant that it was a day when Trafford’s personally adapted work structure required him to attend his actual workplace, as opposed to the virtual version which existed online and which he could get to without leaving his bed.
Fizzy Coffs were a statutory requirement; the law expected each person to spend at least 25 per cent of their working hours in the company of real, physical colleagues in a real physical space. It was intended at some point to increase this proportion to 50 per cent and the transport system was supposedly being updated to cope with the extra travel hours, but Trafford doubted that it would ever happen. All future planning for the transport system seemed to him to focus on the modest ambition of preventing it from grinding to a complete halt.
Fizzy Coffs were a relatively recent development. Twenty solstices previously, when Trafford had first entered employment, he had not been required to go out to a physical workplace at all. Few people did, except those whose job was serving food and drink or lapdancing. That had been in a time when the virtues of the virtual had gone unchallenged. The public health advantages of keeping people apart had been obvious and it was generally assumed that at some point all work would be done at home. But the growing trend towards social dysfunction had alerted both the Temple and the government to the human need for Face Time. Care workers and spiritual counsellors had concluded that people who dealt exclusively with virtual individuals tended to be at an emotional disadvantage when confronted with the real thing. Unable to relate to fellow members of the community, they were awkward, tongue-tied, and would occasionally shoot at random as many people as they could before turning their guns on themselves.”

 

 1910099-840885a840cabd42f70e722c05d1455e.jpg
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

Uit:Goetheallee

„Vermutlich weiß sie nicht einmal, dass ich schreibe, so wie ich nicht sicher bin, ob diese aufgetakelte Walküre überhaupt Frau Wohlgemuth ist oder nur eine ihrer Angestellten. Seit ich das Fehlen meiner Bücher bemerkt habe, und ich habe es sofort bemerkt, bestelle ich alles, was ich an Büchern brauche, über das Internet
Zum Glück reißt mich ein Geräusch, das jetzt aus einem der Häuser kommt – hat nicht eben dort gerade noch ein Kind geweint? –, aus meinen trüben Gedanken und versöhnt mich für einen Moment mit diesem Nachmittag. Anfangs ist es nur ein leises, rhythmisches Fauchen, das aber rasch immer schneller und lauter wird, in ein Rasseln übergeht, sich zu einem Scheppern steigert und dann ganz plötzlich nach einem letzten dumpfen Rattern wie mit einem kleinen Schrei erstirbt. Es erinnert mich an die Kindheit, wenn mein Bruder den riesigen Blechdeckel des Waschkessels auf den Fliesen in Drehung versetzt hatte und ich fasziniert zusah, wie er scheppernd am Boden wackelte. Noch bevor ich Mama sagen konnte, sagte ich wawa, ein Wort, das mit einigen, in sich steigerndem Tempo gesprochenen Wiederholungen das Geräusch am -treffendsten imitierte und mir in diesem Moment im Zusammenhang mit den in der Wohlgemuthschen Buchhandlung ausgestellten Büchern zu stehen scheint.“

 

 1910099-231f28f291bfe2aadaf344ba02179d64.jpg
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

Gelijk men kakkerlakken ziet

Gelijk men kakkerlakken ziet
(die men ook later in de taartvorm vindt),
zo kan men reageren op wat de wandklok toont.
Niet op de uren die in muren dringen
van woonst of werkvertrek.
Maar op de uren die, van de wijzers afgespat,
verdwijnen en verdwenen zijn,
hoewel ze in glitterpakken
op het netvlies hangen.
Dit is wat ons de wandklok toont.

 

 

Dek me toe

Zeg me dat het tijd is, zeg me dat ik moe
ben, geef niet toe aan verzet,
geef me een washand, de beer die ik ken,
wijs me mijn bed, dek me toe,

ruik naar zeep, vertel mij hoe
prinsessen slapen als bij wonder
en verdwijn maar, ga niet te
ver, stop mij onder, dek me toe,

laat mij alleen, strooi in mijn ogen
geen zand, breng geen lied ten
gehore, verzoen mij niet met de nacht,
doe wat ik doe, dek me toe.

 

 1910099-ca86ef81a91ece6d8b06be163e62e33a.jpg
Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Esther Freud, Jef Last, Gottfried Benn, Rob Waumans, Tilman Rammstedt, James Holmes, Wytske Versteeg, Novalis

De Engelse schrijfster Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Zie ook alle tags voor Esther Freud op dit blog.

Uit: Lucky Break

“When the Lindens arrived in Los Angeles it was raining. Not drizzling, or even pouring, but streaming down outside the glass doors of the arrivals lounge in thick, grey sideways slices. Water sluiced along the airport roads, tumbling in the gutters, spinning in the wheels of the taxis that splashed up to collect the lucky people at the head of the queue.
Dan and Jemma stood and stared out through the sheets of glass. ‘Blimey,’ they said, almost in unison and Dan put his hand up to his mouth and laughed.
‘I’m cold.’ Their eldest child, Honey, shivered in her pink T-shirt and Dan knelt down to rifle through the bags, removing as he did so numerous insubstantial outfits which they’d packed with the expectation that the five of them, lifted out of a grey London morning, would be enjoying an endless bright blue Californian afternoon.
Dan and Jemma had rented a house in the hills. The house had been recommended by a friend of Dan’s, although at the last minute his wife had interjected: They can’t stay up there! They’ve got to be by the ocean. In Santa Monica.
‘But Santa Monica’s extortionate, and you don’t even get a pool,’ Dan’s friend had told her, ‘and what’s the point of LA if there’s no pool?’
Jemma and Dan had listened nervously. They’d already said yes to the house in the hills, paid their deposit, filled in numerous forms for insurance, gas, electric and telephone, and so neither of them mentioned Santa Monica or the ocean again. Instead they talked about the pool. ‘The pool, the pool,’ they repeated like a charm and the children tugged on their swimming costumes, blew up their arm bands, and ran shrieking up and down the draughty, carpeted stairs of their north London home.
The higher they drove the more heavily it rained. It clattered on the roof of the taxi and washed in sheets over the windscreen, and occasionally when the driver stopped to call the number they gave him for directions they could see the water rushing past them down hill over the cobbled streets. ‘Got it, got it,’ he assured their landlord who was waiting with the key, but then almost immediately they became lost again, roaring along narrow roads, catching glimpses of lit-up Spanish villas and rain soaked ferns and the same few street names over and over again.”

 

 1909672-3bee8d6470c1b07da0fbd8304e9d7253.jpg
Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Josephus Carel Franciscus (Jef) Last werd geboren in Den Haag op 2 mei 1898. Zie ook alle tags voor Jef Last op dit blog.

 

De onbekende machinist

Naar Groningen, naar Emmerik
naar Deventer en Nieuwe Schans
naar Maastricht Zutfen Zevenaar
staan lange zwarte treinen klaar
onder de holle zwarte kap.
de spreker en de zakenman
de kruier en de officier
matroos en meisjes van pleizier
ze stroomen langs de zwarte trap
ze zoeken zich een plaats en dan
neemt één een krant neemt één een boek
ze leunen rustig in hun hoek
de stoom uit de machine sist
de chef wenkt af
de trein vertrekt
géén kent den machinist.
 
Langs Enschedee en Emmerik
door Apeldoorn en Amersfoort
langs Bussum Weesp en Diemerbrug
rijden de treinen heen en terug
over de rechte stalen baan.
in Telegraaf en Handelsblad
leest zakenman en heilsoldaat
van Hitler's Duitsche tuchthuisstaat
ze steken hun cigaren aan:
- die jodenhaat is erg, maar dat
een sterke man, als hier Colijn
daar orde schept, is zoo 't moet zijn
een lesje voor den kommunist.
't gesprek verstomt
de trein snelt voort
géén kent den machinist.
 
 In Düsseldorf en Elberfeld
in Wedding, Hamburg en Spandau
in kelder kerker kamp en cel
turen de oogen smart'lijk fel
naar ieder teeken van verzet.
de leider en de stempelaar
de werker en de kunstenaar
de vrouw en dochter hunkeren naar
het eerste blijk van makkerschap.
en ergens op een donkere trap
grijpt één een krant één een pamflet
hun hart heeft weer in vlam gezet
de strijdroep van den kommunist
de hoop leeft voort
de opstand groeit
dat deed de machinist.

 

 1909672-f2f72b031675f5d1d03e88ae72611bd7.jpg
Jef Last (2 mei 1898 – 15 februari 1972)
In 1968

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Dir auch

Dir auch –: tauschen die Nächte
dich in ein dunkleres Du,
Psyche, strömende Rechte
schluchzend dem andern zu,
ist es auch ungeheuer
und du littest genug:
Liebe ist Wein ins Feuer
aus dem Opferkrug.

Selbst du beugst dich und jeder
meint, hier sei es vollbracht,
ach, in Schattengeäder
flieht auch deine, die Nacht,
wohl den Lippen, den Händen
glühst du das reinste Licht,
doch die Träume vollenden
können wir nicht.

Nur die Stunden, die Nächte,
wo dein Atem erwacht,
Psyche, strömende Rechte,
tiefe tauschende Nacht,
ach, es ist ungeheuer,
ach, es ist nie genug
von deinem Wein im Feuer
aus dem Opferkrug.

 

 

Wer allein ist

Wer allein ist, ist auch im Geheimnis,
immer steht er in der Bilder Flut,
ihrer Zeugung, ihrer Keimnis,
selbst die Schatten tragen ihre Glut.

Trächtig ist er jeder Schichtung
denkerisch erfüllt und aufgespart,
mächtig ist er der Vernichtung
allem Menschlichen, das nährt und paart.

Ohne Rührung sieht er, wie die Erde
eine andere ward, als ihm begann,
nicht mehr Stirb und nicht mehr Werde:
formstill sieht ihn die Vollendung an.

 

 1909672-c4645272a775f8db65d9ff6603d76f82.jpg
Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)
De Gottfried Benn bibliotheek in Steglitz-Zehlendorf, Berlijn

 

 

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: De nacht van Lolita

"De eerste keer dat ik zag dat mijn vader mijn moeder sloeg, lag ik op de grond naast de bank te spelen en zag mijn vader tegenover mijn moeder staan. Zijn hand vloog door de lucht, ik hoorde het kletsende geluid. Mijn moeder viel achterover, tegen de zijkant van de eettafel. Van die tijd zijn me geen gezellige verjaardagen of lange boswandelingen bijgebleven, alleen. Dat mijn vader mijn moeder tegen de grond sloeg en dat ik daar niets aan kon doen."
(…)

“Prima”, en ik kijk hoe mijn moeder naar het koffiezetapparaat kijkt. Naar de koffie die langzaam de pot vult. En weer voel ik de drang om mijn vader iets vreselijks aan te doen. Ik kan niet wachten tot de ouderdom van mijn vader tot d e dood leidt. Dan pas denk ik aan de mogelijkheid dat mijn moeder eerder kan overlijden dan mijn vader."

 

 1909672-af059216324b418b8bb6774ef0276c40.jpg
Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

 

De Duitse schrijver Tilman Rammstedt werd geboren op 2 mei 1975 in Bielefeld. Zie ook alle tags voor Tilman Rammstedt op dit blog.

Uit: Der Kaiser von China

„Ja", sagte ich zu der Frau am Telefon, und „Nein" sagte ich und „Gut", obwohl nichts gut war, weil ich nun zwar ein Problem weniger hatte, dafür aber etliche neue, und ich legte auf, nahm die letzte Postkarte aus dem Stapel und glaubte zu wissen, dass ich traurig war.
Auf der Vorderseite der Postkarte war die Statue eines dicken Mannes zu sehen, der in einer goldenen Blüte auf einem Elefanten sitzt, die Rückseite war übersät mit den winzigen knorrigen Buchstaben meines Großvaters, die zu Entziffern ich schon immer mühsam fand, die nun aber, wie ich feststellte, zu vollkommener Unlesbarkeit verkommen waren, selbst mit einer Lupe konnte ich keine wiederkehrenden Strukturen ausmachen, noch nicht einmal die Vokale eingrenzen. Bevor ich aufgab, hatte ich ein „Ich" entdeckt, ein „Berg" und ein „Morgen" oder „Mögen" oder „Magen", aber ganz sicher war ich mir da nicht
Nur der letzte Satz war deutlich geschrieben, größer als der Rest und genau wie die Adresse in Druckbuchstaben, so tief in die Karte gekerbt, dass sie sich auf der Rückseite spiegelverkehrt in den Elefanten drückten. „Du hättest mitkommen sollen", stand da, und dahinter hatte mein Großvater noch ein keilförmiges Ausrufezeichen gesetzt, das mich endgültig davon überzeugen sollte, dass es sich um keine nette Floskel handelte, um keinen Ausdruck des zugeneigten Bedauerns, sondern um eine handfeste Enttäuschung, um einen Vorwurf, um eine Drohung, und weil es nun seine letzte Karte war, drohte es besonders, als ob er nicht gestorben wäre, wenn ich mitgekommen wäre, als ob er dann nicht in diesem gottverlassenen Kaff, von dem ich nicht einmal genau wusste, wo es lag, auf einmal zusammengebrochen wäre, sondern wenigstens in China, oder am besten gar nicht, er hätte sich, wenn ich mitgekommen wäre, nur kurz an mir festhalten müssen, „Nichts, mir ist nur etwas schwindelig", hätte er gesagt, und ich hätte ihn zu einer Parkbank gebracht, ihm eine Flache Wasser gekauft, weil mir nichts anderes eingefallen wäre, weil auch nichts anderes nötig gewesen wäre, „Geht schon wieder", hätte mein Großvater nach ein paar Minuten gesagt und seinen Kamm rausgeholt, die Frisur wäre sein größtes Problem gewesen.“

 

1909672-727d8a45f882a1228aea71b140347a78.jpg
Tilman Rammstedt (Bielefeld, 2 mei 1975)

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler James Stratton Holmes werd geboren in Collins, Iowa, op 2 mei 1924. Zie ook alle tags voor James Holmes op dit blog.

Uit: A Long Night In Leatherland (Verschenen onder het pseudoniem Jacob Lowland)

“And then he appears: Kurt. He comes from downstairs…must have been there anyhow, I came back up too fast. He sees me, recognition shines in his eyes, then he quickly looks to the ground. But he walks along. Now what? In a nick of time he’s back, a bottle of beer and a glass of bitter in his hands. “Please sir, may I offer you a beer?” How sweet life sometimes is. We talk. His name isn’t Kurt, but Karl. He has been in Amsterdam for only a short while, has to go back to Hamburg again in the morning, where he studies History. He has had a master for two years, now he is alone. And lonely.
“Please, sir, could I stay with you, for tonight?” A question which causes a misunderstanding: I think he wants to come with me, but he doesn’t want to. He doesn’t want to sleep, this last night in Amsterdam, he wants to stay in the scene until it’s time for his train. Wants to do things here. And that’s what we do. Him, handcuffed, serving me, here at the bar. After a few minutes he asks:”Please, sir, may I be, uh… what’s the word…permitted to wear your slave collar?”
“No”, I say,”That’s not until I’m sure. And then it’s gonna be locked on. For good.” Disappointment flashes over his face, disappears in a shy smile. Again he’s off to get some booze. Later, downstairs in the sling, my fist into the depths. And even later, both satisfied and content, talking, in silence and drinking, me on the motorbike, him squatted in front of me. It’s as if the leathergod has drawn a magical circle around us, so far away  everything seems that’s happening around us.”

 

 1909672-99e5b5ab7464ab000303cb1f1055c78c.jpg
James Holmes (2 mei 1924 - 6 november 1986)

 

 

De Nederlandse schrijfster Wytske Versteeg werd geboren op 2 mei 1983. Zie ook alle tags voor Wytske Versteeg op dit blog.

Uit: Quarantaine

“De ziekte kwam toen niemand er meer op gerekend had. Het eerste geval werd niet opgemerkt, of veel te laat, dat was iets waar de kranten over discussieerden. Rituele uitingen van ongenoegen. Die eerste maand dachten de media dat er een onderzoek zou komen, er werd nog gesproken van Kamercommissies.
Hilarisch, achteraf bezien.
Natuurlijk hadden we ervan gehoord, al eerder, maar uitsluitend als iets wat zich ver weg afspeelde. Het viel geen nieuws te noemen toen de ziekte zich verspreidde, gestaag de grenzen over kroop van landen die altijd problemen hadden. We zagen de beelden elke avond, met steeds een groter stukje van de kaart gekleurd, dat was niet meer dan te verwachten. Onze angst bewaarden we voor andere zaken; we dachten veel aan terrorisme, vliegtuigrampen, af en toe aan het klimaat. Nog altijd bevond de ziekte zich op een ander continent, totdat dat plotseling niet meer zo was.
Toen pas begon de paniek.
Zolang de ziekte zich tot Afrika beperkt had, was het niet de moeite waard geweest er geld aan te besteden dat nooit zou worden terugverdiend. Nu wist niemand wat ertegen te doen viel. Er was geen tijd voor dubbelblinde onderzoeken, het was een kwestie van geluk wanneer een enkeling de ziekte overleefde. Als arts volgde ik de berichten met professionele interesse, maar zelfs voor mij beperkte de ziekte zich in die tijd tot de rand van mijn blikveld, iets wat zo nu en dan opflakkerde en daarna meteen weer verdween.”

 

 1909672-204a3bdd1054824e708eaf21d0a47195.jpg
Wytske Versteeg (Amsterdam (?), 2 mei 1983)
 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Novalis werd geboren in Oberwiederstedt op 2 mei 1772. Zie ook alle tags voor Novalis op dit blog.

Uit: Hymnen an die Nacht (Fragment)

4
Nun weiß ich, wenn der letzte Morgen seyn wird - wenn das Licht nicht mehr die Nacht und die Liebe scheucht - wenn der Schlummer ewig und nur Ein unerschöpflicher Traum seyn wird. Himmlische Müdigkeit fühl ich in mir. - Weit und ermüdend ward mir die Wallfahrt zum heiligen Grabe, drückend das Kreutz. Die krystallene Woge, die gemeinen Sinnen unvernehmlich, in des Hügels dunkeln Schooß quillt, an dessen Fuß die irdische Flut bricht, wer sie gekostet, wer oben stand auf dem Grenzgebürge der Welt, und hinübersah in das neue Land, in der Nacht Wohnsitz - warlich der kehrt nicht in das Treiben der Welt zurück, in das Land, wo das Licht in ewiger Unruh hauset.
Oben baut er sich Hütten, Hütten des Friedens, sehnt sich und liebt, schaut hinüber, bis die willkommenste aller Stunden hinunter ihn in den Brunnen der Quelle zieht - das Irdische schwimmt obenauf, wird von Stürmen zurückgeführt, aber was heilig durch der Liebe Berührung ward, rinnt aufgelöst in verborgenen Gängen auf das jenseitige Gebiet, wo es, wie Düfte, sich mit entschlummerten Lieben mischt.
Noch weckst du, muntres Licht den Müden zur Arbeit - flößest fröhliches Leben mir ein - aber du lockst mich von der Erinnerung moosigem Denkmal nicht. Gern will ich die fleißigen Hände rühren, überall umschaun, wo du mich brauchst - rühmen deines Glanzes volle Pracht - unverdroßen verfolgen deines künstlichen Werks schönen Zusammenhang - gern betrachten deiner gewaltigen, leuchtenden Uhr sinnvollen Gang - ergründen der Kräfte Ebenmaß und die Regeln des Wunderspiels unzähliger Räume und ihrer Zeiten. Aber getreu der Nacht bleibt mein geheimes Herz, und der schaffenden Liebe, ihrer Tochter.

 

 1909672-a9915f71c8da7621e5d7bed92be02566.jpg
Novalis (2 mei 1772 - 25 maart 1801)
Schloss Oberwiederstedt, het geboortehuis van Novalis 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:43 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten