Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 mei 2016 tot 4 mei 2016

Dodenherdenking II (Gerrit Achterberg)

 

Bij 4 mei

 

 1910397-6541c0bdd678c1655fd176a4556d5bc7.jpg
Oorlogsmonument in Woerden: Drukkers in verzet

 

 

Dodenherdenking II

De collaborateurs, de snorkers van vandaag,
allang weer aan de macht, op jacht naar geld en goed,
zouden uit winstbejag die dag van goed en bloed
het liefst verdonkeremanen, kregen zij hun zin.

Nooit ging de tijd tegen het volkgeweten in.
En wat de vreemdeling moest zeggen als hij zag
dat ere dierf en geen saluut verwierf de vloed
soldaten die in onze grond begraven lag?

Die rusten op de Holterberg en bij Margraten,
wit van de kruizen, duizelend in carré geschaard,
hebben deel aan deze nationale dag:

halfstok boven hun stof de Nederlandse vlag;
dat wij de vrouwen, waar ter wereld, niet vergaten,
door wie zij lang over de zee zijn nagestaard.

 

 1910397-086372d000a496196ddb1b2b463e4ddf.jpg
Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 13:23 Reageer op dit bericht

Cola Debrot, Christiaan Weijts, Amos Oz, Monika van Paemel, Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder, Werner Fritsch, Jacques Lanzmann

De Antilliaanse schrijver, dichter, arts, diplomaat, jurist, minister, filosoof en balletcriticus Cola Debrot werd geboren te Kralendijk (Bonaire) op 4 mei 1902. Zie ook alle tags voor Cola Debrot op dit blog.

 

Dachau
voor Ed. Hoornik

Als mensen met de mensenrechten spotten,
hoort men van de wanhopigen eerst het gillen,
maar weldra volgt de eeuwigheid der stilte,
die uitgaat van een veld bezaaid met botten.
 
En die hier verder aan een water rotten,
eens glansden hemelen in hun pupillen
en ook het voorjaar, dat de boom deed botten,
kon nooit het heimwee van hun harten stillen.
 
Op deze wijs, in 't grauwe dal der zuchten,
zijn onze vrienden met een snik vergaan,
terwijl wij 't enkel hoorden van geruchten
 
tegengesproken, nauwelijks verstaan,
uit kampen, ook na eeuwen niet te luchten
van 't misdrijf aan onschuldigen begaan.

 

 

Jeroen Bosch

Dit is de kwaal der kwalen,
het hart wordt, schraal en guur,
behekst door manestralen,
spooklicht te elfder uur.
 
In web van manestralen
hangt de gekruisigde.
De schooiers, woeste, vale,
rondom verguizen hem.
 
O Christus, Man van Smarten,
bevrijd ons uit de hel,
behoed de mensenharten
voor duivels waanzin-spel,
 
waarin zij, kwaal der kwalen,
verteren in het vuur
der kille manestralen,
spooklicht te elfder uur.

 

 

Witte bloesems

Straks zie ik van haar avondjurk de slippen,
wanneer zij heenglijdt uit de schaduwplek.
Nu kijk ik naar de onrust van haar lippen
en naar het maanlicht aan haar wang en nek.
 
Wij zouden wel hartstochtlijk willen wenen,
getroffen door de gunst van het geluk
tot ik van de jasmijnen, maanbeschenen,
het takje witte bloesems voor haar pluk.
 
Blijken van liefde worden uitgewisseld,
ofschoon wij zwijgen in het licht der maan,
omdat met woordengalm slechts wordt bedisseld
de eenzaamheid van ons bewolkt bestaan.

 

 1910396-d2b6e226a6accb0779308942ae9bf13a.jpg
Cola Debrot (4 mei 1902 – 3 december 1981)
Portret door Carel Willink, 1972

 

 

De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts werd geboren in Leiden op 4 mei 1976. Zie ook alle tags voor Christiaan Weijts op dit blog.

Uit: De etaleur

“Vita’s en Victors afzonderlijk doorgebrachte jaren, met de oceaan als tussenschot, doen er ongeveer twee weken over om te mengen. Elke avond om half elf wacht ze voor de ingang van Cocagne, waar hij haar binnenlaat. Terwijl ze over de verschillende afdelingen en verdiepingen wandelen - een activiteit die hij ervaart als een rondleiding door zijn kasteel, en die op haar hetzelfde effect heeft als een boswandeling praten ze bij.
De eerste week cirkelen hun gesprekken rond twee vragen, die elkaar afwisselen en samen een sinusachtig patroon opleveren. De eerste is: hoe is Vita bij Paint lt Green terechtgekomen? De tweede: hoe is Victor etaleur en nachtbewoner van Cocagne geworden? Victors antwoorden komen steeds uit bij een variant op: toevallig. Die van Vita bij het omgekeerde: het moest zo zijn.
Waarom moest het zo zijn?’ Dat vraagt hij haar als ze op de vierde nacht van hun gesprek langs een rek met nachthemden lopen. Vita taxeert ze vlug, alsof de kleerhangers de pagina’s van een boek zijn waar ze iets in opzoekt.
‘Omdat ik dat zo voel,’ zegt ze, en ze trekt een donkerpaars hemdje van het rek, dat ze omhooghoudt. ‘Omdat ik me op mijn plaats voel. Het past me, zoals de dans me ook altijd heeft gepast. Ik denk dat het simpelweg mijn natuur is. In de natuur heeft alles zijn plaats. Een ijsvogel voelt zich prettig rond rivieren met veel begroeiing, een ijsbeer op de Noordpool en ik in een organisatie waarin mensen voor de natuur opkomen.’
Ze hangt het hemdje terug en loopt langs een rij plastic benen die kousen in alle variaties dragen: visgraat, kant, wit, zwart, kuis, uitdagend.
‘Ik voel me in de etaleerwereld redelijk op m’n plek,’ zegt Victor, ‘maar ik zou dat, als alles anders was gelopen, waarschijnlijk ook zo gevoeld hebben in de filmwereld, de modefotografie, het circus misschien zelfs.’

 

1910396-fa895e14e6b3740eb77a1c877f885c8a.jpg
Christiaan Weijts (Leiden, 4 mei 1976)

 

 

De Israëlische schrijver Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

Uit: A Tale of Love and Darkness

“Words like "cottage," "meadow," or "goose girl" excited and seduced me all through my childhood. They had the sensual aroma of a genuine, cozy world, far from the dusty tin roofs, the urban wasteland of scrap iron and thistles, the parched hillsides of our Jerusalem suffocating under the weight of white-hot summer. It was enough for me to whisper to myself "meadow," and at once I could hear the lowing of cows with little bells tied around their necks, and the burbling of brooks. Closing my eyes, I could see the barefoot goose girl, whose sexiness brought me to tears before I knew about anything.
As the years passed I became aware that Jerusalem, under British rule in the 1920s, 1930s, and 1940s, must be a fascinatingly cultured city. It had big businessmen, musicians, scholars, and writers: Martin Buber, Gershom Scholem, S. Y. Agnon, and a host of other eminent academics and artists. Sometimes as we walked down Ben Yehuda Street or Ben Maimon Avenue, my father would whisper to me: "Look, there is a scholar with a worldwide reputation." I did not know what he meant. I thought that having a worldwide reputation was somehow connected with having weak legs, because the person in question was often an elderly man who felt his way with a stick and stumbled as he walked along, and wore a heavy woolen suit even in summer.
The Jerusalem my parents looked up to lay far from the area where we lived: it was in leafy Rehavia with its gardens and its strains of piano music, it was in three or four cafés with gilded chandeliers on the Jaffa Road or Ben Yehuda Street, in the halls of the YMCA or the King David Hotel, where culture-seeking Jews and Arabs mixed with cultivated Englishmen with perfect manners, where dreamy, long-necked ladies floated in evening dresses, on the arms of gentlemen in dark suits, where broad-minded Britons dined with cultured Jews or educated Arabs, where there were recitals, balls, literary evenings, thés dansants, and exquisite, artistic conversations.”

 

 1910396-08bd303ce61119cd5e13bed6ce2813ab.jpg
Amos Oz (Jeruzalem, 4 mei 1939)

 

 

De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

Uit: Mothering Sunday

“Once upon a time, before the boys were killed and when there were more horses than cars, before the male servants disappeared and they made do, at Upleigh and at Beechwood, with just a cook and a maid, the Sheringhams had owned not just four horses in their own stable, but what might be called a “real horse,” a raeehorse, a thoroughbred. Its name was Fandango. It was stabled near Newbury. It had never won a damn thing. But it was the family’s indulgence, their hope for fame and glory on the racecourses of southern England. The deal was that Ma and Pa-otherwise known in his strange language as “the shower”-owned the head and body and he and Dick and lt‘reddy had a leg each.
“What about the fourth leg?”
“Oh the fourth leg. That was always the question.”
For most of the time it was just a name, never seen, though an expensively quartered and trained name. It had been sold in 1915-when he’d been fifteen too. “Before you showed up, Jay.” But once, long ago, early one June morning, they’d all gone, for the strange, mad expedition of it, just. to watch it, just to watch Fandango, their horse, being galloped over the downs. Just to stand at the rail and watch it, with other horses, thundering towards them, then flashing past. He and Ma and Pa and Dick and Freddy.
And-who knows?-some other ghostly interested party who really owned the fourth leg.
He had a hand on her leg.
It was the only time she’d known his eyes go anything close to misty. And she’d had the clear sharp vision (she would have it still when she was ninety) that she might have gone with him-might still somehow miraculously go with him, just him-to stand at the rail and watch Fandango hurtle past, kicking up the mud and dew.”

 

 1910396-64280e2999a8bb007f3277c05ee6ff3f.jpg
Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)

 

 

De Vlaamse schrijfster Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in Poesele in Oost-Vlaanderen. Zie ook alle tags Monika van Paemel op dit blog.

Uit:  Een klomp met een zeiltje

“De Nederlandse ambassadeur in België verschijnt op de televisie. Clichés worden uitgewisseld. Of Nederlanders echt geloven dat Belgen dom zijn? Welnee, de ambassadeur kent zelfs een Belg die een winstgevend zaakje heeft opgezet met het verkopen van Nederlanders. Hoezo? Nou, hij koopt ze voor wat ze waard zijn, en verkoopt ze voor wat ze denken dat ze waard zijn. Terwijl de ambassadeur olijk in de camera blikt, merkt in de huiskamer een Belgische kijker op: ‘Als die Hollander denkt dat we daar intrappen...’
Buren verkeren niet met elkaar, maar met elkanders vooroordelen. Ik ben ouderwets opgevoed, als de oogkleppen te klein dreigden te worden werden ze vervangen door grotere, maar ik was nieuwsgierig en achterdochtig, en wilde alles zelf uitzoeken. Het zou met mij slecht aflopen. Dat klopt: ik ben schrijver geworden en mijn boeken worden in Nederland uitgegeven.
Nederlanders werden verondersteld zuinig zoniet schraperig te zijn, gewiekst dus zakelijk onbetrouwbaar, ze zagen eruit als doorgeschoten waterplanten en hun eten leek nergens op. Bovenal waren ze protestants, ze geloofden in het woord en lazen boeken. Hun zal veel vergeven worden, dacht ik.
Dat was het begin van een dubbelzinnige situatie die ik ruiterlijk wil toegeven voor ik me in het diepe stort. De uitgever koopt mijn werk voor wat het hem waard is, en verkoopt het voor veel minder dan het waard is, en door die leesafwijking van de Nederlanders worden we daar allebei beter van. Tenminste, dat is de bedoeling.
Kritiek is ondankbaar en lof onbetrouwbaar, maar laat het door de laatste der Belgen geschreven zijn: Goed dat het er is, Nederland!
Een land leer je kennen door zijn inwoners, en daarvoor moet je in dit geval naar het moederland, want eenmaal buitengaats worden Nederlanders, Hollanders. Hoe dat in zijn werk gaat weet ik niet, maar het is een verschijnsel dat je wereldwijd kunt waarnemen. Ook als de Hollander klein van stuk is heeft hij de neiging op de inboorlingen neer te kijken, hij geeft ongevraagd zijn mening, wil zich overal mee bemoeien, vindt alles gek en raar, staat erop de prijs van kip en doperwten in guldens om te rekenen, en wil met een ‘dagje Antwerpen’ zijn Frans ophalen!”

 

 1910396-80e9bf621f522754df57432e14f3d232.jpg
Monika van Paemel (Poesele, 4 mei 1945)

 

 

De Amerikaanse schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

Uit: Snow Falling on Cedars

"Hello, Hatsue," said Ishmael. "I can give you a lift home, if you want."
"My father says he's accepted," Hatsue replied. "He says he's grateful for your help."
She followed her father and Ishmael down the hill, still carrying her shovel, to the DeSoto. When they were well on their way down South Beach Drive, easing through the flats along the salt water, Hisao explained in broken English that his daughter was staying with him during the trial; Ishmael could drop them at his house. Then he described how a branch had hurled down into the road in front of him; to avoid it he'd hit his brake pedal. The Willys had fishtailed while it climbed the snapped branch and nudged down into the drainage ditch.
Only once, driving and listening, nodding politely and inserting small exclamations of interest--"I see, I see, yes, of course, I can understand"--did Ishmael risk looking at Hatsue Miyamoto in the rectangle of his rearview mirror: a risk that filled all of two seconds. He saw then that she was staring out the side window with enormous deliberation, with intense concentration on the world outside his car--she was making it a point to be absorbed by the storm--and that her black hair was wringing wet with snow. Two strands had escaped from their immaculate arrangement and lay pasted against her frozen cheek.
"I know it's caused you trouble," Ishmael said. "But don't you think the snow is beautiful? Isn't it beautiful coming down?"
The boughs in the fir trees hung heavy with it, the fence rails and mailboxes wore mantles of it, the road before him lay filled with it, and there was no sign, anywhere, of people. Hisao Imada agreed that it was so--ah, yes, beautiful, he commented softly--and at the same moment his daughter turned swiftly forward so that her eyes met Ishmael's in the mirror. It was the cryptic look, he recognized, that she'd aimed at him fleetingly on the second floor of the courthouse when he'd tried to speak to her before her husband's trial. Ishmael still could not read what her eyes meant--punishment, sorrow, perhaps buried anger, perhaps all three simultaneously. Perhaps some sort of disappointment.“

 

 1910396-177fd260dc690c8a8ff604f24bc5b0c2.jpg
David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

 

De Nederlandse columnist, schrijver, ex-voetballer, en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder werd geboren in Bellingwolde op 4 mei 1945. Zie ook alle tags voor Jan Mulder op dit blog.

Uit: Kleurboek (Column)

“Hoewel de krachten van de liefde niet mogen worden onderschat, geloof ik meer in de werking van de ijskast. Maar als je dat te cru vindt, zijn er meer opties op de markt. Bij AA Gent hechten ze veel waarde aan te gekke muziek. Ajax bezit een focuscoach. Sparta uit Rotterdam staat bovenaan in de eerste divisie omdat de spelers elke dinsdagmiddag hun kleurboek meenemen en onder leiding van een tekenleraar twee uur lang plaatjes inkleuren, waarbij men buiten de lijntjes mag gaan.
‘Kleur je kalm.’
Sparta schijnt zelden of nooit zo zelfverzekerd te hebben gevoetbald. Het contract van de trainer wordt opengebroken, in de Rijnmond vliegen de kleurboeken over de toonbank.
Paintballen is uit, stem- en focuscoach zijn ouderwets, het Jupiler-kleurboek gaat een grote toekomst tegemoet.
Wanneer een team tot een zó bedenkelijk laag niveau is gezakt, zoals Anderlecht in Kortrijk, zou je kunnen besluiten tot kleuren in het erotisch kleurboek.
Het bestaat. Het zweept op. Het maakt een winnaarsmentaliteit in je los. Vooral in bejaardentehuizen is het een hit. Ik verzin dit niet. Papazoglou maakt met zijn mooie Vasiliki een onnodige omweg, een doos kleurpotloden volstaat voor de juiste mentale oppepper. Erotiek schept vreugde in het leven en een gelukkige middenvoor scoort vaker.
Helpt dit ook niet, Besnik, hou dan zestien prachtig uitgevoerde oorlogskleurboeken met plaatjes van Syrische schermutselingen achter de hand als jullie weer naar het Guldensporenstadion in Kortrijk moeten en de groep verdacht stil de bus instapt.”

 1910396-1ac9acbc7df63072327107fd211ccf51.jpg
Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945)
 

 

 

De Duitse schrijver Werner Fritsch werd op 4 mei 1960 in Waldsassen geboren. Zie ook alle tags voor Werner Fritsch op dit blog.

Uit: Die Alchemie der Utopie

„Jenseits des Kirchsteigs auf einem Stock oder einem Stein saß ich, blickte auf den Bach, auf eine Wiese, auf die Fichte, die mein Vater bei meiner Geburt gepflanzt hatte, auf drei Apfelbäume und sprach. Für andere, die mich so sitzen und sprechen sahen, sprach ich für mich, für mich sprach ich mit Gott.
Es war kein Gebet. Ich denke noch heute, wie sehr es Gott, gibt es ihn, langweilen muß, Gebetsmühlen zu lauschen. Den Rosenkranz ausgenommen, der etwas Mantraartiges hat durch Rhythmuswechsel vom Jambischen ins Daktylische, vom Daktylischen ins Jambische ...
Auch die Kettenlyrik der Litaneien Heilige Cäcilia bitt für uns Heiliger Cyprian bitt für uns Ihr heiligen Märtyrer und Blutzeugen bittet für uns etc. mag durch Sprachmagie in eine meditative Stimmung versetzen.
Nicht in der Prokrustesbett-Rhetorik der Bittgebete und Märtyrerlitaneien sprach ich da, nicht in den sanft geschwungenen Melodiebögen des freudenreichen Rosenkranzes noch im zitternden Zungenschlag des Beichtkindes durchs Sprachgitter hindurch, sondern in der Sprache, die in diesem Augenblick mich, den Stein, mein Herz, Gott, der den Bach, die Wiese, die Apfelbäume, den Hof meines Gedächtnisses, mich, den Stein, mein Herz erschuf, erschuf ...
Ich sprach mit Mutter Sprache, die meine Gedanken unmittelbar zur Welt bringt und diese dabei aus sich heraus schöpft, den Mäandern des Bewußtseins auf der Spur, den wild umtosten Regungen des Herzens.
Die gesamte Kindheit hindurch glaubte ich, daß Gottes Auge auf mir ruhe, in Gestalt der Sonne, die Licht verströmte am Horizont ...“

 

 1910396-091fd06cd44a94ec725f94b8f5200b12.jpg
Werner Fritsch (Waldsassen 4, mei 1960)
 

 

De Franse schrijver, journalist en tekstschrijver Jacques Lanzmann werd geboren op 4 mei 1927 in Bois-Colombes. Zie ook alle tags voor Jacques Lanzmann op dit blog.

Uit: La baleine blanche

“Je voudrais qu'on me saute dessus dans la rue
Je voudrais que sur moi les autres se ruent
Qu'on me dise: vous n'avez besoin de rien
De répondre: si c'est de rien, j'ai pas besoin
Qu'on mon dise:c'est l'expression n'est pas au point
De répondre : en ce cas, laissons la le malentendu
Et de chanter
Et de chanter
Je veux qu'on m'aime à perdre haleine
A perdre la aine du pull-over
A perdre l'alène du cordonnier
Et pouvoir me retricoter
Et pouvoir me ressemeler
Mes jeunes amours des jours de veine
Mes vieilles amours des mois en R
Et de chanter
Et de chanter
Je veux qu'on m'aime à corps perdu
Au corps à corps, au coude à coude
A corps et âme, à cri de guerre
Et pouvoir encore en découdre
Et pouvoir encore satisfaire
Mes vieilles amours des jours déchus
Mes jeunes amours si court vêtues »

 

 1910396-df5f44a1b5907f07eb8b607406391ac7.jpg
Jacques Lanzmann (4 mei 1927 – 21 juni 2006)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei 2014 deel 2.



Geschreven door Romenu om 13:22 Reageer op dit bericht

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Johan de Boose, Marc Dugain, Ben Elton, Jens Wonneberger, Paul Bogaert

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

God Has Pity On Kindergarten Children

God has pity on kindergarten children,
He pities school children -- less.
But adults he pities not at all.

He abandons them,
And sometimes they have to crawl on all fours
In the scorching sand
To reach the dressing station,
Streaming with blood.

But perhaps
He will have pity on those who love truly
And take care of them
And shade them
Like a tree over the sleeper on the public bench.

Perhaps even we will spend on them
Our last pennies of kindness
Inherited from mother,

So that their own happiness will protect us
Now and on other days.

 

 

Endless Poem

In a modern museum
In an old synagogue
In the synagogue
I
Within me
My heart
Within my heart
A museum
Within a museum
A synagogue
Within it
I
Within me
My heart
Within my heart
A museum

 


Vertaald door Chana Bloch en Stephen Mitchell

 

 

Instructies voor de serveerster

Haal de glazen en de borden
niet van tafel, veeg
de vlek niet van het tafelkleed! Het is goed om te weten:
anderen gingen mij voor in de wereld.

Ik koop schoenen die door een ander gedragen zijn.
Mijn vriend heeft zijn eigen gedachten.
Mijn geliefde is de vrouw van een man.
Mijn nacht wordt gebruikt door dromen
Op mijn raam staan regendruppels getekend,
andermans krabbels in de kantlijn van mijn boek.
Op het bouwplan van het huis waar ik wil wonen
heeft de architect vreemden getekend bij de deur.
Op mijn bed ligt een kussen met een kuil erin
van een hoofd dat er niet is.

Haal daarom niets
van tafel.
Het is goed om te weten:
anderen gingen mij voor in de wereld.

 

Vertaald door Tamir Herzberg

 

 1910099-8512361afa0b2ad54e12addf7bd2c53b.jpg
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)
Portret door Eran Wolkowski, z.j.

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Als ik naar zee loop

Als ik naar zee loop
kan ik twee kanten op

- uiteinden van een regel
leest ze langs haar wijsvinger mee
zie je, er staat best wel wat er staat

twee vingers en een duim strijken
als ik naar zee loop

het bergje in de handpalm
vingertoppen die korrels afnemen
het net aangebraden vlees insmeren

ik moet het in de hand houden
als het uit een potje komt
kan ik het niet voelen

wijst ze de leesrichting
prikt in het vlees

als ik naar zee loop
kan ik twee kanten op
strijken mijn vingers

zeef ik de zee.

 

 

Ik weet het nog

De zeespiegel brak en je handen konden niet anders
dan werktuigelijk als graafmachines kommetjes maken
elke schep die je omkieperde gleed terug tot op je voeten
wie toch sprak van een huis een schoorsteen een tafel
je nagels groeven niets dan een platte etage in het zand.

Ik weet nog hoe de grond trilde en jij stond te zwaaien
met al die getatoeëerde vogels krijsend op je armen
hoe lager stapelwolken hingen hoe wilder de golven
je sleepte handenvol nat zand het brede strand over
de ruitenwissers van je ellenbogen pleisterden de wand.

Ik weet dat zodra de wind stilt je vogels tot rust komen
je meegesleepte zeesterren vallen zacht van de wand
en ik weet hoe bleek je benen die zich uiteen strekken
ik zie de schelpscherven die tussen je tenen uit steken
het enige dat je kunt verbergen is je lichaam in het zand.

 

 1910099-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

 

Dorp, dorp

De tijd – mijn dorp. Mijn dorp – mijn leven.
Mijn leven is het leven van zovelen, kijk,
de levenden en doden naast elkaar,
aan dezelfde tafel zitten voor- en nageslacht.
Ik roep een willekeurig tijdperk op,
ik ga naar binnen, ik ga naar binnen in de tijd,
ik bouw mijn woning, mijn woning in de tijd,
ik word er oud en dan word ik opnieuw geboren,
en weer, en weer, ik word geboren in het dorp
van de tijd. Wat vroeger was, is thans.
Wat komen gaat, vindt nu al plaats.
Mijn bloed stroomt van eeuw naar eeuw,
van huis naar huis. Ik woon in een dorp,
het dorp is de tijd, en niemand gaat dood.
Mijn dorp is daar waar alles was,
waar niemand niemand is vergeten.
Het stort niet in, het houdt niet op.
Het is er nu, het was er steeds, het blijft
bestaan, en niemand, niemand gaat,
niemand gaat er, niemand gaat er dood.

 

 

Zij breekt wakker

Zij breekt wakker en spoelt aan
als iemand die verbeten op
de ramen tikt met druppels
uit het noorden en verlangen.

Zij zegt: Ik kan niets lichters
dan dit lichaam geven.
Zo licht dat het verglijdt
nog voor ik het kan nemen.

Ik zeg: Ik kan niets groters
doen dan in je ondergaan,
zoals vermoeide warmte ’s avonds

in je zinkt. Ik droomde dat
het sissen in je duren bleef
en dat ik in je leerde zwemmen.

 

 1910099-c660ead629f07c4e97b72d580c568e97.jpg
Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

De Franse schrijver en filmmaker Marc Dugain werd geboren op 3 mei 1957 in Senegal, waar zijn vader werkzaam was.Zie ook alle tags voor Marc Dugain op dit blog.

Uit: L'insomnie des étoiles

"Comment ai-je pu oublier, se dit Maria, c'est inadmissible. Je ne peux m'en prendre qu'à moi-même." Elle aurait voulu se gifler. Mais le froid s'en chargeait pour elle. Le début d'automne, timide et clément, s'était effacé pour laisser place à des journées glaciales. Il lui fallait déambuler dans les bois, courbée, le nez au ras du sol. A moins d'un mètre, elle n'y voyait pour ainsi dire que des ombres, des esquisses de formes surprenantes, parfois inquiétantes. Des visages se dessinaient dans la terre et leurs yeux immobiles et sévères se posaient sur elle avant de disparaître. Ces caricatures jonchaient le sol par centaines et, si son humeur l'y prédisposait, elle s'amusait à les effacer.
En cette fin d'automne, les couleurs s'étaient uniformisées, la nature se camou-flait. Il n'avait pas plu depuis deux jours, mais la terre suintait. Maria était aux aguets. Si les branches craquaient sous ses pieds, elle pouvait les ramasser. Celles qui se contentaient de grincer étaient encore trop vertes. Les dernières feuilles accrochées aux arbres tremblaient dans la brise. Rien ne cherchait plus à se distinguer, tout s'accordait à l'unisson dans un concert funè-bre et plat. Maria souffrait de toutes ses ex-trémités. Elle avait apprivoisé ces douleurs tenaces qui ne lui laissaient de répit que la nuit.
L'allée du bois conduisait à une plaine qui se confondait avec l'horizon. Elle fumait par endroits d'une brume légère et suspendue qui s'étirait parfois en d'étranges contorsions. Là où il y a encore quelques années on trouvait des cultures ordonnées, une steppe timide recouvrait ces longues étendues sans reliefs.
Chaque fois que Maria se penchait pour faire ses fagots, un filet au goût âcre, un mélange de sang et de salive lui coulait dans la bouche. Elle se relevait brusquement pour cracher. De temps en temps elle observait la lumière. A cette époque, le jour ne se levait jamais vraiment et se couchait avec la lenteur d'un grand malade.
L'adolescente parvint à ficeler une dizaine de fagots de bonne taille avant que la nuit ne lui impose cette oisiveté qu'elle redoutait au point de lui donner des palpitations. Avant que l'obscurité ne l'enferme tout à fait, elle allumait son feu dans un poêle en fonte né avec le siècle. Elle se blottissait près de cette forme qui prenait dans la pénombre des allures magistrales, imposant aux objets de la cuisine une autorité qui ne se desserrait qu'aux premières heures de la journée."

 

 1910099-485cd03992b3797a83c69be8a13644ab.jpg
Marc Dugain (Senegal, 3 mei 1957)

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

Uit: Blind Faith

“Chantorria had recently given birth to their first child, a time of joy but also a time of grim trepidation. Like all new parents, she and Trafford had spent the weeks since their daughter’s arrival listening out for telltale coughs, watching for rashes and testing constantly for sensitivity to sound and light.
Now, however, it was time for Trafford to return to work and this particular day was a Fizzy Coff. Fizzy Coff was short for ‘physical office’ and meant that it was a day when Trafford’s personally adapted work structure required him to attend his actual workplace, as opposed to the virtual version which existed online and which he could get to without leaving his bed.
Fizzy Coffs were a statutory requirement; the law expected each person to spend at least 25 per cent of their working hours in the company of real, physical colleagues in a real physical space. It was intended at some point to increase this proportion to 50 per cent and the transport system was supposedly being updated to cope with the extra travel hours, but Trafford doubted that it would ever happen. All future planning for the transport system seemed to him to focus on the modest ambition of preventing it from grinding to a complete halt.
Fizzy Coffs were a relatively recent development. Twenty solstices previously, when Trafford had first entered employment, he had not been required to go out to a physical workplace at all. Few people did, except those whose job was serving food and drink or lapdancing. That had been in a time when the virtues of the virtual had gone unchallenged. The public health advantages of keeping people apart had been obvious and it was generally assumed that at some point all work would be done at home. But the growing trend towards social dysfunction had alerted both the Temple and the government to the human need for Face Time. Care workers and spiritual counsellors had concluded that people who dealt exclusively with virtual individuals tended to be at an emotional disadvantage when confronted with the real thing. Unable to relate to fellow members of the community, they were awkward, tongue-tied, and would occasionally shoot at random as many people as they could before turning their guns on themselves.”

 

 1910099-840885a840cabd42f70e722c05d1455e.jpg
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

Uit:Goetheallee

„Vermutlich weiß sie nicht einmal, dass ich schreibe, so wie ich nicht sicher bin, ob diese aufgetakelte Walküre überhaupt Frau Wohlgemuth ist oder nur eine ihrer Angestellten. Seit ich das Fehlen meiner Bücher bemerkt habe, und ich habe es sofort bemerkt, bestelle ich alles, was ich an Büchern brauche, über das Internet
Zum Glück reißt mich ein Geräusch, das jetzt aus einem der Häuser kommt – hat nicht eben dort gerade noch ein Kind geweint? –, aus meinen trüben Gedanken und versöhnt mich für einen Moment mit diesem Nachmittag. Anfangs ist es nur ein leises, rhythmisches Fauchen, das aber rasch immer schneller und lauter wird, in ein Rasseln übergeht, sich zu einem Scheppern steigert und dann ganz plötzlich nach einem letzten dumpfen Rattern wie mit einem kleinen Schrei erstirbt. Es erinnert mich an die Kindheit, wenn mein Bruder den riesigen Blechdeckel des Waschkessels auf den Fliesen in Drehung versetzt hatte und ich fasziniert zusah, wie er scheppernd am Boden wackelte. Noch bevor ich Mama sagen konnte, sagte ich wawa, ein Wort, das mit einigen, in sich steigerndem Tempo gesprochenen Wiederholungen das Geräusch am -treffendsten imitierte und mir in diesem Moment im Zusammenhang mit den in der Wohlgemuthschen Buchhandlung ausgestellten Büchern zu stehen scheint.“

 

 1910099-231f28f291bfe2aadaf344ba02179d64.jpg
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

Gelijk men kakkerlakken ziet

Gelijk men kakkerlakken ziet
(die men ook later in de taartvorm vindt),
zo kan men reageren op wat de wandklok toont.
Niet op de uren die in muren dringen
van woonst of werkvertrek.
Maar op de uren die, van de wijzers afgespat,
verdwijnen en verdwenen zijn,
hoewel ze in glitterpakken
op het netvlies hangen.
Dit is wat ons de wandklok toont.

 

 

Dek me toe

Zeg me dat het tijd is, zeg me dat ik moe
ben, geef niet toe aan verzet,
geef me een washand, de beer die ik ken,
wijs me mijn bed, dek me toe,

ruik naar zeep, vertel mij hoe
prinsessen slapen als bij wonder
en verdwijn maar, ga niet te
ver, stop mij onder, dek me toe,

laat mij alleen, strooi in mijn ogen
geen zand, breng geen lied ten
gehore, verzoen mij niet met de nacht,
doe wat ik doe, dek me toe.

 

 1910099-ca86ef81a91ece6d8b06be163e62e33a.jpg
Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten