Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 mei 2016 tot 19 mei 2016

Constantin Göttfert, Karel van het Reve, Gijs IJlander, Thera Coppens, Jodi Picoult, Yahya Hassan, Ruskin Bond, Fritz Rudolf Fries, Luuk Wojcik

De Oostenrijkse dichter en schrijver Constantin Göttfert werd op 19 mei 1979 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Constantin Göttfert op dit blog.

Uit: Steiners Geschichte

„Die Gletscherwasser aus dem tschechischen Riesengebirge hatten den aufgeschütteten Kies überschwemmt, sie schaukelten die vertäute Fähre. Hochwasser, kein Betrieb stand dort, Povodefi, z”iadnci prevädzka. Ich erreichte Ina, fasste nach ihrer Hand, um ihr über die Absperrung zu helfen. «Pass auf», sagte ich. Sie setzte den zweiten Fuß über die Kette, schlug sich den Schnee vom Mantelsaum, und noch halb in dieser Bewegung beugte sie sich zu mir und küsste mich auf die Wange.
Die Tür war nur mit einem Riegel gesichert. Ina löste den Mechanismus. Sie bückte sich vor mir in die Kajüte, fasste nach meiner Hand. Ich missverstand sie. «Die Streichhölzer», sagte sie, «gib mir die Streichhölzer.»
Aus einer rußigen Laterne fiel Licht in einen Raum von sieben oder acht Quadratmetern: ein Tisch, ein Stuhl, eine abgelegte Lesebrille, drei Fotos, ein Stapel leerer CD-Hüllen, eine halb ausgetrunkene und eingedrückte Flasche Mineralwasser.
Ich rückte die Lampe in die Mitte des Tisches. Dabei schwappte etwas Petroleum über meine Fingerspitzen. Der Verschluss fehlte. Es war warm und klebrig. Ich wischte es ab.
Ina griff nach einer Blechkanne, in der noch Reste von Kaffee schwammen, sie füllte zwei Tassen, klopfte Trockenmilchpulver aus einer Dose, als wäre sie hier zuhause. Sie trank nur einen einzigen Schluck, bevor sie sich erschöpft in den Stuhl fallen ließ.
«Und jetzt?», fragte ich.
Sie sagte: «Ich weiß es nicht.»
In einem aufgeschlagenen Buch hatte der Fährmann die Anzahl der Fahrgäste aufgelistet, in Spalten getrennt zwischen Autci, Motocykle und Bicykle, alles in Kurrentschrift, die zu lesen mir Mühe machte. An manchen Wintertagen setzten nur vier oder fünf Personen über die March, aber wegen des Hochwassers war er jetzt schon seit fünf Tagen ohne Fuhre gewesen.“

 

 1916157-eb67f81d5ab22729db9036b2c3d02488.jpg
Constantin Göttfert (Wenen, 19 mei 1979)

 

 

De Nederlandse letterkundige, vertaler, essayist, schrijver en columnist Karel van het Reve werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1921. Zie ook alle tags voor Karel van het Reve op dit blog.

Uit: ‘Ha, daar ben ik...’ (over Annie M.G. Schmidt)

“Bij herlezing van die Impressies heb ik ook de zin teruggevonden, die destijds, in 1948 of 1949, diepe indruk op me gemaakt heeft. Zeer diepe indruk, mag ik wel zeggen, en ik weet nog steeds niet waarom. Dat stukje heet ‘De psychologie van het damestoilet’. Annie vertelt in dat stuk dat een vrouw die in een café in een moeilijk gesprek gewikkeld is, in het damestoilet een rustpunt vindt, een ‘retirade pour mieux sauter’. ‘Even voor de spiegel staan en zachtjes zeggen: Ha, daar ben ik, dag meid, wees niet te voortvarend!’
Ik weet nog hoe diep ik onder de indruk was van dat ‘ha, daar ben ik, dag meid’. Een stuk van mijn wereldbeschouwing stortte in elkaar. Ik kreeg het gevoel van iemand die op het punt staat zich af te vragen, waar precies zijn leven een verkeerde wending heeft genomen. Veertig jaar nadenken over de vraag waarom dat zinnetje mij zo aangreep, heeft mij geen stap dichter bij een antwoord gebracht. Zelf heb ik nooit ‘ha, daar ben ik’ gedacht als ik in de spiegel keek. Ik dacht en denk altijd: ‘Daar heb je die zak weer.’ Maar daar gaat het niet om.
Nu we toch over oude tijden spreken: het is bekend dat je in de straten van Nederland een kanon kon afschieten als De familie Doorsnee werd uitgezonden. Of het waar is van dat kanon weet ik niet, want niemand haalde het in zijn hoofd om bij de luidspreker weg te gaan en op straat te kijken. Van die serie herinner ik me, behalve de eerste regel van het beroemde lied ‘Ik ben Ali Cyaankali’ een scène waarin de familie Doorsnee zich opmaakt om naar de schouwburg te gaan. Vader Doorsnee werd gespeeld door Cees (spreek uit: Sees) Laseur. En toevallig blijkt dat een zekere Cees Laseur meespeelt in het stuk dat de familie wil gaan zien. Vader Doorsnee heeft niet zoveel zin. Hij moppert: ‘Cees. Cees. Wie heet er nou Cees.’
Dat is een heel eenvoudige vondst. Maar ik ben hem in de wereldliteratuur nergens anders tegengekomen.”

 

 1916157-b6cb6c6669770238cc74f92951eab605.jpg
Karel van het Reve (19 mei 1921 – 4 maart 1999)
Cover 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gijs IJlander (eig. Gijs Hoetjes) werd op 19 mei 1947 in Alkmaar geboren. Zie ook alle tags voor Gijs IJslander op dit blog.

Uit: Vergeef ons onze zwakheid

“Hij rilde, het leek wel of hij een kater had, de hele nacht had doorgehaald en eigenlijk was dat ook het geval, zij het onvrijwillig. De whisky’s in de hotelbar waren na de vermoeiende reis per vliegtuig en trein niet goed gevallen, het vette ontbijt en de slappe koffie deden de rest.
Medepassagiers beklommen de trap vanaf het autodek, sommigen bleven even naast hem aan de reling staan, nu en dan klonk een korte groet, iemand stak een hand op naar een bekende of leverde commentaar op de onhandige verrichtingen van een bestuurder. Maar al gauw zochten ze een heenkomen in het passagiersverblijf waar koffie werd geschonken en op dit uur zelfs al bier, het stond er blauw van de sigarettenrook.
Om vijf voor acht klonk een korte stoot op de scheepshoorn ten teken dat de loopplank en de laadklep zouden worden opgehaald, wie nog van boord wilde moest snel zijn. Aan de overkant van het emplacement dat aan de kade grensde vertrok de trein naar Glasgow, dezelfde die hem gisteravond hier had gebracht. De meeste passagiers kwamen per trein, bezoekers die met de auto kwamen lieten hem vaak aan de kade staan omdat de overtocht kostbaar was en de gebruiksmogelijkheden op de eilanden beperkt. Het waren vooral eilandbewoners zoals hij die met de auto naar het vasteland gingen.
Op de terugweg namen zij ladingen goedkope drank en levensmiddelen mee om de kosten van de oversteek te compenseren. Deze keer was hij aan inkopen niet toegekomen.
Acht uur. Er kwamen oranje strepen in de lucht, verkleurend naar geel en grijzig blauw; het felle geel, groen, rood en blauw van vissersboten kwam uit de schaduwen naar voren, er was kabaal van meeuwen bij de visafslag. Tussen de schepen trokken zeehonden, op zoek naar afval, V-vormige sporen in het water. De zware trossen van de veerboot werden gelicht en met lieren aan boord gehesen, de watergleuf tussen kade en scheepswand werd langzaam breder, terwijl er een rilling door de stalen romp ging en rook uit de schoorsteen spoot.“

 

 1916157-444ef7ea44867662e0175db47ff158e7.jpg
Gijs IJlander (Alkmaar, 19 mei 1947)

 

 

De Nederlandse schrijfster Thera Coppens werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1947. Zie ook alle tags voor Thera Coppens op dit blog.

 

Ruisen

Nu het regent
druppelen de bomen
over de ruit

ik zet mijn walkman af
en luister lang
naar dit geluid:

stemmen zijn het
en duizend handjes
die applaudisseren

ruisen is het
en satijnen rokken
van een bruid

ik luister
de regenwolken drijven over
iemand in de hoge hemel
zet het ruisen
uit.

 

 1916157-6f6566f86651baf35902c21ee0de313b.jpg
Thera Coppens (Amsterdam, 19 mei 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 18 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

Uit: Keeping Faith

“Crazy. Filled with a righteous fury, Mariah slips an arm around her daughter. “Why would they say that?”
Faith hunches her shoulders. “Because they heard me talk to… her.”
Mariah closes her eyes and makes a silent appeal— to whom?— to solve this, and fast. She pulls Faith upright and holds her mittened hand, tugging her out of the main office. “You know what? Maybe you can stay home from school, just for tomorrow. We can do things, you and me, all day.”
Faith turns her face up to her mother’s. “For real?”
Mariah nods. “I used to take special holidays sometimes with Grandma.” Her jaw tightens as she remembers what her mother had called it: a mental health day.
They drive through the winding roads of New Canaan, Faith slowly beginning, in bits and pieces, to relay the school day to Mariah. At the turn to their driveway, Mariah rolls down the window and picks up the mail, marking the number of parked cars lining the road. Hikers, or birdwatchers, probably; taking to the field across the road. They get that up here quite often. She continues to drive and then she sees the crowd that surrounds the house.
There are vans, and cars, and for God’s sake, a big painted Winnebago.
“Wow,” Faith breathes. “What’s going on?”
“I don’t know,” Mariah says tightly. She turns off the ignition and steps from the car into a throng of nearly twenty people. Immediately cameras begin flashing, and questions are hurled at her like javelins. Is your daughter in the car? Is God with her? Do you see God too?
When Faith’s door cracks open, the questions stop. Mariah watches her daughter get out of the car and stand nervously on the slate path that leads up to the house. Lining it are a dozen men and women in caftans, who bow their heads as Faith looks at them. Standing behind, and slightly apart, is a man smoking a thin cigar. The face seems familiar to Mariah; with a start she realizes that she’s seen him on TV— Ian Fletcher himself is leaning against her crabapple tree. “

 

 1916157-12e3f4ca18f61f84fc94571104b98e10.jpg
Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966)

 

 

De Deense dichter van Palestijnse afkomst Yahya Hassan werd geboren 19 mei 1995 in Aarhus. Zie ook alle tags voor Yahya Hassan op dit blog.

 

ACHTER DE DEUR

IK ZAT TUSSEN DE JASSEN MET EEN OLIEBOL IN MIJN HAND
EN LEERDE IN STILTE MIJN VETERS STRIKKEN
SINAASAPPELS MET KRUIDNAGELS EN ROOD LINT
HINGEN AAN HET PLAFOND ALS DOORBOORDE VOODOOPOPPEN
ZO HERINNER IK ME DE KLEUTERSCHOOL
DE ANDEREN VERHEUGDEN ZICH OP DE KOMST VAN DE KERSTMAN
MAAR IK WAS NET ZO BANG VOOR HEM
ALS IK WAS VOOR MIJN VADER

 


Vertaald door Lammie Post-Oostenbrink

 

 1916157-2e49411da4005c84608727c098e813ab.jpg
Yahya Hassan (Aarhus,19 mei 1995)

  

 

De Indiase dichter en schrijver Ruskin Bond werd geboren op 19 mei 1934 in Kasauli. Zie ook alle tags voor Ruskin Bond op dit blog.

Uit: A Writer’s Journal

“Typewriters and computers were not designed with steep mountain slopes in mind. On one occasion last autumn I did carry my typewriter into the garden, and I am still trying to extricate a couple of acorns from under the keys, while the roller seems permanently stained from some fine yellow pollen dust from the deodar trees. But armed with pencils and paper, I can lie on the grass and write for hours. Provided there are a couple of cheese-and-tomato sandwiches within easy reach.”
(…)

“Our insect musicians are roused to their greatest activity during the monsoons. At dusk the air seems to tinkle and murmur to their music. To the shrilling of the grasshoppers is added the staccato notes of the crickets, while in the grass and on the trees myriads of lesser artistes are producing a variety of sounds. As musicians, the cicadas are in a class of their own. Throughout the monsoons their screaming chorus rings through the forest. A shower, far from dampening their ardour, only rouses them to a deafening crescendo of effort. As with most insect musicians, the males do the performing, the females remain silent. This moved one chauvinistic Greek poet to exclaim: ‘Happy the cicadas, for they have voiceless wives!’ To which I would respond by saying, ‘Pity the female cicadas, for they have singing husbands!’ Probably the most familiar and homely of insect singers are the crickets. I won’t attempt to go into detail on how the cricket produces its music, except to say that its louder notes are produced by a rapid vibration of the wings, the right wing usually working over the left, the edge of one acting on the file of the other to produce a shrill, long-sustained note, like a violinist gone mad. Cicadas, on the other hand, use their abdominal muscles to produce their sound.”

 

 1916157-7aa73b5af9a35f1438b03de89996e456.jpg
Ruskin Bond (Kasauli, 19 mei 1934)

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Fritz Rudolf Fries werd geboren op 19 mei 1935 in Bilbao als zoon van een Duitse koopman. Zie ook alle tags voor Fritz Rudolf Fries op dit blog.

Uit: Last Exit to El Paso

„Er greift nach dem Buch auf dem Nachttisch, richtet den Kegel der Leselampe auf die aufgeschlagene Seite. Die Bremer Stadtmusikanten liest er und versucht, seiner Stimme die alte Festigkeit zu geben. Hat er nicht früher einmal als Kabinendolmetscher gearbeitet, in Caracas, Paris, Moskau? Die Bremer Stadtmusikanten, wiederholt er. Fabius ist ganz Ohr. Mit seinen fünf Jahren ist er ein von Vorurteilen, Schulstoff oder Fernsehen unverdorbener Zuhörer. Etwas Besseres als den Tod findest du überall. Der Alte prüft seine Brillengläser. Doch, der Satz steht da. Esel, Hund, Katze und Hahn gehen auf die Wanderschaft, als keiner mehr ihre Dienste haben will. Fabius beobachtet weiter die sich balgenden Fliegen, die nun von Esel, Hund, Katze und Hahn verfolgt werden.
Das Telefon - einer von den im Haus verteilten Apparaten - klingelt ein zweites Mal, bevor die Tiere die Diebe zur Strecke gebracht haben und es sich gut sein lassen am Ende ihrer Tage.
Telefon!, ruft Kathleen schon an der Tür, ungehalten, in Eile immer, mit leisem Vorwurf in der Stimme, dass der Alte von Tag zu Tag schlechter hört.
Fabius, mein Herr, sagt sie, ab in die Falle! Es hilft kein Murren, sie hat das Sagen. Der Großvater reicht ihm die Hand, männlich ritterlich; einen Kuss geben sie sich nur, wenn keiner zusieht. Gute Nacht, murmelt das Kind mit abgewandtem Blick.“

 

 1916157-dda9b354babdcaf2f4691ce161366a7e.jpg
Fritz Rudolf Fries (19 mei 1935 – 17 december 2014)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Luuk Wojcik werd geboren in Roermond in mei 1993. Zie ook alle tags voor Luuk Wojcik op dit blog.

 

Vluchtpoging

Wanneer ik in de trein zit dan denk ik
aan een denkbeeldig vierkante huls om de trein heen,
één waarbuiten de trein nooit schudden kan,
dat stelt mij gerust.

Soms als ik de airco in de taxi voel,
dan denk ik aan alle bacteriën, de ruimte in geblazen.
Dan denk ik, het kan nooit erger zijn dan wat roken met mijn longen doet.

Ik denk aan doodgaan,
aan dat je dan niet meer uitademt maar de aarde voelt,
die je longen naar haar toe trekt, dat stelt mij gerust.

Wanneer ik in de bus zit en de aanwezigheid van alle aanwezigen voel,
denk ik aan de crash die we zouden kunnen hebben,
Hoe onze lichamen tegen de ruiten zouden slaan.

Ik denk aan hoeveel passen ik moet zetten om in welke kamer dan ook,
bij de uitgang te zijn,
ik tel 33, 9, 21.

het zijn de coördinaten
van een huls lucht waar ik heb gestaan,
die nu de klap opvangt.
Dit stelt mij gerust.

 

 1916157-4f369787dc8552e0ee2e7d61d82ad9f3.jpg
Luuk Wojcik (Roermond, mei 1993)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:10 Reageer op dit bericht

H.W.J.M. Keuls

De Nederlandse dichter Henricus Wijbrandus Jacobus Maria Keuls werd geboren in Obdam 19 op 19 mei1883. Keuls studeerde rechten en werd advocaat in Amsterdam. Van 1925 tot 1948 was hij directeur van het Bureau voor Muziek en Auteursrechten van de Vereniging van Letterkundigen. Voor het Algemeen Handelsblad schreef hij kritieken over muziek en toneel. Keuls debuteerde met poëzie in 1910 in het tijdschrift De Gids. Hij behoort met zijn poëzie tot de generatie waartoe ook Bloem, Greshoff, Roland Holst en Van Eyck behoren. Hij schreef elegische poëzie met een voorkeur voor traditionele vormen zoals rondelen en kwatrijnen. Zijn gedichten zijn doortrokken van een sterk besef van religieuze levenszin. In 1920 verscheen een eerste bundeling met “In den stroom”, gevolgd door “Om de stilte” (1924) en “De dansende lamp” (1935). Aanvankelijk was er weinig weerklank voor zijn poëzie, maar met het verschijnen van zijn “Verzamelde gedichten” (4 dln, 1947-1949) begon de waardering toe te nemen en groeide zijn bekendheid als dichter. In 1948 kreeg hij de Tollensprijs voor zijn gehele oeuvre en vervolgens werd hem de P.C. Hooftprijs 1961 toegekend. Keuls verzorgde een aantal vertalingen, onder meer van Omar Khayyams “Kwatrijnen” (1944), Dante's “Het nieuwe leven” (1951), Pirandello's “Hendrik IV” (1956) en T.S. Eliots “Een staatsman van verdienste’ (1957) en “De familiereünie” (1957). Voor zijn Dantevertaling kreeg hij in 1957 de Martinus Nijhoffprijs.

 

Ik heb een wijkplaats….

Ik heb een wijkplaats in uw hart gevonden,
Daar weet ik mij beveiligd en bevrijd,
En voel ik nog de pijn van oude wonden
Dan druppelt troost van uw aanwezigheid.

Het schijnt bepaald dat wegen elkaar kruisen
En de aarde elken dag opnieuw begint;
Uw stem voert mij naar ’t onweerstaanbaar ruisen
Van hoge bomen in een zoele wind.

Gij hebt een macht de wereld te doorstralen
En ’t is of ik betreed een jong gebied,
Waarin ik hoor de bloemen ademhalen
En gij mij nadert als een levend lied.

 

 

En toen zij zaten naast elkaar

En toen zij zaten naast elkaar
En wisten: ’t was de laatste maal,
Vond hunne liefde geen gebaar
Meer, en hun teederheid geen taal.
En in de stilte tusschen hen
Scheen, saam met een verloren woord,
’t Geluk nu weg te zinken en
Al wat hun eens had toebehoord.
Daar was niet meer van hart tot hart
Dan een zacht smachten, treurnis om
Vergaan, en een zich half-verstard
Verzetten hulpeloos en stom.
Zoo is de eenzaamheid van twee,
Die samenzijn een laatste maal,
En wachten stil, dat zonder vreê
Over hun smart de avond daal’;
En ’t is, of in hun wachten weent
Een eindlooze verlatenheid,
Of in hun droef’nis zich vereent
Al wat op aard’ zijn lot beschreit.
Het donker nam de dingen in,
Zij zwijgend zijn uiteengegaan;
Als eeuwig leed had elk den zin
Des levens in zijn hart verstaan.

 

 2033133-b3fff448bb745448b6cfbf7f3ef64c4d.jpg
H.W.J.M. Keuls (19 mei 1883 – 28 oktober 1968)
Portret door Conrad Kickert, z.j.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Simone van Saarloos

De Nederlandse schrijfster en columniste Simone van Saarloos werd geboren in Summit, New Jersey op 19 mei 1990 als dochter van een classica en een natuurkundige. Zij groeide op in Nederland. Ze doorliep enkele middelbare scholen (Haags Montessori Lyceum en Winter's Mill High School in Maryland). Van Saarloos studeerde vervolgens filosofie en literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en de New School in New York. Zij speelde Rugby Sevens in Leiden en in het Nederlands damesrugbyteam. Na haar afstuderen in 2013 werd ze columnist bij nrc.next.Ze schreef literaire kritieken en interviews voor De Volkskrant en publiceerde essays, opiniestukken en fictie in “De Revisor”, “Das Magazin”, “Tirade” en het Amerikaanse tijdschrift “12th Street”. Ook presenteerde ze in het Amsterdams academisch-cultureel centrum SPUI25 samen met auteur Niña Weijers van oktober 2013 tot voorjaar 2014 enkele malen een maandelijkse talkshow, Weijers & Van Saarloos, de seksistische talkshow, met vrouwelijke gasten uit de kunst, cultuur, wetenschap en journalistiek, eerst op de zaal aan het Spui, nadien in de Club Odeon. Van Saarloos was op 9 augustus 2015 de jongste Zomergast ooit.

Uit: Ook het niet-authentieke is echt (Column)

“We gingen liggend eten. Gewoon in Amsterdam, maar het restaurant waar ik was beland had een parenclub meets duizend-en-een-nacht interieur: een groot rond bed diende als tafel en zitplaats ineen, de mezzes – ‘Arabische tapas’ – werden geserveerd op schalen. Een man kreeg een hoofdmassage, een stel lag verstrengeld lurkend aan shisha. Het rook naar verbrand hout en het was bloedheet. Toen we zwetend vroegen of het niet wat koeler kon, verklaarde de ober (in harembroek, met een Limburgs accent) dat de temperatuur en de geur automatisch werden gereguleerd – er was geen echt vuur.
Tussen de mezzes lagen ook falafelballen. Ik hapte en proefde speculaaskruiden uit een pakje. Er zat geen enkele kikkererwt in verwerkt, maar ik had wel degelijk iets in mijn mond. Het is soms moeilijk te bevatten dat ook het niet-authentieke echt is.
Aan ons voeteneind verscheen een half ontklede vrouw. Ze schudde met de spiegeltjes rond haar middel, golfde haar buik. Even daarvoor was ze een vrouw die voor de deur een sigaretje stond te roken, nu hupte ze met haar billen. Ze was een echte buikdanseres. Ze was althans echt mens.
Activiste Rachel Dolezal nepte de wereld door te zeggen dat ze zwart was. De Amerikaanse loog over haar achtergrond, zat veel in de zon of gebruikte bronzeer spray en kroeste haar voormalig blonde haren. Haar ouders ‘outen’ haar als ‘kaukasisch’. In een interview met NBC News verklaart Dolezal dat ze zich altijd zwart heeft gevoeld. Ze herkent zich in het verhaal van transgenders.
In het nieuwe seizoen van de populaire gevangenisserie Orange is the New Black beweren enkele vrouwen dat ze joods zijn, zodat ze koosjere maaltijden geserveerd krijgen. Die zijn namelijk smakelijker. Omdat ze vrezen dat de directie hen zal ‘testen’, kijken ze naar een film van Woody Allen.
De andere gevangenen vinden dit oneerlijk. Niet omdat iemand de ‘joodse identiteit’ wil beschermen, maar omdat ze een voordeel genieten van hun leugen. Er wordt niet gediscussieerd over wat echt is, maar over het effect van de realiteit die wordt gepresenteerd."

 

 2019813-dc0e3010cf937c8587d75fd26a668498.jpg
Simone van Saarloos (Summit, 19 mei 1990)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Markus Breidenich, W.G. Sebald, Yi Mun-yol, François Nourissier, Gunnar Gunnarsson, Omar Khayyam, Ernst Wiechert

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Aber wahr ist

Aber wahr ist auch, dass es über den Bergen
leichter wird. Die Körnung der Wolken. Alles
unter den Hängen. Sieben Winde, die ziehen.

In meiner Form des Abendlichts spielen
Rottöne eine unbedeutende Rolle. Ich lese
in den Hochglanzspalten des Eises kein

leises Wort. Von der Hand in den Mond
leben heißt, seltsam sein, Staubkörner
sammeln für später. Der Weg, der hier oben

endlos ist, hat weder Höhen noch Tiefen.
Ich fahre über den Kraterrand. Daumenhoch
liegt Schnee neben dem Meer. Die Luft

über allem ist dünnhäutig. Blaustichig. Taub.
Wie die Westentasche meines Federkleids
kenne ich die Fluglinien der Sternschnuppen.

Unter den Siebenmeilenstiefeln meiner Erd-
uniform liegen Kalksteinplatten. Dem Morgengrau
hinterlasse ich meinen Breitengrad und die Uhrzeit.

 

 

WIE MAN DAS AUSHÄLT.
Dass man drinnen ist.
Und die Haut über den Dingen.

Wie man spätabends noch
auf den Bus wartet. Wenn es
sein könnte, dass er nicht kommt.

Dann zu Fuß geht. Dann
auf Händen. Kopfüber in
den Regen. In den Wald.

Wie das zugeht. Wie das
sein kann. Das mit den Augen.
Dass es immer so bleibt.

 

 1915733-3f038307544c02cea1975192e90347dd.jpg
Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

 

De Duitse schrijver W.G. Sebald werd geboren in Wertach (Allgäu) op 18 mei 1944. Zie ook alle tags voor W. G. Sebald op dit blog.

Uit: Campo Santo (Vertaald door Anthea Bell)

“In September last year, during a two-week holiday on the island of Corsica, I took a blue bus one day down the west coast to Ajaccio to spend a little time looking around the town, of which I knew nothing except that it was the birthplace of the Emperor Napoleon. It was a beautiful, sunlit day, the branches of the palms in the Place Maréchal-Foch moved gently in a breeze coming in off the sea, a snow-white cruise ship lay in the harbor like a great iceberg, and I wandered through the streets feeling carefree and at ease, now and then going into one of the dark, tunnel-like entrances of buildings to read the names of their unknown inhabitants on the metal letter boxes with a certain rapt attention, trying to imagine what it would be like to live in one of these stone citadels, occupied to my life’s end solely with the study of time past and passing. But since we can none of us really live entirely withdrawn into ourselves, and must all have some more or less significant design in view, my wishful thinking about a few last years with no duties of any kind soon gave way to a need to fill the present afternoon somehow, and so I found myself, hardly knowing how I came there, in the entrance hall of the Musée Fesch, with notebook and pencil and a ticket in my hand.
Joseph Fesch, as I later read on looking him up in my old Guide Bleu, was the son of the late second marriage of Letizia Bonaparte’s mother to a Swiss military officer in Genoese service, and was thus Napoleon’s step-uncle. At the beginning of his career in the church he held a minor ecclesiastical position in Ajaccio. After his nephew had appointed him archbishop of Lyon and envoy to the Holy See, however, he became one of the most insatiable art collectors of his day, a time when the market was positively flooded with paintings and artifacts taken from churches, monasteries, and palaces during the French Revolution, bought from émigrés, and looted in the plundering of Dutch and Italian cities.”

 

 1915733-650bb5da47c36f6f56c21479176af8d4.jpg
W.G. Sebald (18 mei 1944 – 14 december 2001)

 

 

De Zuidkoreaanse schrijver Yi Mun-yol werd geboren op 18 mei 1948 in Yongyang. Zie ook alle tags voor Yi Mun-yol op dit blog.

Uit: An Anonymous Island (Vertaald door Heinz Insu Fenkl)

“Tsk-tsk.”
It’s the end of a long evening, and my husband clicks his tongue at the TV as if he were watching something despicable. On the screen there’s a group of men and women hunched in the corner of a police-station waiting room. The camera catches them from various angles, hiding their faces with their hands or with some article of clothing. I think they might have been arrested for gambling, but it seems they were dragged out in broad daylight from some dimly lit secret basement club where they were dancing. The announcer doesn’t say they were dancing—he uses a more suggestive phrase: “They were rubbing their bodies together.”
“What the hell is the matter with our generation?” my husband complains. “How did it get so easy to be anonymous?”
I’ve heard the same thing from him many times, and I can guess where he’s headed before he has even finished: Get off the bus one stop past your neighborhood in the city and you hardly recognize anyone. It’s so easy to hide these days—there must be huge numbers of people living anonymously. It’s the moral failing of our generation, a major factor in the corruption of women’s sexuality. He pushes on like that and eventually gets around to how much he misses his childhood home, a rural village with only one clan.
“We all knew each other,” he’ll say nostalgically. “It was like looking down into the water at your own reflection. . . . Most of the people were blood relations, so it was practically unthinkable for a woman to be unfaithful. Once in a while someone went off to a nearby village for that sort of thing, but sooner or later it was found out.
Whenever my husband goes on like this, it makes a repugnant memory resurface in my mind and I feel sorry for him. Maybe I should feel some shame for myself, too, but it’s something that happened ten long years ago.”

 
1915733-219472086634ee259b5e3f2e0307316a.jpg
Yi Mun-yol (Yongyang, 18 mei 1948)

 

 

De Franse schrijver François Nourissier werd geboren op 18 mei 1927 in Parijs. Zie ook alle tags voor François Nourissier op dit blog.

Uit: Le gardien des ruines

« Fargeau, pour n'être pas pris à partie (et au risque de l'être davantage), a déclaré qu'il était médecin. Peut-être même a-t-il marmonné le mot « urgence ». On a haussé les épaules et jeté des coups d'oeil sur le caducée collé au pare-brise. Il s'est redressé, a fait deux pas et rangé la voiture un peu plus loin, sous les regards. Allait-il fuir ? Un toubib ! On ne sait jamais. On soutenait la victime. Une Viet, évidemment... Un commerçant a traversé le parfum chaud de poulets en train de griller à la broche et il a distribué les rôles :— C'est le docteur installé plus loin sur le même trottoir, ma mère le connaît. Elle, la petite vieille, c'est la congaï de la rue Daumier...
Maintenant, Fargeau aide « la petite vieille » à monter deux étages d'un escalier de ciment gris. Elle n'a toujours pas ouvert la bouche et c'est par gestes qu'elle l'a guidé jusqu'à sa maison, à deux minutes du lieu de l'accident. Elle a ri, les yeux fermés, quand quelqu'un a parlé d'appeler le Samu, d'un drôle de rire édenté, noirâtre. Sa clé, accrochée par une ficelle autour de son cou, est enfoncée dans une poche invisible. Ouverte, la porte révèle une seule pièce, trois mètres sur quatre, dont un lit mange le tiers, les murs couverts de penderies en plastique, de rayonnages et de rideaux, partout, qui cachent des choses.— Je suis la veuve Alessandri, dit-elle d'une voix de crécelle jaune, et elle tend le doigt. Elle désigne une vingtaine de photographies encadrées sur un rayon : on y voit un beau brun des années cinquante en kaki, torse nu, en képi blanc, en chapeau de brousse, en short, en tenue léopard, cigarette à la bouche, rieur, avantageux, immortel.— Adjudant-chef Alessandri, dit-elle.Elle se tient comme au garde-à-vous, immobile, minuscule, ensachée dans des couches de vêtements indéfinissables. Elle paraît cent ans. La chambre est sombre, d'une propreté parfaite sur laquelle flotte un parfum vaguement salé. Ses yeux s'habituant à la pénombre, Fargeau devine des objets militaires, une croix de guerre, un bout de ruban tricolore, du crêpe noir, une bougie éteinte, une cigale provençale, un râtelier de pipes, et partout de la pacotille multicolore, des chinoiseries. »

 

 1915733-3e0983f53b7b6a865956c6583111c627.jpg
François Nourissier (18 mei 1927 – 15 februari 2011)
In 1994 

 

De IJslandse dichter en schrijver Gunnar Gunnarsson werd geboren op 18 mei 1889 in Fljótsdalur. Zie ook alle tags voor Gunnar Gunnarsson op dit blog.

Uit:Father And Son (Vertaald door Peter Foote)

“For the time being his body was laid on a flat boulder in the shelter of a shallow cave in the cliffside nearby—later they would bring a sledge to fetch him into the village. For a long time little Snjolfur stood by old Snjolfur and stroked his white hair; he murmured something as he did it, but no one heard what he said. But he did not cry and he showed no dismay. The men with the snow- shovels agreed that he was a strange lad, with not a tear for his father’s death, and they were half-inclined to dislike him for it.— He’s a hard one! they said, but not in admiration.—You can carry things too far.
It was perhaps because of this that no one paid any further attention to little Snjolfur. When the rescue-party and the people who had come out of mere curiosity made their way back for a bite of breakfast and a sledge for the body, the boy was left alone on the Point.
The snow-slip had shifted the cabin and it was all twisted and smashed; posts missing their laths stuck up out of the snow, tools and household gear were visible here and there—when he laid hold of them, they were as if bonded the snow. Snjolfur wandered down to the shore with the idea of seeing what had become of the boat. When he saw with what cold glee the waves were playing with its shattered fragments amongst the lumpy masses of snow below highwatermark, his frown deepened, but he did not say anything.”

 

 1915733-35899d821824188ae930ae6c3ee4b119.jpg
Gunnar Gunnarsson (18 mei 1889 – 21 november 1975)
Skriðuklaustur – het voormalige huis van Gunnar Gunnarsson, nu museum

 

 

De Perzische dichter Omar Khayyám, of zoals zijn arabische naam luidt, al-Imâm Abu Hafs 'Omar ebn Ebrâhim al-Khayyâmi, werd geboren op 18 mei 1048 te Nishapur. Zie ook alle tags voor Omar Khayyám op dit blog.

 

Kwatrijnen

O, wilde God zóó onze wegen leiden,
Dat wij op één plek rustten met ons beiden,
Om ons na honderdduizend jaren weer
Opnieuw te scheppen als de lenteweiden.

 

Behaalt gij roem, gij zult eerzuchtig heeten.
Stil werkt ge? als woeler wordt gij uitgekreten.
Wie gij ook zijt, en wat gij doet, dit ’s ’t beste:
Gij kent geen mensch, en elk heeft u vergeten.

 

Werd mij dit toegestaan te zijn ontwrongen
Aan wereld en dit lot, mij opgedrongen.
O, was ik nooit ontstaan, nooit hier geweest,
Dan werd ik nimmer tot vertrek gedwongen.

 

Geen middel baat, niets brengt me U naderbij,
Niets rekt den afstand tusschen U en mij.
Me ontbreekt de moed ziels nooden uit te staamlen.
O wondre smart, o zoet leed, dat ik lij’.

 

Vertaald door Willem de Mérode

 

 1915733-4ec0c9aaba8e9bb4887265bf2cefcfd9.jpg
Omar Khayyam (18 mei 1048 - 4 december 1131)
Debra Paget (Sharain) en Cornel Wilde (Khayyam) in de film “The Life, Loves and Adventures of Omar Khayyam” uit 1957

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Wiechert werd geboren op 18 mei 1887 in Kleinort bij Sensburg in Oostpruisen.(Tegenwoordig Polen). Zie ook alle tags voor Ernst Wiechert op dit blog.

Uit: Jahre und Zeiten. Erinnerungen14

“Der Roman hieß Der Buchenhügel, und er hatte ihn begonnen, als er Frenssens "Jörn Uhl" gelesen hatte. Es hatte ihm geschienen, als könnte dieses Buch viel besser geschrieben werden, und eben damit war er beschäftigt.
Vierzig Jahre später nun, um die gleiche Zeit und die gleiche Stunde, sitze ich auf der Altane über dem Garten und beginne, an diesen Blättern zu schreiben. Die Sonne geht gerade auf und wirft ein rötliches Licht auf die Zweige der Apfelbäume, die über das Geländer hängen und mit einer verwirrenden Fülle von Blüten überschüttet sind. Der Kuckuck ruft wie damals aus dem nahen Walde, und das Gebirge liegt blau und großartig am Saume der schweigenden Welt. Die heilige Frühe steht über der Erde wie damals, aber es sind keine Fischer da, die Reiher fliegen nicht nach einem großen Wasser, und auch der Unsterblichkeit ist der Schreibende nicht mehr ganz so gewiß. Ja, er denkt mit einem stillen Lächeln an dieses große Wort, und wenn er einen Blick auf das Manuskript jenes ersten Romans wirft, das neben ihm liegt, auf die große, deutliche, kindliche Handschrift eines schlafwandlerisch Beginnenden, und den Blick von dort zurückwendet auf die winzige, kaum leserliche Schrift dieser Blätter, die er nun beginnt, ermißt er schon daran, wie Jahre und Jahrzehnte dahingegangen sind. Die Zeit, die große schweigende Zeit, die über Handschrift und Pläne schweigend hingegangen ist. Das Wandelnde, das Verändernde, das still Begrabende und still wieder Aussäende. Und er streift mit der linken Hand leise über den Apfelblüten-Ast und meint, daß alles Notwendige wohl gut und in der guten Ordnung sei.
Wozu schreibt einer sein Leben auf, wenn es nun langsam zur stillen Neige geht? Die Narren schreiben ihre Weisheit auf und die Weisen ihre Irrtümer.“

 

 1915733-3c328041d69210db6e196eda09057b9f.jpg
Ernst Wiechert (18 mei 1887 – 24 augustus 1950)
In 1949

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e mei ook mijn blog van 18 mei 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten