Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 mei 2016 tot 27 mei 2016

Jan Blokker, Niels 't Hooft, Louis-Ferdinand Céline, Georges Eekhoud, Said, John Cheever, John Barth, Max Brod

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Jan Blokker werd geboren in Amsterdam op 27 mei 1927. Zie ook alle tags voor Jan Blokker op dit blog.

Uit: The boldest way

“Niemand bij mijn weten heeft ooit de oude Dryden tegengesproken die satire aanbeval als
 
The boldest way, if not the best,
to tell men freely of their foulest faults,
to laugh at their vain deeds and vainer thoughts.

Vraag het morgen aan de vrome samenstellers van het televisieprogramma Farce Majeur en ze zullen het, zingend in close harmony, beamen. Had het aan Aristophanes gevraagd, aan Petronius, aan Willem die Madocke maakte, aan Swift, aan Voltaire, aan Multatuli, aan Tucholsky, en de instemming was eenparig geweest. Vraag het alsnog aan Brandt Corstius, en hij zal het niet ontkennen.
Het zou haast wantrouwig moeten stemmen: dat we het vijfentwintighonderd jaar lang onder mekaar kennelijk nooit principieel oneens zijn geworden over de aanduiding van een literair genre.
Maar misschien moeten we satire ook niet omschrijven als een literaire soort op zichzelf. Ze is het in de strikte zin al niet, omdat er ook gehekeld blijkt te kunnen worden in de beeldende kunst of per film; er bestaat zelfs satirische muziek. Maar los daarvan maken ook de grote, beroemde beoefenaars de indruk het genre beoefend te hebben in de marge van andere, deels ‘serieuzer’ bezigheden. Petronius diende keizer Nero, Dryden zelf schreef doorgaans buitengewoon onopmerkelijke verzen en toneelstukken die niet aan Shakespeare konden tippen, Multatuli wilde bovenal de Javaan verheffen en de assistent-resident van Lebak gerehabiliteerd krijgen, en Stoker geeft overdag college aan twee universiteiten. Als het om de letterkunde gaat is satire waarschijnlijk helemaal geen genre, maar een nevenwerkzaamheid - zoals een ander na kantoortijd opgaat in het verenigingsleven of de actie Vrouwen voor Vrede. Satire is niet het weloverwogen resultaat van een kunstzinnige roeping, maar eenvoudig een uitkomst van sociaal ongenoegen.
Ten tijde van Dryden en in de eeuwen daarvoor stond dat laatste zeker voorop: de uitval tegen instituties. De mensen aan wie de satiricus de waarheid moet vertellen zullen we vermoedelijk ook moeten lezen als de mensheid, en dan meer in het bijzonder de verzameling hoogwaardigheidsbekleders aan wie de conservering van diverse instituties was toevertrouwd: de hovelingen, de priesters, de edelknapen, de ordebewakers, de Brinkmannen, of zeg maar de Tartuffes aller dagen. Omdat de grote instituties - hof, kerk, adel - algemene geldigheid hadden en hun conventies van macht en gedrag in Canterbury wel zo ongeveer dezelfde waren als op een Duits narrenschip, konden ze als het ware ook ‘internationaal’ uitgelachen worden: je hoefde geen Spanjaard te zijn om te begrijpen waar Cervantes, noch een Nederlander (of een latinist) om mee te voelen waar Erasmus zich tegen keerde."

 

 1919130-d6d22b9d2d036e5f5d674e40361f4a9e.jpg
Jan Blokker (27 mei 1927 - 6 juli 2010)

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, blogger en gamedeskundige Niels 't Hooft werd geboren in Leiderdorp op 27 mei 1980. Zie ook alle tags voor Niels ‘t Hooft op dit blog.

Uit: De verdwijners

‘Kijk nooit te lang naar jezelf,’ zei de vrouw met een laconieke grijns. ‘Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet wat mis is.’ Ze veegde het bloed weg met de rug van haar hand en waste haar handen. Er kwam geen nieuw bloed meer bij.
‘Nu valt me bijvoorbeeld op hoe raar mijn beha zit. Moet je zien hoe de bandjes mijn lijf indeuken, dat is toch lelijk?’
Marthe haalde haar schouders op. ‘Het stoort me niet.’
‘Nee,’ zei de vrouw, ‘het moest maar eens afgelopen zijn.’ Ze droogde haar handen, klikte de sluiting op haar rug los en wurmde de beha uit haar jurk. Haar boezem slonk met minstens de helft, maar ze was nog steeds vrij sexy. Met een onderhandse beweging gooide ze haar kostbaar ogend ondergoed in de prullenbak.
Marthe lachte, maar de tranen zaten nog in haar systeem, waardoor het meer klonk als een snik.
‘Vertel,’ zei de vrouw scherp, ‘wat zit jou dwars?’
Marthe haalde haar schouders op. ‘Ik kan het niet zomaar uitleggen.’
‘Soms helpt het om je hart te luchten bij een vreemde.’
Marthe schudde haar hoofd. ‘Het is niets,’ zei ze. Heel even zag ze Isobel in de spiegel. Niet als een straal zonlicht, maar echt haar zusje.
‘Als je erom huilt is het meer dan niets.’
Marthe keek haar evenbeeld strak aan. ‘We deden weinig samen, mijn zus en ik,’ zei ze. ‘Onze karakters en interesses liepen totaal uiteen. Maar dansen, dat deden we wel.’

 

 1919130-2a1151ca013d71cff1b16bf1a22a7109.jpg
Niels 't Hooft (Leiderdorp, 27 mei 1980)

 

 

De Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline (pseudoniem van Louis Ferdinand Destouches) werd geboren in Courbevoie op 27 mei 1894. Zie ook alle tags voor Louis-Ferdinand Céline op dit blog.

Uit: Reis naar het einde van de nacht (Vertaald door E.Y. Kummer)

“De kolonel verzette nog steeds geen poot, ik zag hoe hij op de helling rustig onder de kogelregen de briefjes die hij van de generaal kreeg, doorlas en ze daarna in kleine stukjes scheurde. Stond er dus in geen van die briefjes dat er onmiddellijk een eind aan deze ellende gemaakt moest worden? Zei men hem van hogerhand dus niet dat het een abuis was, een afschuwelijk misverstand? Dat er een vergissing in het spel was? Een blunder? Dat het manoeuvres waren die men voor de grap had willen houden, en geen moordpartijen! Maar nee, hoor! ‘Gaat u maar door, kolonel, u bent op ’t goeie pad!’ Dat waren waarschijnlijk de woorden van des Entrayes, divisie-generaal, chef van ons allen, van wie hij om de vijf minuten een envelop ontving door middel van een verbindingsman, die van angst elke keer nog wat grauwer werd en ’t steeds meer in z’n broek deed. […]– Wachtmeester Barousse is zo net gedood, kolonel, zei hij in één ruk.
– Nou, en?
– Hij is gedood toen hij, op de weg naar Les Etrapes, de broodwagen ging halen, kolonel!
– Nou, en?
– Hij is door een granaat uit elkaar gespat!
– En verder, godverdomme!
– Verder niets! Kolonel!…
– Is dat alles?
– Ja, dat is alles, kolonel!
– En ’t brood? vroeg de kolonel.
Dat was het eind van deze dialoog, want ik herinner me goed dat hij nog net tijd had om te zeggen: ‘En ’t brood?’ En toen niets meer. Daarna, alleen maar een vlam, met lawaai erbij. Maar dan een lawaai zoals je nooit zou geloven dat het bestond. M’n ogen, oren, neus en mond waren opeens zo vol lawaai dat ik werkelijk dacht dat dit het eind betekende, dat ik zelf vuur en lawaai was geworden.”

 

 1919130-8ced3b0d8ba003ba0985654383d4836d.jpg
Louis-Ferdinand Céline (27 mei 1894 - 1 juli 1961)
Dodenmasker

 

 

De Belgische Franstalige schrijver Georges Eekhoud werd in Antwerpen geboren op 27 mei 1854. Zie ook alle tags voor Georges Eekhoud op dit blog.

Uit: Kees Doorik (Vertaald door August Peeters)

“In den stal, op de dwarsstaken gezeten, boven het hoornvee, gerochtten de kiekens in hunnen slaap.
De loomerige koeien loeiden dof. Het eenig gerucht, dat men nog in de verte hoorde, was het zangerig sjirpen der krekels, of het kwaken der kikkers, zonder ophouden reutelend op de boorden van de verdroogde poelen.
Janneke, de koewachter, de neef van de bazin, een sluwe en heimelijke rakker , had, zoo goed
het ging, de twee forschige Hollanders uitgespannen dieren met billen zoo rond als een kegelbol en lenden zoo glad en glanzend als pannen van de Wit-Hoef, en zette ze bij in den stal, waar drie andere koppels 't voeder reeds dapper maalden.
't Opwekkend gerucht van die gebitten wakkerde 't ongeduld aan der laatstkomenden, en de kleine
had groote moeite ze te bedwingen.. Terwijl hij ze van hun halsters ontdeed, zonder zich daaraan erg
te spoeden, sakkerde hij als een groote, en slingerde nijdige „haroem's !" en „haoet's !" naar den kop
van de fiere beesten.
De uitgeputte maaiers spraken geen woord. Kees, dapperder, neuriede en floot om beurten een liedje, dat hij gehoord had van Jaak Korebrood, den liedjeszanger van 't dorp:
„Komt, laat ons nog een wandelingsken doen,
Al in dat jeugdig groen,
Met de meiskens van fatsoen..."
en hij onderbrak het slechts om zijn helpers aan te wakkeren :
Allo ! Scheele, nog een stootje! Is 't nog voor vandaag? Ba! Hopsa, pak vast, Dirk Pap... Jan, pas as op da'k u de paarden niet meer zie slaan. Sloeber !... Vooruit, tas maar op, Lieven Piot, daar is plaats genoeg, rechts achter de deur... Ewel, bazin, wa' zeg-de er van?
Door die plotselinge vraag schoot Annemie wakker uit haar droomerij:
- 'k Zeg, ida'ge wakkere kadee's zijt, en da'ge uw best doet !... 'k Zie da' geerne. Paulien, schenk eens
'nen gogen druppel in voor ons mannen.
Paulien, de rosharige en vette meid, hing juist aan den hangel, onder den schouwmantel, een groo-
ten koperen ketel die glom in 't halfduister. Ze verdween een oogenblik en kwam dan terug met het
aarden jeneverkruikje en een glas.”

 

 1919130-f0b166d70f78976e57dc057f9520b2a7.jpg
Georges Eekhoud (27 mei 1854 - 29 mei 1927)
Affiche voor een tentoonstelling in Antwerpen, 2013

 

 

De Duits-Iraanse dichter en schrijver Said werd geboren op 27 mei 1947 in Teheran. Zie ook alle tags voor Said op dit blog.

 

die stadt

die stadt
sie lehnt die erde ab und meint jede berührung mit ihr
sei eine abwärts gerichtete zärtlichkeit
sie überläßt ihre toten den einheimischen tieren
und ihre gebeine den fremden winden
ihre grenzen sind verseuchte mülldeponien
die zu festungen mutiert sind
die stadt lebt von den fortgegangenen
und vom fleisch ihrer erzählungen
dem fremden wird an der grenze ein wort beigebracht
fortan pflegt er seine verblendung
die einwohner lassen sich verleugnen
sie tragen kein organ mehr zur bespitzelung
der heimkehrer wird in ein glashaus gestellt
mit einem maulkorb und muß sich alles anhören
die stadt lauscht vergnügt dem klagelied der blinden
nachts wandert sie durch ihre gassen
und achtet auf die schritte der fremden

 

 1919130-d5b6372a7689a94fde31b32d01eb8b1f.jpg
Said (Teheran, 27 mei 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijver John Cheever werd geboren op 27 mei 1912 in Quincy, Massachusetts. Zie ook alle tags voor John Cheever op dit blog.

Uit:The Journals of John Cheever

“In town with D. His 65th birthday. The face is strong, his gray hair is long. We do not mention his remarkable wife, who choked to death during lunch a month ago. HIs mistress has called him from Australia and asked him to marry her, and I suppose he will. The barbershop at the Biltmore has been cut in half, and there are only three barbers on the job. Do people get their haircuts  elsewhere or don’t they get it cut at all? One used to have to wait, reading copies of The Tatler. What is the sigificance of a dying barbershop? The barbers are all old friends, and we talk in Italian. I spend a dollar in tips for being whisk-broomed and drink a Martini at the bar, where there is a new, and more attractive, painting of a nude. The face seems unusually sensitive. But as I walk up Madison Avenue the city escapes me. What has happened to this place where I used to so happily pound the sidewalk? Where has my city gone, where shall I look for it? In the Playboy Club, The Century Club, the Princeton Club, or the Links? In the steamroom at the Biltmore, in L’s panelled apartment, in the skating rink, in the Park, in the Plaza, on the walks where someone behind me makes tonguing noises with his or her mouth? I don’t look. I know the city well, why does it not know me? A pair of well-filled boots, pretty legs,  a tossed head.  A restaurant where all the lights are pink, and so my hands are pink, and pink is the face of my friend. Everybody is pink. Fifteen of twenty men stand at the urinal in Grand Central. Their looks are solicitious, alert, sometimes wistful. They use the polished marble as a glass for pick-ups, and most of them are fondling or pulling thier various sized and -colored cocks. Why does the sight of fifteen or twenty men jerking off seem more sigificant than the string music in the Palm Court?”

 

 1919130-955bcfff049dfe53690e166ad3f54613.jpg
John Cheever (27 mei 1912 – 18 juni 1982)

 

 

De Amerikaanse schrijver John Barth werd geboren op 27 mei 1930 in Cambridge, Maryland. Zie ook alle tags voor John Barth op dit blog.

Uit: Where Three Roads Meet

“Mid-spring mid-morning in mid-twentieth-century USA-in the mid-Atlantic-coast state of Maryland, to be exact, and even in mid-sentence, as our then young and recently interrupted narrator made to resume his anecdote-in-progress by saying to his apartment-mates, "As I was saying, guys"-their telephone rang again.
"Your turn," his friend Al said to their friend Winnie: a standing joke between that latter pair (although both were in fact seated, on their hand-me-down couch in their grad-student apartment in the university's high-rise Briarwood Residences, just off campus), inasmuch as in those days before phone-answering machines, Winnie, Al's girlfriend, took all their calls, for reasons presently to be explained, and thus had taken the previously interruptive one (wrong number) a few minutes before. With a roll of her eyes she reached again for the phone-one of those black rotary-dial jobs, standard issue back then-on the hand-me-down end table next to which she customarily sat, when reading or chatting, for just that purpose.
"Hello?"
"If this were a story and you were its narrator," Alfred Baumann advised Wilfred Chase while Winifred Stark attended the caller, "you could stop the action right here and get some capital-E Exposition done: like who the Three Freds are and what they're doing here; what the capital-C Conflict is; what's At Stake for whichever of us is the Protagonist, and why Win takes all our calls in Briarwood Three-oh- four ..."

 

 1919130-abcd1fa22f0e5668061d349c6f246228.jpg
John Barth (Cambridge, 27 mei 1930)

 

 

De Tsjechisch-Israëlische dichter, schrijver, criticus en componist Max Brod werd geboren in Praag op 27 mei 1884. Zie ook alle tags voor Max Brod op dit blog.

Uit: Streitbares Leben

„Die Bekanntschaft zwischen Werfel und mir wurde durch Willy Haas herbeigeführt. Werfel und Haas saßen als Mitschüler in der obersten Klasse des Prager Stefansgymnasiums (in der gleichen Klasse auch Ernst Deutsch und der Dichter Paul Kornfeld). Ich hatte diese schicksalsreiche Anstalt bereits sechs Jahre vorher absolviert, meine ersten Bücher waren 1906 und 1907 erschienen, ich hatte sogar einen festen Verleger, den seltsamen, durch eine buntgestickte Weste ausgezeichneten dänischen Grandseigneur Axel Juncker in Berlin, der mich, wenn ich nach Berlin kam, zwar nicht mit Honoraren, aber mit vorzüglichen Diners, spaßiger Aussprache und pikfeinem Rheinwein regalierte. Immerhin war ich schon so etwas wie eine „literarische Respektsperson“. Sechs Jahre sind in diesen jungen Jahren ein gewaltiger Abstand. – So brachte mir denn der Gymnasiast Haas Gedichte eines Hochbegabten aus seiner Klasse. Es waren die ersten „Weltfreund“-Gedichte, sie bezauberten mich einfach. Beim nächsten Besuch lotste mir Haas den schüchternen Autor ins Zimmer. Um weitere Gedichte befragt, zog Werfel nicht etwa Manuskripte aus der Rocktasche; vielmehr begann er mit dröhnender, dann wieder kantabler Stimme zu deklamieren, nun gar nicht mehr schüchtern. Wie nach Rhapsodenart entquollen ihm die Verse. Alles, was er je geschrieben hatte, wußte er auswendig.
Weltanschaulichen Gegensätzen und etlichen Mißverständnissen trotzend, ist der Bund zwischen Werfel und mir ein dauernder geblieben. Er schien allerdings von Anfang an nicht unter dem günstigsten Stern zu stehen.“

 

 1919130-88f5892045745976be60aa32e1b3cfc0.jpg
Max Brod (27 mei 1884 - 20 december 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2014 en ook mijn blog van 27 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.



Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zij studeerde af aan Radcliffe College en behaalde een MA aan Brandeis University. Van 1991-1995 was zij Poet Laureate van Maryland. Tot haar meest recente dichtbundels behoren: “Insomnia”, “Traveling Light” en “Queen of a Rainy Country”. Pastan heeft minstens 12 dichtbundels en een aantal essays gepubliceerd. Zij ontving o.a. de Dylan Thomas Award, een Pushcart Prize, de Alice Fay di Castagnola Award (Poetry Society of America), de Bess Hokin Prize (Poetry Magazine), de 1986 Maurice English Poetry Award (voor “A Fraction of Darkness”), de Charity Randall Citation of the International Poetry Forum, de Ruth Lilly Poetry Prize 2003 en de Radcliffe College Distinguished Alumnae Award. Twee van haar dichtbundels werden genomineerd voor de National Book Award en één voor de Los Angeles Times Book Prize. Linda Pastan is de moeder drie kinderen, waaronder de schrijfster Rachel Pastan.

 

Insomnia

I remember when my body
was a friend,

when sleep like a good dog
came when summoned.

The door to the future
had not started to shut,

and lying on my back
between cold sheets

did not feel
like a rehearsal.

Now what light is left
comes up-- a stain in the east,

and sleep, reluctant
as a busy doctor,

gives me a little
of its time.

 

Wildflowers

You gave me dandelions.
They took our lawn
by squatters’ rights—
round suns rising
in April, soft moons
blowing away in June.
You gave me lady slippers,
bloodroot, milkweed,
trillium whose secret number
the children you gave me
tell. In the hierarchy
of flowers, the wild
rise on their stems
for naming.
Call them weeds.
I pick them as I
picked you,
for their fierce,
unruly joy.

 

The New Dog

Into the gravity of my life,
the serious ceremonies
of polish and paper
and pen, has come

this manic animal
whose innocent disruptions
make nonsense
of my old simplicities--

as if I needed him
to prove again that after
all the careful planning,
anything can happen.

 

 2011450-6f2c9930614f53525ece8ec3b6c6b3d9.jpg
Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Fronleichnamsprozession (Georg Heym)

 

Bij Sacramentsdag

 

 1918594-de05a4dd62cf36a7b49d57104aacf928.jpg
Am Fronleichnamsmorgen door Ferdinand Georg Waldmüller, 1857

 

 

Fronleichnamsprozession

O weites Land des Sommers und der Winde,
Der reinen Wolken, die dem Wind sich bieten.
Wo goldener Weizen reift und die Gebinde
Des gelben Roggens trocknen in den Mieten.

Die Erde dämmert von den Düften allen,
Von grünen Winden und des Mohnes Farben,
Des schwere Köpfe auf den Stielen fallen
Und weithin brennen aus den hohen Garben.

Des Feldwegs Brücke steigt im halben Bogen,
Wo helle Wellen weiße Kiesel feuchten.
Die Wassergräser werden fortgezogen,
Die in der Sonne aus dem Bache leuchten.

Die Brücke schwankt herauf die erste Fahne.
Sie flammt von Gold und Rot. Die Seidenquasten
Zu beiden Seiten halten Kastellane
Im alten Chorrock, dem von Staub verblaßten.

Man hört Gesang. Die jungen Priester kommen.
Barhäuptig gehen sie vor den Prälaten.
Zu Flöten schallt der Meßgesang. Die frommen
Und alten Lieder wandern durch die Saaten.

In weißen Kleidchen kommen Kinder singend.
Sie tragen kleine Kränze in den Haaren.
Und Knaben, runde Weihrauchkessel schwingend,
Im Spitzenrock und roten Festtalaren.

Die Kirchenbilder kommen auf Altären.
Mariens Wunden brennen hell im Licht.
Und Christus naht, von Blumen bunt, die wehren
Die Sonne von dem gelben Holzgesicht.

Im Baldachine glänzt des Bischofs Krone.
Er schreitet singend mit dem heiligen Schrein.
Der hohe Stimmenschall der Diakone
Fliegt weit hinaus durch Land und Felderreih'n.

Der Truhen Glanz weht um die alte Tracht.
Die Kessel dampfen, drin die Kräuter kohlen.
Sie ziehen durch der weiten Felder Pracht,
Und matter glänzen die vergilbten Stolen.

Der Zug wird kleiner. Der Gesang verhallt.
Sie ziehn dahin, dem grünen Wald entgegen.
Er tut sich auf. Der Glanz verzieht im Wald,
Wo goldne Stille träumt auf dunklen Wegen.

Der Mittag kommt. Es schläft das weite Land,
Die tiefen Wege, wo die Schwalbe schweift,
Und eine Mühle steht am Himmelsrand,
Die ewig nach den weißen Wolken greift.

 

 1918594-717e3b2cd980df46ac78c5755fb92a78.jpg
Georg Heym (30 oktober 1887 - 16 januari 1912)
Hirschberg. Georg Heym werd geboren in Hirschberg

 

Zie voor de schrijvers van de 26e mei ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:34 Reageer op dit bericht

Alan Hollinghurst, Radwa Ashour, Hugo Raes, Vítězslav Nezval, Ivan O. Godfroid, Maxwell Bodenheim, Isabella Nadolny, Machteld Brands

De Britse schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

Uit: The Swimming Pool Library

“Yet only this year I had been with boys called just those staid things; and they were not staid boys. Nor was Arthur. His name was perhaps the least likely ever to have been young: it evoked for me the sunless complexion, unaired suiting, steel-rimmed glasses of a ledger clerk in a vanished age. Or had done so, before I found my beautiful, cocky, sluttish Arthur-an Arthur it was impossible to imagine old. His smooth face, with its huge black eyes and sexily weak chin, was always crossed by the light and shade of uncertainty, and met your gaze with the rootless self-confidence of youth.
Arthur was seventeen, and came from Stratford East. I had been out all that day, and when I was having dinner with my oldest friend James I nearly told him that I had this boy back home, but swallowed my words and glowed boozily with secret pleasure. James, besides, was a doctor, full of caution and common sense, and would have thought I was crazy to leave a virtual stranger in my home. In my stuffy, opinionated family, though, there was a stubborn tradition of trust, and I had perhaps absorbed from my mother the habit of testing servants and window-cleaners by exposing them to temptation. I took a slightly creepy pleasure in imagining Arthur in the flat alone, absorbing its alien richness, looking at the pictures, concentrating of course on Whitehaven’s photograph of me in my little swimming-trunks, the shadow across my eyes… I was unable to feel anxiety about those electrical goods which are the general currency of burglaries-and I doubted if the valuable discs (the Rattle Tristan among them) would be to Arthur’s taste. He liked dance-music that was hot and cool-the kind that whipped and crooned across the dance-floor of the Shaft, where I had met him the night before.
He was watching television when I got in. The curtains were drawn, and he had dug out an old half-broken electric fire; it was extremely hot. He got up from his chair, smiling nervously. ‘I was just watching TV,’ he said. I took my jacket off, looking at him and surprised to find what he looked like. By remembering many times one or two of his details I had lost the overall hang of him. I wondered about all the work that must go into combing his hair into the narrow ridges that ran back from his forehead to the nape of his neck, where they ended in young tight pigtails, perhaps eight of them, only an inch long. I kissed him, my left hand sliding between his high, plump buttocks while with the other I stroked the back of his head. Oh, the ever-open softness of black lips; and the strange dryness of the knots of his pigtails, which crackled as I rolled them between my fingers, and seemed both dead and half-erect.”

 

 2040713-0a9db8a1eb9beeecc97f0d6d1767b653.jpg
Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)
Cover

 

 

De Egyptische schrijfster en literatuurwetenschapster Radwa Ashour werd geboren op 26 mei 1946 in Caïro. Zie ook alle tags voor Radwa Ashour op dit blog.

Uit: Siraaj. An Arab Tale (Vertaald door Barbara Romaine)

“But she was never away for more than a month, after which she would return to spread gloom and fear wherever she went in her fancy sandals. An austere and coldhearted woman she was, who never smiled—had the hardness of her heart spread to her entrails, turning them to stony ground in which no seed could take root, or had her heart turned to stone from grief over the absence of offspring? Amina pondered as she stood before the fire flattening the loaves. The absence of children wouldn't harden a tender heart. Ammar used to hide lumps of sugar in his pocket for Saïd—Ammar, cut off like a tree limb, fatherless, motherless, wifeless, and childless, yet for all that, he spread as the branches of jasmine spread over the walls of the houses, telling the children stories that they would then demand from their mothers at bedtime: "We want one of Ammar's stories"—the same stories he had told Amina when she was a child.
"Tell me a story, Ammar . . ."
"The story of the frog who married two wives and took to croaking his complaints all night long, or the story of the box in which the children collected stars?"
"The story of the sun and the moon."
Ammar told her the story, and Amina laughed, clutching the hem of his jilbaab to keep him from leaving her.
"I must return to the palace, Amina."
"I'll let you go after you tell me the story of the box of stars."
So he would tell her the story and then go to work.
"The absence of children wouldn't harden a tender heart," murmured Amina as she attended to her baking.“

 

 2040713-5ab1d3a2ef544f76bb385cd69a3eab76.jpg
Radwa Ashour (26 mei 1946 – 30 november 2014)

 

 

De Belgische schrijver Hugo Raes werd geboren in Antwerpen op 26 mei 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Raes op dit blog.

Uit: Een faun met kille horentjes

“Sommige heren roken dan een sigaret, liggend naast de dieprustende vrouw, overweegt hij. Sommige harde knapen doen zelfs een trekje tijdens. Maar hij rookt niet. En zij is niet rustig. Ze ageert eerder zenuwachtig. En nu nog de slaap te pakken krijgen, dat zal wat worden, zegt ze. Ze trekt enkele kledingstukken naar zich toe, per ongeluk de sprei meetrekkend. O! De slaap, zegt Michael H. geleerd en zelfzeker, de slaap is iets wat je moet kunnen doorgronden, bestuderen. De mens is eigenlijk een verpest wezen. Zijn slaap, althans bij de stadsmens, de intellectueel, komt moeilijk. Misschien is het slaapgodje, het vuige zandmannetje ons voosgezind en zouden wij hem moeten paaien, wellicht geschenkjes, offers brengen. Heu! doet zij nerveus, en een beetje mannelijk, vindt hij plots en zonder reden. Heu, zo ken ik een vrouw die, als ze de slaap niet kan vatten, opstaat en muntstukjes begint op te poetsen met metaalpolish.
Dan kun je al beter trompet spelen, zegt Houtdrager. Nee, laat ons terugkeren tot mijn proefondervindelijke vaststellingen: ik heb het zonder hem proberen doen, buiten Klaas Vaak om, bedoel ik: de slaaptablet, de alcohol - alhoewel ik bepaald geen drinker ben - het geeft me een vilten gevoelen, Vilt op gevild vlees. En de uitputting, ook geprobeerd. Maar is het niet eigenaardig dat, ook uitgeput, en moe, wij de slaap vaak niet kunnen vatten door de gedachten? Altijd maar gedachten die opduiken, de ene na de andere, met tientallen worden ze tegelijk uit mekaar geboren. Wanneer ze onsamenhangend worden, dan is het inslapen nabij, had ik ondervonden wanneer ik slaappoeders innam. En als je autosuggestie gebruikt, ook. Wanneer de gedachten, de beelden incoherent worden, dan kan men inslapen. Dit is het sein, het eerste teken dat het onbewuste of onderbewuste overneemt. Ik beproefde het dus omgekeerd. Wanneer de gedachten maar oprijzen, opduiken, zich vermenigvuldigen, tracht ik mij eerst zo ontspannen mogelijk te leggen, mij zo loom mogelijk te voelen. In de winter het daarom warm genoeg hebben. Met koude voeten gaat het niet.”

 

 2040713-ec58582529fa1c1dd5e0e2a0ff817eb2.jpg
Hugo Raes (26 mei 1929 – 23 september 2013)
 

 

 

De Tsjechische dichter en vertaler Vítezslav Nezval werd geboren op 26 mei 1900 in Biskoupky. Zie ook alle tags voor Vítězslav Nezval op dit blog.

 

Bizarre Town

2
Under the slender Gothic arch
Of a water tower
Stands
A beardless young man
Lamp in hand
In his vaulted chest
A bell
When he coughs
The bell rings
And in the town
Open
In one fell swoop
All the windows

 

13
From dormer windows
Stretch
Tilted upward
Toward the west
Long and beautiful hands
In white gloves
Bedecked with
Diamond jewels
Getting
Rained on

 

Vertaald door Stephan Delbos en Tereza Novická

 

 2040713-2c7b8e05c1f9088a5f66ffb6056e505b.jpg
Vítězslav Nezval (26 mei 1900 – 6 april 1958)
Borstbeeld in  Dalešice

 

 

De Belgische, Franstalige, schrijver en essayist Ivan O. Godfroid werd geboren in Boussu op 26 mei 1971. Zie ook alle tags voor Ivan O. Godfroid op dit blog.

Uit: Glam dicinn

« Il dut attendre à bonne distance, luttant contre l’asphyxie. Et le bénitier s’ouvrit à nouveau, brisant l’obscurité sourde et oppressante. C’est à cet instant que le pêcheur la vit pour la première fois. Elle était d’une beauté nacrée, à la fois fragile et éternelle. Elle semblait s’éveiller, et ses yeux d’albâtre grandissaient à mesure que, doucement, elle se dressait. Il voulut la regarder encore, mais son corps implorait, et il remonta.
Le jeune pêcheur n’arriva pas à oublier cette vision sublime un seul instant de la nuit qui suivit, ni d’ailleurs les nuits suivantes. Il se sentait le jouet d’un amour sans limite. Alors il y retourna, jour après jour, délaissant son labeur, ne plongeant plus que pour l’apercevoir. Mais chaque fois qu’il voulait s’approcher, le tridacne se refermait – et le temps qui s’écoulait avant qu’il ne s’ouvre à nouveau grandissait. Il comprit qu’il risquait de ne plus jamais la revoir. Ce jour-là, et tous les jours qui suivirent, il demeura sans bouger, volant à chaque fois quelques battements de cœur de plus. La dévorant des yeux.
Jamais la nixe ne vit le pêcheur. Et jamais le pêcheur n’approcha la nixe.”

 

 1918587-387cb79eed6535da7a973d5204a42941.jpeg
Ivan O. Godfroid (Boussu, 26 mei 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog

 

Dialogue Between a Past and Present Poet

PAST POET
I wrote of roses on a woman's breast,
Glowing as though her blood
Had welled out to a spellbound fierceness;
And the glad, light mixture of her hair.
I wrote of God and angels.
They stole the simple blush of my desire
To make their isolated triumph human.
Knights and kings flooded my song,
Catching with their glittering clash
The unheard boldness in my life.
Gods and nymphs slipped through my voice,
And with the lofty scurrying of their feet
Spurned the smirched angers of my days.
 
PRESENT POET
You raised an unhurried, church-like escape.
You lingered in shimmering idleness;
Or lengthened a prayer into a lance;
Or strengthened a thought till it heaved off all of life
And dropped its sightless heaven into your smile.
Life, to us, is a colourless tangle.
Like madly gorgeous weavers
Our eyes reiterate themselves on life.
 
PAST POET
My towering simplicity
Loosening an evening of belief
Over the things it dared not view,
Gladly shunned reality
Just as your mad weaver does.
 
PRESENT POET
Reality is a formless lure,
And only when we know this
Do we dare to be unreal.

 

 2040713-e750e1161eda14e79a959e51bab78a96.jpg
Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)

 

 

De Duitse schrijfster Isabella Nadolny (eig. Isabella Peltzer) werd geboren op 26 mei 1917 in München. Zie ook alle tags voor Isabella Nadolny op dit blog.

Uit: Ein Baum wächst übers Dach

„Führte man jedoch Leute dorthin, um ihnen diese Pracht zu zeigen, so nebelte sich das Gebirge ein, und man war gezwungen, mit einer weiten Armbewegung zu sagen: »Schade, was ihr dort nicht seht, das sind die Ostalpen!« An dieser Eigenheit Seehams hatte sich seit dem Jahre 1910 kaum etwas geändert.
Im übrigen war Seeham ein ganz gewöhnliches Dorf mit Spritzenhaus und Viehwaage, einem Bach mit Enten und Forellen, mit drei Dorftrotteln, zwei Kropfträgern und einer Schwäche für den Fremdenverkehr. Schon in den guten alten Zeiten vor meiner Geburt hatten die Eltern alljährlich samt Mädchen und Großmama eine Etage in einer jener Villen gemietet, die in so manchen Dörfern Oberbayerns herumstehen und deren Dächer in eine Unzahl sinnloser Türmchen und Erkerchen ausblühen. Bei dieser Sommergewohnheit war man geblieben. Die Fotoalben im Salon, deren Messingbeschläge die Tischplatten zerkratzten, wenn man sie besah, waren voller Strandbilder: die fröhlichen Eltern, Fische räuchernd, Schwemmholz zusammentragend, Bruder Leo in gestreifter Badehose und schließlich eines Tages sogar ich, heidnisch nackt, die Korkenzieherlocken hochgebunden, damit sie nicht in den See hingen, mißvergnügt gegen die Sonne in die Kamera blinzelnd. Das war nun eine Weile her. Ich hatte nur noch Erinnerungen an die wundervollen Steine, die ich sorgfältig abwusch und wieder ins Wasser legte.
Bruder Leo zeichnete noch immer an seinem Plan. Papa schob die Patiencekarten zusammen und sah ihm über die Schulter.
»Das Lange dort, soll das eine Kegelbahn werden?«
»Das ist eine Veranda«, sagte Leo.
»Wir werden ja hauptsächlich draußen essen«, sagte Mama entschieden. Essensgeruch war ihr stets zuwider, sie fand ihn spießig.
»Du kennst Oberbayern noch immer nicht genügend, scheint’s«, sagte Papa sanft und schloß leise die Tür hinter sich.“

 

 2040713-670880d6e1b06358e48ed3bd252e2b13.jpg
Isabella Nadolny (26 mei 1917 – 31 juli 2004)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse dichteres Machteld Brands werd geboren in 1986 in Kampen. Zie ook alle tags voor Machteld Brands op dit blog.

 

Blad

Ik drijf op jouw vijvers
als een lelieblad.

Groot en groen
waan ik mij ongrijpbaar

denk ik mij ongegrond
ongeworteld

en van aarde vrij.

 

 2040713-6f449f9221eeca05f8bf99250b83be51.jpg
Machteld Brands (Kampen, 1986)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26 mei ook mijn blog van 26 mei 2014 en ook mijn blog van 26 mei 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten