Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 juni 2016 tot 10 juni 2016

Louis Couperus, Jacques Perk, James Salter, Mensje van Keulen, Jan Brokken, Saul Bellow, Ion Creanga

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Louis Couperus op dit blog.

Uit: Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan...

“Hij vond zich geen man om te trouwen. Hij was nog wel jong, acht-en-dertig; hij zag er zelfs véel jonger uit; hij verdiende geld genoeg met zijn artikels, om, met wat Elly meêkreeg van grootpapa Takma, het er zuinigjes op te wagen, maar hij vond zich toch volstrekt geen type om te trouwen. Zijn vrijheid, zijn onafhankelijkheid, zijn egoïste bewegelijkheid, die waren hem het liefst; en trouwen, dat was zich met gebonden handen en voeten overgeven aan een vrouw. Hartstochtelijk verliefd was hij niet op Elly - hij vond haar een intelligent en artistiek vrouwtje; om wat zij van grootpapa Takma zoû erven, deed hij het heùsch niet. Waaròm deed hij het dan - vroeg hij zich af, als hij zich reeds had afgevraagd, dag aan dag, gedurende die week, die gevolgd was op zijn aanzoek.
- Mama... kan jij me ook zeggen... waarom ik Elly gevraagd heb?
Mama Ottilie zag op. Ze was wel gewend aan zonderlinge en geestige vragen van Lot, en dan antwoordde ze hem in dien toon, voor zoo ver zij vermocht, maar deze vraag deed haar een stekel voelen van jaloezie, een stekel, die héel erg pijn deed, als een doorn, fyziek, in vleesch.
- Waarom je Elly gevraagd hebt? Ik weet het niet... We doen altijd dingen, en weten niet waarom...
Zoo zacht treurigjes klonk hare stem, boudeerend na de stoute-kindstem van zoo even. Had zij niet àlles verloren, wat zij ooit had gehad? Zoû zij Lot niet verliezen, hem moeten afstaan aan Elly... zoo als zij alles had moeten afstaan...
- U antwoordt zoo ernstig, mama. Dat ben ik niet van u gewoon.
- Mag ik dan alléen niet eens ernstig zijn...
- Waarom de laatste dagen, zoo ernstig, en treurig, en prikkelbaar... Is het omdat ik trouwen ga...
- Misschien is het wel daarom...
- U houdt toch wel van Elly...
- Ja wel, ze is lief...
- We moesten maar samen blijven wonen; Elly houdt ook van u; met Steyn heb ik er over gesproken...
Want zijn stiefvader, zijn twéeden stiefvader noemde Lot Steyn, kort-weg, nadat hij zijn eersten genoemd had, - hij toen een jongen, - ‘meneer’ Trevelley. Mama Ottilie was driemaal getrouwd geweest.”

 

 1923912-2ae7920f1eb34e86895595272910878c.jpg
Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923)
Scene uit de tv-serie met o.a. Caro van Eyck, Joan Remmelts en Paul Steenbergen, 1975-1976

 

 

De Nederlandse dichter Jacques Fabrice Herman Perk werd geboren in Dordrecht op 10 juni 1859. Zie ook alle tags voor Jacques Perk op dit blog.

 

Een luwtje

Nu voelt men warme geuren om zich walmen,
En warmte door de koele bomen wuiven, -
De snelle vliet schijnt moede voort te schuiven,
En in het matte schuiven nog te talmen;

Op de' akker buigen zich de blonde halmen
Ontzenuwd, en beschutten met haar kuiven
't Viooltje, dat geen vlinder komt bestuiven,
En dat de hette tussen 't graan voelt dwalmen;

De mens, in 't mals en mollig mos gezonken,
Trekt uit de zwarte schaduw niets dan zwoelte,
Hij hijgt naar koeler adem, droomt van koelte....

Daar doet een bries de abele-loovren trillen.
De lauwe vliet en 't riet van weelde rillen....
Natuur heeft leven uit de lucht gedronken!

 

 

De kluizenaar

Hoog, op de bergtop, rijst de kleine kluis,
Uit groenend hout en mossig riet geboren;
Door spar en lork vaart een zacht gedruis,
En wie daar zingen, doen een loflied horen;

Vrij dartelt om de hut de vale muis, -
Het dal ligt in de gloed der zon te gloren,
Maar in de grauwe pij, voor 't houten kruis,
Ligt de eenzame, in geprevel als verloren:

De grijze zoekt de vrede in eigen-kwellen,
En wil zich martlen tot een heilig man,
En schijnt geen traan van 't zinkend oog te tellen, -

Doch zon en bloem en vogel gruwt er van:
Hij zoekt het leed, dat zij verblijd ontsnellen, -
En vrede heeft, wie vreugde vinden kan....

 

 

Bij ’t graf

Men droeg de grijze plechtig naar het graf,
En toen hij langzaam nederzonk in de aarde
Brak uit het oog, van wie hij 't aanschijn gaf,
Een vloed van tranen, dat naar 't zinken staarde;

En allen wendden 't wenend aanschijn af,
Gelovend dat hun God een weerzien spaarde,
Omdat ze 't innig wensten, en zó straf
Een God, die scheidt, zich hén niet openbaarde:

De grijze, die zijn dorpje nooit verliet,
Had daar gezwoegd, bemind en liet er 't leven;
Waarom hij leven moest, dat wist hij niet:

Gij waant u, zwerver, boven hem verheven...
Wat deed gij, zo de dood ù nederstiet,
Dan leven, laten leven, leven geven?

 

 1923912-914c901c200253b3971d5949fff50c97.jpg
Jacques Perk (10 juni 1859 - 1 november 1881)
Reliëf bij Perks graf op begraafplaats De Nieuwe Ooster, Amsterdam

 

 

De Amerikaanse schrijver James Salter werd op 10 juni 1925 in New York geboren. Zie ook alle tags voor James Salter op dit blog.

Uit:All That Is

"Do you live in Athens?" he asked.
"No," she said easily, "I was taking my daughter to visit her father."
"I've never been to Greece."
"That's a pity. It's a marvelous country. When you go, go to the islands."
"Any one in particular?"
"There are so many," she said.
"Yes."
"There are places that time seems never to have touched, absolutely unspoiled."
They looked at one another without speaking. He did not know what she might be seeing. She had clear, smooth features.
"The people have something you don't find here," she said. "They have a joy of life."
"That's nonsense," he said.
She ignored it.
"Were you in London on business?"
"Yes, business. The London Book Fair."
"Are you a publisher?"
"Not really. I'm an editor. A publisher has different responsibilities."
"What sort of books do you edit?"
"Mainly novels," he said.
"The friend I'm staying with was in a novel. She's rather proud of it. Eve was her name in the book. That's not her name."
"Which book is that?"
"You know, I forget the title. I only read the parts about her. She knew the author. So, tell me your name," she said after a pause.
Her own name was Christine, Christine Vassilaros. She was not Greek, she was married to a Greek man, a businessman, from whom she had separated. Her friend, Kennedy, the one who'd been written about, was also separated and living in a rent-controlled apartment that was a grand relic of life before the two World Wars and the time between them. I'm not giving up the apartment, she had said. It was like an apartment in Havana, bygone and only sparsely furnished, on Eighty-Fifth Street.”

 

 1923912-0bf2ac9174e67f1d54312a6479fe7a5b.jpg
James Salter (10 juni 1925 – 19 juni 2015)

 

 

De Nederlandse schrijfster Mensje van Keulen werd op 10 juni 1946 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Mensje van Keulen op dit blog.

Uit: Schoppenvrouw

“Het leek een van die vele avonden te worden die ik me de volgende dag al niet meer zou herinneren. Tot Oscar thuiskwam, zijn gezicht koel van de vochtige buitenlucht.
Hij was naar een afscheidsborrel van een collega geweest en hij zei dat de wijn er smerig was en dat hij zich had verveeld zonder mij. Hij zette teletekst aan, iets wat hij bij binnenkomst vaker doet. Ik warmde de minestrone op die ik voor hem had bewaard. Hij sloeg zijn servet open en legde het hoog op zijn schoot, een gewoonte die hij nergens nalaat, zelfs niet als er alleen een dun papieren servetje voorhanden is. Voor zijn doen at hij snel, maar wel beschaafd, zoals hij alles beschaafd doet. Toen hij opstond om in de woonkamer zijn krant te lezen, prees hij de minestrone en gaf me een vluchtige kus, maar ik zal deze soep niet meer bereiden.
Op de televisie lette ik niet echt. Zoals gewoonlijk stond hij aan om de grote, stille keuken wat leven te geven. Ik snoepte nog wat van de parmezaan, ruimde de tafel af, schoof de stoelen aan. Achter mijn rug hoorde ik een presentator zeggen: ‘Een zwart pak en een witte trui of bloes. Opvallend was dat de revers en zakken van het jasje wit zijn afgebiesd.’ Ik dacht aan een jasje met dezelfde details, dat ik zeker een jaar of twee niet had gedragen. ‘Verder viel de zwarte schoudertas op, een model dat leek op een aktentas, met aan de voorzijde een blauwe klep.’
Ik draaide me naar het scherm, dat alles om zich heen liet verdwijnen. Een schets van een meisje met blond, volgens de presentator opgestoken haar, waardoor de lengte van het haar niet duidelijk was. Een jonge vrouw van ongeveer een meter zeventig, zei hij, die accentloos Nederlands sprak. Er bestaan honderden van die blonde meisjes met een smal gezicht die keurig spreken, maar ik wist dat het Emmy was.
Het ging om een zaak waaraan eerder aandacht was besteed. Omdat het slachtoffer afgelopen zondag was overleden, werd opnieuw een beroep gedaan op de kijkers. Ik was een van die kijkers, ik was dé kijker, die uit een immens oog bestond. En terwijl dat oog de beelden opzoog, sprong uit een duistere nis in mijn geheugen Adami tevoorschijn. Dokter Adami, de heler, de ziener, de man die leefde van wat hij en zijn klanten zijn gave noemden. Zijn hand met de ringen aan pink en wijsvinger komt omhoog van de speelkaarten die voor hem liggen, en hij wijst naar me en zegt: ‘Neem nooit kinderen, het zou je slecht bekomen…’

 

 1923912-55ce9eda8008d32ed7dc6c186e1a3935.jpg
Mensje van Keulen (Den Haag, 10 juni 1946)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden. Zie ook alle tags voor Jan Brokken op dit blog.

Uit: De Kozakkentuin

“Het vuurpeloton legde aan. De commandant hief de sabel. De zon prikte door het wolkendek en deed in de verte de koepel van een kerk blinken. Ik herinner me vooral de zon, die een verkeerd moment leek te kiezen om te schijnen.
Toen ontstond verwarring. De drie mannen die als eerste zouden sterven, werden van de palen losgemaakt en kregen een mantel toegeworpen. Een paar postkoetsen reden het terrein op, gevolgd door de sleekoetsjes die ik op de Litejny Prospekt had gezien. Een order klonk, nog een order. Vergiste ik me of werd er weer een vonnis voorgelezen? Nee, het werd ons plotseling duidelijk dat de tsaar op het laatste moment inderdaad overstag was gegaan en dat het door hem getekende gratiebesluit werd voorgelezen.
Ik haalde diep adem. Het was alsof ikzelf aan de dood was ontsnapt. Ik voelde ook iets van woede opkomen. Hoe kon men zo met het lot van mensen sollen? Was dit recht?
Het exercitieveld liep snel leeg. Het volk dwaalde uiteen, terwijl het kruisen sloeg en de genade van de tsaar zegende.
Met Dostojevski, die mijn vriend werd, heb ik in Siberië over van alles gesproken, maar bijna nooit over de terechtstelling waarvan ik getuige was geweest. Hij wilde niet herinnerd worden aan de vreselijke minuten die hij had doorstaan. Hij zou er later over schrijven, ofschoon nog geen bladzij in De idioot, maar het kostte hem de grootste moeite om erover te praten.
Eén keer zei hij me in een paar zinnen dat hij zich, omdat hij zelfs niet het geringste gerucht had opgevangen over de ophanden zijnde gratie, helemaal had voorbereid op de dood. Terwijl hij in doodshemd stond te wachten tot hij vastgebonden zou worden aan de paal, naar de drie mannen keek die hem voor zouden gaan en het fatale commando 'vuur!' afwachtte, leek de tijd hem oneindig lang te duren en nam hij in gedachten met heel zijn hart afscheid van zijn geliefden. Zijn hele leven trok aan zijn geest voorbij als in een caleidoscoop, snel als bliksem en in beelden.”

 

 1923912-76b05575914d3bcfa32efb5e1337acf8.jpg
Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)

 

 

De joods-Amerikaanse schrijver Saul Bellow werd geboren op 10 juni 1915 te Lachine, een voorstad van Montreal. Zie ook alle tags voor Saul Bellow op dit blog.

Uit:Dangling Man

“There is nothing to do but wait, or dangle, and grow more and more dispirited. It is perfectly clear to me that I am deteriorating, storing bitterness and spite which eat like acids at my endowment of generosity and good will. But the seven months' delay is only one of the sources of my harassment. Again, I sometimes think of it as the backdrop against which I can be seen swinging. It is still more. Before I can properly estimate the damage it has done me I shall have to be cut down.”
(…)

All comfort in life is based upon a regular occurrence of external phenomena. The changes of the day and night, of the seasons, of flowers and fruits, and all other recurring pleasures that come to us, that we may and should enjoy them -- these are the mainsprings of our earthly life. The more open we are to these enjoyments, the happier we are; but if these changing phenomena unforld themselves and we take no interest in them, if we are insensible to such fair solicitations, then comes on the sorest evil, the heaviest disease -- we regard life as a loathsome burden. It is said of an Englishman that he hanged himself that he might no longer have to dress and undress himself every day.”

 

 1923912-1649e1007b0c41580d6fa647ac26241a.jpg
Saul Bellow (10 juni 1915 - 5 april 2005)
 

 

De Roemeense schrijver Ion Creanga werd geboren op 10 juni 1839 in Humuleşti. Zie ook alle tags voor Ion Creanga op dit blog.

Uit: Memories of My Boyhood (Vertaald door Ana Cartianu en R.C. Johnston)

“Upon which the priest's daughter, being giddy, thoughtless and full of whims and fancies, suddenly burst out laughing. So much the worse for her, poor thing! "Just come out here, young lady, and mount Dapple-Grey," said the priest now quite sternly, "and let us put St. Nicholas, who's hanging from the nail up there, to his proper business!" In spite of old Fotea's pleading and that of Master Vasile, little Smaranda got a good hiding and afterwards sat crying into her cupped hands like a bride, so that the very blouse shook on her back. When we saw this, we were quite dumbfounded.
Meanwhile, from time to time, the priest would bring small coins and cakes from the church offerings and give each his share, so that he tamed us, and the work went ahead like wildfire. The boys set up a fresh blackboard each day, and on Saturdays there was revision.
We still went our own ways occasionally, there's no doubt about that! Starting with the sheet of paper stuck into a wooden holder, a sheet bearing the sign of the Blessed Cross and the letters of the alphabet, written out by Master Vasile for each one of us, we passed on to the shorter catechism and from thence to the breviary, and from then on we were well away! When priest and teacher were absent, we would go into the churchyard, keeping the prayerbook open; as the leaves were somewhat greasy, the flies and the bumblebees would come to them in swarms, and when we suddenly clapped the book shut, we killed off ten or twenty of them at one blow. What wholesale destruction we wrought upon the race of flies!“

 

 1923912-d11a86cb9cb695d02ab59ee3c14b475c.jpg
Ion Creanga (10 juni 1839 – 31 december 1889)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2015 en ook mijn blog van 10 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:59 Reageer op dit bericht

C. Buddingh'-Prijs voor Marieke Rijneveld

 

C. Buddingh'-Prijs voor Marieke Rijneveld

Het beste Nederlandstalige poëziedebuut van het afgelopen jaar is geschreven door de Nederlandse dichteres en schrijfster Marieke Rijneveld. Voor haar bundel Kalfsvlies kreeg ze donderdag de C. Buddingh'-Prijs. Rijneveld nam de prijs in ontvangst op het Poetry International Festival in Rotterdam. Marieke Rijneveld werd geboren in Nieuwendijk in 1991. Zie ook alle tags voor Marieke Rijneveld op dit blog.

 

Hol genoeg om een echo te verbergen

We mochten geen vragen stellen maar wel antwoorden bedenken, mama huilde
veel in de tijd dat we nog geen meter waren en ze ons leerde dat de dood een echo
had die nasuisde tot ver in je trommelvliezen, vergat steeds om mijn koude
handen in mijn broekzakken te steken, ze niet tot vuist te maken maar plat

zoals ik ze op de glasplaat van de kist van mijn broer liet vallen als twee
vochtige zeesterren, de zee zich ineens boven onze hoofden bevond
iemand had de vloer weggeschoven en niet meer teruggelegd zei opa die
mijn angsten tot duiven vormde: om ze tam te maken

moest ik ze van kop naar staart aaien en één keer in de week loslaten in
het weiland achter de stal, toekijken hoe ze wegvlogen maar in de nacht tikten ze
weer met hun snavels tegen het slaapkamerraam, belde hij in paniek de loodgieter
uit de straat omdat er gaten in zijn kleinkinderen zaten, ze lekten liters tranen.

Troosten was toen nog als inparkeren, het is meten en weten en toch schat je het
vaak te krap in, blijf je zoeken naar de juiste plaats, een omhelzing heeft soms
ook meerdere rondjes om elkaar heen nodig. Op tafel stonden theeglazen
gevuld met jenever, vreemde wijsvingers roerden door de ijsklontjes er klonk vrolijk

gerinkel terwijl de dood nog een klap moest maken zoals antwoorden een paar
seconden de tijd nodig hebben om te landen in hoofden van publiek, waren
wij hier het publiek of hadden we andermans broekzakken nodig om de warmte van
een lichaam te voelen, ik pakte een wijsvinger en opende mijn mond, roer maar dacht

ik nog laten we doen alsof we elkaar beet willen pakken maar we steeds van elkaar
wegglippen, terugtrekken betekende dat de klap niet bij iedereen hetzelfde
binnenkwam, zij niet hol genoeg waren om de echo te verbergen.

Naast de dominee stond de tandarts, de enige man in ons leven die oog had
voor alles wat we voor onze kiezen kregen en begreep dat ‘s nachts onze oren in
zeeschelpen veranderden waarin we niet de zee hoorden suizen maar de dood
broer steeds weer in ons hart naar boven kwam gedreven.

 

 1923854-6e296c830eb306c9244387e2f1143394.jpg
Marieke Rijneveld  (Nieuwendijk, 1991)

Geschreven door Romenu om 09:03 Reageer op dit bericht

Xander Michiel Beute, Anton Roothaert, Maarten Doorman, Jian Ghomeshi, Mirko Bonné, Curzio Malaparte, Charles Webb, Rudolf Borchardt

De Nederlandse schrijver Xander Michiel Beute werd geboren op 9 juni 1975 te Gouda. Zie ook alle tags voor Xander Michiel Beute op dit blog.

Uit: Nachtvoorstelling

“Ver weg, heel ver weg hoor ik geschreeuw. Ik hoor doffe slagen, doffe klappen ver weg. In mijn buik. Dan steeds dichterbij. Steeds harder. Schoppen in mijn buik. Geschreeuw en stilte tegelijkertijd, of wisselt alles af? Mijn keel wordt dichtgeknepen maar niemand heeft zijn hand om mijn nek. Dit is niet goed, dit is een knokpartij. Het is een ordinaire knokpartij en ik heb niets gedaan! Helemaal niets godverdomme! Alles is zwart voor mijn ogen. Ik verschuil me achter mijn oogleden, daar is het donker. Ik probeer te denken wat er gebeurt, ik voel klappen in mijn maag. Ineenkrimpen. Zo weet ik niets, ik zie niets. Als ik mijn ogen weer open doe, schiet een witte gymp langs mijn hoofd. De schoen ramt tegen mijn bovenbeen. Ik zie mijzelf ineengekropen op de grond liggen. Mijn armen over mijn hoofd. Mijn benen ineengetrokken voor mijn buik. Nog een trap tegen mijn benen. Tegelijkertijd een trap in mijn rug. De plek waar ze me raakten wordt heel snel warm. Mijn rug barst, brandt, bonst. Ik jank van de pijn. Tranen prikken in mijn ogen. Verdomme, verdomme, wat gebeurt er? Dit gebeurt niet Maarten, het gebeurt niet!
Het is stil geworden, het is voorbij. Ik zie de benen nog, maar de voeten staan stil. 1k zie de hielen van de schoenen, ze staan dus met hun rug naar me toe. Ik ben er niet meer, er is iets anders. Vast en zeker, iemand anders. Laat er in Godsnaam iemand anders zijn! Het is mijn lichaam dat schreeuwt.
Iemand trekt me overeind. Met mijn arm over zijn schouder lukt het me om op te staan. Als ik hem los wil laten om op mijn benen te gaan staan, val ik om. De man vangt me op, godzijdank. Met mijn benen wankelend onder me doen we een paar stappen. ’Kom op nou jongen, staan blijven.’ De stem klinkt ver weg terwijl de man toch zo dichtbij is. Ik ken die stem niet. Ik kijk naar het gezicht dat naast het mijne is. Een donkere man, lang haar, vriendelijk gezicht, een brede neus. Hij is, denk ik, een jaar of dertig. Zijn armen en schouder dragen mij als een veertje. Met gemak houdt hij me overeind. Verdomme, verdomme, ik ben kapot, kan niet meer, mijn hoofd valt op zijn schouder. Mijn vervreemde lichaam wordt tegen een lantarenpaal gezet, zodat ik me tenminste staande kan houden. Het kost moeite. Mijn benen lijken er niet meer bij te horen, mijn knie steekt. Ik heb pijn in mijn hoofd, en pijn in mijn rug. Maar ik sta tenminste overeind, in het volle gelige licht van de lantarenpaal.”

 

 1923632-7456d6293c1867b8a545ebbcae00f98a.jpg
Xander Michiel Beute (Gouda, 9 juni 1975)
 

 

De Nederlands schrijver en jurist Antonius Martinus Henricus (Anton) Roothaert werd geboren in Tilburg op 9 juni 1896. Zoe ook alle tags voor Anton Roothaert op dit blog.

Uit:Doctor Vlimmen

“Ofschoon Vlimmen in Dombergen vrijwel geheel buiten de gemeenschap staat, weet hij toch wel, dat er over dit huwelijk heel wat te doen is geweest. Tenslotte heeft de familie Huybrechts er zich bij neer gelegd, zonder veel gratie overigens, omdat de dochter niet van de mooisten is en een dokter er toch altijd nog 'n beetje mee doorkan, ook al heeft hij geen geld.
Dit alles kan Vlimmen niets schelen; hij heeft aan eigen zorgen genoeg. Het kromme in de verhouding is, dat Treeborg vóór zijn huwelijk tamelijk pover aan de rand van de stad zat met wat bloedarme practijk onder de boeren en arbeiders van Diestel, een dorp dat aan het uit de kluiten gewassen fabrieksstadje Dombergen is vastgegroeid en geannexeerd. Toen toonde hij zich erg beninnelijk tegenover Vlimmen, gaf duidelijk te verstaan, lat iedere patiënt er één was, en als Vlimmen een goed woordje kon doen bij de boeren... Maar de getrouwde en ‘gearriveerde’ Treeborg heeft zijn onaanzienlijken tudiegenoot Vlimmen toevallig al sinds jaren uit het oog verloren. Zij ontmoeten elkaar wel op straat, maar dan is lastig uit te maken, wie van beiden het juist te druk heeft met het besturen van de wagen.
Toch heeft Vlimmen een heimelijke angst en zelfs iets als respect voor ‘zulke arrivisten, want die durven toch maar en komen er ook.’ Dat dit dwaas en onredelijk is, weet hij zeer goed, maar hij kàn er niet onderuit. Dit neemt hij zich ook weer kwalijk en voelt er zich des te minderwaardiger om. Zo spartelt hij gestadig rond in een vicieuse cirkel, als alle stervelingen, die gestraft zijn met een teveel aan zelfcritiek.”

 

 1923632-7be3624f0fbbd6b7fe76ca37dc958f3f.jpg
Anton Roothaert (9 juni 1896 – 29 maart 1967)
 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook alle tags voor Maarten Doorman op dit blog.

 

Telefoon

Iemand is een verre stem
in een doos niet meer, een sterke hand
niet meer of een te strak gestrikte
schoen, een doorgestikt overhemd, iemand is
een niet verwijderde gemiste oproep
nog misschien, een ingeslikt signaal
dat trilt van een bericht, iemand is
zo te zien zo uit je telefoon,
je kunt bellen wat je wilt
of me nog meer vertellen

 

 

Wie op een halte staat

Soms vertil je je nergens aan.
Op een ochtend eens een standbeeld gebracht
tot lijn 7. Op de halte laten staan.
In een coffeeshop afgewacht. Na een tijdje
kwam er een kraan
want wie op een halte staat moet opstappen.
 
Het was een nimf van gewapend beton.
Gerede handhaving
meende zelfgemaakt oxymoron
te bestrijden door op transport te stellen
maar kraan ging kapot. Er kon
nog van alles gebeuren, maar nee.
 
Dus ik liefdevolle domme mannetjesputter
gedwee weer naar meid,
huis weer in met loper, als man verkleed
een uitzondering van onvolkomenheid
maar met ongebroken rug, zonder bekeuring
en niet weggeraakt.

 

 1923632-e17f274b46e4dc18a3825438ecb5b6b6.jpg
Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

De Canadese schrijver, muzikant en tv-en radiopresentatorpresentator Jian Ghomeshi werd geboren op 9 juni 1967 in Londen en groeide op in Thornhill, Ontario. Zie ook alle tags voor Jian Ghomeshi op dit blog.

Uit: 1982

“I didn’t take offence to being called Blackie. It didn’t bother me as a little kid, because I didn’t recognize any of the broader societal implications or any sort of a power dynamic.
I figured Blackie was just another nickname. There was Paulie and Nicker and then there was me, Blackie. Most of the good football players in the English Premier League had nicknames, too. In England, soccer was called football. And the footballers all had catchy monikers. Just like me.
You might wonder if I’m making this up. You might be surprised to learn that I was called Blackie. That’s because it was stupid. It never made any sense. I wasn’t black. My skin wasn’t even a particularly dark shade of brown, unless I’d spent too much time on the beach at Brighton. But in the suburb of London where I grew up, almost everyone was white. Like, pasty, pinky white. There were no black kids or brown kids or yellow kids – at least none that I remember. So I became the de facto ambassador for all of them. And clearly, “Brownie” or “Olivie” just didn’t have the same ring as “Blackie.” I don’t know why. I didn’t realize how insulting it could be to be singled out for my race until a few years later. But I did start to get the message that I was different. Confusion about my ethnicity began.“

 

 1923632-2a0ea7e30344e4940c46b1811b2d2821.jpg
Jian Ghomeshi (Londen, 9 juni 1967)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Mirko Bonné werd op 9 Juni 1965 in Tegernsee / Oberbayern. Zie ook alle tags voor Mirko Bonné op dit blog.

Uit: Nie mehr Nacht

„Es gab nichts, was nachts anders war als am Tag. Allem fehlt nur die Farbe, sagten wir uns.
Das Bett ist das Bett, das Zimmer das Zimmer. Der Flur ist der Flur und die Treppe die weiße Treppe.
Die Tür war die Tür, und sie war zu.
Draußen der Garten ist der Garten auch in der Nacht, sagten wir uns. Und Ira wusste dabei, und ich wusste es ebenso, jeder für sich musste lernen, allein zu sein, auch nachts. Auf die unzähligen Nächte in unserem gemeinsamen Bett folgten die langen Jahre, als jeder in seinem eigenen Zimmer schlief.
Schon lebte jeder in der eigenen Wohnung, hatte eigene Schränke für die eigenen Sachen, machte sich eigene Gedanken und ertrug, so gut es ging, seine Angst allein.
Länger als ich es wahrhaben wollte, hatte ich mich gegen das Alleinsein gesträubt, so schien es mir rückblickend. Seit ich mit neunzehn zu Hause ausgezogen war, hatte ich zusammengenommen kein Vierteljahr lang allein gelebt. Ich war in eine WG gezogen, dann in eine andere, und von dort in eine dritte. Mitbewohner kamen und gingen. Eine Zeit lang hatte ich mit drei Freunden zusammengewohnr, später waren es zwei, dann nur noch einer. Als der letzte zu seiner Freundin zog, sah auch ich mich nach einer Mitbewohnerin um.
Währenddessen war Ira auf Reisen. Über zehn Jahre lang, bis sie dreißig war, reiste meine Schwester durch die Welt, lernte Sprachen und hatte mal hier einen Freund und mal dort. Für eine Weile wohnte sie bei Hector in Rio, dann bei Dave in Brooklyn, bevor sie wie ein großer grauer Zugvogel weiterflog nach St. Petersburg oder Netanja. Sie beschrieb mir einen Liebhaber, wenn ich ihr dafür erzählte, wen ich gerade anhimmelte. Erst waren es Kommilitoninnen, später Kolleginnen - eine Malerin, eine Clipkünstlerin, eine junge Slowenin mit eigenem Blumenladen, der kaum größer war als ein Ballonkorb. Mal wohnte ich bei einer Frau, mal zog eine Freundin zu mir. Gemeinsam umgezogen war ich nie. Nestbauschaden« nannte das unsere Mutter.“

 

1923632-3ac7c43b4f2d9218908dee978628faee.jpg
Mirko Bonné (Tegernsee, 9 juni 1965)

 

 

De Italiaanse schrijver van Duitse afkomst Curzio Malaparte (pseudoniem van Kurt Erich Suckert) werd geboren in Prato Toscane, 9 juni 1898. Zie ook alle tags voor Curzio Malaparte op dit blog.

Uit: Kaputt (Vertaald door Hellmut Ludwig)

“Unter diesen nackten Männern befand sich einer, der auf der untersten Bank saß, ein Mann, den ich irgendwie zu kennen glaubte. Der Schweiß tropfte von seinem Gesicht mit den vorspringenden Backenknochen, und in diesem Gesicht leuchteten die kurzsichtigen Augen, die keine Brille verhüllte, in einem weißlichen und weichen Licht gleich dem der Augen eines Fisches. Er hielt den Kopf aufrecht, in der Haltung herausfordernden Stolzes, hin und wieder machte er eine zurückwerfende Bewegung, und bei dieser ruckartigen, scharfen Bewegung schossen ihm aus den Augen, aus Nase und Ohren Bäche von Schweiß, es war, als sei dieser Kopf mit Wasser angefüllt. Die Hände lagen auf den Knien gefaltet, in der Haltung eines bestraften Schülers. Zwischen den Unterarmen quoll weich und beweglich ein geblähter, rosiger Bauch mit einem seltsam scharf gemeißelten Nabel, der aus dieser rosigen Fettmasse aufragte wie eine zarte Rosenknospe – der Nabel eines Kindes auf dem Bauch eines Greises.
Ich hatte niemals einen so nackten, einen so rosigen Bauch gesehen: so zart, daß man Lust bekam, ihn mit der Gabel anzustechen. Dicke Schweißtropfen perlten von der Brust herab, glitten über die Haut dieses rosigen Speckbauches und sammelten sich auf den Schamhaaren wie Tau auf einem Strauchwerk. Darunter hingen, klein und quallig, zwei Bällchen in einem zerknitterten Papierbeutel; und der Mann schien stolz auf diese seine beiden Bällchen zu sein wie Herkules auf seine Manneskraft. Er schwitzte so sehr, daß es schien, als löse dieser Mann sich vor unsern Augen im Wasser auf, ich fürchtete, daß binnen kurzem von ihm nichts weiter übrigbleiben werde als eine leere und schlaffe Hauthülle, denn selbst die Knochen schienen aufzuweichen, eine schwammige Masse zu werden und zu zerschmelzen. Der Mann sah aus wie eine Portion Eiscreme, die man in den Backofen stellt. Ein Amen – und es würde nichts mehr von ihm übrig sein als eine Schweißlache auf dem Fußboden.“

 

 1923632-53c0d5a430a1270aacf35b5cca3c0e16.jpeg
Curzio Malaparte (9 juni 1898 – 19 juli 1957)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Webb werd geboren op 9 juni 1939 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Charles Webb op dit blog.

Uit:The Graduate

“Benjamin opened the door leading into the living room. He walked through the room keeping his eyes ahead of him on the carpet until Mrs. Calendar took his elbow.
"Ben?" she said. "I just think it's too terrific for words."
He walked past her and into the hall. Just as he got to the foot of the stairs his father came up behind him.
"Leave me alone."
"Ben, for God's sake what is it."
"I don't know what it is."
"Come here," Mr. Braddock said. He took his arm and led him down the hall and into a bedroom. "Son?" he said, closing the door and locking it. "Now what is it."
"I don't know."
"Well something seems pretty wrong."
"Something is."
"Well what."
"I don't know!" Benjamin said. "But everything -- everything is grotesque all of a sudden."
"Grotesque?"
"Those people in there are grotesque. You're grotesque."

 

 1923632-41dd3b8263e472c711eb12d9fbb2ec07.jpg
Charles Webb (San Francisco, 9 juni 1939)
Scène uit de film met Katharine Ross (Elaine Robinson) en Dustin Hoffman (Benjamin), 1967

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Rudolf Borchardt werd geboren op 9 juni 1877 in Königsberg. Zie ook alle tags voor Rudolf Borchert op dit blog.

 

Februar in Berlin

 

Jede Ahnung süßer Weste,
   Jeder Hauch von dir!
Hier im bitterlichen Winterreste,
   Im Gefangnen hier!

Ohne Duft und ohne Himmel,
Ohn ein wirkliches Entzücken,
Wo wir uns, Vermummte, drücken
Durch das niedrige Gewimmel -

   Hochhinein die Wände,
   Hundert Fenster leer -
   Bruch der Gegenstände
   Berstend um uns her -

Schollen unter Sohlen knirrend,
   Um die Ecken Wind,
Staub und Schlack und Ruß verwirrend
   Beizt das Auge blind.

Aber aus dem pelzigen Neste
   Blaust du mir und blühst -
Jede Ahnung süßer Weste
   Taut schon, wo du glühst:

Zwischen Wimpern und der Braue
   Treibst du bunt, wohin ich schaue,
Um die Lippen und die Lider
   Da, und hier schon wieder -

Rosig braun und gold,
   Schmelz, darin sich kündet,
Wie ein schlummernd Tausendhold
   Bald, wie bald, in vierlei Purpur münd

Schüttelst du wie ein Verheißen
   Zauber ins Revier:
In ein Frühjahr will mich reißen
   Jeder Hauch von dir.

Sterbe um mich immerzu
   Alles ab, Getroste du,
Im Verhängnis allen Lichts
   Du bist Leben, anders nichts.

Aus dem Pflaster, wo dus trittst,
   Müssen Veilchen quellen,
Und mich sollte, wo er blitzt,
   Blick nicht augenblicks erhellen?

   Jede Ahnung neuer Tage
   Im Betrübten bunt -
   Schließe mir die kurze Klage,
   Ewig blühender Mund.

 

 1923632-ab5bce06e4dcfc87ee7d8021380e4305.jpg
Rudolf Borchardt (9 juni 1877 – 10 januari 1945)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2015 en ook mijn blog van 9 juni 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:39 Reageer op dit bericht

Paul Beatty

De Amerikaanse schrijver Paul Beatty werd geboren op 9 juni 1962 in Los Angeles. Beatty berhaalde een MFA in creatief schrijven aan Brooklyn College en een MA in psychologie aan de Universiteit van Boston. Daarvoor had hij, in 1980, eindexamen gedaan aan de El Camino Real High School in Woodland Hills, Californië. In 1990 werd Beatty gekroond tot de allereerste Grand Poetry Slam Champion of the Nuyorican Poets Cafe. Tot de prijzen behoorde het uitgeven van zijn eerste dichtbundel “Big Bank Takes Little Bank” (1991). Deze werd gevolgd door een andere poëziebundel “Joker, Joker, Deuce” (1994), en optredens op MTV en PBS (in de serie The United States of Poetry). In 1993 ontving hij eeen beurs ​​van de Foundation for Contemporary Arts Grants to Artists Award. Zijn eerste roman, “The White Boy Shuffle” (1996), kreeg een positieve recensie in The New York Times van Richard Bernstein. Zijn tweede boek, “Tuff” (2000), werd ook positief ontvangen. In 2006, bewerkte Beatty een bloemlezing van de Afro-Amerikaanse humor genoemd Hokum en schreef een artikel in The New York Times over hetzelfde onderwerp. Zijn roman uit 2008, “Slumberland”, ging over een Amerikaanse DJ in Berlijn. In zijn roman “The Sellout” uit 2015 verteltt Beatty over een stedelijke boer die een revitalisering nastreeft van slavernij en segregatie in een fictieve wijk in Los Angeles.

Uit: The Sellout

"I suppose that's exactly the problem-I wasn't raised to know any better. My father was (Carl Jung, rest his soul) a social scientist of some renown. As the founder and, to my knowledge, sole practitioner of the field of Liberation Psychology, he liked to walk around the house, aka "the Skinner box," in a laboratory coat. Where I, his gangly, absentminded black lab rat was homeschooled in strict accordance with Piaget's theory of cognitive development. I wasn't fed; I was presented with lukewarm appetitive stimuli. I wasn't punished, but broken of my unconditioned reflexes. I wasn't loved, but brought up in an atmosphere of calculated intimacy and intense levels of commitment. We lived in Dickens, a ghetto community on the southern outskirts of Los Angeles, and as odd as it might sound, I grew up on a farm in the inner city. Founded in 1868, Dickens, like most California towns except for Irvine, which was established as a breeding ground for stupid, fat, ugly, white Republicans and the chihuahuas and East Asian refugees who love them, started out as an agrarian community. The city's original charter stipulated that "Dickens shall remain free of Chinamen, Spanish of all shades, dialects, and hats, Frenchmen, redheads, city slickers, and unskilled Jews." However, the founders, in their somewhat limited wisdom, also provided that the five hundred acres bordering the canal be forever zoned for something referred to as "residential agriculture," and thus my neighborhood, a ten-square-block section of Dickens unofficially known as the Farms was born. You know when you've entered the Farms, because the city sidewalks, along with your rims, car stereo, nerve, and progressive voting record, will have vanished into air thick with the smell of cow manure and, if the wind is blowing the right direction-good weed. Grown men slowly pedal dirt bikes and fixies through streets clogged with gaggles and coveys of every type of farm bird from chickens to peacocks. They ride by with no hands, counting small stacks of bills, looking up just long enough to raise an inquisitive eyebrow and mouth: "Wassup? Q'vo?" Wagon wheels nailed to front-yard trees and fences lend the ranch-style houses a touch of pioneer authenticity that belies the fact that every window, entryway, and doggie door has more bars on it and padlocks than a prison commissary. Front porch senior citizens and eight-year-olds who've already seen it all sit on rickety lawn chairs whittling with switchblades, waiting for something to happen, as it always did.”

 

 1969834-5a4c0760fdaeafa79c6afcc54928848e.jpg
Paul Beatty (Los Angeles, 9 juni 1962)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten