Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 juni 2016 tot 13 juni 2016

Fernando Pessoa , Willem Brakman, William Butler Yeats, Thomas Heerma van Voss, Tristane Banon, Marcel Theroux, Lode Zielens

De Portugese dichter en schrijver Fernando António Nogueira Pessoa werd geboren in Lissabon op 13 juni 1888. Zie ook alle tags voor Fernando Pessoa op dit blog.

 

Heb niets in je handen, noch...

Heb niets in je handen, noch
Een herinnering in de ziel,

Dan zal, wanneer de laatste obool
Men je in de handen legt,

En men je handen openvouwt
Niets je ontvallen.

Welke troon wil men je geven
Die Atropos je niet ontneemt?

Welke lauweren die niet welken
Onder Minos' oordeel?

Welke uren die ook jou niet
Maken tot de schaduw

Die je zijn zult als je gaat
De nacht in en naar 't einde van de weg.

Pluk de bloemen maar laat ze
Los eer je ze hebt bezien.

Ga zitten in de zon. Doe afstand
En wees koning van jezelf.

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

The Herdsman

I'm herdsman of a flock.
The sheep are my thoughts
And my thoughts are all sensations.
I think with my eyes and my ears
And my hands and feet
And nostrils and mouth.

To think a flower is to see and smell it.
To eat a fruit is to sense its savor.

And that is why, when I feel sad,
In a day of heat, because of so much joy
And lay me down in the grass to rest
And close my sun-warmed eyes,
I feel my whole body relaxed in reality
And know the whole truth and am happy.

 
Vertaald door Edouard Roditi

 

 

Sonnet I

Whether we write or speak or do but look
We are ever unapparent. What we are
Cannot be transfused into word or book.
Our soul from us is infinitely far.

However much we give our thoughts the will
To be our soul and gesture it abroad,
Our hearts are incommunicable still.
In what we show ourselves we are ignored.

The abyss from soul to soul cannot be bridged
By any skill of thought or trick of seeming.
Unto our very selves we are abridged
When we would utter to our thought our being.

We are our dreams of ourselves, souls by gleams,
And each to each other dreams of others' dreams.

 

 1925080-3cde96082dc65db3d25f5de400166ac7.jpg
Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)
Muurschildering in Bedminster, Bristol

 

 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman werd geboren op 13 juni 1922 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Willem Brakman op dit blog.

Uit: De weg naar huis

“De middagen hadden voor hem iets droevigs, wat misschien samenhing met de gewoonte thuis om tussen de middag warm te eten, waarna hij altijd slaap kreeg.
Al tijdens het eten voelde hij het bloed in zijn benen zakken, werden zijn handen dik en miste hij hele stukken van hetgeen aan tafel werd gesproken. Wanneer het warm was, en de ramen stonden open, was het alsof de slaap van uit de straat opsteeg; loom luisterde hij naar de geluiden buiten die steeds trager en ijler klonken, roepen, het schuiven van een raam, voetstappen. Het was alsof de wereld buiten zachter en grijzer werd en de bewegingen traag en stil als in een aquarium. Zo een met een lampje, zoals bij buurman Paap, waar hij, als de visite 's avonds rustig voortkabbelde, stil en onopgemerkt naast zat in het veilige besef dat de visite nog uren zou duren, zijn vader nog maar bij Costa de Milona, de mijnwerker met de mooie stem, de dienstverhalen nog in het verschiet en de tot het laatst bewaarde hoofdschotel, de ernstige oorontsteking waarmee hij had moeten dienst doen. Veilige vertrouwde verhalen, die als een dam stonden tussen dat doezelen en het gehate moment van opbreken. Hij beschermde deze stemming zoveel mogelijk, gaf correct en snel antwoord, maar zijn stem klonk monotoon en mechanisch, zodat zijn moeder hem vaak bevreemd aanzag.
Na het eten hing hij wat rond en ging al spoedig naar zijn kastje in zijn kamertje. Het was een door zijn vader getimmerde kast, met planken vol schoenen, dozen en kleren. Eén plank was voor hem ingeruimd; daar lagen zijn potloden en zijn papier en ook zijn glazen bol, die hij op het strand had gevonden en waarvan niemand wist waarvoor hij had gediend, wat aan de groene bol iets geheimzinnigs gaf. Vóór de kast hing een rood gordijn, dat hij over zich heen trok als hij in zijn kastje wilde zijn. Er was dan een schemerig warm licht dat over zijn stapels papier glansde, die hij beurtelings in de hand nam en bekeek; hij deed er niet veel mee, maar hij verzamelde het fanatiek. Zijn dierbaarste bezittingen waren een vloeiblok, groot, roze en in leer gebonden, en een blocnote, een nieuw, dat nog kraakte als hij het voorzichtig wat boog; hij had het van zijn vader gekregen, tweehonderd vel spiegelglad schrijfpapier stond erop in rode letters, hij streek er vaak over, met de rug van zijn hand, en genoot van het vooruitzicht wat hij er allemaal mee ging doen.”

 

 1925080-75266a3d60982f93381e2e85a7f090b6.jpg
Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)

 

 

De Ierse dichter, toneelschrijver en mysticus William Butler Yeats werd geboren in Sandymount bij Dublin op 13 juni 1865. Zie ook alle tags voor William Butler Yeats op dit blog.

 

Under The Round Tower

'ALTHOUGH I'd lie lapped up in linen
A deal I'd sweat and little earn
If I should live as live the neighbours,'
Cried the beggar, Billy Byrne;
'Stretch bones till the daylight come
On great-grandfather's battered tomb.'
Upon a grey old battered tombstone
In Glendalough beside the stream
Where the O'Byrnes and Byrnes are buried,
He stretched his bones and fell in a dream
Of sun and moon that a good hour
Bellowed and pranced in the round tower;
Of golden king and Silver lady,
Bellowing up and bellowing round,
Till toes mastered a sweet measure,
Mouth mastered a sweet sound,
Prancing round and prancing up
Until they pranced upon the top.
That golden king and that wild lady
Sang till stars began to fade,
Hands gripped in hands, toes close together,
Hair spread on the wind they made;
That lady and that golden king
Could like a brace of blackbirds sing.
'It's certain that my luck is broken,'
That rambling jailbird Billy said;
'Before nightfall I'll pick a pocket
And snug it in a feather bed.
I cannot find the peace of home
On great-grandfather's battered tomb.'

 

 

Tom O'Roughley

'THOUGH logic-choppers rule the town,
And every man and maid and boy
Has marked a distant object down,
An aimless joy is a pure joy,'
Or so did Tom O'Roughley say
That saw the surges running by.
'And wisdom is a butterfly
And not a gloomy bird of prey.
'If little planned is little sinned
But little need the grave distress.
What's dying but a second wind?
How but in zig-zag wantonness
Could trumpeter Michael be so brave?'
Or something of that sort he said,
'And if my dearest friend were dead
I'd dance a measure on his grave.'

 

 1925080-b30c0a78c157f2ef8e57a1aad9f8deda.jpg
William Butler Yeats (13 juni 1865 – 28 januari 1939)
Op het uithangbord van een restaurant in Londen

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas Heerma van Voss werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1990. Zie ook alle tags voor Thomas Heerma van Voss op dit blog.

Uit: De Allestafel

‘En, wat vind je?’
‘Hoe bedoel je, wat vind ik?’
‘Mijn haar. Kijk nou even.’
Mark kijkt op van zijn scherm. Yvonne staat in de deuropening van de woonkamer, een bakje yoghurt in haar hand. Ze beweegt niet. Ze kijkt hem alleen maar aan, haar blauwe ogen wijd opengesperd. Dat doet ze wel vaker, haar ogen opensperren, en het lijkt altijd alsof ze er iets gewichtigs mee wil aangeven, al is het nooit duidelijk wat precies.
Dan ziet hij het: het lange, zwarte haar, dat tot onder haar schouders reikte, is nagenoeg gehalveerd. Een simpele ingreep, die haar hele verschijning verandert. Heeft ze het juist daarom gedaan, om aan te geven dat één handeling alles kan veranderen? Om aan te geven dat dat zomaar kan?
‘Nou, wat vind je ervan?’
‘Leuk,’ antwoordt hij. Hij klapt zijn laptop dicht. Het heeft geen zin om verder te schrijven nu zij er zo doorheen is gaan praten.
‘Leuk?’ herhaalt ze toonloos. Ze neemt een hap yoghurt. ‘Leuk, is dat alles?’
‘Ja, leuk. Misschien even wennen, maar het is goed gelukt.’
‘Even wennen?’ Ze spreekt helder en luid, alsof ze aan een debat is begonnen. Toen ze elkaar vier jaar geleden ontmoetten deed ze dat nooit. Misschien omdat haar vader net was overleden, misschien omdat ze behoefte had aan contact, zoals ze zelf weleens zei. Ze praatte in die tijd aan de lopende band. En Mark luisterde. Een maand na hun eerste ontmoeting trok ze bij hem in en zei ze, terwijl ze haar vingers door zijn haren haalde en hem liefdevol aankeek: ‘Jij bent belangrijk voor mij.’ Die zin is hij nooit vergeten, en als het minder gaat denkt hij daaraan terug. Zelfs als ze dat niet meer zegt, moet hij dat niet vergeten: hij is belangrijk voor haar.
‘Ja, even wennen.’
‘Ik weet dat je dat zei, maar betekent dat dat je het niet leuk vindt? Minder dan het was?’ Ze kijkt bedenkelijk en zet haar bakje yoghurt neer. In een debat is kennelijk geen plaats voor yoghurt.”

 

 1925080-21ae174af151e3441ad4c2a978022387.jpg
Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 13 juni 1990)

 

 

De Franse journaliste en schrijfster Tristane Banon werd geboren op 13 juni 1979 in Neuilly-sur-Seine. Zie ook alle tags voor Tristane Banon op dit blog.

Uit:Le Bal des hypocrites

“1er juillet 2011. Depuis deux mois, je n'ai réussi que deux fois à me coucher et à dormir avant minuit. La première fois, on m'a réveillée à 3 heures pour m'apprendre qu'il venait d'être arrêté. La seconde fois, on m'a réveillée à 4 heures pour me dire qu'il allait être libéré.
15 mai - 1er juillet : six semaines, un long mois. Un long mois que l'on m'a pris ma vie. Un mois qu'on me fait dire des mots que je n'ai jamais prononcés. Un mois qu'on me harcèle des quatre coins de la planète. Un mois que je ne peux plus sortir dans la rue. Un mois que je n'ai plus de domicile fixe. Un mois que l'on me voit dans des lieux où je ne suis pas. Un mois que des gens que je croyais mes amis me rayent de leur carnet d'adresses.
Aujourd'hui, je ne sais plus très bien qui je suis. Je crois que je deviens folle. Quand je suis lucide, que je regarde ma vie, tout ce gâchis, je me dis qu'il faudrait peut-être avoir le courage d'en finir. Je suis amaigrie, cernée, creusée, diaphane. Moche. Mais je peux me regarder dans une glace. Je suis propre. Je n'ai pas menti. Jamais. »

 

 1925080-b0c2ed450b417c1df93210e1f041936a.jpg
Tristane Banon (Neuilly-sur-Seine,13juni 1979)

 

 

De Britse schrijver en presentator Marcel Theroux werd geboren op 13 juni 1968 in Kampala, Oeganda. Zie ook alle tags voor Marcel Theroux op dit blog.

Uit:Strange Bodies

“When I signed the lease five years ago, I joked to Ted that I was staking my financial future on the existence of an innate human impulse that drives visitors to pretty market towns to stock up on butter dishes, preserving jars and other kitchen paraphernalia. So far it’s been a gamble that’s worked; at least, financially. That impulse does exist, and as Ted said, it seems to be countercyclical. It’s even drawn a few old friends to the shop unexpectedly, and Nicky’s visit felt like one of those: simultaneously warm and slightly awkward.
There was a clumsiness about him, a laboriousness in his movements that made me think he might have had a stroke, and a kind of neediness to his recollections that suggested he was going through tough times; no wedding ring, and I didn’t ask about Leonora. He commiserated about my marriage and cooed over my pictures of Babette. He didn’t have any of his own two, but men often don’t, and he seemed a little choked when he talked about them.
We ate pad thai from the takeaway sitting on boxes in the stockroom and then when a coach party showed up he slipped away, promising to stop by again when he was in the area. The childminder called just as he was going, so we didn’t get to say goodbye properly and I was too preoccupied to take his email. That evening I searched his name on the internet. That’s when I found his obituary.
It wasn’t enormously long, but then he wasn’t yet forty, and still he’d made it into the ‘Lives Remembered’ section of the Telegraph, complete with a picture of him as I had known him at university: with that tall, spare frame that always seemed to typify a certain vanishing English body shape, even though his mother was actually Dutch.”

 

 1925080-9d0fe14016f15e1b9ff2a0a4f45024ff.jpg
Marcel Theroux (Kampala, 13 juni 1968)

 

 

De Vlaamse schrijver Lode Zielens werd geboren in Antwerpen op 13 juni 1901. Zie ook alle tags voor Lode Zielens op dit blog.

Uit: Mops, het jongetje en ik

“Ik heb vanmorgen iets liefs en goeds gezien, - iets dat me wèl aandeed en een schoone verheugenis gaf, - het leven is zoo hard tegenwoordig, de menschen doen zoo ruw tegen elkaar, - en dit zachte, dat ik zag van een eenvoudig straatjongetje en een filosofisch straathondje, ontroerde me zóo dat.... mag ik het u vertellen?
Het was koud vanmorgen, ofschoon de zomer het lenteloover van boomen tot dat zware groen rijpte waarmede ze nu pralen, in dit seizoen.... Gisteren had het den heelen langen dag door geregend, almaardoor geregend, - ge weet hoe triestig dat is, - en vanmorgen was de lucht prachtig bewogen door forschen, frisschen wind. De witte en grauwe vormlooze en toch vormrijke wolken zeilden daarin.
En heel op zijn gemakje kwam het hondje daar aangetrippeld en hield voor mij stil. Een doodgewone straathond was 't: een die naar alle namen zou luisteren! Hij had een grijs-wit vel, en daarop rosten bruine plekken. Zijn snuit was zwart, pekzwart, - wat ik u zeg! - en zijn oogen - ge zoudt zeggen de oogen van een mensch - keken me zeer triestig aan, met blikken van vandaag-nog-niks-tusschen-mijn-tanden-gehad....
Hij heette Mops. Ongetwijfeld.
Ik zou Mops zeer zeker voorbijgeloopen zijn, - er zijn zooveel honden op de wereld, - maar de oogen, die bruine oogen tuurden me zoo zielig aan, er was zooveel kalme gelatenheid in, dat ik staan bleef en.... ‘Dag Mops’ zei. 't Hondje bewoog reizekens met sierlijken krul zijn vossen-panache en.... glimlachte tusschen de tanden om mijn week hart, dat zoo verteederd werd door een straathond.
Mops was een filosoof. Een die 't leven nam zooals het kwam, - ik had dat al dadelijk in de gaten.... Maar Mops was oud: op zijn zwarten, spitsen reinaart-snoet zaagt ge witte stekels groeien en 't was dàt wat me teeder maakte; ik wist het nu wel....
Maar, wat kon ik voor hem doen? Ik, met m'n ontroerend hart? Mops had het blijkbaar koud. 't Was àl te frisch, zelfs voor een straathond, en Mops rilde op zijn pikkels...."

 

 1925080-5fb345d874d46710657ef0b331abe2b7.jpg
Lode Zielens (13 juni 1901 - 28 november 1944)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:13 Reageer op dit bericht

Franz Alfred Muth

De Duitse dichter, schrijver en priester Franz Alfred Muth werd geboren op 13 juni 1839 in Hadamar. Na de middelbare school in Hadamar studeerde hij theologie in Mainz. Toen hij twijfelde of hij priester zou worden, studeerde hij filosofie in Würzburg, waar hij promoveerde tot dr. Phil. Onder invloed van de religieuze filosoof en dichter Georg Friedrich Daumer koos Muth toch voor het priesterschap en vervolgde zijn studie in Mainz en aan het seminarie in Limburg. Hij werd priester gewijd op 12 maart 1863 in de Hohe Dom in Limburg. Hij werd toen kapelaan in Kestert, in 1870 Domkapelaan in Frankfurt en daarna parochiebeheerder in Rhauenthal. Vanaf 1871 werkte Muth eerst als parochie beheerder en in 1873 als predikant in Dombach en Schwickershausen in Bad Camberg. Muth publiceerde tal van artikelen over verschillende onderwerpen in kranten, tijdschriften en tijdschriften. In een aantal publicaties en verschillende boeken publiceerde Muth meer dan 250 gedichten natuurlyriek wandelenliedjes en kluchten die talrijke herdrukken beleefden. Meer dan 180 componisten, onder andere Josef Rheinberger, Franz Abt, Albert Becker, Aloys Edenkofer, Engelbert Humperdinck, Eduard Köllner, Victor E. Nessler, Joachim Raff, Max Reger, Franz Ries, Robert Schwalm hebben gedichten van Muth op muziek gezet. Als dichter publiceerde hij ook onder het pseudoniem Franz uit Rheine en Franz Hilary.

 

Frühveilchen

Arme Veilchen, so früh`, o so frühe erwacht,
Was blicket ihr aus dem Schnee gar sacht?
Arme Blauveilchen in süßem Duft,
Es ist ja so kalt und rauh noch die Luft.

Und wie ich hauche, es kann nicht sein,
Ihr neiget still die Köpfelein
Und duftet noch einmal und schau`t umher,
Doch die Luft ist kalt und das Köpfchen schwer.

Arme Veilchen, daß ihr geblüht im März!
Müßt nun verhauchen in Ach und Schmerz;
Doch neigt ihr`s Köpfchen fromm und lind —
Ja sterben läßt sich`s leicht als Kind.

 

 

Herbstabend

Auf der Erde Nacht und Dunkel,
Oed` die Flur und kahl der Hag,
Droben sternig Lichtgefunkel
Wie ein sel`ger Himmelstag.

Klagst du, daß die Blätter fliegen?
Laß das Laub dem Sturm der Nacht!
Dunkel mag die Erde liegen,
Droben ist ja Licht entfacht!

Schau`nur zu den Sternenauen:
Immer neuer Sterne Schaar
Wird dein staunend Auge schauen,
Goldenlicht und wunderbar.

Staunend stehst du lichte Sterne
Auch in deiner Seele klar,
In der Nähe, in der Ferne
Wirst du freudig sie gewahr.

Trauerst du, daß Blätter fliegen?
Laß das Laub dem Sturm der Nacht!
Dunkel mag die Erde liegen;
Ist ja Licht genug entfacht!

 

 1971730-2c1f934928368ee34f2d9a0b84da05c8.png
Franz Alfred Muth (13 juni 1839 - 3 november 1890)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Christoph Meckel, Wolfgang Herrndorf, Anne Frank, Renan Demirkan, Djuna Barnes, Johanna Spyri

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Dieser Tag

Alle Guten Geister für diesen Tag!

Der Wind strömt stark und warm.
                       Das Grosse Licht baut den Tag auf.
Bienen und Kraniche über der Brandung.

Als hätte die Schöpfung nocheinmal begonnen.
Kein vorletzter Tag, kein letzter
und das Meer bewegt lebendige Finsternis.

Das Haus, im Schwirren der Vogelflüge
                       fliegt auf in die Pinien.

Freude, das Wort aufersteht
                       nicht geraubt, nicht gesäubert.

Wir hängen die Schuhe hinaus in den Wind
und er füllt sie mit Schmetterling
                       und Samen der Steine.

Ein paar Sätze, die ich dir zurufen wollte
für heute, für morgen,
                       für sieben Leben, kein Ende —

 

 

Die Märchen, die Wunder sind alt...

–  Gott  hat dem Menschen wahrlich
sehr wenige Märchen gegeben –
                                                       (Mihály Babits)

Die Märchen, die Wunder sind alt
Und ausgeweidet wie Schlachtvieh.
Neue sind nicht erschienen. Der Gott ist fort,
ihm gehört das Wunder, Nichts zu sein
                                      in den Räumen draussen.
Die Glocke ist ein Gefäss für Laut und Klang
Und dem Wunder am nächsten, und ist kein Wunder.
Die Kerze hält Licht und Feuer fest,
dem Wunder am nächsten, und ist kein Wunder.
Der Vogel ist von allem das Gegenteil
und dem Märchen am nächsten, und ist kein Märchen.

Am Morgen schrie der Sperber im Sprühnebel draussen.

 

 1924602-80d08436f0b7373455615c8d15055f08.jpg
Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

 

De Duitse schrijver, schilder en illustrator Wolfgang Herrndorf werd geboren op 12 juni 1965 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Herrndorf op dit blog.

Uit: Sand

„Polidorio hatte einen IQ von 102, errechnet nach einem Fragebogen für französische Schulkinder im Alter von zwölf bis dreizehn Jahren. Den Fragebogen hatten sie im Kommissariat als Packpapier für in Marseille gedruckte Formulare gefunden und nacheinander mit Bleistift ausgefüllt, in der vorgeschriebenen Zeit. Polidorio war schwer betrunken gewesen. Canisades auch. Es war die lange Nacht der Akten.
   Zweimal im Jahr wurden auf den Fluren Berge aus Papier aufgetürmt, flüchtig durchgesehen und im Hof verbrannt, eine lästige Pflicht, die oft bis zum Morgengrauen dauerte und traditionell an den Dienstjüngsten hängenblieb. Warum manche Akten weggeworfen und andere aufbewahrt wurden, konnte niemand erklären. Man hatte die Verwaltung von den Franzosen übernommen, wie man eine Höflichkeitsformel übernimmt, und der bürokratische Aufwand stand in keinem Verhältnis zum Nutzen. Die wenigsten Angeklagten konnten lesen und schreiben, Gerichtsverfahren waren kurz.
   Mitten in der Nacht hatte es im Kommissariat einen Stromausfall gegeben, Polidorio und Canisades waren stundenlang damit beschäftigt gewesen, jemanden aufzutreiben, der einen Vierkantschlüssel für den Sicherungskasten besaß. Eine Weile hatten sie bei Kerzenschein weitergearbeitet, und unter dem Einfluss von Kif und Alkohol war ihre Ermüdung in Euphorie umgeschlagen. Sie veranstalteten im Hof Schneeballschlachten mit zerknülltem Papier und auf den Gängen eine Verfolgungsjagd mit rollenden Aktenschränken. Canisades erklärte sich zu Emerson Fittipaldi, Polidorio setzte mit einer Zigarette einen Abfallhaufen in Brand, dann fiel aus einer umgestürzten Hängeregistratur ein Packen Spezialausweise aus der Kolonialzeit. Sie spannten die Ausweise in die Schreibmaschine, trugen Phantasienamen ein und stolperten damit im Licht des hereinbrechenden Tages gemeinsam ins Bordell («Sonderermittler des Tugendkomitees, Bédeux mein Name»)
   Und davor eben der verhängnisvolle IQ-Test. An die meisten Erlebnisse dieser fatalen Nacht konnte Polidorio sich hinterher nur noch undeutlich erinnern. Aber das Testergebnis blieb hängen. Einhundertzwei.
   «Alkohol, Stress, Stromausfall!», rief Canisades, eine kleinbusige Schwarze auf jedem Knie. «Ist das eine Entschuldigung? Runden wir einfach auf hundert ab.»

 

 1924602-d8fc2f22ad010eb78b9bc575f27c1134.jpg
Wolfgang Herrndorf (12 juni 1965 – 26 augustus 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster Anne Frank werd geboren in Frankfurt am Main op 12 juni 1929. Zie ook alle tags voor Anne Frank op dit blog.

Uit:The Diary of a Young Girl (Vertaald door B. M. Mooyart-Doubleday)

“SATURDAY, JULY 11, 1942
Dearest Kitty,
Father, Mother and Margot still can't get used to the chiming of the Westertoren clock, which tells us the time every quarter of an hour. Not me, I liked it from the start; it sounds so reassuring, especially at night. You no doubt want to hear what I think of being in hiding. Well, all I can say is that I don't really know yet. I don't think I'll ever feel at home in this house, but that doesn't mean I hate it. It's more like being on vacation in some strange pension. Kind of an odd way to look at life in hiding, but that's how things are. The Annex is an ideal place to hide in. It may be damp and lopsided, but there's probably not a more comfortable hiding place in all of Amsterdam. No, in all of Holland.
Up to now our bedroom, with its blank walls, was very bare. Thanks to Father -who brought my entire postcard and movie-star collection here beforehand -- and to a brush and a pot of glue, I was able to plaster the walls with pictures. It looks much more cheerful. When the van Daans arrive, we'll be able to build cupboards and other odds and ends out of the wood piled in the attic.
Margot and Mother have recovered somewhat. Yesterday Mother felt well enough to cook split-pea soup for the first time, but then she was downstairs talking and forgot all about it. The beans were scorched black, and no amount of scraping could get them out of the pan.
(…)

Yours,
Anne”

 

 1924602-b85d1ed6304e002b57d6258db984ad56.jpg
Anne Frank (12 juni 1929 – maart 1945)
Vader Otto Frank voor een foto van zijn dochter

 

 

De Turks-Duitse schrijfster en actrice Renan Demirkan werd geboren op 12 juni 1955 in Ankara. Zie ook alle tags voor Renan Demirkan op dit blog

Uit:  Septembertee oder Das geliehene Leben

„Es war mir immer unverständlich, wie sich Menschen festlegen können. Festlegen auf einen Beruf zum Beispiel, oder auf einen Mann fürs Leben oder aber auch auf eine »Leitkultur« für alle. Wie soll das denn gehen?, frage ich. Kein Mensch besteht aus nur einer Erfahrung. Oder aus nur einer Begegnung. Keine Kultur aus nur einer Geschichte. Das Leben ist weder monothematisch noch monokausal.
Ich selbst kann mich an keinen Tag erinnern, an dem ich von morgens bis abends immer derselbe Mensch gewesen wäre: Ich war abwechselnd und zuweilen auch gleichzeitig Tochter und Schülerin, Schwester und Freundin, Geliebte und Mutter, Türkin und Deutsche, Nachbarin, Angestellte und Kollegin. Dabei ist keines dieser Ichs eine Solistin, denn iede Erfahrung mit einem neuen Gegenüber geht »nahtlos und ohne unausgefüllte Zwischenräume« in die Erfahrung mit dem Nächsten über und »bewahrt gleichzeitig ihre Identität«, wie der Philosoph john Dewey in »Kunst als Erfahrung« schreibt.
Das heißt, man hat nie nur ein Leben, sondern besteht aus verschiedenen Paralleluniversen. Wir sind gemacht aus dem Genpool unserer Ahnen und unseren eigenen Erfahrungen. Deshalb, so Dewey, »existiert kein Mensch ausschließlich innerhalb des Bereichs seiner eigenen Haut«. Wir sind vielmehr ein Echo all der Leben, die uns abverlangt werden, und versuchen im täglichen Dazwischen mühsam, ein selbstbestimmtes und einmaliges Ich zu kreieren. Und werden dabei nur zu einem neuen Echo, nämlich dem unserer eigenen
Je mehr ich versuchte, irgendeine Art kontinuierliche Identität in mir zu finden, je Öfter ich fragte: Wer bin ich mit welchem Gegenüber? Und wie verhalte ich mich in dem jeweiligen Kontext?, desto mehr Erfahrungswelten fächerten sich in mir auf.“

 

 1924602-3742397ea63c9ab43adc7f612f988561.jpg
Renan Demirkan (Ankara, 12 juni 1955)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Djuna Barnes werd geboren in Cornwall-on-Hudson, Orange County in de staat New York op 12 juni 1892. Zie ook alle tags voor Djuna Barnes op dit blog.

Uit: Nightwood

“In his search for the particular Comedie humaine Felix had come upon the odd. Conversant with edicts and laws, folk story and heresy, taster of rare wines, thumber of rarer books and old wives' tales - tales of men who became holy and of beasts that became damned - read in all plans for fortifications and bridges, given pause by all graveyards on all roads, a pedant of many churches and castles, his mind dimly and reverently reverberated to Madame de Sevigne, Goethe, Loyola and Brantome. But Loyola sounded the deepest note, he was alone, apart and single. A race that has fled its generations from city to city has not found the necessary time for the accumulation of that toughness which produces ribaldry, nor, after the crucifixion of its ideas, enough forgetfulness in twenty centuries to create legend. It takes a Christian, standing eternally in the Jew's salvation, to blame himself and to bring up from that depth charming and fantastic superstitions through which the slowly and tirelessly milling Jew once more becomes the "collector" of his own past. His undoing is never profitable until some goy has put it back into such shape that it can again be offered as a "sign." A Jew's undoing is never his own, it is God's; his rehabilitation is never his own, it is a Christian's. The Christian traffic in retribution has made the Jew's history a commodity; it is the medium through which he receives, at the necessary moment, the serum of his own past that he may offer it again as his blood. In this manner the Jew participates in the two conditions; and in like manner Felix took the breast of this wet nurse whose milk was his being but which could never be his birthright.
Early in life Felix had insinuated himself into the pageantry of the circus and the theatre. In some way they linked his emotions to the higher and unattainable pageantry of Kings and Queens.”

 

 1924602-046d389485b4ec9f24f85e300fdda5df.jpg
Djuna Barnes (12 juni 1892 – 18 juni 1982)
Cover

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Sandro Penna werd geboren op 12 juni 1906 in Perugia. Zie ook alle tags voor Sandro Penna op dit blog.

 

Lady on a Streetcar

You’d like to kiss your boy who doesn’t want to:
He’d like instead to look at life outside.
You’re disappointed then, but still you smile:
At least it doesn't ache like jealousy,
Even though he already looks just like
The other who “to look at life outside”
Left you like this.

 

Vertaald door A.Z. Foreman

 

 

Uit: Confuso sogno
 
Like the April wind, my boy—
clear, light,
and a bit variable.
But in my fields
the grass is warm.
Futile to expect
a more constant caress.
 
             *

If my boy appears
at the tavern,
the men smile at him,
surprised by the light.
But the deal changes
after that.
My boy in their
rough hands,
alone, unsure of himself.

 

Vertaald door George Scrivani

 

 1924607-59f15cf83063dd845e8a394183b58774.jpg
Sandro Penna (12 juni 1906 – 21 januari 1977)
Cover

 

 

De Zwitserse schrijfster Johanna Spyri werd geboren in Hirzel op 12 juni 1827. Zie ook alle tags voor Johanna Spyri op dit blog.

Uit: Heidi kann brauchen, was es gelernt hat

„Der Herr Doktor zuckte die Achseln. »Wenig«, sagte er halblaut. »Aber komm, denk einmal einen Augenblick an mich, lieber Freund! Hast du nicht ein liebes Kind, das nach dir verlangt und sich auf deine Heimkehr freut, wenn du weg bist? Nie mußt du in ein verödetes Haus zurückkehren und dich allein an deinen Tisch hinsetzen. Und dein Kind hat's auch gut daheim. Muß es auch vieles entbehren, was andere genießen können, so ist es in manch anderem auch vor vielen bevorzugt. Nein, Sesemann, ihr seid nicht so sehr zu beklagen, ihr habt es doch recht gut, so zusammenzusein; denk an mein einsames Haus!«
Herr Sesemann war aufgestanden und ging nun mit großen Schritten im Zimmer auf und ab, wie er immer zu tun pflegte, wenn ihn irgendeine Sache stark beschäftigte. Auf einmal stand er vor seinem Freunde still und klopfte ihm auf die Schulter.
»Doktor, ich habe einen Gedanken: Ich kann dich nicht so sehen, du bist ja gar nicht mehr der alte. Du mußt ein wenig aus dir heraus, und weißt du, wie? Du sollst die Reise unternehmen und das Kind Heidi auf seiner Alp besuchen in unser aller Namen.«
Der Herr Doktor war sehr überrascht von dem Vorschlage und wollte sich dagegen wehren, aber Herr Sesemann ließ ihm keine Zeit. Er war so erfreut und erfüllt von seiner neuen Idee, daß er den Freund unter den Arm faßte und nach dem Zimmer seines Töchterchens hinüberzog. Der gute Herr Doktor war für die kranke Klara immer eine erfreuliche Erscheinung, denn er hatte sie von jeher mit einer großen Freundlichkeit behandelt und ihr jedesmal, wenn er kam, etwas Lustiges und Erheiterndes zu erzählen gewußt. Warum er das jetzt nicht mehr konnte, wußte sie wohl und hätte so gern ihn wieder froh gemacht. Sie streckte ihm gleich die Hand entgegen, und er setzte sich zu ihr hin. Herr Sesemann rückte seinen Stuhl auch heran, und indem er Klara bei der Hand faßte, fing er an von der Schweizerreise zu reden und wie er sich selbst darauf gefreut hatte.“

 

 1924602-ed7a00e223e7bb887276292e5e5f85aa.jpg
Johanna Spyri (12 juni 1827 - 7 juli 1901)
Heidi en Klara. Illustratie door Clara M. Burd, 1924

                                                              

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juni ook mijn vorige blog van vandaag.





Geschreven door Romenu om 12:22 Reageer op dit bericht

Brigid Brophy, H. C. Artmann, Günter Nehm, Rona Jaffe, André Suarès, Charles Kingsley

De Engelse schrijfster, essayiste, critica en biografe Brigid Antonia Brophy werd geboren op 12 juni 1929 in Londen. Zie ook alle tags voor Brigid Brophy op dit blog.

Uit: In Transit

“I had not succeeded in leaving the interlocution behind, trapped like drained nectar in the valley of the chair slope. Caught without an answer at the ready, I merely repeated: Ce qui m'étonnait ...
Hearing this for the second time round, the interlocutor demanded why it was already in the past tense.
I explained. I cruise, my jaws wide to snow-plough in the present tense, the plankton of experience. This I then excrete rehashed into a continuous narrative in the past tense.
Naturally the process is imaged according to bodily functions. That is an old habit of fant's (fant, the feu infant), so much of whose childtime is preoccupied with them. Even adult fant, book-learned enough to know about metabolism, doesn't feel it happening. You eat; you excrete; but you never catch your cells in the act of creating themselves out of your food and never hear the pop of sugar-energy released into your service from your laden corpuscles.
No more can you detect your personality and its decisions in the course of being created your experience. You know only that you ingest the present tense and excrete it as a narrative in the past.
History is in the shit tense. You have left it behind you. Fiction is piss: a stream of past events but not behind you, because they never really happened.
Hence the hold fictional narrative exerts on modern literate man. And hence the slightly shameful quality of its hold.
I knew as I statelily rose from the tweed and rubber launching pad that my stroll, ostensibly towards the glass wall, would soon conduct me to the bookstall.
Go daily to stall. Or do you want, inquires nanny interlocutor, to spend a punny?
And hence the disesteem in which authors of fictional narrative are held - and hold themselves. Don't, says nanny, hold; don't touch. That's where fantasy and fiction begin. How authors squirm, how they sidle from foot to foot, to avoid that compulsion to narrative. They poise their shears over the wire, threatening to cut the connection. They say they are seeking to alienate you. They take aim to fling you an open-ended fiction: the-book lands legs akimbo, pages open at the splits, less a book than a box of trick tools, its title DO IT YOURSELF KID.”

 

 1924600-6e97dc6f9a9490dc65fe34ca2c8951ba.jpg
Brigid Brophy (12 juni 1929 - 7 augustus 1995)

 

 

De Oostenrijkse dichter en vertaler Hans Carl Artmann werd geboren op 12 juni 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor H. C. Artmann op dit blog en eveneens voor H. Artmann.

Uit: How much Schatzi?

„Er belfert wie eine dogge, er ächzt wie ein eber, er dröhnt wie ein gorilla; er geifert, sabbert, lechzt, prustet, jault und blökt; er ist zum tierreich geworden, ein werwolf in hosenträgern, ein dem mittelalter entsprungener waldmensch, eine bestie in gestreiftem kammgarn, eine wildsau im fuffzigmarkhemd – holla! müßte ein beherzter rufen, holla, hier geht eine unangenehme szene zu weit! Allein der galante retter schläft auf beiden ohren, weilt im ausland, atmet im gebirge, macht in ferien, döst in freilichtspielen, mogelt bei freunden im skat, räkelt sich auf hoher see, sitzt betroffen im knast, schwitzt im entführten flugzeug, latscht auf exkursionen, verdreht sich den hals im Strandbad, befindet sich überall im bereiche des kreisenden globus, nur nicht vor dem café, wo der Unmensch Nathalie in sieben verschiedene teile zerlegt!
Eingehalten, man vergreift sich nicht an einer frau! Feige memme, unedler drecksack, erbärmlicher metzger! Er hat wohl keine mutter gehabt, er ist keinem schoß entsprungen, er trägt keinen zärtlichen Schimmer im blick, er ist auf dem mist geboren, er hat die sonne mit einer klosettbrille verwechselt, hilfe! er ist salamanderkalt, er ist molchhäutig, er ist grün und schleimig wie ein lang nicht gesäuberter ausguß! Monster, wer eine frau ins gesicht schlägt, ist nicht wert, nach ihrem gesäß zu greifen! Hat die weit schon sowas gesehen, berochen, geschmeckt, belauscht? Lassen sie sich ihr tanzstundengeld zurückgeben, mein herr; belieben sie die augengläser zu verlieren, durch die sie ein anmutiges, bein bewundern, einen reizenden hüftschwung verfolgen; eine frau ist ein geschenk der guten natur, dessen sie nie ein empfänger sein sollten, ja!“

 

 1924600-91bd8cca4f9d635f66ea808f768c5b54.jpg
H. C. Artmann (12 juni 1921 – 4 december 2000)

 

 

De Duitse dichter Günter Nehm werd geboren in Wattenscheid op 12 juni 1926. Zie ook alle tags voor Günter Nehm op dit blog.

 

Abergläubisch bin ich nicht

Ich habe einen Talisman,
der soll mich vor Gefahren,
dem Bösen Blick, vor Acht und Bann
und Hexenschuss bewahren.

Ich klopf vor jedem großen Coup
auf Holz mit krummem Finger
und sage „Toi, toi, toi!“ dazu,
dann klappen alle Dinger.

Vor jedem Auftritt lass ich mich
von Kopf bis Fuß bespuckeng
Das gibt mir Ruhe (innerlich),
dann kann mich nichtsmehr jucken.

Begegne ich ’nem steifen Hut,
gerat ich in Ekstase,
und drücke voller Übermut
mir dreimal auf die Nase.

Ob das was nützt, ob ich dem trau?
Ich lass mich nicht verladen.
Doch eines weiß ich ganz genau,
es kann bestimmt nicht schaden.

Ein Katzentier im Mondscheinlicht
macht mir ins Herz kein Risschen,
denn abergläubisch bin ich nicht,
das heißt: vielleicht ein bisschen.

 

 

Abschiedsschmerz und Kummerspeck

Hörst du das Lied der Finken schallen?
Die Preise für die Schinken fallen!
Drum woll’n wir uns am Schinken weiden
bevor wir unter Winken scheiden.

Eine Zecher, der dem Schinken traut,
viel fröhlicher beim Trinken schaut,
sofern nicht schon die Beine schwollen
von dem Verzehr der Schweinebollen.

 

 1924600-09b8591e1c927abab660c2b23ca4681e.jpg
Günter Nehm (12 juni 1926 - 11 februari 2009)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijfster Rona Jaffe werd geboren op 12 juni 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Rona Jaffe op dit blog.

Uit: The Best of Everything

“It was nine o’clock and the room was suddenly filling up with girls, none of whom noticed her presence at all. The teletype operator was combing her hair out of its pin curls, one of the typists was going from desk to desk collecting empty glass jars and taking coffee orders. Covers were being pulled off typewriters, coats hung up, newspapers spread out on desks to be read, and as each new arrival came in she was greeted with delighted cries. It sounded as though they had all been separated from one another for four weeks, not four days. Caroline didn't know which desk was hers and she was afraid to sit at someone else's, so she kept standing, watching, and feeling for the first time that morning that she was an outsider at a private club.”
(…)

“She had a collection of matchbooks from extravagant places, dropped here and there on tables in the dingy apartment she still shared with Gregg. They made it look as if she lived a gay, mad life. What a typical picture for anyone from out of New York: career girl's apartment, stockings drying over the shower rod, clothes flung helter-skelter in the rush to get to the office on time, to a date on time, a bottle of wine there too, wads of dust lying under the studio couch because you couldn't clean except weekends and sometimes not even then, and all those brightly colored matchbooks with names of well-known eating places, so that even if one managed only two good and sufficient meals a week one could still light one's cigarettes for the rest of the week with the memory.”

 

 1924600-c8a787224f2099fd0b5c34a1c07f190f.jpg
Rona Jaffe (12 juni 1932 – 30 december 2005)

 

 

De Franse schrijver André Suarès (eig. Félix André Yves Scantre) werd geboren op 12 juni 1868 in Marseille. Zieook alle tags voor André Suarès op dit blog.

Uit: Hélène

«Si le bonheur était le rythme de la volupté, quelle certitude hélas, et que tout serait plus simple.
On juge de la beauté sur le plaisir qu’on en attend. Beaucoup de femmes ont cette innocence. Mais, pour quelques hommes, il arrive qu’ils se font une joie d’où le plaisir est presque absent. Chassez-moi ces hommes de la République, dirais-je aux filles de Platon quand elles feront la Loi.
La femme se croit la poésie et l’est peut-être. Mais le poète, c’est l’homme. Hélène elle-même est lasse d’être chantée.
Qui conteste le désir, le tue. Et l’on meurt, pourtant, de désirer en vain.
Hélène, ton tourment c’est le prix que je donne à ta beauté. Ton châtiment, aussi. Tu ne seras pas, tu n’es pas toujours belle.
Le coquillage du monde, entrouvert par la lumière, se ferme insensiblement sur la charnière veloutée de la forêt. Et la perle de feu, le soleil, roule vers le bord ; la valve de nacre, le ciel, descend ; et la valve dont la fraîcheur bleue est une flamme, la lèvre passionnée de la mer, s’enfle et tremble.
Que veut-elle ?
Elle ne sait si elle aime ce qu’elle embrasse, ni si même elle en aime la douleur. La mer monte, et les rocs de bronze, cachant un profond frissonnement, penchent."

 

 1924600-9054b2591bd6a8865f6513afe3a625a8.jpg
André Suarès (12 juni 1868 – 7 september 1948)
Cover biografie

 

 

De Engelse schrijver, predikant en historicus Charles Kingsley werd geboren op 12 juni 1819 in Holne, Devon. Zie ook alle tags voor Charles Kingsley op dit blog.

Uit:Yeast

“As this my story will probably run counter to more than one fashion of the day, literary and other,
it is pmdent to how to those fashions wherever I honestly can; and therefore to begin with a scrap of
description.
The edge of a great fox-cover; a flat wilderness of low leafless oaks, fortified by a long dreary thom-
capped clay ditch, with sour red water oozing out at every' yard; a broken gate leading into a strait
wood-ride, ragged with dead grasses and black with fallen leaves, the centre mashed into a quagmire by innumerable horse-hoofs; some forty red coats, and some four black; a sprinhling of young farmers,
resplendent in gold buttons and green; a pair of sleek drab stable-keepers, showing ofl' horses for sale; the surgeon of the union, in Macintosh and antigropelos; two holiday schoolboys with trousers strapped down to bursting point, like a penny steamer’s saiety-valve; midshipman, the only merry one in the field, bumping about an a fretting, sweating hack, with. its nose a foot above its cars; and Lancelot Smith, who then kept two good horses, and “rode forward,” as a fine young fellow of three-and-twenty who can aflord it, and “has nothing else to do,” has a very good right to ride.
But what is a description, without a sketch of the weather? - In these Pantheist days especially, when
a hero or heroine’s moral state must entirer depend on the barometer, and authors talk as if Christians
were cabbages, and a man’s soul as well as his lungs might be saved by sea-breezes and sunshine, or his character developed by wearing guano in his shoes, and training himself against a south wall - we must have a weather-description, though, as I shall presently show, one in flat contradiction of the popular theory. Luckily for our iniormation, Lancelot was very much given to watch both the weather and himself, and had indeed, while in his teens, combined the two in a sort of soul-almanack on the principles just mentioned - somewhat in this style:
“Monday, 2lst. - Wind S. W., bright sun, mercury at 30} inches. Felt my heart expanded towards
the universe.”

 

 1924600-b35a55967a47aa34702ad5a44d9471d9.jpg
Charles Kingsley (12 juni 1819 - 23 jan 1875)
Standbeeld in Bideford, Devon

Geschreven door Romenu om 12:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten