Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 juni 2016 tot 30 juni 2016

Czeslaw Milosz, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Juli Zeh, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Avond

Voor maansopgang is er een moment van lage wolken,
volmaakt onbeweeglijk op de lijn van de zee:
abrikoosachtig doorschijnend met een scherpe krans van as
verdonkert, dooft en koelt het af tot grijzig vermiljoen.

Wie ziet dit? Hij die niet meer weet of hij bestaat.
Hij zet stappen op het strand, hij wil niet vergeten.
Vergeefs! Hij is even onherroepelijk als de wolken.
Longen, lever, seks, dat ben ik niet, is niet van mij.

Maskers, pruiken, cothurnen, kom hier bij mij!
Maak een ander van me, zet mij op een hel toneel,
zodat ik een ogenblik geloven kan dat ik besta!
O hymne, o poëem, o melopee,

zing met mijn mond, verstom je, dan ben ik verloren!
En zo zinkt hij langzaam diep de nacht in,
Oceanus. Niet langer hier gehouden
door zonsopgang of het opgaan van de maan.

 

Op mijn achtentachtigste verjaardag

Een stad wemelend van overdekte passages,
smalle pleintjes en arcaden,
terrasgewijs afdalend naar de baai.

En ik, starend naar het jonge schoon,
lichamelijk en onbestendig,
naar zijn dansende bewegen tussen oude stenen.

De kleuren van de jurken naar de zomermode,
het getik van schoentjes op de eeuwenoude tegels
verheugen mij door het ritueel van de terugkeer.

Het bezoeken van kathedralen en vestingtorens
heb ik lang geleden achter me gelaten,
Ik ben als hij die ziet, maar zelf niet voorbijgaat,
ondanks grijs haar en ouderdomskwalen een luchtgeest.

Gered, want de eeuwige en goddelijke verwondering zijn met hem.

Vertaald door Gerard Rasch

 

Au politicien

Qui es-tu l’homme — assassin ou héros
Toi, que la nuit a élevé pour l’action.
Entre tes mains le sort du vieillard et de l’enfant
Et ton visage dissimulé
Tel un golem face au monde

Réduiras-tu en cendres la ville ou la patrie ?
Attends ! Tremble dans ton coeur ! Ne t’en lave pas les mains !
Ne cède pas le verdict à l’histoire non accomplie !
À toi le glaive et à toi la balance.
Par dessus le soucis des hommes, l’espoir et la colère
Tu sauves ou tu perds
La république.

Tu es bon et parfois parmi les tiens
Tu caresses la tête claire des enfants
Mais si un million de familles te maudissent ?
Gare à toi ! Que restera-t-il de tes bonnes journées ?
Que restera-t-il de tes discours vigoureux ?
L’obscurité arrive.

Dans ta main humaine, o combien humaine,
Des villes bruyantes, et des champs, des mines et des navires.
Regarde. T a ligne de vie passera par ici.
Trois fois béni
Trois fois maudit
Souverain du bien
Ou souverain du mal.

Vertaald door Vladimir Krysinski

 

 1931086-5d7dca9fb8fb2d8cb2bd62e1bd02989f.jpg
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

De Indiase dichter Yaseen Anwer werd geboren op 30 juni 1989 in Patna. Zie ook alle tags voor Yaseen Anwer op dit blog.

 

Death

'O' what a feeling death
all have to walk this path,
Everyone knows he is to die
none but God can say why.

A mention is in heaven
the home of all good men and women,
No one knows when he is to die
and the hardest thing is to say goodbye.

Time of death cant be delayed
be it a king, a queen or a maid,
Death comes to every one,
Taking live of every one,
Death, death, o what a feeling

 

 1931086-17cdc429411dc149855491d73e10b702.jpg
Yaseen Anwer (Patna, 30 juni 1989)

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook alle tags voor José Emilio Pacheco op dit blog.

 

The Lives of Poets

In poetry there’s no happy ending.
Poets end up
living their madness.
And they’re quartered like cattle
(it happened to Darío).
Or they’re stoned or wind up
flinging themselves to the sea or with cyanide
salts in their mouths.
Or dead from alcoholism, drug addiction, poverty.
Or worse: canonical poets,
bitter inhabitants of a tomb
entitled Complete Works.

 

 

Dichterliebe

Poetry has just one reality: suffering.
Baudelaire attests to it. Ovid would approve
of such declarations.
And this, on the other hand, guarantees
the endangered survival of an art
read by few and apparently
detested by many
as a disorder of the conscience, a remnant
from times much older than ours now
in which science claims to enjoy
an endless monopoly on magic.

 

Vertaald door Katherine M. Hedeen en Víctor Rodríguez Núñez

 

 1931086-3beb7d56f8f8674b27015aaa5f923777.jpg
José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Zie ook alle tags voor Juli Zeh op dit blog.

Uit: Unterleuten

»Das Tier hat uns in der Hand. Das ist noch schlimmer als Hitze und Gestank.« Jule schaute auf. »Ich halte das nicht mehr aus.«
»Es bringt nichts, sich aufzuregen, Liebes.« Gerhard bemühte sich, seiner Stimme einen sicheren Klang zu geben. Je hysterischer Jule wurde, desto fester klammerte er sich an die Vernunft. »Wenn man jemanden hasst, stört einen alles, was diese Person tut.«
»Du meinst, ich soll versuchen, das Tier zu lieben? Und dann wäre es in Ordnung, dass es unser Leben zerstört?«
»Ich meine, dass du dich nicht reinsteigern sollst. Durch die Aufregung schadest du nur dir selbst, und...«
Er kämpfte auf verlorenem Posten. Jule war in sich zusammengesunken und hatte zu weinen begonnen, so dass ihm nichts übrig blieb, als sich neben sie zu setzen und ihr einen Arm um die Schultern zu legen. Auf dem Schoß hielt sie die kleine Sophie, die sich in ihren Armen wand und unentwegt quengelte. Das Baby fand keine Ruhe und wachte auch nachts ständig auf, was bei der Hitze im Haus kein Wunder war. Dass Jule die Kleine ständig an die Brust presste, machte die Sache nicht besser. Seit die Feuer brannten, raubten sie sich gegenseitig den letzten Nerv.
Mit einem Hemdzipfel trocknete sich Gerhard das Gesicht. Die Haut spannte über den Knochen. In letzter Zeit vermied er den Blick in den Spiegel. Jule sah erschöpft aus, aber sein eigener Anblick war verheerend. Das lag an den zwei Jahrzehnten, die er ihr voraushatte, und an der Hagerkeit, die ihm jede Anstrengung scharf ins Gesicht schnitt.
Als Jule vor fünf Jahren zum ersten Mal in einem seiner Seminare an der Humboldt-Universität aufgetaucht war, hatte er bei ihrem Anblick spontan »Willkommen!« gesagt und nicht nur die Lehrveranstaltung, sondern gleich sein ganzes Leben gemeint. Ruhig hatte Jule zwischen den anderen Studenten gesessen, rothaarig, hellhäutig und wie von Licht umgeben, was außer ihm niemand zu bemerken schien.“

 

 1931086-205b6330d12a9b51d6f1029b91628bd1.jpg
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig.Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van AlgiersZie ook alle tags voor Assia Djebar op dit blog.

Uit: Les Enfants du nouveau monde

« Elle, d’un mouvement des épaules qui décelait une grâce blessée, se détournait, poursuivait sa quête le long des couloirs sombres, des chambres jamais habitées où il lui semblait soudain que, sa vie entière, elle persisterait à errer ainsi, errer encore, silhouette perdue dans les rets de l’oubli, qui fait quelques pas, s’arrête, se penche, tige souple, par une fenêtre, se retourne pour promener encore son ombre mince sur les murs immaculés que peut adoucir par moments la lumière du jour glissée à travers les stores que le petit homme tentait toujours de lever »
(…)

Le temps, elle s’en souvenait aussi. Mais à quoi bon se souvenir : le temps était maintenant toujours pareil, une durée affaissée comme une corde à jouer de fillette qui traîne dans la poussière. Elle ne disait plus : ‘Demain’, ‘bientôt’, ‘tout à l’heure’, ces notations banales qui nous portent, sans nous faire oublier la route – route parcourue à pas si menus qu’elle livre la sensation d’un présent qui s’étale et que l’on croit posséder, d’un avenir sans danger dont on s’imagine être toujours sur le point de jouir, illusion de l’avenir, illusion de sa jouissance.
Lila se voyait désormais comme un objet défait, livrée au désespoir de vivre ainsi immobile. Pour toujours ? La question n’avait aucun sens.
(…)

Salima se tendait encore, ayant choisi une fois pour toutes de persévérer, de continuer en dépit de tout, du mépris de ces filles étrangères, de l’indifférence des siens, de tant d’autres obstacles. […] Etait-ce vraiment hier, cette époque ? Voila quinze ans, ou seize…Elle était alors, de la ville, la seule musulmane à poursuivre ses études. Un père mort à l’âge où elle aurait dû, comme les autres, se cloîtrer ; une chance, en somme. […] Elle se revoyait alors à quinze ans, décider, le jurer, puisqu’elle était l’aînée, de “se conduire en homme”.

 

 1931086-f1be8084ab4780986fdcccc54f07f9b6.jpg
Assia Djebar (30 juni 1936 – 6 februari 2015)

 

 

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Zie ook alle tags voor Jacqueline Zirkzee op dit blog.

Uit: Reimer 

“Professor Heurnius toonde het spijsverteringsstelsel: keel, slokdarm, maag, darmen, blaas, nieren. Hij sneed een borst af en kloofde deze vervolgens doormidden, om te laten zien waar de melkkliertjes door het sponsachtige weefsel liepen. Een bijzonder moment volgde toen hij aan de voortplantingsorganen was begonnen, gewoonlijk een ondergeschikt deel van de totale ontleding. ‘Zoals bekend is de vrouw analoog geschapen aan de man, alleen liggen bij haar de teelballen in de buikholte in plaats van buiten het lichaam’, vertelde de hoogleraar als inleiding.
(…)

Bij vrouwen bijvoorbeeld heerst altijd een innerlijk conflict tussen hun vurige, sensuele temperament door een overmaat aan rood bloed en hun meer trage gang naar huiselijkheid door het eveneens in verhouding ruim aanwezige slijm of flegma. Om in balans te komen, zorgt het lichaam zelf voor evenwicht, namelijk via de maanstonden. In die periode kan een vrouw soms onvoorspelbaar reageren.”

 

 1931086-9569f547aec4ef0a8a4034727ec24fdb.jpg
Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Jan Schimmel werd geboren in ’s-Graveland op 30 juni 1823. Zie ook alle tags voor Hendrik Jan Schimmel op dit blog.

 

Bloempjes

I.
Heinrich Heine reisde in Holland,
En hij zag en hoorde er veel.
't Komt aan 't slot der Reise-bilder
Weldra in het vijfde deel.
 
Eens bezocht hij daar 't theater.
Dat bezoek vergeet hij nooit;
Want zijn humor werd er wakker
En 't bevrozen hart ontdooid.
 
Daar eerst leerde hij gelooven:
De eedle Kunst, zij kent geen grens! -
De Natuur werd omgetooverd
Ja, de mensch zelfs bleef geen mensch!
 
Maar, veel eischend sints die stonde,
Zag hij 't verdre lustloos aan.
Zelfs bij de apenkooi in Artis
Bleef hij, godloos gapend, staan.


II.
 
Hij doorkruiste stad en polder,
Weide en akker, duin en reê.
Telkens bracht hij van zijn zwerftogt,
Ongewone schatten meê.
 
Maar het kostbaarst was een schedel,
Dien hij zich uit duizend koos;
Want voor bloed bevond hij water,
En voor hersens wier en kroos.
 
Een van Galls geleerdste volgers,
Een talentvolle Irokees,
Peinsde op 't wezen van het wonder,
Dat hem Heinrich Heine wees.
 
Hoe hij voelde, hoe hij tastte!
Was 't een mensch, of was 't er geen?
Want de bobbel van de Rede
Was vooral ontzaglijk kleen.
 
Eindlijk riep hij: ‘Wonder, wonder!
Zeker een Vóór-zondvloedsch dier.’
‘Mis!’ zeî Heine, ‘'t is de schedel
Van een Hollandsch rentenier.’

 

 1931086-cc645d68a97f98259ec4dc77c61d736f.jpg
Hendrik Jan Schimmel (30 juni 1823 - 14 november 1906)
Portret door Hendrik Johannes Haverman

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2014 en eveneens mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:17 Reageer op dit bericht

Maarten Asscher, Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit:Oscar Wilde in Griekenland

“Onder de schrijvers, schilders en estheten van het Londense fin-de-siècle was Oscar Wilde wel een van de meest Griekse. Al wat Grieks was belichaamde voor hem een streven naar schoonheid, dat hem gedurende zijn gehele leven als dichter, prozaïst, essayist en in mindere mate ook als toneelschrijver voor ogen heeft gestaan. Het woord ‘Greek’ alleen al was voor hem de overtreffende trap van ‘beautiful’ en hij koppelde het, uit een dichterlijke aandrift tot alliteratie, bij voorkeur aan ‘gracious’ en ‘graceful’. Hoewel in zijn latere leven ‘pleasure’ de overhand kreeg boven ‘beauty’, hetgeen overigens nauwelijks minder Grieks genoemd kan worden, en hij zijn priesterschap van het esthetendom verloor, heeft de ‘Greek Spirit’ hem nooit verlaten. Deze ‘Greek Spirit’ was een vrij amorfe levensfilosofie, die zijn voornaamste houvast vond in Wilde's grote bewondering voor en kennis van de Griekse cultuur en literatuur. Bij Oscar Wilde diende deze ‘Spirit’ als een zintuig voor alle kunsten en voor schoonheid in het algemeen. Of het nu ging om het Symposion van Plato of het geheim van Botticelli, om de sonnetten van Shakespeare of om de werken van Praxiteles, dit alles had in zijn ogen slechts waardevoor hen die de kunst tot maat van alle dingen maken en die zich de schoonheid stellen tot alles regerend principe.
Men heeft zijn ‘esthetische’ houding wel afgedaan als een nogal geposeerde belangstelling voor vage schoonheidsidealen. Maar vooral uit het dichterlijke en het essayistische werk van Oscar Wilde, uit zijn brieven en in het algemeen uit zijn levenskunst - die men als zijn chef d'oeuvre zou kunnen beschou wen - blijkt een grondige en welbespraakte bekendheid met de klassieke Griekse literatuur en een groot gevoel voor de eeuwigheidswaarden die uit de Helleense cultuur kunnen worden geput.
Zijn beheersing van de Griekse taal was voortreffelijk. Een aantal van zijn berijmde vertalingen, fragmenten uit tragedies van Euripides en Aischylos en uit de Wolken van Aristophanes, is bewaard gebleven. In zijn bundel Poems uit 1881 hoort men niet zelden een verre echo van Sappho, Theokritos of Homeros, terwijl verschillende van zijn gedichten een titel of motto dragen, ontleend aan een van zijn grote klassieke voorbeelden.”

 

 1930743-d395e933cf33bca7de8669c7a2155711.jpg
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

„Worauf es jetzt ankam, waren die schönen ledernen Bücherrücken. Goethe und Ganghofer und Dostojewski und Rosegger und so weiter in vielen Reihen hintereinander. Ich bin an diesen Rücken vorbeigegangen und habe etwas gesucht und nichts gefunden, und darum bin ich den ganzen Weg, den ich beschrieben habe, wieder zurückgegangen und bin hinausgegangen und die Saalstraße hochgegangen, dann durch die Brudergasse gegangen und rechts durch die Klostergasse zum Schießteich gegangen, oder, um eine Abkürzung auszuprobieren, zwar durch die Brudergasse gegangen, aber nicht durch die Klostergasse, sondern durch die Hans-Schemm-Straße gegangen, bis zum Schießteich. Und ich ging und ging und trat schließlich in einen ¬Laden hinein, in dem Herr Ost neben den Ausrüstungsgegenständen für Briefmarkensammler auch Wunderkerzen, Taschenspiegel, Lakritzestangen aus Pferdeblut, unübertreffliche Murmeln und Gummischützer, sogenannte Frommser, prachtvolle Preßbilder, Tril¬lerpfeifen und Zündblättchen für sanfte Pistolen, perlenbestickte Portemonnaies und andere Dinge von unschätzbarem Wert führte und zu alledem auch eine Leihbücherei betrieb. Dort also fand im Jahr zweiundvierzig oder dreiundvierzig eine für diesen Beitrag wichtige und für meine Zukunft entscheidende Begegnung statt. Ich entdeckte, im Hintergrund, unterhalb von Heimatromanen und Liebesromanen, etwas im Dunkeln des Ladens, gebückt in der Nähe des Fußbodens, schmächtig und fleckig, in einem finsteren feierlichen Moment, eine Reihe von Büchern eines Mannes, dem ich hiermit mein erstes Lese-Erlebnis zuschreibe. Dieser Mann hatte einen Bart.
Was mich im Handumdrehen für ihn einnahm, waren die Illustrationen. Dann auch die Titel: Die Leiden eines Chinesen in China / Ein Drama in den Lüften / Das Dampfhaus.
Nehmen wir an, es war dreiundvierzig. Dann hatte ich also im Jahr dreiundvierzig, vielleicht gegen Abend, vom Schießteich aus, Hans-Schemm-Straße, Brudergasse Richtung Saalstraße, ein kleines bräunliches Buch aus dem Verlag Hartleben in der Tasche. Ich ließ die Verdunklung herunter. Ich blätterte ein bißchen herum. Plötzlich wurde ich eingesogen in dieses Buch; aufgeschluckt von einem Autor: Jules Verne.“

 


 1930743-9231c477b01266868e45558f7b7a8abe.jpg
Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

 

 

De Servische dichter Vasko Popa werd geboren in Grebenac op 29 juni 1922. Zie ook alle tags voor Vasko Popa op dit blog.

 

The House

Along with the first false sun
We got a visit from Agim
The woodman from near Prishtina

He brought us two red apples
Wrapped in a scarf
And the news that he'd finally got a house.

At last you've a roof over your head, Agim

No, no roof
The wind tore it off

You've a door and windows then

No door and no windows either
The winter carried them away

You've four walls at least

I've not even got four walls
All I have is a house like I said

The rest will be easy

 

 

Rastko Petrovich’s Grave

An old cleaning-woman from back home
Heard I'd visited
Rastko's Grave in Rock Creek
Cemetery in Washington

I make cakes she says
Every year on feast-days
And light candles
For my dead in the old country

And for the Osceola Indians
Since my neighbours told me
Their burying-ground lies
Underneath this whole block of houses

Now I'll do the necessary
For that Serbian poet too

He's got nobody here either

 

Vertaald door Anthony Weir

 

 1930743-d5b0c0f68679e5a535b11606ae72ab92.jpg
Vasko Popa (29 juni 1922 – 5 januari 1991)
In 1990 

 

 

De Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci werd geboren in Florence op 29 juni 1929. Zie ook alle tags voor Oriana Fallaci op dit blog.

Uit The Rage and The Pride 

„By now it was quarter past nine. Don't ask me what I felt during those fifteen minutes. I don't know, I don't remember. I was a piece of ice. Even my brain was ice. I don't even remember whether certain things I saw were from the first tower or the second. For example, the people who threw themselves from the eightieth or ninetieth floor to avoid being burned alive. They broke the glass of the windows, they climbed up and jumped out like someone who jumps out of an airplane with a parachute on. They came down so slowly, waving their arms and legs, swimming in the air. Yes, they seemed to swim in the air, never arriving. Around the thirtieth floor though, they sped up. They started to gesture desperately, penitently I imagine, almost as though they were shouting for help. And maybe they really were. Finally they fell like rocks and splat. You know, I thought I'd seen everything in war. I'd considered myself vaccinated against war, and in substance I am. Nothing surprises me anymore. Not even when I get angry, not even when I get indignant. But in war I'd always seen people who died by the hand of others. I'd never seen people who die killing themselves, throwing themselves without parachutes from the eightieth or ninetieth or hundredth floor. In war, I'd always seen things that explode. That blow up in all directions. And I'd always heard a huge racket. Those two towers though, didn't explode. The first imploded, swallowed itself. The second fused and melted. It melted just like a stick of butter placed on the fire. And it all happened, or so it seemed to me, in tomblike silence. Is that possible? Was that silence real, or was it inside me?
I also have to say that in war I'd always seen a limited number of deaths. Every battle, two or three hundred dead. Four hundred at most. Like at Dak To in Vietnam. And when the battle was finished, the Americans would gather up and count them. I couldn't believe my eyes. In the massacre of Mexico City, the one where I caught a fair number of bullets myself, they gathered at least eight hundred dead.”

 

 1930743-cd0d3e9a7cdcff3f610186c34f77b160.jpg
Oriana Fallaci (29 juni 1929 - 15 september 2006)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giacomo Leopardi werd geboren in Recanati op 29 juni 1798. Zie ook alle tags voor Giacomo Leopardi op dit blog.

 

To Italy (1818) (Fragment)

My country, I the walls, the arches see,
The columns, statues, and the towers
Deserted, of our ancestors;
But, ah, the glory I do not behold,
The laurel and the sword, that graced
Our sires of old.
Now, all unarmed, a naked brow,
A naked breast dost thou display.
Ah, me, how many wounds, what stains of blood!
Oh, what a sight art thou,
Most beautiful of women! I
To heaven cry aloud, and to the world:
'Who hath reduced her to this pass?
Say, say!' And worst of all, alas,
See, both her arms in chains are bound!
With hair dishevelled, and without a veil
She sits, disconsolate, upon the ground,
And hides her face between her knees,
As she bewails her miseries.
Oh, weep, my Italy, for thou hast cause;
Thou, who wast born the nations to subdue,
As victor, and as victim, too!
Oh, if thy eyes two living fountains were,
The volume of their tears could ne'er express
Thy utter helplessness, thy shame;
Thou, who wast once the haughty dame,
And, now, the wretched slave.
Who speaks, or writes of thee,
That must not bitterly exclaim:
'She once was great, but, oh, behold her now'?
Why hast thou fallen thus, oh, why?
Where is the ancient force?
Where are the arms, the valor, constancy?
Who hath deprived thee of thy sword?
What treachery, what skill, what labor vast,
Or what o'erwhelming horde
Whose fierce, invading tide, thou could'st not stem,
Hath robbed thee of thy robe and diadem?
From such a height how couldst thou fall so low?
Will none defend thee? No?
No son of thine? For arms, for arms, I call;
Alone I'll fight for thee, alone will fall.

 

 1930743-361493cf6822a369f7580f822939ec6c.jpg
Giacomo Leopardi (29 juni 1798 - 14 juni 1837)
Standbeeld in Recanati

 

 

De Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry werd geboren op 29 juni 1900 in Saint-Maurice-de-Rémens. Zie ook mijn blog van 29 juni 2010 en eveneens alle tags voor Antoine de Saint-Exupéry op dit blog.

Uit: De kleine prins (Vertaald door L. De Beaufort-Van Hamel)

“Ik had een hele tijd nodig om te begrijpen waar hij vandaan kwam. De kleine prins ondervroeg mij voortdurend maar scheen mijn vragen nooit te horen. Pas langzamerhand, door toevallig gesproken woorden, is het mij alles duidelijk geworden. Zo vroeg hij, toen hij voor het eerst mijn vliegtuig zag (ik zal het maar niet uittekenen, dat is me veel te moeilijk): 'Wat is dat voor een ding?' - Dat is geen ding. Het vliegt. Het is een vliegtuig, mijn vliegtuig. En ik was er een beetje trots op hem te vertellen, dat ik kon vliegen. Toen riep hij uit: ' Maar dan ben je uit de hemel gevallen!' 'Ja', zei ik bescheiden. - Nee maar, dat is gek... En de kleine prins lachte zo grappig, dat bij me erg boos maakte. Ik stel er prijs op dat men mijn ongeluk ernstig opneemt. Toen zei hij weer: 'Dus dan kom jij ook uit de hemel! Van welke planeet?' Meteen begreep ik, dat dit een beetje licht zou werpen op de geheimzinnigheid van zijn verschijning en ik vroeg plotseling: 'Dus jij komt van een andere planeet?' Maar hij antwoordde niet. Zacht schudde hij zijn hoofd terwijl hij mijn vliegtuig bekeek: 'Ja, daarmee kom je natuurlijk niet van ver...' En een hele tijd was hij in gepeins verzonken. Toen haalde hij mijn schaap uit zijn zak en bekeek zijn schat met diepe aandacht. Je begrijpt wel hoe nieuwsgierig ik was geworden door die vage aanduiding van 'de andere planeten'. Ik trachtte daarover dus meer te weten te komen. - Waar kom je vandaan, klein kereltje? En waar is je 'thuis'? Waarheen wil je je schaap meenemen? Na een lang, peinzend stilzwijgen antwoordde hij: 'Weet je wat mooi uitkomt? Met die kist die je me gegeven hebt, heeft het schaap meteen een huisje voor de nacht.' - Natuurlijk. En als je lief bent, zal ik ook een touw geven om het overdag vast te leggen. Met een paaltje. Dit vond hij blijkbaar een vreemd plan. - Vastbinden! Wat een gek idee. - Maar als je hem niet vastbindt, loopt hij weg en verdwaalt... Toen schaterde hij het weer uit. - Maar waar moet hij heen? - Zo maar ergens. Rechtuit... Toen zei de prins ernstig: 'Dat doet er niets toe. Bij mij thuis is het allemaal zo klein!' En een beetje verdrietig misschien voegde hij eraan toe: 'Rechtuit kom je niet erg ver...'

 

 1930743-4d728fe50eb119f8b97857f832b6a815.jpg
Antoine de Saint-Exupéry (29 juni 1900 - 31 juli 1944)
Scene uit de animatieserie uit 2011 

 

 

De Vlaamse schrijver Anton "Tony" Bergmann werd geboren te Lier op 29 juni 1835. Zie ook alle tags voor Anton Bergman op dit blog.

Uit:Ernest Staas

“Tegen den muur werd de boekenkast geplaatst; in 't midden der kamer het bureau-ministre, en er achter in eenen breeden leunstoel de rechtsgeleerde, de pen achter 't oor, het wetboek in de hand, bereid om te adviseeren, exploiteeren, procedeeren, concludeeren en appeleeren tegen geheel de wereld.
Er ontbrak hem niets meer dan... zaken en cliënten.
Het is waar, de ligging was voortreffelijk.
Hij zag de zuilen van het paleis van justitie; hij zag de oude confraters de trappen optrekken, gebogen onder het gewicht hunner zware procesbundels, hij zag zelfs de pleiters zijn huis... voorbijtrekken; maar daar bleef het bij: niet een enkel, die bij hem aanklopte.
Het kwartaal liep ten einde.
Monsieur Lefinaud bracht zijne rekening, maar had nog den eersten bezoeker aan te kondigen.
‘De ligging is misschien wel zoo goed niet als u dacht,’ bemerkte ik.
‘Ho, monsieur!’ hervatte de kleermaker.
‘De cliënten althans schijnen er den weg niet van te kennen,’ poogde ik te lachen.
‘Dat kan zoo spoedig niet komen,’ bracht de huisbaas in, ‘doch als mijnheer mij veroorlooft, 't is maar eene vraag: houdt mijnheer zich niet ruim zedig, ruim stil? In eene groote stad moet er wat beweging, wat klatergoud, wat bluf bij zijn. Zie, mijnheer, als ik mij hier eerst vestigde, ging het juist gelijk met u. Ik geloof niet, dat ik op veertien dagen aan twee personen de maat nam, ik, die te Schaarbeek zulke schoone klanten had...’ en monsieur Lefinaud speelde bevallig met zijnen meter, die hem steeds om den hals hing.”

 

 1930743-a971bf639c23d5ce5f4cb9cad7b6a822.jpg
Anton Bergmann (29 juni 1835 – 21 januari 1874)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Willibald Alexis (eig. Georg Wilhelm Heinrich Häring) werd geboren op 29 juni 1798 in Breslau. Zie ook alle tags voor Willibald Alexis op dit blog.

Uit: Der Roland von Berlin

„In der Hast ausgeführt, weil man's bedurfte, als die Städte sich zusammenthaten zu einer, war es nicht so fest und von dicken Steinen, als die großen Rathäuser in andern reichen Städten. Darum dauerte es auch nicht über das Mittelalter hinaus, und ist keine Spur davon übergeblieben. Waren kaum die Untermauern und ein Teil des Erdgeschosses von Stein, und wo's war, waren's nur Backsteine. Das andere ruhte auf Pfahlwerk, und waren die Obergeschosse alle Fachwerk. Aber zur Zeit, wo beide Städte dieses Rathaus zu gemeinsamer Ehr und Nutzen aufführten, was um ein hundert und einige Jahre früher geschah, als diese Geschichte spielt, baute man in Fachwerk nicht minder kühn und lustig, als in Stein und Mörtel. Da fand man dieselben Formen in den himmelhohen hölzernen Häusern wieder, über die wir in den gotischen Baudenkmälern der Vorzeit aus Sandstein und Marmor staunen. Ja die Laune erging sich noch wunderlicher und bunter in dem gefügigeren Holze, da der Stein strengere Gesetze und Regeln vorschreibt. Die überragenden, oberen Geschosse, mit wunderbar geschnitzten Balkenköpfen, die ausgebauten Ecktürmchen und Söller, wodurch die engen Straßen oft ganz überdacht wurden, davon war nicht der Mangel an Raum allein der Grund; es war ebenso oft die Laune des Baumeisters, der im Himmel an Spielraum gewinnen wollte, was ihm auf Erden zu schmal zugemessen war. Waren diese Bauten auch gar nicht so gefährlich, als man meint. Wenn einer so bauen wollte heut, ach was würden sie schreien, und die Nachbarn dächten, es müßte übermorgen ihnen auf die Köpfe fallen. Aber schaut Euch doch um in den vielen hölzernen Städten unseres lieben Deutschlands. Drei, vier, fünfhundert Jahre hat ein solches Holzhaus aus dem Rücken: freilich ist der Nerv kernige Eiche. Es krümmt sich auch wohl vorm Alter und liegt über, aber es fällt nicht. Noch stehen diese übergekragten, kunstvoll geschnitzten Häuser in Halberstadt, Hildesheim, Nürnberg, wie umgekehrte Pyramiden; sie verloren in keinem Jahrhundert ihr Gleichgewicht. Erst in dem unsern trägt man diese Schmuckkästlein bürgerlicher Baukunst allmählich ab, nicht aus Not und Fürsorge; aber der Sinn änderte sich. Er will itzo leere Räume um sich haben, um behaglich zu sein, wo die Väter sich einschachtelten, um warm zu sitzen.“

 

 1930743-806ef8a266b94bc99c30ec3f7dd9397e.jpg
Willibald Alexis (29 juni 1798 – 16 december 1871)
Borstbeeld in Arnstadt



Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:22 Reageer op dit bericht

Thomas Frahm

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Hij woont sinds de vroege jaren 2000 in Bulgarije. Thomas Frahm studeerde geografie, stedenbouw en filosofie aan de universiteit van Bonn. Zijn eerste poëziebundels werden gepubliceerd in 1987 en 1991 bij de Verlag Irene Kuron, een uitgeverij van wetenschappelijke en culturele publicaties in Bonn. Frahm begon rond 1993 in Sankt Augustin bij Bonn een uitgeverij, de Avlos-Verlag. De kleine uitgeverij richt zich in het bijzonder op interculturele literatuur (migranten literatuur), literaire werken van schrijvers en dichters uit de Balkan, met name Bulgarije, evenals "regionale literatuur" uit de regio Niederrhein. Sinds 2000 werkt Frahm als freelance schrijver. Hij publiceert verhalen, essays en poëzie. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Beim Warten

Mit welchem Durst du jagst
zu deinen ungezählten Treffen,
als wäre ich ein ausgetrocknet Brot,
bei dessen Anblick du sofort nach Wasser fragst −

Mit welcher Gier du auswärts isst
(als wäre ich der Inbegriff von Hungertod),
derweil die Straßenköter schon wie Wölfe kläffen
und meine Seele die Sekunden misst −

 

 

Zweiter Frühling

Der grüne Ausschlag, den man Frühling nennt.
Das Leben, das in allen Knospen brennt.
Die Ströme, die in müde Knochen fließen.
Die Wünsche, die dir in die Zellen schießen.

Das alte Brot, das du nun nicht mehr isst.
Das Wintergrau, das unwirsch du vergisst.
Das Warten, das sich zur Erwartung wandelt.
Das Kommende, das einfach an dir handelt.

 

 

 1938618-515669c3a469ca0f95c6bf10dd726f9c.JPG
Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten