Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 juli 2016 tot 7 juli 2016

Ivo Victoria, Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl, Miroslav Krleza, Reinhard Baumgart, János Székely

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog

Uit: Gelukkig zijn we machteloos

“Er dansen vlekken voor mijn ogen. En er hangt een geluid in de lucht. Ongrijpbaar. als mist. Een hoge. Zingende toon. Het lijkt van buitenaf te komen. Dat kan allicht niet.
Het zijn mijn oren die tuiten. Dat is het. Mijn lichaam zindert. Geperforeerd met duizend naalden. Pijn, overal pijn.
Behoedzaarn draai ik mijn hoofd. Eerst naar links, en dan naar rechts. Naast mij zit de jan-van-gent. Roerloos.
Vlakbij. Waar kom t die vandaan? Hoe komt het dat hij zich op ooghoogte bevindt? Mijn billen zijn koud en vochtig, mijn broek en onderbroek doorweekt van het natte gras.Ik sta niet recht. Ik zit op de grond. Ik heb mijn handen naast mij neergezet. als pilaren. Mijn benen liggen voor mij.
Frappant. Ik zit als het ware tot heuphoogte in de grond begraven - zoals kinderen weleens doen met hun vader op het strand. En iemand heeft die benen voor mij neergelegd.
Dejan-van-gent mekkert. Hij klinkt niet zielig of triest, zoals daarstraks, maar eerder verbolgen.
Billie. Waar is Billie? Ik zie haar nergens. Ik ril, maar het is nog steeds warm. Nog warm er. zo lijkt het wel. Het miezert een beetje. De regen valt als zweet.
Wat is er gebeurd. waarom zit ik hier? Ik kan mij niks voor de geest halen. Helemaal niks. Ik trek mijn benen op, leg mijn handen op mijn knieën en buig voorover. Ik laat mijn hoofd rusten op mijn armen. Ik sluit de ogen.
Billie. Ik zie Billie weer staan. Ik zie hoe ze de storm uitdaagt als een toreador, lange haren als zwart zeewier in haar gezicht. Slanke arm en dansend in de regen. Hey, Ma-hatsuko! Dat is het. Dat roept ze: Hey. Mahatsuko. Het lijkt alsof ze het tegen mij roept. Het klinkt alsof ze een dier opjut. Ik weet niet wie of wat Mahatsuko is.”
En terwijl ik daarover nadenk. sta ik voorzichtig op. Ik maak en kele eenvoudige rek- en strekbewegingen. Het bloed begint weer door mijn lijf' te stromen en langzaam trekt de pijn weg uit mijn botten. Ik betast mijn gezicht en mijn haren. die pluizig zijn. De zon breekt door.”

 

 1933588-0caf06fcb1b950a308e72b1f26bb1b1a.jpg
Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

 

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook alle tags voor Lion Feuchtwanger op dit blog.

Uit: Die Jüdin von Toledo

„Länger als drei Jahrhunderte dauerte dieses Blühen. Dann kam ein großer Sturm und zerstörte es.
Es hatten sich nämlich, als die Moslems die Halbinsel eroberten, zersprengte Abteilungen christlicher Westgoten ins nördliche Bergland Spaniens geflüchtet, sie hatten in dem schwer zugänglichen Gebiet kleine, unabhängige Grafschaften gegründet und von dort aus, Geschlecht um Geschlecht, den Krieg gegen die Moslems weitergeführt, einen Bandenkrieg, eine Guerilla. Lange kämpften sie allein. Dann aber verkündete der Papst in Rom einen Kreuzzug, und große Prediger forderten in flammenden Worten auf, den Islam zu vertreiben aus den Ländern, die er den Christen entrissen hatte. Da stießen denn Kreuzfahrer von überallher auch zu den kriegerischen Nachfahren der früheren christlichen Herren Spaniens. Beinahe vier Jahrhunderte hatten diese letzten Westgoten warten müssen, nun drangen sie nach Süden vor. Die verweichlichten, verfeinerten Moslems konnten ihrer Wildheit nicht standhalten; in wenigen Jahrzehnten eroberten die Christen die ganze nördliche Hälfte der Halbinsel zurück bis hinunter zum Tajo.
Die Moslems, von den christlichen Armeen immer härter bedrängt, riefen ihre Vettern aus Afrika zu Hilfe, wilde, glaubenseifrige Krieger, viele aus der großen südlichen Wüste, der Sahara. Diese hielten den Vormarsch der Christen auf. Aber sie verjagten auch die kultivierten, freigeistigen moslemischen Fürsten, die bisher im Andalús geherrscht hatten, sie duldeten keine Laxheit mehr im Glauben; der afrikanische Kalif Jussuf ergriff die Herrschaft auch im Andalús. Um das Land von allem Unglauben zu säubern, berief er die Vertreter der Judenheit in sein Hauptquartier nach Lucena und sprach zu ihnen: »Im Namen des Allbarmherzigen Gottes. Der Prophet hat euern Vätern Duldung in den Ländern der Gläubigen gewährt, aber unter einer Bedingung, die aufgezeichnet ist in den alten Büchern. Wenn euer Messias nicht binnen eines halben Jahrtausends erscheint, dann werdet ihr – so haben eure Väter es zugesagt – ihn, Mohammed, als den Propheten der Propheten anerkennen, der eure Gottesmänner überschattet. Die fünfhundert Jahre sind um. Erfüllt also den Vertrag, bekennt euch zu dem Propheten, werdet Moslems! Oder verlaßt mein Andalús!«
Sehr viele Juden, obwohl sie nichts von ihrer Habe mitnehmen durften, wanderten aus. Die meisten ins nördliche Spanien; denn die Christen, die dort nun wieder herrschten, benötigten, um das kriegszerstörte Land neu aufzubauen, den überlegenen Wirtschaftsverstand, den Gewerbefleiß und die vielerlei andern Kenntnisse der Juden. Sie gewährten ihnen die bürgerliche Gleichheit, die ihre Väter ihnen versagt hatten, und darüber hinaus viele Privilegien.“

 

 1933588-59cebf5f0d638e1302ae93261fb39d74.jpg
Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)
Cover

 

De Russische dichter Vladimir Majakovski werd op 7 juli 1893 in Georgië geboren. Zie ook alle tags voor alle tags voor Vladimir Majakovski op dit blog.

 

A Cloud In Trousers - Part I (Fragment)

You think malaria makes me delirious?

It happened.
In Odessa it happened.

'I'll come at four,' Maria promised.

Eight.
Nine.
Ten.

Then the evening
turned its back on the windows
and plunged into grim night,
scowling
Decemberish.

At my decrepit back
the candelabras guffawed and whinnied.

You would not recognise me now:
a bulging bulk of sinews,
groaning,
and writhing,
What can such a clod desire?
Though a clod, many things!

The self does not care
whether one is cast of bronze
or the heart has an iron lining.
At night the self only desires
to steep its clangour in softness,
in woman.

And thus,
enormous,
I stood hunched by the window,
and my brow melted the glass.
What will it be: love or no-love?
And what kind of love:
big or minute?
How could a body like this have a big love?
It should be teeny-weeny,
humble, little love;
a love that shies at the hooting of cars,
that adores the bells of horse-trams.

 

 1933588-fda5d279926b5c7e718c0e2703865452.jpg
Vladimir Majakovski (7 juli 1893 - 14 april 1930)
Aan het strand 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, cabaretier, tekenaar en muziekproducent Clemens Haipl werd geboren op 7 juli 1969 in Wenen. Zie ook alle tags voor Clemens Haipl op dit blog.

Uit: Sind wir bald da?

„MONTAG, 25. MAI
Von wegen »Karten nicht leisten« ... 54.000 Menschen, und keineswegs ausschließlich männliche Akademiker oder Webdesigner. Woher haben die alle so viel Taschengeld? Ich meine, achtzig Euro sind achtzig Euro. Halleluja... Wenn AC/DC als politische Partei antreten würden, hätten die gute Chancen auf ein paar Mandate. Ich bin baff. Und taub. Vielleicht hätte ich die mitgebrachten Ohrenstöpsel nicht nur in der Hosentasche mit mir herumtragen sollen. Wenn man unmittelbar vor der PA-Anlage in einem Stadion steht und die Rockband schlechthin ihre Marshals durchbläst, ist der Placebo-Effekt von Ohrenstöpseln in der Hosentasche zu vernachlässigen.
Die sanitären Zustände im und ums Stadion waren schlicht katastrophal. Auf dem Weg zu den Stehplätzen musste man durch Pisse waten. Und das meine ich im Wortsinn. Es waren einfach zu wenige Dixie-Klos da, und so haben die Leute einfach in die Stadion-Einfahrt gepisst. Sicherheitshalber ist die gut betoniert und hat keinen Abfluss.
Warum auch? Innen regnet es ja eher selten. Es kann also kein Urin versickern oder abrinnen. Lecker. Gut, dass ich keine Flip-Flops getragen habe. Stunden vor dem Konzert sind die Getränke ausgegangen, mussten nachgeliefert werden ... Muss man als Veranstalter ein Volltrottel sein oder hilft es nur? Ich meine, es ist ja nicht so, dass das eine Newcomer-Band ist, die da spielt, und dass man das zum ersten Mal veranstaltet. Und ein bisschen Geld werden die alle wohl auch verdienen. Achtzig Euro mal 54.000 plus noch mal so viel für Merchandising und Bier.“

 

 1933588-a436e7c0c6f21d0583bed0bcfb420b43.jpg
Clemens Haipl (Wenen, 7 juli 1969)
 

 

De Kroatische schrijver Miroslav Krleza werd geboren op 7 juli 1893 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Miroslav Krleza op dit blog.

Uit:The Banquet in Blitva (Vertaald door Edward Dennis Goy and Jasna Levinger)

“For them he was only apparently alive and no one, it would appear, could possibly grasp how it was that he continued to circulate in the world of Blitva and demonstratively put in an appearance in cafés. In his presence one noticed a semisilent movement of lips. There was a flash of glassy looks, and the touch of his hand, apparently, acted coldly and unpleasantly on his personal acquaintances, like a touch of death. And in those looks around him there hovered a tired human conscience, like a large, gray fly, dying in the cold of a Blitvinian November wind.
"You are mistaken in one of your basic propositions," Dr. Burgwaldsen had said to him, Burgwaldsen, who, for decades, had lectured in Vayda-Hunnen on the legal history of the Scythian, Carpatohunnish, and Karabaltico-Finnish peoples. "You're forgetting that Blitva doesn't live in the twentieth but in the fifteenth or in the sixteenth century at most. The fact that you have rebelled in defense of free civil dignity, in the civic, Jacobinian, citoyen (so to speak) sense of this obscure concept, that is what I call a false supposition, amice, and false suppositions inevitably produce poor conclusions! For this is how things are with us: that people are beaten during police inquiries, that, certainly according to the better, so-called European customs, could not be justified. In no way! Yet, after all, where today is that Europe where 'the better European customs' are valid? Answer me that question, my dear friend! Yes! Indeed! I ask you! Beating, typical Blitvinian beating, as an accompaniment to administrative functioning, that one could somehow explain: by means of hints from above and the excessive zeal of our common people, of the so-called lower, subaltern organs, as also so many other negative phenomena, by examination of causes and grasping of effects. This pathetic fact might gain its interpretation only in that sense which I, in the beginning, had the honor to quote, and that is that we are living in the fifteenth or, at the most, the sixteenth century.”


1933588-def129b3029deba258f85ae769a19af9.jpg

Miroslav Krleza (7 juli 1893 – 29 december 1981)
Portret door Petar Dobrović, 1930

 

 

De Duitse schrijver, essayist en literatuurcriticus Reinhard Baumgart werd geboren op 7 juli 1929 in Breslau. Zie ook alle tags voor Reinhard Baumgart op dit blog.

Uit:Damals, ein Leben in Deutschland

„Er konnte fahrende Kutschen aufhalten, indem er in die Speichen griff - ein Riese mit empfindsamer Seele. Denn aus dem Weltkrieg war er offenbar verstört zurückgekommen oder eben nicht zurückgekommen, also »seltsam« geworden. Er hatte angefangen, mühsam genug, Medizin zu studieren, war an Morphium geraten und hatte schließlich seinem Leben ein Ende gesetzt, ich weiß noch immer nicht, wie —über seinen Selbstmord sprach man in der Familie nur vorsichtig andeutend, am liebsten gar nicht. Aber nun wurde auch seine Mama seltsam, »konnte nicht mehr durch Türen gehen«, so hieß ihre Seltsamkeit, und ich versuchte mir immer vorzustellen, wie diese Großmutter denn lebte, wenn sie sich nicht mehr von einem
Raum in den anderen bewegen konnte. Aber sie lebte auch nicht mehr lange und ist so still und unauffällig gestorben, wie sie wohl immer gelebt hatte. Merkwürdigerweise waren ihre fünf Töchter, darunter meine Mutter als älteste, lebhaft und kräftig und sind bis ins hohe Alter selbstbewußt und auch fröhlich mit ihrem Leben zurechtgekommen.
Doch erschreckend still saß nun der verwitwete Großvater Jonas bei seinen seltenen Besuchen an unserem Tisch, der königlich-preußische Domänenpächter mit dem eisgrauen Riesenschädel, der sein Gut, das kein Sohn mehr übernehmen konnte, resigniert aufgegeben und schon vorher ein Vermögen in der Inflation verloren hatte. Eigentlich weiß ich von ihm nur, daß er überaus gern Königsberger Klopse mit Kapernsauce aß und streng und leidend aufblickte, wenn ein Kind zu laut sprach bei Tisch. Das war auf seinem Gut Fürstenau, im dunkel getäfelten Saal unter den Schellerschen und Jonasschen Ahnenbildern, offenbar nie vorgekommen. Er selbst sagte an unserem Tisch kaum mehr als sehr leise und höflich »Bitte« und »Danke« und sah manchmal doch freundlich, wenn auch etwas erschrocken hinüber zu uns, seiner Enkeltochter und seinem Enkelsohn. So eingeschlossen schien er in seine stille Trauer und Resignation, daß er mir noch an seinem Grab leid tat.“

 

 1933588-f1c27754f75041678db98b9e2fcfe616.jpg
Reinhard Baumgart (7 juli 1929 – 2 juli 2003)

 

 

De Hongaarse schrijver en draaiboekaureur János Székely werd geboren op 7 juli 1901 in Boedapest. Zie ook alle tags voor János Székely op dit blog.

Uit: Der arme Swoboda (Vertaald door Leon Scholsky)

„Zum ersten Mal in seinem Leben unbeschäftigt, langweilte sich Swoboda zu Tode. Er trieb sich immer öfter im Bahnhof herum, denn die Eisenbahnen hatten es ihm angetan, erinnerten sie ihn doch daran, wie sein Soldatenleben begonnen hatte. Als er nun eines Tages auf dem Bahnsteig hockte, bat ihn ein neuankommender Rekonvaleszent, ihm doch bitte sein Gepäck zu tragen. Was Swoboda bereitwillig tat und für seine Mühe eine Krone bekam. Am nächsten Tag bot er also seine Dienste weiteren Neuankömmlingen an. Von da an war Swoboda der Gepäckträger des Städtchens.
     Die Jahre vergingen. Das Gemetzel wurde vorübergehend eingestellt. Das Soldatenheim wurde aufgegeben, und die Stadt hatte keine ersichtliche Verwendung für einen Dienstmann. Swoboda blieb trotzdem am Bahnhof. Warum? Weil er nun einmal da war, ganz einfach. Hätte der Zug ihn woanders abgesetzt, wäre er eben woanders geblieben.
     Hier war er, und hier blieb er. Und weil ein Mann essen muß, verdiente er sich auch recht und schlecht seinen Lebensunterhalt. Seine Unbedarftheit kam ihm dabei sehr zustatten. Ein Mann mit auch nur einer Unze Verstand hätte seine Kräfte dazu verwandt, Geld für die Miete beschaffen, zum Beispiel. Swoboda legte keinen Wert auf eine Wohnung, also hatte er auch keine Probleme mit der Miete. Als das Soldatenheim endgültig die Tore schloß, schulterte Swoboda seinen Koffer, der seine ganze irdische Habe enthielt, brachte ihn zum Bahnhof, gab ihn bei der Gepäckaufbewahrung ab und richtete sich im Wartesaal häuslich ein. Jeden Abend, wenn der Neunzehn-Uhr-zehn durch war und die Bahnhoflampen auf Nachtbeleuchtung geschaltet, streute Swoboda frisches Heu auf den Fußboden und legte sich zum Schlafen nieder. Er schlief so tief, daß der Nachtexpress nach Prag ihn in den ganzen zwanzig Jahren kein einziges Mal geweckt hatte. Und wenn morgens die Sechs-Uhr-vierzig-Pendler erschienen, hatte er sein Lager bereits weggeräumt. Freilich benützten die Passagiere den Wartesaal nur notgedrungen, bei besonders schlimmem Wetter, denn Swobodas ganz besonderer Duft verzog sich nicht einmal im Sommer vollständig, auch wenn die Tür den ganzen Tag offenstand."

1933588-3034890cff151d9c33f3b6db6d8b2047.jpg
János Székely (7 juli 1901 – 16 december 1958) 
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2014 en ook mijn blog van 7 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:27 Reageer op dit bericht

Bodo Kirchhoff, Lucas Hirsch, William Wall, Hilary Mantel, Bernhard Schlink, Marius Hulpe, Peter Hedges

De Duitse schrijver Bodo Kirchhoff werd geboren op 6 juli 1948 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Bodo Kirchhoff op dit blog.

Uit:Wo das Meer beginnt

“Was ist mit dir, was denkst du? Du denkst, ich hätte keine Phantasie, ich könnte mir nicht vorstellen, was an dem Abend zwischen dir und dem Mädchen war, aber ich kann es mir vorstellen, und wie ich das kann«, sagte mein alter Lehrer, kaum saßen wir uns zum ersten Mal bei einer Kanne lakritzeschwarzem Kaffee gegenüber, ich noch beurlaubt und er krank geschrieben. Das war für mein Gefühl gestern, in diesem März, dem März, als Bagdad vor Berlin oder Beckham in den Nachrichten kam.
»Denn ich kenne das Mädchen, und ich kenne dich, Haberland, und ich weiß, was ein Schulkeller ist und wie man sich fühlt nach einer Theaterprobe, Sommernachtstraum, doch es würde auch schon der Name des Mädchens genügen, um es mir vorstellen zu können. Ihre Mutter, alleinerziehende Ärztin mit Bildungsallüren, hatte sich, inspiriert durch einen Roman, für Tizia entschieden, was die Tochter zwingen sollte, apart zu sein, so wie dein vielbeschäftigter Vater – ein einziges Mal besuchte er meine Sprechstunde, um nach deinen Fortschritten im Deutschen zu fragen – dich mit nichts als einem Wort dazu verdammt hat, als Mann aufzutreten. Stil, sagte er, das sei sein Appell an dich, und so trafen zwei Verdammte aufeinander, die eine mit dem Willen, alles Aparte abzuwerfen, der andere mit dem Vorsatz, endlich mit eigenem Stil aufzutrumpfen. Oh, ich kann es mir sogar lebhaft vorstellen, wie dieses Mädchen, das gar kein Mädchen mehr war, wenn auch noch lang keine Frau, nach der Theaterprobe – sie die Thisbe, du der Pyramus, die Szene mit der symbolischen Wand und dem Loch – dir in den Keller gefolgt ist oder gar vor dir herging, Hände im Nacken, und mit dem Fuß die Tür zum Heizraum aufstieß …
Wenig später brennt dort beiderseits einer Luftmatratze je eine Kerze, und ein klassischer Plattenspieler mit alter Platte, Schuleigentum, liefert dazu die Musik, auf die wir noch kommen. Und wie gesteuert von dieser Musik knöpft sich Tizia das Hemd auf, das sie als Thisbe getragen hat, und läßt es sich über die Schultern fallen, und übrigbleiben – alles andere verschwindet für dich – zwei überraschend volle Brüste, die über dem Herzen etwas schwerer und beide mit einer Gänsehaut, wahrlich apart, als führten sie ein Eigenleben.“

 

 1933248-16e219fd75de3b8508c2984256c79628.jpg
Bodo Kirchhoff (Hamburg, 6 juli 1948)

 

 

De Nederlandse dichter Lucas Hirsch werd geboren op 6 juli 1975 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Lucas Hirsch op dit blog.

 

Nr. 5.

Als ik naar mijn handen kijk besef ik
dat deze handen nooit iemand zullen redden

Ik bid vaak tot God en als er al antwoord komt
komt het krakend in Morsecode binnen
M-A-Y-D-A-Y! M-A-Y-D-A-Y!

Ik probeer uit alle macht het water aan de andere kant
van het bad te houden, maar als de joker tegen de dief zegt
dat hij de pleiterik gaat, volgt de dichter

Mijn collega zingt dat wie niet springt geen jood is
Volgens een andere collega moeten alle joden aan het gas
in een stadion, op zondag of een andere willekeurige
doordeweekse dag, waarop we spruitjes eten met slavinken en
mayonaise

Ik tel tot tien en als ik mijn ogen open
ben je nog steeds een hufter

 

 

Jericho

Zes hele jaren om mijn leven heen gelopen
Rond het zevende zeven keer gehuild

Maakt het uit
dat ik in de jaren die volgden
niet gedronken heb?

Wat valt er te juichen
als ik mijn rondgang staak?
Er blijven dingen breken

 

 1933248-24730bd7b155e677fafc5f882f0d4b5f.jpg
Lucas Hirsch (Hilversum, 6 juli 1975)

 

 

De Ierse dichter en schrijver dichter William Wall werd geboren in Cork City in 1955. Zie ook alle tags voor William Wall op dit blog.

Uit: What Slim boy, O Pyrrha

“Nor can he reasonably be expected to begin telling someone a sub-narrative at the height of an attack. This is a story and devices available to novelists – interleaving chapters in a complex time-frame, for example – are not appropriate here. In the end, because I want to get on with it, I type three asterisks and go straight into his memory of the day he said goodbye to a certain woman in Beaulieu (it is pronounced Bewley, and, surprisingly, is in the south of England, not France) on a languid summer afternoon in 1914.
* * *
The sun is low on the evening of a perfect day. The cypress trees cast long irregular shadows on the manicured lawn. In the distance the pock of mallet and ball can be heard. (Or perhaps the pock of bat and ball? The villagers have come to the house of the rich man – the lord? – for their annual cricket match against the tenants. They linger in the edge of memory, in white, doing very little for long periods and then rushing about in inexplicable patterns. The whirling arm, the swing of the bat – pock.) Down the cypress walk you go, from shadow to shadow, following the woman and the man. You hear their tender conversation. He wears the uniform of the Hampshire Regiment, and with a gasp you realise that this is the first time in the story that you have seen him with his clothes on. It creates a peculiar kind of intimacy which you find contradictory. At first you see them at a distance, moving elegantly among the trees. Then you approach more closely, and finally you are a secret third party to their conversation, the ghost of the future standing with them, shoulder to shoulder.
It comes as a shock to discover that their conversation is salty and sexual. They are reliving an actual sexual encounter in detail. The language they use is pure D.H. Lawrence. Because you are a ghost you are privy also to the man’s actual thoughts and I have given him certain phrases from Catullus and Ovid (we have already established that he is a classicist) which confirm the universality of the terms."

 

 1933248-7c5604937bfd2ffc8e8c25d9d803ad20.jpg
William Wall (Cork City, 6 juli 1955)
Cork City

 

 

De Engelse schrijfster, critica en advocate Hilary Mary Mantel werd op 6 juli 1952 als Hilary Mary Thompson in Glossop, Derbyshire, geboren. Zie ook alle tags voor Hilary Mantel op dit blog.

Uit: Wolf Hall

“When the basin comes, and the water and the cloth, she stands over him and works away, dabbing gently at his closed eye, working in small circles round and round at his hairline. Her breathing is ragged and her free hand rests on his shoulder. She swears under her breath, and sometimes she cries, and rubs the back of his neck, whispering, ‘There, hush, there,’ as if it were him who were crying, though he isn’t. He feels as if he is floating, and she is weighting him to earth; he would like to put his arms around her and his face in her apron, and rest there listening to her heartbeat. But he doesn’t want to mess her up, get blood all down the front of her.
When Morgan Williams comes in, looking Welsh and pugnacious, wearing his good town clothes, it’s clear he’s heard the news. He stands by Kat, staring down, temporarily out of words; till he says:‘See!’ He makes a fist, and jerks it four times in the air. ‘That!’ he says. ‘That’s what he’d get. Walter. That’s what he’d get. From me.’
‘Just stand back,’ Kat advises him. ‘You don’t want bits of Thomas on your good jacket.’
No more does he. He backs off. ‘I wouldn’t care,’ he says, ‘but look at you, boy. I bet you could cripple the brute in a fair fight.’
How much would you bet? he wonders.
‘It never is a fair fight,’ Kat says. ‘He comes up behind you, right,Thomas? With something in his hand.’
‘Looks like a glass bottle, in this case,’ Morgan Williams says. ‘Was it a bottle?’
He shakes his head. His nose bleeds again. ‘Don’t do that, brother,’ Kat says. It’s all over her hand; she wipes the blood clots down herself. What a mess, on her apron; he might as well have put his head there after all.
‘I don’t suppose you saw?’ Morgan says. ‘What he was wielding, exactly?’
‘That’s the value,’ says Kat, ‘of an approach from behind – you sorry loss to the magistrates’ bench. Listen, Morgan, shall I tell you about my father? He’ll pick up whatever’s to hand. Which is sometimes a bottle, true. I’ve seen him do it. I’ve seen him do it to my mother. Even our little Bet, I’ve seen him hit her over the head. Also I’ve not seen him do it, which was worse, and that was because it was me about to be felled.“

 

 1933248-fa52e91389127956f6c6fdf43a9afef0.jpg
Hilary Mantel (Glossop, 6 juli 1952)
Scene uit de tv-serie “Wolf Hall” met Mark Rylance (Cromwell) en Damian Lewis (Henry VIII), 2015

 

 

De Duitse schrijver en jurist Bernhard Schlink werd geboren in Großdornberg op 6 juli 1944. Zie ook alle tags voor Bernhard Schlink op dit blog.

Uit: Sommerlügen

„Sie machte den Spaziergang, den sie jeden Morgen machte: vorbei an Schule und Post, Apotheke und Obstladen, durch die Siedlung zum Wald, am Hang bis zum Bierer Hof und wieder zuruck. Die Strecke bot immer wieder den Blick in die Ebene, den sie liebte. Sie war eben und in einer Stunde zu bewaltigen. Der Arzt hatte ihr gesagt, sie musse jeden Tag mindestens eine Stunde laufen.
Der Regen der letzten Tage hatte nachts aufgehort, der Himmel war blau und die Lu∫ frisch. Der Tag wurde heis werden. Sie horte die Gerausche des Walds: den Wind in den Baumen, Specht und Kuckuck, knackendes Geast und raschelnde Blatter. Sie hielt nach Rehen und Hasen Ausschau; sie waren hier zahlreich und ohne Scheu. Sie hatte den Wald gerne gerochen; noch regennass und schon sonnenwarm roch er am besten. Aber sie konnte seit einigen Jahren nicht mehr riechen. Der Geruchssinn war eines Tages einfach ausgefallen, wie die Liebe zu den Kindern. Ein Virus, hatte der Arzt gesagt.
Mit dem Geruchssinn war auch der Geschmackssinn verlorengegangen. Essen hatte ihr nie viel bedeutet, und dass sie nicht mehr schmecken konnte, war nicht schlimm. Schlimm war, dass sie die Natur nicht mehr riechen konnte, nicht nur den Wald, auch die bluhenden Obstbaume, die Blumen auf dem Balkon und in der Vase, den warmen und trockenen Strasenstaub, auf den die ersten Regentropfen fallen.
Auserdem empfand sie, nicht mehr riechen zu konnen, als Schmach. Dass man riechen kann, gehort einfach dazu.“

 

 1933248-72a5e6aa8d9063180b3d5837c6d6ca87.jpg
Bernhard Schlink (Großdornberg, 6 juli 1944)
Cover 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

das haus

vor viereckigen schaltern, sinkenden schultern,
hinter grauem thema inkl. marmorfassung
stehen als dünne rüssel die wartenden:
auf die auszahlung, die kapitalerhöhung, den verbesserten satz,
»den mitzunehmen schaffst du meistens nicht«,
haucht mir, feucht, ein greis in den nacken.
hinter der scheibe ein junges lächeln, unverschämt
unschuldig blättert es die lappen vor sich hin,
ein noch jüngeres, nicht mal grundschule,
hebt ein geldstück vom teppich, steckt
es ein & vermehrt den zins – superexponentiell;
übertrumpft, mit geduld & bescheidenheit, alle,
sieht mich an, grinst, flüchtet durch den langen,
halbdunklen flur hinaus, ins grelle licht.

 

 

und als ich

und als ich nach zigtausend farben die spiele
erkannt hab bloß fetzen aber rhythmisch plausibel
wie zwölftonmusik inkommensurabel &
verfinstert die lauschenden mienen die harten
meiden die nähe & ziehen sich verklärt sowie vollständig
in die älteren muster zurück in verdikte die weichen
suchen tatsächlich gewöhnung auch wo sie keines-
falls zu finden ist aber die ruhe nur
weitersuchen geduld

 

 1933248-5cce6ebe3bf05e155036c0c5bf5ce75b.JPG
Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

 

De Amerikaanse schrijver, draaiboekauteur en regisseur Peter Hedges werd geboren in West Des Moines, Iowa, op 6 juli 1962. Zie ook alle tags voor Peter Hedges op dit blog.

Uit: What's Eating Gilbert Grape

“Gilbert?”
“Yeah?”
Bread crust and peanut-butter chunks fall off Arnie’s T-shirt as he stretches it down past his knees. “Gilbert?”
“What is it?”
“How many more miles?”
“I don’t know.”
“How many, how many more till the horses and stuff?”
“Three million.”
“Oh, okay.”
Arnie blows out his lips with a sound like a motorboat and he circles the picnic basket, drool flying everywhere. Finally, he sits down Indian style and starts quietly to count the miles.
I busy myself throwing gravel rocks at the Endora, Iowa, town sign. The sign is green with white printing and, except for a divot that I left last year at this time with my rock throwing, it is in excellent condition. It lists Endora’s population at 1,091, which I know can’t be right, because yesterday my second-grade teacher, Mrs. Brainer, choked on a chicken bone while sitting on her porch swing. A great loss is felt by no one.
Mrs. Brainer retired years ago. She lived half a block from the town square, so I’d see her pretty much every day, always smiling at me as if she expected me to forget all the pain she’d inflicted. I swear this woman smiled all the time.
Once, as she was leaving the store, her sack of groceries ripped. Cans of peaches and fruit cocktail dropped out onto the floor, cutting open her toes. My boss and I saw this happen. She pushed up a real big grin as the tears fell off her cheeks. I resacked her cans, but she couldn’t stop smiling and crying, and her toes couldn’t stop bleeding.”

 

 1933248-daae2a5e134c659ddbdb54703eae217b.jpg
Peter Hedges (West Des Moines, 6 juli 1962)
Johnny Depp (Gilbert) en Leonardo Dicaprio (Arnie) in de film “What's Eating Gilbert Grape” uit 1993



Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:12 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten