Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 7 juli 2016 tot 8 juli 2016

Micha Hamel, Maria van Daalen, Peter Orlovsky, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Iedereen

weet dat lelijke mensen ook gevoelens
hebben zoals er ook in de allerknapste
vrouwen mensen zitten zeg ik op een
verjaardag om te kijken of ik iemand
uit de rimboe zijner gedachten los kan
lokken om een robbertje uitmiddelpuntig
te speculeren over dit type wetmatigheden
in ons persistent onbenullige universum.

Ik lieg niet als ik zeg dat er een zestal seconden
voorbijgaat voordat er iemand reageert: ze ademt
in 7,8 en of ik even warme melk kan gaan kloppen.

Naast mijn voltijds baan als burgerman heb ik
tegenwoordig een leven als mens probeer ik dan
op joviale toon tegen een kalend voorhoofd dat
ik vagelijk herken van de haastige minuten
tijdens het zonen halen en brengen. Hij zegt

ik ken u niet maar u mij denk ik wel want ik
werk bij de televisie. Ik zeg ik zou nooit rijk
en beroemd willen zijn maar wel alleen maar
rijk. Weet je dat er op de zeebodem een kabel
ligt die de continenten met elkaar verbindt?
Dan doorkruist een snater ons gesprek: Arend?
Arend Kaaks? Van het journaal? Wat ontzettend -

Vlug waad ik door het gekrioel van kleuters
naar de tafel met taarten en kom langszij bij
een weelderig opgedofte moeder die vraagt hoe
ik het bolwerk als kunstenaar terwijl de geefwet
in belastingtechnisch opzicht nog niet behoorlijk
is afgedicht. Nog geen acht minuten later stokt
mijn pleidooi voor schooluniformen als een
luizenmoeder zegt sinds ik de gymspullen
op de hand was blijven alle kleuren goed.

Ik haal adem en zeg trek vooral geen broeken uit van
rugbehaarde heren die grager in verstandshuwelijken
blijven zitten. Schilder uw slaapkamer in geborgen kleurstelling,
keer het hoofdeinde richting raam en zet de voordeur open, dan
komt het goed. Normaliter drukken wij hier onze Havana's uit
in de aardbeien met slagroom, rijen tegen de serveersters op
en kotsen brullend van ambivalentie in de champagnekoelers
om onze lediggang te vieren. Buiten staat de stoet limousines
te wachten op de komst van de allesverpletterende gram
des Heren maar tot die tijd draaien de chauffeurs hun
schoenpunten kaal in het grind van onze oprit. En

kun je tegen die bloemkool in mijn kop zeggen dat wij
allebei zo snel mogelijk afgehaald moeten worden?

 

 1933914-8e2c5208236a6685770ec70dec0fc704.jpeg
Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

 

 

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

Juno

‘De maan! De maan staat aan de nacht’, zegt zij, weer-
barstig, tilt met twee open handjes het licht
naar de duisterende gewelven. Het zicht
is karig, maar de maan hangt als een juweel

aan het blauwende speldenkussen. Zoveel
geluk in de vorm van een sikkel die dicht
op de rand van het donker zit, zich opricht
om toe te slaan en te oogsten. Als de neer-

gaande beweging die over mij waakt, schrijft
wie ik zijn moet, heeft lichaam mij verzoend
met de eindigheid van taal, met het laatste

woord dat mijn vorm is. ‘Kom!’ zeg ik. Nu haasten,
naar huis, een ster verschiet, hollend en joelend,
‘Oma! Oma!’, waarbij ze mij steeds voor blijft.

 

 

Huwelijk en wat daarna kwam

toen je lay lady lay zei, ik niet langer
daar lag of mocht liggen, allang een ander
daar lag, toen het kind huilde en vroeg om
liefde, en aandacht, toen het koud was, hoe

de deur dicht sloeg, door de wind, moe, zo moe
was de onmacht, ik hield het tegen, stom
geworden van ontroostbaarheid, verander
niets, houd vast, nooit meer werd deze buik zwanger

opengesneden en het bloedt. eindelijk
kent deze hand wat er mist, neemt het hart
zichzelf mee, op reis, er is geluk, leest

aren, en letters, en muziek. geneest
niets meer dat niet al levend was, is, start
opnieuw, met hetzelfde, de tekst een lyric

 

 

Wolfskuil

In de avond daal ik af
naar de donkere kuil, en sta.
 
Ze naderen in groepen van acht, van vier,
bekleed met de grijze vellen,
de halve kop over het hoofd.
Wie draagt het offer? Brixa.
Norbert het mes, ik de bekers.
 
Vóór het bloedt, wordt er gebeden
tot de koude godin naast de steen,
die wacht, eist in het maanlicht
van november, tijd van begin.
Een enkele schreeuw wordt weggemoffeld.
 
Het vriest als wij het dennenbos
de rug toekeren. Bespat. Bevestigd.

 

 1933914-b8b01932d3d289fd77573b7d75545810.jpg
Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

 

De Amerikaanse dichter Peter Orlovsky werd geboren in New York op 8 juli 1933. Zie ook alle tags voor Peter Orlovsky op dit blog.

 

FRIST POEM

A rainbow comes pouring into my window, I am electrified.
Songs burst from my breast, all my crying stops, mistory fills
    the air.
I look for my shues under my bed.
A fat colored woman becomes my mother.
I have no false teeth yet. Suddenly ten children sit on my lap.
I grow a beard in one day.
I drink a hole bottle of wine with my eyes shut.
I draw on paper and I feel I am two again. I want everybody to
    talk to me.
I empty the garbage on the tabol.
I invite thousands of bottles into my room, June bugs I call them.
I use the typewritter as my pillow.
A spoon becomes a fork before my eyes.
Bums give all their money to me.
All I need is a mirror for the rest of my life.
My frist five years I lived in chicken coups with not enough
    bacon.
My mother showed her witch face in the night and told stories of
    blue beards.
My dreams lifted me right out of my bed.
I dreamt I jumped into the nozzle of a gun to fight it out with a
    bullet.
I met Kafka and he jumped over a building to get away from me.
My body turned into sugar, poured into tea I found the meaning
    of life
All I needed was ink to be a black boy.
I walk on the street looking for eyes that will caress my face.
I sang in the elevators believing I was going to heaven.
I got off at the 86th floor, walked down the corridor looking for
    fresh butts.
My comes turns into a silver dollar on the bed.
I look out the window and see nobody, I go down to the street,
    look up at my window and see nobody.
So I talk to the fire hydrant, asking "Do you have bigger tears
    then I do?"
Nobody around, I piss anywhere.
My Gabriel horns, my Gabriel horns: unfold the cheerfulies,
    my gay jubilation.

 

 1933914-753fcf5aa0477dfa959c9f9c941b17a0.jpg
Peter Orlovsky (8 juli 1933 – 30 mei 2010)
Gefotografeerd door Allen Ginsberg, San Francisco, 1955

 

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zie ook alle tags voor Walter Hasenclever op dit blog.

 

Der Jüngling (Fragment)
Anweisung zum Lieben

Du sitzt in dem Café. Du bist ein Name.
Da steigt aus der Musik erregtem Spiel
Das kalte Antlitz einer blassen Dame
Irr vor dir auf, wie ein begehrtes Ziel.
Du wirst sie nicht erreichen und nicht küssen.
Was ist ein Kuß vor deinem Liebessinn!
Doch später wirst du dich erinnern müssen,
Dann tritt die blasse Dame vor dich hin.
Du mußt sie milde mit dir selbst versöhnen,
Mußt dich berühren wie ein Geigenstrich:
So strömt in schönen, unerhörten Tönen
Glück, das du nicht besitzest, über dich.

Die Frauen, die man liebt, gehören Vielen -
Und weil sie wechselnd ihre Güter reichen,
So reizt es, ihre Freuden zu vergleichen;
Sie aber trinken. Und wir wollen spielen.
Laß nie dich einer einzigen vermählen!
Sie haben einen Raum für tausend Seelen,
Der immer ihr Verlangen weckt und stillt,
Und jagen wie ein herrenloses Wild
An uns vorbei, da wir die Spur verfehlen.
Ich will von ihnen Vieles, Vieles lernen!
Und jede soll mir sein, was sie mir gibt,
So steig ich, ohne das Gefühl von Sternen,
In ihren Schoß: wissend und verliebt.

Ich will vor ihren Augen alles können
Und alles finden, wie ein Kind, das liest.
Ich will die stärksten Zauberdinge nennen,
Bis sich ihr Berg mir öffnet und verschließt.
Ich will die fernste Welt herübergießen,
Bis dem Bewußtsein alles sich entrückt:
O laß den Strom der Freude überfließen,
Denn ich bin wach! Ich bin von dir entzückt!
Ich weiß, ich kann dich ewig wiederholen;
Ein Hauch von meiner Hand ist deine Bahn -
Du liebst mich, und ich kann auf leisen Sohlen
Von dir entfliegen wie ein Aeroplan.

 

 1933914-2826eccfd43e8ab552214be0da85a2f0.jpg
Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940) 
Cover 

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook alle tags voor Richard Aldington op dit blog.

 

Au Vieux Jardin

I have sat here happy in the gardens,
Watching the still pool and the reeds
And the dark clouds
Which the wind of the upper air
Tore like the green leafy boughs
Of the divers-hued trees of late summer;
But though I greatly delight
In these and the water-lilies,
That which sets me nighest to weeping
Is the rose and white color of the smooth flag-stones,
And the pale yellow grasses
Among them.

 

 

Glaucopis

O maidens, whom I loved
And now love not at all,
Nor even the memory of your shadowy faces,
Who loved me also,
Striving with delicate and sensuous days
To thrall my soul,
Behold!
From the hush and the dusk
Come, like the whisper of dawn,
Her frail, her magical feet.
From the desert she blossoms,
A flower of the winds,
Tremulous, shaken by love.

Ah Gods!
And I may not hearken
Nor stoop to the flower.

 

 1933914-49454326bc7e271d309e246f4af5d540.jpg
Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)
Cover 

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Zie ook alle tags voor Jean Ray op dit blog.

Uit: Malpertuis

« Des mèches soufrées, de l’huile siccative,
de l’huile de schiste, du mastic gris et blanc, de l’ocre, du vernis blanc et brun, du blanc de zinc et de plomb, gras comme crèmes, du talc et des acides mordants. Je me nomme Lampernisse et je jouissais des couleurs. Maintenant, on m’a mis dans le noir. Autrefois j’ai vendu du noir animal et du noir de charbon, mais je n’ai jamais servi le noir de la nuit à personne. Je suis Lampernisse. Je suis si bon et l’on m’a mis au fond de la nuit, avec quelqu’un qui éteint toujours les lampes ! À présent, le monstre pleure et rit à la fois. Il tend ses pattes d’aragne vers les flammes des bougies qui lui brûlent les ongles. Il n’en a cure et continue à donner cours à sa pauvre joie. »
(…)

« Une gifle claque. — C’est l’oncle Charles ! Le vieillard est d’excellente humeur et, n’était son teint plombé et le soufflet pénible de sa poitrine, je ne le croirais jamais à l’article de la mort. — Elle au moins est digne de son coquin de grand-père ! déclare-t-il avec une satisfaction évidente. Le silence retombe dans la chambre. Le soufflet de forge anime un brasier invisible. Les mains griffent les couvertures avec un bruit de lime."

 

 1933914-d01d8a44cacd24f65bc0aa81788a7c0a.jpg
Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)
Cover

 

De Franse dichter en schrijver Jean de La Fontaine werd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry in Champagne. Zie ook alle tags voor Jean de La Fontaine op dit blog.

 

De duif en de mier

Het  tweede  voorbeeld  is  ontleend  aan  kleiner  dieren.
Een  tortelduif  was drinkende  uit  een  klare  beek,
waarin  een  mier  viel,  die  te  ver  voorover  keek.
En  in  dien  oceaan  lag 't  arme  beest  te  mieren,
maar  tevergeefs,  om  zich  te  redden  op  den  kant.
Onverwijld  liet  de  duif  het  medelijden  spreken,
door  aan  de  mier  in  nood  een  grashalm  toe  te  steken,
waarop  deze  als  op  een  soort  reddingkaap  belandt.
Ze was er. Maar  onder  de  hand
kwam  daar  een  kerel,  die  blootvoets  ging  langs  de  paden,
toevallig  met  een  kruisboog  in  de  hand  voorbij.
Den  Venusvogel  ziende,  acht  hij
dien  als  weikomen  buit  al  in  zijn  pan  gebraden.
Reeds  legt  hij  aan,  maar  wordt,  terwijl  hij  rustig  mikt,
door  de  mier  in  den  hiel  geprikt,
en  maakt  daardoor  een  weinig  leven.
De duif, verschrikt,  weet  hem  het  nakijken  te  geven.

En  daarmede  is  't  ook  met  zijn  avondmaaltijd  uit:
geen  lekker  duifje  voor  een  duit.

 

Vertaald door Jan Prins

 

 1933914-727714890b4b3a431c8b1738d57ecfed.jpg
Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)
Illustratie door Gustave Doré

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2014 en ook mijn blog van 8 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Ivo Victoria, Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl, Miroslav Krleza, Reinhard Baumgart, János Székely

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog

Uit: Gelukkig zijn we machteloos

“Er dansen vlekken voor mijn ogen. En er hangt een geluid in de lucht. Ongrijpbaar. als mist. Een hoge. Zingende toon. Het lijkt van buitenaf te komen. Dat kan allicht niet.
Het zijn mijn oren die tuiten. Dat is het. Mijn lichaam zindert. Geperforeerd met duizend naalden. Pijn, overal pijn.
Behoedzaarn draai ik mijn hoofd. Eerst naar links, en dan naar rechts. Naast mij zit de jan-van-gent. Roerloos.
Vlakbij. Waar kom t die vandaan? Hoe komt het dat hij zich op ooghoogte bevindt? Mijn billen zijn koud en vochtig, mijn broek en onderbroek doorweekt van het natte gras.Ik sta niet recht. Ik zit op de grond. Ik heb mijn handen naast mij neergezet. als pilaren. Mijn benen liggen voor mij.
Frappant. Ik zit als het ware tot heuphoogte in de grond begraven - zoals kinderen weleens doen met hun vader op het strand. En iemand heeft die benen voor mij neergelegd.
Dejan-van-gent mekkert. Hij klinkt niet zielig of triest, zoals daarstraks, maar eerder verbolgen.
Billie. Waar is Billie? Ik zie haar nergens. Ik ril, maar het is nog steeds warm. Nog warm er. zo lijkt het wel. Het miezert een beetje. De regen valt als zweet.
Wat is er gebeurd. waarom zit ik hier? Ik kan mij niks voor de geest halen. Helemaal niks. Ik trek mijn benen op, leg mijn handen op mijn knieën en buig voorover. Ik laat mijn hoofd rusten op mijn armen. Ik sluit de ogen.
Billie. Ik zie Billie weer staan. Ik zie hoe ze de storm uitdaagt als een toreador, lange haren als zwart zeewier in haar gezicht. Slanke arm en dansend in de regen. Hey, Ma-hatsuko! Dat is het. Dat roept ze: Hey. Mahatsuko. Het lijkt alsof ze het tegen mij roept. Het klinkt alsof ze een dier opjut. Ik weet niet wie of wat Mahatsuko is.”
En terwijl ik daarover nadenk. sta ik voorzichtig op. Ik maak en kele eenvoudige rek- en strekbewegingen. Het bloed begint weer door mijn lijf' te stromen en langzaam trekt de pijn weg uit mijn botten. Ik betast mijn gezicht en mijn haren. die pluizig zijn. De zon breekt door.”

 

 1933588-0caf06fcb1b950a308e72b1f26bb1b1a.jpg
Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

 

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook alle tags voor Lion Feuchtwanger op dit blog.

Uit: Die Jüdin von Toledo

„Länger als drei Jahrhunderte dauerte dieses Blühen. Dann kam ein großer Sturm und zerstörte es.
Es hatten sich nämlich, als die Moslems die Halbinsel eroberten, zersprengte Abteilungen christlicher Westgoten ins nördliche Bergland Spaniens geflüchtet, sie hatten in dem schwer zugänglichen Gebiet kleine, unabhängige Grafschaften gegründet und von dort aus, Geschlecht um Geschlecht, den Krieg gegen die Moslems weitergeführt, einen Bandenkrieg, eine Guerilla. Lange kämpften sie allein. Dann aber verkündete der Papst in Rom einen Kreuzzug, und große Prediger forderten in flammenden Worten auf, den Islam zu vertreiben aus den Ländern, die er den Christen entrissen hatte. Da stießen denn Kreuzfahrer von überallher auch zu den kriegerischen Nachfahren der früheren christlichen Herren Spaniens. Beinahe vier Jahrhunderte hatten diese letzten Westgoten warten müssen, nun drangen sie nach Süden vor. Die verweichlichten, verfeinerten Moslems konnten ihrer Wildheit nicht standhalten; in wenigen Jahrzehnten eroberten die Christen die ganze nördliche Hälfte der Halbinsel zurück bis hinunter zum Tajo.
Die Moslems, von den christlichen Armeen immer härter bedrängt, riefen ihre Vettern aus Afrika zu Hilfe, wilde, glaubenseifrige Krieger, viele aus der großen südlichen Wüste, der Sahara. Diese hielten den Vormarsch der Christen auf. Aber sie verjagten auch die kultivierten, freigeistigen moslemischen Fürsten, die bisher im Andalús geherrscht hatten, sie duldeten keine Laxheit mehr im Glauben; der afrikanische Kalif Jussuf ergriff die Herrschaft auch im Andalús. Um das Land von allem Unglauben zu säubern, berief er die Vertreter der Judenheit in sein Hauptquartier nach Lucena und sprach zu ihnen: »Im Namen des Allbarmherzigen Gottes. Der Prophet hat euern Vätern Duldung in den Ländern der Gläubigen gewährt, aber unter einer Bedingung, die aufgezeichnet ist in den alten Büchern. Wenn euer Messias nicht binnen eines halben Jahrtausends erscheint, dann werdet ihr – so haben eure Väter es zugesagt – ihn, Mohammed, als den Propheten der Propheten anerkennen, der eure Gottesmänner überschattet. Die fünfhundert Jahre sind um. Erfüllt also den Vertrag, bekennt euch zu dem Propheten, werdet Moslems! Oder verlaßt mein Andalús!«
Sehr viele Juden, obwohl sie nichts von ihrer Habe mitnehmen durften, wanderten aus. Die meisten ins nördliche Spanien; denn die Christen, die dort nun wieder herrschten, benötigten, um das kriegszerstörte Land neu aufzubauen, den überlegenen Wirtschaftsverstand, den Gewerbefleiß und die vielerlei andern Kenntnisse der Juden. Sie gewährten ihnen die bürgerliche Gleichheit, die ihre Väter ihnen versagt hatten, und darüber hinaus viele Privilegien.“

 

 1933588-59cebf5f0d638e1302ae93261fb39d74.jpg
Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)
Cover

 

De Russische dichter Vladimir Majakovski werd op 7 juli 1893 in Georgië geboren. Zie ook alle tags voor alle tags voor Vladimir Majakovski op dit blog.

 

A Cloud In Trousers - Part I (Fragment)

You think malaria makes me delirious?

It happened.
In Odessa it happened.

'I'll come at four,' Maria promised.

Eight.
Nine.
Ten.

Then the evening
turned its back on the windows
and plunged into grim night,
scowling
Decemberish.

At my decrepit back
the candelabras guffawed and whinnied.

You would not recognise me now:
a bulging bulk of sinews,
groaning,
and writhing,
What can such a clod desire?
Though a clod, many things!

The self does not care
whether one is cast of bronze
or the heart has an iron lining.
At night the self only desires
to steep its clangour in softness,
in woman.

And thus,
enormous,
I stood hunched by the window,
and my brow melted the glass.
What will it be: love or no-love?
And what kind of love:
big or minute?
How could a body like this have a big love?
It should be teeny-weeny,
humble, little love;
a love that shies at the hooting of cars,
that adores the bells of horse-trams.

 

 1933588-fda5d279926b5c7e718c0e2703865452.jpg
Vladimir Majakovski (7 juli 1893 - 14 april 1930)
Aan het strand 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, cabaretier, tekenaar en muziekproducent Clemens Haipl werd geboren op 7 juli 1969 in Wenen. Zie ook alle tags voor Clemens Haipl op dit blog.

Uit: Sind wir bald da?

„MONTAG, 25. MAI
Von wegen »Karten nicht leisten« ... 54.000 Menschen, und keineswegs ausschließlich männliche Akademiker oder Webdesigner. Woher haben die alle so viel Taschengeld? Ich meine, achtzig Euro sind achtzig Euro. Halleluja... Wenn AC/DC als politische Partei antreten würden, hätten die gute Chancen auf ein paar Mandate. Ich bin baff. Und taub. Vielleicht hätte ich die mitgebrachten Ohrenstöpsel nicht nur in der Hosentasche mit mir herumtragen sollen. Wenn man unmittelbar vor der PA-Anlage in einem Stadion steht und die Rockband schlechthin ihre Marshals durchbläst, ist der Placebo-Effekt von Ohrenstöpseln in der Hosentasche zu vernachlässigen.
Die sanitären Zustände im und ums Stadion waren schlicht katastrophal. Auf dem Weg zu den Stehplätzen musste man durch Pisse waten. Und das meine ich im Wortsinn. Es waren einfach zu wenige Dixie-Klos da, und so haben die Leute einfach in die Stadion-Einfahrt gepisst. Sicherheitshalber ist die gut betoniert und hat keinen Abfluss.
Warum auch? Innen regnet es ja eher selten. Es kann also kein Urin versickern oder abrinnen. Lecker. Gut, dass ich keine Flip-Flops getragen habe. Stunden vor dem Konzert sind die Getränke ausgegangen, mussten nachgeliefert werden ... Muss man als Veranstalter ein Volltrottel sein oder hilft es nur? Ich meine, es ist ja nicht so, dass das eine Newcomer-Band ist, die da spielt, und dass man das zum ersten Mal veranstaltet. Und ein bisschen Geld werden die alle wohl auch verdienen. Achtzig Euro mal 54.000 plus noch mal so viel für Merchandising und Bier.“

 

 1933588-a436e7c0c6f21d0583bed0bcfb420b43.jpg
Clemens Haipl (Wenen, 7 juli 1969)
 

 

De Kroatische schrijver Miroslav Krleza werd geboren op 7 juli 1893 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Miroslav Krleza op dit blog.

Uit:The Banquet in Blitva (Vertaald door Edward Dennis Goy and Jasna Levinger)

“For them he was only apparently alive and no one, it would appear, could possibly grasp how it was that he continued to circulate in the world of Blitva and demonstratively put in an appearance in cafés. In his presence one noticed a semisilent movement of lips. There was a flash of glassy looks, and the touch of his hand, apparently, acted coldly and unpleasantly on his personal acquaintances, like a touch of death. And in those looks around him there hovered a tired human conscience, like a large, gray fly, dying in the cold of a Blitvinian November wind.
"You are mistaken in one of your basic propositions," Dr. Burgwaldsen had said to him, Burgwaldsen, who, for decades, had lectured in Vayda-Hunnen on the legal history of the Scythian, Carpatohunnish, and Karabaltico-Finnish peoples. "You're forgetting that Blitva doesn't live in the twentieth but in the fifteenth or in the sixteenth century at most. The fact that you have rebelled in defense of free civil dignity, in the civic, Jacobinian, citoyen (so to speak) sense of this obscure concept, that is what I call a false supposition, amice, and false suppositions inevitably produce poor conclusions! For this is how things are with us: that people are beaten during police inquiries, that, certainly according to the better, so-called European customs, could not be justified. In no way! Yet, after all, where today is that Europe where 'the better European customs' are valid? Answer me that question, my dear friend! Yes! Indeed! I ask you! Beating, typical Blitvinian beating, as an accompaniment to administrative functioning, that one could somehow explain: by means of hints from above and the excessive zeal of our common people, of the so-called lower, subaltern organs, as also so many other negative phenomena, by examination of causes and grasping of effects. This pathetic fact might gain its interpretation only in that sense which I, in the beginning, had the honor to quote, and that is that we are living in the fifteenth or, at the most, the sixteenth century.”


1933588-def129b3029deba258f85ae769a19af9.jpg

Miroslav Krleza (7 juli 1893 – 29 december 1981)
Portret door Petar Dobrović, 1930

 

 

De Duitse schrijver, essayist en literatuurcriticus Reinhard Baumgart werd geboren op 7 juli 1929 in Breslau. Zie ook alle tags voor Reinhard Baumgart op dit blog.

Uit:Damals, ein Leben in Deutschland

„Er konnte fahrende Kutschen aufhalten, indem er in die Speichen griff - ein Riese mit empfindsamer Seele. Denn aus dem Weltkrieg war er offenbar verstört zurückgekommen oder eben nicht zurückgekommen, also »seltsam« geworden. Er hatte angefangen, mühsam genug, Medizin zu studieren, war an Morphium geraten und hatte schließlich seinem Leben ein Ende gesetzt, ich weiß noch immer nicht, wie —über seinen Selbstmord sprach man in der Familie nur vorsichtig andeutend, am liebsten gar nicht. Aber nun wurde auch seine Mama seltsam, »konnte nicht mehr durch Türen gehen«, so hieß ihre Seltsamkeit, und ich versuchte mir immer vorzustellen, wie diese Großmutter denn lebte, wenn sie sich nicht mehr von einem
Raum in den anderen bewegen konnte. Aber sie lebte auch nicht mehr lange und ist so still und unauffällig gestorben, wie sie wohl immer gelebt hatte. Merkwürdigerweise waren ihre fünf Töchter, darunter meine Mutter als älteste, lebhaft und kräftig und sind bis ins hohe Alter selbstbewußt und auch fröhlich mit ihrem Leben zurechtgekommen.
Doch erschreckend still saß nun der verwitwete Großvater Jonas bei seinen seltenen Besuchen an unserem Tisch, der königlich-preußische Domänenpächter mit dem eisgrauen Riesenschädel, der sein Gut, das kein Sohn mehr übernehmen konnte, resigniert aufgegeben und schon vorher ein Vermögen in der Inflation verloren hatte. Eigentlich weiß ich von ihm nur, daß er überaus gern Königsberger Klopse mit Kapernsauce aß und streng und leidend aufblickte, wenn ein Kind zu laut sprach bei Tisch. Das war auf seinem Gut Fürstenau, im dunkel getäfelten Saal unter den Schellerschen und Jonasschen Ahnenbildern, offenbar nie vorgekommen. Er selbst sagte an unserem Tisch kaum mehr als sehr leise und höflich »Bitte« und »Danke« und sah manchmal doch freundlich, wenn auch etwas erschrocken hinüber zu uns, seiner Enkeltochter und seinem Enkelsohn. So eingeschlossen schien er in seine stille Trauer und Resignation, daß er mir noch an seinem Grab leid tat.“

 

 1933588-f1c27754f75041678db98b9e2fcfe616.jpg
Reinhard Baumgart (7 juli 1929 – 2 juli 2003)

 

 

De Hongaarse schrijver en draaiboekaureur János Székely werd geboren op 7 juli 1901 in Boedapest. Zie ook alle tags voor János Székely op dit blog.

Uit: Der arme Swoboda (Vertaald door Leon Scholsky)

„Zum ersten Mal in seinem Leben unbeschäftigt, langweilte sich Swoboda zu Tode. Er trieb sich immer öfter im Bahnhof herum, denn die Eisenbahnen hatten es ihm angetan, erinnerten sie ihn doch daran, wie sein Soldatenleben begonnen hatte. Als er nun eines Tages auf dem Bahnsteig hockte, bat ihn ein neuankommender Rekonvaleszent, ihm doch bitte sein Gepäck zu tragen. Was Swoboda bereitwillig tat und für seine Mühe eine Krone bekam. Am nächsten Tag bot er also seine Dienste weiteren Neuankömmlingen an. Von da an war Swoboda der Gepäckträger des Städtchens.
     Die Jahre vergingen. Das Gemetzel wurde vorübergehend eingestellt. Das Soldatenheim wurde aufgegeben, und die Stadt hatte keine ersichtliche Verwendung für einen Dienstmann. Swoboda blieb trotzdem am Bahnhof. Warum? Weil er nun einmal da war, ganz einfach. Hätte der Zug ihn woanders abgesetzt, wäre er eben woanders geblieben.
     Hier war er, und hier blieb er. Und weil ein Mann essen muß, verdiente er sich auch recht und schlecht seinen Lebensunterhalt. Seine Unbedarftheit kam ihm dabei sehr zustatten. Ein Mann mit auch nur einer Unze Verstand hätte seine Kräfte dazu verwandt, Geld für die Miete beschaffen, zum Beispiel. Swoboda legte keinen Wert auf eine Wohnung, also hatte er auch keine Probleme mit der Miete. Als das Soldatenheim endgültig die Tore schloß, schulterte Swoboda seinen Koffer, der seine ganze irdische Habe enthielt, brachte ihn zum Bahnhof, gab ihn bei der Gepäckaufbewahrung ab und richtete sich im Wartesaal häuslich ein. Jeden Abend, wenn der Neunzehn-Uhr-zehn durch war und die Bahnhoflampen auf Nachtbeleuchtung geschaltet, streute Swoboda frisches Heu auf den Fußboden und legte sich zum Schlafen nieder. Er schlief so tief, daß der Nachtexpress nach Prag ihn in den ganzen zwanzig Jahren kein einziges Mal geweckt hatte. Und wenn morgens die Sechs-Uhr-vierzig-Pendler erschienen, hatte er sein Lager bereits weggeräumt. Freilich benützten die Passagiere den Wartesaal nur notgedrungen, bei besonders schlimmem Wetter, denn Swobodas ganz besonderer Duft verzog sich nicht einmal im Sommer vollständig, auch wenn die Tür den ganzen Tag offenstand."

1933588-3034890cff151d9c33f3b6db6d8b2047.jpg
János Székely (7 juli 1901 – 16 december 1958) 
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2014 en ook mijn blog van 7 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:27 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten