Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 juli 2016 tot 29 juli 2016

Dolce far niente, Theo Thijssen, Harry Mulisch, Chang-Rae Lee, Thomas Rosenlöcher, Walter van den Berg

 

Dolce far niente

 

 1940279-117a8afc7c5440817cda83d2b0e54ea7.jpg
De Damstraat en het Koninklijk Paleis in Amsterdam door Gerard Johan Staller (1880-1956)

 

Uit: Jongensdagen

“In-eens kreeg-ie een schok: moest Rosa Overbeek 'es binnenkomen! Ach, wat zou ze een kleur krijgen, en proberen d'r zwarte boekje weg te houden voor hem. Ze zou misschien stilletjes gaan zitten huilen op de bank, huilen van schaamte. Hij verging van medelijden; het wàs ook beroerd voor d'r. Hij zou buiten op haar wachten, en dan tegen d'r zeggen: ‘Rosa Overbeek, je kan gerust zijn, ik ben te vertrouwen; niemand, mijn eigen vader en moeder niet eens, zal weten dat ik je hier gezien heb. Ik ben hier toevallig voor een klant van ons, die vroeg of ik deze boodschap wou doen.’
‘Da's een pak van m'n hart,’ zou ze zeggen. En hem dan uitleggen, hoe het kwam dat haar vader geld had moeten lenen: langdurige ziekte.
‘Och,’ zou hij zeggen ‘je hoeft mij niets uit te leggen. Wie weet, of ik hier eerdaags óók niet voor mijn vader naar toe moet, die is óók al een tijd ziek.’
‘Ja, 'k heb je daar al telkens naar willen vragen zeg, maar ik dorst niet goed. Is het waar, wat Dinges verteld heeft, van bloedspuwingen?’
‘Ben je gek? Hij had z'n keel 'n beetje stukgehoest, maar anders niet. Uit voorzichtigheid moet-ie nog een tijd in bed blijven, maar de dokter komt zowat helemaal niet meer, ik ga telkens naar hèm toe. Heb je natuurlik al gemerkt, hè, dáárdoor ben ik 's morgens meestal zo laat.’
Enfin, zo zouen ze dan aan 't kletsen raken....
't Was zijn beurt. Vijf en veertig. Z'n pet af, en kamer 20 binnen. Pats, non; óók een kamer! Een gangetje met twee loketten, en aan de andere kant moest je d'r weer uit.
Hij gaf z'n boekje door het eerste loket. De meneer sloeg het open. ‘Bakels, twaalf gulden vijftig!’ Hè, wat riep-ie dat hard. Enfin, in kamer 19 kon je dat toch niet horen. Hij lei z'n vijf rijksdaalders op het marmeren plaatje. ‘Volgende loket,’ zei de meneer. Kees schoof verder. ‘Bakels!’ riep er daar weer een, en gaf 'em z'n boekje terug.
‘Nou de aftocht,’ dacht Kees. Hij trok z'n pet ver over z'n hoofd, en stapte weg.
Zo, daar zag-ie de trap weer. Niemand hoorde-n-ie aankomen, hij kon het dus wagen.... Hij haalde gelukkig de straat. Vreselik hinkend, en met een erg vertrokken gezicht liep-ie een heel stuk Damstraat.
Toen bleef-ie voor een winkel staan, en keek naar alle kanten. Nog even wachten, of geen kennis hem op z'n schouder zon tikken. Nee hoor, alles veilig. Het boekje zat ook goed weggestopt. Prachtig. Toch een geluk, dat het donker was óók. Hij liep nu gewoon langs de straat. Nou kon-ie iedereen gerust tegen-komen, aan hèm was niets meer te zien van de geheimzinnige boodschap."

 

 1940279-e1b7cde3d4e411f889f21f567cbf3912.jpg
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)
Gevelsteen aan het Theo Thijssenmuseum in de Eerste Leliedwarsstraat, Amsterdam

 

 

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Harry Mulisch op dit blog.

Uit: Archibald Strohalm en het paradijs

“Dan kan hij drie dingen doen: mij zijn huis uitgooien, en dan heb ik niks; al zijn geld weggeven aan krepeerders, en dan heb ik ook niks; helemaal niks doen, en dan wil ik niks van hem hebben. Ik pies dus altijd naast de pot!’ Hij barstte weer in lachen uit.‘Dus blijf ik maar dekors en muren schilderen, en plafonds witten, en steun trekken bij de federatie.’
‘Verontschuldig je niet,’ zei archibald strohalm. ‘Ik zou nergens heen wìllen. Het is hier toch heerlijk.’ Daar stond hij: als het slangenkapsel van Medoesa, maar zonder haar gezicht.
‘Zo schuw?’ lachte Bronislaw. ‘Vertel op, wat loop je hier te zwerven?’
Nu ging hij het weer zeggen:
‘Ik filosofeerde.’
‘Zo mag ik het horen! Zijn of niet-zijn, dat is de kwestie. Maar ik denk, dus ik ben! Geef liever eens een sigaret weg.’
Flauwtjes glimlachend haalde archibald strohalm een pakje tevoorschijn en presenteerde. Hilde bedankte; zelf stak hij ook niet op.
‘Weet je...’ begon Boris Bronislaw, en wachtte even om zijn sigaret aan te steken, - ‘een filosoof, die verwonderd onderzoekt hoe het komt dat de kosmos zo luisterrijk in elkaar zit, doet me altijd denken aan een lamp, die zich verbaasd afvraagt hoe het komt, dat de kamer zo mooi is verlicht. Of aan een armetierig thee-lichtje, dat vloekt omdat de boel zo schemerig is en vol rottige schaduwen, waaruit ieder ogenblik de spoken springen... Hilde!’ riep hij ontzet, terwijl hij zich plotseling met een ruk naar haar toe boog en zijn arm voor haar buik sloeg.”

 

 1940279-0b1ce5c04535313e6c87cd94f3cfdd05.jpg
Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)
Jaren 1960

 

 

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee en alle tags voor Chang-Rae-Lee op dit blog.

Uit: On Such a Full Sea

“Her endeavor was misguided and wrong and maybe plain crazy, akin to someone waking up one day and deciding he’s going to scale Kilimanjaro because he can’t stop imagining the view from the top, the picture so arresting and beautiful that it too soon delivers him to a precarious ledge, where he can no longer turn back. And while it’s easy to say this is a situation to be avoided, isn’t this what we also fear and crave simultaneously, that some internal force which defies understanding might remake us into the people we dream we are?”
(…)

“Moment to moment, we act freely, we make decisions and form opinions and there is very little to throttle us. We think each of us has a map marked with private routings and preferred habitual destinations, and go by a legend of our own. Yet it turns out you can overlay them and see a most amazing correspondence; what you believed were very personal contours aligning not exactly but enough that while our via points may diverge, our endings do not.”
(…)

“That Fan did not see any of this is not so ironic, for all along her journey we’ve observed more of her than she’ll ever know. She moves on, she pushes forward, this her guileless calling, and we have to remind ourselves that it’s perhaps more laudable simply to keep heading out into the world than always tilting to leave one’s mark on it.”

 

1940279-1d8ab6ef3ab5e09ffc2e6412a1eb0f8e.jpg
Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog en ook mijn blog van 29 juli 2010

 

Der Hauskauf

„Jetzt zeig ich Ihnen was Besondres“, sagte
der Makler und fuhr gleich durchs Hoftor, bis unter
den hoch übers eingesunkene Dach
blühenden Birnbaum. Hinterm Küchenfester
ein Teller, in dem der Löffel noch lag,
ein Bündel mit Briefen, die Brille, die jeder
einmal im Leben endgültig vergißt.
Im Schutt am Herd der Ahorn, der, im Tanz
ergrünend, seine durchscheinenden Blätter
zum Küchenschrank vorstreckte. „Wollten sie
nicht etwas Idyllisches?“ fragte der Makler
und gab mir den Schlüssel. Worauf ich prompt mit
der Tür ins Haus fiel. Jedoch je zaghafter
ich, ringsher von Kindheit und Plumpsklo umweht,
auftrat, desto existentieller das harsche
Ächzen der Stiege, nachkrachend quittiert
vom Rummsfuß des Maklers. Oben in der Kammer
Blümchentapete, Waschschüssel, Nachtschrank.
Im Bett lag ein Toter und schaute mich an.
Im kalkweißen Antlitz das imperiale
Kinn wackelte plötzlich, der schrumplige Mund
begann sich zu äußern: „Das wird aber Zeit,
daß ihr mich besucht, Jungs.“ Anhaltendes Rumpeln
als Treppensturz deutbar. Der hinter mir her
hinkende Makler halbierte den Preis.

 

 1940279-9c63247acf95ae94554667ec0f911c1e.jpg
Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Walter van den Berg werd geboren in Amstelveen in 1970. Zie ook alle tags voor Walter van den Berg op dit blog.

Uit: Schuld

"Een baan zou me weer gewoon maken, vond ik toen, en ik wilde weg van alles wat gewoon was. Gewoon was het moeras waar je in bleef steken als je bezig was iets groots te doen. En de handen die je naar beneden trokken in dat moeras waren de handen van je familie, de handen van de doden en de levenden, en de levenden wilden niet horen dat ze moesten ophouden met trekken, en de doden hoorden niets en trokken door."
(…)

"Ik heb me bedacht, zei ze. Ik wil dit scheerapparaat niet. Kunt u een tegoedbon schrijven? [...] De verkoper zuchtte weer, drukte zijn kassa open en pakte de bon waarop stond '1 dvd-karaoke, 69 euro' en legde die op de toonbank. Nee, zei ze, ik wil een bon met '1 scheerapparaat, 69 euro'. Maar het gaat om die 69 euro, zei de verkoper. Nee, zei ze, het gaat om dat scheerapparaat. Hij schudde zijn hoofd en schreef een nieuwe bon. Dankuwel, ze zei, en keek ernaar met enige tevredenheid. Bent u Turks? Ja, zei de verkoper. Mijn man heeft een hekel aan Turken, zei ze."

 

 1940279-03bc74388f5c4a93b1fc86b6d110b7e0.jpg
Walter van den Berg (Amstelveen, 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2015 en ook mijn blog van 29 juli 2013 en ook mijn blog van 29 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2. 

Geschreven door Romenu om 14:23 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Hermann Hesse, Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

Dolce far niente

 

 1940035-146b71682bd0f81669e6979d856bcc5f.jpg
Het Damrak te Amsterdam door George Hendrik Breitner, ca. 1903

 

 

Regen

Lauer Regen, Sommerregen
Rauscht von Büschen, rauscht von Bäumen.
O wie gut und voller Segen,
Einmal wieder satt zu träumen!

War so lang im Hellen draussen,
Ungewohnt ist mir dies Wogen:
In der eignen Seele hausen,
Nirgends fremdwärts hingezogen.

Nichts begehr ich, nichts verlang ich,
Summe leise Kindertöne,
Und verwundert heim gelang ich
In der Träume warme Schöne.

Herz, wie bist du wund gerissen
Und wie selig, blind zu wühlen,
Nichts zu denken, nichts zu wissen,
Nur zu atmen und zu fühlen!

 

 1940035-2f78a1a51ca0eb6e452e25ac838abe3e.JPG
Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Nikolausbrücke in Calw. Hermann Hesse werd in Calw geboren.

 

 

De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Nogmaals ik zie wat ik zie

Nogmaals
ik zie wat ik zie.

nee dat is niet veel.
Elke dag vraag i me af of het wel genoeg is
maar ook dat hoort bij het zien
vermoed ik.

Tastbaarheden als een huis
een vuilnisbak schoorstenen boom
bakfiets een boot een spinneweb

Letters op papier
en wat ik zie als ik mijn ogen dichtknijp
de vlammen die mij inslaan.

Meer dingen tussen hemel en aarde dan ik zie
zijn er niet
anders zou ik ze wel zien.

Kom nu jongen
niet zo simpel.

 

 

Zeemansliedje

Toen ik klein was
droeg ik een matrozenpakje
mijn moeder nam me mee
naar de vijver in het bos
daar aan een touwtje
liet ik mijn zeilboot varen
de bomen ruisten
de wind kwam van zee

nu is het vele havens later
en mijn moeder dood
nooit vond ik meer
zo'n veilige ree

 

 

De witte roos

Het was laat in het jaar
ach eigenlijk bedoel ik eind november
de negenentwintigste als ik het wel heb
zo om een uur of vier in de middag
(op de minuut af weten is moeilijk
zowel van tevoren als achteraf
slechts tijdens had het gekund
maar ik lette niet op de tijd)
toen van de witte roos
het laatste blaadje losliet
en neerwaarts warrelde
donkerende grond tegemoet

 

 1940035-0c79b613daaa252a6f00cd18eef279a0.jpg
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)
Affiche

 

 

De Engelse dichter, verhalen- en romanschrijver Malcolm Lowry werd geboren 28 juli 1909 in Birkenhead Merseyside. Zie ook alle tags voor Malcolm Lowry op dit blog.

Uit: Under the Volcano

« Careless of his tennis clothes, M. Laruelle climbed the embankment. Yet he was right, he told himself, as reaching the top he paused for breath, right, after the Consul had been "discovered" (though meantime the grotesquely pathetic situation had developed where there was not, on probably the first occasion when one had been so urgently needed, a British Consul in Quauhnahuac to appeal to), right in insisting Hugh should waive all conventional scruples and take every advantage of the curious reluctance of the "police" to hold him--their anxiety, it all but appeared, to be rid of him just when it seemed highly logical they should detain him as a witness, at least in one aspect of what now at a distance one could almost refer to as the "case"--and at the earliest possible moment join that ship providentially awaiting him at Vera Cruz. M. Laruelle looked back at the station; Hugh left a gap. In a sense he had decamped with the last of his illusions. For Hugh, at twenty-nine, still dreamed, even then, of changing the world (there was no other way of saying this) through his actions--just as Laruelle, at forty-two, had still then not quite given up hope of changing it through the great films he proposed somehow to make. But today these dreams seemed absurd and presumptuous. After all he had made great films as great films went in the past. And so far as he knew they had not changed the world in the slightest. However he had acquired a certain identity with Hugh. Like Hugh he was going to Vera Cruz; and like Hugh too, he did not know if his ship would ever reach port...
M. Laruelle's way led through half-cultivated fields bordered by narrow grass paths, trodden by cactus farmers coming home from work. It was thus far a favourite walk, though not taken since before the rains. The leaves of cacti attracted with their freshness; green trees shot by evening sunlight might have been weeping willows tossing in the gusty wind which had sprung up; a lake of yellow sunlight appeared in the distance below pretty hills like loaves. But there was something baleful now about the evening. Black clouds plunged up to the south.”

 

 1940035-1ff0822d7e3f551d53167deade17478b.jpg
Malcolm Lowry (28 juli 1909 - 26 juni 1957)
Scene uit de film van John Huston (1984) met Jacqueline Bisset (Yvonne) en Anthony Andrews (Hugh)

 

 

De Engelse dichter en Jezuïet Gerard Manley Hopkins werd geboren op 28 juli 1844 in Stratford, Essex. Zie ook alle tags voor Gerard Manley Hopkins op dit blog.

 

For a Picture of St. Dorothea

I BEAR a basket lined with grass; 
I am so light, I am so fair, 
That men must wonder as I pass 
And at the basket that I bear, 
Where in a newly-drawn green litter        
Sweet flowers I carry,—sweets for bitter. 
 
Lilies I shew you, lilies none, 
None in Caesar’s gardens blow,— 
And a quince in hand,—not one 
Is set upon your boughs below;        
Not set, because their buds not spring; 
Spring not, ’cause world is wintering. 
 
But these were found in the East and South 
Where Winter is the clime forgot.— 
The dewdrop on the larkspur’s mouth        
O should it then be quench`d not? 
In starry water-meads they drew 
These drops: which be they? stars or dew? 
 
Had she a quince in hand? Yet gaze: 
Rather it is the sizing moon.        
Lo, linkèd heavens with milky ways! 
That was her larkspur row.—So soon? 
Sphered so fast, sweet soul?—We see 
Nor fruit, nor flowers, nor Dorothy.

 

 

The Lantern out of Doors

SOMETIMES a lantern moves along the night,
That interests our eyes. And who goes there?
I think; where from and bound, I wonder, where,
With, all down darkness wide, his wading light?

Men go by me whom either beauty bright
In mould or mind or what not else makes rare:
They rain against our much-thick and marsh air
Rich beams, till death or distance buys them quite.

Death or distance soon consumes them: wind
What most I may eye after, be in at the end
I cannot, and out of sight is out of mind.

Christ minds: Christ’s interest, what to avow or amend
There, éyes them, heart wánts, care haúnts, foot fóllows kínd,
Their ránsom, théir rescue, ánd first, fást, last friénd.

 

 1940035-bfadb8b1077994e6c662b93ce7318d49.jpg
Gerard Manley Hopkins (28 juli 1844 – 8 juni 1889) 
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, presentator en essayist Stephan Sanders werd geboren in Haarlem op 28 juli 1961. Zie ook alle tags voor Stephan Sanders op dit blog.

Uit:Crisis van links: wij zijn nu allemaal een minderheid (Column)

“Laat ik een voorbeeld geven van zo’n revolutietje dat zich pas geleden nog afspeelde in Amsterdam. Op de late ochtend van 23 maart liep ik even het bezette Maagdenhuis binnen. Ik werd begroet door drie gekleurde baliemedewerkers, alle drie in dienst, niet van de revolutie maar van de Universiteit van Amsterdam. Zij zorgden ervoor dat op dat moment zo’n dertig studenten, blank, zich redelijk onbezorgd-revolutionair konden ophouden in het bestuurscentrum.
De sfeer was vriendelijk, welwillend, een beetje slaperig nog. Ik zag dat er in ‘kleine groepjes uiteen was gegaan’ naar verschillende kamers, en realiseerde me toen pas dat de groep actievoerders een zeer miniem deel uitmaakt van de hele Amsterdamse studentenpopulatie. Een minderheid die sprak namens zwijgende meerderheden? Of toch: een minderheid die vooral zichzelf vertegenwoordigt? Wie ijvert voor democratisering, kan moeilijk al die saaie, niet-activistische studenten afdoen als onbelangrijke ballast.
In de hal had een jongeman geprobeerd zich zo comfortabel mogelijk te nestelen in een niet zo comfortabele kantoorstoel, zijn benen rustten op een toegeschoven bierkratje. Hij keek niet op of om want hij las een boek van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek. Dat vond ik grappig, want kennelijk was de theorie van de revolutie voor hem belangrijker dan de revolutie zelf, die daar en toen aan de gang was. Even verderop kwam ik twee jonge studentes tegen, ze zaten op een matras als vluchtelingen op een vlot. Ze vertelden dat ze hier al die tijd gelegen, gezeten en geslapen hadden en alleen met grote tegenzin dit beschermde gebied van vier vierkante meter kapok verlieten.”

 

 1940035-c386c225ba17f5ede6f9e6174e993e36.jpg
Stephan Sanders (Haarlem, 28 juli 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2013 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Herman Stevens

De Nederlandse schrijver, literair criticus en columnist Herman Stevens werd geboren in Rotterdam op 28 juli 1955. In de jaren tachtig studeerde hij klassieke talen in Leiden, waar hij met een studiegenoot tussen 1983 en 1986 het literaire tijdschriftje “Wildgroei“ leidde, waarin onder meer vroege gedichten van Joost Zwagerman en Piet Gerbrandy verschenen. Vanaf 1985 schreef Herman Stevens in De Revisor en Maatstaf. De dag na zijn afstuderen begon Stevens aan zijn debuutroman “Mindere goden” die in april 1990 door De Arbeiderspers werd uitgegeven. Aan het eind van het jaar werd “Mindere goden” bekroond met de Anton Wachterprijs. Toen Stevens’ tweede roman “Een schone slaap” in oktober 1991 uitkwam, zat de schrijver in Amerika, als writer-in-residence aan de universiteit van Michigan. Tot eind 1996 zou hij veel tijd in Amerika doorbrengen. In 1997 verscheen bij Prometheus Stevens’ afscheid van Amerika, de roman “Het vrouwelijk halfrond”. Intussen schreef Stevens geregeld over Engelstalige literatuur in Het Parool en HP De Tijd. In NRC Handelsblad en De Volkskrant schreef Stevens columns over de toenemende vercommercialisering van de Nederlandse literatuur, lang voor het woord 'bestselleritis' gemeengoed was geworden. In 2001 verscheen Stevens' Rotterdamse roman “Gouden bergen”, waarin de desillusie met het materialisme van de jaren negentig wordt belichaamd in de cynische loner Leo Donker. In 2004 herzag Stevens zijn debuutroman “Mindere goden”. In januari 2007 verscheen “Moederziel”, een roman die zich opnieuw grotendeels in Rotterdam afspeelt, beginnend in het revoltejaar 1968. In mei 2010 verscheen “Vaderland”, een roman over een wijnschrijver die rond zijn vijftigste nog vader wordt, waarna zijn huwelijk strandt. In deze roman keren twee vrouwelijke personages uit eerder werk van Stevens terug, vele jaren ouder. In september 2012 verscheen Stevens' zevende roman “Gloriejaren”, een literaire avonturenroman over een groepje jongeren dat eind jaren zeventig van school komt. Opnieuw is het thema verloren illusies, maar ditmaal is de helft van het boek geschreven vanuit het oogpunt van een jonge vrouw.

Uit: Gloriejaren

“Tegen middernacht klom Erik op een tafel om een speech te houden, net als de vorige avond, en de avond daarvoor. Het was elke keer dezelfde speech, hij werd alleen steeds langer, en als Erik iets vergat, was er wel iemand die hem hielp. In de krant had een artikel gestaan over de generatie die nu van school kwam. Een generatie zonder toekomst. De economie was ingezakt, het ging nog jaren duren voor er weer banen waren en de wereld werd nooit meer hetzelfde. Een uitkering was eigenlijk het beste waar een achttienjarige op kon hopen. Of een studiebeurs. Het hoogtepunt van de speech was iedere keer hetzelfde. Erik vouwde het krantenknipsel open, met een foto van een verregende fietsenstalling die het lot van hun generatie moest verbeelden. Wilden zij een toekomst? Iedereen riep hard van nee. Alleen sukkels waren met hun toekomst bezig. Wat Erik wilde was een verleden. Dat waren de gloriejaren. “
(…)

“De volgende ochtend werd hij leeg wakker. Hij had onder water kunnen liggen en het had niets uitgemaakt. Niemand zat op hem te wachten. zijn leven was leeg. Zijn werk was leeg. Het was een trucje. Hij moest zo langzamerhand voor klanten bedanken omdat er te veel waren. Iedereen moest op het internet. Anders bestond je niet. Alleen daaraan zag je al dat het niets voorstelde. Het was allemaal namaak. Hij was namaak. Zelfs zakkenrollers maakten hun handen niet aan hem vuil. Nog even en er zaten drie nullen in het jaar en ging het hele internet onderuit, hackers namen het universum over en als het ooit nog goed kwam, was het tijd voor een nieuwe generatie. Wiels dagen waren geteld.”

 

 1963391-dabd8e17d59a2a70adc96d66207196c7.jpg
Herman Stevens (Rotterdam, 28 juli 1955)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten