Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 augustus 2016 tot 4 augustus 2016

Dolce far niente, Hans Kloos, Rutger Kopland, Rudi van Dantzig, Percy Bysshe Shelley, Liao Yiwu

 

Dolce far niente

 

 1942556-b6cb6c6669770238cc74f92951eab605.jpg
Het wat verpauperde Reve-monument op het Waterspiegelplein, in Amsterdam
met op de achtergrond het geboortehuis van Gerrad Reve, Van Hallstraat 25.

 

 

De weg van Westerpark naar Zulte
G.(K.v.h.) R. 1923 - 2006

De weg van Westerpark naar Zulte
begint op nr. 25 aan de Van Hallstraat
maar er is geen asfalt,
geen klinkerdek, kasseienstrook,
geen karrenspoor om over te gaan
naar het rusthuis van Sint Vincentius
op nr. 20 in de Pontstraat

De weg van Westerpark naar Zulte
is van papier geplaveid door een jongen
die aan het begin het woord
terugkeer legde, door een man
die op het eind de moppen aanklopte
van het hijgend hert – wie de taal
der liefde legt weet dat hij leent

De weg van Westerpark naar Zulte
voert langs de avonden, lieve jongens,
het zingend hart, roomse heisa
en bezorgde ouders – de omweg
is de enige route, een brievenbus
staat op elk kruispunt nu
te klepperen in de wind

 

 1942556-39da83b0a3483d2f909b2854d4aa6b9a.jpg
Hans Kloos (Baarn, 23 december 1960)
Amsterdam, kunst in het Westerpark: Zonder titel, Herman Makkink, 2004

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2010 en ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en ver weg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

 

 

De laatste bevindingen

Er waren zoals we dachten te weten twee werelden -
de echte en die andere

dit onderscheid is onlangs bij nader onderzoek
een overbodige illusie gebleken: deskundigen
hebben in menselijke hersenen gezocht
en geen verschillen gehoord of gezien

integendeel, wat zij vonden was met geen pen
te beschrijven, zo ongelooflijk eenvoudig
zo mooi

zij noteerden:

'De nacht viel in de ramen van ons instituut,
maanlicht streek over de jonge borsten
van onze vrouwelijke proefpersoon

en ja, de door haar hersencellen aangedreven apparaten
zuchtten en in onze microscopen zagen we
in haar moleculen melkwegen van verlangen.

Wij zoeken nog koortsachtig naar formules.'

Aldus enkele opgetogen, onbedoeld lyrische citaten
uit hun verslag

 

 1942556-2e8e591d09cbc260eaf3661936528c8f.jpg
Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

 

De Nederlandse choreograaf, balletdanser en schrijver Rudi van Dantzig werd geboren in Amsterdam op 4 augustus 1933. Zie ook alle tags voor Rudi van Dantzig op dit blog.

Uit: Noerejev het spoor van een komeet

“Zijn voorbereidingen voor het werk aan de barre hielden het midden tussen het opvoeren van een toneelstuk en het celebreren van een hoogmis. Met een uitgestreken gezicht ( ..) volbracht hij een aantal rituelen, de voet strekken, beenopwarmer op de juiste plaats brengen, armhouding controleren, haarband vastknopen, rug uiterst langzaam hollen en diep en gekweld zuchten. - Effect had het wel, iedereen keek.”

 

 1942556-0c89d878c3e54badcd9e45e422cb6902.jpg
Rudi van Dantzig (4 augustus 1933 – 19 januari 2012)
Cover

           

 

De Engelse dichter Percy Bysshe Shelley werd op 4 augustus 1792 geboren in Field Place, Sussex. Zie ook alle tags voor Percy Bysshe Shelley op dit blog.

 

To The Republicans Of North America

I.
Brothers! between you and me
Whirlwinds sweep and billows roar:
Yet in spirit oft I see
On thy wild and winding shore
Freedom’s bloodless banners wave,--
Feel the pulses of the brave
Unextinguished in the grave,--
See them drenched in sacred gore,--
Catch the warrior's gasping breath
Murmuring 'Liberty or death!'

II.
Shout aloud! Let every slave,
Crouching at Corruption's throne,
Start into a man, and brave
Racks and chains without a groan:
And the castle's heartless glow,
And the hovel's vice and woe,
Fade like gaudy flowers that blow--
Weeds that peep, and then are gone
Whilst, from misery's ashes risen,
Love shall burst the captive's prison.

III.
Cotopaxi! bid the sound
Through thy sister mountains ring,
Till each valley smile around
At the blissful welcoming!
And, O thou stern Ocean deep,
Thou whose foamy billows sweep
Shores where thousands wake to weep
Whilst they curse a villain king,
On the winds that fan thy breast
Bear thou news of Freedom's rest!

IV.
Can the daystar dawn of love,
Where the flag of war unfurled
Floats with crimson stain above
The fabric of a ruined world?
Never but to vengeance driven
When the patriot's spirit shriven
Seeks in death its native Heaven!
There, to desolation hurled,
Widowed love may watch thy bier,
Balm thee with its dying tear.

 

 1942556-ab804b250ef14e2261b2f469142770e9.jpg
Percy Bysshe Shelley (4 augustus 1792 – 8 juli 1822)
Borstbeeld in Viareggio, Italië

 

 

De Chinese schrijver , journalist , musicus en dichter Liao Yiwu (ook bekend als Lao Wei) werd geboren op 4 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Liao Yiwu op dit blog.

Uit: For a Song and a Hundred Songs (Vertaald door Wenguang Huang)

“Liao Yiwu!”
I vaguely heard someone calling my name as I was approaching the number 1 bus stop. Abruptly I stopped walking. Through the misty rain, I saw the hills of Chongqing, firm and voluptuous like a woman’s breasts.
“Liao Yiwu!”
The words became more distinct. Three shadowy figures floated toward me. As they moved closer, the shadows turned into plainclothes policemen in raincoats. I immediately turned around, only to find another man standing behind me. A pair of handcuffs dangled from inside one of his sleeves.
I focused my eyes and thought of running away. One man grabbed my wrist and slapped the handcuffs on me but failed to get the pushpin lock to work. While he was banging away at it with his fist, I jerked my hand upward, frantically trying to push him away. Another hand came around me from behind, clamping down on my neck and choking me.
My body felt like it was being covered with steel animal traps. Dizziness overcame me.
It took almost no time for the police to subdue me. They dragged me along in the mud like an eel and tossed me in the backseat of a midsize jeep. Two stereotypically muscular and grim-looking handlers sat with me, one on each side. The doors slammed shut. The two other policemen who had captured me were waving their fists outside and swearing at me through the window — one wiping blood from his nose and the other sucking on his broken index finger. Apparently, my resistance had injured and angered them. A curious crowd thronged around the car.
“How dare you resist arrest?” the big man sitting on my left screamed while twisting the sharp steel of the handcuffs into my wrist. By then, I was completely inured to pain.
A heavyset cop sitting in the front seat shouted excitedly into his radio, “Headquarters, Number One is captured! We are delivering him to Song Mountain.” I realized that they were taking me to the notorious investigation center on Song Mountain Road in Chongqing’s Shapingba district. The long row of police cars sped forward, lights flashing and sirens piercing the air."

 

 1942556-0aacd0ac9327eb06d81bcb48f4d6ee08.jpg
Liao Yiwu (Sichuan, 4 augustus 1958)

 

 

De Britse schrijfster en journaliste Jojo Moyes werd geboren op 4 augustus 1969 in Londen. Zie ook alle tags voor Jojo Moyes op dit blog.

Uit: After you

“The big man at the end of the bar is sweating. He holds his head low over his double scotch and every few minutes he glances up and out behind him toward the door, and a fine sheen of perspiration glistens under the strip lights. He lets out a long, shaky breath disguised as a sigh and turns back to his drink.
“Hey. Excuse me?”
I look up from polishing glasses.
“Can I get another one here?”
I want to tell him that it’s really not a good idea, that it won’t help. That it might even put him over the limit. But he’s a big guy and it’s fifteen minutes till closing time and according to company guidelines, I have no reason to tell him no. So I walk over and take his glass and hold it up to the optic. He nods at the bottle.
“Double,” he says, and slides a fat hand down his damp face.
“That’ll be seven pounds twenty, please.”
It is a quarter to eleven on a Tuesday night, and the Shamrock and Clover, East City Airport’s Irish-themed pub that is as Irish as Mahatma Gandhi, is winding down for the night. The bar closes ten minutes after the last plane takes off, and right now it is just me, the intense young man with the laptop, the two cackling women at table 2, and the man nursing a double Jameson’s waiting on SC107 to Stockholm and DB224 to Munich, the latter of which has been delayed for forty minutes.
I have been on since midday, as Carly had a stomachache and went home. I didn’t mind. I never mind staying late. Humming softly to the sounds of Celtic Pipes of the Emerald Isle Vol. III, I walk over and collect the glasses from the two women, who are peering intently at some video footage on a phone. They laugh the easy laughs of the well lubricated.
“My granddaughter. Five days old,” says the blond woman, as I reach over the table for her glass.“

 

 1942556-ea43902ffe8aff1b2f86358e579a391c.jpg
Jojo Moyes (Londen, 4 augustus 1969)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2013 en ook mijn blog van 4 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Pierre Jarawan

De Duitse schrijver en slam dichter Pierre Jarawan werd op 4 augustus 1985 in Amman, Jordanië, geboren als zoon van een Libanese vader en een Duitse moeder. Toen hij drie jaar oud was vluchtten zijn ouders met hem naar Duitsland om aan de burgeroorlog in Libanon te ontsnappen. In 2007 publiceerde hij de bundel gedichten en korte verhalen “Wortspiele”. Vanaf 2009 trad Jarawan op bij poetry slams, waar hij diverse prijzen won. Hij is een van de meest succesvolle podiumdichter in Duitsland. In 2013 nam hij deel aan de Poetry Slam World Cup in Parijs. Als eerste publiceerde Jarawan zijn podiumteksten, in 2016 volgde de roman “Am Ende bleiben die Zedern’, waarvoor hij in 2015 een beurs had gekregen van de stad München en waarvoor hij in 2016 de Beierse Kunstförderpreis kreeg. Daarnaast werd de roman genomineerd voor de Ulla Hahn Autorenpreis. In zijn debuutroman beschrijft Pierre Jarawan de zoektocht van de jongen Samir naar zijn vermiste vader in Libanon.

Uit: Am Ende bleiben die Zedern

„Alles pulsiert. alles leuchtet. Beirut bei Nacht, diese funkelnde Schönheit, ein Diadem aus flirtenden Lichtern, ein Band aus Atemlosigkeit. Schon als Kind liebte ich die Vorstellung, einmal hier zu sein. Doch jetzt steckt mir dieses Messer zwischen den Rippen, und der Schmerz schießt in meinen Brustkor, dass ich nicht mal schreien kann. Wir sind doch Brüder, will ich rufen, während sie mir den Rucksack vom Rücken reißen und mich treten, bis ich auf die Knie sinke. Der Asphalt ist warm. Von der Corniche her weht der Wind, ich höre das Meer ans Ufer schlagen und die Musik aus den Restaurants an der Straße. Ich rieche das Salz in der Luft und den Staub und die Hitze. Ich schmecke Blut auf meiner Lippe, ein metallisches Rinnsal auf trockener Haut. Ich fühle Angst in mir aufsteigen. Und Wut. Ich bin nicht fremd hier, will ich ihnen hinterherschreien. Das Echo ihrer Schritte verhöhnt mich. Ich habe Wurzeln hier, will ich rufen, doch heraus kommt nur ein Gurgeln.
Ich sehe das Gesicht meines Vaters. Seine Silhouette im Türrahmen meines Kinderzimmers, bevor mir die Augen zufielen. Der letzte gemeinsame Moment. Ich frage mich, ob Zeit und Bedauern an ihm genagt haben.
Ich denke an die Verse, die der Bärtige vorhin gemurmelt hat: Dann gibt es für sie keine Möglichkeit, um Hilfe zu rufen, und sie finden keine Rettung.
Der Rucksack, denke ich und meine damit nicht Geld und Pass, die jetzt fort sind. Ich meine das Bild in der vorderen, eingenähten Tasche. Und ich meine sein Tagebuch. Alles fort. Der Schmerz nimmt mit fast das Bewusstsein.
Ich bin für den Tod eines Mannes verantwortlich, denke ich.
Dann, während das Blut aus der Wunde sickert: Reiß dich zusammen. das muss etwas bedeuten. Ein Zeichen.
Die Schritte der Männer verhallen, ich bin allein, höre nur noch meinen Herzschlag.
Wenn du das hier überlebst, denke ich und verspüre auf einmal eine seltsame Ruhe, dann hat das einen Grund. Dann ist deine Reise noch nicht zu Ende. Dann unternimmst du einen letzten Versuch. ihn doch noch aufzuspüren.“

 

 2003704-824fe851589530d92a4df99282eb7d88.jpg
Pierre Jarawan (Amman, 4 augustus 1985)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Delmore Schwartz, Rupert Brooke, Radek Knapp, P. D. James, Marica Bodrozic, Mirko Wenig, Leo J. Kryn

 

Dolce far niente

 

 1942211-b720e84a902c989739160f3c66b17a0b.jpg
L’Yerres, effet de pluie door Gustave Caillebotte, 1875

 

 

In the morning, when it was raining

In the morning, when it was raining,
Then the birds were hectic and loudy;
Through all the reign is fall's entertaining;
Their singing was erratic and full of disorder:
They did not remember the summer blue
Or the orange of June. They did not think at all
Of the great red and bursting ball
Of the kingly sun's terror and tempest, blazing,
Once the slanting rain threw over all
The colorless curtains of the ceaseless spontaneous fall.

 

 1942211-2d493d675e1900716ff559b82c26a5a3.jpg
Delmore Schwartz (8 december 1913 – 11 juli 1966)
New York, Brooklyn Bridge in de regen. Delmore Schwartz werd geboren in New York.

 

 

De Britse dichter Rupert Brooke werd geboren in Rugby, Engeland, op 3 augustus 1887. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rupert Brooke op dit blog.

 

The Song Of The Pilgrims
(Halted around the fire by night, after moon-set, they sing this beneath the trees.)

What light of unremembered skies
Hast thou relumed within our eyes,
Thou whom we seek, whom we shall find?…
A certain odour on the wind,
Thy hidden face beyond the west,
These things have called us; on a quest
Older than any road we trod,
More endless than desire.…
Far God,
Sigh with thy cruel voice, that fills
The soul with longing for dim hills
And faint horizons! For there come
Grey moments of the antient dumb
Sickness of travel, when no song
Can cheer us; but the way seems long;
And one remembers.…
Ah! the beat
Of weary unreturning feet,
And songs of pilgrims unreturning!…
The fires we left are always burning
On the old shrines of home. Our kin
Have built them temples, and therein
Pray to the Gods we know; and dwell
In little houses lovable,
Being happy (we remember how!)
And peaceful even to death...
O Thou,
God of all long desirous roaming,
Our hearts are sick of fruitless homing,
And crying after lost desire.
Hearten us onward! as with fire
Consuming dreams of other bliss.
The best Thou givest, giving this
Sufficient thing—to travel still
Over the plain, beyond the hill,
Unhesitating through the shade,
Amid the silence unafraid,
Till, at some sudden turn, one sees
Against the black and muttering trees
Thine altar, wonderfully white,
Among the Forests of the Night.

 

 1942211-e411cea18aae8322f99dd150621dbbde.jpg
Rupert Brooke (3 augustus 1887 – 23 april 1915)
Rupert Brooke door Clara Ewald, 1911

 

 

De Pools-Oostenrijkse schrijver Radek Knapp werd geboren op 3 augustus 1964 in Warschau. Zie ook alle tags voor Radek Knapp op dit blog en ook mijn blog van 3 augustus 2010 

Uit:Der Gipfeldieb

„Niemals hätte ich mich in diesem Sommer als zufriedenen Menschen bezeichnet. Das roch nach Spießigkeit, Anpassung und noch etwas, worüber ich lieber nicht nachdachte. Aber als ich die berühmte Pro-und-Contra-Liste durchging, sah es irgendwie danach aus. Ich mietete zum ersten Mal in meinem Leben eine kleine Wohnung, aus deren Fenstern man keine Autobahn, sondern einen Kinderspielplatz sah, auf dem ein riesiger Marienkäfer aus Holz thronte und wohltuende Zuversicht ausstrahlte. Meine Nachbarn spielten keine klassischen Instrumente, was in Wien einem Lotto­gewinn gleichkam, und sogar privat hatten sich einige Turbulenzen gelegt, sodass ich in den ruhigen Hafen des Alleinseins eingelaufen war. Aber der wichtigste Pluspunkt war der neue Job, den ich kürzlich gefunden hatte. In der letzten Zeit war es diesbezüglich nicht besonders gut gelaufen. Allein im letzten Jahr hatte ich ein paarmal ordentlich danebengegriffen. Ich war zuerst Saunaaufgießer, dann Tierpfleger des Pavian­geheges im Schönbrunner Zoo gewesen, und zuletzt hatte ich als Weihnachtsengel Marzipanbonbons in Form einer goldenen Trompete auf der Straße verteilt.
Das Heizungsablesen gab anfangs auch nicht viel her. Meine Aufgabe bestand darin, mit einer kleinen silbernen Zange bewaffnet durch Wohnungen Wiens zu laufen und den Wärmeverbrauch zu überprüfen, der über den Winter angefallen war. Noch dazu waren es ­keine Villen oder schicke Zinshäuser, durch die ich in meiner blauen Uniform zu laufen hatte, sondern schlichte Gemeindewohnungen, die man auf der Landkarte erst suchen musste. Die Plüschstadt, wie wir Ableser Wien nannten, war wie ein Rosinenkuchen aufgebaut. In der Mitte lag das wohlschmeckende und wohlriechende Zentrum, das sich Reiche und Touristen untereinander aufteilten. Dann kam jene diffuse Schicht aus Studentenlokalen, Wohngemeinschaften und schlüpfrigen Etablissements. Und ganz außen lag der vertrocknete Teigrand aus Tausenden Gemeindehäusern, in denen sich die Arbeiterschaft Tag für Tag schlafen legte. Dort warteten Millionen von Heizungen, die abgelesen und neu verplombt werden mussten.“

 

1942211-1dee3e1152e0fa0d5895dae372a144a7.jpg
Radek Knapp (Warschau, 3 augustus 1964)

 

 

De Engelse schrijfster P. D. James (eig. Phyllis Dorothy James) werd geboren op 3 August 1920 in Oxford. Zie ook alle tags voor P. D. James op dit blog.

Uit: Death Comes to Pemberley

“On Mr. Bennet’s death, Mr. Collins would install them in one of the larger cottages on the estate where they would receive spiritual comfort from his administrations and bodily sustenance from the leftovers from Mrs. Collins’s kitchen augmented by the occasional gift of game or a side of bacon.
But from these benefits the Bennet family had a fortunate escape. By the end of 1799 Mrs. Bennet could congratulate herself on being the mother of four married daughters. Admittedly the marriage of Lydia, the youngest, aged only sixteen, was not propitious. She had eloped with Lieutenant George Wickham, an offi cer in the militia which had been stationed at Meryton, an escapade which was confidently expected to end, as all such adventures deserve, in her desertion by Wickham, banishment from her home, rejection from society and the fi nal degradation which decency forbade the ladies to mention. The marriage had, however, taken place, the first news being brought by a neighbour, William Goulding, when he rode past the Longbourn coach and the newly married Mrs. Wickham placed her hand on the open window so that he could see the ring. Mrs. Bennet’s sister, Mrs. Philips, was assiduous in circulating her version of the elopement, that the couple had been on their way to Gretna Green but had made a short stop in London to enable Wickham to inform a godmother of his forthcoming nuptials, and, on the arrival of Mr. Bennet in search of his daughter, the couple had accepted the family’s suggestion that the intended marriage could more conveniently take place in London. No one believed this fabrication, but it was acknowledged that Mrs. Philips’s ingenuity in devising it deserved at least a show of credulity. George Wickham, of course, could never be accepted in Meryton again to rob the female servants of their virtue and the shopkeepers of their profit, but it was agreed that, should his wife come among them, Mrs. Wickham should be afforded the tolerant forbearance previously accorded to Miss Lydia Bennet.”

 

 1942211-c823f4b4e6040c0ff68c0a8a27a31dbb.jpg
P. D. James (3 augustus 1920 -27 November 2014)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Kirschholz und alte Gefühle

„Die Vögel haben sich alle versammelt. So ist es immer. Wenn ich irgendwo neu bin, kommen die Vögel und wollen mit mir reden. Ich wollte nie viel reden. Das hat mich seit jeher müde gemacht, und wenn ich mehr als drei Sätze gesagt habe, hat mein Körper sich angefühlt wie der Körper einer Fremden. Als die kleinen Risse in meinem Bewusstsein begannen, wurde das Müdesein beim Reden immer schlimmer für mich. Ich entdeckte Lücken in meiner Erinnerung. Unser Arzr sprach von Anfällen. Pe’tit mal.
So nannte er die Pausen in meinem Gedächtnis. Manchmal wurde mein Kopf von einer mir unbekannten Kraft nach hinten gezogen. Vor den Augen meiner Familie war kein Entkommen. Und wenn das kleine Übel vorbeigezogen war, nannten meine Eltern mich ihre Sternguckerin. Ihre Worte pulverisierten sich in mir. Sie schienen es alle zu bemerken. Vor allem meine Mutter hielt mich unter strenger Beobachtung, Wochen, Monate ging das so, bis sich alle ein bisschen an meinen kleinen Make] gewöhnt hatten.
Meine Absencen waren mir selbsr im Augenblick, in dem sie smtrfanden, nicht bewussr. Er5t später tauchten Fragen, unbekannte Bilder und Sätze auf. Mutter fing an zu beten und schüttelte mich, jedes Mal wenn es geschah. Sie Stif- tete alle in meiner Umgebung an, mich genau in Augen-schein zu nehmen.
Es geschah zum ersren Mal, als ich sechs jahre alt war.1978. Onkel Milan und Tante Sofija verschwanden mitten im Sommer aus unseren Leben. Ich spürte ein Kribbeln in meinem Hinterkopf
.“

 

 1942211-4878fd70c72df0b77021b1c33a381349.jpg
Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

Kleinstadtindianer

Sie reiten nicht. Aber
sie bewachen
den Mond, wenn sie sich
nachts sammeln unten
auf dem Parkplatz wo
die Lieferwagen stehen:
sie werden ausgespäht
von Nachbarsaugen
hinter Gardinen.

Und einer ruft in den Wind hinaus
ein anderer zeigt Kunststücke
auf dem Rücken seines Skateboards.
Oh, sie trauen nicht der Ruhe
haben kein Nachtlager aufgeschlagen
und immer wieder
das zusammenstecken der Köpfe
das Austauschen von Küssen
mit blassen Mädchen
gegenüber auf dem Bahndamm
wachsen Kabel aus dem Gras
kein Zug schlägt hier mehr Funken.

Dann plötzlich der Aufbruch.
Sie ziehen nach Hause oder
in eine Kneipe
wo es kein Bier mehr gibt: unterwegs
werden die Risse im Asphalt
zu kleinen Nattern.

 

 1942211-b1cd5d3ef2d09a8b7aa4e329bd885f7b.jpg
Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

 

De Vlaamse schrijver, uitgever en boekhandelaar Leo Jan-Baptist Kryn werd geboren in Antwerpen op 3 augustus 1878. Zie ook alle tags voor Leo J. Kryn op dit blog.

Uit: De man met den baard

“Dit meisje werd bleek, zij verkwijnde met den dag en deed niets dan klagen en jammeren dat zij het ongelukkigste schepsel op aarde was.
De moeder van dit meisje was de tweede tooverheks, die toen in Antwerpen, of eigenlijk in Borgerhout woonde. Zij was oud en dik en had voor goed alle wereldsche ijdelheden verzaakt. Zij had nog maar één verlangen: een fatsoenlijk huwelijk voor haar dochter. In afwachting las zij de toekomst in de kaarten of in koffiedik. In de uitoefening van haar beroep had zij dan ook reeds veel omtrent den Man met den Baard gehoord, en was niet buiten mate verrast toen haar dochter haar minnesmart kloeg. Zij wilde tot allen prijs het geluk van haar kind verzekeren, en zou het hart van den Man met den Baard voor haar dochter winnen. Maar groot was haar teleurstelling toen zij bemerkte dat haar mededingster haar was vóór geweest: nu was zij onmachtig, haar duivelskunst kon die van de andere niet verdringen. Zij moest dus andere middelen beramen.
Het was laat in den avond. Zij zond haar dochter naar bed, ontstak twee waskaarsen, pookte het vuur wat op en ging toen zitten peinzen.
Lang dacht zij na en tuurde in de vlammen. Zij sprak eenige geheimzinnige woorden uit, en toen zag zij in de grillige vlammen den Man, den zoo zeer geliefden Man, bij haar mededingster op bezoek. De lust tot wraak kwam in de oude tooverheks op; zij zette zich in postuur om eens goed te beraadslagen en, nu zij zag hoe de zaken stonden, kreeg zij een duivelachtigen inval. Zij krijschte ‘Eureka!’ en haar heele lijf schokte van plezier. Zij bleef in het vuur turen en haar oogen glommen van den glans. Zij zag den Man, zelftevreden, vertrouwend in de verleidingskracht van zijn baard. Zij zag haar mededingster liefderijk blikken naar hem en streelende woordjes lispelen. Zij zag hoe zij zich langzaam naar hem toeneeg en in zijn armen vlijde, en hoe hij, gelukkig en zelfvoldaan, zijn oogen toekneep."

 

 1942211-f42c834abd358053fe0f2ec6ffcb6d2e.jpg
Leo J. Kryn (3 augustus 1878 - 4 april 1940)
Illustratie uit “De man met den baard”, 1939

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2015 en ook mijn blog van 3 augustus 2013 en mijn blog van 3 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:59 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten