Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 augustus 2016 tot 21 augustus 2016

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone, Aubrey Beardsley

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

Het rode leven regent

Aan de ene kant is er nog een kant.
Aan de andere kant is er geen kant meer.
Ik kan niet heen en weer, al zou tijd mij
dat wel toestaan. De schepping wil het niet.

De dood is de langste hoogte, voor- en zijkant
van het hout. Driedimensionaal niets waarin
ik liggen zal. Ik schrijf toch weer een vers over
wat er komen gaat. Komt dit door het weer vandaag?

Er valt rode regen* op de wereld. Het regent leven.
Misschien zonder DNA. Onwereldlijke maat die niet
naar niets toegaat als ik, maar komt vanuit het universum,
slingert door Het Al. Rode regen valt uit rode ogen
die wenen om de staat van zijn van lijf en stof.

En niets is een oud verhaal dat met lege handen
rooddoorweekt door de regen nooit meer thuiskomt.

Dit niets spoelt ook de rode regen niet naar huis
en niet meer weg. Zie: ik ben het, ik ben het maar.

 

 

In de ochtend

Verwondering over de matte lichtval
van deze ochtend, vol kersen en kleine regen.
Aangekleed, gekamd, maar wat ik doen zal
is mij nog niet gezegd. Dan zacht bewegen;

muziek die neerdaalt uit een instrument
waarop ik lang geleden heb gespeeld.
De klank verstoort mijn evenwicht. Het is mij onbekend
wat men hier speelt, de compositie lijkt verdeeld

in toen en nu; mijn vingervlugheid is gelijk.
De vleugel glanst, haar draagkracht even sterk,
zoals de lichte Arabesque die ik ontwijk
als ik mij tot herinnering beperk.

Zie, mijn vader prijst mijn spel,
geeft richtlijnen, streelt nu mijn moeders hand.
Tijd valt uit elkaar in onverdraaglijk getel.

 

 

Een verleden

Werkelijk voorbij kan niets ooit zijn;
de pijn waait voort als lucht tussen
de steden, draagt de lussen
van de tijd waarbinnen ik verschijn

in een ander zelf. Ik ben pas zesentwintig
maar meervoudig in mijn wezen,
in elke lus een ander leven,
een andere kus om mee weg te gaan.

En alleen de pijn gaat voort; zij stapt
zomaar, zij leeft voor zo weinig, hapt
nog naar vrede, maar wordt dan mij.

Misschien is er langzaam iets gebleven:
de lucht tussen de steden
neemt al mijn lussen op uit een verleden.

 

 1947667-1609e8b0522ac5735870ceaad381e24a.jpg
Rogi Wieg (21 augustus 1962 – 15 juli 2015)
In 1988

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929. Zie ook alle tags voor X. J. Kennedy op dit blog en ook mijn blog van 21 augustus 2010.

 

Hippogriff

To look at this fictitious steed
You'd think some mixed-up farmer
Had crossed an eagle with a horse.
It carries knights in armor
Through cloud fields at terrific speed.
I wish the Hippogriff
Would take me for a ride. Of course
It's not real.
But oh, if . . .!

 

 

Barking Dog Blues

I hear those barking dog blues
Every getting-out-of-bed ofday,
Barking dog blues
That chase my other blues away.

Mister Municipal Dog-Catcher
Won't you throw me in your pound?
Cause I just might bite somebody
If you leave me running round.

Baby, some men want to marry-
Me, I'd rather go to jail.
You drive me round in circles
Likeatinmntiedtomyuil.

Quit your messing round my little dog
Cause my big dog got a bone.
If you don’t want my big dog
Leave my little dog alone.

Hear me barking Monday morning
In the driving rain.
I’ll lay down in your kennel
But I won’t wear your chain.

 

 

Narcissus Suitor

He touched her and her gooseflesh crept-
He loved her as it were
Not for her depth nor clarity
But what he saw in her.

Drew her up Wobbling in his arms,
Laid lips by her smooth cheek
And would have joined the two of him
In one cohesive Greek

When soft by his obdurate car
A pair of ripples parsed
And syllables distinct and pure
Came bubbling up and burst:

‘Oh keep your big feet to yourself
Good sir, goddammit stop!
I’m not the pool you think I am!
I’ll scream! I'll call a cop!

 

 1947667-ea1344412a7f4779f6e29939e2c9ac05.jpg
X.J. Kennedy (Dover, 21 augustus 1929)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elisabeth Alexander werd geboren op 21 augustus 1922 in Linz am Rhein. Zie ook alle tags voor Elisabeth Alexander op dit blog en ook mijn blog van 21 augustus 2010.

 

Kreuz

Symbol
des ewig
Hängenden
Deshalb
ergehen sich
Frauen
in Mitleid.

 

 

Leck mich am Arsch

Wenn er gewaschen
ist
vom Weißen Riesen
in Rei
vielleicht mit Dash
was läge da
einer Leckerei
noch im Weg?

 

 1947667-8577304f07c25700bcc8d3b8246dbf50.jpg
Elisabeth Alexander (21 augustus 1922 – 17 januari 2009)

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Stone wed geboren op 21 augustus 1937 in New York. Zie ook alle tags voor Robert Stone op dit blog en ook mijn blog van 21 augustus 2010.

Uit: Children of Light

“Lu Anne was lying in the stack of seed husks.
“Well,” he said, “that looks comfortable.”
“Oh, yes,” she said, “very comfortable.”
He lay down beside her in the warm sun and buried his arms in the seeds.
“Downright primal.”
“Primal is right,” Lu Anne said. She laughed at him and shook her head. “You don’t know what this pile is do you? Do you? Because you’re a city boy.”
She sat in the pile, sweeping aside the seed husks with a rowing motion until the manure it covered was exposed and she sat naked in a mix of mud and droppings, swarming with tiny pale creatures that fled the light.
“There it is,” she told Walker. “The pigshit at the end of the rainbow. Didn’t you always know it was there?”
“You’ll get an infection,” Walker said. He was astonished at what Lu Anne had revealed to him. “You’re cut.”
“Out here waiting to be claimed, Gordon. Ain’t it mystical? How about a drink, man?”
When he bent to offer her the bottle she pulled him down into the pile beside her.
“I had a feeling you’d do that,” he said. “I thought … ”
“Stop explaining,” Lu Anne told him. Just shut up and groove on your pigshit. You earned it.”
“I guess it must work something like an orgone box,” Walker suggested.
“Walker,” Lu Anne said, “when will it cease, the incessant din of your goddam speculation? Will only death suffice to shut your cottonpicking mouth?”
“Sorry,” Walker said.
“Merciful heaven! Show the man a pile of shit and he’ll tell you how it works.” She made a wad of mud and pig manure and threw it in his face. “There, baby. There’s your orgone. Have an orgone-ism.”
She watched Walker attempt to brush the manure from his eyes.“

 

 1947667-e453f51e80b1f4725c10b8f3eb126d8e.jpg
Robert Stone (21 augustus 1937 – 10 januari 2015)
In 2010

 

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Aubrey Vincent Beardsley werd geboren op 21 augustus 1872 in Brighton. Zie ook alle tags voor Aubrey Bewardsley op dit blog en ook mijn blog van 21 augustus 2010.

 

The Courts Of Love

The courts of love are fair to see
Built of shining masonry
Quaintly carved in olden day
By the fairies’ hands they say.
Underneath the arching trees
Gentle lovers take their ease
Chanting songs of Ladye Love,
Whilst the birds which flit above
Make the golden courts to ring
With the joyous song they sing.
“Love is Lord of everything”.

Maidens in the Month of May
Watch the Knights who ride that way
Who for noble deeds and name
Are received with fair acclaim.
At the court they linger long,
Rest is sweet and Love is strong.
Then at quiet eventide
Lovers through the gardens glide
Speaking softly, whilst a ring
Of twilight fairies strangely sing
“Love is Lord of everything”.

 

 1947667-6ccb82dcee0905673bd7a16dd3992ad8.jpg
Aubrey Beardsley (21 augustus 1872 - 16 maart 1898)
Zelfportret, 1894

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:31 Reageer op dit bericht

Gennadi Ajgi, Lukas Holliger, Pete Smith, Frédéric Mitterrand, M. M. Kaye

De Russische dichter Gennadi Ajgi werd geboren op 21 augustus 1934 in het dorpje Sjajmoerzjino in de Tsjoewasjische republiek, aan de Wolga, 400 km ten oosten van Moskou. Zie ook alle tags voor Gennadi Aigi op dit blog en ook mijn blog van 21 augustus 2010.

 

Uit: Twenty-Eight Variations on Chuvash and Udmurt Folk Songs

XIX

And in the fog
the green oak
has nothing stronger than a branch
to sing with

 
XX

These hands and this head
will remain with those who died in a foreign land—
smoke from the locomotive hits us in the face,
to rob us of memory once and for all.

 
XXI

And suddenly—peace, as if
I were alone in the world,
and the blizzard out the window, blizzard in the garden,
blizzard in the fields.


Vertaald door Sarah Valentine

 

 1947662-13fb7ff859f5591374d17993db9ebe75.jpg
Gennadi Ajgi (21 augustus 1934 – 21 februari 2006)

 

 

De Zwitserse schrijver, dramaturg en redacteur Lukas Holliger werd geboren op 21 augustus 1971 in Basel. Zie ook alle tags voor Lukas Holliger op dit blog en ook mijn blog van 21 augustus 2010

Uit: Glas im Bauch

„Ton
Zum ersten Mal waren meine Schwestern und ich bei unserer ältesten Tante eingeladen. Eine Figur aus Ton saß bekleidet auf ihrem Sofa. Kindsgroß. Zuerst tranken wir Tee und lobten die Witwe, dass sie ein neues Hobby pflegte. Als wir ausgetrunken hatten und der Zucker bis zum Rand heraufgeklettert in den Tassen zurückgeblieben war, sahen wir uns die Figur genauer an. Ich entdeckte, dass es sich um mich handelte. Exakt die Kinderkleider, die ich in den Siebzigerjahren getragen hatte. Meine Lippen hatte meine Tante so fein mit kleinen Furchen und Lackfarbe versehen, dass es den Eindruck erweckte, der Ton sei weich, sogar feucht.
Ich beugte mich auf Augenhöhe, in Blickrichtung der Puppe. Als mich meine achtjährigen Augen trafen, wurde mir schwindlig. Ich gab vor, mich fürs Handwerk und die Herstellung so kunstvoller Tonfiguren zu interessieren, als zwei Nachbarn klingelten. Die Situation wurde unübersichtlich, alle verließen das Zimmer, um junge Katzen zu besichtigen. Ich holte den Doppelgänger auf meinen Schoß und suchte an seiner Hand die Narbe. Tatsächlich hatte sie meine Tante nicht vergessen. Die Narbe war noch dunkelrosa. Geschwister, Nachbarn und Tante überraschten mich auf dem Sofa mit mir selbst im Arm. Alle verstummten empört.“

 

 1947662-5cadfa9ff948a052cf3b4821bc0e1de3.jpg
Lukas Holliger (Basel, 21 augustus 1971)
Basel, Münster 

 

 

De Duitse schrijver Pete Smith werd op 21 augustus 1960 in Soest (Westfalen) geboren. Zie ook ook alle tags voor Pete Smith op dit blog en ook mijn blog van 21 augustus 2010

Uit:Endspiel

“Tosender Applaus, an- und abschwellend wie Meeresrauschen. Gesichter: erregt, verschwitzt, ungläubig. Ulis ausdruckslose Augen. Ein langhaariges Mädchen, eingewickelt in eine schwarz-rot-goldene Fahne. Hupende Autos. Plötzlich verwandelt sich das Rauschen in Regen, der gegen den Rollladen prasselt, Schritte im Treppenhaus, Stimmen, ein Knall – endlich öffne ich die Augen, der Wecker neben mir blinkt, elf Uhr, offenbar habe ich zwölf Stunden geschlafen.
„And finally, our twelve points go to: Germany!“
Ich lange hin und drücke Knöpfe, aber das Display blinkt und blinkt, bis ich den Stecker ziehe, mich aufrichte und zurückfalle ins nachtwarme Kissen. Als ich die Augen schließe, ist mir, als ob Samstagnacht, die Nacht von Oslo, genau in diesem Augenblick endet.
„Das ist nicht wahr, oder?“
„Ich hab es dir gesagt!“
„Kann das denn sein – selbst die Dänen wünschen uns den Sieg!“
Wir sitzen auf dem Boden und trinken Cocktails. Armin hat uns gebeten, die Gläser in der Hand zu behalten. Für die ESC-Party hat er sein Wohnzimmer leergeräumt. Über der Tür hängt ein Beamer und bläht das Fernsehbild auf Kinoleinwandformat. Stefan Raab strahlt in die Kamera mit Zähnen so breit wie ein Sofa.
Love, I got it bad for you, I saved the best I have for you, you sometimes make me sad and blue.
„Shit!“
Edgar gräbt seinen Daumen in meinen Arm. Vor der Leinwand kickt die Frau mit dem weißen Kleid gerade ihren zweiten Schuh vom Fuß. Ihre Finger schieben sich unter den Saum, ziehen am Stoff, halten die anderen auf Distanz.
„Sag ihr, sie soll damit aufhören!“
„Sag’s ihr selbst.“
„This is not real!“
Plötzlich rückt Ed von mir ab. Uli schlüpft in die Lücke.
„Amüsiert ihr euch? Ich geh dann mal. Nein, bleib nur. Wir telefonieren, okay?“
Einen ganzen Tag höre ich nichts von ihr. In der Nacht schickt sie mir eine SMS. Tut mir leid. Was will sie mir damit sagen? Was tut ihr leid? Warum sagt sie nicht endlich, was mit ihr ist?“

 

 1947662-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Pete Smith (Soest, 21 augustus 1960)

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, documentairemaker, filmer en politicus  Frédéric Mitterrand werd geboren op 21 augustus 1947 in Parijs. Zie ook alle tags voor Frédéric Mitterand op dit blog en ook mijn blog van 21 augustus 2010.

Uit: La Mauvaise vie

« Mauvaise musique grossièrement frelatée au synthé sur des standards que l'on ne reconnaît plus mais dont le rythme infernal bombarde tout le quartier, fait chanceler entre excitation et hébétude et saoule le désir qui tambourine contre les tempes. Ça baisse un peu dans le souterrain qui mène au parking de l'hôtel. Il élève ses quinze étages de médiocre confort international au-dessus du flot populeux et du magma des boîtes et des gargotes, abritant une clientèle pas trop friquée de tour operators qui sort le jour en groupes serrés et tâte furtivement du grand frisson et de la rigolade à souvenirs avant de se coucher tôt derrière les doubles vitrages climatisés. Mais il plonge ses racines dans un sol autrement plus fertile : la sorte de grotte où le gang des chauffeurs de taxi se livre à des parties de cartes vociférantes dans une atmosphère de tripot pour films de kung-fu commande l'accès à une série de chambres sans fenêtre qui se louent ordinairement à l'heure, et pour longtemps, voire à perpétuité si on veut en finir et y mettre le prix. Ce n'est certainement pas le pire endroit pour mourir, anonymat et discrétion assurés. De vilains jeunes gens qui n'auraient eu aucune chance sur la rampe à numéros prennent leur revanche en s'affairant devant les caves à plaisir : ils détiennent les clefs, assurent la circulation qui peut être dense, relèvent les compteurs, font le ménage entre les passes. Plutôt sympatiques au demeurant : ils prétendent connaître tous les garçons par leurs noms et traitent les habitués à pourboires en jouant la comédie d'un service de palace. Le réduit et la salle de bains sont très propres : serviettes sous cellophane, housse en papier sur le lit sans drap, moquette neuve, ventilateur chromé, des miroirs un peu partout et même au plafond pour qui ça intéresse. Le room valet, comme il se désigne élégamment lui-même, fait une tentative pour me montrer comment marche la télévision et, jaugeant mon air apparemment défait, me propose à tout hasard des cassettes sans doute destinées à me ranimer. On rit un peu sans bien se comprendre, je lui refile les billets pour deux heures avec de quoi s'offrir une autre dent en or et il sort en chantonnant. Nous sommes seuls. Mon garçon n'a pas dit un mot, il se tient devant moi, immobile, le regard toujours aussi droit et son demi-sourire aux lèvres. J'ai tellement envie de lui que j'en tremble. « 

 

 1947662-8ab97fc6e7d6f8232214df58d43f0c70.jpg
Frédéric Mitterrand (Parijs, 21 augustus 1947)

 

 

De Britse schrijfster Mary Margaret ('Mollie') Kaye werd geboren op 21 augustus 1908 in Shimla, India. Zie ook alle tags voor M. M. Kaye op dit blog en ook mijn blog van 21 augustus 2010.

Uit: The Ordinary Princess

“This story was written many moons ago under an apple tree in an orchard in Kent, which is one of England's prettiest counties . . . I had read at least twenty of the [fairy tales] when I noticed something that had never struck me before--I suppose because I had always taken it for granted. All the princesses, apart from such rare exceptions as Snow White, were blond, blue-eyed, and beautiful, with lovely figures and complexions and extravagantly long hair. This struck me as most unfair, and suddenly I began to wonder just how many handsome young princes would have asked a king for the hand of his daughter if that daughter had happened to be gawky, snub-nosed, and freckled, with shortish mouse-colored hair? None, I suspected. They would all have been of chasing after some lissome Royal Highness with large blue eyes and yards of golden hair and probably nothing whatever between her ears! It was in that moment that a story about a princess who turned out to be ordinary jumped into my mind, and the very next morning I took my pencil box and a large rough-notebook down to the orchard and, having settled myself under an apple tree in full bloom, began to write . . . the day was warm and windless and without a cloud in the sky. A perfect day and a perfect place to write a fairy story.”

 

 1947662-28b0bbb9bf3c46e9bfc43e4039868488.jpg
M. M. Kaye (21 augustus 1908 – 29 januari 2004)

Geschreven door Romenu om 11:23 Reageer op dit bericht

Anneke Brassinga, Etgar Keret, James Rollins, Clemens Meyer, Arno Surminski

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

 

Eik

Stug loof uit kromme takken barstend, querus robur,
wát u zegt! - meer heb ik niet te geef behalve schaduw,
als wolkendek ontbreekt. Dus hou uw mond,

tenzij u eikels vreten wou; ze vallen
straks na eerste kou. Mijn jas? Ik zou beschaamd zijn
u zo ruig doorgroeid te zien, vol mos.

En blijf ook af van al dat tere schemerweefsel
ondergronds, het treurt nog om Dodona
waar ik op rotsen stond en ruisend met mijn

doorwaaid blad uw god het woord gaf.
Licht was daar lavend vuur. Wat komt is duister:
ik voorspel mijzelf een stomme boom in windstille

verstuiving.

 

 

Blauw

kleine droefheid roept en raast
als regen in de duinen
kleine droefheid kijkt verdwaasd
naar de bramen neder.

zwarte vrucht van droefheid
in de regen, zoet en koud
roept en raast, verdwaasd en teder.
koude duinen, wolkenblauw

bewaasd, omringen de verdwaalde
droefheid, stervend haast,
die in al haar kleinheid
roept en raast.

 

 

Nachtpost

Alle licht gaat ergens heen -
het lampje boven in mijn pen
gekregen van Kees Hin de kineast,
schrijft in het donker dit gedicht in spiegelschrift
tussen de sterren heb ik gedacht;
en op de kop ook nog? Zodat jij, verhuisd
naar die omgekeerde averechtse onderwereld boven ons
nu lezen kunt een doodgewoon bericht?
En - vertel - heb je daarginder wel
net als hier de gamma-uil en jotavlinder?

 

 1947385-111db44e98054d5d0907e52e2c1c27e8.jpg
Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) 

 

 

De Israëlische schrijver Etgar Keret werd geboren op 20 augustus 1967 in Ramat Gan. Zie ook alle tags voor Etgar Keret op dit blog en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

Uit: The Seven Good Years: A Memoir

“It’s not their fault,” I say. “It’s just that the attacks are always the same. What kind of original thing can you say about an explosion and senseless death?”
“Beats me,” he says with a shrug. “You’re the writer.”
Some people in white jackets are starting to come back from the ER on their way to the maternity ward. “You’re from Tel Aviv,” the reporter says to me, “so why’d you come all the way to this dump to give birth?”
“We wanted a natural birth. Their department here—”
“Natural?” he interrupts, sniggering. “What’s natural about a midget with a cable hanging from his belly button popping out of your wife’s vagina?” I don’t even try to respond. “I told my wife,” he continues, “‘If you ever give birth, only by Caesarean section, like in America. I don’t want some baby stretching you out of shape for me.’ Nowadays, it’s only in primitive countries like this that women give birth like animals. Yallah, I’m going to work.” Starting to get up, he tries one more time. “Maybe you have something to say about the attack anyway?” he asks. “Did it change anything for you? Like what you’re going to name the baby or something, I don’t know.” I smile apologetically. “Never mind,” he says with a wink. “I hope it goes easy, man.”
Six hours later, a midget with a cable hanging from his belly button comes popping out of my wife’s vagina and immediately starts to cry. I try to calm him down, to convince him that there’s nothing to worry about. That by the time he grows up, everything here in the Middle East will be settled: peace will come, there won’t be any more terrorist attacks, and even if once in a blue moon there is one, there will always be someone original, someone with a little vision, around to describe it perfectly. He quiets down and then considers his next move. He’s supposed to be naive—seeing as how he’s a newborn—but even he doesn’t buy it, and after a second’s hesitation and a small hiccup, he goes back to crying.
Big Baby
When I was a kid, my parents took me to Europe. The high point of the trip wasn’t Big Ben or the Eiffel Tower but the flight from Israel to London—specifically, the meal. There on the tray were a tiny can of Coca-Cola and, next to it, a box of cornflakes not much bigger than a pack of cigarettes.”

 

 1947385-e99d08b038711fc12b281cd16766ca71.jpg
Etgar Keret (Ramat Gan, 20 augustus 1967)

 

 

De Amerikaanse schrijver James Rollins (pseudoniem van James Paul Czajkowski) werd geboren in Chicago op 20 augustus 1961. Zie ook alle tags voor James Rollins op dit blog.

Uit: The Doomsday Key:

“The ravens were the first sign.
As the horse-drawn wagon traveled down the rutted track between rolling fields of barley, a flock of ravens rose up in a black wash. They hurled themselves into the blue of the morning and swept high in a panicked rout, but this was more than the usual startled flight. The ravens wheeled and swooped, tumbled and flapped. Over the road, they crashed into each other and rained down out of the skies. Small bodies struck the road, breaking wing and beak. They twitched in the ruts. Wings fluttered weakly.
But most disturbing was the silence of it all.
No caws, no screams.
Just the frantic beat of wing—then the soft impact of feathered bodies on the hard dirt and broken stone.
The wagon’s driver crossed himself and slowed the cart. His heavylidded eyes watched the skies. The horse tossed its head and huffed into the chill of the morning.
“Keep going,” said the traveler sharing the wagon. Martin Borr was the youngest of the royal coroners, ordered here upon a secret edict from King William himself.
As Martin huddled deeper into his heavy cloak, he remembered the note secured by wax and imprinted by the great royal seal. Burdened by the cost of war, King William had sent scores of royal commissioners out into the countryside to amass a great accounting of the lands and properties of his kingdom. The immense tally was being recorded in a mammoth volume called the Domesday Book, collected together by a single scholar and written in a cryptic form of Latin. The accounting was all done as a means of measuring the proper tax owed to the crown.
Or so it was said.
Some grew to suspect there was another reason for such a grand survey of all the lands. They compared the book to the Bible’s description of the Last Judgment, where God kept an accounting of all mankind’s deeds in the Book of Life. Whispers and rumors began calling the result of this great survey the Doomsday Book.”

 

 1947385-2a2229903058a45f20429f4e22b00f93.jpg
James Rollins (Chicago, 20 augustus 1961)

 

 

De Duitse schrijver Clemens Meyer werd geboren op 20 augustus 1977 in Halle an der Saale. Zie ook alle tags voor Clemens Meyer op dit blog en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

Uit: Als wir träumten

„Der große VEB ging 1991 Pleite, und das Gebäude wurde weggerissen, und die Mutter des kleinen Stempel- und Modellautohehlers wurde nach zwanzig Jahren arbeitslos und erhängte sich auf dem Außenklo, weshalb der unbedeutende Junge von uns auch weiterhin keine Dresche und manchmal ein paar Groschen bekam. Jetzt steht dort ein Aldi, und ich könnte mir dort billig Bier oder Spaghetti kaufen.
Das mit der Mutter des Jungen stimmt nicht. Sie fand 1992 in einer neuen Shell-Tankstelle Arbeit und wollte uns immer nicht kennen, wenn wir bei ihr Bier oder Schnaps kauften, weil es Nacht war und die Läden zuhatten und die Mauern der Leipziger Premium Pilsner Brauerei manchmal einfach zu hoch waren.
Das Tollste war, dass die Brauerei da war, auch wenn wir sie nicht sehen konnten, weil wir gerade ein paar Straßen weiter einer alten Frau die Handtasche nach Hause brachten, oder weil es Nacht war (ich meine diese furchtbar dunklen Abendnächte im Winter, wo du nur die Lichter siehst und dich so traurig fühlst), oder weil wir die Augen schlossen, wenn wir vorüberfuhren. Die große alte Leipziger Premium Pilsner Brauerei war da. Wir konnten sie riechen. Sie roch wirklich so was von herrlich scheißgut nach würzigem Hopfen, so wie schwarzer Tee, nur noch viel besser.
Wenn der Wind günstig stand, konnten wir es kilometerweit riechen.
Und auch jetzt noch rieche ich es, wenn ich das Fenster aufmache, obwohl ich weit weg bin, aber die anderen wollen davon nichts wissen. Und woher können sie auch wissen, erzählt habe ich es ihnen nicht, und wenn wir nachts schlaflos in unseren Betten liegen, schiebe ich mir einen Zipfel der Bettdecke zwischen die Zähne, um nicht von den wilden Zeiten zu erzählen.“

 

 1947385-55cfe2dd9bb971b261b5d92b9bb07e1d.jpg
Clemens Meyer (Halle an der Saale, 20 augustus 1977)

 

 

De Duitse schrijver Arno Surminski werd geboren op 20 augustus 1934 in Jäglack in Oostpruisen. Zie ook alle tags voor Arno Surminski op dit blog en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

Uit: Die Vogelwelt von Auschwitz

„In der alten Königsstadt am Ufer der Weichsel lebte in der Mitte des 20. Jahrhunderts ein Mensch namens Marek Rogalski, den kriegerische Umstände in ein Gefangenenlager gebracht hatten. Diese Umstände begannen in den Septembertagen des Jahres 39; niemand wusste zu sagen, wie lange sie andauern würden. Marek Rogalski war jung an Jahren und gehörte in die Hörsäle der Kunst und der Wissenschaften, doch die erwähnten Umstände hatten seinen Studien ein plötzliches Ende gesetzt.
Er wusste nicht, warum sie ihn festhielten. Die alte Gewohnheit, Menschen in Gewahrsam zu nehmen oder gar zu töten, wenn sie Böses getan hatten und zu besorgen war, dass sie es weiter tun würden, reichte der neuen Zeit nicht. In jenem Krieg, der in Europa wütete, verfielen sie darauf, Menschen in Verwahrung zu nehmen, nur weil sie einem bestimmten Volk, einer Klasse, einer Rasse angehörten. Oft genügte es, denken zu können. Letzteres war Marek Rogalski zum Verhängnis geworden.
Das Lager befand sich zwischen den Flüssen Sola und Weichsel unweit der Stadt Oswiecim. Dort hatten sie alte Militärkasernen hergerichtet, einen Stacheldrahtzaun um sie gezogen und graue Wachtür-me in die Landschaft gesetzt. Am Eingang zum Lager bauten sie ein Tor und stellten bewaffnete Posten auf, manchmal waren da auch Hunde.
Als Marek im Sommer des Jahres 40 mit anderen Häftlingen per Eisenbahn in Oswiecim eintraf, begannen sie, die Kasernengebäude auf zwei Stockwerke zu vergrößern. Außerdem sollten acht neue Blöcke gebaut werden. Bei dieser Arbeit hatten die Häftlinge zu helfen. Wenn sie zur Zufriedenheit erledigt werde, sei mit der Freilassung zum Weihnachtsfest zu rechnen, wollte ein Gerücht wissen, das im Lager umging. Sie teilten Marek der Malerkolonne zu, die mit groben Pinseln die Baracken, Türen und Fenster unter Farbe hielt, denn in einem Lager mit Tausenden von Häftlingen bröckelte es ständig, blieb immer etwas zu übermalen und zu vertuschen, mit anderen Worten: Die Arbeit nahm kein Ende.“

 

 1947385-720ca8de1438ae395ec15553b00e6e1a.jpg
Arno Surminski (Jäglack, 20 augustus 1934)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:21 Reageer op dit bericht

Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo, Colin MacInnes

De Duitse schrijfster Maren Winter werd geboren op 20 augustus 1961 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Maren Winter op dit blog.

Uit: Das Lied des Glockenspielers

„Er war erst wenige Schritte balanciert, als der schleppende Tross ins Stocken geriet. Zurück konnte Liron nicht mehr, und das schwankende Laufbrett war viel zu schmal, um das Fass darauf abzusetzen. Soweit es ihm in der gebückten Haltung möglich war, hob er den Kopf und spähte an den anderen Männern vorbei zum Prahm hinüber.
Da stand er, der junge Thiedemann von Kortholt, in aufrechter Haltung, als ob er einem Maler Modell stehen würde. Seine Rechte ruhte auf dem Degen, in der Linken hielt er einen Federhut. Das dunkle Haar legte sich über einen Kragen aus kunstvoller Nadelspitze, Rock und Pluderhose glänzten schwarz, ebenso die Schuhe, welche mit großen, samtenen Schleifen geschmückt waren.
Schreiber und der Frachtherr scharwenzelten um ihn herum, während sich vor ihm ein Träger bemühte, den Deckel eines Fasses aufzuhebeln.
Warum, zum Teufel, hatte Thiedemann den Träger ausgerechnet an der engsten Stelle angehalten? Das Fass stand direkt vor der Planke. Sah er denn nicht, dass dem Nächsten der Weg versperrt war und die Männer mit den schweren Lasten auf dem Rücken warten mussten?
Natürlich sah er es. Sein Blick schweifte unablässig über die gebeugten Träger hinweg. Für seine Heringe weigte er weit weniger Interesse.
Lirons Vordermann schwankte. Auch seine eigenen Muskeln zitterten, und der Eisenring des Passes schnitt ihm in die Finger. Vorsichtig lehnte er sich weiter vor, um seinen Rücken zu entlasten.“

 

 1947381-736f5129fe90cf726767b76e36fef836.jpg
Maren Winter (Lübeck, 20 augustus 1961)
Lübeck, Altstadt en Marienkirche

 

 

De Engelse dichter Edgar Albert Guest werd geboren op 20 augustus 1881 in Birmingham, Engeland. Zie ook alle tags voor Edgar Guest op dit blog.

 

Hard Luck

Ain't no use as I can see
In sittin' underneath a tree
An' growlin' that your luck is bad,
An' that your life is extry sad;
Your life ain't sadder than your neighbor's
Nor any harder are your labors;
It rains on him the same as you,
An' he has work he hates to do;
An' he gits tired an' he gits cross,
An' he has trouble with the boss;
You take his whole life, through an' through,
Why, he's no better off than you.

If whinin' brushed the clouds away
I wouldn't have a word to say;
If it made good friends out o' foes
I'd whine a bit, too, I suppose;
But when I look around an' see
A lot o' men resemblin' me,
An' see 'em sad, an' see 'em gay
With work t' do most every day,
Some full o' fun, some bent with care,
Some havin' troubles hard to bear,
I reckon, as I count my woes,
They're 'bout what everybody knows.

The day I find a man who'll say
He's never known a rainy day,
Who'll raise his right hand up an' swear
In forty years he's had no care,
Has never had a single blow,
An' never known one touch o' woe,
Has never seen a loved one die,
Has never wept or heaved a sigh,
Has never had a plan go wrong,
But allas laughed his way along;
Then I'll sit down an' start to whine
That all the hard luck here is mine.

 

 1947381-dd266533b77097aae1d77242d028cb91.jpg
Edgar Guest (20 augustus 1881 – 5 augustus 1959)
Birmingham, St Martin's church en Selfridges department store

 

 

De Belgische schrijver Charles de Coster werd geboren in München op 20 augustus 1827. Zie ook alle tags voor Charles de Coster op dit blog.

Uit: De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

“Uilenspiegel werd ten doop gebracht; voor dat hij in de kerk was, viel eene regenbui die hem heel nat maakte. Zoo werd hij voor de eerste maal gedoopt.
Als hij de kerk binnengebracht werd, kwam de koster-schoolmeester aan peter en meter, vader en moeder zeggen dat zij zich rond de doopvont moesten scharen, hetgeen zij deden.
Maar boven de vont, was er in 't gewelf een gat dat een metser gekapt had om er eene lamp aan eene verguld houten sterre te hangen. De metser die, van boven, peter en meter stokstijf rond de toegedekte vont zag staan, goot verraderlijk door het gat een emmer water dat, tusschen hen, met groot geplas op het deksel van de vont kletste. Doch Uilenspiegel kreeg er het grootste deel van. En zoo werd hij voor de tweede maal gedoopt.
De deken kwam: zij deden hem hun beklag; maar hij zei hun van zich te haasten, dat het een ongeluk was. Uilenspiegel ging te werk als een bezetene, ter wille van het water dat op hem gespat was. De deken gaf hem het zout en het water en heette hem Thijlbert, wat zeggen wil: ‘altijd ongedurig’. En zoo werd hij voor de derde maal gedoopt.
Uit Onze-Lieve-Vrouwekerk ging men daar rechtover, in de Langestraat, eene herberg binnen, die voor uithangbord een rozenkrans had, met eene pint in 't midden. Zij dronken er zeventien pinten dubbele kuite en nog meer. Want, in Vlaanderen als men nat is, droogt men zich met een vuur van bier in den buik aan te steken. Zoo werd Uilenspiegel voor de vierde maal gedoopt.
Met het hoofd zwaarder dan 't lichaam, strompelden zij huiswaarts; zoo kwamen zij aan een brugje over eenen poel; Katelijne die meter was, droeg het kind; zij struikelde en viel in de modder met Uilenspiegel. Zoo werd hij voor de vijfde maal gedoopt.
Men trok hem uit den poel. In 't huis van Klaas werd hij met lauw water gewasschen. Dit was zijn zesde doopsel.“

 

 1947381-dddcf3d7334545e8cbff8816371ccc48.jpg
Charles de Coster (20 augustus 1827 - 7 mei 1879)
Tijl Uilenspiegel, beeld van
Dirk de Keizer in Ootmarsum, 1995

 

 

De Noorse dichter en schrijver Tarjei Vesaas werd geboren in in Vinje, Telemark op 20 augustus 1897. Zie ook alle tags voor Tarjei Vesaas op dit blog.

 

Snow in a Face

It’s sifting down like a jumbled heaven,
but the darkness tonight hides everything from view.
And there’s no noise to break up the even
invisible tinkling of falling snow.

Walking the road so no one knows it,
one boy goes by, and that's all.
He’s coming from a party, along the white hillside,
away from a glance that wanted more.

Away from the beautiful dream beneath the linen,
a dream that’s never flamed in his hands.
But the glance tonight had a strange gleam in it;
came with a message from a promised land.

The quiet flakes float along his jawline,
gently scratch him with their switch of stars.
Delight is walking naked in the nighttime.
His face is burning as the snow dissolves.


Vertaald door Roger Greenwald

 

 1947381-9a8bb99062c17c58fad29e43c0ef793f.jpg
Tarjei Vesaas (20 augustus 1897 – 15 maart 1970)

 

 

De Italiaanse dichter en criticus Salvatore Quasimodo werd geboren op 20 augustus 1901 in Modica op Sicilië. Zie ook alle tags voor Salvatore Quasimodo op dit blog.

 

To My Father (fragment)

Back and forth your sun cap moved
in the little space they always left you.
For me, too, everything was measured
and I have borne your name
a little beyond the hatred and the envy.
That red on your cap was a mitre;
a crown with eagle's wings.
and now in the eagle of your ninety years
I wanted to speak to you -- your parting
signals coloured by the night-time lantern --
to speak to you from this imperfect
wheel of a world,
within a flood of crowded walls,
far from the Arabian jasmine
where you are still, to tell you
what once I could not -- difficult
affinity of thoughts -- to tell you (not only
the marshland locust, the mstic tree can hear)
as the watchman of the fields tells his master:
'I kiss your hands.' This, nothing else.
Life is darkly strong.

 

 1947381-9a1d287a9024555758e6e945d7a414dd.jpg
Salvatore Quasimodo (20 augustus 1901 - 14 juni 1968)

 

 

De Engelse schrijver en journalist Colin MacInnes werd geboren op 20 augustus 1914 in Londen. Zie ook alle tags voor Colin MacInnes op dit blog.

Uit:City of Spades

“Pew tentatively takes the helm
„It’s all yours, Pew, from now,“ he said, adding softly, „thank God,“ and waving round the office a mildly revolted hand.
„Yes, but what do I do with it all, dear boy?“ I asked him. „Why am I here?“
„Ah, as to that“ He heaved an indifferent sigh. „You’ll have to find out for yourself as you go along.“
He picked up his furled umbrella, but I clung to him just a bit longer.
„Couldn’t you explain, please, my duties to me in more detail? After all, I’m new, I’m taking over from you, and I’d be very glad to know exactly what.“
Trim, chill, compact, he eyed me with aloof imperial calm. Clearly he was of the stuff of which proconsuls can even now be made.
„Oh, very well,“ he said, grounding his umbrella. „Not, I’m afraid, that anything I can tell you is likely to be of the slightest use.“
I thanked him and we sat. His eye a bored inquisitors, he said: You know, at any rate, what you’re supposed to be?“
Simply, I answered: „I am the newly appointed Assistant Welfare Officer of the Colonial Department.“
He closed his eyes. „I don’t know, forgive me, how you got the job. But may I enquire if you know anything about our colonial peoples?“
„I once spent a most agreeable holiday in Malta.“
„Quite so. A heroic spot. But I mean Negroes. Do you happen to know anything about them?“
„Nothing.“
„Nothing whatever?“
„No.“

 

 1947381-4b454fcd280ba76d43ab3bd65daddea6.jpg
Colin MacInnes (20 augustus 1914 - 22 april 1976)

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 20 augustus 2010.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:20 Reageer op dit bericht

Sylvie Richterová, Ernst-Jürgen Dreyer, Boleslaw Prus, Menno Lievers, Vasili Aksjonov, Jacqueline Susann

De Tsjechische schrijfster Sylvie Richterová werd geboren op 20 augustus 1945 in Brno. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

Uit: Abc-Buch der Vatersprache

„Die Flüchtlingsorganisation teilte ihm eine Wohnung in Schwechat zu, wo sich der Wiener Flughafen befindet und wo die Straßen ganz wie in der Vorstadt von Brünn sind. Einige gleichen den Straßen in einer schönen Brünner Vorstadt, andere denen in der häßlichsten und staubigsten Brünner Vorstadt. Die Wohnung befand sich gerade dort, nämlich in einer Hauptstraße, die sicher einstmals Gehsteige gehabt hatte. In der Gegenwart aber waren sie der Südautobahn gewichen, so daß von ihnen nur wenig mehr als die Bordsteinkanten übriggeblieben sind. Von den Häusern ist der Putz abgefallen, seit dem Krieg sind sie nicht neu verputzt worden, genau so wie in der Brünner Vorstadt, nur daß Susanna und Aleš dort nicht gewohnt hatten, erst jetzt sollten sie es, in Wien.
Das Haus war weitläufig, mit einem großen, geräumigen Treppenhaus, in das die Küchenfenster gingen, und durch diese Fenster die Küchendünste, die im übrigen ganz angenehm und nach Wohlstand rochen. Die Zimmerfenster gingen zur Autobahn und erzitterten sehr oft von den sie überfliegenden Flugzeugen, die auf dem Flugplatz gerade landeten oder starteten. Aleš und sein Freund, der in Brünn in der Nachbarschaft gewohnt hatte und jetzt wiederum in Wien sein Nachbar war, trugen die paar Möbelstücke und die Kisten mit dem verzollten Familienbesitz in die Wohnung, damit der Chauffeur zurückfahren konnte, dann fiel Aleš in einen bleiernen Schlaf, und als er aufwachte, war es zwei Tage später am Morgen. Er lief zum Autobus, mit dem Susanna und die Kinder kommen sollten. Noch wacher wurde er, als sich zeigte, daß der Autobus Verspätung hatte, eine Stunde, zwei, drei Stunden. Nach drei Stunden befiel ihn lähmendes Entsetzen, die Familie könnte am Ende nicht über die Grenze gekommen sein. Sie kam, mit nur dreieinhalbstündiger Verspätung, einem kleinen Riß in der Zeit, der nur dann von Bedeutung ist, wenn man in ihm versinkt. Er hörte auf zu versinken, als er sah, wie sich schon von Ferne die hochgewachsene Susanna angespannt im Busfenster abzeichnete.“

 

 1947374-44975e4ecb843e36b356df65ed4eeb90.jpg
Sylvie Richterová (Brno, 20 augustus 1945)

 

 

De Duitse schrijver, dichter, vertaler en muziekwetenschapper Ernst-Jürgen Dreyer werd geboren op 20 augustus 1934 in Oschatz in Saksen. Zie ook alle tags voor Ernst-Jürgen Drayer op dit blog en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

Uit: Die Spaltung

„Aber du wartest auf die Geschichte. Ich saß also einer Frau gegenüber, die ganz der von dir beschriebenen glich. Auch das Zimmer, in dem wir saßen, glich ganz dem, das du beschreibst, nur waren die Vorhänge zugezogen, weil es Abend war; und auf dem Tisch stand kein Kaffee, sondern Alkohol – Weinbrand oder Wodka – von dem wir aus kleinen Gläschen tranken, und geraucht wurde auch. Die Wärme, das Tischchen, das du erwähnst, der Sessel, das alles stimmt überein. Auch hier saß sie auf dem Sofa, und es herrschte die gleiche Opiumzigarettenatmosphäre. Aber du hast den Stolz zu erwähnen vergessen, der einen erfüllt, von einer solchen Frau eines (wie es scheint) gleichberechtigten Gesprächs gewürdigt zu sein, das du für ganz vertraulich, ganz ohne Arg, ohne Falsch und für ohne Spekulation hältst. Vielleicht wird die Geschichte, die folgt und die hier ihren Anfang nimmt, diesen Anschein auch gar nicht widerlegen. Aber leider wird dir desto ersichtlicher werden, daß sich zwei so verschiedene Klassen notwendig nur mißverstehen können, und das bei so absolutem Anschein der Übereinstimmung wie nur möglich.
Das Gespräch drehte sich um die Tochter, Marion, mit der ich befreundet war. Es drehte sich in einer langen, labyrinthischen Spirale irgendwohin, aber wohin, das wußte ich nicht, und ich saß also, benebelt und wie auf Kohlen zugleich, hellwach und lauernd, sagte „ja“, oder irgendwas, um Zeit zu gewinnen, und verfolgte fieberhaft jedes Wort. In Beul ging damals einer um, von dem kein Mensch wußte, was mit ihm los war. Mit den Männern sprach er kein Wort, ließ höchstens mal eine Bemerkung fallen, wenn er hinter seiner Sonnenbrille ungebeten an einem Tisch saß; dann wurde es still; es war irgendeine rätselhafte Bemerkung, halb zynisch, halb Unsinn, aber irgendwie vielleicht auch mit Hintersinn, den aber keiner kapierte. Wir haßten diesen Mann, diesen Rabetke: Rabetke hieß der; wir hatten einmal fest ausgemacht ihn hinter der Schneiderwiese abzupassen und ihm klarzumachen, daß er aus Beul zu verschwinden hat. Es war uns dann aber wohl zu unfair, ihm zu viert oder fünft aufzulauern, oder haben wirs auch gemacht, und er kam nicht, und dann haben wirs nicht wieder versucht, ja so wars. Denn dieser Mensch machte sich an die Mädchen ran und zwar immer auf die gleiche Tour: erst taucht er überall wo sie ging und stand aus dem Nichts auf und steht irgendwo in einem Hauseingang und starrt sie an hinter seiner undurchsichtigen Brille, und irgendwie hatten die Mädchen Angst, aber sie waren auch fasziniert, weil eben keiner diesen Rabetke durchschaute.“

 

 1947374-c7857c18d3f4ed760213c6b2dbef6292.jpg
Ernst-Jürgen Dreyer (Oschatz, 20 augustus 1934)

 

 

De Poolse schrijver Bolesław Prus (eig. Aleksander Glowacki) werd geboren in Hrubieszów, Lublin, op 20 augustus 1847. Zie ook alle tags voor Boleslaw Prus op dit blog en ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2009 en van 20 augustus 2010.

Uit:Fading Voices (Vertaald door Christopher Kasparek)

“Having returned whole from the fifth military campaign of his life, the Colonel at the end of 1871 resigned his commission and settled in Lyon. He was only sixty-five and looked so hale that his friends urged him to marry. But the Colonel did not want to marry. He said that it's true, his legs were still strong, but he had become bored with the France of the lawyers, and he was thinking of returning to his own people. And en route, with a woman, he would have a lot of trouble.
He wanted to leave at once; he actually began seeking a buyer for his house and garden. Meanwhile three of the Colonel's compatriots and comrades from his very first campaign had arrived in Lyon. The veterans easily found one another, still more easily renewed their acquaintance, and henceforth went about as a foursome. Desiring to drink black coffee together at a Polish café, they had to lunch together at the same restaurant. Then each might go wherever his eyes took him, so long as he reported in time for the session of whist. However, since delays would occur, for the sake of order they watched one another and—went about together all day, sometimes in twos, sometimes single-file, but usually abreast.
Their main occupation was conversing about old military campaigns and current politics. Over a year's time, the old soldiers discovered all the errors of Kossuth, Mac-Mahon, Bazaine and earlier commanders. And the following year they drew up war plans so astute that, had they been executed, the world would have been a far different place.
In the third year, one of them died. They mourned him as a brother, but a month after the funeral they decided that the dead man's politics had harbored a great flaw: for Bismarck, though a German, was nevertheless a genius, and who knew but he might yet be of use.
In the fourth year, a second comrade died quite unexpectedly. The Colonel took to his bed in distress and henceforth did not play whist with his remaining colleague, but only marriage. The old boys now spoke less with each other, but they read more newspapers. And having looked about them and combined what the English dailies wrote with what sometimes appeared in the German ones, they concluded that Bismarck was not at all as bad as he seemed, but that—he must be cautious... "

 

 1947374-a50cb3b482309aa9f7fe95dabf9bfd7f.jpg
Bolesław Prus (20 augustus 1847 – 19 mei 1912)
Standbeeld in Nałęczów

 

 

De Nederlandse schrijver Menno Lievers werd geboren op 20 augustus 1959 in Oosterwolde. Zie ook alle tags voor Menno Lievers op dit blog en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

Uit: God bestaat en zijn naam is OSIRIS

“Na de Tweede Wereldoorlog (filosofen beschouwen de toestand in de wereld bij voorkeur in een ruimer verband), na de Tweede Oorlog dus, was de filosofie verdeeld in twee kampen. In de Angelsaksische landen zochten filosofen naar oplossingen voor problemen met als leidraad de wetenschap (in de Verenigde Staten) of de spreektaal (in Engeland). Het streven van deze analytische filosofie was gericht op helderheid en logische geldigheid. Op het Europese continent, het Avondland, was de filosofie in de greep van het denken van Martin Heidegger, een foute filosoof, want hij had gecollaboreerd met de Nazi’s. Volgens Heidegger heeft de Westerse maatschappij zich overgeleverd aan de technologie. De mens denkt wel dat hij heer en meester is van de techniek, die hij als handige hulp beschouwt, maar in werkelijkheid is hij de slaaf van het apparaat en niet andersom.
Deze samenvatting geef ik met enige schroom, want toen ik als student Wijsbegeerte in Leiden in eigen woorden probeerde samen te vatten wat Heidegger dacht, werd ik weggehoond. Het ging, het zal u niet verbazen, immers om ‘het zijn van het zijnde’. Lang leve de analytische filosofie dacht ik en toog naar Oxford. Op mijn beurt moest ik erg lachen toen Oudemans de prominentste Heideggeriaan, in de Groene Amsterdammer ‘de buikspreker van Heidegger’ werd genoemd, mede op grond van zijn oratie. In die rede, ironisch Afscheid geheten, beweerde Oudemans dat de hedendaagse universiteit afscheid heeft genomen van het academische ideaal van een enkyklos paideia, en verworden is tot een informatiefabriek.”

 

 1947374-ea599f3d5cf3f326ccc18aa4bbd3f28b.jpg
Menno Lievers (Oosterwolde, 20 augustus 1959)

 

 

De Russische schrijver Vasili Pavlovitsj Aksjonov werd geboren in Kazan op 20 augustus 1932. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2009 en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

Uit: The New Sweet Style

“Beyond the crowd Alexander Zakharovich could make out three steps of varying shades: the first white and of marble; the second rough, of some scorched-looking stone, purple to the point of blackness; and the third of fiery scarlet porphyry. The crowd silently flowed into the tunnel. A second crowd, this one quietly waiting to greet the arrivals, came into view at the end of the cavern. The lights for the television cameras were already jutting out over their heads. Keep your cool, Korbach said to himself. Speak only Russian. No humiliating attempts at the local lingo. I'm sorry, gentlemen, the situation is unclear. For the moment, the theater still exists. The question of my position as artistic director is up in the air. There are creative forces in the United States with whom I feel an intellectual and stylistic kinship, and the purpose of my visit is to establish contact with them.
Well, then, while our five-feet-four-inch-tall protagonist, a man of not unattractive appearance, in the mold of that nineteenth-century poet and novelist Mikhail Lermontov—though with the receding hairline of the twentieth-century poet and novelist Andrei Bely—approaches the television cameras, we can use the opportunities provided by the novel's wide open spaces to leaf through his curriculum vitae.
(…)

It was only as he approached the barrier that Korbach realized that the cameras, photographers, and TV people were not intended for him at all. The curly head of a famous tennis player protruded from a clutch of lights and recording devices.
The other people waiting were looking for their friends and relatives among the arrivals. It was at this threshold that the transatlantic phantoms of passengers materialized. A process somewhat akin to the retrieval of his luggage, only with joyful emotions expressed in a more demonstrative form. No one, however, was in a hurry to retrieve Korbach the director. He walked by the cardboard signs bearing the names of those the signs' bearers didn't know by sight: Vernet, Schwartzman, Zoya Betancour, Kwan Li Zhi—his name wasn't there.”

 

 1947374-3a8846b3575eac19bce9edc4017f272e.jpg
Vasili Aksjonov (20 augustus 1932 - 6 juli 2009)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jacqueline Susann werd geboren op 20 augustus 1918 in Philadelphia, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Jacqueline Susann op dit blog en ook mijn blog van 20 augustus 2010 en ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Uit: Shadow of the Dolls

“What the men remembered was something else: a beautiful girl dancing across the television screen, her long dark hair streaming out behind her. Sometimes she wore an evening gown and swirled to an old Cole Porter tune. Sometimes she wore a little white bikini and kept the beat of a current disco hit. At the end of each commercial, she looked straight into the camera, looked straight into their eyes, and winked.
Where was she now?
She married some rich guy and moved to Europe, someone would say. Or: She went into rehab, my cousin's best friend is married to someone in Hollywood who saw the medical charts. Or: She invested in a chain of restaurants and lost almost all her money. No one really knew. To most of the country, it seemed that she had disappeared into thin air.
In New York, no one had to ask what happened to Anne Welles.
She still made the columns, she still went to parties, she still could be seen jogging around the Central Park Reservoir in the early mornings, her thick brown hair held back with red velvet ribbon. At thirty-four she was still beautiful, though the only photographs that appeared of her anymore were the grainy black-and-white pictures taken at charity events for the Sunday society pages.“

 

 1947374-53139b67942da7578e626f0b8c87d4af.jpg
Jacqueline Susann (20 augustus 1918 – 21 september 1974)

Geschreven door Romenu om 12:19 Reageer op dit bericht

Alfred Birney

De Nederlandse schrijver, essayist en columnist Alfred Alexander Birney werd geboren in Den Haag op 20 augustus 1951 als zoon van een Indisch-Nederlandse vader en een Nederlandse moeder. De Nederlandse voorouders van zijn vader waren uit het achttiende-eeuwse Schotland afkomstig, vandaar de Engelse achternaam. Alfred Birney groeide op in Den Haag tot zijn dertiende bij zijn ouders, daarna tot zijn achttiende in internaten in Voorschoten, Arnhem en Scheveningen. Hij leidde een bohemien bestaan tot zijn vijfentwintigste, zette zijn eerste verhalen op papier maar gooide ze weg. Hij werd gitaarleraar en introduceerde in tijdschriftpublicaties het gecombineerde noten- en tabulatuurschrift voor gitaristen, dat later grote navolging kreeg. Toen hij rond zijn dertigste zijn loopbaan als musicus moest opgeven door een onherstelbare beschadiging aan zijn linkerhand, ging hij serieus verder met schrijven. Hij debuteerde in 1987 met de roman "Tamara’s lunapark". In 1991 kreeg hij voor zijn oeuvre (1987-1991) de literaire G.W.J. Paagman-prijs uitgereikt onder een commissie voorgezeten door Aad Nuis. Zijn bloemlezing "Oost-Indische inkt. 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren" (1998) veroorzaakte veel beroering en polemiek binnen kringen van de Indische literatuur. Twee van zijn belangrijkste romans, "Vogels rond een vrouw" (1991) en "De onschuld van een vis" (1995), werden respectievelijk in 2000 en 2002 in vertaling in Indonesië uitgebracht. Van 2002 tot 2005 was Alfred Birney verbonden als columnist bij de Haagsche Courant, een baan die hij moeilijk kon combineren met zijn literaire werk. Zijn onaflatende verdediging van de multiculturele samenleving werd hem niet altijd in dank afgenomen. Na acht jaar afwezigheid op het literaire podium kwam Alfred Birney terug met zijn zogenaamde Rivieren-trilogie, waarin de echo van de koloniale geschiedenis van Nederland doorklinkt. De trilogie omspant een periode van omstreeks 1750 tot 250 jaar later. Drie landen spelen een rol in de zoektocht van de hoofdpersoon naar sporen uit het verleden: Schotland in "Rivier de Lossie"(2009), Nederland in "Rivier de IJssel' (2010) en Indonesië in "Rivier de Brantas" (2011). In 2012 verscheen zijn essay, "De dubieuzen", als vervolg op de bloemlezing "Oost-Indische inkt. 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren" (1998) en "Yournael van Cyberney" (2001). Birney stelt hierin onder meer het gebrek aan kennis van Nederland van de eigen koloniale geschiedenis aan de kaak via voorbeelden uit boeken van vergeten schrijvers uit de koloniale letteren.

Uit: Rivier de Lossie

“Een clandestiene folkclub lag ergens boven in een hoekhuis in het Renbaankwartier, waar je de zee kon ruiken. Er was geen alcohol of marihuana, wel hete soep. Schaakborden, gedempte conversaties. Op een barkruk zat een jongen met een bebrild vollemaansgezicht, varkenslijf en worstvingers geweldig gitaar te spelen. De jongen zong in het Gaelic. Ik verstond hem niet maar begon een land te missen waar ik nog nooit geweest was.
(…)

Wíe met een Indonesisch-Schots-Nederlandse achtergrond als de mijne zou níet hebben gedacht dat die benen op die ketjapfles de benen van het wapenschild van zijn zeer verre voorouders waren? Drie benen die in het jaar 838 na Christus geamputeerd waren achtergelaten voor de finale strijd van de Scoten tegen de Picten ergens op een slagveld van modder, winden en regen.
(…)

Er was een lied dat sluimerde in mijn herinnering, maar dat niet aan de oppervlakte wilde komen. Het hinderde me, terwijl de trein voortsnelde naar Elgin, een klein stadje in Moray, een provincie in de Highlands, waar mijn zeer verre voorouders duizend jaar eerder dood en verderf hadden gezaaid, waarvan uiteraard niets meer te zien was toen ik de trein uitstapte.
(…)

Er was iets merkwaardigs, als ik mocht geloven wat ik zag. Niet aan de roeiboot maar aan de roeiers. Had elk van die roeiers maar één been?Ik draaide me in het voorbijgaan om, wreef mijn vermoeide ogen uit en stelde vast dat het werkelijk zo was. Ik tuurde door het raampje van de treincoupé de boot na, die op het ogenblik dat ik aan mijn waarneming begon te twijfelen uit het zicht verdween.”

 

 1963160-8181029238e386a891df7ee8c0712b8f.jpg
Alfred Birney (Den Haag, 20 augustus 1951)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten