Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 augustus 2016 tot 24 augustus 2016

Dolce far niente, Bertolt Brecht, John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry

 

Dolce far niente

 

 1948652-e2fefbfbac43cafee6b98a9caf153f3c.jpg
Scène d'été door Frédéric Bazille, 1869

 

 

Vom Schwimmen in Seen und Flüssen

Im bleichen Sommer, wenn die Winde oben
Nur in dem Laub der großen Bäume sausen
Muß man in Flüssen liegen oder Teichen
Wie die Gewächse, worin Hechte hausen.

Der Leib wird leicht im Wasser. Wenn der Arm
Leicht aus dem Wasser in den Himmel fällt
Wiegt ihn der kleine Wind vergessen
Weil er ihn wohl für braunes Astwerk hält.

Der Himmel bietet mittags große Stille.
Man macht die Augen zu, wenn Schwalben kommen.
Der Schlamm ist warm. Wenn kühle Blasen quellen
Weiß man: Ein Fisch ist jetzt durch uns geschwommen.

Mein Leib, die Schenkel und der stille Arm
Wir liegen still im Wasser, ganz geeint
Nur wenn die kühlen Fische durch uns schwimmen
Fühl ich, daß Sonne überm Tümpel scheint.

Wenn man am Abend von dem langen Liegen
Sehr faul wird, so, daß alle Glieder beißen
Muß man das alles, ohne Rücksicht, klatschend
In blaue Flüsse schmeißen, die sehr reißen.

Am besten ist´s, man hält´s bis Abend aus.
Weil dann der bleiche Haifischhimmel kommt
Bös und gefräßig über Fluß und Sträuchern
Und alle Dinge sind, wie´s ihnen frommt.

Natürlich muß man auf dem Rücken liegen
So wie gewöhnlich. Und sich treiben lassen.
Man muß nicht schwimmen, nein, nur so tun, als
Gehöre man einfach zu Schottermassen.

Man soll den Himmel anschauen und so tun
Als ob einen ein Weib trägt, und es stimmt.
Ganz ohne großen Umtrieb, wie der liebe Gott tut
Wenn er am Abend noch in seinen Flüssen schwimmt.

 

 1948652-3340c13c75aa3ac1a16d2a3afba11d60.jpg
Bertolt Brecht (10 februari 1898 – 14 augustus 1956)
Augsburg. Bertolt Brecht werd geboren in Augsburg.

 

 

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit: Paper Towns (Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders)

“Ik werd altijd vreselijk zenuwachtig als ik hoorde dat Margo eraan kwam, omdat ze namelijk het schitterend mooiste schepsel was dat God ooit had geschapen. Op de ochtend in kwestie droeg ze een witte short en een roze T-shirt met een groene draak die vuur van oranje glitters spuugde. Het is moeilijk uit te leggen hoe prachtig ik dat T-shirt toen vond.
Margo fietste zoals gewoonlijk staand, met gestrekte armen op het stuur leunend, en haar paarse gympjes waren een ronddraaiend waas. Het was een broeierig hete dag in maart. Het was helder, maar de lucht had een zurige smaak, alsof het wel eens kon gaan stormen.
In die tijd zag ik mezelf graag als uitvinder, en toen we onze fiets op slot hadden gezet en het kortestukje door het park naar de speeltuin liepen, vertelde ik Margo over een idee van me voor een uitvinding die ik de Ringolator noemde. De Ringolator was een enorm kanon dat grote gekleurde rotsblokken in een baan heel dicht om de aarde zou schieten, zodat die net zulke ringen zou krijgen als Saturnus. (Dat lijkt me nog steeds een prachtidee, maar het blijkt nog vrij ingewikkeld een kanon te bouwen dat rotsblokken in zo’n lage baan om de aarde kan krijgen.)
Omdat ik het park kende als mijn broekzak, kreeg ik al na een paar stappen het gevoel dat er iets niet klopte, al kon ik niet meteen thuisbrengen wát er anders was.
‘Quentin,’ zei Margo zacht, kalm.
Ze wees. En toen kreeg ik door wat er anders was.
Een paar meter voor ons stond een eik. Dik en knoestig en duidelijk stokoud. Die was niet nieuw. De speeltuin rechts van ons. Ook niet nieuw. Maar nu: een man in een grijs pak die tegen de stam van
de eik hing. Zonder te bewegen. Dat was nieuw. Hij werd omringd door bloed en er stroomde een halfgestold fonteintje bloed uit zijn mond. Die mond stond open op een manier waarop monden dat liever niet moeten doen. Er zaten vliegen op zijn bleke voorhoofd.
‘Hij is dood,’ zei Margo, alsof ik dat zelf niet kon zien.
Ik ging twee stapjes achteruit. Ik weet nog dat ik dacht dat ik geen onverwachte bewegingen moest maken, want dan zou hij misschien wakker worden en me aanvallen. Misschien was het een zombie. Ik wist best dat zombies niet bestonden, maar hij zag er beslist uit alsof hij er een zou kunnen zijn.”
 

 1948652-ba3c69581e3d1351f5ae5a9afb0e6ef1.jpg
John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

 

 

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer) werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Drs. P. op dit blog.

Uit: Antwoorden aan Piet Paaltjes

 

Antwoord uit Leiden (Op Immortelle lll)

En mijn tranen blijven vloeien
In zoo menige loome nacht,
Maar nog altijd heb ik geen antwoord
Op die droeve vraag bedacht

Er zijn toch ook geestige raadsels
Voorhanden onder de zon ...
Ach, hoe bitter kan ik betreuren
Dat ik aan dit gedicht begon.

 

 

Antwoord uit Leiden (Op Immortelle XVI)

Waar te Leiden ik ook verkeerde,
Steeds gevoelde ik terstond,
Dat zich die bleeke jongeling
In mijn nabijheid bevond. 

Ik zag hem, terwijl ik sigaren kocht. 
Hij verscheen mij in den Paauw.
En des nachts op het stille Rapenburg
Dan gaf mijn Bello een graauw.

Nooit sprak hij mij aan. Doch zijn oogen
Waren strak op mij gericht.
Daarin smeulde een hartstochtelijk
En onrustbarend licht.

 

 

Gedicht

'Ik was uit Azië geïmporteerd
Al spoedig had mijn baas, een winkelier
Mij aan een zondagsschooljuffrouw gesleten

En ach, ik heb niet veel te klagen hier
Ik zit behoorlijk warm en krijg te eten
Iets evenwel vergeef ik haar niet gauw

Het zijn de afgezaagde loze kreten
(Dag! Lekker koekje! Lorre! Koppiekrauw!
En meer nog) die dat mens me heeft geleerd

't Is alles zo onrijp, zo braaf, zo saai...
Geef mij maar zeelui', dacht de papegaai

 

 1948652-0a7bc47480cbd1b0c9f562ecd2b497d0.jpg
Drs. P (24 augustus 1919 – 13 juni 2015)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Marion Bloem op dit blog.

Uit: Haar goede hand

“Er wordt beweerd dat een mens zich niets van voor zijn vierde levensjaar kan herinneren.
Maar mijn moeder, inmiddels zesentachtig, vertelt over de ontdekking van de kinderverlamming, die haar leven en aldus ook het mijne heeft bepaald, met telkens meer details.
Melanie Krijger, door haar zussen en broers Mee genoemd, was drie, bijna vier toen ze aan Raymond, haar jongere broertje, vroeg: ‘Mag ik je pistool?’ Raymond draaide zich van haar weg, roepend: ‘Pief! Dood!’ Daarop liet Boelé, haar oudere zus, zich giechelend op de modderige grond vallen. En Raymond, wankelend op zijn koddige beentjes en zijn bolle buikje vooruit, mikte recht op Melanie. Zij reikte met haar linkerhand naar zijn wapen. Haar broertje negeerde dat gebaar. Met zijn twee knuistjes stevig om de bamboestok geklemd schreeuwde hij: ‘Henzup!’
Haar oudste broer, Han, had het pistool van bamboe en elastiekjes gemaakt. Speciaal voor Raymond, die nota bene nog geen zin kon zeggen. Wel losse woordjes. Ze was jaloers dat zij geen wapen had. Ze kon al tot tien tellen, ook in het Maleis. Wellicht sloeg ze soms een cijfer over als ze het te snel wilde doen. En Han had haar geleerd hoe ze haar eigen letter in de vulkanische aarde moest schrijven. Een moeilijke letter. Als ze hem per ongeluk ondersteboven had getekend, ging ze aan de andere kant staan en was hij weer goed. En zij wist al wat dood was. Want haar hond had ze door elkaar geschud, aan zijn lange zwarte haar getrokken, in zijn oren geschreeuwd, en toch werd hij niet wakker. Han had gezegd: ‘Ga van hem af, Mee. Hij is morsdood, we moeten hem begraven.’

 

 1948652-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg
Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver en rapper Pepijn Lanen werd geboren in Utrecht op 4 augustus 1982. Zie ook alle tags voor Pepijn Lanen op dit blog.

Uit: Sjeumig

“In het uitzicht van haar raam zocht hij zijn verlichting. Er was niet heel veel meer te zien dan een stel gordijnen in de kleur gebroken dan wel geel genicotineerd wit, en een doolhof aan balkonnetjes en ramen. Waarschijnlijk had hij precies niks te schaften met eenieder van de bewoners van die balkonnetjes en ramen, maar zeker wist hij het niet. Welke emotie de kniegewrichtgijzelaarster opriep was hem vooralsnog ook volkomen onduidelijk. Hij besloot heel hard te gaan ademen om te proberen haar aandacht te trekken, door de sluiers van slaap en alcohol heen. In plaats daarvan begon hij op een zeer onaantrekkelijke manier te hoesten en te rochelen. Dit moest haast wel zijn sterfbed worden. Telkens als zijn middenrif zich aanspande om er een nieuwe golf hoestingen uit te gooien via zijn keel en mond werd het helemaal wit voor zijn ogen. Tranen biggelden over zijn wangen terwijl hij in een perfecte hoek van negentig graden lag te creperen. De dimensie waar wij als mens ons dagelijks in begeven had hij verruild voor een die gevuld was met pijn en doemscenario’s. Steeds als hij snakte naar adem begon de gruwelachtbaan opnieuw. Na een halve minuut, die meer weg had van een eeuwigheid en een half, ging het wel weer een beetje en opende hij zijn ogen. ‘Sjeumig,’ zei ze, en overhandigde hem een vies glas, halfvol met water, dat waarschijnlijk al tijden naast haar matrasje stond. Het water smaakte naar een onbestemd gevoel, op een saaie manier.
Nadat ze wederom had aangeboden om een ei te bakken, had hij zijn kleren bij elkaar gegraaid en op semibeleefde wijze de benen genomen. Met elke traptrede die hij naar beneden afdaalde in haar trappenhuis richting de voordeur voelde hij een klein stukje opluchting in zijn hart. Alsof hij een videoband met een slechte premièrefilm in ieder geval op tijd terug had gebracht en geen boete hoefde te betalen. Met het draaien van de deurklink viel zijn universum ineens weer in duigen; daar was de realiteit van alledag als een scheet in zijn gezicht. Het duurde enkele uitgelopen straten voor de realisatie opkwam dat hij geen flauw idee had waar hij was. ‘Great’ was een Engels woord dat steeds in zijn gedachten opkwam en ook af en toe over zijn lippen. Zijn hoofd was een middeleeuws wandelpad tussen twee middelgrote stadsteden, waar overal struikrovers op de loer lagen en veel valkuilen aanwezig waren.”

 

 1948652-fddb5338d12512656e99353ab8057767.jpg
Pepijn Lanen (Utrecht, 4 augustus 1982)
Op een geruchtmakende cover uit november 2015

 

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: The Liar

“Lies, fictions and untrue suppositions can create new human truths which build technology, art, language, everything that is distinctly of Man. The word "stone" for instance is not a stone, it is an oral pattern of vocal, dental and labial sounds or a scriptive arrangement of ink on a white surface, but man pretends that it is actually the thing it refers to. Every time he wishes to tell another man about a stone he can use the word instead of the thing itself. The word bodies forth the object in the mind of the listener and both speaker and listener are able to imagine a stone without seeing one. All the qualities of stone can be metaphorically and metonymically expressed. "I was stoned, stony broke, stone blind, stone cold sober, stonily silent," oh, whatever occurs. More than that, a man can look at a stone and call it a weapon, a paperweight, a doorstep, a jewel, an idol. He can give it function, he can possess it.”
(…)

“It is perfectly possible to live a life from cradle to grave that is entirely dishonest.One might never reveal one's true identity, the yearnings and cravings of one's innermost self, even to the most intimate circle of family and friends; never really speak the truth to anyone. Priests and psychotherapists may believe that the confessional-box or the analysis session reveals truths, but you know and I know and every human being knows that we lie all the time to all the world. Lying is as much a part of us as wearing clothes. Indeed Man's first act in Eden was to give names to everything on earth, our first act of possession and falsehood was to take away a stone's right to be a stone by imprisoning it with the name "stone". There are in reality, as Fenellosa said, no nouns in the universe. Man's next great act was to cover himself up. We have been doing so ever since. We feel that our true identities shame us. Lying is a deep part of us. TO take it away is to make us something less than, not more than, human.”

 

 1948652-7fff39d87753f2e306317ea850d3b02d.jpg
Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2015 en ook mijn blog van 24 augustus 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:21 Reageer op dit bericht

Charles Busch, Albert Alberts, Ilija Trojanow, Willy Russell, Gustav Ernst, Ephraïm Kishon,

De Amerikaanse schrijver en acteur Charles Busch werd geboren op 23 augustus 1954 in New York. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Charles Busch op dit blog.

Uit: Psycho Beach Party

„MRS. FORREST (Devastated) It’s all true. All of it true. I was so ashamed. l blamed myself for the death of my boy. But I always loved my little girl. ( To Chicklet) You must believe that. I did love you. I do. And when Chicklet lost her memory of that day, I took it as a blessing from God. I vowed to create a new life for us. I changed my name, moved to a new city. I suppose I tried too hard, went too far and now . . . now I see I’m doomed to failure.
CHICKLET Mother, hold me. (They embrace)
BERDINE (Sobbing) l was supposed to be her best friend but I never knew.
KANAKA How do you feel, Chicklet?
CHICKLET As if a thousand doors have been opened.
PROVOLONEY But what does this all mean?
STAR CAT It’s really very simple. Chicklet did her best to suppress this traumatic childhood episode by denying herself all normal human emotion, so she created various alter egos to express emotion for her. She associated the sex drive with her mother, so she in effect became her childhood vision of her mother, Ann Bowman, whenever placed in a potentially erotic situation.
KANAKA Is this condition contagious?
STAR CAT Indeed not. Over eighteen percent of all Americans suffer from some form of multiple personality disorder. It is not communicable and in most cases, treatable with medical care.
BETTINA (Energetically) This is the most exciting story I’ve ever heard. This is the project that’s going to win me an Oscar.
PROVOLONEY Huh?
BETTINA A surfer girl with a split personality. A prestige picture if I ever saw one. (To Chicklet) Honey, I want to option this property, and believe me I’ll pay top dollar. I can’t promise casting approval but you can trust my integrity."

 

 1948419-a67b5d185d5878455939f60e75968d81.jpg
Charles Busch (New York, 23 augustus 1954)
Scene uit een opvoering in Thousand Oaks, 2015

 

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Albert Alberts werd op 23 augustus 1911 in Haarlem geboren. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Albert Alberts op dit blog.

Uit: De dief

“We stonden met zijn zessen om het kalf heen. Ikzelf, de griffier, het districtshoofd, de agent, de eigenaar en de dief. Horan, de dief, stond naast me, recht voor de kop van het kalf.
Hoe oud is het? vroeg ik.
Zes maanden, zei Horan.
Zes maanden was het dier en zijn ogen waren nu al vijvers van weemoed.
Het is een mooi dier, zei ik.
Het is een klein dik kereltje, zei Horan. Het is een mooi ventje. En hij klopte het beest op de flanken.
Dit is de emmer, zei de agent.
Hoe emmer? vroeg ik.
Het stuk van overtuiging toch? zei de agent.
Ik stuur hem het volgend jaar naar de tentoonstelling in de hoofdplaats, zei de eigenaar.
Hij zal vast de eerste prijs winnen, zei Horan.
We gaan maar weer eens terug, zei ik.
Toen we weer achter de tafel zaten, vroeg ik aan de griffier: Hoeveel staat er eigenlijk voor?
We zouden hem zes maanden kunnen geven, zei de griffier. Maar de minimumstraf is veel minder.
Wat is de minimumstraf? vroeg ik.
Eén maand, zei de griffier.
Twee maanden, zei ik.
Twee maanden! riep de griffier. En de stukken van overtuiging terug naar de eigenaar.”

 

 1948419-486bb6013e3149bfdfb821d1dedef750.jpg
Albert Alberts (23 augustus 1911 – 16 december 1995)
Cover 

 

 

De Duitse schrijver en uitgever Ilija Trojanow werd geboren in Sofia, Bulgarije, op 23 augustus 1965. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Ilija Trojanow op dit blog.

Uit: Meine Olympiade

“Als ich vor Sonnenaufgang aufwachte, empfand ich keine Nervosität, bis ich in der Innenstadt von Kapstadt, keine Viertelstunde nach Abfahrt, bemerkte, dass ich mein Fahrrad zu Hause
vergessen hatte. Ich musste zurück (ohne Fahrrad kein Triathlon) und ein weiteres Mal aufbrechen, nunmehr verspätet und spürbar nervös. Ich raste mit hundertfünfzig Stundenkilometern auf der schnurgeraden Landstraße nach Norden, Richtung Langebaan, der Tafelberg im Rückspiegel wie der Stempel auf einer Luftpostkarte. Es war inzwischen acht Uhr, es war schon heiß; der Start war für elf Uhr angesetzt.
Der erste Eindruck von den Mitstreitern war einschüchternd: eine Ansammlung junger, durchtrainierter Athleten mit negativem Körperfettanteil, starken Waden und mächtigen Oberschenkeln. Die Junioren bestritten gerade ihren Wettkampf. Der Ansager stellte einige der Zehn- bis Vierzehnjährigen vor – dar-unter ein Weltmeister in seiner Altersklasse – , die im professionellen Stil vom Rad sprangen, noch bevor sie die Umkleidezone erreicht hatten, und das Rad im Laufschritt zu ihrem Platz schoben. Die Bewegungsabläufe erfolgten beeindruckend flüssig. Unter den zahlreichen Angehörigen und Freunden herrschte eine ausgelassene Atmosphäre, wie auf einem Volksfest. Viele kannten sich, tauschten sich aus; eine eingeschworene Gemeinschaft, freundlich kameradschaftlich.
Nach der Anmeldung wärmte ich mich auf. Zwanzig Minuten radeln und eine Viertelstunde locker laufen. Danach zog ich meinen Neoprenanzug an und wunderte mich, dass er nicht so richtig sitzen wollte. Das Wasser hatte eine angenehme Temperatur; in der Nähe schwammen einige vergnügte Urlauber.
Ihr samstägliches Planschen wirkte auf mich unseriös.“

 

 1948419-ee764d78d01667b508de81428228384f.jpg
Ilija Trojanow (Sofia, 23 augustus 1965)

 

 

De Engelse dichter, schrijver, dramaturg en componist Willy Russell werd geboren op 23 augustus 1947 in Whinston bij Liverpool. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Willy Russell op dit blog.

 

I hate poems (Fragment)

I hate poems
I hate poets too
Because mixing with poets gives you the flu
If you don’t believe me and you think that I’m mad
Just look what it’s done to Melvin Bragg
He’s all bunged up with snot and cattarh
From mixing with poets, see there you are

Bring back Hughie
Bring back Hughie
Bring back Hughie Green

I hate the opera and the ballet
It makes you go bleedin’ doodle…allee
And your balls go deformed
They do, they do, I know cos I’ve seen it on BBC2
They stick right out like cling filmed plums
If you go the ballet
You get the runs, distemper and salmonella
And it means that you’re not a proper fella

Bring back Come
Bring back Come
Bring back Come Dancin’

I hate art and art galleries
If you go to them, well you get the disease
If you’re looking at paintin’s you’d better say your prayers
Or you might be carried off in a Damien Hearse
And look at that silly twit Van Gogh
Who tried to cut his ear ole off
If I painted like him, I’d do the same
But I wouldn’t stop cuttin’ till I reached the brain

Bring back Dick
Give us more Dick
Bring back Dickson of Dock Green

 

 1948419-fc4837d74c2ced58a5f457837b7b5ea7.jpg
Willy Russell (Whinston, 23 augustus 1947)
 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gustav Ernst werd geboren in Wenen op 23 augustus 1944. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Gustav Ernst op dit blog.

Uit: Zur unmöglichen Aussicht

„Wo ist Ihre Tasche?, fragte Kagraner, als er einige Wochen später auf der Terrasse des Cafés plötzlich wieder vor mir stand. Sie werden sie doch nicht einfach entsorgt haben? Nein, nein, sagte ich und schob die Pläne und Kostenvoranschläge, die ich vor mir auf dem Tisch ausgebreitet hatte, zusammen, sie ist zu Hause. Aber bitte, sagte ich, nehmen Sie doch Platz, und wies auf die Bank gegenüber. Danke, sagte Kagraner, sehr freundlich. Denn sehen Sie, sagte er, mein Freund, der die gleiche Tasche hatte wie Sie, zumindest bin ich weitgehend davon überzeugt, sagte er, weswegen ich Sie auch kürzlich belästigt habe, war nicht wirklich mein Freund, auch wenn wir eine gewisse Zeit gemeinsam im Ausland verbracht hatten. Nein?, sagte ich. Nein, sagte Kagraner, leider. Aber er besaß eine Eigenschaft, eine höchst seltene Eigenschaft!, die ihn über unseren kurzen gemeinsamen Auslandsaufenthalt hinaus fast zu meinem Freund hätte machen können. Und die wäre?, fragte ich. Wie meinen Sie?, sagte Kagraner. Die Eigenschaft, sagte ich, die ihn fast zu Ihrem Freund hätte machen können, worin bestand die? Ich konnte mich stundenlang mit ihm unterhalten, sagte Kagraner, ohne dass mir auch nur eine Minute langweilig geworden wäre. Das gibt es?, fragte ich. Gab es, sagte Kagraner, was ich sehr bedaure. Denn er war nicht nur witzig und voll überraschender Wendungen im Gespräch. Und er sprach nicht nur über sich, denn natürlich sprach er auch über sich und durchaus nicht ungern, sagte Kagraner, aber das immer offen und knapp und auf das Wesentliche und auch für mich Interessante beschränkt. Sondern er konnte vor allem eines, und das war die herausragende Eigenschaft!, eine Eigenschaft, die ich weder vor ihm noch nach ihm je auch nur in Bruchstücken, falls man das so sagen kann, angetroffen hätte! Er konnte zuhören. Und Sie können sich nicht vorstellen, sagte Kagraner, was für ein außerordentliches Vergnügen es bereitet, jemanden zu erleben, der zuhören kann.“

 

1948419-884b1cea951246815ec12458d4ede501.jpg
Gustav Ernst (Wenen, 23 augustus 1944)

 

 

De Hongaars/Israëlische schrijver Ephraïm Kishon werd op 23 augustus 1924 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Ephraïm Kishon op dit blog.

Uit:The Silver Frenzy

“At this stage in the stove painting I gave the big cupboard a quick once-over, then completely trans­formed all my wife's handbags and a few ties, and finally promoted my mother-in-law's rabbit stole to sil­ver fox. Uttering strange animal grunts, I stumbled out into the garden and made a few saplings look like silver poplar, then created the world's first silver carnations. Just as I put the second coat of paint on the shutters, the postman came, so I put some silver on his temples to make him look more distinguished, but the poor man misunderstood me and, shouting hoarsely, fled, scattering registered letters all over my lawn.
While I was giving the walls an appearance more in keeping with the general character of the apartment, the door opened, and my wife stood there.
"Excuse me, sir," she said. "I thought this was where I live."
With that she turned on her heel, but I caught her and assured her that this was I, and what she saw was supposed to be a big surprise. She was surprised, but not pleasantly, and said she was going to move into a hotel until the rabbinate's verdict. However, the poor woman could not pack, because all the suitcases had somehow turned into silver. My wife began to weep, and I, with a few bold brush strokes, painted her nails silver.”

 

 1948419-ce74bc5dced843efc48049133fa11e34.jpg
Ephraïm Kishon (23 augustus 1924 – 29 januari 2005)

 

 

De Engelse dichter en schrijver William Ernest Henley werd geboren op 23 augustus 1849 in Gloucester. Zie ook alle tags voor William Henley op dit blog en ook mijn blog van 23 augustus 2009.

 

O Gather Me The Rose

O gather me the rose, the rose,
While yet in flower we find it,
For summer smiles, but summer goes,
And winter waits behind it.

For with the dream foregone, foregone,
The deed foreborn forever,
The worm Regret will canker on,
And time will turn him never.

So were it well to love, my love,
And cheat of any laughter
The fate beneath us, and above,
The dark before and after.

The myrtle and the rose, the rose,
The sunshine and the swallow,
The dream that comes, the wish that goes
The memories that follow!

 

 1948419-f667d80f15aa1068e4392909648ca3f1.jpg
William Henley (23 augustus 1849 – 11 juli 1903)
Portret door Harry Furniss, jaren 1880 -1900

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e augustus ook mijn blog van 23 augustus 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Koos Dijksterhuis

De Nederlandse schrijver, journalist en dichter Koos Dijksterhuis werd geboren op 23 augustus 1962 in Amersfoort. Hij studeerde biologie en sociologie in Groningen. Hij heeft een dagelijkse column over natuur in het dagblad Trouw. Ook schrijft hij soms artikelen in NRC Handelsblad. Dijksterhuis schrijft boeken, columns, recensies en reportages over vooral natuur en milieu, wetenschap, reizen en internationale samenwerking. In februari 2010 verscheen zijn boek “Een Groenlander in Afrika”, de wonderbaarlijke reis van de drieteenstrandloper. Voor dat boek reisde Dijksterhuis achter de strandlopers en hun onderzoeker aan naar Groenland, IJsland, Vlieland, Schiermonnikoog, Mauritanië en Ghana. Het boek is een mix van vogelecologie voor leken en een menselijk reisverhaal. Dijksterhuis schrijft ook korte verhalen en gedichten. Op de website plezierverzen.nl kan men zich aanmelden voor het gratis pleziervers van de week. Hij werkte drie jaar in Pakistan als voorlichter en redacteur, en was enkele jaren uitgever van het milieutijdschrift “De Kleine Aarde”.

 

Vader

Al jaren wordt mijn vader stukken ouder
Al twintig jaar ruimt hij de zolder op
Maar altijd hield hij die alerte kop
En iedereen kon bouwen op zijn schouder

We hingen uit het raam bij elke stop
Hij nam me mee op reis in alle treinen
En wees op reeën, bergen, bruggen, seinen
We zagen steden, stranden, steeg en slop

We ruilden onze rollen lang geleden
We reden op een draf, niet in galop
Per auto, riksja, trein naar verre steden

Maar nu is hij gevloerd, voor hem een strop
Zijn kop leeft niet alert in het verleden
Het kan nog duren, maar zijn tijd is op

 

 

Komkommertijd

Een tuinder zou komkommers telen
Maar faalt daarin door louter pech
Al zijn komkommers rotten weg
Het lot kan wrede spellen spelen

Hij brengt zijn ploegschaar naar de lommerd
Als tuinder blijft hij onbekommerd

 

 

Voorteken

Ik wandel vrolijk door het bos
maar voel iets in mijn dijbeen steken
ik krab en weet: ik ben de klos
waarna ik luidkeels uitroep: teken!

 

 2048926-bf6001058b9121d9c93466a484967030.jpg
Koos Dijksterhuis (Amersfoort, 23 augustus 1962)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Curtis Sittenfeld

De Amerikaanse schrijfster Elizabeth Curtis Sittenfeld werd geboren op 23 augustus 1975 in Cincinnati, Ohio. Zij bezocht de Seven Hills schook en vanaf de 8e klas Groton, een particuliere school in Groton (Massachusetts). Daarna studeerde ze eerst aan het Vassar College in Poughkeepsie, daarna aan de Stanford University in Stanford, Californië. Na de studie verhuisde Sittenfeld naar Charlotte (North Carolina), waar ze schreef voor de Charlotte Observer. Daarna werkte ze voor het Fast Comany tijdschrift in Boston en vervolgens nam zij deel aan de Writers Workshop aan de Universiteit van Iowa. Haar artikelen verschenen onder andere in The New York Times, The Washington Post en People. In 2005, publiceerde Curtis Sittenfeld haar debuutroman “Prep:” De roman vertelt de ervaringen van student Lee Fiora aan de fictieve Elite School Ault. The New York Times koos “Prep” tot de tien beste boeken van 2005. In haar roman “American Wife” uit 2008 schildert Sittenfeld een fictief portret van de voormalige first lady Laura Bush. In 2013 verscheen de roman “Sisterland” en in 2016 volgde “Eligible”. Sittenfelds boeken zijn vertaald in vijfentwintig talen.

Uit: Prep

“I think that everything, or at least the part of everything that happened to me, started with the Roman architecture mix-up. Ancient History was my first class of the day, occurring after morning chapel and roll call, which was not actually roll call but a series of announcements that took place in an enormous room with twenty-foot-high Palladian windows, rows and rows of desks with hinged tops that you lifted to store your books inside, and mahogany panels on the walls—one for each class since Ault’s founding in 1882—engraved with the name of every person who had graduated from the school. The two senior prefects led roll call, standing at a desk on a platform and calling on the people who’d signed up ahead of time to make announcements. My own desk, assigned alphabetically, was near the platform, and because I didn’t talk to my classmates who sat around me, I spent the lull before roll call listening to the prefects’ exchanges with teachers or other students or each other. The prefects’ names were Henry Thorpe and Gates Medkowski. It was my fourth week at the school, and I didn’t know much about Ault, but I did know that Gates was the first girl in Ault’s history to have been elected prefect.
The teachers’ announcements were straightforward and succinct: Please remember that your adviser request forms are due by noon on Thursday. The students’ announcements were lengthy—the longer roll call was, the shorter first period would be—and filled with double entendres: Boys’ soccer is practicing on Coates Field today, which, if you don’t know where it is, is behind the headmaster’s house, and if you still don’t know where it is, ask Fred. Where are you, Fred? You wanna raise your hand, man? There’s Fred, everyone see Fred? Okay, so Coates Field. And remember—bring your balls.
When the announcements were finished, Henry or Gates pressed a button on the side of the desk, like a doorbell, there was a ringing throughout the schoolhouse, and we all shuffled off to class. In Ancient History, we were making presentations on different topics, and I was one of the students presenting that day. From a library book, I had copied pictures of the Colosseum, the Pantheon, and the Baths of Diocletian, then glued the pictures onto a piece of poster board and outlined the edges with green and yellow markers. The night before, I’d stood in front of the mirror in the dorm bathroom practicing what I’d say, but then someone had come in, and I’d pretended I was washing my hands and left.”

 

1963723-39807dcf1510b84d1c00997610d8fb47.jpg
Curtis Sittenfeld (Cincinnati, 23 augustus 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten