Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 augustus 2016 tot 29 augustus 2016

Hugo Brandt Corstius, Elma van Haren, John Edward Williams, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Frances Bellerby, Friedrich Treitschke

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Hugo Brandt Cortius op dit blog.

Uit:Geniaal debuut (Over S. Vestdijk: Een moderne Antonius)

“De verschijning van een zwijn moeten we wel aan de traditie toeschrijven die de duivel zich in zwijnsgestalte tegen Antonius doet aanvlijen, hoewel Dr. John B. Knipping ons in de Winkler Prins verzekert dat het integendeel op de voorspraak duidt van de heilige tegen veeziekten, voornamelijk tegen een in de 11e en 12e eeuw veel heersende pestsoort. De rest van de verschijningen moet aan de fantasie van de auteur worden toegeschreven. Elke bladzij, elke regel Vestdijk is direct te herkennen aan de wijze waarop beschrijvingen, ideetjes en onbeduidende détails onmiddellijk tot mooie groteske gedachtenconstructies voeren. Deze grotesken zijn in Een moderne Antonius niet langer illustratie, amusant randversiersel, maar vormen de inhoud zelf. En dat is jammer. Want in de romans, waar Vestdijk al eerder hallucinaties buiten de beschrijvingen deed voorkomen (Else Böhler, Fré Bolderhey) hadden die voor een niet-hallucinerend lezer toch altijd een duidelijke betekenis. Deze strekking is hier onzichtbaar. Hij zal er wel zijn. In zijn testament zal Vestdijk ons ongetwijfeld duidelijk maken hoe slim het allemaal was, hoe de oneven woorden in de oneven hoofdstukken een epos vormen, hoe het hele verhaal correspondeert met een nog onontdekt manuscript, maar wat hebben wij daaraan? Moet een boek dan een strekking hebben? Deze vraag betekent meestal: moet een boek alleen maar een strekking hebben? en het antwoord is dan: nee. Maar bij Vestdijk kregen wij altijd een goed verhaal, goed geschreven, met goede grapjes en daarboven op nog een strekking.
Was behalve de flap ook nog de auteursnaam weggevallen, dan kwam er: Een moderne Antonius is de beste Nederlandse roman uit 1960. Het is het lichtvoetig vertelde verhaal van een modern man, die door de duivel, in de persoon van een geheimzinnige dokter, met beproevingen wordt overladen, die hij door zijn redelijkheid overwint. Er komen enige prachtige bijfiguren in voor. Moderne verschijnselen, als verkeersbrigadiertjes en nozems, worden fraai getypeerd. Enkele scènes zijn uiterst komisch. De bouw (drie delen, ieder deel tien hoofdstukken van gelijke lengte) doet aan Vestdijk denken. Maar een vergelijking met de meester zou onbillijk zijn. De debutant heeft ons met Een moderne Antonius een geniaal blijk van zijn talent gegeven. Wij zien met grote verwachting naar een nieuw werk van hem uit.”

 

 1950293-459796ee6be0581ecaf1b879ef48a9cf.jpg
Hugo Brandt Corstius (29 augustus 1935– 28 februari 2014)

 

 

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog en eveneens mijn blog van 29 augustus 2010.

 

De ontmoeting

In de krant las ik een pas waargenomen gebeurtenis.
Potvissen, dankbaar,
dat er niet meer op hen gejaagd wordt,
vertonen zich openlijk aan de wetenschappers,
die hen bestuderen.
Wanneer een jong pas geboren is, komen er twee of drie
volwassen potvissen, die het inspecteren en daarna
tussen hun mollige lijven innemen en het vrolijk
de lucht ingooien
als welkom in hun midden.
 
Zo
     stel ik me voor, hebben de slechte
tijden jou tussen hen ingenomen en plagend met je gespeeld,
als een warm welkom in een ander leven,
dan dat je kende.
 
Klein drama:
Jij riep: Iedereen en alles haakt af,
             ik sta alleen!
 
En daarbovenop citeerde ik ten overvloede Weldon Kees:
‘Screaming that all the world is mad, that clues
Lead nowhere, or to walls so high their tops cannot be seen;
Screaming all day of war, screaming that nothing can be solved.’
 
Je gezicht eindelijk in rust.
Er is iets anders doorgebroken, iets lichters,
stijgend in eigen verbazing,
nog wat onwennig en verlegen,
maar de tijd zal er vriendelijk aan sleutelen!
De levende nu en de toekomstige dode
komen elkaar stap voor stap nader.
Het is duidelijk te zien.
De kern ligt bloot gewoeld,
                     vrij ademend,
                            dankbaar.

 

 1950293-96e321b4299599d23b7daf21e3724af0.jpg
Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954) 
 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Edward Williams werd geboren in Clarksville, op 29 augustus 1922. Zie ook alle tags voor John Edward Williams op dit blog.

Uit: Stoner

“In a moment of silence, someone cleared his throat. Sloane repeated the lines, his voice becoming flat, his own again.
"This thou perceivest, which makes thy love more strong,
To love that well which thou must leave ere long."
Sloane's eyes came back to William Stoner, and he said dryly, "Mr. Shakespeare speaks to you across three hundred years, Mr. Stoner; do you hear him?"
William Stoner realized that for several moments he had been holding his breath. He expelled it gently, minutely aware of his clothing moving upon his body as his breath went out of his lungs. He looked away from Sloane about the room. Light slanted from the windows and settled upon the faces of his fellow students, so that the illumination seemed to come from within them and go out against a dimness; a student blinked, and a thin shadow fell upon a cheek whose down had caught the sunlight. Stoner became aware that his fingers were unclenching their hard grip on his desk-top. He turned his hands about under his gaze, marveling at their brownness, at the intricate way the nails fit into his blunt finger-ends; he thought he could feel the blood flowing invisibly through the tiny veins and arteries, throbbing delicately and precariously from his fingertips through his body.
Sloane was speaking again. "What does he say to you, Mr. Stoner? What does his sonnet mean?"
Stoner's eyes lifted slowly and reluctantly. "It means," he said, and with a small movement raised his hands up toward the air; he felt his eyes glaze over as they sought the figure of Archer Sloane. "It means," he said again, and could not finish what he had begun to say.
Sloane looked at him curiously. Then he nodded abruptly and said, "Class is dismissed." Without looking at anyone he turned and walked out of the room.
William Stoner was hardly aware of the students about him who rose grumbling and muttering from their seats and shuffled out of the room. For several minutes after they left he sat unmoving, staring out before him at the narrow planked flooring that had been worn bare of varnish by the restless feet of students he would never seeor know. He slid his own feet across the floor, hearing the dry rasp of wood on his soles, and feeling the roughness through the leather. Then he too got up and went slowly out of the room.”

 

 1950293-a4ff30ecfd4e437b4bd549173b8fa848.jpg
John Edward Williams (29 augustus 1922 - 3 maart 1994)
Cover

 

 

De Belgische dichter en schrijver Maurice Maeterlinck werd geboren op 29 augustus 1862 in Gent. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Maurice Maeterlinck op dit blog.

 

Visions

Je vois passer tous mes baisers,
Toutes mes larmes dépensées ;
Je vois passer dans mes pensées
Tous mes baisers désabusés.

C'est des fleurs sans couleur aucune,
Des jets d'eau bleus à l'horizon,
De la lune sur le gazon,
Et des lys fanés dans la lune.

Lasses et lourdes de sommeil,
Je vois sous mes paupières closes,
Les corbeaux au milieu des rosés,
Et les malades au soleil,

Et lent sur mon âme indolente,
L'ennui de ces vagues amours
Luire immobile et pour toujours,
Comme une étoile pâle et lente

 

 

Intentions

Ayez pitié des yeux moroses
Où l’âme entr’ouvre ses espoirs,
Ayez pitié des inécloses
Et de l’attente au bord des soirs !

Émois des eaux spirituelles !
Et lys mobiles sous leurs flots
Au fil de moires éternelles ;
Et ces vertus sous mes yeux clos !

Mon Dieu, mon Dieu, des fleurs étranges
Montent aux cols des nénuphars ;
Et les vagues mains de vos anges
Agitent l’eau de mes regards.

Et leurs fleurs s’éveillent aux signes

Épars au milieu des flots bleus ;
Et mon âme ouvre au vol des cygnes
Les blanches ailes de mes yeux.

 

 

À toute âme qui pleure

À toute âme qui pleure,
À tout péché qui passe,
J’ouvre au sein des étoiles
Mes mains pleines de grâces.

Il n’est péché qui vive
Quand l’amour a parlé;
Il n’est âme qui meure
Quand l’amour a pleuré...

Et si l’amour s’égare
Aux sentiers d’ici-bas,
Ses larmes me retrouvent
Et ne s’égarent pas...

 

 1950293-759d5eabb463ce074bb80afc58d6506d.png
Maurice Maeterlinck (29 augustus 1862 - 6 mei 1949)
Portret door J. E. Blanche, 1934

 

 

De Engelse dichter Thomson („Thom“) William Gunn werd geboren op 29 augustus 1929 in Gravesend, Kent. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thom Gunn op dit blog.

 

For A Birthday

I have reached a time when words no longer help:
Instead of guiding me across the moors
Strong landmarks in the uncertain out-of-doors,
Or like dependable friars on the Alp
Saving with wisdom and with brandy kegs,
They are gravel-stones, or tiny dogs which yelp
Biting my trousers, running round my legs.
Description and analysis degrade,
Limit, delay, slipped land from what has been;
And when we groan My Darling what we mean
Looked at more closely would too soon evade
The intellectual habit of our eyes;
And either the experience would fade
Or our approximations would be lies.
The snarling dogs are weight upon my haste,
Tons which I am detaching ounce by ounce.
All my agnostic irony I renounce
So I may climb to regions where I rest
In springs of speech, the dark before of truth:
The sweet moist wafer of your tongue I taste,
And find right meanings in your silent mouth.

 

 

Baby Song

From the private ease of Mother's womb
I fall into the lighted room.

Why don't they simply put me back
Where it is warm amd wet and black?

But one thing follows on another.
Things were different inside Mother.

Padded and jolly I would ride
The perfect comfort of her inside.

They tuck me in a rustling bed

—I lie there, raging, small, and red.

I may sleep soon, I may forget,
But I won't forget that I regret.

A rain of blood poured round her womb,
But all time roars outside this room.

 

 1950293-245be6c66da522cc38a08e064a4af2e3.jpg
Thom Gunn (29 augustus 1929 – 25 april 2004)
Begin jaren zestig

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Eirene Frances Bellerby werd geboren op 29 augustus 1899 in Bristol. Zie ook alle tags voor Frances Bellerby op dit blog.

 

The Heron (Fragment)

But that was not the whole story.
The night fallen away, you could stand up to your ankles
In platters of frozen snow on the flooded grass
And stare, and curse a supposed god of some kind,
And at last touch, as guilty as though to break faith
With an absent friend:  spreading the rounded wing
Tenderly grey as an archangel cygnet might be,
Springing it again, inappropriately elastic for death,
Lifting the flopped and folded neck, empty
          Rubber, absurd to imagine as support for that hard
                     Weight of head and great sword bill…’

 

 1950293-31e8c25997728b9a868d3404387f0ab3.jpg
Frances Bellerby (29 augustus 1899 – 30 juli 1975)

 

 

De Duits-Oostenrijks dichter, librettist, theaterregisseur, vertaler en entomoloog Friedrich Treitschke werd geboren in Leipzig op 29 augustus 1776. Zie ook alle tags voor Friedrich Treitschke op dit blog.

 

Der blonde Jack.

„Wohin ist - ach, wohin
Der blonde Jack gezogen?“
Dahin ist er, dahin,
Weit über Meereswogen.
Er streitet am entfernten Strand
Für Freundes Herd und Freundes Land.
Weit über Meereswogen
Ist Jack dahin gezogen.

„Woher ist - ach, woher
Der blonde Jack gekommen?“
Von Schottlands Felsen her,
Hispanien zu Frommen.
Aus theurer Heimath ging er aus;
Zur blauen Glocke heißt sein Haus.
Hispanien zu Frommen,
Ist Jack daher gekommen.

„Woran läßt sich - woran
Der blonde Jack erkennen?“
Zwey Stücke zeig' ich an,
Die dir ihn treulich nennen.
Ein Schurz, gestreift in Roth und Grau,
Ein Federbusch in sächsisch Blau,
Die lassen ihn erkennen,
Die mögen Jack dir nennen.

„Doch wär’ einst - ach, wie schnell
lm Streite Jack geblieben?“
Dann flöss' ein Tränenquell
Der Brüder, die ihn lieben.
Mit Dudelsack und Trommelton
Begleitete man Schottlands Sohn,
Acb , Jack, den Alle lieben,
Ist fern der Glocke blieben!

 

 1950293-ba867bacec8b97b24df9de08ddd1dff1.jpg
Friedrich Treitschke, (29 augustus 1776 - 4 juni 1842)
Lithografie door Josef Kriehuber uit 1841

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Geerten Gossaert Johann Wolfgang von Goethe, A. Moonen, Maria Barnas, C. J. Kelk, Frederick Kesner

 

Dolce far niente

 

 banyo-caballo-bisel.jpg
El bano del caballo door Joaquin Sorolla Y Bastida, 1909

 

 

De Centaur en de oceaan

Soms in den hoogen noen der heete zomerdagen
Ontspant de visschersknaap, die loom zijn leden baadt,
Half scherts, half medelij, 't paard van den schelpenwagen,
Dat hinnikt van genot en wild de hoeven slaat.

Doch hij, met kalmen lach, grijpt onversaagd, sterkhandig,
Zijn ruige manen vast, bedwingt zijn drift, en, vlug,
Met eenen breeden zwaai bespringt hij, naakt, 't stilstandig
Nu lijdzaam wachtend dier den breede' en naakten rug!

Dan stuurt hij zeewaarts in. En waar, in lage reven,
De laffe branding breekt, blijft hij, uitdagend, staan
En machtig, brons op bruin, tot ééne leest verheven,
Bespot hij, een centaur, den machtlooze' oceaan.

Wel ziet hij, diep in zee, uit de even waterwellen,
Een kleine spitse golf, al naar zij nader rent,
Gestaêg verkleurend tot een machtgen breker zwellen,
Al grommlende in zijn borst een duister dreigement ...

Maar hij, met strak gelaat, wacht, schrap zich stellend, zonder
Ontroering, tot de golf, schijnwoedend, schuimverbleekt,
In éénen langgerekt-traagsidderenden donder
Zijn tuimlende overmacht aan 't roerloos tarten wreekt ...

En dan, uitbundig, barst het hoog gegier van 't water,
En 't brieschen van den hengst, die worstelt om een steê,
Met zijn' metalen lach saam uit in één geschater
Dat opklimt uit het schuim en uitschalt over zee!



3592732294_be03a8ee67_b.jpg
Geerten Gossaert (9 februari 1884 - 27 oktober 1958)
Kralingen. Geerten Gossaert werd geboren in Kralingen

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Wolfgang von Goethe werd geboren op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Johann Wolfgang von Goethe op dit blog.

Uit: Wilhelm Meisters Lehrjahre

»Mäßigt Euch«, sagte die Alte gelassen, »mäßigt Euch! Ich muß Eure Freude durch ein Wort unterbrechen: Norberg kommt! in vierzehn Tagen kommt er! Hier ist sein Brief, der die Geschenke begleitet hat.«
»Und wenn mir die Morgensonne meinen Freund rauben sollte, will ich mir's verbergen. Vierzehn Tage! Welche Ewigkeit! In vierzehn Tagen, was kann da nicht vorfallen, was kann sich da nicht verändern!«
Wilhelm trat herein. Mit welcher Lebhaftigkeit flog sie ihm entgegen! mit welchem Entzücken umschlang er die rote Uniform! drückte er das weiße Atlaswestchen an seine Brust! Wer wagte hier zu beschreiben, wem geziemt es, die Seligkeit zweier Liebenden auszusprechen! Die Alte ging murrend beiseite, wir entfernen uns mit ihr und lassen die Glücklichen allein.
Als Wilhelm seine Mutter des andern Morgens begrüßte, eröffnete sie ihm, daß der Vater sehr verdrießlich sei und ihm den täglichen Besuch des Schauspiels nächstens untersagen werde. »Wenn ich gleich selbst«, fuhr sie fort, »manchmal gern ins Theater gehe, so möchte ich es doch oft verwünschen, da meine häusliche Ruhe durch deine unmäßige Leidenschaft zu diesem Vergnügen gestört wird. Der Vater wiederholt immer wozu es nur nütze sei? Wie man seine Zeit nur so verderben könne?«
»Ich habe es auch schon von ihm hören müssen«, versetzte Wilhelm, »und habe ihm vielleicht zu hastig geantwortet; aber um 's Himmels willen, Mutter! ist denn alles unnütz, was uns nicht unmittelbar Geld in den Beutel bringt, was uns nicht den allernächsten Besitz verschafft? Hatten wir in dem alten Hause nicht Raum genug? und war es nötig, ein neues zu bauen? Verwendet der Vater nicht jährlich einen ansehnlichen Teil seines Handelsgewinnes zur Verschönerung der Zimmer? Diese seidenen Tapeten, diese englischen Mobilien, sind sie nicht auch unnütz? Könnten wir uns nicht mit geringeren begnügen? Wenigstens bekenne ich, daß mir diese gestreiften Wände, diese hundertmal wiederholten Blumen, Schnörkel, Körbchen und Figuren einen durchaus unangenehmen Eindruck machen. Sie kommen mir höchstens vor wie unser Theatervorhang. Aber wie anders ist's, vor diesem zu sitzen! Wenn man noch so lange warten muß, so weiß man doch, er wird in die Höhe gehen, und wir werden die mannigfaltigsten Gegenstände sehen, die uns unterhalten, aufklären und erheben."

 

 1950679-81845e2a11d7967dd02a3ad8859ec3b4.jpg
Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

Ik is een vlag

Zodra ik ik laat vallen trekt de lucht boven mij
samen vergrijst en legt zich neer boven de stad.
De stad vernauwt zijn straten kromt de bruggen
als tenen in mijn schoenen. Mijn tenen? Mijn schoenen?

Ik is een vlag op een maanlandschap waar iemand
metaalgaren in stak om het oneindige wapperen
te bereiken dat in windstilte iets monumentaals wil
betekenen. Maar vlaggen zijn weerloos en mijn lichaam

bewijst hier niets. Al schrijft het ik en stelt het zich
voor. Zolang we lopen doen we met elke stap
een stap in het ongewisse en kunnen we ons

in de geel kermende bermen in de lome namiddag
en in voorbeeldige wrakken langs de afkoelende
rivier als verlaten huizen in elkaar vergissen.

 

 

Reconstructie

Radiobericht: de politie heeft vannacht het lichaam van een vrouw
gevonden in de straten van Amsterdam. Naam en leeftijd
onbekend. Doodsoorzaak: onbekend.

je zoekt het woord voor de rand van de haven
die als een muur uit het water rijst.
je denkt ik vind het als ik zo ga liggen op het asfalt

je hoofd een aarzelend schip voor de stoeprand
je jas tot aan je hals voorzichtig nu
een aai je been vlugvluchtig de hoek om.

of

Ga liggen op het asfalt je hoofd net niet
tegen de stoeprand aan. Ram een schip tegen de kade
Maak twee gelijke barsten in een schedel

tot de tegels helder kraken. Rakelings het plein
waar ruimte om je oren waait als vlinderslag
in vlagen van paniek. Neem een k voor in je mond.

Een stokkende kade om aan te staan.

 

 1950679-10a2dac789cf557bf3f349b372c38714.jpg
Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

 

De Nederlandse schrijver A. Moonen, (spreek uit: 'a-punt-moonen') werd geboren in Rotterdam op 28 augustus 1937. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor A. Moonen op dit blog.

Uit: Armlastig

“Spoegmisselijk ook word ik van de zelfgenoegzame/triomfantelijke koppels; ongeveer van: zien jullie wel dat wij elkaar voor eeuwig gevonden hebben? Alzo de huwelijksfuik tegemoetzwierend richting gereedstaande kist, dichterbij dan ze zelf vermoeden.
Slechts eenmaal ben ik de afgelopen zomer naar het Scheveningse strand geweest. Ik moet die bewuste woensdagmiddag in juli alles meegehad hebben, leek een uitgelaten hondje, wuifde en riep naar de zee. Luchtig gekleed en op voetbedsandalen liep ik door rullig zand richting ver nudistengedeelte, kon mij niet herinneren wanneer precies voor 't laatst de zee gezien te hebben, metaalkleurig en witschuimige golfslag. In de verte een groot schip. Helaas de ontsierende zuurstok/pretpier van Zwolsman. Langs de botenverhuurafdeling en dan eindelijk het naturistenstrand, naakter dan naakt omdat er verder niemand aanwezig was. Nabij de verboden duinen ontkleedde ik mij rap en poogde zo zandvrij mogelijk te blijven. Op pantalon en shirt ging ik onbevangen om en om liggen. Wind en zon masseerden mij met zuivere zeelucht, zonder nabehandeling. Dit liet mijn piemel zeker niet onberoerd. Aldus ontstond de volgende dag weer eens een mop van eigen makelij: ik sta daar helemaal alleen op het nudistenstrand en word door wind en zon gemasseerd. Komt er in de verte een jongetje aangelopen, gekleed nog. Eindelijk naderbij gekomen blijkt het een dwergmevrouwtje te zijn. Zij is me genaderd en begint zich pal voor m'n Rotterdamse staander en zeeverkenner uit te kleden, hangt de boel eraan.”

 

 1950679-e8dcf4fb36943b7f365044d95357b338.jpg
A. Moonen (28 augustus 1937 – 24 januari 2007)
Cover biografie

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, letterkundige en literatuurcriticus Cornelis Jan (Cees) Kelk werd geboren in Amsterdam op 28 augustus 1901. Zie ook alle tags voor C. J. Kelk op dit blog.

 

Het rechte rugje

Het rechte rugje van zijn kinderjaren
raakt menigeen zijn leven niet meer kwijt.
't Weerbarstig kuifje slecht gekleurde haren
is nauwelijks vatbaar voor de tand des tijds.

Het schoolse schrift, de welverzorgde handen
beklijven en met rekenen blijft het gaan ...
O, konden wij eens ruilen met elkander
en zorgeloos in eens anders schoenen staan.

Ik zou zo graag dan Casanova wezen
of Don Quichotte of De Dikke Man
of iemand die een afschuw heeft van lezen,
maar daarentegen goed chaufferen kan.

 

 

Vanavond hebben alle mannen

Vanavond hebben alle mannen
sterren op hun hoofd gespannen,
kruizen op hun rug gedaan
en zijn naar 't bal-masqué gegaan.

Vanavond hebben alle vrouwen
jurken met versierde mouwen.
Zij dragen bloemen overal
en trippelen naar het carnaval.

Vanavond hebben alle kinders
vleugels als verheugde vlinders
en ze fladderen komiek
op de maat van de muziek......

 1950679-549f3ec18582cbde517b8185d13d758b.jpg
C. J. Kelk (28 augustus 1901 – 25 december 1981)
Cover 

 

 

De Australische dichter Frederick Kesner III werd geboren op 28 augustus 1967 in Manilla op de Filippijnen Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frederick Kesner op dit blog.

 

Why do we trust in you?

On the waves of fresh lies
the wind fell into rumination,

As bright sunlit skies feigned--
spewed darkened ruination.

Each canopy of leafy words
waved in rhythmic undulation.

Then, by cover of cloud
whispered to unwilling ears –

Which brought heaves and sighs;
their hoisting chests wet in tears:

We pay attention to our thoughts
that sing to absinthian beats;

A bemusedly tapered divination,
dappled upon once-pristine sheets.

 

 

Your Holy Book or Mine?

So what if I've gone to Scripture
maybe just to have a look?
So what if it spoke to me so loud
with brilliant flashes of cutting blades?
So what if all my thoughts are laid bare
stripped of any guile or disguise?

We all are pilgrims in this journey,
We all seek for what we know
We do not have yet could not name;
We all of us are on a quest toward
What we know eternity must hold....

So what if in my searching I find
whims and wandering thoughts reigned
within the cosmic finiteness of this mind?
Then there must have been some use
undusting and poring through that Tome.

 

 1950679-4ef262cf267174ab376572bf448cac04.jpg
Frederick Kesner (Manilla, 28 augustus 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Rita Dove, John Betjeman, Elmar Schenkel, Janet Frame, William Robertson Davies, Joeri Trifonov

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010.

 

Lines Composed On The Body Politic

Less than the charting of each dawn's resolutions,
less than each evening's trickle of doubt,
less than a crown's weight in silver, a diamond's
scratch against glass, less than the touted

ill luck of my rich beginnings—and yet
more than Eve's silence, my mute ingratitude.
More than music's safe passage, its rapturous net,
more than this stockpile of words, their liquid solicitude;

more desired than praise (the least-prized of my dreams),
less real than dreaming (castle keep for my sins),
more than no more, which seems
much less than hoped-for, again—
one mutiny, quelled; one wish lost, a forgotten treasure:
to live without scrutiny, beyond constant measure.

 

 

"Teach Us To Number Our Days"

In the old neighborhood, each funeral parlor
is more elaborate than the last.
The alleys smell of cops, pistols bumping their thighs,
each chamber steeled with a slim blue bullet.

Low-rent balconies stacked to the sky.
A boy plays tic-tac-toe on a moon
crossed by TV antennae, dreams

he has swallowed a blue bean.
It takes root in his gut, sprouts
and twines upward, the vines curling
around the sockets and locking them shut.

And this sky, knotting like a dark tie?
The patroller, disinterested, holds all the beans.

 

 1949756-14020ed25a31de5d34017214ce965b95.jpg
Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)



 

De Engelse dichter en literatuurcriticus Sir John Betjeman werd geboren in Londen op 28 augustus 1906. Zie ook alle tags voor John Betjeman op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010

 

A Bay In Anglesey

The sleepy sound of a tea-time tide
Slaps at the rocks the sun has dried,

Too lazy, almost, to sink and lift
Round low peninsulas pink with thrift.

The water, enlarging shells and sand,
Grows greener emerald out from land

And brown over shadowy shelves below
The waving forests of seaweed show.

Here at my feet in the short cliff grass
Are shells, dried bladderwrack, broken glass,

Pale blue squills and yellow rock roses.
The next low ridge that we climb discloses

One more field for the sheep to graze
While, scarcely seen on this hottest of days,

Far to the eastward, over there,
Snowdon rises in pearl-grey air.

Multiple lark-song, whispering bents,
The thymy, turfy and salty scents

And filling in, brimming in, sparkling and free
The sweet susurration of incoming sea.

 

 

Dawlish

Bird-watching colonels on the old sea wall,
Down here at Dawlish where the slow trains crawl:
Low tide lifting, on a shingle shore,
Long-sunk islands from the sea once more:
Red cliffs rising where the wet sands run,
Gulls reflecting in the sharp spring sun;
Pink-washed plaster by a sheltered patch,
Ilex shadows upon velvet thatch:
What interiors those names suggest!
Queen of lodgings in the warm south-west...

 

 1949756-0a9569e80bc686ca46600b85aefec175.jpg
John Betjeman (28 augustus 1906 - 19 mei 1984)

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Elmar Schenkel werd geboren in Hovestadt (Westfalen) op 28 augustus 1953. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010

Uit: Keplers Dämon

„Die Wissenschaften existieren nur durch und mit den Menschen, die sie betreiben, die ihnen nachfolgen und sie anbeten oder niederreißen. Das erste Problem aller Wissenschaft ist genau dieses Wesen, das sich für das einzige Erkenntnis suchende Subjekt auf dieser Erde hält. Diese gattungsspezifischen Illusionen wurden von Swift gegeißelt, und bereits die Antike konnte darüber lachen. Schopenhauer und Nietzsche nahmen sich mit Vorliebe dieses in Illusionen verstrickten Tieres an. Erkenntnis suchend? Vielleicht ist auch dies nur eine weitere Form der Selbsttäuschung. So kann man auch Mary Shelleys revolutionären Roman über einen Mann, der dem Menschen ein Ebenbild schaffen will (so wie es laut Bibel und Koran Gott einst getan hat), lesen: als eine weitere Form der Täuschung, der Selbstanbetung der Spezies. Aber warum sollten Illusionen schlecht sein? Sie mögen eine Zeitlang als Schutz dienen, sind aber langfristig destruktiv. Der Frankenstein-Mythos, der bis in unsere Gegenwart reicht, zeigt dies sehr deutlich. Die Wissenschaften spiegeln beide Seiten des Menschen wider, unerbittlich. Mal retten, mal töten, mal verführen, mal helfen sie, mal lassen sie verzweifeln. Solche Wechselbäder werden an den beiden Protagonisten in Flauberts letztem Roman, Bouvard et Pécuchet, geradezu slapstickhaft bebildert. Für sie erweisen sich die Wissenschaften insgesamt als eine Enttäuschung – völlig überbewertet! Also kehren sie zu ihrem alten Beruf der Kopisten zurück.
In diesem ersten Teil, der mit »Mensch« überschrieben ist, geht es darum, wie biographische Situationen Begegnungen zwischen Wissenschaften und Literatur ermöglichen. Oft sind es krisenhafte Momente, in denen sie sich gegenseitig erkennen oder wiederentdecken nach einem langen gleichgültigen Nebeneinander – angefangen mit den nächtlichen Krisen, die wir Träume nennen, bis hin zu Lebenskrisen, wie bei Agatha Christie oder Paul Valéry.“

 

 1949756-20da444dc224b4f5ecd710bfde6172a2.jpg
Elmar Schenkel (Hovestadt, 28 augustus 1953)

 

 

De Nieuw-Zeelandse dichteres en schrijfster Janet Frame werd geboren in Dunedin en groeide op in Oamaru. Zie ook alle tags voor Janet Frame op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010.

 

Poets

If poets die young
they bequeath two thirds of their life to the critics
to graze and grow fat in
visionary grass.

If poets die in old age
they live their own lives
they write their own poems
they are their own might-have-been.

Young dead poets are prized comets.
The critics queue with their empty wagons ready for hitching.

Old living poets
stay faithfully camouflaged in their own sky.
It may even be forgotten they have been shining for so long.
The reminder comes upon their falling
extinguished into the earth.
The sky is empty, the sun and moon have gone away,
there are not enough street bulbs, glow-worms, fireflies to give light

and for a time it seems there will be no more stars.

 

 1949756-f9edccdfec0cd26a61b61a8f628c69db.jpg
Janet Frame (28 augustus 1924 – 29 januari 2004)

 


 
De Canadese schrijver William Robertson Davies werd geboren op 28 augustus 1913 in Thamesville, Ontario. Zie ook alle tags voor William Robertson Davis en voor Robertson Davis op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010

Uit: Fifth Business

“My lifelong involvement with Mrs. Dempster began at 8 o’clock p.m. on the 27th of December, 1908, at which time I was ten years and seven months old.
I am able to date the occasion with complete certainty because that afternoon I had been sledding with my lifelong friend and enemy Percy Boyd Staunton, and we had quarrelled, because his fine new Christmas sled would not go as fast as my old one. Snow was never heavy in our part of the world, but this Christmas it had been plentiful enough almost to cover the tallest spears of dried grass in the fields; in such snow his sled with its tall runners and foolish steering apparatus was clumsy and apt to stick, whereas my low-slung old affair would almost have slid on grass without snow.
The afternoon had been humiliating for him, and when Percy as humiliated he was vindictive. His parents were rich, his clothes were fine, and his mittens were of skin and came from a store in the city, whereas mine were knitted by my mother; it was manifestly wrong, therefore, that his splendid sled should not go faster than mine, and when such injustice showed itself Percy became cranky. He slighted my sled, scoffed at my mittens, and at last came right out and said that his father was better than my father. Instead of hitting him, which might have started a fight that could have ended in a draw or even a defeat for me, I said, all right, then, I would go home and he could have the field to himself. This was crafty of me, for I knew it was getting on for suppertime, and one of our home rules was that nobody, under any circumstances, was to be late for a meal. So I was keeping the home rule, while at the same time leaving Percy to himself.
As I walked back to the village he followed me, shouting fresh insults. When I walked, he taunted, I staggered like an old cow; my woollen cap was absurd beyond all belief; my backside was immense and wobbled when I walked; and more of the same sort, for his invention was not lively. I said nothing, because I knew that this spited him more than any retort, and that every time he shouted at me he lost face.”

 

 1949756-15e576872c12fbecd5eddd82e45260b6.jpg
William Robertson Davies (28 augustus 1913 – 2 december 1995)

 

 

De Russische schrijver Joeri Valentinovitsj Trifonov werd geboren in Moskou op 28 augustus 1925.Zie ook alle tags voor Joeri Trifonov op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2010

Uit: The House on the Embankment (Vertaald door Michael Glenny)

“He said that the thought that had tormented Dostoyevsky – if man’s last refuge is nothing but a dark room full of spiders, then all is permitted – had hitherto been interpreted in a wholly simplistic, trivial sense. All such profound problems had, in fact, been distorted into pathetically inadequate form, but the problems themselves were still there and would not go away. Today’s Raskolnikov’s did not murder old women moneylenders with an ax, but they were still faced with the same agonizing choice: to cross or not to cross the line. In any case, what was the difference between using an ax and any other method?
(…)

GLEBOV: All my life I have tried to forget about that, and I nearly succeeded. Almost everything has been forgotten.
STRANGER: ...People would be happy if they knew how to forget...
GLEBOV: Everything will be forgotten! I can’t remember anything! I forgot everything! But no, I remember some things... I hate those times, because they were my childhood!
(…)

GLEBOV: But if I don’t remember-that means nothing happened! You understand, time only exists within us! And if one doesn’t remember, it means, those times didn’t exist! Nothing existed!
GANCHUK: ...You are making the same mistake as Kant: he suggests that time is the pure form of sensation...that it exists only in one’s conscience...and is expressed by the changing conditions of our conscience! ...But we materialists know very well that time is the form of the movement of matter. And there is only one direction of this movement in time-mark this welll-from the past to the future!“

 

 1949756-fe19234f2ad48277ab2f65700be9a8fc.jpg
Joeri Trifonov (28 augustus 1925 – 28 maart 1981)
Cover

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten