Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 september 2016 tot 2 september 2016

Willem de Mérode, Eric de Kuyper, R.A. Basart, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Joseph Roth, Pierre Huyskens

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog

 

De mandolinespeler

Bij den klank der klare mandoline
Zingt zijn warme stem den avond uit,
De verrukkingen om ongeziene
Weelden kwinklen in zijn zoet geluid.

Als een zoeklicht, uit zijn fulpen oogen,
Schiet hij, fel en vleiend, lonk en straal,
Dan, wijd open, onder donkre bogen,
Ziet-men in ziels gouden voorportaal.

Naar de heete hand van hun vriendinnen
Grijpen meisjes heftig, zalig bang.
Ach, zij zouden hem zoo graag beminnen,

Die hen zacht omstrikt met zijn gezang.
Maar geen gaat zijn zielsgeheimnis binnen,
Toeven zij ter gouden poort ook lang.

 

 

Apollon archaïque
Louvre

Het rood granietblok stond hoog opgericht
In ’t midden van de heete binnenplaats.
En in den steen, als in een droomgezicht,
Verscheen de jonge scherpte eens gelaats,

Dat onverbidlijk zich zijn blik toewendde.
Het gladde strakke lichaam scheen bereid
Den sprong te maken naar de manlijkheid
Die reeds een macht was in zijn smalle leden.

Zoo stond hij vele lange heete stonden.
En vele glansen hebben zich verbonden
Tot glimlach die zijn heele lichaam droeg.

Tot op een avond toen het bloed verstilde
De meester hem met welbewuste milde
En scherpe beitel uit het steenblok sloeg.”

 

 

Venezia

Hier heeft het leven nog den zachten glans
Van nutteloos in schoonheid te verstralen.
Wat laat de lucht hier zuiver ademhalen!
Op nieuw geluk geeft iedre dag een kans.

En zaalger is de nacht hier dan een mans
Gelaat, die van beminnen is doorvloten.
Siddrende bloem, fel uit het bloed ontschoten,
Trilt hoog des klokketorens roode lans.

Hier smaakt de ziel haar aarde- en hemelspijs:
Dogen, zij droomt voor uw verdroomd paleis;
Zij glijdt San Marco’s droom ootmoedig binnen.

Een gondel op het deinen van uw stroom,
O liefde, rijst zij zeer tevreden loom,
En zeer gelukkig, wijl zij mag beminnen

 

 1951736-fcc3db4fd5fd6c2ae791105bd8b5b046.jpg
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Portrett door Johan Dijkstra, 1922.

 

 

De Belgisch schrijver, filmregisseur, filmtheoreticus Eric de Kuyper werd geboren in Brussel, op 2 september 1942. Zie ook alle tags voor Eric de Kuyper op dit blog.

Uit: Een tafel voor één. Reisberichten

“De obers glijden als schimmen geluidloos en bijna onzichtbaar tussen de tafels en stoelen door. Ze doemen onmerkbaar op uit de wanden om er vervolgens weer in te verdwijnen. Telkens komen er andere en nieuwe bij. Er is op dit late uur meer bedienend personeel dan er gasten zijn. Een kelner is duidelijk de ‘jonge blonde Duitser’. De maître d' hôtel is een Fransman. Of beter gezegd: hij doet Frans aan. Hij spreekt voortreffelijk Duits met een uitheems accent. Naar het mij voorkomt is zijn accent niet echt Frans; het is nagebootst, en de herkomst daarvan kon wel eens Slavisch zijn. Maar in een Duitse namaak Franse salon past zo iets perfect. Ik meen een flikkering in zijn linkeroog op te vangen, alsof hij mij te kennen geeft: ‘we zijn beiden toch maar nep-Fransen, niet?’, want in het Duits heb ook ik een soort Franse tongval. ‘Maar voor hen hier rond de tafel doen we authentiek aan, zoals de tafels en de stoelen, de schilderijen en al het antiek hier authentiek zijn ...’
Herr B. speelt exuberant de grand-seigneur. Dat gaat hem goed af. Hij weet heel precies en tegelijk heel charmant het mondaine aan het eigenzinnige, het beschaafde aan het amicale te koppelen, Dat B. hier, in dit land, in deze stad is beland, zal, zo vermoed ik, niet meer dan een toeval zijn. Misschien is hij wel een ver familielid van de pseudo-Franse, quasi-Hongaarse, net-niet-Weense, maar vermoedelijk toch iets joodse maître d'hôtel.
Onze gastheren praten vlot en gedragen zich nonchalant. Maar plotseling, ik krijg het eigenlijk pas laat in de gaten, begint er iets te trillen in de oogleden van B.; onvoorspelbaar zo abrupt als H. in een norse stilte vervalt en krampachtig een sigaret opsteekt; de vrouw van B. neemt discreet iets (snuiftabak? Een pilletje? Of is het iets anders?) uit een klein ijzeren doosje, waarin violette Franse zuurtjes hebben gezeten, maar dat nu voor een ander doel wordt gebruikt. De onopvallendheid van deze gebaren valt des te sterker op.
En dan ineens herstelt het oog van B. zich; ontwaakt H. uit zijn stilte, terwijl hij iemand met een snedige persoonlijke opinie corrigeert; converseert mevrouw B. verder, onderwijl haar doosje wegstoppend.”

 

 1951736-2d5e277d869064249eeb2f78188838f5.jpg
Eric de Kuyper (Brussel, 2 september 1942)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver R.A. Basart werd op 2 september 1946 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor R. A. Basart op dit blog.

 

Mijn oudtante

Zoals zich in het voorjaar soms
nog één bruin appeltje
verbeten vasthoudt aan de tak
die bijna weer in bloei staat

zo hangt zij aan het leven.
Kogelvrij door crème en rouge
maar met het vaag vermoeden dat
de dood loert door het sleutelgat.

 

 

Pas de deux

Een pas de deux! Je lacht je rot!
En dat terwijl de dag begint!
Die theemuts op je papillotten:
Wat jij toch altijd weer verzint!

Je bent zó goed gemutst, je wilt
Wel blijven dansen, wang aan wang:
De Weense wals, de jive... Je tilt
je partner zwierig door de gang,

Swingt door de living, zweeft de
Hall in: heel de wereld is één
Ballroom! – Je maffe muts zakt schever...

Iéts zit je dwars: je partner blijft van steen.
(Wat wil je ook: hij is een theepot, vol jenever...)
– Dat wordt weer uren janken zometeen.

 

 1951736-eb27ede339a838dbdb677c1d3a8b62a0.jpg
R.A. Basart (Amsterdam, 2 september 1946)

 

 

De Amerikaanse schrijver Chris Kuzneski werd geboren op 2 september 1969 in Indiana, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Chris Kuzneski op dit blog.

Uit: Sign Of The Cross

“When their boat reached the shore, Jansen felt the rocks as they scraped against the bottom of the hull. The sound filled the air like a primeval wail, yet none of them seemed to care. It was the middle of the night, and the coast was deserted. No one would come running. No one would come to save him. It was in God’s hands now, as it always was.
Suddenly, one of the men leapt over the side and splashed into the icy water. He grabbed the boat with both hands and eased it onto the narrow beach, just below a footpath. The other three followed his lead and soon the boat was hidden in the trees that lined this section of the island.
They had traveled over a thousand miles but were just getting started.
Without saying a word, they loosened the ropes and lifted Jansen from the boat, placing him on their broad shoulders for the journey inland. Jansen sensed this might be his last chance to escape so he flailed back and forth like an angry fish trying to break free of their grasp, yet all he did was upset them. In response they slammed his face into the jagged rocks, breaking his nose, shattering his teeth, and knocking him unconscious.
Then they picked him up and carried him to the place where he would die.
One of the men cut off Jansen’s clothes while the others built the cross. It was seven-feet wide and ten-feet high and made out of African oak. The wood was pre-cut so the planks slid into place with little effort. When they were finished, it looked like a giant T spread across the freshly cut grass. They knew most people would be confused by the shape but not the experts.
They would know it was authentic. Just like it was supposed to be. Just like it had been.
In silence they dragged Jansen to the cross and positioned his arms on the patibulum—the horizontal beam—and put his legs on the stipes. Once they were satisfied, the largest of the men took a mallet and drove a wrought-iron spike through Jansen’s right wrist. Blood squirted like a cherry geyser, spraying the worker’s face, but he refused to stop until the nail hit the ground. He repeated the process on Jansen’s left wrist then moved to his legs.”

 

 1951736-070df0f8b28bb7bea34b4510a6112fdd.jpg
Chris Kuzneski (Indiana, 2 september 1969)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan Daisne werd op 2 september 1912 in Gent geboren als Hermanus Thiery. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Johan Daisne op dit blog.

Uit: De trap van steen en wolken

“Maanden leefden ze thans reeds in dit blokhuis, midden in de wildernis. Ze hadden het samen gebouwd, stuk voor stuk, met eigen handen, in den laten zomer en den herfst, tot de winter was gevallen, die hen nog meer van alles had afgesneden. Maar tijdens die twee seizoenen van werk en droom waren ze stilaan weer gezond geworden, ontgift, in lichaam en ziel. Geen enkele maal was er verveling geweest en al waren ze soms ook van vermoeidheid gansch gekleed in slaap gevallen, het was een heerlijke vermoeidheid geweest, die ze als een zegen hadden gevoeld. En de toekomst? Hij dacht er niet aan; zij leefden dag voor dag, mét enthousiasme, want alles ademde hier avontuur; hun retraite van de wereld was geen einde, maar een begin, alles beloofde hier droom...
- Wel verdomd!
Gun was als een bezetene overeind gesprongen. Op dat oogenblik stak Ra haar hoofd door de deur. Ze keek eerst met groote oogen in het halfduister, maar dan kwam er een glimlach in.
- Wat scheelt er aan? zong haar fijne, trage stem.
Gun stond met gebogen hoofd en de hand voor zijn mond te blazen als een rund.
- Ik zat bij 't vuur te soezen met een sigaret in de mond en juist toen ik op 't punt was in te dutten was ze op; ik geloof dat mijn twee lippen zijn stuk gebrand!
Gun had het er op een drafje uitgebracht en begon dadelijk weer te blazen.
Ra sloot lachend de deur.
- Laat kijken.
Gun nam zijn hand weg.
- Jij hebt mooi lachen, zegde hij met een verongelijkt schooljongensgezicht, geef me liever wat van je crème of van een van die andere spullen om er op te wrijven; dat sluit de buitenlucht en de pijn af.
Ra had den rand van haar grooten vilten hoed opgeslagen en bleef dicht voor hem staan.
- Nou, waar wacht je op?
- Kom, zong ze en legde haar armen om zijn hals en twee frissche, vochtige lippen op zijn mond.”

 

 1951736-f6d60087d3158b9ebe8bca6ac8c67ca0.jpg
Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)
Cover

 

 

De Oostenrijks – Hongaarse schrijver en journalist Joseph Roth werd geboren op 2 september 1894 in Brody in Galicië. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 eveneens alle tags voor Joseph Roth op dit blog.

Uit: Radetzkymarsch

„Seitdem er im Kampf mit bosnischen Grenzschmugglern ein Auge verloren hatte, lebte er als Militärinvalide und Parkwächter des Schlosses Laxenburg, fütterte die Schwäne, beschnitt die Hecken, bewachte im Frühling den Goldregen, später den Holunder vor räuberischen, unberechtigten Händen und fegte in milden Nächten obdachlose Liebespaare von den wohltätig finstern Bänken. Natürlich und angemessen schien der Rang eines gewöhnlichen Leutnants der Infanterie dem Sohn eines Unteroffiziers. Dem adeligen und ausgezeichneten Hauptmann aber, der im fremden und fast unheimlichen Glanz der kaiserlichen Gnade umherging wie in einer goldenen Wolke, war der leibliche Vater plötzlich ferngerückt, und die gemessene Liebe, die der Nachkomme dem Alten entgegenbrachte, schien ein verändertes Verhalten und eine neue Form des Verkehrs zwischen Vater und Sohn zu verlangen. Seit fünf Jahren hatte der Hauptmann seinen Vater nicht gesehen; wohl aber jede zweite Woche, wenn er nach dem ewig unveränderlichen Turnus in den Stationsdienst kam, dem Alten einen kurzen Brief geschrieben, im Wachtzimmer, beim kärglichen und unruhigen Schein der Dienstkerze, nachdem er die Wachen visitiert, die Stunden ihrer Ablösung eingetragen und in die Rubrik »Besondere Vorfälle« ein energisches und klares »Keine« gezeichnet hatte, das gleichsam auch nur jede leise Möglichkeit besonderer Vorfälle leugnete. Wie Urlaubsscheine und Dienstzettel glichen die Briefe einander, geschrieben auf gelblichen und holzfaserigen Oktavbogen, die Anrede »Lieber Vater!« links, vier Finger Abstand vom oberen Rand und zwei vom seitlichen, beginnend mit der kurzen Mitteilung vom Wohlergehen des Schreibers, fortfahrend mit der Hoffnung auf das des Empfängers und abgeschlossen von der steten, in einen neuen Absatz gefaßten und rechts unten im diagonalen Abstand zur Anrede hingemalten Wendung: »In Ehrfurcht Ihr treuer und dankbarer Sohn Joseph Trotta, Leutnant.« Wie aber sollte man jetzt, zumal da man dank dem neuen Rang nicht mehr den alten Turnus mitmachte, die gesetzmäßige, für ein ganzes Soldatenleben berechnete Form der Briefe ändern und zwischen die normierten Sätze ungewöhnliche Mitteilungen von ungewöhnlich gewordenen Verhältnissen rücken, die man selbst noch kaum begriffen hatte? An jenem stillen Abend, an dem der Hauptmann Trotta sich zum erstenmal nach seiner Genesung an den von spielerischen Messern gelangweilter Männer reichlich zerschnitzten und durchkerbten Tisch setzte, um die Pflicht der Korrespondenz zu erfüllen, sah er ein, daß er über die Anrede »Lieber Vater!« niemals hinauskommen würde.“

 

 1951736-c541269fda7bb5ab0865e238e7c4a949.jpg
Joseph Roth (2 september 1894 - 27 mei 1939)
Portret door William Feuer, z.j.

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Pierre Huyskens werd geboren op 2 september 1931 in Wessem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 eveneens alle tags voor Pierre Huyskens op dit blog.

Uit: 60 Jaar Elsevier (Grote bazen)

“Voor Elsevier-baas Teddy Klautz is Elseviers Weekblad een liefdesbaby. De oprichter koestert het tijdschrift en bemoeit zich graag met de inhoud. Over redacteuren zegt hij: ‘Ik hebzein deoorlog te vreten gegeven, dus moeten ze nu doen wat ik zeg.’
Dolf van den Brink heeft een veel afstandelijker houding. Deze zoon uit een familie van tapijthandelaren uit Laren treedt in 1944 bij Elsevier in dienst als procuratiehouder, waar hij flink aan de weg timmert.
In 1947 is hij al mededirecteur. De bevlogen romanticus Klautz en de financieel-econoom vullen elkaar in theorie goed aan‚maar in de praktijk pakt het anders uit. Er zijn voortdurend conflicten.
Wanneer Klautz zijn hand overspeelt bij een commercieel avontuur in de Verenigde Staten neemt den Brink in 1954 het roer over. Onder zijn leiding groeit de uitgeverij uit tot de houdstermaatschappij van een zestigtal ondernemingen.
Zijn opvolger Pierre Vinken heeft fortuin en roem vergaard met het opzetten van een medische databank In 1972, een jaar nadat zijn uitgeverij Excerpta Medica is gefuseerd met Elsevier, treedt de neurochirurg uit Limburg toe tot de raad van bestuur om zeven jaar later de grote baas te worden.
Vinken kijkt neer op het magazine van Ferry Hoogendijk en wil er een heel ander blad van maken, voor een culturele elite.”

 

 1951736-de89c642a92aab82fa343f92e19929b9.jpg
Pierre Huyskens (2 september 1931 – 19 november 2008)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2014 en ook mijn blog van 2 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:18 Reageer op dit bericht

Robert Habeck

De Duitse schrijver en politicus Robert Habeck werd geboren op 2 september 1969 in Lübeck.
In 1989 deed Habeck eindexamen gymnasium aan de Heinrich-Heine-school in Heikendorf. Na zijn alternatieve dienstplicht begon hij in 1991 aan de studies filosofie, Duits en filologie in Freiburg, bezocht in 1992/1993 de Universiteit van Roskilde in Denemarken en behaalde in 1996 zijn magistertitel aan de universiteit van Hamburg. In 1996 trouwde hij met de schrijfster Andrea Paluch. Habeck kreeg een promotiebeurs aan de Universiteit van Hamburg en werd in 2000 doctor in de folosofie. Sinds 1999 werkten Habeck en Andrea Paluch samen als freelance schrijver en publiceren zij ook samen. In interviews benadrukken zij dat hun dubbele auteurschap een bewuste keuze is voor een gezamenlijk levensontwerp. Naast boeken en vertalingen van het Engels poëzie voor kinderen publiceerden Robert Habeck (met Andrea Paluch) de romans „Hauke Haiens Tod“ (2001), „Der Schrei der Hyänen“ (2004), „Der Tag, an dem ich meinen toten Mann traf“ (2005), „Zwei Wege in den Sommer“ (2006), „Unter dem Gully liegt das Meer“ (2007) en „SommerGIG“ (2009). Een terugkerend thema in de boeken is de vraag naar de invloeden die een mens ondergaat en de spanning tussen vrijheid determinatie. In december 2008 ging hun eerste toneelstuk “Neunzehnachtzehn” over de matrozenopstand in het theater in Kiel in première. In 2008 werd de roman „Der Tag, an dem ich meinen toten Mann traf“ verfilmd. Habeck werd in 2002 lid van Bündnis 90/Die Grünen. In 2008 was hij de lijsttrekker voor Die Grünen bij de lokale verkiezingen in Schleswig-Flensburg en in 2009 was hij samen met Monika Heinold lijsttrekker in de deelstaatverkiezingen in Schleswig-Holstein. Na de verkiezingen van 2012 werd Habeck vice-premier en minister van energietransitie, landbouw, milieu en platteland.

Uit: Der Schrei der Hyänen (Samen met Andrea Paluch)

„Arabella wurde wach, als Frank aus dem Bett stieg. Sie wachte nie auf, wenn er zu ihr kam, und wurde so meist im Schlaf von ihm überrascht. Doch wenn er aufstand, erwachte sie jedesmal. Ihr Mann war über einen Meter neunzig groß und wog fast zweihundert Pfund. Wenn er sich zwischen den Hererohirten bewegte, sah es so aus, als striegelte sein blonder Bart ihre Köpfe.
Arabella schaute auf die Taschenuhr, die am Bettpfosten baumelte. Es war halb vier, Donnerstag nacht. Das Jahr 1904 war eine Woche alt. Zu Weihnachten hatte Frank ihr ein Waffeleisen geschenkt, sie ihm einen Gürtel genäht. Eva hatte sie ihre alten Sandalen vermacht.
Aus der Remise hörte sie die trächtige Kuh schreien. Der Schäferhund Troja bellte gegen das Brüllen an. Seit Arabella vor sechs Jahren auf der »Falke« angekommen war, hatte sie gelernt, wie man Rinder hält, daß sich Geburten durch ein Einfallen der Beckenknochen ankündigen, wie man sterbende Tiere an den gebrochenen Augen erkennt.
Sie schlief nur im Hemd, weil die Nacht entgegen der üblichen Mondkälte heiß geblieben war. Das neue Haus war noch nicht fertig. Zwar standen die Mauern, aber der Dachstuhl fehlte noch. Als Balken sammelte Frank Baumstämme aus dem Rivier, die Sonne und Wasser schon geschält hatten und die er mit der Vormilch der Jungkühe zum Schutz vor Holzwürmern einstrich.
Während der ersten drei Jahre hatten sie in der Hartebeesthütte gelebt, die Frank aus Astwerk, Binsen und Rinde zusammengezimmert hatte, nachdem ihm das Land überschrieben worden war. Um ein ordentliches Haus zu bauen, brauchte er nur die Steine von der Wasserstelle aufzulesen. Die Arbeit an dem Dachstuhl mußte jedoch zurückgestellt werden, weil die Raubtiere sich in diesem Jahr bis an die Verschläge herantrauten. Sonst hatten sich die Geparden und Schakale wohl an das Vieh der Schwarzen gehalten, aber die Rinderpest hatte große Teile der Hereroherden hinweggerafft. Sogar Löwenspuren, groß wie Teller, hatte Arabella eines morgens in der von ihr täglich aufgelockerten Erde ihres Gemüsebeetes gefunden. Daher mußte zuerst der Innenhof eingefriedet werden.
Obwohl die Nacht selbst für das Hemd eigentlich noch zu warm war, zog sie sich Hosen und eine Schürze über und schlüpfte in die Stiefel, bevor sie ihrem Mann folgte. Am Dreikönigstag waren schwere Gewitter über Südwest niedergegangen, aber anders als in Deutschland war die Luft danach nicht gereinigt, sondern klebrig geworden. In den Tagen danach konnte man zusehen, wie das Gras zur Blüte kam. Die Hererorinder bekamen wieder fette Euter und jeden Abend wurde in den Kralen getanzt.“

 

 2038053-7eed5f43604656af1d4afa47d28bbff3.jpg
Robert Habeck (Lübeck, 2 september 1969)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

W. F. Hermans, Peter Adolphsen, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Edgar Rice Burroughs, Sabine Scho, Lenrie Peters, J. J. Cremer

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: Nooit meer slapen

“Deprimerend, waarom? Deprimerend is het alleen voor wie in naties denkt. Naties die allemaal haantje de voorste willen spelen. Maar de wereld is een groot geheel. Dat moet je toch begrijpen.
Begrijpen! antwoordt Arne, begrijpen hier (hij slaat op zijn hoofd) begrijpen, hier. ]a. Begrijpen daar (hij geeft mij een lichte stomp op de borst) begrijpen daar: nee. En weet je hoe dat komt?
Ik zeg dat ik er geen idee van heb.
Het komt doordat in iedereen, hoe wijs ook, een krankzinnige zit verstopt. Een wilde krankzinnige en die krankzinnige groeit uit hetzelfde waaruit alle krankzinnigen groeien: uit het kind dat wij geweest zijn toen wij een, twee, drie jaar oud waren. Dat kind, begrijp je, heeft maar één taal geleerd. Zijn moedertaal.
Arne vertelt dit allemaal rustig, niet te snel, niet te langzaam, afgerond, duidelijk. En dan te bedenken dat wij ondertussen een steile zandrug beklimmen. Hij blaast niet, hijgt niet, loopt niet sneller of langzamer dan op horizontaal terrein.
Als je een klein land bent, zegt hij, als de politiek en de mode en de films en de auto’s en de machines en bijna alles uit het buitenland komt. Als dan ook nog bijna alle essentiële boeken, dat wil zeggen de boeken die gelijk hebben, de boeken die de waarheid bevatten, de boeken die beter zijn dan de meeste inheemse boeken, dat wil zeggen de vaderboeken‚ als die in vreemde talen geschreven zijn, dan krij gt zodoende het buitenland een positie tegenover je als het moederland tegenover de kolonie, als de stad tegenover het platteland. De koloniaal en de provinciaal, wat zijn ze anders dan degenen die niet ‘bij’ zijn, die de dingen niet precies weten, altijd ongelijk hebben, niet op de hoogte zijn, achterlijk, enzovoort.
We hebben nu het topniveau van de zandrug bereikt en komen op een andere weg, niet bestraat, maar toch een hoofdweg. In de bosachtige terreinen aan weerszijden staan kleine houten bungalows. Het terrein is niet door hekken afgesloten van de weg en ook tussen de huizen staan geen hekken.
Een meisje op een driewieler houdt gelijke tred met ons: zij gebruikt de pedaaltjes niet, maar zet zich af met haar voeten. Een jongen schiet een zweefvliegtuigje af met een katapult, terwijl het meisje iets roept. Het zweefvliegtuigje raakt vast boven in een spar.
Wat riep het meisje? vraag ik.”

 

 1951321-bd9c486af6c498b3d5a88680c54760d9.jpg
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)
Scene uit de film “Beyond Sleep” (Nooit meer slapen) uit 2016

 

 

De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor Peter Adolphsen op dit blog.

Uit:The Brummstein (Vertaald door Charlotte Barslund)

“An early proponent of thispurposelessness was Friedrich Nietzsche, some nine years younger than Twain, who wrote about intel-ligent animals, on a planet in a remote corner of countless solar systems’ ickering grains of sand, which must die out when nature takes a shallow breath and freezes their planet:
“One might invent such a fable and still not have illustrated sufficiently how wretched, how shadowy and tran-sient, how aimless and arbitrary, thehuman intellect appears in nature…Could we but communicate with themoth, then we would understand that  it, too, flies through the air with this pathos and feels the flying center of  the world within itself.”
Prompted by poor health and the medicinal imper-atives of his time, the philosopher with the walrusmoustache was a frequent guest at the Sils-Mariahealth resort in the Swiss Alps, which neither thennor since have ceased to grow under visiting feet: asmuch as two millimeters for every non-metaphoricalcalendar year, mainly at Chur in the GraubündenCanton as Adria grinds its way into the lithosphereand buries itself in the bed of the Tethys Sea.Twenty to thirty million years ago in real timeand approximately two days in the metaphoricaldownscaling, the plates of Adria and Europe converged and the lower crust of the former was forcedso deeply into the latter that it split. The dislodged lower crust grew heavier as a result of metamorphic conversion and continued to sink.
At the same time, a roughly 0.7 cubic kilometer large massif of Adria’s crystalline base broke off, but rather than follow suit into the hot abyss under Europe, it traveledupwards through layers of limestone and can today be found close to the Earth’s surface encased inthe 2,314-meter-high Mount Silberen, thirty-sevenkilometers west-northwest of Chur.“

 

 1951321-1043131c2b6851fb24ea08d4fb6aad7a.jpg
Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)

 

 

De Belgische schrijver Hubert Lampo werd op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor Hubert Lampo op dit blog.

Uit: Zin en onzin in het literaire leven of de kat de bel aangebonden

“Wegens de bezettingsomstandigheden heeft mijn generatie weinig aan clubjes en cenakels deelgenomen, ofschoon zij ontmoetingen als de bucolische, later op de avond dionysische Poëziedagen van Merendree bij de goede herder Basiel de Craene niet schuwde. Maar toen leefden wij reeds in de euforie van de na-oorlogse jaren.
Eénmaal de Duitsers afgetrokken kwamen mijn betreurde vriend Piet Van Aken en ikzelf vrij toevallig terecht in de Gentse ‘Faun’, een bescheiden tijdschriftje, gesticht door gewezen hogeschoolstudenten. Ik herinner mij dat wij er ons niet volledig op ons gemak voelden. Misschien stelden wij ons voor dat onze universitaire kameraden ons, nietacademici, wat neerbuigend plachten aan te kijken? Of waren wij het daarentegen die vonden dat zij literair niet van tel waren? Of beide samen? In elk geval weigerden wij het gezag te erkennen van de redactionele ‘éminence grise’, bij name de Gentse dichter Paul Rogghé wie de toenmalige, niet te onderschatten vedettestatus van zijn stadsgenoot Johan Daisne na De Trap van Steen en Wolken vrijwel onverteerbaar op de maag lag. Overigens stonden wij critisch tegenover het feit dat hij weldra een korte roman publiceerde, Anna Golochin, waarvan wij beiden, die tijdens de bezettingsjaren als bezetenen hadden gelezen, onmiddellijk de onwelvoeglijke gelijkenis met een passage uit Stendhal's De l'Amour ontwaarden. Misschien dateert uit die tijd ons beider susceptibiliteit voor plagiaten, onder welke benaming ook gepleegd? Dit alles heeft mij inmiddels niet verhinderd het clubje een positieve en sterk geïdealiseerde rol toe te kennen in mijn roman De Ruiter op de Wolken (1948) en deze aan de in de diaspora verstrooide gezellen van ‘De Faun’ op te dragen.”

 

 1951321-ab26cb8dadd3cf09f4a77356d280acfe.jpg
Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)

 

 

De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en alle tags voor Blaise Cendrars op dit blog.

 

Trans-Siberian Prose and Little Jeanne from France (Fragment)

I was very happy carefree
I made believe we were robbers
We had stolen the treasure of Gloconde
And were going, thanks to the Trans-Siberian, to hide it on the other side of the world
I had to defend it against bandits from Ural who had attacked Jules Vern's traveling acrobats
Against the Khoungouzes, the Chinese boxers
And the Great Lama's enraged little Mongols
Ali Baba and the forty thieves
And those faithful to the terrible Old Man of the Mountain
And especially, against the most modern of all
The hotel rats
And all the specialists from international express trains everywhere.

And yet, and yet,
I was as sad as a child
The rhythms of the train
The “railway marrow” of American psychiatrists
The noise of the doors the voices the axles screeching on the frozen rails
The golden railing of my future
My browning the piano and the cursing of the card players in the next-door compartment
The splendid presence of Jeanne
The man in the blue glasses who nervously paced the hallway and who would look at me as he passed by
Rustling of women
And whistling of steam
And the eternal sound of wheels whirling in madness in the furrows of the sky

 

 1951321-2fff85f8383a53df2a50b12e8b7f6edc.jpg
Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)
Portret door Richard Hall, 1912

 

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs werd geboren in Chicago op 1 september 1875 als de zoon van een zakenman. Zie ook mijn blog van 1 september 2010  en alle tags voor Edgar Rice Burroughs op dit blog.

Uit: Tarzan of the Apes

“It was on the morning of the second day that the first link was forged in what was destined to form a chain of circumstances ending in a life for one then unborn such as has never been paralleled in the history of man.
Two sailors were washing down the decks of the Fuwalda, the first mate was on duty, and the captain had stopped to speak with John Clayton and Lady Alice.
The men were working backwards toward the little party who were facing away from the sailors. Closer and closer they came, until one of them was directly behind the captain. In another moment he would have passed by and this strange narrative would never have been recorded.
But just that instant the officer turned to leave Lord and Lady Greystoke, and, as he did so, tripped against the sailor and sprawled headlong upon the deck, overturning the water-pail so that he was drenched in its dirty contents.
For an instant the scene was ludicrous; but only for an instant. With a volley of awful oaths, his face suffused with the scarlet of mortification and rage, the captain regained his feet, and with a terrific blow felled the sailor to the deck.
The man was small and rather old, so that the brutality of the act was thus accentuated. The other seaman, however, was neither old nor small—a huge bear of a man, with fierce black mustachios, and a great bull neck set between massive shoulders.
As he saw his mate go down he crouched, and, with a low snarl, sprang upon the captain crushing him to his knees with a single mighty blow.
From scarlet the officer’s face went white, for this was mutiny; and mutiny he had met and subdued before in his brutal career. Without waiting to rise he whipped a revolver from his pocket, firing point blank at the great mountain of muscle towering before him; but, quick as he was, John Clayton was almost as quick, so that the bullet which was intended for the sailor’s heart lodged in the sailor’s leg instead, for Lord Greystoke had struck down the captain’s arm as he had seen the weapon flash in the sun.”

 

 1951321-c9e18393e82945caa928e7a891478d36.jpg
Edgar Rice Burroughs (1 september 1875 - 19 maart 1950)
Alexander Skarsgård als Tarzan in “The Legend of Tarzan” uit 2016

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook mijn blog van 1 september 2010  en alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

green

jemand will, dass ich gras
sage und eine decke aus-
breite, gutes gras, die reine
üppigkeit der wiederkäuer
es ist nichts, gebe ich bereit-
willig zu verstehen, nichts als
wind in den weiden, marstaug-
lichkeit, ein blaumann aus der
schnellreinigung, vorzugsweise
photosynthese, stromatolithen-
felder, temperaturstürze in wüster
blüte, verkrustete aussicht, kosten-
lose lasergravur, nichts und kein
bisschen niederschlag

 

 

yellow

zwei gleich große hälften
die kerne, der saft, die noppen
tentakel von innen, die halten
das alles zusammen, die innen-
haut der innenhaut, elastomere
durchtrennt, ich ging durch die
schale, passionsfurcht einflößen
ein maler stand pate, and you really
wanted to ask, what i was afraid of?

 

 1951321-7e04988459023962a9d154d4a383633c.JPG
Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

 

De Gambiaanse schrijver en chirurg Lenrie Leopold Wilfred Peters werd geboren in Bathurst op 1 september 1932. Zie ook mijn blog van 1 september 2010  en alle tags voor Lenrie Peters op dit blog.

Uit: Katchikali

The weaver-birds are nesting
shh! the weaver-birds are
happy the long day through

says one to another
twit-twit. I have two eggs
all shiny and white

shh says the other;
I’m equally bright.
Look into the water
and I’m standing on my head.

the weaver-birds are nesting
all yellow and black
like candles in low evening
festooning the river shrubs.

Be quiet snores the Hippo
one watery eye awake.
I cannot hear my dinner snap;
submerged, the crocodile complains.

but the weaver-birds are nesting
and so the world must wait.
They sing from dawn till evening
and next morning, they’re the first to wake.

 

 1951321-58489cf986af43c7bfb410c352c129b2.jpg
Lenrie Peters (1 september 1932 - 28 mei 2009)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver Jacob(us) Jan Cremer werd geboren op in Arnhem op 1 september 1827. Zie ook mijn blog van 1 september 2010  en alle tags voor J. J. Cremer op dit blog.

Uit: De oude Lammert en zien koei

“In het huisje van den ouden Weijer brandt een helder vuurtje onder den breeden schoorsteen.
Zie, de flikkerende vlammen verlichten er gedurig den blanken schedel en de zilveren haarvlokken van den stokouden man, die - as 'et koolzoad weer riept, met de hulpe van God, krek zien honderdste joar zal belêven Da's oarigheid hê? en ge griept noar oe hoed a'j 'em toeknikt: Hoe geet 'et?
Moar stil, dat moj' 'em niet vroagen, dan kan ie de noald ien de moas' van zien knoopsnet niet kriegen; dan bêft ie, en as ie dan sprêkt met zien oud ouwe stem: ‘Goddank, nog gezond van harte,’ dan trilt hum zien heufd, dan schiet hum 'et net uut de hand, en kiekt ie zoo strak ien 'et vuur, da'j afziet van 't vroagen.
Begrepen? Nee, ge begriept 'et nog niet. Luuster: Gunds achter op de kleine dêl doar steet de mooie roodvoale koei ien 't stal. Mergen kumt Levie um 't beest noar zien slachthuus te hoalen. Levie - wel zeker - brengt specie op toafel, krek! krek zoo.
Moar Lammert, den weggejoagde van 't Putterserf, Lammert het ien 't harfst geen wark kunne kriegen, - zoo zeidie - en nou, bij wienterdag, die niet vast op den boer zat, kos loopen ien 't honderd; drie moanden schuld valt slecht te betoalen: zie, mergen kumt Levie um 't koeibeest.
‘Heur j'em niet, Geurtje?’ vraagt de oude, terwijl hij luisterend het hoofd ter zijde buigt.
‘Mein ie Lammert, grootvoader?’ zegt Geurtje en ziet van het stopwerk op, waarmee zij zich bij 't keukenlampje aan de tafel onledig houdt.
‘Nee, Geurtje, 'k docht, da'k de voale stark heurde snuuven,’ zegt de oude.
‘'k Heb niks geheurd, grootvoader,’ is Geurtjes antwoord.
Weijer knoopt weer voort aan zijn net, en Geurtje stopt weer. Na eenige oogenblikken herneemt de grijsaard: ‘'t Kon toch wêzen, Geurtje, dat de koei nog heuj ien de krib wou....?’

 

 1951321-159bfaaa62880dca70c004856c20fefb.jpg
J. J. Cremer (1 september 1827 - 5 juni 1880)

Geschreven door Romenu om 18:39 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten