Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 september 2016 tot 9 september 2016

Dolce far niente, Herman de Coninck, C. O. Jellema, Wim Huijser, Cesare Pavese, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez

 

Dolce far niente

 

 1954060-7b35b3ccbc6de906e42d0b1aff85c648.jpg
Summer Vacation door Edward Potthast, begin jaren 1900

 

 

Zomeravond

Zomeravond. We hebben woorden en tijd.
Behaaglijk is het om van mening en geslacht
te verschillen, waarna alleen nog van geslacht,
een verschil van dag en nacht, waarna nacht.

Laat je strelen, kom.
Ik hou ervan je lichaam te verdelen
in van alles twee, zoals ik deze zomer
de zee verdeelde toen ik schoolslag zwom.

 

 1954060-743b99f7c079bb4ff9668c45288cd779.jpg
Herman de Coninck (21 februari 1944 - 22 mei 1997)
Mechelen. Herman de Coninck werd geboren in Mechelen.

 

 

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

In deze zee

Geen mijn uitzicht af, gemetselde muren groen
begroeid rondom mijn kleine tuin waar
‘t water zijn herkomst verklaart aan planten.
En heuvel, noch een rij populieren grenst

stil is het, hun leven, een kracht die werkt
geluidloos in hen, hoorbaar uit vogels toch
of mensenstem in 't huurhuis even,
lachend of roepend; ik ben bewustzijn.

Wij denken het verschil, het is anders niet
dan uit geruste regel, als kleuren, als
de gang van 't jaar, de glans op herfstblad,
zo aan de rand van het licht nog sterflijk.

Verklaart het ooit meer dan zijn verbazing? Zo
als deze tuin een wereld in zich. En toch,
aan rozen denk ik in de winter,
velden en horizon achter de muren.

Daar liep ik, in het water ontwaarde, kind,
in sloten helder ik het zich sluitend nu
van planten, vissen, vogels, wolken,
wist het bewustzijn verdubbeld uitzicht.

Verzonk in eenvoud van het gebeuren zelf;
beweging, stilstand, spiegeling, dingen hield
in oogopslag het kind gevangen,
‘t kende geen namen, voldoende was het.

En meer is niet te zeggen, hoe kan een ster
zo ver verwijderd zijn dat gedacht getal
hij wordt. Is hij niet stralend helder
sinds zijn ontstaan en tot zijn einde?

Er vallen gaten in het heelal, gevuld
door ons brein niet, een vacuüm is de dood
ook, beter niet aan denken, groter
immers is tussen de sterren afstand.

En kouder. Dat is waarheid. Maar warmte ook.
Verbeelding grijpt ons aan en de godheid weet
wat goed is voor een mens, en zelf toch
gaat hij te gronde als eenmaal Mozes.

Maar allen namen afscheid van hem, hun hand
beroerde licht zijn schouder, hij zat en zag
‘t beloofde land, en wie begroef hem?
Enkel een uitzicht weerhield hem daar toen.

En heengezonden gaan de getallen door,
een zwerm naar het oneindige. Maar genoeg
was mij een zomeravond, uit de
muurfontein hoorden Wij 't sprekend water.

En ogen, dacht ik, ogen waarachter ik
een verte zag, voor mij onbetreedbaar, wijd
en zeer verwant, en 'k voelde warmte
toen jij mijn hand nam, en mijn hand streelde.

Sinds is mijn tuin vervuld van een beeltenis
zolang ik leef en hier ben, en waar ik straks
moet zijn. In deze zee verdrinken
zal het mij zoet zijn? Ik weet het nimmer.

 

 1954060-9d33e155173fdfaf5c3c1df1ef974381.jpg
C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Portret door Herman van Hoogdalem, 2002

 

 

De Nederlandse publicist, schrijver en biograaf Wim Huijser werd geboren op 9 september 1960 in Ridderkerk. Zie ook alle tags voor Wim Huijser op dit blog.

Uit: Dichter bij Dordt. Biografie van C. Buddingh'

“Vanaf zijn eerste publicatie gebruikte Buddingh’ de auteursnaam C. Buddingh’. De voorletter gaf geregeld aanleiding tot speculatie. Zo maakte in 1957 een Utrechtse krant melding van de opening van een plaatselijke kunstmarkt door de ‘gorgelrijmer Charles Buddingh’’. Kennelijk voorzag de verslaggever een Engelse verwantschap. Al in de jaren zestig werd zijn naam in vrijwel elke krant voluit als ‘Cees Buddingh’’ geschreven. Dit kwam waarschijnlijk doordat ook Cees Nooteboom als schrijver al actief was. In 1973 schreef Buddingh’ over die herhaalde misvatting in zijn dagboek: ‘Een heleboel mensen kunnen, vreemd genoeg, niet tegen initialen in een schrijversnaam. Dat je als C. Buddingh’ publiceert nemen ze – bewust of onbewust – ergens niet: die “C” moet en zal een naam worden – en zo prijk je, zonder dat je het zelf wilt – ja, terwijl je het zelfs niet wilt – op de meest uiteenlopende plaatsen als “Cees”, een voornaam die ik zelf wel als laatste zou uitkiezen.’
Toch moet Buddingh’ in zijn leven tientallen drukproeven onder ogen hebben gehad waarin zijn naam verkeerd vermeld stond. Geconfronteerd met een onjuiste vermelding, stelde de schrijver zelf herhaaldelijk vast dat het ‘onzin’ was, maar hij zou er nooit echt een probleem van maken. Dat lag niet in zijn tegemoetkomende aard. Geen enkele uitgave is om die reden ooit opnieuw gedrukt. Zelfs in de correspondentie met vrienden zou Buddingh’ hen slechts een hoogst enkele keer terechtwijzen, zoals in een brief aan Theo Sontrop uit 1978, toen ze elkaar al acht jaar schreven: ‘niet: Cees, please.’ Pas op het eind van zijn leven bekende Buddingh’ aan voornaamgenoot C. J. Aarts dat hij de strijd tegen het door hen beiden vervloekte ‘Cees’ had opgegeven. Een andere vraag die regelmatig gesteld werd was of dat ‘Cees’ nu moest worden uitgesproken met een k- of een s-klank, want ook wat dat betreft lopen de meningen tot op de dag van vandaag uiteen.”

 

 1954060-ab9393b453873267d3ce6e4f389ed7a4.jpg
Wim Huijser (Ridderkerk, 9 september 1960)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Cesare Pavese werd geboren in Santo Stefano Belbo op 9 september 1908. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Cesare Pavese op dit blog.

Uit: Het strand (Vertaald door Anthonie Kee)

"Al tamelijk lang geleden had ik met mijn vriend Doro afgesproken eens bij hem te komen logeren. Ik was erg op Doro gesteld en toen hij trouwde en in Genua ging wonen, kon ik dat maar moeilijk verkroppen. Toen ik hem schreef dat ik de trouwpartij niet zou bijwonen, kreeg ik een afgemeten, arrogant briefje van hem terug waarin hij verklaarde dat als hij zijn geld niet mocht gebruiken om zich te vestigen in de stad die zijn vrouw leuk vond, hij niet inzag waar dat geld dan wél goed voor was. Later, toen ik eens op doorreis in Genua was, ging ik bij hem langs en we verzoenden ons. Zijn vrouw vond ik heel aardig, een vlot meisje dat vriendelijk zei dat ik maar Clelia moest zeggen, precies wist hoe lang ze ons alleen moest laten en die, toen ze ’s avonds weer bij ons terugkwam om mee uit te gaan, in een betoverende dame was veranderd die ik een handkus zou hebben gegeven als ik niet was geweest wie ik ben."
(…)

"De dag daarop bleef ik zitten schrijven tot de zon hoog aan de hemel stond, waarna ik een tijdje rondslenterde en nog eens de denkbeelden van de vorige avond overdacht die nu, in het rumoer van het heldere daglicht, kleurloos en onsamenhangend voorkwamen. Ik wilde naar het strand, waar iedereen al wel zou zijn."
(…)

"Die nacht zat ik bij het raam te roken en te peinzen over Clelia’s confidenties, geërgerd bij de gedachte dat ik zoiets nooit van Ginetta zou te horen krijgen. Daardoor werd ik zwaarmoedig op een manier die me welbekend was. Toen ik ook nog terugdacht aan mijn gesprek met Guido, voelde ik me helemaal ellendig. Gelukkig was ik aan zee, waar de dagen niet tellen. Ik ben hier voor mij genoegen, dacht ik."

 

 1954060-3691813be228236f11df762ccf680160.jpg
Cesare Pavese (9 september 1908 – 27 augustus 1950)
Portret door Alberto Bongini, jaren 2010

 

De Russische schrijver Leo Tolstoj werd geboren op 9 september 1828 op het landgoed Jasnaja Poljana, in de buurt van Toela. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Tolstoj op dit blog.

Uit: Oorlog en vrede (Vertaald door Titia van der Tuuk)

“Wel, prins, wat heb ik u gezegd ? Genua en Lucca zijn het eigendom van de familie Bonaparte geworden.
Ik verzeker u, dat ik niet meer van uw vriendschap wil weten, dat gij ophoudt mijn trouwe slaaf te zijn, zooals ge u zelf noemt, wanneer gij den oorlog nog langer ontkent en verder de ellende en de afschuwelijkheden verdedigt, die door dezen Antichrist zijn bedreven ... , want het is de Antichrist in eigen persoon, ik ben er zeker van!
Kom, waarde prins; ik zie dat ik u vrees aanjaag.. . ga hier zitten en laat ons wat praten."
Zoo sprak in Juli 1805 Anna Paulowna Scherer, die hofdame was van Hare Majesteit de keizerin Maria Feodorowna en zelfs tot de vertrouwdste omgeving der vorstin behoorde. De woorden werden gericht tot prins Wassik, een ernstig en deftig heer, die het eerst op haar soirée verscheen.
Freule Schérer hoestte al eenige dagen; zij had de griep, zeide zij (het woord „griep" was toen heel nieuw en werd nog weinig gebruikt).
Een lakei in roode livrei -- de livrei van het hof — had des morgens door de heele stad briefjes rondgebracht, die het een zoowel als het ander aldus luidden: „Indien gij geen andere plannen hebt, mijnheer de graaf, of mijn prins, en indien het vooruitzicht om den avond bij een arme zieke door te brengen, u niet al te veel schrik aanjaagt, zal het mij zeer veel eer zijn u van avond tusschen zeven en acht uur bij mij te zien. -Anna Scherer."
"Lieve God, welk een boosaardige uitval!" antwoordde de prins, zonder zich door deze ontvangst uit het veld te laten slaan.
De prins droeg een gala-uniform met goud geborduurd en met ridderorden behangen, zijden kousen en schoenen met gespen; zijn plat gezicht glimlachte vriendelijk; hij drukte zich in 't Fransch uit, dat gezochte, taalkundig onberispelijke Fransch, dat onze grootvaders eigen was, zelfs bij hun denken, en zijn stem had dat minzame en afgemetene van een invloedrijk en aan het hof vergrijsd hoveling.
Hij naderde Anna Paulowna, kuste haar hand, terwijl hij zijn kaal en geparfnmeerd hoofd boog, en ging vervolgens op zijn gemak op de sofa zitten.”

 

 1954060-ea4b8f83504506bc995e9b19e55b903f.jpg
Leo Tolstoj (9 september 1828 – 20 november 1910)
Scene uit de BBB-serie, 2016

 

 

De Vlaamse dichter en componist Gentil Theodoor Antheunis werd geboren te Oudenaarde op 9 september 1840. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Gentil Th. Antheunis op dit blog.

 

Boven ons Hoofd

Als de lente wederkomt,
Als het bieke op de bloemkens bromt,
Als het zonneke lacht en streelt,
Als het vogelke springt en kweelt,
Boven ons hoofd, in de blaren;

Op het lieve plekske dan,
Zitten wij weer als vrouw en man,
Waar we als verloofden gezeten waren.

Dan, o liefste vrouwke mijn,
Onder des hemels blauwe schijn,
Wisselen wij nog eens de ring.
Dan lacht hoop en herinnering
Boven ons hoofd, in de blaren.

 

 1954060-26124070017f88c1f15b4dd586202f45.jpg
Gentil Th. Antheunis (9 september 1840 – 5 augustus 1907)
Rond 1865

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter en journalist Gaston Cyriel Durnez werd geboren in Wervik op 9 september 1928. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Gaston Durnez op dit blog.

 

Soldatenliedje (Fragment)

Hoort het nieuw soldatenliedje
dat ik heden voor u zing.
Ik was amper twintig jaren
toen ik mee ten strijde ging.
Eén twee! Eén twee!
Flink marsjeren
Eén twee! Eén twee!
in de maat.
Dapper schieten met geweren
om het vaderland te even!
Eén twee! Eén twee!
Stoer marsjeren
Eén twee! Eén twee!
Kameraad!
 
Aan de Leie in mei veertig
liet ik slechts mijn linkerarm
en september vierenveertig
kostte maar mijn rechterarm.
Eén twee! Eén twee!
Flink marsjeren
Eén twee! Eén twee!
in de maat.
Om de vijand te doen boeten
leer ik schieten met mijn voeten!
Eén twee! Eén twee!
Stoer marsjeren
Eén twee! Eén twee!
Kameraad!

 

 1954060-f3f8413b39bd5b3f8ece718da22e4cc3.jpg
Gaston Durnez (Wervik, 9 september 1928)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e september ook mijn blog van 9 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:19 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, C. S. Adama van Scheltema, Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike, Franz Hellens

 

Dolce far niente

 

 1953758-45cd557394ddc8daf2cf3d4a8943c57b.jpg
Zomers landschap met molen door Johan Krouthén, 1916

 

Zomer

De grote zomerdag staat open
En bouwt zijn weelde over de aarde,
Het malse moes lacht in de gaarde
Bij ‘t sappig groen, met dauw bedropen;
Het ruiselt in de weke hagen,
Het gonzelt in de bloesemstruiken,
het tintelt in de groene pruiken
Der berken bij de zoete vlagen;
De kool brandt op de peerse kluiten,
De blonde brem bloeit welig tegen
De mulle hel-beschenen wegen
Met volle gele honigtuiten, –
Hef over de aarde uw aangezicht,
Over uw ogen valt het licht,
Over uw lippen stort een lied –
Levend mooi mens geniet!

 

 1953758-c5ff5be7992e683f945d99cbdcf904a1.jpg
C. S. Adama van Scheltema (26 februari 1877 - 6 mei 1924)
Amsterdam. C. S. Adama van Scheltema werd geboren in Amsterdam

 

 

De Engelse dichter Siegfried Sassoon werd geboren op 8 september 1886 in Brenchley, Kent. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Siegfried Sassoon op dit blog.

 

Sporting Acquaintances

I watched old squatting Chimpanzee: he traced
His painful patterns in the dirt: I saw
Red-haired Ourang-utang, whimsical-faced,
Chewing a sportsman's meditative straw:
I'd met them years ago, and half-forgotten
They'd come to grief (but how, I'd never heard,
Poor beggars!); still, it seemed so rude and rotten
To stand and gape at them with never a word.

I ventured 'Ages since we met,' and tried
My candid smile of friendship; no success.
One scratched his hairy thigh, while t'other sighed
And glanced away. I saw they liked me less
Than when, on Epsom Downs, in cloudless weather,
We backed The Tetrarch and got drunk together.

 

 

In An Underground Dressing Station

Quietly they set their burden down: he tried
To grin; moaned; moved his head from side to side.

He gripped the stretcher; stiffened; glared; and screamed,
'O put my leg down, doctor, do!' (He'd got
A bullet in his ankle; and he'd been shot
Horribly through the guts.) The surgeon seemed
So kind and gentle, saying, above that crying,
'You must keep still, my lad.'
But he was dying.

 

 

The Fathers

Snug at the club two fathers sat,
Gross, goggle-eyed, and full of chat.
One of them said: ‘My eldest lad
Writes cheery letters from Bagdad.
But Arthur’s getting all the fun
At Arras with his nine-inch gun.’

‘Yes,’ wheezed the other, ‘that’s the luck!
My boy’s quite broken-hearted, stuck
In England training all this year.
Still, if there’s truth in what we hear,
The Huns intend to ask for more
Before they bolt across the Rhine.’
I watched them toddle through the door—
These impotent old friends of mine.

 

 1953758-ebfc54dfbf9af0003b311fe50006aa67.jpg
Siegfried Sassoon (8 september 1886 – 1 september 1967)
James Howard (l) als Siegfried Sassoon en Ben Ashton als Wilfred Owen in een uitvoering van Stephen MacDonald’s “Not About Heroes”, Poole, 2014

 

 

De Nederlandse dichter, letterkundige, schrijver, essayist en literair vertaler Anthonie Donker (Nicolaas Anthonie Donkersloot ) werd geboren in Rotterdam op 8 september 1902. Zie ook alle tags voor Anthonie Donker op dit blog.

 

Een vlam

lederen dag wordt de wereld kleiner,
kleiner het eiland waar wij ons bevinden,
kleiner het aantal van de beminden,
iederen dag.
Dieper wordt iederen dag de klove,
dieper de afkeer, de trieste gedachte
hoe weinig van menschen valt te verwachten.
De een na den ander vermindert, wordt dof.
Ik denk aan
mijzelf,
ik wil weten of
het verval mij al iets van de kracht ontnam
waarmee ik mij voornam dat ik een vlam
zou blijven, iederen dag.

 

 1953758-2b26feb25d50357fb10e767c915b941c.jpg
Anthonie Donker (8 september 1902 – 26 december 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Clemens Brentano werd geboren op 8 september 1778 in Ehrenbreitstein. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Clemens Brentano op dit blog.

 

Was reif in diesen Zeilen steht...

Was reif in diesen Zeilen steht,
Was lächelnd winkt und sinnend fleht,
Das soll kein Kind betrüben,
Die Einfalt hat es ausgesäet,
Die Schwermut hat hindurchgeweht,
Die Sehnsucht hat's getrieben;
Und ist das Feld einst abgemäht,
Die Armut durch die Stoppeln geht,
Sucht Ähren, die geblieben,
Sucht Lieb', die für sie untergeht,
Sucht Lieb', die mit ihr aufersteht,
Sucht Lieb', die sie kann lieben,
Und hat sie einsam und verschmäht
Die Nacht durch dankend in Gebet
Die Körner ausgerieben,
Liest sie, als früh der Hahn gekräht,
Was Lieb' erhielt, was Leid verweht,
Ans Feldkreuz angeschrieben,
O Stern und Blume, Geist und Kleid,
Lieb', Leid und Zeit und Ewigkeit!

 

 

Wiegenlied

Singet leise, leise, leise,
singt ein flüsternd Wiegenlied;
von dem Monde lernt die Weise,
der so still am Himmel zieht.

Singt ein Lied so süß gelinde,
wie die Quellen auf den Kieseln,
wie die Bienen um die Linde
summen, murmeln, flüstern, rieseln.

 

 1953758-ef635db7b63dde29fb2b50c89106bb4d.jpg
Clemens Brentano (8 september 1778 – 28 juli 1842)
Misel Maticevic als Clemens Brentano in de film “Das Gelübde” uit 2008

 

 

De Duitse schrijver Wilhelm Raabe werd op 8 september 1831 in Eschershausen geboren. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Wilhelm Raabe op dit blog.

Uit: Die Leute aus dem Walde

“Auch der unschuldigste, solideste Staatsbürger, der Mann des feuerfestesten Geldschrankes, der Mann des besten Gewissens, der zugeknöpfteste, strammste, schnauzbärtigste alte Herr vermag nicht, sich eines leisen Schauders zu erwehren, wenn er an dem Zentralpolizeihause vorüberwandelt. Man kann nicht wissen – es geht wunderlich zu im Leben – das Schicksal spielt oft eigen mit den Menschen! – wer kann für die nächste Stunde und ihre Tücken gutstehen? – Man hat im Vorbeischreiten ein Gefühl, als sei es höchst angebracht, wenn man den Rockkragen in die Höhe klappe; man zieht unwillkürlich den Kopf zwischen die Schultern: das liegt einmal im deutschen Blut, der Herr erlöse uns von dem Übel.
Und der Novemberregen kam herunter, als habe der Himmel den Schnupfen und lasse alles laufen. Es kamen auch sehr viele Leute herunter, und zwar sehr hart; denn der Regen verwandelte sich, sowie er den Erdboden berührte, in Glatteis, und weder Mann noch Weib war vor dem Fall sicher. Sehr viel guter Humor löste sich in mürrisches Hinbrüten und ärgerliches Gebrumm auf. Die Unliebenswürdigen waren an diesem ungesegneten Tage noch einmal so unliebenswürdig als gewöhnlich. Das Wetter war wie ein Probierstein, auf welchem jede Anlage zur Liebenswürdigkeit geprüft und abgezogen wurde. Haustyrannen schlugen ihre Frauen körperlich und moralisch, Haustyranninnen explodierten bei der geringsten Reibung wie Orsinische Bomben und konnten ein ganzes Hauswesen mit Verwirrung und Verwüstung erfüllen. Auch die lieben Kleinen, das hoffnungsvolle Geschlecht einer edlern Zukunft, waren heute unartiger als sonst; sie bekamen mehr Püffe und Ohrfeigen und öfter die Rute als an ändern, heilern, freundlichem Tagen. Wehe der dienenden Jungfrau, die heut den irdenen Topf, den tönernen Napf zur Erde fallen ließ! "Wehe, dreimal Wehe über alle die Unglücklichen, die bei solcher Witterung, wie auch ihr Stand und ihre Stellung sein mochten, von ändern abhängig waren! Jedermann war in der Stimmung, seinen Nebenmenschen und Mitkreuzträgern das Leben und das zu tragende Kreuz so schwer und scharfkantig wie möglich zu machen, ohne meistenteils im Grunde eine andere stichhaltige Entschuldigung für seine Kratz- bürstigkeit zu haben als »dieses grenzenlos niederträchtige Wetter«.
Wir wollen bei so bewandten Umständen den tellurischen und kosmischen Erscheinungen des Tages, aller dieser meteorologischen Bosheit gar nicht die Ehre antun, sie näher zu beschreiben. Selbst das Zentralpolizeihaus ist jetzt ein anmutigerer Aufenthaltsort als Straße und Markt. Flüchten wir uns mit aufgespanntem Regenschirm hinein; in Nummer Sicher sind wir hier jedenfalls.“

 

 1953758-3ecccfccf138e32ff65defa084a3e98c.jpg
Wilhelm Raabe (8 september 1831 - 15 november 1910)
Portret door Wilhelm Immenkamp, 1909

 

 

De Duitse dichter en schrijver Eduard Mörike werd geboren op 8 september 1804 in Ludwigsberg. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduard Mörike op dit blog.

 

Auf einer Wanderung

In ein freundliches Städtchen tret ich ein,
In den Strassen liegt roter Abendschein.
Aus einem offnen Fenster eben,
über den reichsten Blumenflor
Hinweg, hört man Goldglockentöne schweben,
Und eine Stimme scheint ein Nachtigallenchor,
Dass die Blüten beben,
Dass die Lüfte leben,
Dass in höherem Rot die Rosen leuchten vor.
Lang hielt ich staunend, lustbeklommen.
Wie ich hinaus vors Tor gekommen,
Ich weiß es wahrlich selber nicht.
Ach hier, wie liegt die Welt so licht!
Der Himmel wogt in purpurnem Gewühle,
Rückwärts die Stadt in goldnem Rauch;
Wie rauscht der Erlenbach, wie rauscht im Grund die Mühle!
Ich bin wie trunken, irrgeführt -
O Muse, du hast mein Herz berührt
Mit einem Liebeshauch!

 

 

Im Park

Sieh, der Kastanie kindliches Laub hängt noch wie der feuchte
Flügel des Papillons, wenn er die Hülle verließ;
Aber in laulicher Nacht der kürzeste Regen entfaltet
Leise die Fächer und deckt schnelle den luftigen Gang.
- Du magst eilen, o himmlischer Frühling, oder verweilen,
Immer dem trunkenen Sinn fliehst du, ein Wunder, vorbei.


 1953758-383572c2ad3424820d59a5404f1068bd.jpg
Eduard Mörike (8 september 1804 – 4 juni 1875)
Standbeeld in het Mörike-Museum, Cleversulzbach

 

 

De Frans-Belgische schrijver Franz Hellens (pseudoniem van Frédérique van Ermenghem) werd op 8 September 1881 uit Vlaamsche ouders in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Franz Hellens op dit blog.

Uit: Notes prises d'une Lucarne

“Fontaines

Rondom de bronnen komen de vrouwen samen, en niet alleen om water te putten, maar voor eene gansch andere bestemming, die haar niet onbekend kan zijn. Zij dragen kruiken en doen het gebaar alsof ze water scheppen zullen, zooals de Samaritaansche, zooals Rebecca en dezer vriendinnen. Niet meer dan het water zijn de figuren veranderd. Het is zoo wispelturig, dat water, sedert de eeuwen dat het vloeit, uit een nochtans dichten en positieven straal. Men zou zeggen dat het definitief is als metaal, met dien wil van bestendige beweging die aandoet als denkende eeuwigheid. Het bezit de halsstarrigheid van den plicht, de onplooibare zekerheid van het goed-doen, den hoogmoed van het gebaar dat niet afwijken wil.
Maar de vrouwen, die rondom de bronnen samenkomen, weten dat het toch nog heel iets anders is, het water dat nuttig heet te zijn en milddadig. Zij dragen in haarzelf zijn klaren spiegel om. Welken wellust in zijn soepelheid en in de leugen zijner glanzen! Op den grond bonst het terug als een verpulverde kogel van glas; en daar wordt het ineens, uit een enkelvoudigen straal, iets duizendvoudigs en verspreids. Wie vindt het in deze verscherveling terug? Wie, die het nog volgen kan? In der waarheid verwezenlijkt het in zich de diep-verzwegen spelen waar elke vrouw in hare ziel van droomt. Zij, die geene liefde meer koesteren, vinden bij de bronnen troost; zij die nog niet weten, raden te dezer plaats haar-zelf. Zij, die aan de laai ontsnappen, rusten hier uit; zij, die lijden onder onaandoenlijkheid, vinden er de kracht zich te hervatten."

 

 1953758-185263e80c377fdf4a16dc165d1d550f.jpg
Franz Hellens (8 september 1881 – 20 januari 1972)
In 1906

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens mijn blog van 8 september 2013 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:50 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten