Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 september 2016 tot 11 september 2016

Dolce far niente, Martinus Nijhoff, David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III

 

Dolce far niente

 

 1954511-fe1478c9709772a6ef1ad6df530768fe.jpg
Sunday Morning door Asher Brown Durand, 1839

 

 

Zondagmorgen

In 't stille, bleeke water drijven booten:
Zij wachten in de oneindigheid der grijze
Rivier, maar in hun buik zwelt zwaar het groote
Verlangen naar den horizon te reizen.
 
Ver, in een dorp, begon een klok te luiden,
Een carillon-lied uit den toren kwam -
Een warme wind gaat waaien uit het zuiden,
En ginder rijst het parallellogram
Der ophaalbrug - De klokken luiden, luiden.

 

 1954511-2d7258ee39b242ef68abd0addf25eb7b.jpg
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Den Haag. De Turfmarkt en Nieuwe Kerk rond 1900. Nijhoff werd geboren in Den Haag.

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: De kapper

“Morgenochtend vertrek ik naar de Waterberg. ik heb alvast een auto gehuurd. maar ik wil eerst nog even naar de kapper. Het is een kleine gewoonte geworden. telkens als ik in het buitenland ben naar de kapper te gaan. Geen betere manier om de alledaagsheid van een “vreemd” land te lemn kennen dan een bezoek aan de kapperszaak. Geen geschikter souvenir van de reis dan zo’n doorgaans mislukt kapsel waarje bij thuiskomst nog een paar weken mee rondloopt. In de afgelopen jarren heb ik daarom met plezier plukken haar afgestaan aan een getatoeëerde kapper in de haven van Dublin, aan een barbier in Kairo, aan een boerin in de Dordogne, in het oudste salon van Lissabon. in het Pakistaanse getto van Parijs. Aan de voet van het Alhambra. En nu loop ik door een galerij in het centrum van Pretoria, op zoek naar een geschikte plek om mijn haar te lozen.
Als er in Zuid-Afrika een domein is waar een strikte rassenscheiding na de afschaffing van de apartheid nog standhoudt. dan is het ongetwijfeld het kappersbedrijf. zo leer ik algauw. De doorsnee zwarte kapperaaak lijkt op een bouwwerf. Mensen lopen af en aan met emmertjes mortel, schedelvelden worden geplamuurrd, kabels wonden getrokken, siervlechten ingedraaid. Een radio speelt loeihard en, de bouwstiel getrouw, wordt er vooral heel veel gepalaverd. Maar als ik binnenkom. vallen de gesprekken stil. De eigenaar schiet op me af. Hij zou me graag helpen. zegt hij, maar hij kan het eenvoudigweg niet, steil haar. Beteuterd verwijst hij me door naar een blanke kapper, aan de overkant van de straat. Ik stap binnen en wordt door een blonde vrouw naar de kappersstoe! geleid. Ze vraagt hoe het moet. neemt mijn bril af en voor ik het weet. zit ik tegenover een wazig beeld dat mezelf moet zijn. Ook dat is onderdeel van de culturele onderdompeling - het letterlijk blinde vertrouwen in de handen die door het haar woelen. De schaar die langs de oren gaat, het scheermes dat over de slagaders raspt.”

 

 1954511-8412d571350d85973be8b9a7e752aaf6.jpg
David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

 

De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Murat Isik op dit blog.

Uit: Verloren grond

“Lange tijd waren mijn ouders bang dat ik plotseling zou sterven, net als mijn tweelingbroers Salman en Muse, die twee dagen na hun geboorte kort na elkaar overleden. In ons dorp Sobyan beschikten we in die tijd niet over medicijnen, laat staan dat er een dokter in ons midden was. We waren overgeleverd aan de genade van de onbarmhartige natuur. De angst voor mijn dood hield mijn ouders in een wurggreep. Vooral mijn moeder verloor me in mijn eerste levensjaren geen ogenblik uit het oog. Als ik me verslikte, klopte ze me hysterisch op mijn rug en na een ongelukkige val kwam ze meteen aangesneld om me te troosten. Meer dan eens werd ze daarbij overvallen door huilbuien.
Ik zag het hele jaar uit naar ons verblijf op het plateau. We speelden de hele dag buiten en als we kattenkwaad uithaalden, waren er geen mannen die ons streng toespraken. Op sommige avonden mochten mijn vriendjes en ik een tent delen. We bleven dan de hele nacht op om buiten naar de sterren te kijken en elkaar enge verhalen te vertellen.
Het was voor mij de gelukkigste tijd van het jaar. Ik kon toen onmogelijk weten dat ik na de zomer van 1965 de yayla nooit meer zou zien. Een jaar later trof het noodlot ons en maakte voor altijd een einde aan ons geluk.
***********
Ons dorp was lang geleden gesticht door Armenen die het de naam Sobyan gaven. In Oost-Turkije woonden in die tijd behalve Zaza’s en Koerden veel Armenen. Sobyan werd in mijn kinderjaren echter uitsluitend bewoond door Zaza’s en het Zazaki was tot mijn tiende jaar de enige taal die ik sprak. Mijn vader leerde me dat onze voorouders uit het noorden van het vroegere Perzië kwamen. Daar vormde de zuidkust van de Kaspische zee lange tijd hun leefgebied. Hij vertelde me dat de Zaza’s van daaruit naar Turkije trokken en zich vooral in het oosten van het huidige Anatolië vestigden.
De overgrootouders van mijn moeder vestigden zich in Sobyan nadat ze na een familievete, uit hun dorp waren verbannen door de muhtar. Samen met een groep dorpelingen die hun kant had gekozen, gingen ze op zoek naar een plek om opnieuw te beginnen. Ze werden gewezen op een dorp in de buurt van Varto dat door de Armenen was verlaten. Na een dagenlange voettocht bereikten ze het dorp waar ik tientallen jaren later op de wereld zou worden gezet.”

 

 1954511-78dc4178735524ada5d4aca2ffeb0a3b.jpg
Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)
Cover 

 

 

De Engelse dichter en schrijver D.H. Lawrence werd geboren op 11 september 1885 in Eastwood (Nottinghamshire). Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor D. H. Lawrence op dit blog.

Uit: Lady Chatterley’s Lover

“They had been sent to Dresden at the age of fifteen, for music among other things. And they had had a good time there. They lived freely among the students, they argued with the men over philosophical, sociological and artistic matters, they were just as good as the men themselves: only better, since they were women. And they tramped off to the forests with sturdy youths bearing guitars, twang-twang! They sang the Wandervogel songs, and they were free. Free! That was the great word. Out in the open world, out in the forests of the morning, with lusty and splendid-throated young fellows, free to do as they liked, and — above all — to say what they liked. It was the talk that mattered supremely: the impassioned interchange of talk. Love was only a minor accompaniment.
Both Hilda and Constance had had their tentative love-affairs by the time they were eighteen. The young men with whom they talked so passionately and sang so lustily and camped under the trees in such freedom wanted, of course, the love connexion. The girls were doubtful, but then the thing was so much talked about, it was supposed to be so important. And the men were so humble and craving. Why couldn’t a girl be queenly, and give the gift of herself?
So they had given the gift of themselves, each to the youth with whom she had the most subtle and intimate arguments. The arguments, the discussions were the great thing: the love-making and connexion were only a sort of primitive reversion and a bit of an anti-climax. One was less in love with the boy afterwards, and a little inclined to hate him, as if he had trespassed on one’s privacy and inner freedom. For, of course, being a girl, one’s whole dignity and meaning in life consisted in the achievement of an absolute, a perfect, a pure and noble freedom. What else did a girl’s life mean? To shake off the old and sordid connexions and subjections.
And however one might sentimentalize it, this sex business was one of the most ancient, sordid connexions and subjections. Poets who glorified it were mostly men. Women had always known there was something better, something higher. And now they knew it more definitely than ever. The beautiful pure freedom of a woman was infinitely more wonderful than any sexual love. The only unfortunate thing was that men lagged so far behind women in the matter. They insisted on the sex thing like dogs.”

 

 1954511-bc11e75d0fcbe65c4fb4aef97b5a379a.jpg
D.H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)
Scene uit de BBC-serie uit 2015 met Holliday Grainger (Lady Chatterley) en Richard Madden (Oliver Mellors)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eddy van Vliet werd geboren op 11 september 1942 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Eddy van Vliet op dit blog

Uit: De laatste dagen van 1991

“Dinsdag 31.12.1991

Onze vriend Jan Van der Borgt is een gevreesd wandelaar. Als hij tijdens het ontbijt achteloos enkele stafkaarten tussen de croissants legt, weten wij hoe laat het is. Vluchten kan niet meer. De duurtijd van de in zijn reisgids beschreven wandelingen varieert tussen twee en vijf uren. Angst. Wij kiezen voor het minste kwaad en vangen een twee uur durende tocht aan. Een bescheiden doch goed bedoeld nieuwjaarsgeschenk voor onze longen. Geen duin zal ons weerstaan, geen jager zal ons van het voorgenomen pad verjagen, hoewel het geluid van neervallende hagel ons even aan de uitvoering van dit voornemen doet twijfelen.
Drie uren later staan wij opnieuw voor het hotel, waar wij door Hugo Claus, die wegens een acute en onweerstaanbare leesdrang was achtergebleven, verwelkomd worden.
De hele middag worden al onze handelingen, uitspraken, blikken en bedenkingen beheerst door de pétanque. Wij spelen met een wilskracht die in staat is om de meeuwen het zwijgen op te leggen en de branding kilometers ver terug te drijven. De om onze oren en monden gewikkelde sjaals, de tot over onze wenkbrauwen hangende bontmutsen en hoofddoeken en de nauwelijks zichtbare stukjes paars gekleurde wangen geven ons het uiterlijk van Koerdische krijgers.
Na het spel trekken wij opnieuw naar ‘Le Bar de la Plage’ waar wij ons onmiddellijk op een nieuw spel werpen: de Pictionary. De zandloper wordt op tafel gezet, de viltstiften worden uitgedeeld. Ik durf er niet aan denken welke indruk onze spastische gebaren, kreten en lachbuien moeten hebben achtergelaten bij de schaarse en norskijkende tooghangers.”

 

 1954511-eb0544dbc4f15369d8f51b195d725321.jpg
Eddy van Vliet (11 september 1942 – 5 oktober 2002)

 

 

De Amerikaanse schrijver Andre Dubus III werd geboren op 11 september 1959 in Oceanside, California. Zie ook alle tags voor Andre Dubus III op dit blog.

Uit: Dirty Love

“She'd done it herself without asking her mother for any help. She'd felt grown-up and a little scared but strong and ready for whatever would come next. But this magazine of her father's made her feel young and stupid, ugly even, and Devon closed it and put it back on the stack. And was it later in the kitchen, dipping the eggplant slices into the milk and raw egg, then the bread crumbs, that she began to wonder about her mother? Her heavy, beautiful mother who smiled at everyone and treated them as if they were special and deserved kindness just because they were alive? Was it then, the first time Devon had helped her to bake eggplant parmigiana, that she began to feel sorry for her own mother?
"Sixteen minutes, Devy," Uncle Francis calls this out from the living room. Devon stares down at the notebook. She reads what she's written, ending with my first tampon. She crosses out the small t and makes it a big one. Then she crosses out the whole paragraph because this is bullshit. All of it. The reason why she hates school in the first place. Everything so fucking fake. She can't write about her vagina or her father's magazines. They want her to write about making eggplant parmigiana with her mother so it shows how close they are; they want Devon to write that this is a precious memory for her, one that has helped her to become "the confident person I am today," and she needs to do all this in five paragraphs, her conclusion a neat echo of her introduction, which she does not have. They want her to type it up with no misspellings, all the rules obeyed, every mark of punctuation right where it should be, then they want her to solve math problems and science problems; they want her to memorize important dates from history and be able to point to any country and its capital on a map, all of this and more so that she can what? Pretend she walked up onstage in a borrowed gown with a bunch of fucking drunks and hypocrites like Trina? Get a framed piece of paper with her name on it so she can look forward to another four years of sitting in more classrooms on some campus somewhere, memorizing and writing and reading just so she can get another piece of paper with her name on it? And then what? Get some job sitting at a desk in some office in some building in some city where they'll pay her money just so she can use it to have a house of her own on a quiet street like Haven Court with a green lawn her husband will cut on the weekends when he's not sitting in the pool drinking a vodka tonic, thumbing through his iEverything for a half-naked picture of his girlfriend? »

 

 1954511-c0545efb715d01c3abad583c7b1a2c2f.jpg
Andre Dubus III (Oceanside, 11 september 1959)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:53 Reageer op dit bericht

Tomas Venclova, Merill Moore, Barbara Bongartz, O. Henry, Joachim Fernau, Peter Hille

De Litouwse dichter, schrijver en vertaler Tomas Venclova werd geboren op 11 september 1937 in Klaipeda, Litouwen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Tomas Venclova op dit blog.

 

Poem

Since early September we have been caught in the pull of the cosmos.
Close your eyes, and you'll know how a leaf that brushes your face
Rubs against the shutters, by mistake touches a cloud,
And sticks between the rooftiles to escape the touch of our hands.

A tree drains the day. The sky is white and blind.
The voice withdraws, having waded into the ebbing valley.
Everything gathers within me so I would know how wearied Atreus
Rejoiced at the castle's silence and the steaming waters.

Will you pass this threshold? Fate, weir, gravel,
Niggardly shabby churches, triangular mires.
The wide hour rushes into rot and loam,
The city circles, and the twelve winds rise in a row.

Will you win me or lose me—thus far no one knows.
The fallows have eroded, the constellations have been pruned.
I attract misfortune, like true north the magnet,
Like a magnet a magnet, misfortune attracts me.

 

Vertaald door Jonas Zdanys

 

 1954507-4b7927e8bce0a566ef4b77e9e31b7837.jpg
Tomas Venclova (Klaipeda, 11 september 1937)

 

 

De Amerikaanse dichter en psychiater Merill Moore werd geboren op 11 september 1903 in Columbia, Tennessee. Zie ook alle tags voor Merill Moore op dit blog.

 

So Ordered

LEAVE THE TELLING OF JOKES

Leave the telling of jokes to the tellers of jokes,
And tales of seduction to men whose lechery
Has granted them more of virtue than yours has;
And leave the lonely club-room and the smoke
Of idle cigars to those who love to smell
The sulphur fumes that blow from out their hell.
And come (I can show you the rock whereofi' one fell
Whose strong attractions made the masses weak,
Masses who were strong, too strong to break
Apart at the tread of a god’s advancing foot,
Too strong to relinquish grasp upon the root
Of evil in their cities)-come with me
To where a sermon has becalmed the sea
And listen with me to the dark emphatic rain.

 

 

Fidelitas

I feel sure that inexorable laws
Control events for which we know no cause.
I am certain that infinite gain
Accrues out of the suffering of pain.
I believe that the road that has no end
Leads to the mansion of a certain friend.

 

 1954507-16c9bfd857008b852ae9832f2fda3b90.jpg
Merill Moore (11 september 1903 – 20 september 1957)
Hier tussen The Fugitives Poets in 1956: Allen Tate (links), Merrill Moore, Robert Penn Warren (staande), John Crowe Ransom en Donald Davidson.

 

 

De Duitse schrijfster Barbara Bongartz werd geboren op 11 september 1957 in Keulen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Barbara Bongartz op dit blog.

Uit: Der Tote von Passy -

„Lange Zeit wünschte ich den Tod meiner Eltern. Ich liebte sie, und ich schämte mich für diesen Wunsch. Seine Erfüllung aber schien dem Mädchen, das ich war, die einzige Rettung für unsere Familie. Ich dachte, wenn sie tot wären, würden wir glücklich sein und ihre Sorgen hätten ein Ende. Wer sind meine Eltern gewesen, bevor sie meine Eltern wurden? Ich habe mir die Frage zu spät gestellt. Etwas stimmte mit ihnen nicht. Sie waren nicht einverstanden mit ihrem Leben. Da war diese Unruhe im Haus. Unglück in den Augen meiner Mutter. Zorn in der Stimme meines Vaters. Ihr Mund. Sein Blick. In mir ein diffuses Schuldgefühl. Etwas schien nicht zusammenzugehen. Ich spürte das. Sie quälten sich. Aber ich wusste nicht womit.«
(…)

"Unser Nachbarsjunge und ich machten vor dem Spiegel im Ankleidezimmer meiner Mutter Faxen. Das Spiel hieß HuHu (ich vermute heute, es handelte sich um eine Verballhornung von Who is Who, aber keiner von uns Kindern wußte je, was es zu bedeuten hatte), und wir versuchten, wie unsere Verwandten auszusehen. Zwischendurch kam meine Mutter herein [...] und schüttelte über die bizarren Grimassen den Kopf. 'Ihr treibt es zu doll. Das Gesicht bleibt stehen, und dann seht ihr wie die Monster aus."

 

 1954507-03a7e97d0b888c9a746ce8440fb27cd9.jpg
Barbara Bongartz (Keulen, 11 september 1957)

 

 


De Amerikaanse schrijver O.Henry, pseudoniem van William Sydney Porter , werd geboren in Greensboro (North Carolina) op 11 september 1862. Zie ook alle tags voor O. Henry op dit blog en ook mijn blog van 11 september 2009 en eveneens mijn blog van 11 september 2010.

Uit: The Voice of the City

“Twenty-five years ago the school children used to chant their lessons. The manner of their delivery was a singsong recitative between the utterance of an Episcopal minister and the drone of a tired sawmill. I mean no disrespect. We must have lumber and sawdust.
I remember one beautiful and instructive little lyric that emanated from the physiology class. The most striking line of it was this:
"The shin-bone is the long-est bone in the hu-man bod-y."
What an inestimable boon it would have been if all the corporeal and spiritual facts pertaining to man had thus been tunefully and logically inculcated in our youthful minds! But what we gained in anatomy, music and philosophy was meagre.
The other day I became confused. I needed a ray of light. I turned back to those school days for aid. But in all the nasal harmonies we whined forth from those hard benches I could not recall one that treated of the voice of agglomerated mankind.
In other words, of the composite vocal message of massed humanity.
In other words, of the Voice of a Big City.
Now, the individual voice is not lacking. We can understand the song of the poet, the ripple of the brook, the meaning of the man who wants $5 until next Monday, the inscriptions on the tombs of the Pharaohs, the language of flowers, the "step lively" of the conductor, and the prelude of the milk cans at 4a. m. Certain large-eared ones even assert that they are wise to the vibrations of the tympanum produced by concussion of the air emanating from Mr. H. James. But who can comprehend the meaning of the voice of the city?
I went out for to see."

 

 1954507-03abed1e02412891796e627051a52b8d.jpg
O. Henry (11 september 1862 – 5 juni 1910)

 

 

De Duitse schrijver, kunstenaar en kunstverzamelaar Joachim Fernau werd geboren in Bromberg op 11 september 1909. Zie ook alle tags voor Joachim Fernau op dit blog en ook mijn blog van 11 september 2009 en eveneens mijn blog van 11 september 2010.

Uit: Hallelujah

„Als wir – meine Frau und ich -1945 in einem kleinen Mansardenzimmer lebten, dessen Wände zwei Monate im Jahr mit einer Eiskruste überzogen waren, überbrachte uns freundlicherweise ein alliierter Soldat einen Brief aus Amerika, Antwort einer alten Freundin. Der Brief bestand nur aus einer Zeile; sie lautete: »Ich verabscheue alle Deutschen.«
Jahre später zeigte ich diesen Brief meinem alten Verleger Walter Kahnert und fragte ihn, ob ich den Spieß auch umdrehen dürfte. Er sah mich ernst an und sagte: »Nein. Die Amerikaner sind im Grunde ihres Herzens gute Menschen. Sie haben uns, als wir hungerten, Care-Pakete geschickt. Vergessen Sie das niemals!«
In Rom fragte ich einmal eine freundliche Anarchistin, warum sie sich Abend für Abend die Ohren mit der Musik der Amerikaner volldudele und ein Hemd mit der Aufschrift »Wrigley« trage. Sie antwortete:»Der Amerikanismus ist des Teufels, aber das amerikanische Volk ist gut.«
Unmittelbar nach Kriegsende (das Beispiel gehört also eigentlich an den Anfang) lebte ich in Süddeutschland unangemeldet und incognito. Eines Tages erhielt ich ein Schreiben unter meinem vollen Namen vom amerikanischen C./.C. Man forderte mich auf, zwei Tage später in der Dienststelle zu erscheinen. Unterschrieben war der Brief von einem Leutnant. Wohlgemerkt, es kam kein Jeep, der mich einfach abholte. Man gab mir zwei Tage Zeit zu erscheinen, das heißt, zwei Tage Zeit zu verschwinden, ich begriff es sofort. Bis auf den heutigen Tag zerbreche ich mir den Kopf, warum dieser Leutnant das tat. Es gibt nur eine Erklärung: Dieser Amerikaner war ein guter Mensch.
Wieder also. Sind die Amerikaner gut? Ich muß es glauben.
Es ist angenehm, so etwas im voraus zu wissen. Und mit solcher Gewißheit wollen wir nun mit der Geschichte dieses guten Volkes beginnen."

 

 1954507-dd4689137ed6c1fef91c0ae1c197dfcf.jpg
Joachim Fernau (11 september 1909 - 24 november 1988) 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Hille werd geboren in Erwitzen bij Nieheim op 11 september 1854. Zie ook alle tags voor Peter Hille op dit blog en ook mijn blog van 11 september 2009 en eveneens mijn blog van 11 september 2010.

 

Nordost

Die Zeit ist vorüber. Die Wandervögel ziehen in hohen, langhingewellten, schwarzen Geschwadern durch die grauen Lüfte. Und bisweilen tönt aus unsichtbaren Höhen die Stimme des Herbstes, des Bußpredigers da oben, des ernsten Himmels, wie ein Anruf von dannen, ein Sammeln und ein Ziehen, herb und verhallend. Auch die Fremden zogen von dannen. Nur die Sinnigen blieben, die es gerne haben, wenn es ernster und versunkener wird in ihrer Seele wie in der großen Natur.
Aber auch die Natur will allein gelassen sein, wie laut Detlev von Liliencron der Adel von Holstein. Und da ihr das zu lange dauert, eh alles geräumt ist, so greift sie selbst zu und bricht das Gerümpel ab, damit man es den Fremden in seiner unmittelbaren Nähe gemacht hat.
Da schwimmt hier eine Treppe, da ein Pfahl, nun bohrt sich eine Laufplanke, mit Leinwand bezogen zum Schutz der zarten Damenfüße, mit Stürmerwucht in den tannenglatten Strand.
Der rostentblätterte Anker ist fast ganz eingeschwemmt, an seinen noch freien herzförmigen Zacken hängen wie wilde, welke, vom Leben losgerissene Kränze gelber Verzweiflung, Büschel lohenden Tanges und bläulich angelaufene Stranddisteln. Das Wrack aber, das seit den Frühlingsstürmen hier festliegt, ist wieder lebendig geworden und führt den Vorgang seines Untergangs noch einmal auf: es schluckt eine Sturzsee nach der anderen und gibt sie durch die lecken Planken seines Rumpfes dem bis auf etwa zehn Minuten hinein sandgelben Strandmeer wieder. Sprühgebüsche stieben über Deck. Ganz in der Weite düstergrüne Schollen, wie aufgeworfener Kirchhofsrasen, tobende Höhen, rasender Schaum, stürmende Berge, stürzender Jubel, durcheinandergeschüttelte Winde, ein wild durchäderter Grabstein von gelbem schluchzendem Marmor.

 

 1954507-86a2ba64a7506e5e312b8bd2b5c93d2a.jpg
Peter Hille (11 september 1854 - 7 mei 1904)
Portret door Lovis Corinth, 1902

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:52 Reageer op dit bericht

Adam Asnyk, James Thomson, Thomas Parnell, Fitz Hugh Ludlow, Johann Jakob Engel

De Poolse dichter en toneelschrijver Adam Asnyk werd geboren op 11 september 1838 in Kalisz. Zie ook alle tags voor Adam Asnyk op dit blog en ook mijn blog van 11 september 2010.

 

No, nothing happened there between us two

No, nothing happened there between us two.
Confessions none, no secrets to reveal.
No obligations had we to pursue,
But for the springtide fancies so unreal;

But for the fragrances and colors bright
That floated freely in the mirthful air,
But for the singing groves by day or night,
And all the green and fragrant meadows there;

But for the brooks and waterfalls up high
That cheerfully sprinkled every gorge and dell,
But for the clouds and rainbows in the sky,
But for the nature’s of all sweetest spell.

But for the lucid fountains we did share,
Wherefrom our hearts would drink delights so true,
But for the primroses and bindweeds there,
No, nothing happened there between us two.


Vertaald door Jarek Zawadzki

 

 1954497-7d778496a0ef2f51db1a0ff020999fae.jpg
Adam Asnyk (11 september 1838 – 2 augustus 1897)
Adam Asnyk en de muze, geschilderd doorJacek Malczewski 

 

 

De Schotse dichter en schrijver James Thomson werd geboren op 11 september 1700 in Ednam, Roxburghshire. Zie ook alle tags voor James Thomson op dit blog en ook mijn blog van 11 september 2009 en ook mijn blog van 11 september 2010.

 

The Four Seasons : Summer (Fragment)

From brightening fields of ether fair disclosed,
Child of the Sun, refulgent Summer comes,
In pride of youth, and felt through Nature's depth:
He comes attended by the sultry Hours,
And ever fanning breezes, on his way;
While, from his ardent look, the turning Spring
Averts her blushful face; and earth, and skies,
All-smiling, to his hot dominion leaves.
Hence, let me haste into the mid-wood shade,
Where scarce a sunbeam wanders through the gloom;
And on the dark-green grass, beside the brink
Of haunted stream, that by the roots of oak
Rolls o'er the rocky channel, lie at large,
And sing the glories of the circling year.
Come, Inspiration! from thy hermit-seat,
By mortal seldom found: may Fancy dare,
From thy fix'd serious eye, and raptured glance
Shot on surrounding Heaven, to steal one look
Creative of the Poet, every power
Exalting to an ecstasy of soul.
And thou, my youthful Muse's early friend,
In whom the human graces all unite:
Pure light of mind, and tenderness of heart;
Genius, and wisdom; the gay social sense,
By decency chastised; goodness and wit,
In seldom-meeting harmony combined;
Unblemish'd honour, and an active zeal
For Britain's glory, liberty, and Man:
O Dodington! attend my rural song,
Stoop to my theme, inspirit every line,
And teach me to deserve thy just applause.

 

 1954497-1a55572163c15d5ab8316bb55435abfc.jpg
James Thomson (11 september 1700 – 27 augustus 1748)
Portret door Thomas Hudson, 1735

 

 

De Ierse dichter Thomas Parnell werd geboren in Dublin op 11 september 1679. Zie ook alle tags voor Thomas Parnell op dit blog en ook mijn blog van 11 september 2009 en eveneens mijn blog van 11 september 2010.

 

Thou Gaudy Idle world adieu

Thou Gaudy Idle world adieu,
& all thy tinsell Joys;
I lovd thee dearly once tis true,
But since a better choice I knew,
Ive made that better choice.
My wishes mount above the sky
Upon the wings of faith,
My soul shall follow when I dy,
For much I doubt if bodys fly,
What ever Asgill saith.
All things are fickle here below,
How ere above they be,
& If I had not left thee now,
Thy pleasures had left me.
Count but the changes Memory
Which your short time has known,
This is the third King which you see
Upon the English throne.
The Irish who by Williams reign
Were run so much aground,
Do by the Trust (confound it) Gain
three hundred thousand pound.
& My acquaintance wonder not
When you my change discover
Ev'n Methwin has a prayr book bought
'Gainst Rochester comes over.

 

 1954497-47c42d17939074c33ad1e73eb5d8a990.jpg
Thomas Parnell (11 september 1679 – 24 oktober 1718)

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en ontdekkingsreiziger Fitz Hugh Ludlow werd geboren op 11 september 1836 in New York. Zie ook alle tags voor Fitz Hugh Ludlow op dit blog en ook mijn blog van 11 september 2010.

Uit: The Hasheesh Eater

“In the hasheesh expansion of seconds into minutes, or even according to a much mightier ratio, there is an opportunity thoroughly to scrutinize the hitherto evanescent phenomena, and the truth comes out. How any more such prophecies as these may have been rejected through the gross habit of the body we may never know until spirit vindicates her claim in a court where she must have audience.
At length the torture of my delirium became so great that I could no longer exist unsustained by sympathy. To Bob, as possessing, from his own experience, a better appreciation of that which I suffered, I repaired in preference to all others. “Let us walk,” said I; “it is impossible for me to remain here.”
Arm-in-arm we passed down the front steps. And now all traces of the surrounding world passed away from before me like marks wiped from a slate. When we first emerged from the building, I noticed that the night was dark, but this was the last I knew of any thing external. I was beyond all troubles from earth or sky; my agonies were in the spiritual, and there all was terrific light. By the flame of my previous vision the corporeal had been entirely burned off from about the soul, and I trod its charred ruins under foot without a remembrance that they had ever been sensitive or part of me. A voice spoke to me, “By the dissolution of fire hast thou been freed, to behold all things as they are, to gaze on realities, to know principles, to understand tendencies of being.”
I now perceived that I was to pass through some awful revelation. It proved to be both Heaven and Hell, the only two states in the universe which together comprehend all free-agent creatures, whether in the Here or the hereafter. Of both I drank tremendous draughts, holding the cup to my lips as may never be done again until the draught of one of them is final.”

 

 1954497-0776e54cf6b711a153fd1143ec66da33.jpg
Fitz Hugh Ludlow (11 september 1836 – 12 september 1870)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Johann Jakob Engel werd geboren op 11 september 1741 in Parchim, Mecklenburg-Schwerin. Zie ook alle tags voor Johann Jakob Engel op dit blog en ook mijn blog van 11 september 2010.

Uit: Herr Lorenz Stark

„Herrn Stark waren von seinen vielen Kindern nur zwei am Leben geblieben: ein Sohn, der sich nach dem Beispiel des Vaters der Handlung gewidmet hatte, und eine Tochter. Letztere war an einen der berühmtesten Aerzte des Orts, Herrn Doctor Herbst, verheirathet: einen Mann, der nicht weniger Geschicklichkeit besaß, Leben hervorzubringen, als zu erhalten. Er hatte das ganze Haus voll Kinder und eben dies machte die Tochter zum Liebling des Alten, der ein großer Kinderfreund war. Weil der Schwiegersohn unfern der Kirche wohnte, die Herr Stark zu besuchen pflegte, so war es ausgemacht, daß er jeden Sonntag bei dem Schwiegersohn aß: und seine Frömmigkeit hätte zuweilen wol gern die Kirche versäumt, wenn nur seine Großvaterliebe den Anblick so werther Enkel und Enkelinnen hätte versäumen können. Es ging ihm immer das Herz auf, wenn ihm der kleine Schwarm, beim Hereintreten in's Haus, mit Jubelgeschrei entgegensprang, sich an seine Hände und Rockschöße hängte, und ihm die kleinen Geschenke abschmeichelte, die er für sie in den Taschen hatte. Unter dem Tischgebete schweiften zuweilen die Augen der Kleinen umher, und er pflegte ihnen dann leise zuzurufen: Andacht! Andacht! aber der gerade am wenigsten Andacht hatte, war er selbst; denn sein ganzes Herz war, wo seine Augen waren, bei seinen Enkeln.
Mit seinem Sohne war dagegen Herr Stark desto unzufriedener. Auf der einen Seite war er ihm zu verschwenderisch, weil er ihm zu viel Geld verkleidete, verritt und verfuhr; insbesondere aber, weil er zu viel auf Kaffeehäuser und in Spielgesellschaften ging. Auf der andern Seite verdroß es Herrn Stark, daß der Sohn als Kaufmann zu wenig Unternehmungsgeist, und als Mensch zu wenig von der Wohlthätigkeit und Großmuth seines eigenen Charakters hatte. Er hielt ihn für ein Mittelding von einem Geizhalse und einem Verschwender; zwei Eigenschaften, die Herr Stark in gleichem Grade verabscheute.“

 

 1954497-e9bd674342fe73256ef315e33e405b33.jpg
Johann Jakob Engel (11 september 1741 – 28 juni 1802)
Portret door Ferdinand Collmann, 1789

Geschreven door Romenu om 10:51 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Clara Müller-Jahnke, Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł Huelle, Mary Oliver

 

Dolce far niente

 

 1954230-bacb84852860e2ef5105baf9c0d35f70.jpg
Beach Scene door Aiden Lassell Ripley, ca. 1935

 

 

Spätsommer am Strand

Da weht von Süd ein sanfter Hauch
aus sonnenlichten Tagen;
die goldbelaubten Aeste dehnt
der Ahorn voll Behagen.
Kein Vogelsang, – kein Blütenduft, -
die weiche, warme Sommerluft
säuselt in allen Hagen.

Nun schaun sich schier verwundert an
die schweigenden Zypressen;
es ist, als habe der flüchtige Lenz
sein Lebewohl vergessen
und ginge noch einmal über das Feld,
die blasse, sommermüde Welt
an seine Brust zu pressen.

Durch nackte Zweige schweift der Blick
auf graue Wellenpfade:
die weißen Wasser tummeln sich
am träumenden Gestade;
sie flüstern und raunen wie Liebesgruß,
sie kosen und spielen um deinen Fuß,
leuchten und locken zum Bade.

 

 1954230-7ddb981c72829a94a882ad0b8dc8d685.jpg
Clara Müller-Jahnke (5 februari 1860 - 4 november 1905)
Lenzen (Nu: Łęczno). De kerk is een monument gewijd aan de dorpelingen die in WO I zijn omgekomen.Clara Müller – Jahnke werd geboren in Lenzen

 

 

De Franse schrijver van Russische afkomst Andreï Makine werd geboren in Krasnojarsk op 10 september 1957. Zie ook mijn blog van 10 september 2010. en eveneens alle tags voor Andreï Makine op dit blog.

Uit: Die Frau vom Weißen Meer (Vertaald door Holger Fock und Sabine Müller)

“Ich dachte an ihr Lächeln, an das Winken, mit dem sie mich grüßte, wenn sie mich von weitem am Seeufer sah, an die Liebe, die sie so vielen Männern hätte schenken können und die sie keinem gab. »Eine Frau, die so sehr zum Glück bestimmt war ...«
Ja, ich war ziemlich stolz auf meine Analyse. Ich erinnerte mich sogar, dass ein Kritiker im neunzehnten Jahrhundert von der Dialektik der Seele gesprochen hatte und damit jene Kunst bezeichnete, mit der Schriftsteller die Widersprüche der menschlichen Psyche ergründen. »... eine Frau, die zum Glück bestimmt war, die aber ...«
An jenem Septemberabend klappte ich mein Notizbuch zu und betrachtete eine Handvoll kalter, gesprenkelter Heidelbeeren, die Vera auf meinem Tisch verstreut hatte, während ich weg war. Im Fenster stand der Himmel über den dunklen Kronen des Waldes und erinnerte mit seiner milchigen Blässe an das einige Wegstunden entfernt schlummernde Weiße Meer, das bereits auf den Winter wartete. Von Veras Haus führte ein Pfad durch Dickicht und über Hügel zur Küste. Ich dachte daran, wie einsam diese Frau war, wie sie in sich ruhte, ich stellte mir ihren Körper vor (ich spürte ganz körperlich die wohlige Wärme, in die diese Frau sich in einer klaren Frostnacht unter der Bettdecke eingesponnen hatte), und da begriffich plötzlich, dass keine Dialektik der Seele das Geheimnis dieses Lebens ausdrücken konnte. Dass dieses Leben für solche gelehrten Analysen viel zu eindeutig und auf schmerzliche Weise einfach war.
Das Leben einer Frau, die immer auf den Mann gewartet hat, den sie liebte. Ohne jedes Geheimnis.“

 

 1954230-f64e69844564ebf87516bb498306becd.jpg
Andreï Makine (Krasnojarsk, 10 september 1957)
Cover

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Werfel werd op 10 september 1890 in Praag geboren. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Franz Werfel op dit blog.

Uit: Lied der Bernadette

„Der Kaiser geleitet Eugénie in ihre Zimmer zurück, ohne ein Wort mehr zu verlieren.

Der Tag verläuft für ihn äußerst unbehaglich. Dieses schöne Weib besitzt eine unwiderstehliche Kraft, ihn in Unruhe zu versetzen. Sie wird kalt und immer kälter und schließlich so eisig, daß man vor ihr nach Paris fliehen möchte. Auch hat man einiges andere auf dem Kerbholz, das sie einem an solch einem Tage zu fühlen gibt. Man hat keine Freude am Bad. Man kann nicht recht arbeiten. Man kann nicht einmal die schöne Mitternachtsstunde schöpferischer Einsamkeit genießen. Am bedenklichsten aber ist der Stachel, den die Rede des Weibes im Herzen des Mannes zurückgelassen hat. Eugénie ist im Recht. Sie darf ihr Gelübde nicht brechen. Und er darf es auch nicht brechen, obwohl er's gar nicht geleistet hat. Welche Macht auch immer hinter den Erscheinungen und Heilungen von Lourdes stehe, sie kann dieselbe Macht sein, die hinter der Weltgeschichte steht und somit auch hinter dem italienischen Unternehmen.
Nichtige Knirpse haben es leicht, Freidenker zu sein. Was riskieren sie dabei? Darf es aber der größte Monarch des Erdballs wagen, um die Freidenker nicht zu verstimmen, jene tausendfach reizbarere Macht zu verstimmen, die über Sieg und Niederlage der Nationen entscheidet? Schon solche kalten Überlegungen sind unvorsichtig, denkt der Kaiser, zwischen seinen Arbeitstischen spazierend, denn wer kann wissen, ob jener Macht, die überschwengliche Hingabe fordert, diese listigen Überlegungen verborgen sind? Wer Akten schmiert oder Waren verschleißt, kann sich ohne Schwierigkeiten über den Aberglauben lustig machen. Wer die Welt beherrscht, weiß aus täglicher Erfahrung, daß es in ihr nicht mit rechten Dingen zugeht, daß die Verquickungen der Geschehnisse nicht von ihm abhängen, daß er ein Spielball geheimer Kräfte und Gegenkräfte ist, die nach Anbetung und Opfer verlangen und immer wieder verlockt oder ausgesöhnt werden müssen. Ob die Kugel eines Attentäters trifft oder nicht, das hängt weniger von der Ballistik ab als von jenen Mächten, mögen sie ein dreieiniger Gott sein oder der Wille der Gestirne. Nur ein Herrscher erlebt es, wie sehr er außerhalb des erkannten Naturgesetzes steht, das heißt, inmitten des Wunders. Darum ist der Glaube der Könige und der Gewaltigen seit eh und je der Aberglaube ...“

 

 1954230-f2403dc1e660a7643d58cfd3e2010995.jpg
Franz Werfel (10 september 1890 – 26 augustus 1945)
Scene uit de Amerikaanse film “The Song of Bernadette” uit 1943 

 

 

De Poolse schrijver Paweł Huelle werd geboren op 10 september 1957 in Gdańsk. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Pawel Huelle op dit blog.

Uit: The Last Supper (Vertaald door Antonia Lloyd-Jones)

“A draught came gusting through the studio, and dozens of sheets of paper were caught up by the wind, whirling between the walls and ceiling before finally coming to land on the floor like a flock of gulls.
“Should someone who calls themselves an engineer be preaching on the subject of art?” Mateusz was standing at the basin, washing the blood from his face. “I know it’s a sign of the times: the city, the machine, the proletariat, but does it have to go that far?”
I was listening to him and not listening all at once. I was holding a sheet of paper on which a system of circles and parallel lines formed something shaped like a Christmas tree.
“Oh, that’s the Kabbalah!” said Mateusz, distinctly cheering up. “At the top you’ve got the Crown, and right at the bottom the Kingdom!”
He opened another bottle of wine and, as if nothing had happened, gave me an introduction to this arcane knowledge.
“The Pillar of Balance is the most important one,” he said, “but even more curious is the fact that before He made the world God must have had to shrink Himself for there to be enough room. You see? For there to be enough room! But why did you tell the Engineer God isn’t there? Don’t you believe in Him? Maybe you’re an atheist?”
The conversation would probably have proved extremely interesting, if it weren’t for the fact that just then three policemen entered the studio. Who called them? Mr and Mrs Zielenko, of course. They lived underneath the studio, and their crude, secretive nature was utterly offended by having to live next door to artists. Resettled here straight from the countryside, they only had one hobby: more or less once a week, whenever they heard anything louder than the patter of mice or saw something that surpassed their imagination, they called the police."

 

 1954230-6a63437480f4f4e7c9d9af1cef5def9d.jpg
Paweł Huelle (Gdańsk, 10 september 1957)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Bone

1.
Understand, I am always trying to figure out
what the soul is,
and where hidden,
and what shape
and so, last week,
when I found on the beach
the ear bone
of a pilot whale that may have died
hundreds of years ago, I thought
maybe I was close
to discovering something
for the ear bone

2.
is the portion that lasts longest
in any of us, man or whale; shaped
like a squat spoon
with a pink scoop where
once, in the lively swimmer's head,
it joined its two sisters
in the house of hearing,
it was only
two inches long
and thought: the soul
might be like this
so hard, so necessary

 

 1954230-d6138f8dc75089671d95688eacc17de5.jpg
Mary Oliver (Maple Heights, 10 september 1935)
In 2000 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:14 Reageer op dit bericht

Eddy Pinas, Jeppe Aakjær, Viktor Paskov, Hilda Doolittle, Reinhard Lettau, George Bataille

De Surinaamse dichter en schrijver Eddy Louis Pinas werd geboren in Paramaribo op 10 september 1939. Zie ook alle tags voor Eddy Pinas op dit blog.

 

Ook ik heb het gezien

ook ik heb het gezien
ook ik heb het
beloofde land gezien
braambessen gegeten
aardbeien
peren
appels
abrikozen

beton
kacheldamp
papieren behang

vijf centimeter textiel
op mijn huid
witte bedelaar
bezige kalverstraat
 
als maden krioelen mensen
om mensen
sneeuwballen 
op poten
zonder emotie
zonder stem
de fabriek bevrucht de tram
het station baart elk uur
een duizendling

 

 1954222-6f396e655336b0c7566a213d82b0f694.jpg
Eddy Pinas (Paramaribo, 10 september 1939)
Paramaribo 

 

 

De Deense dichter en schrijver Jeppe Aakjær werd geboren in Aakjær bij Skive op 10 september 1866. Zie ook alle tags voor Jeppe Aakjaer op dit blog en ook mijn blog van 10 september 2010

Uit: Die Kinder des Zorns(Vertaald door Erich Holm)

„Wo er nur jetzt wieder hin ist, der verwünschte Nichtsnutz, der Per!« donnerte Ann-Marie Kjærsgaard zur Halbtüre hinaus. Per kam zögernden Schritts längs der Hausmauer dahergeschlichen.
»Eigentlich hättest gedroschen werden sollen, daß du nimmer kriechen könntest. Aber nimm jetzt die Kruke und renn zu Nielsen hinüber, sie möchten so gut sein und sie mit Bier anfüllen. Nimm aber deine Füße in die Hand und gib gut acht auf die Kruke, daß dir nicht die Gassenjungens drüber herfallen.«
Per latschte die Straße hinab, in der Hand den gelben Krug, der an der verschlissenen Hose hin und her schlenkerte. Ann-Marie verschwand wieder in das Innere der Hütte. Während der Krämer aus der Flasche einschenkte, machte sie sich mit der Kleinsten in der Wiege zu schaffen.
Auf einmal ließ sich das Trappen schwerer Stiefel draußen vor der Hütte vernehmen. Kaum daß die beiden, die sich bei der Flasche je an einer Seite des langen Tisches behaglich eingerichtet hatten, Zeit fanden, die Spuren des eben begonnenen Trinkgelages zu entfernen. Der Schuhmacher schlürfte das Glas aus und ließ es resolut in seine Hosentasche gleiten. Kræn Lybsker konnte in der Eile den Stöpsel nicht finden und ließ die beinah unberührte Flasche unverpfropft in die Innentasche hinabsinken. In diesem Augenblick sprang die Tür angelweit auf, und zwei Gestalten in zwillingsgleichen Friesröcken, der Gemeindevorsteher und Armenvater Hans Nielsen und Bertel, der reiche Eigentümer des Nørhofs, standen nebeneinander in der Türöffnung. Sie schritten in die Hütte mit jener stählernen Sicherheit der Haltung, mit der erbgesessener Besitz und festgegründeter Reichtum von alters her über die Schwelle des Armenhauses getreten sind. Sie grüßten kurz und kühl und warfen einen hochmütigen Blick auf das Bankbrett, über das sie mit der Hand fegend hinstrichen, ehe sie sich niedersetzten.
Als der Armenvorsteher seine Mütze abnahm und sie auf den Schemel legte, nahm der Schuhmacher in der Verwirrung auch die seine vom Kopf, während der Nadelkrämer nur ein wenig an dem Schirm seiner Kappe rückte, gleichsam um sich zu vergewissern, daß er sie noch aufhabe.“

 

 1954222-460940cd9610c00c810c0ec9e08bf332.jpg
Jeppe Aakjær (10 september 1866 - 22 april 1930)
In 1901

 

 

De Bulgaarse schrijver en musicus Viktor Markos Paskov werd geboren in Sofia op 10 september 1949. Zie ook alle tags voor Viktor Paskov op dit blog en ook mijn blog van 10 september 2010

Uit: Big Business (Vertaald door Marie Vrinat-Paskov)

“Lorsque le millionnaire Koleff téléphona, j’étais en pleine dépression. Le roman sur l’Allemagne se traînait comme un vers. Ça ne marchait pas et basta. Ce n’est pas que cela puisse me troubler : le problème de l’immortalité ne me tourmente pas particulièrement, mais tout de même...
Marie, enceinte jusqu’aux oreilles, me regardait d’un air compréhensif et déposait chaque matin une bouteille de bière sur mon bureau. Rien n’y faisait. Je m’arrachais les cheveux, froissais des feuilles, distillais une atmosphère de génie : rien ne peut tromper Marie. Elle sait à quoi s’en tenir avec mon âme mystique de slave. Elle est docteur en études slaves. Elle a lu Dostoïevski, le diable l’emporte.
En réponse, Marie s’asseyait devant son ordinateur et, un instant plus tard, de son coin parvenait « tac-tac-tac-tac... tac-tac-tac-tac... » six heures, sept heures durant ! De quoi rendre fou ! C’est alors que tout à coup, Koleff téléphone.
Lorsqu’à un bout du fil est assis quelqu’un à qui la chance ne sourit pas, et à l’autre un type pesant cent millions (qui sait combien peut économiser un millionnaire ?) la conversation est inégale. « Bien sûr », disais-je, « Oui, oui ! » et « Je suis flatté, Monsieur » et me voilà dans le métro, entre Boissy et les Invalides, malade de claustrophobie : que pouvait bien me vouloir Koleff ?"

 

 1954222-183060e266b048771edc4d24ffb8f5cf.jpg
Viktor Paskov (10 september 1949 - 16 april 2009)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Hilda Doolittle werd geboren in Bethlehem, Pennsylvania, op 10 september 10 1886. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Hilda Doolittle op dit blog.

 

Sea Iris

I
Weed, moss-weed,
root tangled in sand,
sea-iris, brittle flower,
one petal like a shell
is broken,
and you print a shadow
like a thin twig.

Fortunate one,
scented and stinging,
rigid myrrh-bud,
camphor-flower,
sweet and salt—you are wind
in our nostrils.


II
Do the murex-fishers
drench you as they pass?
Do your roots drag up colour
from the sand?
Have they slipped gold under you—
rivets of gold?

Band of iris-flowers
above the waves,
you are painted blue,
painted like a fresh prow
stained among the salt weeds.

 

 1954222-15c26f743b3e48481ba682d255b52233.jpg
Hilda Doolittle (10 september 1886 – 21 september 1961)

 

 

De Duits-Amerikaanse schrijver Reinhard Lettau werd geboren op 10 september 1929 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Reinhard Lettau op dit blog en ook mijn blog van 10 september 2010

Uit: Auftritt Manigs

„Manig kann sprechen wie jene Artefakte. "Wie ist es dort?" sagt er. Oder: "Besser nicht!" Oder: "Jetzt bin ich da." Beredsamkeit ist ihm fremd. Er setzt kein großes Vertrauen in die Möglichkeit, durch Worte sich auszudrücken, sich zu erklären. Manig hört man nicht, man sieht ihn.
Manig besteht aus Manig-Gesten. Kein Mienenspiel zieht die Blicke auf sich, kein verabredetes Signal. Wir hängen nicht an seinen Lippen, sondern an seinen Zehen- und Fingerspitzen. Er führt uns, mit abenteuerlicher Präzision, eine Reihe von alltäglichen Begebenheiten vor: eine Besichtigung, eine Absage, eine Sitzung, eine Ankunft. Ankunft woher? Sitzung wozu? Wozu auch immer, irgendwoher. Die Geschichten geben nur, allerdings mit hanebüchenem Eifer, die Regieanweisung zu Dramen, die ausgespart bleiben. Die Begebenheiten sehen sich auf ihr mobiles Gerüst, auf ihre Choreographie zurückgeführt. Der Verfasser zeigt sie vor, hell und gestochen deutlich, aber er weigert sich, sie uns zu deuten. Das verhext die einfachste Szene zum Vexierbild. Beispielsweise die Szene "Da ist Manig":
Ist das nicht Manig? Mit angewinkelten Ellenbogen trapp trapp die Straße hinunter! Kopf nickt vor den Schaufenstern, Knie hoch, gestreckt, klack klack und um die Ecke. Was hat er vor? Da kommt Manig um die Ecke! Manig trabt, Blick noch vorn, auf Dauerlauf eingerichtet, schon lange, noch lange. Dürfen wir folgen? Hier und hier um die Ecken, nun geradeaus, im Lautschritt Das sind wir. Was sehen wir? Vor uns sehen wir Manigs Rücken, hinter uns in langer Reihe die Folgenden. Seht uns traben!
In solchen Sequenzen, die wie zu stummen Trick- und Zeichenfilmen zugeschnitten sind, gibt noch der Satzbau Manigs Bewegungen wieder. Aus extrem kurzen, ruckartigen, dann wieder langen, hüpfenden, Haken und Winkel schlagenden Kettensätzen entsteht ein syntaktisches Ballett. Plötzlich bleibt das Bild stehen, der Vorgang erstarrt zur Scharade. Alles ist genau zu erkennen, und doch bleibt das Vorgefallene unerklärt, wenn auch nicht unerklärlich.“

 

 1954222-0596f7713a8b9eaa2e7ef6be3fe0639b.jpg
Reinhard Lettau (10 september 1929 - 17 juni 1996)
Hier rechts op de cover van Akzente

 

 

De Franse schrijver en filosoof George Bataille werd op 10 september 1897geboren in Billom (Auvergne). Zie ook alle tags voor George Bataille op dit blog en ook mijn blog van 10 september 2010

Uit: Story of the Eye (Vertaald door Joachim Neugroschal)

“I grew up very much alone, and as far back as I recall I was frightened of anything sexual. I was
nearly sixteen when I met Simone, a girl my own age, at the beach in X. Our families being
distantly related, we quickly grew intimate. Three days after our first meeting, Simone and I were
alone in her villa. She was wearing a black pinafore with a starched white collar. I began to
realize that she shared my anxiety at seeing her, and I felt even more anxious that day because I
hoped she would be stark naked under the pinafore.
She had black silk stockings on covering her knees, but I was unable to see as far up as the cunt
(this name, which I always used with Simone, is, I think, by far the loveliest of the names for the
vagina). It merely struck me that by slightly lifting the pinafore from behind, I might see her private
parts unveiled.
Now in the corner of a hallway there was a saucer of milk for the cat. "Milk is for the pussy, isn't
it?" said Simone. "Do you dare me to sit in the saucer?"
"I dare you," I answered, almost breathless.
The day was extremely hot. Simone put the saucer on a small bench, planted herself before me,
and, with her eyes fixed on me, she sat down without my being able to see her burning buttocks
under the skirt, dipping into the cool milk. The blood shot to my head, and I stood before her
awhile, immobile and trembling, as she eyed my stiff cock bulging in my trousers. Then I lay down
at her feet without her stirring and for the first time, I saw her pink and dark flesh cooling in the
white milk. We remained motionless, both of us equally overwhelmed...”

 

 1954222-acf127b02789678fe9486a6ebf678fcb.jpg
George Bataille (10 september 1897 – 9 juli 1962)
Hier met zijn dochtertje Laurence in de jaren 1930

Geschreven door Romenu om 11:13 Reageer op dit bericht

Edmund de Waal

De Britse schrijver, keramist en hoogleraar Edmund Arthur Lowndes de Waal werd geboren op 10 september 1964 in Nottingham. De Waal is een zoon van de deken van Canterbury Cathedral, Victor de Waal. De Waal's grootmoeder, Elisabeth de Waal, stamde uit de Weense, joodse familie Ephrussi. Ze trouwde met de Nederlander Hendrick de Waal en trol met hem door Europa om tijdens WO II tenslotte in Emgeland terecht te komen. Hij doorliep de King’s School in Canterbury voordat hij een beurs kreeg voor de studie Engels aan Trinity Hall in Cambridge. Tijdens zijn schooljaren in Canterbury de Waal leerde het ambacht van pottenbakker. Dus het was niet meer dan logisch dat hij na zijn afstuderen zijn eigen pottenbakkerij opende in het westen van Engeland in de buurt van de grens met Wales. Tegelijkertijd leerde hij de Japanse taal aan de Universiteit van Sheffield en kreeg een tweejarige werkbeurs ​​van de stichting van het Japanse beursbedrijf Daiwa Shōken Group Honda, die hem in staat stelde om te werken in de Mejiro Ceramics Studio in Tokio. In 2010 werd de Waasl familiegeschiedenis “The Hare with the Amber Eyes: a Hidden Inheritance” gepubliceerd en in hetzelfde jaar won het boek de Costa Book Award in de categorie biografie. De titel verwijst naar een van de 264 Netsukefiguren die de Waal van zijn oudoom Iggy (Ignaz / Ignace) Leo Ephrussi had geërfd. Het verhaal beschrijft het leven van zijn voorouders, de joodse familie Ephrussi, die als Griekse Sephardim door handel en banktransacties in heel Europabekend werd, maar werden vervolgens echter als Joden werden vervolgd in de tijd van het nationaal-socialisme.

Uit: The Hare With Amber Eyes: A Hidden Inheritance

“One sunny April day I set out to find Charles. Rue de Monceau is a long Parisian street bisected by the grand boulevard Malesherbes that charges off towards the boulevard Pereire. It is a hill of golden stone houses, a series of hotels playing discreetly on neoclassical themes, each a minor Florentine palace with heavily rusticated ground floors and an array of heads, caryatids and cartouches. Number 81 rue de Monceau, the Hôtel Ephrussi, where my netsuke start their journey, is near the top of the hill. I pass the headquarters of Christian Lacroix and then, next door, there it is. It is now, rather crushingly, an office for medical insurance.
It is utterly beautiful. As a boy I used to draw buildings like this, spending afternoons carefully inking in shadows so that you could see the rise and fall of the depth of the windows and pillars. There is something musical in this kind of elevation. You take classical elements and try to bring them into rhythmic life: four Corinthian pilasters rising up to pace the façade, four massive stone urns on the parapet, five storeys high, eight windows wide. The street level is made up of great blocks of stone worked to look as if they have been weathered. I walk past a couple of times and, on the third, notice that there is the double back-to-back E of the Ephrussi family incorporated into the metal grilles over the street windows, the tendrils of the letters reaching into the spaces of the oval. It is barely there. I try to work out this rectitude and what it says about their confidence. I duck through the passageway to a courtyard, then through another arch to a stable block of red brick with servants’ quarters above; a pleasing diminuendo of materials and textures.
A delivery man carries boxes of Speedy-Go Pizza into the medical insurers. The door into the entrance hall is open. I walk into the hall, its staircase curling up like a coil of smoke through the whole house, black cast iron and gold filigree stretching up to a lantern at the top. There is a marble urn in a deep niche, chequerboard marble tiles. Executives are coming down the stairs, heels hard on marble, and I retreat in embarrassment. How can I start to explain this idiotic quest? I stand in the street and watch the house and take some photographs, apologetic Parisians ducking past me. House-watching is an art. You have to develop a way of seeing how a building sits in its landscape or streetscape. You have to discover how much room it takes up in the world, how much of the world it displaces. Number 81, for instance, is a house that cannily disappears into its neighbours: there are other houses that are grander, some are plainer, but few are more discreet.”

 

 2049499-47552eefc4a9303d84f50f017042dc80.jpg
Edmund de Waal (Nottingham, 10 september 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten