Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 september 2016 tot 27 september 2016

Irvine Welsh, Ignace Schretlen, Ko de Laat, Kay Ryan, Josef ¦kvorecký, Esther Verhoef, Christian Schloyer

De Schotse schrijver Irvine Welsh werd geboren op 27 september 1958 in Leith, Edinburgh. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Irvine Welsh op dit blog.

Uit: Skagboys

“We head oot and dive oantae a 16, bound fir Johnny’s pad at Tolcross. It’s a blindin hot day so we sit doonstairs at the back for a better view ay the passin fanny. Back top deck wi Begbie, tae intimidate wideos, back bottom wi Sick Boy tae leer at lassies. Life has its simple codes.
– This is gaunny be so much fun, Sick Boy says, and rubs his hands thegither. – Drugs are always fun. Do you believe in cosmic forces, destiny n aw that shite?
– Nup.
– Me neither, but bear one thing in mind: today was a ‘T’ day.
– What … ? ah ask, then it dawns on us. – Yir dictionary thingy.
– All will be revealed, he nods, then starts talking about heroin.
Smack’s the only thing ah huvnae done, ah’ve never even smoked or snorted it. And ah must confess that ah’m fuckin shitein it. Ah wis brought up tae believe that one joint ay hash would kill me. And, of course, it wis bullshit. Then one line ay speed. Then one tab ay acid; aw lies, spread by people hell-bent on self-extermination through booze and fags.
But heroin.
It’s crossing a line.
But as the boy said, anything once. And Sick Boy doesnae seem concerned, so ah bullshit tae keep ma front up. – Aye, ah cannae wait tae dae some horse.
– What? Sick Boy looks at me in horror as the bus growls up the hill. – What the fuck are you talking aboot, Renton? Horse? Dinnae say that in front ay yir dealer mate or he’ll laugh in yir face. Call it skag, for Papa John-Paul’s sake, he snaps, then stares oot at a short-skirted lassie meandering wi seductive intent up Lothian Road. – She’s a peach … far too carefree in bearing and expression tae be a baboon …
– Right … ah feebly respond.”

 

 1960314-99e0784df14c7476f2094231caba7c7d.jpg
Irvine Welsh (Edinburg, 27 september 1958)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, kunstenaar en huisarts Ignace Schretlen werd geboren in Tilburg op 27 september 1952. Zie eveneens alle tags voor Ignace Schretlen op dit blog.

 

Gebroken

Begrijpen was voor mijn arm
te hoog gegrepen en daarom
bleef alles wat hij greep,
sloeg en aaide voor hem geheim

tot hij op wie ik altijd uitkijk
viel en brak, werd ingegipst
en zo het eerste stukje
van mijn standbeeld werd;

ik ben dus écht van groot belang
denkt hij in zijn witte hangmat
met de fraaie naam mitella
maar mij maakt hij vleugellam

hij voelt zich niet bezwaard of
bekneld door het strak verband:
zolang een arm nog kan omarmen
is er niet echt iets aan de hand.

 

 

Het Wiel van Armando

Verstokt wiel, draai terug die tijd
qriip de handen van iouw maker
zoek beelden in zijn herinnering

breng zijn oorlog tot bedaren
rust in het opgeschrikte land
wek de doden, laat hen leven

keer dan pas knarsetandend
terug op je plek, hoog op beton
met rondom zand om te vergeten.

 

 

 1960314-6145f841fe292018ee4242526ab13002.jpg
Ignace Schretlen (Tilburg, 27 september 1952)

 

 

De Nederlandse dichter, performer, journalist en toneelschrijver Ko de Laat werd geboren op 27 september 1969 in Goirle. Zie ook alle tags voor Ko de Laat op dit blog.

 

Systeemprobleem

't Is voor speciale scholen óók loodzwaar
Er zitten allerlei probleemgevallen
Haast onverenigbaar, maar met z'n allen
In veel te grote groepen bij elkaar

't Is in het onderwijs van alle tijden
Hoe kinderen er steeds weer onder lijden

 

 

Webvrij weekend

Vanwege een morsdode telefoonlijn
Had ik een weekend lang geen internet
Verstoken zijn van mail en Facebook-pret?
Ik mocht het binnen één minuut gewoon zijn

Vanzelf bestreed ik uiterst adequaat
De dwangneurose die was aangepraat

 

 

Piekmomenten

Een volle mailbox, lege brievenbus
Er wordt veel afgerond of afgesloten
Er worden plaatjes van de boom geschoten
Zo zijn de dagen vlak voor kersmus dus

En straks, dan zal het feest, globaal bekeken
Ons weekend weer zo lekker lullig breken

 

1960314-8fb789d85792f140fbf729b633ae8eb1.jpg 
Ko de Laat (Goirle, 27 september 1969)

 

 

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27september 1945 in San Jose, California. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

Token Loss

To the dragon
any loss is total.
His rest is disrupted
if a single jewel encrusted
goblet has been stolen.
The circle of himself
in the nest of his gold
has been broken.
No loss is token.

 

 

Home To Roost

The chickens are circling
and blotting out the day.
The sun is bright,
but the chickens are in the way.
Yes, the sky is dark with chickens,
dense with them.
They turn and then they turn again.
These are the chickens you let loose
one at a time and small—
various breeds.
Now they have
come home to roost
—all the same kind
at the same speed.

 

 1960314-e800f48b8690b5c7e53e5880f3469167.jpg
Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)
Hier met president Obama

 

 

De Tsjechische schrijver en uitgever Josef Škvorecký werd geboren op 27 september 1924 in Náchod. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Josef Škvorecký op dit blog

Uit: When Eve Was Naked

““I spent the whole afternoon in front of Meinl's delicatessen glumly watching a parade of my schoolmates, boys and girls alike, entering the store and then coming out sipping the golden beverage and praising its quality. Of course, they had been cheated: the cups they had been given were made of waxed paper, and were so small that at least ten of them would have fitted easily inside the goblet pictured on the poster. I was dying to taste the golden drink, but naturally they all begrudged me a taste, as their cups were so very tiny. Nobody offered me a single drop.
At five o'clock the black gentleman closed the steel shutters over the shop window and the door. The last customer, who slithered out under the shutter just as it was coming down, was Irene, the councillor's daughter. "Gimme a sip, Irene!”; I whimpered. She was my last chance. “You didn't get any?”; asked Irene. She sounded surprised, but she let me have a sip. As soon as I had tasted the drink, I wanted it more than ever. “No, I didn't,” I told her, "because I ran out of moo" (I was going to say moolah, but Irene always spoke properly, so I changed the word halfway through) "ney,”and I added, "Let me have some more!”Irene's cup had only a drop left, though, and she gulped it down herself. Then, pointing to the poster, she said, "But it was free! Look, it was a giveaway!” She spelled out the slogan for me:

Come and Taste
the New American Drink
Ginger Ale.
A Cup of This Delicious Beverage
on Sale for 1 Kc
But Today and Only Today
Is Offered to You by
Mr. Positive Wasserman Brown of Chicago
Absolutely
Free.

Then Irene handed me the empty cup and turned around, her long braids with red ribbons swinging against her back. I threw away the empty cup, realizing that there would be far greater advantages in learning to read than there were in having Mother continue to read to me. I soon mastered reading, and writing too, and eventually became an author.”

 

 1960314-8e191eee0957ae72d8000f244353c444.jpg
Josef Škvorecký (Náchod, 27 september 1924)

 

 

De Nederlandse schrijfster Esther Verhoef-Verhallen werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 27 september 1968. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Esther Verhoef op dit blog.

Uit: De kraamhulp

“Hennequin reed de Baljuwstraat in. Langs de trottoirs stonden sprieterige boompjes, met palen ernaast die het jonge groen stevigheid moesten geven. Alle huizen zagen er hetzelfde uit. Kubistische, halfvrijstaande blokken met gedeelde opritten en muren van donker gevlamde bakstenen. Het glas in de grote ramen had een blauwige gloed, zodat je niet zo makkelijk naar binnen kon kijken.
Nummer 66 lag halverwege de straat. In het grind in de voortuin stond een uit triplex gefiguurzaagde ooievaar en voor het grote raam in de woonkamer hing een slinger: HOERA, EEN DOCHTER!
Het kindje was vannacht in het ziekenhuis geboren. De bevalling was allesbehalve soepel verlopen, dus hadden moeder en kind pas vanochtend naar huis gemogen.
Hennequin parkeerde haar auto langs het trottoir. Ze nam haar koffer van de achterbank en liep onder de carport door naar de voordeur. Er stond een glanzende Audi. Ze wierp er een snelle blik in: een donker, schoon en strak interieur. Er slingerde niets in rond. De auto zag eruit alsof hij zojuist uit de showroom was gereden. Onder de kentekenplaat stond in kleine, gele letters de naam van de leasemaatschappij.
Ze belde aan en bekeek het slot van de voordeur. Het zag er niet al te ingewikkeld uit, maar het was wellicht handiger als ze gewoon een sleutel had. Waarschijnlijk zou de familie daar niet heel moeilijk over doen. Mensen die pas hun eerste kindje hadden gekregen waren emotioneel, altijd een beetje uit balans. Hun hele leven stond op z’n kop door de komst van een nieuw mensje.
De kraamverzorgster was hun vertrouwenspersoon: een baken van rust en kennis in een nieuwe, onzekere situatie. Dus namen mensen haar al snel in vertrouwen. Aambeien, vaginale hechtingen, familievetes en andere gevoeligheden werden vrijelijk besproken met de kraamverzorgster. Iemand die ze helemaal niet kenden.”


1960314-184241da11610889de72b027a8de95a1.jpg
Esther Verhoef ('s-Hertogenbosch, 27 september 1968)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Schloyer werd geboren op 27 september 1976 in Erlangen. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Christian Schloyer op dit blog.

 

die trüffel sind gefallen

weiß keiner wann? diese uhr gegen den bahnhofsuhr
zeigersinn zu ticken

      gebannt · bist du von beweglichen zif-
            fern · -züge die dir aus den augen

winkeln fahrn wo du den welt
raumbahnhof vermutest mit himmels

         korridor · von einer verletzung zur andren
                  verstümmelung · weiß jeder

gärtner besser zu nutzen als du
       den trieb · nutze! den tückischen trieb

zwerg der schnee
weißchens rosenrote

reizwäsche liebt mit sol-
datischem heckenscherenlächeln

der gärten
liebt wie ein schwein (und die pilze)

 

 1960314-383f7f0417eb617cb05fd2cdf7949a51.jpg
Christian Schloyer (Erlangen, 27 september 1976)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn blog van 27 september 2015 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

Constantijn Huygensprijs 2016 voor Atte Jongstra

 

Constantijn Huygensprijs 2016 voor Atte Jongstra

Aan de Nederlandse schrijver Atte Jongstra is de Constantijn Huygens-prijs toegekend. Hij krijgt de prijs voor zijn hele oeuvre, maakte de Jan Campert-Stichting maandag bekend. De Nederlandse schrijver en essayist Atte Jongstra werd geboren in Terwispel op 13 augustus 1956. Zie ook alle tags voor Atte Jomgstra op dit blog.

Uit: Klinkende ikken

 “Je zou er na vijftig jaar toch eens aan gewend moeten zijn, maar de naam van mijn familie komt me nog steeds belachelijk voor. Ik krijg een heel vreemd gevoel als ik onder een krantenstuk of op de omslag van een boek de naam Jongstra zie staan. Ik heb geprobeerd eroverheen te komen door de hoofdpersoon van een roman (De tegenhanger, 2003) mijn naam te geven.Het hielp niet. Heette ik maar Van der Linde, Oosterbaan, Roorda van Eysingha of gewoon De Leeuw.
Ik las eens een stuk in een oude krant waarin iemand voorkwam die werd aangeduid met ‘Veldwachter Jongstra’. Natuurlijk, dacht ik. Alle veldwachters heten Jongstra en daarom moeten alle Jongstra’s veldwachters zijn. Wat kunnen mensen met zo’n achterlijke naam anders worden dan veldwachter? Mijn grootvader en zijn broer waren het allebei. Mijn vader was weliswaar onderwijzer, maar in ons dorp was dat tevens een soort hulpagent, een nevenfunctie die hij met verve vervulde.
Ik heb altijd gedacht dat er maar heel weinig mensen Jongstra heten. Dat was in mijn ijdele dagen. Van De Jong, Jongsma, Jongema heb je er heel veel, maar Jongstra – nee.
Ik zat eens op een veiling en had al enkele pakketten boeken gekocht. Bij een ander gewenst lot verloor ik bij het bieden.
‘Welke naam mag ik noteren?’ vroeg de veilingmeester.
‘Jongstra,’ riep de gelukkige koper.
Ik stond verbijsterd op: ‘Dat kan niet, zo heet ik!’
Klaterend applaus.
Zoiets doet je voelen dat je Jongstra heet.
Het is verschrikkelijk een naam als de mijne te moeten dragen, terwijl ik denk dat iemand als Harry Mulisch altijd verrukt is geweest van zijn naam.
Het beeld van een boekwinkel met in de etalage “DeWerken van Atte Jongstra” is eenvoudigweg lachwekkend. “Verzamelde gedichten van Atte Jongstra”? Ondenkbaar. Wie wil zulke gedichten lezen? Met pseudoniemen goochelen heb ik heus gedaan, ik ben echter altijd weer bij Jongstra teruggekomen. Macht der gewoonte? De kracht van dat ene, ellendige feit dat ik Jongstra heet? Ik kon er hoe dan ook niet tegenop.
Deze naam is dus de mijne. Daar komt mijn miserabel uiterlijk nog eens bij. Wat heb ik als jongen in de schooltoiletten vaak voor de spiegel gestaan en bittere tranen gestort. Een rooie kop. Een onaangenaam gezicht, glimmend (niet droog). Mijn haar als in een helm op het hoofd, als een dicht bos veren; ik zou later nog eens het scheldwoord ‘helmcasuaris’ toegeslingerd krijgen. Ik smeerde er vet in, maar het wou zich niet neerleggen. Absurd, nooit zoiets bij anderen gezien. Dan ging ik naar huis om er onmiddellijk in een spiegeltje te kijken.”

 

 1960222-2025d20956fe0f0adf342d32189ab603.jpg
Atte Jongstra (Terwispel, 13 augustus 1956)



Geschreven door Romenu om 11:33 Reageer op dit bericht

Bart Chabot, T. S. Eliot, Thomas van Aalten, Luís Fernando Veríssimo, Mark Haddon, William Self, Jane Smiley

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

Shoebaloo

op een zondagavond in maart,
(de lente was voortvarend
uit de startblokken gekomen)
reed ik naar scheveningen
en zagen de zee en ik elkaar terug

we hadden elkaar lang niet gesproken,
te lang: de laatste keer dateerde
van ver voor de winter–
niet dat we daarvan wakker lagen
de zee en ik, wij redden ons wel

de zee lag trouw
voor de kust en scheen niet merkbaar
van plek verschoven
ze leek geen dag ouder geworden
en veel jonger dan ze was;
dat vertelde ik haar ook,
een compliment waar ze zichtbaar
verguld mee was

helaas kon ze hetzelfde niet van mij beweren,
zei ze naar waarheid
want zoete broodjes bakken
deed en doet ze niet, de zee
de noordzee niet, en de andere zeeën
en oceanen evenmin

de zee, wist ik terwijl ik het water tegemoet liep,
zou heel wat langer meegaan dan ik-
een gedachte waar ik goed
mee uit de voeten kon
een meeuw hing aan een draadje in de lucht

we keken elkaar recht in de ogen,
de noordzee en ik, en begrepen elkaar
ik liet het water
over mijn puntschoenen lopen
waste zo het kerkhofzand* van de neuzen
en het kerkhofstof spoelde weg

kort daarop ging ik naar huis
want de lucht betrok
het begon kouder te worden, kil zelfs
en de zee en ik,
we hadden elkaar
weinig meer te vertellen

 

1960004-9da698695d420cf01d432d7ebb7e5ada.jpg
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

 

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor T. S. Eliot op dit blog.



Rhapsody On A Windy Night
(Fragment)

Twelve o'clock.
Along the reaches of the street
Held in a lunar synthesis,
Whispering lunar incantations
Dissolve the floors of memory
And all its clear relations,
Its divisions and precisions,
Every street lamp that I pass
Beats like a fatalistic drum,
And through the spaces of the dark
Midnight shakes the memory
As a madman shakes a dead geranium.

Half-past one,
The street lamp sputtered,
The street lamp muttered,
The street lamp said, "Regard that woman
Who hesitates towards you in the light of the door
Which opens on her like a grin.
You see the border of her dress
Is torn and stained with sand,
And you see the corner of her eye
Twists like a crooked pin."

The memory throws up high and dry
A crowd of twisted things;
A twisted branch upon the beach
Eaten smooth, and polished
As if the world gave up
The secret of its skeleton,
Stiff and white.
A broken spring in a factory yard,
Rust that clings to the form that the strength has left
Hard and curled and ready to snap.

Half-past two,
The street lamp said,
"Remark the cat which flattens itself in the gutter,
Slips out its tongue
And devours a morsel of rancid butter."
So the hand of a child, automatic,
Slipped out and pocketed a toy that was running along the quay.
I could see nothing behind that child's eye.
I have seen eyes in the street
Trying to peer through lighted shutters,
And a crab one afternoon in a pool,
An old crab with barnacles on his back,
Gripped the end of a stick which I held him.

 

1960004-55cb13cb42b87e7200b256418fac368d.jpg
T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
Portret door Wyndham Lewis, 1938

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas van Aalten werd geboren in Huissen bij Arnhem op 26 september 1978. Zie ook alle tags voor Thomas van Aalten op dit blog.

Uit: Leeuwenstrijd

"Moet je me zien zitten. Daar, in het midden van de klas, als een leeggelopen ballon tussen al die frisgekapte en opgepoetste jongens en meiden. Ze hebben weer een of ander dom filmpje op hun telefoon dat ze allemaal aan elkaar doorsturen tijdens Frans of geschiedenis en de leraren zien niet – of willen niet zien – dat de hele klas erom zit te giechelen, het is weer een filmpje van YouTube van een meisje dat weigert de klas uitgestuurd te worden en dan haar broek naar beneden trekt in een volle klas of zo.
Ik vind de meeste vakken en lessen ook echt verschrikkelijk, maar ik ga niet zoiets kinderachtigs doen en het dan filmen en al helemaal niet op YouTube kijken tijdens een les.
Meestal ziet mijn leven er als volgt uit: ik sleep me door de schooldag heen en kom doodop thuis, ga een rondje skaten, smijt mijn skateboard in de hoek van de kamer en ga dan op mijn bed liggen, val in slaap, doe wat huiswerk en ga dan eten met mijn stiefvader en moeder en mijn stiefzusjes en dan skate ik soms nog wat en dan ga ik weer pitten.
Elke doordeweekse dag ziet er zo uit. In het weekend slaap of skate ik soms wat meer.
In de winter is het het ergst, dan heb ik het ook nog eens de hele dag koud en lig ik tegen de loeiende verwarming aan, als een kuiken onder een warmtelamp. Als ik mijn skateboard niet had, had ik trouwens helemaal geen vrienden. Nu heb ik tenminste nog een paar skatevrienden. Dan had ik moeten gamen of zo, en dat vind ik zoiets debiels. Ik kan dat ook helemaal niet goed.
Mijn stiefzusjes spelen weleens op een psp of een spelletje op hun telefoon, maar daar kan ik helemaal niet bij. Ik vind het wel leuk om YouTube-filmpjes te bekijken van The Sex Pistols.
Mijn vader heeft een hekel aan punk terwijl hij er toch mee is opgegroeid. Hij vindt punkers hypocriet en luisterde vroeger liever naar van die flauwe synthesizermuziek, gemaakt door mannen die eruitzagen alsof ze bij een bank werkten, maar wel door hun vriendin werden opgemaakt."

 

1960004-6a0995eb3b02aa76f48b410dac9d0189.jpg
Thomas van Aalten (Huissen, 26 september 1978)

 

 

De Nederlandse schrijver en muzikant Jerry Hormone (pseudoniem van Jeroen Aalbers) werd geboren in Numansdorp op 26 september 1982. Zie ook alle tags voor Jerry Hormone op dit blog.

Uit: De spareribclub

‘Is het nog gelukt met je speech?’ vraagt Van Aalst. Hij blaast rook uit.
Hoest. Z’n dikke, rooie kop glimt van het zweet.
“Ja,’ zeg ik en ik klop op het jasje dat over m’n arm hangt, de opgevouwen A4’tjes in de binnenzak. Dirk en vooral Van Aalst hadden erop aangedrongen. Iemand van de Spareribclub moest toch wat zeggen?
En ik had Arie van ons drieën toch het beste gekend? Van Aalst had het gezegd zonder bijbedoelingen. Dirk had me niet aangekeken.
Mijn vrouw komt erbij staan.
‘Ha jongens, gecondoleerd, hè?’
‘Gecondoleerd, Mar,’ zegt Van Aalst.
Dirk knikt met een hoofd vol ernstige rimpels.
‘Hebben jullie Ank al gezien?’ vraagt Mar.
‘Nee,’ zegt Dirk. ‘We zijn ook nog niet binnen geweest.’
‘Laten we dat maar eens doen dan,’ zegt Van Aalst en hij gooit de nog niet voor de helft opgerookte sigaret op de grond. ‘Ik lust wel een bakkie.’
We lopen de brede, donkergrijs granieten trap naar de ingang op. Een magere knaap in een te ruim zwart pak houdt de glazen deur open.
Binnen staat de airco te blazen. Het is aangenaam koel. Ik zal me laten opdrogen en dan m’n colbert aantrekken.
We worden naar een ontvangstruimte gedirigeerd. Op een stoel in de hoek zit Ank. Naast haar Danique, haar dochter. Eromheen een kluit mensen. Er wordt veel over schouders gewreven.

Ik ken Arie, Dirk en Van Aalst sinds ’87. Van de golfbaan in Numansdorp.
Daar liepen vooral artsen, advocaten en oud geld rond. Mensen die hun neus voor ons ophaalden. Omdat we niet gestudeerd hadden, denk ik. Z0 trokken we naar mekaar toe. Uitsluiting schept een band.”

 

 

1960004-6ff58238d6c26c8b0d8dd41a03a3a140.jpg
Jerry Hormone (Numansdorp, 26 september 1982)

 

 

De Braziliaanse schrijver Luís Fernando Veríssimo werd geboren op 26 september 1936 in Porto Alegre, Rio Grande do Sul. Zie ook alle tags voor Luís Fernando Veríssimo op dit blog.

Uit:Borges and the Eternal Orangutans (Vertaald door Jull Costa)

“Jules Verne's Captain Nemo had the sea and a library."
“Yes. but not. as far as we know, any literary talent."
“Because Urquiza wasn't knocking on Rotkopf's door.
According to your account, Cuervo, the Japanese professor only heard Urquiza knocking on someone's door at midnight and shouting ‘Open up, it's Urquiza.' How can we be sure that it was Rotkopf’ s door? It could have been Johnson's door."
"But he wouldn't have been able to open the door because, at that moment. he was in Rotkopf's room stab-
bing him three times with 'the slicer'!" I cried.
“Or eLse unsuccessfully trying to persuade Rotkopf not to discredit him the following day," you went on. “Rotkopf doubtless replied with his irritating little jingle: 'Israfel, Israfel, does it ring a bell?’, and Johnson would have been unable to restrain himself. Who would?"
There was a pained expression on Cuervo's face.
"And what would Urquiza have wanted with Johnson?" he asked.
Perhaps to dissuade him from presenting his talk on the Necronomicon and then, if Johnson refused, he would have killed him."
I completed your thesis, Jorge, in literary style.
“Johnson is in Rotl at three o’clock in the morning. They have been arguing since half past eleven. Johnson searches the room, looking for Rotkopf’s lecture, while Rotkopf is dying on his sheet
of blood. Johnson notices, too late, that Rotkopf is still alive and has managed to reach the phone and dial someone's number."



1960004-036e6db99947c8be10af5614dbefdfb9.jpg
Luís Fernando Veríssimo (Porto Alegre, 26 september 1936)

 

 

De Engelse schrijver Mark Haddon werd geboren op 26 september 1962 in Northampton. Zie ook alle tags voor Mark Haddon op dit blog.

Uit: De pier stort in (Vertaald door Harry Pallemans)

"23 juli 1970, eind van de middag. Een koel windje van het Kanaal, schaapjeswolken in de lucht en ver weg op zee een zuil zonlicht die op een trawler valt alsof God het schip voor een of andere zegening heeft uitverkoren. De bovenste verdiepingen van de regency-gebouwen langs de boulevard steken uit boven een rij koffiehuizen ven fishand-chipstentjes en snuisterijwinkeltjes met gestreepte luifels die ijshoorntjes en gedroogde zeepaardjes in enveloppen van cellofaan verkopen. De namen van de hotels staan er met grote letters op, in neon en weerbestendige verf. Het Excelsior, het Camden, het Royal. In het woord Royal ontbreekt de o.
Meeuwen cirkelen en krijsen. Tweeduizend mensen slenteren over de promenade, sommige met een handdoek en een blikje Tizer op weg naar het strand, andere blijven staan om een shilling in de telescoop te doen of tegen een pistachegroene balustrade te leunen waarvan de verf door honderd jaar zilte lucht is gebladderd en gebarsten. Een meeuw raapt een wafel van een gevallen ijsje op en vliegt ermee de wind in.
Op het strand timmert een gezette vrouw een windscherm in het zand vast met de hak van een schoen terwijl een sproetige tweeling een fort van zand en ijsstokjes bouwt. De man van de strandstoelen haalt de huur op, met op zijn heup een leren beurs waaruit hij wisselgeld geeft.
‘Niet verder dan je middel,’ roept een vader. ‘Susan? Niet verder dan je middel.’ Op de pier hangt een dikke geur van machinevet en gebakken uitjes die op hotdogs worden gelepeld.”


1960004-97362c29882c4082890912b2b1a37423.jpg
Mark Haddon (Northampton, 26 september 1962)

 

 

De Engelse schrijver, criticus en columnist William Self werd geboren in Londen op 26 september 1961. Zie ook alle tags voor William Self op dit blog en ook mijn blog van 26 september 2010.

Uit: Junk Mail

"These letters are remarkable not least because, as their writer slowly acquires a sense of the possibility of having an input into mainstream culture, so the very cultural avant—garde of which he
himself is the last great avatar fades into senselessness and irrelevance.
An omnivorous reader and perpetual student, Burroughs studded his correspondence with references both to the wilder shores of esoteric knowledge (his obsessions with Reich, Spengler and Korzybski), and, more surprisingly, to the orthodox canon of English literature: to Spenser and Dryden, Shakespeare and Pope. Burroughs quotes Pope — ‘Willing to wound yet afraid to strike ...’ — in describing Bill Garver, the decrepit overcoat thief and addict—model for Bill Gains in Junky. And in this, his narced-out polymathy and
propensity to envision grandiose universal schemas (the back-end of this volume is much preoccupied with the cancer/addiction/psychosis biopathy), Burroughs is more of an heir to De Quincey than a godfather to Frank Zappa.
The actual topography of the Letters includes all the muddled territories of Burroughs’s best works. The journey begins within the sepia hinterland of New York, New Orleans and Mexico City that forms the backdrop for Junky. We then head south into Latin America, with our guide ‘taking pictures, trying to get the bare dry mountains, the wind in the white dusty poplar trees, the sad little parks with statues of Generals and cupids’. It is this landscape, full of the ‘stasis horrors’, that gave Burroughs the material for Queer, his nostalgic roman—a—clef. But it was also in South America that he took yagé, or ayahuasca, and in a hallucinogenic trance ‘called in’ the mondial bazaar that would be the ‘all cities, of all times and in all places’ of Naked Lunch.
No wonder that, when Burroughs actually reached Tangier at the beginning of 1954, he was miserably disappointed: ‘What’s all this old Moslem culture shit?’ he writes to Ginsberg with sublime incorrectness.”



1960004-5625aab9c4a6577e0d8b5c010821e0a3.jpg
William Self (Londen, 26 september 1961)

 

 


De Amerikaanse schrijfster Jane Smiley werd geboren op 26 september 1949 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Jane Smiley op dit blog en ook mijn blog van 26 september 2010

Uit: Some Luck

“She could not have created this moment, these lovely faces, these candles flickering, the flash of the silverware, the fragrances of the food hanging over the table, the heads turning this way and that, the voices murmuring and laughing. She looked at Walter, who was so far away from her, all the way at the other end of the table, having a laugh with Andrea, who had a beautiful suit on, navy blue with a tiny waist and white collar and cuffs. As if on cue, Walter turned from Andrea and looked at Rosanna, and they agreed in that instant: something had created itself from nothing—a dumpy old house had been filled, if only for this moment, with twenty-three different worlds, each one of them rich and mysterious.”
(…)

“Walter didn’t know what to make of his two boys. If you looked at it a certain way, then the one who needed the beatings to toughen him up, namely Joey, never did a thing to earn a beating, because he hadn’t the gumption, and the one who got the beatings learned nothing from them. Looking back on his own childhood, Walter saw a much more orderly system: His father or mother told them the rules. If they got out of line, even not intending to, they got a whipping to help them remember the next time, and they did remember the next time, and so they got fewer beatings, and so they became boys who could get the work done, and since there was plenty of it, it had to get done. That was life, as far as Walter was concerned—you surveyed the landscape and took note of what was needed, and then you did it, and the completed tasks piled up behind you like a kind of treasure, or at least evidence of virtue. What life was for Frankie he could not imagine.”

 

1960004-e336b2d2699b9dca85d4feb9c4ed97a2.jpg
Jane Smiley (Los Angeles, 26 september 1949)




Zie voor nog meer schrijvers van de 26e september ook mijn blog van 26 september 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten