Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 september 2016 tot 1 oktober 2016

Khlaid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O'Brien

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit:Iedereen krijgt klappen

„Die vechtlust, die energie. Wauw! Ik raakte ervan in de ban. Het zweet spatte alle kanten op. Ik kon er wel uren naar kijken. Naar die klappende, sterke mannen. Hun verwoestende kracht. Die kracht daagde me uit.
Op een dag ben ik naar binnen gelopen. Een ouwe man kwam op me af lopen.
‘Meneer, ik wil hier trainen,’ zei ik.
‘Mijn moeder ook,’ reageerde die ouwe vals en hij draaide zich weer om.
Maar ik bleef aandringen. ‘Meneer, meneer, ik ben serieus. Ik ben echt serieus. Ik heb talent, meneer! Ik wil echt! Ik zal het bewijzen! Laat het me bewijzen!’
Met een frons in zijn ouwe kop keek de man mij doordringend aan. ‘Kom dan maar mee,’ zei hij na een diepe zucht. Alsof ik de zoveelste was die fantaseerde dat hij de nieuwe Mohammed Ali was. Ik liep achter hem aan, de zaal door, nagekeken door die boksende krachtpatsers. Ze sloegen hard op de bokszakken. Sommigen waren aan het touwtjespringen.Achter in de zaal van de boksschool Serious Gym mocht ik mijn jas uittrekken.
‘Laat maar zien,’ zei de man kleinerend en hij knipoogde naar een langharige spierbundel. ‘Laat maar eens zien aan opa.’
Ik mocht helemaal losgaan op de stootzak. Ik gooide er alle woede uit. Als een bom die heel Amsterdam kon platleggen.
Nee, heel Europa. De wereld! Zoveel woede had ik in me. Baf! Baf! Baf! Ik stootte alles van me af.
Baf! Baf! Baf! Ik hijgde als een hond.
Toen ik klaar was, zag ik hoe Mickey en de twee jongens die aan het trainen waren mij verrast aanstaarden.Ik had duidelijk indruk gemaakt met mijn natuurtalent.Ze keken me aan zoals geen enkele stiefvader ooit naar me had gekeken. Met iets van bewondering in de ogen.
Nooit eerder had ik zoveel bewondering gevoeld. Ik kreeg ook zomaar schouderklopjes. En vriendelijke tikjes tegen mijn achterhoofd. Ik voelde me sterk. Ik voelde me verdomme eens gewaardeerd. Eye of the Tiger! Mr T., champion of the world.
‘Hier valt wat van te maken! Morgenochtend om acht uur in de gym,’ zei Mickey enthousiast. ‘En geen minuut later!’

 

 1961678-4f84c9bd59ad23249c9339eb5d29c159.jpg
Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

 

De Duitse schrijver en undercoverjournalist Günter Wallraff werd geboren op 1 oktober 1942 in Burscheid bij Keulen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Wallraff op mijn blog.

Uit: Aus der schönen neuen Welt

„Ich antworte, dass ich drei Jahre im Goethe-Institut in Daressalam Deutsch gelernt habe. – Ob ich Arbeit habe? – Nein, antworte ich. Da schlägt er mir vor, ich solle es doch als Kuli versuchen, am besten gleich hier: "Rudern, rudern!", ruft er und zeigt auf das Boot, das wir gerade verlassen haben.
Dass die Abneigung gegen Schwarze keine Altersfrage ist, erlebe ich später in einer Fußgängerzone in Cottbus . Ich komme an einem Juweliergeschäft vorbei und erkundige mich nach einer Armbanduhr mit Stoppfunktion. Die junge Verkäuferin behauptet, so etwas führe sie nicht. Ich weise sie darauf hin, dass die Uhr im Schaufenster sehr wohl eine Stoppfunktion hat. Die Frau lässt sich dann doch auf ein Verkaufsgespräch ein und zieht schließlich eine teure goldene Uhr hervor. Als ich sie in die Hand nehmen will, hält die Verkäuferin die Armbanduhr mit verkniffenem Lächeln krampfhaft fest.
Ich kann mir nicht vorstellen, dass die Frau schon einmal Erfahrungen – gar schlechte – mit schwarzen Kunden gemacht hat. Aber Fremdenfurcht, genau wie Antisemitismus, hat ja auch nichts mit realen Erfahrungen zu tun, tritt sogar umso häufiger auf, je seltener Menschen Fremden begegnen.
Ein Kollege aus unserem Filmteam, der den Laden betritt, als ich ihn gerade frustriert verlasse, bittet die junge Frau ebenfalls darum, ihm die Uhr über den Tresen zu reichen, und bekommt sie ganz selbstverständlich ausgehändigt. Dann fragt er sie mitfühlend, ob sie gerade Angst gehabt habe um das gute Stück.“

 

 1961678-c3f4507404b60a69dfe7eb3d08a06cf0.jpg
Günter Wallraff (Burscheid, 1 oktober 1942)

 

 

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

 

Landschap: bomen van licht

Landschap: bomen van licht, bij 't óp-stralende blaken
van zonne-vlakken, in schettren, scherp, op de daken;
en óm: de zware tocht van stromen, - wijde stromen
gekomen tot een meer als van glooiënd goud-laken.

Neer, door het goud-doorzegen blauw, geselen striemen
van schelle klaart die 't heil van open lichten lacht,
en de aureate horizon van brede pracht
schijnt in een purpren wrong de aarde óm te willen riemen.

Zie: vogels draaien gek door 't golpend zonne-zijn
dat giet zijn stralen-brand van woeste licht-orkanen.
En enkel déze vreê: de vreê der staat'ge zwanen
op 't peerlen-telend vlak van 't welig meer-gedein...

- o Lente, die daar tiert in 't vreugde-hijgend streven;
Lente, blij-flakkrend zijn van wijdse heerlijkheid;
Lente, die 't broeiend vuur van 't bremstig gloren zijt
dat ik, tot zang en daad, door hoofd en hand voel beven;

Lente, o Lente in de macht van gloed-zaaiende goden;
gierend uw wellust bij het zwoegen van uw willen:
ik, zat van nieuwe zon en vreugd-schaatrende gillen,
zinge u Hymnen van goud, gulzig-wassend als Oden!

 

 1961678-b4661508490827d0cce96edf47cc5d7f.jpg

P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

 

 

De Nederlandse schrijver Israël Querido werd geboren in Amsterdam op 1 oktober 1872. Zie ook alle tags voor Israël Queriodo op dit blog.

Uit: Levensgang: roman uit de diamantwerkerswereld

“En daarom had ze van daag, meer sluipend dan loopend, naast d'r vader doorgestapt, angstiglijk dragend den bol vóor d'r buikje, op sidderend vierkant houten staakje, in één kramphouding, haar armen verlamd voelend. Door borst en schouders had ze pijnstriemingen en iets heets-verdoovends voelen tintelen toen, maar toch had ze volgehouden, onder porren van d'r vader, haar lippen stuk bijtend van wilsinspanning. Zóó was de ordenaal, zonder 'n droppel groen zeelicht minder, de nieuwe woning ingedragen. De meubelbrokken waren maar dwars-mal, op- en in elkaar, in het stikdonkere achterkrot - de woon- en slaapkamer - gestapeld, dat kelder-kil, z'n leegen, zwarten muil met houtrommel en nog wat toegestopt kreeg. Er was een duffe nachtstank, een luchtloos waas van schimmel weggescheurd en uitgeslagen, door luid gestommel en geschreeuw van verhuizers, door krijschgeroep van hier-en-daar neergesmak. Verwarrend, over elkaar heen tuimelend, zich ijler achter elkaar verdringend, waren de nacht-duffe gestalten van 't luchtloos achterkrot naar de keuken gevloeid. Het eerst was Hols' werkplaats in orde gebracht. Zelf had ie geen bal mee geholpen; dáár was ie veel te lijs voor. Alles had vrouw Hols moeten doen met haar twee leegloopers-zonen. Toen hij nou den heelen boel zoo zenuwachtighaastig had opgejaagd, dat ze 't groen en geel voor de oogen werd, was de boel maar wild dooreen in het slaap- en woonkrot weggeduwd en neergestommeld. Uitgemaakt was 't al lang, dat de drie doodvreters op 't zolderhok zouën slapen, - een vuil krotzoldertje, half door tengelmuur afgeschut, met 'n stik-bestoft, sterachtig gebarsten lichtraam, op zij het kamertje in-hellend. Overal, zat 't vol sappig-druipende vuilnisklonten, net vettige spin-lijven schommelend tusschen vermolmd spinragweefsel, lijmerig uitgeschimmelde, bemorste balkpunten en dakreten, als insectenafgrond gapend achter tengelhaar en inwaterenden muur. De ingang van het krot stond open aan de trap, waarvoor 'n verrot latten deurtje bibberde, bruin-kwasterig, half beteerd, wild bepenseeld met ingeweekte zwartselplekken en groen-breiïge verfklodders. Vocht wasemde sieperend langs de wanden, uit de kapotte dakpannen en open gaten onder 't gebarsten ruit, 't krot zuur in-stinkend als beschimmeld stijfsel, in stralige bochten uitspuitend bij 't vensterraam in den hoek.“

 

 1961678-eb51625ea7dc35c7eefc32d7b61af65a.jpg
Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

 

 

De Franse dichter Charles Cros werd geboren in Fabrezan op 1 oktober 1842. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Charles Cros op mijn blog.

 

A tuer

Voici venir le printemps vague
Je veux être belle. Une bague
Attire à ma main ton baiser.

Aime-moi bien ! Aime-moi toute
Surtout jamais, jamais de doute.
Ta fureur ? Je vais l'apaiser.

J'ai mal fait. - Mais ne sois pas triste,
Enterre-moi sous la batiste.
Je meurs ! des coussins, des coussins !

A présent je serai bien sage
Tes bras autour de mon corsage
Et tes lèvres entre mes seins.

 

 

Phantasma

J'ai rêvé l'archipel parfumé, montagneux,
Perdu dans une mer inconnue et profonde
Où le naufrage nous a jetés tous les deux
Oubliés loin des lois qui régissent le monde.

Sur le sable étendue en l'or de tes cheveux,
Des cheveux qui te font comme une tombe blonde,
Je te ranime au son nouveau de mes aveux
Que ne répéteront ni la plage ni l'onde.

C'est un rêve. Ton âme est un oiseau qui fuit
Vers les horizons clairs de rubis, d'émeraudes,
Et mon âme abattue est un oiseau de nuit.

Pour te soumettre, proie exquise, à mon ennui
Et pour te dompter, blanche, en mes étreintes chaudes,
Tous les pays sont trop habités aujourd'hui.

 

 1961678-0b3a11957158fec2195054525199d1f6.jpg
Charles Cros (1 oktober 1842 - 9 augustus 1888)
Cover cd

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Mum’s the World

In nineteenoseventy, we come
to Bristol City, 'cos my Mum
has seen an advert for some rows
of brand new chalet bungalows
at knockdown prices in The West
and mum knows bungalows the best-
In Pucklechurch they both invest:
some country air, some country folk,
electric fires and no more smoke-
My dad has just retired from work,
but not a man to rest or shirk
he takes up all the household chores,
he does the carpets on all fours-
He empties bins, he fills the shelves
while Mum, the younger of themselves
in Staple Hill inspecting bras
with girls who are not 'la de dahs'
she takes an interest in cars:
she gets a mini, eight years old,
she gets a man to paint it gold
and once a week her hair is dressed
inside the chalet in The West
and once a month she takes a rest-
To lose the pesky Learner’s plates,
it takes a while, it's worth the wait
and Gladys comes to add to this
from Canada, to see her sis
and this completes my mother’s bliss:
so many years since they last clapped
their eyes and hands and overlapped
and Glad goes home and when she's gone
my mum she drives the motor on-
The key is curled, the world ignites-
She drives and dad, he dips the lights-

thank you very much indeed

 

 1961678-c1b89a8d59295c29329c2294685536e8.jpg
John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

 

De Amerikaanse schrijver Tim O'Brien werd geboren op 1 oktober 1946 in Austin, Minnesota. Zie ook alle tags voor Tim O'Brien op dit blog en ook mijn blog van 1 oktober 2010.

Uit: The Things They Carried

“The things they carried were largely determined by necessity. Among the necessities or near-necessities were P-38 can openers, pocket knives, heat tabs, wristwatches, dog tags, mosquito repellent, chewing gum, candy, cigarettes, salt tablets, packets of Kool-Aid, lighters, matches, sewing kits, Military Payment Certificates, C rations, and two or three canteens of water. Together, these items weighed between 15 and 20 pounds, depending upon a man’s habits or rate of metabolism. Henry Dobbins, who was a big man, carried extra rations; he was especially fond of canned peaches in heavy syrup over pound cake. Dave Jensen, who practiced field hygiene, carried a toothbrush, dental floss, and several hotel-sized bars of soap he’d stolen on R&R in Sydney, Australia. Ted Lavender, who was scared, carried tranquilizers until he was shot in the head outside the village of Than Khe in mid-April. By necessity, and because it was SOP, they all carried steel helmets that weighed 5 pounds including the liner and camouflage cover. They carried the standard fatigue jackets and trousers. Very few carried underwear. On their feet they carried jungle boots—2.1 pounds—and Dave Jensen carried three pairs of socks and a can of Dr. Scholl’s foot powder as a precaution against trench foot. Until he was shot, Ted Lavender carried 6 or 7 ounces of premium dope, which for him was a necessity. Mitchell Sanders, the RTO, carried condoms. Norman Bowker carried a diary. Rat Kiley carried comic books. Kiowa, a devout Baptist, carried an illustrated New Testament that had been presented to him by his father, who taught Sunday school in Oklahoma City, Oklahoma. As a hedge against bad times, however, Kiowa also carried his grandmother’s distrust of the white man, his grandfather’s old hunting hatchet. Necessity dictated. Because the land was mined and booby-trapped, it was SOP for each man to carry a steel-centered, nylon-covered flak jacket, which weighed 6.7 pounds, but which on hot days seemed much heavier. Because you could die so quickly, each man carried at least one large compress bandage, usually in the helmet band for easy access. Because the nights were cold, and because the monsoons were wet, each carried a green plastic poncho that could be used as a raincoat or groundsheet or makeshift tent. With its quilted liner, the poncho weighed almost 2 pounds, but it was worth every ounce. In April, for instance, when Ted Lavender was shot, they used his poncho to wrap him up, then to carry him across the paddy, then to lift him into the chopper that took him away. »

 

 1961678-98448d1effab3391c761b65e2b967d76.jpg
Tim O'Brien (Austin, 1 oktober 1946)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Michael Schindhelm, Louis Untermeyer, Inge Merkel, Sergej Aksakov, Michael Bijnens

De Duitse schrijver, vertaler en dramaturg Michael Schindhelm werd geboren op 1 oktober 1960 in Eisenach. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009 en ook mijn blog van 1 oktober 2010

Uit: Dubai Speed

„Zum Glück muss ich auf meine Umgebung achtgeben, denn ich werde gemeinsam mit munteren und bunten Scharen aus dem Flugzeug geleitet und mische mich unter weitere muntere Scharen, die aus anderen Maschinen und Himmelsrichtungen angekommen sind. Man sieht vielen Gesichtern die Aufregung an, ein leichter Rausch breitet sich aus in der Menge, vielleicht die Erwartung von etwas Unvorstellbarem, und wer weiß, ob das an diesem Ort oder dem neuen Jahr liegt.
Das Telefon meldet sich nach ein paar hundert Metern. Textsalven der staatlichen Gesellschaft Etisalat: Desert Safari, Ballooning, City of Gold. Auf dem Weg zum Immigration Counter kommt mir eine Gruppe von angejahrten Briten entgegen, die sich heute Nacht zu gegebener Stunde Papphüte aufgesetzt und Lametta zugeworfen haben, einander untergehakt halten und mit feuchten Lippen ›Waltzing Mathilda‹ vor sich hinsummen. Es gibt immer Leute, die es leichter haben. Meistens sind es Briten.
Ich finde vier Schalter vor, an denen Arbeitsvisa ausgeteilt werden: jeweils einen für arabische, asiatische und afrikanische Immigranten und einen für Europäer und Amerikaner. Dieser ist nicht besetzt. Vor den anderen ballt sich eine Menschentraube, die Leute kommen wahrscheinlich aus Indien, Bangladesch und Pakistan. Ein junger Emirati hinter dem afrikanischen Schalter winkt mich zu sich. Er trägt einen schwanenweißen Dischdasch und hat ein schönes, schmales, von einem kurzgeschnittenen schwarzen Bart gerahmtes Gesicht. Mit nervöser Neugier beobachte ich, wie er jedes Mal seine Kopfbedeckung gerade rückt, bevor er den Stempel auf das vor ihm liegende Dokument sausen lässt. Vor mir warten zwei Jungs mit tansanischen Pässen. Sie sind mindestens einen Kopf größer als ich und höchstens Anfang zwanzig. Der eine schleudert mit der rechten Hand lässig eine weiße Perlenkette im Kreis herum und zeigt mir ab und zu sein tadelloses Gebiss. Nachdem der Emirati die beiden entlassen und meinen Pass gesehen hat, nuschelt er ein Grüß Gott! Ich will ihn fragen, wo er das her hat, aber schon bekomme ich meinen Pass mit einem eingeklebten Doppelblatt zurück.“

 

 1961674-5968afa15d4cb74aa9f11ca07b10f6c9.jpg
Michael Schindhelm (Eisenach, 1 oktober 1960)

 

 

De Amerikaanse dichter en bloemlezer Louis Untermeyer werd geboren op 1 oktober 1885 in New York City. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010

 

Ivory And Rose

Here in this moonlit room, I watch you slip
One shoulder from your dress and turn to me;
A polished statue, flushing to the tip
Of marble fingers gradually.

And, like a ripe moon out of flimsy clouds,
Blossoms the shining fulness of your breast.
These curves conceal, this dear perfection shrouds
A soft, miraculous nest.

Your ivory body pulses as the white
Flesh catches flame and rosy tremblings move
Over this sanctuary of delight,
The last asylum of our love.

 

 

Only Of Thee And Me

Only of thee and me the night wind sings,
Only of us the sailors speak at sea,
The earth is filled with wondered whisperings
Only of thee and me.

Only of thee and me the breakers chant,
Only of us the stir in bush and tree;
The rain and sunshine tell the eager plant
Only of thee and me.

Only of thee and me, till all shall fade;
Only of us the whole world's thoughts can be --
For we are Love, and God Himself is made
Only of thee and me.

 

 1961674-3c9f35c346733150d76f2453e4524c25.jpg
Louis Untermeyer (1 oktober 1885 - 18 december 1977)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Inge Merkel werd geboren op 1 oktober 1922 in Wenen. Zie ook alle tags voor Inge Merkel op dit blog en ook mijn blog van 1 oktober 2009 en ook mijn blog van 1 oktober 2010

Uit: Eine ganz gewöhnliche Ehe: Odysseus und Penelope

“Warum ist in diesem Frühling das weinrote Inselmeer voll von rauschenden Schiffen? Alle halten sie Kurs auf die Peloponnesos zu! Hochmastige Schiffe mit weißen und gelben Segeln. Segel auf schlanken und langen, Segel auf breiten, bauchigen Schiffen. Rote Schiffe und schwarze Schiffe, den Vordersteven mit großen, geschweiften Augen bemalt. Dreigeteilt der hochgezogene Bug, am Heck nach innen gebogen der Kopf eines Pferdes. Die Segel knattern im frischen Wind an den knirschenden Rahen.
Warum sind in diesem Frühling alle Straßen, die nach Sparta führen, so voll von Wagen? Leichte, zweirädrige Gefährte. Vierrädrige große, kunstreich verziert, beschlagen mit gehämmerter Bronze, überdacht zum Schutz vor der Sonne und mit geflochtenen Sitzen ausgestattet, die im Wagenkorb schaukeln und die Stöße abfangen von den holprigen Straßen, in die der Winterregen Rinnen und Löcher gewaschen hat. Gemächliche Maultiere ziehen die Wege entlang, überholt von Gespannen feuriger Rosse, Peitschengeknall und Wolken des Staubes, Rädergeratter und das Knirschen des ledernen Zaumwerks, das oft mit glitzernden Glöckchen behangen ist. Auch Lastwagen rumpeln daher, von Ochsen gezogen, gedeckt mit Planen, damit der spritzende Kot nicht verdirbt, was an kostbaren Gaben nach Sparta geführt wird.
Keiner - er käme denn aus der Barbarei - hätte eine solche Frage stellen müssen! Jeder Bauer und Hirt, der von Acker und Weide den Zügen nachsah, die Augen mit der Hand gegen das Blenden der Frühjahrssonne bedachend, jeder von ihnen wußte, warum in diesen Wochen die Straßen und Wege Lakedaimons so ungewöhnlich belebt waren.
Helena, Ziehtochter des Königs von Sparta, war mannbar geworden. Alles was Namen hatte und auf sich hielt auf den Inseln und dem griechischen Festland, kam, um zu werben oder um wenigstens dabei zu sein bei diesem großen Treffen.“

 

 1961674-7a17734fbe2cd3078ca42f7d120eae13.jpg
Inge Merkel (1 oktober 1922 – 15 januari 2006)

 

 

De Russische schrijver Sergej Aksakov werd geboren op 1 oktober 1791 in Oefa.Zie ook alle tags voor Sergej Aksakov en ook mijn blog van 1 oktober 2010

Uit: A Russian Gentleman (Vertaald door J. D. Duff)

“It was said, indeed, that an entertainment of this kind might last a week or even a fortnight: it was impossible for Bashkirs to do business in a hurry, and every day it was necessary to ask the question, "Well, good friend, is it time now to discuss my business?" The guests had been eating and drinking, without exaggeration, all day and all night; but, if they were not completely satisfied with the entertainment, if they had not had enough of their monotonous singing and playing on the pipe, and their singular dances in which they stood up or crouched down on the same spot of ground, then the greatest of the chiefs, clicking his tongue and wagging his head, would answer with much dignity and without looking his questioner in the face:
"The time has not come; bring us another sheep!" The sheep was forthcoming, as a matter of course, with fresh supplies of beer and spirits; and the tipsy Bashkirs began again to sing and dance, dropping off to sleep wherever they felt inclined. But everything in the world has an end; and a day came at last when the chief would look his host straight in the face and say: "We are obliged to you, batyushka, ever so much obliged!
And now, what is it that you want?" The rest of the transaction followed a regular fashion. The customer began with the shrewdness native to your true Russian: he assured the Bashkir that he did not want anything at all; but, having heard that the Bashkirs were exceedingly kind people, he had come to Ufa on purpose to form a friendship with them, and so on. Then the conversation would somehow come round to the vast extent of the Bashkir territory and the unsatisfactory ways of the present tenants, who might pay their rent for a year or two and then pay no more and yet continue to live on the land, as if they were its rightful owners; it was rash to evict them, and a lawsuit became unavoidable. These remarks, which were true enough to the facts, were followed up by an obliging offer to relieve the kind Bashkirs of some part of the land which was such a burden to them; and in the end whole districts were bought and sold for a mere song.”

 

 1961674-bc8e7f9c5810cdef74737fd8ccf3dff4.jpg
Sergej Aksakov (1 oktober1791 - 12 mei 1859)
Portret door Vasily Perov, 1872

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse schrijver Michael Bijnens werd geboren in 1990 in Genk. Zie ook alle tags voor Michael Bijnens op dit blog.

Uit: Cinderella

“Het was haar luidste kreet tot dusver. Het stuk bos tussen mijn moeders barak en de dichtstbijzijnde autostrade leek te zijn opgeschrikt. Langs alle kanten fladderde en ritselde er iets. De andere twee honden waren Gucci ondertussen gevolgd. Ze hadden geen enkele bestemming, geen konijn om op te jagen, geen hol om in te kruipen, en toch spurtten ze opnieuw verbeten en onvermoeibaar in het rond.
Hier waren wij opnieuw minstens een kwartier zoet mee. Ik zette mij neer op een blok brandhout en stak een sigaret op, uit het pak van mijn moeder, zij smoorde er toch zestig per dag.
‘Maak dat gij hier zijt. Subiet gaat gij wat meemaken!’
Tegen die honden, gelukkig niet tegen mij. Dat durfde ze al jaren niet meer.
Mijn moeder draaide rond in de pirouetten van een gehandicapte balletdanseres. De manier waarop zij met haar armen zwaaide, kon niet anders dan zeer doen aan haar gewrichten. Haar stem klonk gelijk het gekraak van een sopraan met een chronisch gezwel in haar keel. Alles aan haar was continu overspannen, de show van haar leven had geen begin en geen einde. Een van de belangrijkste redenen dat zij mij had gebaard was om haar toeschouwer te zijn.
‘Gij moet die honden in slaap laten doen,’ zei ik.
‘Michael, houd gij alstublieft efkes uw bakkes.’ Zij deed moeite om dat in een vriendelijk timbre te zeggen door de woorden te rekken, maar slaagde daar nauwelijks in.

 

 1961674-f43413312b2e40992ede1b388b7aea76.jpg
Michael Bijnens (Genk, 1990)

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Eli Wiesel, Roemi, Henk Spaan

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Zie ook alle tags voor Willem G. van Maanen op dit blog.

Uit: Bagatellen

“Zo gaan die dingen blijkbaar: ik maak ouder gewoonte een wandeling door het bos, het is laat in de herfst, de grond ligt vol gevallen blad, ik schop erdoorheen, stuit na de zoveelste trap op iets wat niet meegeeft, niet zozeer hard als wel zwaar, een zak zand of zoiets, trap nog eens, geen beweging
in te krijgen, begin te graven, blad weg te schuiven althans, er komt een fietser aan op zo’n stoere terreinfiets met brede banden, vraagt of ik wat kwijt ben, nee, ik ben niks kwijt, ik zoek ook niks maar er ligt hier iets wat ik niet kan thuisbrengen, een volle zak of tas die iemand verloren moet hebben of vergeten, hij stapt af om me te helpen of alleen maar toe te kijken, gvd zegt hij, dat is niet iets maar iemand, kijk dan man, en nog eens die vloek, het is een dooie, en ja, zeg ik, je hebt gelijk, ik zie het, het is mijn buurvrouw.
Wacht even, dat zei ik niet, ik dacht het, wist het, alsof ik haar daar zelf had neergelegd. Als dat waar zou zijn was ik het vergeten zoals ik alles vergeet, alzheimer op zijn minst, vervroegde dementie, op den duur dodelijk, maar zover was het nog niet met me. Hoe vaak de dokter me al niet had gewaarschuwd, ga er niet meer alleen op uit, neem iemand mee, je buurvrouw voor mijn part, je kunt jezelf niet meer vertrouwen. Dat sloeg niet op iets met die buurvrouw, maar op Alois Alzheimer, honderd jaar dood al. Of ik een telefoon bij me had, vroeg de fietser, welnee man, hoe kom je erbij, de telefoon hangt bij me thuis aan de muur. Hij keek me aan of ik niet goed bij mijn hoofd was, sprong op zijn fiets om zelf ergens te gaan bellen misschien, beval me te blijven waar ik was. Een bevel, ja, alsof hij het voor het zeggen had. Ik dekte de buurvrouw weer toe, blad over haar gezicht, ik wilde het niet meer zien. Een krassende kraai vloog over, achternagezeten door een Vlaamse gaai of zoiets.
Moest ik daar een teken van het een of ander in zien soms? Even later de alarmkreet van een andere vogel, maar dat was de auto van de politie met daarachter een ambulance, allebei in volle vaart, alsof er nog iets of iemand te redden viel. Twee agenten sprongen naar buiten, dirigeerden de ambulance tot vlak bij de dode, op gevaar af haar voor de tweede keer om te brengen, wendden zich tamelijk dreigend tot mij, of ik maar eens wilde vertellen wat er aan de hand was. Van de fietser geen spoor, op mijn vraag waar hij was gebleven kreeg ik geen antwoord. De bemanning van de ziekenwagen, twee hagelwit geklede broeders, schoof een draagbaar uit de achterdeur, eerder rukken dan schuiven, gejaagd als om een kwestie van leven of dood.”

 

 1961294-b0df5d1a90aea093f592bb5ba44d6395.jpg
Willem G. van Maanen (30 september 1920 - 17 augustus 2012)

 

 

De Amerikaanse schrijver Truman Capote werd geboren op 30 september 1924 als Truman Streckfus Persons in New Orleans. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Truman Capote op dit blog.

Uit:Breakfast at Tiffany's

“In the envelope were three photographs, more or less the same, though taken from different angles: a tall delicate Negro man wearing a calico skirt and with a shy, yet vain smile, displaying in his hands an odd wood sculpture, an elongated carving of a head, a girl’s, her hair sleek and short as a young man’s, her smooth wood eyes too large and tilted in the tapering face, her mouth wide, overdrawn, not unlike clown-lips. On a glance it resembled most primitive carving; and then it didn’t, for here was the spit-image of Holly Golightly, at least as much of a likeness as a dark still thing could be.
“Now what do you make of that?” said Joe Bell, satisfied with my puzzlement.
“It looks like her.”
“Listen, boy,” and he slapped his hand on the bar, “it is her. Sure as I’m a man fit to wear britches. The little Jap knew it was her the minute he saw her.”
“He saw her? In Africa?”
“Well. Just the statue there. But it comes to the same thing. Read the facts for yourself,” he said, turning over one of the photographs. On the reverse was written: Wood Carving,
S Tribe, Tococul, East Anglia, Christmas Day, 1956.
He said, “Here’s what the Jap says,” and the story was this: On Christmas day Mr. Yunioshi had passed with his camera through Tococul, a village in the tangles of nowhere and of no interest, merely a congregation of mud huts with monkeys in the yards and buzzards on the roofs. He’d decided to move on when he saw suddenly a Negro squatting in a doorway carving monkeys on a walking stick. Mr. Yunioshi was impressed and asked to see more of his work. Whereupon he was shown the carving of the girl’s head: and felt, so he told Joe Bell, as if he were falling in a dream.”

 1961294-314d89db5dd77a5ba8e0be638d6bf7d3.jpg
Truman Capote (30 september 1924 – 25 augustus 1984)
Fotoportret door Jack Mitchell, 1980

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

 

Kerkhof te Carmona

De doden liggen hier goed.

een jongen heeft mij er binnengeleid;
eerst rende hij naast mij en voor mij uit
als een jonge hond in de voorjaarszon,
tot ver buiten de poort,
waar de heuvelrug als een havenhoofd
plotseling afbreekt,
een brug van basalt,
hoog boven het andalusische land
dat golft als een zee, tot de einder beplant
met pril wintergraan. -
toen zijn wij naar het kerkhof gegaan
aan de rand der stad.
er heerst stilte en heldere rust,
geen treurwilg, geen droefenis;
een hof met donker kort gras,
in een hoek een palm en een bron;
en rondom
streng, blinkend wit, overstraald
door de lentezon
de hoge mansdiepe muur
met de doden erin, rij aan rij,
naast en boven elkaar.
geen kruisen, geen wasbloem,
geen handenwringend misbaar;
op een koperen plaat of in marmer gegrift
enkele woorden, en de dood door die soberheid
hersteld in zijn naakte waarde:
het einde der aarde te zijn,
het vuur aan het eind van de tijd.
hoog boven de muur, als een zwarte vlam
in de harde oneindigheid
het roerloze zwaard van de dodenboom,
een cipres die de ruimte splijt.

 

 

Berusting

Tussen dit ogenblik en mijn dood
ligt misschien een lang leven;
ook een groot?
de hoop daarop heeft mij allengs begeven;
maar is het groot of klein niet om het even
voor wie gelooft dat wij pas met de dood
gaan leven?

 

 1961294-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)
Zeist

 

 

De Joods-Roemeens-Frans-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel werd geboren op 30 september 1928 in Sighet (nu Sighetu Marmaţiei), Roemenië. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Elie Wiesel op dit blog.

Uit: Nacht (Vertaald door Curt Meyer-Clason)

„Warum weinst du beim Beten?" fragte er, als kenne er mich seit langem.
„Ich weiß nicht”, erwiderte ich verstört. Die Frage war mir nie gekommen. Ich weinte, weil weil etwas in mir weinen wollte. Ich konnte nichts dazu sagen.
„Warum betest du?” fragte er mich eine Weile später.
„Ich weiß es nicht", antwortete ich noch verwirrter und befangener. „Ich weiß es wirklich nicht.
Von diesem Tage an sah ich ihn häufig. Er versuchte mir eindringlich zu erklären, dass jede Frage eine Kraft besitzt, welche die Antwort nicht mehr enthält.
„Der Mensch erhebt sich zu Gott durch die Fragen, die er an ihn stellt”, pflegte er immer wieder zu sagen. „Das ist die wahre Zwiesprache. Der Mensch fragt und Gott antwortet. Aber man versteht seine Antworten nicht. Man kann sie nicht verstehen, denn sie kommen aus dem Grunde der Seele und bleiben dort bis zum Tode. Die wahren Antworten, Elieser, findest du nur in dir.”
„Und warum betest du, Mosche?” fragte ich ihn.
„Ich bete zu Gott, der in mir ist, dass er mir die Kraft gebe, ihm wahre Fragen zu stellen.”
So unterhielten wir uns fast jeden Abend. Nachdem alle Gläubigen gegangen waren, blieben wir in der dunklen Synagoge sitzen, in der noch ein paar halb heruntergebrannte Kerzen flackerten.
Eines Abends gestand ich ihm, wie unglücklich ich sei, keinen Lehrer in Sighet finden zu können, der mich in den Sohar, in die kabbalistischen Bücher und die Geheimnisse der jüdischen Mystik einführen könne. Er lächelte nachsichtig und sagte nach einer langen Weile:
„Es gibt tausend und eine Tür zum Garten der mystischen Wahrheit. Jeder Mensch hat seine Tür. Er darf sich nur nicht täuschen und ihn durch eine Tür betreten wollen, die nicht zu ihm gehört. Das ist gefährlich für den, der eintreten will und für den, der sich schon im Garten befindet.
Und Küster-Mosche, der arme Barfüßige von Sighet, sprach mit mir stundenlang von der Klarheit und vom Geheimnis der Kabbala. Bei ihm begann meine Einweihung. Zehnmal, zwanzigmal lasen wir ein und dieselbe Stelle des Schar zusammen. Nicht um sie auswendig zu
lernen, sondern um das Wesen, den Kern der Gottheit zu begreifen.“

 

1961294-ed358917af9802817fe7d46d5d177e54.jpg
Elie Wiesel (30 september 1928 2 juli 2016)

 

 

De Perzische dichter en soefistisch mysticus Jalal ad-Din Rumi (of Roemi) werd geboren op 30 september 1207 in Balkh. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Roemi op dit blog.

Uit: Juwelen

Dankbaarheid jegens iemand die je weldaden bewijst
is zeker hetzelfde als dankbaarheid jegens God,
want goddelijke gunst zorgde ervoor
dat hij je die weldaad betoonde.

Niet dankbaar zijn voor wat een mens je schonk
betekent dat je God ondankbaar bent -
zijn recht op dankbaarheid
stamt immers van Gods recht op dankbaarheid.

Dank God altijd voor Zijn gaven,
dank en prijs ook steeds de meester.

Ofschoon de tederheid van een moeder komt van God,
is het toch een heilige plicht en een waardige taak
haar goed te dienen.

 

 1961294-57c1d4f0296967a3ea355bc36f6d3a91.jpg
Roemi (30 september 1207 - 17 december 1273)
Het graf van Roemie in het Mevlâna mausoleum in Konya.

 

 

De Nederlandse (gelegenheids-)dichter, (sport)journalist, televisiepresentator en columnist Henk Spaan werd geboren in Heerhugowaard op 30 september 1948. Zie ook alle tags voor Henk Spaan op dit blog en ook mijn blog van 30 september 2010

 

Cruijff is niet dood

Cruijff is niet dood.
Dat kan niet, wat Teletekst ook zegt.
God is dood, dat is terecht.
Om God laat ik geen traan.
Lennon is dood en Elvis met zijn kuif.
Despoten die heersen over het leven en de dood, zij gaan.
Maar Cruijff…

Johan Cruijff zal altijd blijven, beeld genoeg.
Vergeet niet het geluid.
Die stem en zijn accent, voor eeuwig opgeslagen.
Zelfs als alle beelden weg zijn,
Archieven opgeblazen, overstroomd,
Hun vuur voorgoed gedoofd,
Het maakt niet uit:
Johan Cruijff gaat nooit meer uit je hoofd.

 

 1961294-232f4d0ceb6132c32ccc199b6cc53da9.jpg
Henk Spaan (Heerhugowaard, 30 september 1948)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2013 en ook mijn blog van 30 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:04 Reageer op dit bericht

Wilfried de Jong

De Nederlandse theatermaker, tv-presentator, acteur en schrijver Wilfried de Jong werd geboren in Rotterdam op 30 september 1957. Na het atheneum bracht hij een jaar door in een kibboets. Hij volgde daarna een opleiding aan de Sociale Academie en belandde in het welzijnswerk. Dat was echter niets voor hem en na een blauwe maandag in de journalistiek begon hij met Martin van Waardenberg het theater duo Waardenberg en de Jong. Nadat deze samenwerking was beëindigd legde De Jong zich toe op het maken van televisieprogramma's. Eerst maakte hij voor de VPRO Sportpaleis De Jong en later, samen met Matthijs van Nieuwkerk, Holland Sport, waarvan hij van 2008 tot en met 2011 de enige presentator is. Hij presenteerde ook 24 uur met..., dat vanaf begin 2008 op Nederland 3 werd uitgezonden. Zijn liefde voor sport in het algemeen kwam verder tot uiting in een serie documentaires over de fans, hobbyisten en organisatoren van diverse amateur-sportevenementen. In de in Rotterdam opgenomen serie "Pakhuis de Jong" speelde Wilfried de Jong met doorgewinterde TV-persoonlijkheden in op actualiteit. Daarnaast speelde De Jong soms rollen in films en televisieseries (Evelien) en schreef hij een boek, `De linkerbil van Bettini` en een verhalenbundel: `Aal`. In maart 2007 verscheen ter gelegenheid van de literaire boekenmaand van de Bijenkorf `De opheffing van Bob`, een speciale uitgave, met vier oude verhalen van De Jong. Verder levert Wilfried de Jong regelmatig een bijdrage aan het voetbaltijdschrift Hard gras. In 2009 verscheen `De man en zijn fiets`, een bundel wielerverhalen. Als aanvulling op deze verhalenbundel verscheen er ook een cd Man & Fiets met Ocobar. De Jong schrijft een wekelijkse sportcolumn in NRC Handelsblad. In de zomer van 2013 werd De Jong presentator van het televisieprogramma Zomergasten.] De Jong werd in oktober 2014 op de vrijdagavond presentator van Met het Oog op Morgen, een NOS-radioprogramma.

Uit:Kop in de wind

“De soldaat had een karabijn in de aanslag. Hij keek over me heen, naar de bergtop. De punt van de bajonet stond schuin naar voren gericht klaar om in de borst van een Duitser te prikken. Doorstoten tot je de ribben hoorde breken.
Mort pour la patrie.
Ik fietste in traag tempo en kon daardoor lang naar een stenen beeld kijken. Hoeveel oorlogsmonumenten waren er in Frankrijk? Overal zag je standbeelden van jongens met stoere gezichten onder hun helmen. Nooit eens een huiverige blik in de ogen of een urineplek in de vechtbroek. Het was laat in de middag. Anderhalf uur geleden had ik mijn hete hoofd ondergedompeld in een betonnen waterbak bij een openbare kraan. Alsof je een gloeiende pan onder een koude straal houdt, zo groot was het temperatuurverschil geweest. Proestend was Ik weer bovengekomen. Van dat sprankelende gevoel was niets meer over. Het was benauwd. Mijn hoge hartslag bonkte in mijn slapen. Pas toen ik op de pedalen ging staan, verdween de soldaat langzaam uit beeld. Ik vroeg me af of de remblokjes van het achterwiel aanliepen. Onzin. Het was gewoon steil. Ik keek naar rechts. De weg die ik gereden had slingerde door het dal als een zwarte slang in het groen. Een slok uit mijn bidon. Het ging hard met het vocht vandaag. In de berm schuurden krekels hun vleugels over elkaar. Het geluid dat ze maakten klonk als een noodsignaal; de berg stond op het punt oververhit te raken.. De Fransen in deze streek zochten in de zomer een paar weken verkoeling aan de Côte d’Azur, 150 kilometer verderop. Zelfs de waakhonden van de spaarzame woningen langs mijn route lagen versuft op het erf. Ik reed over gekalkte letters die deels waren weggewassen door regenwater. Ze stonden omgekeerd op het wegdek. Ik kon er geen naam van maken. Was de Tour de France hier gepasseerd? Ik kon het me niet herinneren. Een verkeerspaaltje gaf aan op welke hoogte ik inmiddels zat: 825 meter. Nog een flink stuk verwijderd Val Col de l' Homme Mort, een berg van de eerste categorie. Ik slurpte het bodempje water uit mijn bidon. Leeg. Stom dat ik niet een tweede houder op mijn frame had gemonteerd. Voor me bleef het asfalt oplopen. Ik bid geen moment bijkomen. Doorfietsen. Twintig meter verder stond in de berm een houten bordje geplant. Het had de vorm van een pijl. Mona Lisa 500 m was erop geschilderd. Mona Lisa. Gekke naam in dit Provençaalse landschap. Marie verwachtte je. Christine. Of Jeanne-Marie. als je gewichtig wilde doen met je voornaam. Mona Lisa. Zo'n bordje hoorde in Parijs in het Louvre te staan, zodat je de snelste weg kon nemen naar het schilderij van Leonardo da Vinci. Ik reed het bordje voorbij. Waar kon ik me nu op richten? De laatste teug uit de bidon had niet geholpen tegen de dorst Mijn tong lag droog in mijn wijd opengesperde mond. In de verte stond eenzelfde pijl. Ik praatte op mezelf in. Als ik de pijl haalde, zou ik zonder afstappen bovenkomen.”

 

 2057410-1813a55be13df63ddc7595acc105182a.jpg
Wilfried de Jong (Rotterdam, 30 september 1957)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten