Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 oktober 2016 tot 4 oktober 2016

Coen Peppelenbos, Oek de Jong, Cynthia Mc Leod, Matthieu Gosztola, Gabriel Loidolt, Koos Schuur, Roy Alton Blount Jr.

De Nederlandse dichter en schrijver Coen Peppelenbos werd geboren in Raalte op 4 oktober 1964. Zie ook alle tags voor Coen Peppelenbos op dit blog.

 

De valkunstenaar
(i.m. Bas Jan Ader)

Vallen is loslaten
het moment bepalen
dat je je overgeeft
aan zwaartekracht.

Ik ben te verdrietig
om je te vertellen
dat.

Vasthouden is de voorbode
van vallen. Vasthouden
is onzekerheid in de vingers.

De oceaan opvaren is
horizontaal vallen
je laat de onzekerheid
achter bij de mensen
die je uitzwaaien.

Je ziet mij huilen
je ziet mij vallen
je ziet mij vertrekken
dit laat je niet los.

 

 

Skater

Ik wandel met de bedaarde gang van
een bejaarde langs het spoor naar huis
de avond valt en op het verlaten
parkeerterrein komt een skater
tot leven zijn benen bewegen
met zijn hersens
in zijn tenen
hij kruist en draait
heeft geen verleden
lijkt te zweven
de cameraman houdt
van hem in beelden
legt hem vast in licht
van lantaarnpalen
laat herhalen en herhalen
dansende silhouetten op het asfalt
van de nacht de stad is al in slaap en
de laatste trein naar het westen verdwenen.

 

 1962779-7825d3e7e3b368b7c4b95ed301c8e498.jpg
Coen Peppelenbos (Raalte, 4 oktober 1964)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit: Een man die in de toekomst springt

“De dag begint in het koffiehuis. Er loopt een heel kleine ober rond, een oude man die waarschijnlijk een zakbreuk heeft.
Wanneer hij zich buk! zie je in zijn zwarte broek: aan de binnenzijde van zijn rechterdij, iets vervaarlijks opdoemen en bewegen onder de stof, afhangend tot bijna op zijn knie. De eerste waterpijpen worden besteld. Hij brengt ze rond en bulct zich om er gloeiende kooltjes op te gooien. Men zit langs de wanden: die stofiìg groen zijn, aan kleine tafeltjes. Het is er een komen en gaan, en het lawaai van de straat dringt er volop binnen. Ik drink mijn bittere kofie met een glaasje water: en naast mij zit Louis Ferron. Zijn snor is vochtig. Hij leest Le progrès égyptien en draait onderwijl een sigaret. Het is vroeg in de ochtend, het begin van een warme en stofiìge dag in november.
Op straat zie ik de drukte van Kaïro. Uitpuilende bussen Mannen hangen er in trossen aan, hun djellaba’s wapperen in de wind. Bij de halte vecht men zich naar buiten, tegen de stroom in van degenen die willen instappen. De lenigsten wringen zich door de raampjes naar buiten Tegen een muur zit een bedelaar op zijn hurken Mensen lopen in drommen langs hem. Hij lijkt in zichzelf gekeerd, maar steekt toch steeds precies op tijd zijn hand uit om muntstukken aan te pakken Degene die geefi kijkt niet naar de bedelaar, hij vertraagt maar nauwelijks zijn pas en legt in het voorbijgaan geroutineerd zijn piasters in de uitgestoken hand.
Elke bedelaar heefi zijn plek en zijn methode. In Kairo is bedelen een vak.
Fahid verschijnt, onze gids. Hij is een grote, zelfs rijzige man, ijdel, trots op zijn goede manieren, zijn mondje Engels en zijn functie van Assistant Manager of the Ministry of Culture.”

 

 1962779-53c1f8b942c1b3a66fc77742e465e47e.jpg
Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

 

 

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri McLeod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia McLeod op dit blog.

Uit: Tutuba

“Met de handen op de rug wandelde hij naar het voordek. Hij keek naar de kanonnen op de voorplecht; alle twaalf keurig gepoetst; hij had ze goddank niet een keer nodig had gehad. Op het voordek bleef hij weer even staan en keek naar het boegbeeld. Eigenlijk een vreemd boegbeeld; ook een vreemde naam voor een schip, Leusden. Waarom eigenlijk Leusden? De meeste schepen die hij kende, hadden namen van vrouwen. En zo voelde het voor een kapitein ook aan. Alsof het schip een vrouw was; soms een lieve vrouw, soms een koppige weerbarstige vrouw. Deze reis was de Leusden een lieve meegaande vrouw geweest; hij glimlachte en wandelde naar het achterdek.
Hij zag daar de vier mannen liggen en de vrouwen onder het zeildoek. Hij had de hele reis niet een keer een vrouw gehaald, maar nu had hij behoefte aan een vrouw; hij moest toch maar eentje meenemen. Hij liep op het zeildoek, pakte de eerste de beste arm die hi j vond en trok de vrouw mee. Ze liep gedwee achter hem. Toen hij in zijn kajuit kwam en een kaars aanstak, zag hij dat het een heel jong meisje was. Het schepsel stond letterlijk te beven. Nou ja; een liefdesscène zou het heus niet worden; als ze deed wat van haar verwacht werd, was het vlug voorbij. Hij beval haar op bed te liggen en deed zijn schoenen uit. Vlug en zonder veel omhaal nam hij haar en toen het voorbij was, beduidde hij haar om op te staan. Ze keek hem angstig aan; hij bedacht dat hij haar natuurlijk iets moest geven. Wat gaf je aan zo’n schepsel? Hij graaide in zijn broekzak en haalde een munt te voorschijn. Het bleek een halve daalder te zijn. Dat was te veel, dacht hij. Hij voelde nog eens in zijn zak; alleen een neusdoek, verder niets. Die munt was te veel, maar ja, het moest dan maar. Hij gooide het geld samen met de neusdoek op tafel en wenkte het meisje dat ze dat moest nemen en weggaan.
Dat deed ze, ze pakte iets van de tafel, deed de deur open en verdween. Maar ze liet de deur openstaan en door de luchtstroom woei zijn kaars uit. Stom wicht, dacht hij, want hij moest nu opstaan om de deur dicht te doen. In het donker stootte hij zijn grote teen tegen het kistje. Au! Dat verdomde kistje! dacht hij terwijl hij zijn pijnlijke teen wreef en naar zijn bed strompelde. Op bed zittend en wrijvend aan zijn teen, dacht hij dat hij toch niet moest denken ‘verdomd kistje’. Als alles goed ging en de voortekenen niet bedrogen, had hij over een poosje zelf wel een kistje met goud. Met die prettige gedachte viel hij in slaap.”

 

 1962779-6999d68fa1e87232783d09e5caf63225.jpg
Cynthia McLeod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

 

 

De Franse dichter en schrijver Matthieu Gosztola werd geboren op 4 oktober 1981 in Le Mans (Sarthe). Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Matthieu Gosztola op dit blog.

Uit:Rencontre avec Balthus

Un merle sautille sur la pelouse
Jai tourné la tête au bon moment
Pour entendre les quelques notes
De la mélodie de son geste
Mais pas toi

Je n’aüends pas qu’il repasse
J’ai la vie près de moi
Tu es la vie
La mort n’existe pas
Elle ne prendra pas les dernières imag
Que j’ai de toi

Je te regarde
Je continue
De lever mon bras lentement

J ’ai des gestes très lents
Pour t’habiller

 

Il fait beau
Je suis attentif
À chaque geste que je fais
Pour ne surtout pas te heurter
Ni même le silence
Que je remercie les lèvres fermées
Pour ne pas le troubler

Que je remercie
Pour la façon
Qu‘il a de nous prendre dans ses bras

Puis je te brosse les cheveux
En faisant très attention
Pour que tu n’aies jamais ma]
Pendant que s‘ouvre (pour nous contenir)
Silencieusement
Le poème


 1962779-ea06a0fe002fd14bc1df0a23b0af3be0.jpg
Matthieu Gosztola (Le Mans, 4 oktober 1981)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gabriel Loidolt werd geboren op 4 oktober 1953 in Eibiswald. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gabriel Loidolt op dit blog.

Uit: Die irische Geliebte

„Kurz vor Weihnachten jedoch hatte sie erneut Probleme mit dem Wagen. Ich kam gerade auf den Parkplatz, tatsächlich zufällig, falls der Zufall nicht der unendliche Spielraum Gottes ist. Die Sonne war unsichtbar, aber die Wolken über uns hatten gleißende Ränder, von denen aus das Licht fächerartig ausstrahlte. In Claire unten goß es in Strömen.
"Hello Dany, warum streikt der Motor schon wieder?" stieß Laura verzweifelt aus. Ich lächelte. "Weil dein Lenkrad auf der falschen Seite ist." Sie lachte.
Ein Handy hätte mich wohl überflüssig gemacht, das gab es noch nicht. So stieg sie in meinen Wagen, fütterte mich mit einem Minzbonbon und ließ sich zur Werkstätte fahren, um dem Mechaniker vom letzten Mal die Leviten zu lesen. Dann bat sie mich, sie zur Playing School zu fahren.
Auf der Fahrt schaltete ich oft, um ihren Schenkel zu streifen. Aber nicht zu oft. Selbstverständlich entschuldigte ich mich. Laura kicherte bald ungeniert, sie hatte mich durchschaut. Ich hatte kein schlechtes Gewissen. Es war ein plumper Trick, aber auch ein kleines Ritual, das Ritual hilft einem über gewisse Hürden hinweg. Mein eigentlicher Trick war ein ganz anderer - weil der Sicherheitsbeamte weder am Schranken stand, noch in seiner Kabine hockte, ich aber halten mußte, sah ich meine Begleitung an und sagte in das heftiger werdende Trommeln des Regens:
"Ich würde dich liebend gern küssen, Laura."
Wohl irritiert von so viel unverschämter Wahrheit starrte sie mich plötzlich mit halb offenem Mund an. Ich packte sie blitzschnell am Ansatz des Pferdezopfs und drückte meine Lippen auf ihre. Zu meiner Überraschung fand ich ihre Zunge schnell, atmete ihren warmen Minzeduft in Schüben ein. "O God!" stieß sie bald nach Luft schnappend aus, während sie sich mit den Füßen gegen den Boden stemmte und der Regen als gnädiger Vorhang die Scheiben herunterfloß.“

 

 1962779-4c721770bb74f963f7b8ff587ab84b1d.jpg
Gabriel Loidolt (Eibiswald, 4 oktober 1953)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Jacobus Gerardus (Koos) Schuur werd geboren in Veendam op 4 oktober1915. Zie ook alle tags voor Koos Schuur op dit blog.

 

Een kind tekent
voor A. Marja

koe en paard kakelbont
en een huis van karton
en op de weg een hond
en in de lucht een zon

(het heeft de boom vergeten)

de zon is geel, de hond is bruin
de weg is wit - de witte weg -
en helemaal rondom de tuin
tot aan het huis een groene heg

(maar 't heeft de boom vergeten)

het huis is rood, het dak is rood
en uit de schoorsteen komt wat rook
waar is de boom?
o sapperloot
nu is de boom er ook

 

 1962779-5423ccc826a771c96098b1b086b04d6b.jpg
Koos Schuur (4 oktober 1915 – 1 december 1995)
Cover brievenboek 

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist, musicus en acteur Roy Alton Blount Jr. werd geboren op 4 oktober 1941 in Indianapolis, Indiana. Zie ook alle tags voor Roy Alton Blount Jr. op dit blog en ook alle tags voor Roy Blount jr. en eveneens mijn blog van 4 oktober 2010.

Uit: Save Room for Pie

“My wife, Joan, and I live partly in rural western Massachusetts, where one minute people are discussing the different tastes of bear (very strong) and woodchuck—I guess you don’t ever want to try muskrat, though people do—and the next minute the topic turns to whether turmeric has to be organic. Just the other night in the midst of a hearty meal, we were Googling to see how much more nutritious sesame seeds are with the hulls on than with them off. Not a simple matter, because while the hulls do have food value they also contain—never mind. I try to keep things light by asking how many sesame seeds you should take daily. But these are, after all, matters of life and death.
Speaking of which, I heard the other day that Google has a task force working on an end to death. Not Google’s death, people’s. If eternal life is anything like teen sex (probably not, come to think of it), it will no doubt come along too late for me. But let’s say I get the message, through Gmail: “Hooray, immortality is here! Click for two weeks free.” And I don’t reply right away. Google, again: “Grateful? No? What else do you want?”
Here is my response: “Mashed potatoes with that. And gravy.”
Because there will be a catch. To live forever, I’ll have to give up food, except for Googruel or Gvittles or whatever they’re going to call the only sustenance you can live on forever. Maybe something virtual, you don’t even get to chew. And I’ll have to think long and hard.
“Everybody has their own ideas of paradise. Ours is very traditional,” says Philo Merriday, resident manager of a motel and theme park outside Gatlinburg, Tennessee, known as Heaven on Earth.According to a review this week on FamilyDestinations.com (three stars out of five), Heaven on Earth strives to give guests a foretaste of glory divine. Instead of a pool, Heaven on Earth has a cloud—a gauzy expanse that the reviewer, after lying on it in a long white gown, found “relaxing.” Harp music is piped in, and guests are encouraged to play along on instruments provided on a basis of first come, first served. Attendants passing out complimentary ambrosia and angel food cake are not winged but are otherwise celestially attired, and guests may experience sensations of flying by hooking up to cables on a loop around the complex. No religious services are held. “We’re nondenominational,” says Merriday. “Anyway, church in heaven would be gilding the lily. We want you to feel that you’rethere.”

 

 1962779-5bfe1585afa767c0944e5a5f95da78cc.jpg
Roy Alton Blount Jr. (Indianapolis, 4 oktober 1941)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Mary Elizabeth Braddon

De Engelse schrijfster Mary Elizabeth Braddon werd geboren in Londen op 4 oktober 1837. Haar vader, Henry Braddon, was een weinig succesvol advocaat. Hij scheidde van zijn vrouw Fanny White in 1840, toen Elizabeth drie jaar oud was. Haar broer Edward Braddon vertrok naar India toen Elizabeth tien jaar oud was. Later ging hij naar Australië en werd daar uiteindelijk premier van Tasmanië. Elizabeth kreeg een privéopleiding en werkte enige tijd als actrice om in haar levensonderhoud en dat van haar moeder te voorzien. In 1860 ontmoette zij de tijdschriftuitgever John Maxwell, met wie zij in 1861 ging samenwonen. Maxwell was echter al getrouwd en had vijf kinderen. Zijn vrouw was opgenomen in een psychiatrische instelling in Ierland. Toen deze in 1874 overleed trouwden zij. Het echtpaar kreeg zes kinderen. Braddon ontwikkelde zich tot een bekwaam schrijfster van bestsellers en produceerde ongeveer 80 romans in het populaire sensatie-genre. Vooral met de nog altijd herdrukte roman “Lady Audley’s Secret” vergaarde zij een fortuin. Enkele werken verschenen oorspronkelijk onder het pseudoniem Babington White. Naast de vele romans droeg zij ook artikelen en verhalen bij aan bladen als Punch en The World. Zij was enige tijd redacteur van het literaire tijdschrift Temple Bar en oprichtster en redacteur van het geïllustreerde literaire tijdschrift Belgravia

Uit: Lady Audley’s Secret

“It lay down in a hollow, rich with fine old timber and luxuriant pastures;and you came upon it through an avenue of limes, bordered on either side by meadows, over the high hedges of which the cattle looked inquisitively at you as you passed, wondering, perhaps, what you wanted; for there was no thorough-fare, and unless you were going to the Court you had no business there at all.
At the end of this avenue there was an old arch and a clock tower, with a stupid, bewildering clock, which had only one hand-and which jumped straight from one hour to the next-and was therefore always in extremes.Through this arch you walked straight into the gardens of Audley Court.
A smooth lawn lay before you, dotted with groups of rhododendrons, which grew in more perfection here than anywhere else in the county. To the right there were the kitchen gardens, the fish-pond, and an orchard bordered by a dry moat, and a broken ruin of a wall, in some places thicker than it was high, and everywhere overgrown with trailing ivy, yellow stonecrop, and dark moss. To the left there was a broad graveled walk, down which, years ago, when the place had been a convent, the quiet nuns had walked hand in hand; a wall bordered with espaliers, and shadowed on one side by goodly oaks, which shut out the flat landscape, and circled in the house and gardens with a darkening shelter.
The house faced the arch, and occupied three sides of a quadrangle. It was very old, and very irregular and rambling. The windows were uneven; some small, some large, some with heavy stone mullions and rich stained glass; others with frail lattices that rattled in every breeze; others so modem that they might have been added only yesterday. Great piles of chimneys rose up here and there behind the pointed gables, and seemed as if they were so broken down by age and long service that they must have fallen but for the straggling ivy which, crawling up the walls and trailing even over the roof, wound itself about them and supported them. »

 

 1966713-ca633e93239b154f44f46523b394df34.jpg
Mary Elizabeth Braddon (4 oktober 1837 – 4 februari 1915)

Portret door William Powell Frith, 1865

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

100 jaar James Herriot, Peter Terrin, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier, Sergej Jesenin, Bernard Cooper, Louis Aragon

De Engelse schrijver en dierenarts James Herriot (pseudoniem van James Alfred Wight) werd geboren op 3 oktober 1916 in Sunderland. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook alle tags voor James Herriot op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

Uit: All Things Wise and Wonderful

‘She won’t go anywhere without Emmeline,’ the lady explained.
‘Emmeline?’
‘The doll.’ She held up the rubber toy. ‘Since this trouble started Lucy has become devoted to her.’
‘I see. And what trouble is that?’
‘Well, it’s been going on for about two weeks now. She’s so listless and strange, and she hardly eats anything.’
I reached behind me to the trolley for the thermometer. ‘Right, we’ll have a look at her. There’s something wrong when a dog won’t eat.’
The temperature was normal. I went over her chest thoroughly with my stethoscope without finding any unusual sounds. The heart thudded steadily in my ears. Careful palpation of the abdomen revealed nothing out of the way.

 

1962335-6b74496c0ddc0d04952971650ef5a35e.jpg
Christopher Timothy (James) en Robert Hardy (Siegfried) in de tv-serie "All Creatures Great And Small" (1978 – 1990)

 

The lady stroked Lucy’s curly poll and the little animal looked up at her with sorrowful liquid eyes. ‘I’m getting really worried about her. She doesn’t want to go walks. In fact we can’t even entice her from the house without Emmeline.’
‘Eh?’
‘I say she won’t take a step outside unless we squeak Emmeline at her, and then they both go out together. Even then she just trails along like an old dog, and she’s only three after all. You know how lively she is norrnally.’
I nodded. I did know. This little poodle was a bundle of energy. I had seen her racing around the fields down by the river, jumping to enormous heights as she chased a ball. She must be suffering from something pretty severe, but so far I was baffled.
And I wished the lady wouldn’t keep on about Emmeline and the squeaking. I shot a side glance at David. I had been holding forth to him, telling him how ours was a scientific profession and that he would have to be really hot at physics, chemistry and biology to gain entrance to a veterinary school, and it didn’t fit in with all this."

 

1975151-747ae53a2cf3c0e3b0ca3cf66cc2c274.jpg
James Herriot (3 oktober 1916 - 23 februari 1995)

 

 

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

Uit: Post Mortem

“Hij stootte flacons om, badzout, speelgoed, de grote plastic kikker met de kleine kikkertjes erin. Hij leunde op de badrand en tastte zo ver hij kon naar een handdoek die mogelijk op de radiator lag. Onwillekeurig bewogen zijn ogen achter de gesloten oogleden, volgden zijn handen, keken naar wat hij zich verbeeldde, en elke beweging verhevigde het prikken. Misschien was het een zenuwaandoening, die plots, door de warmte van het stortwater, was doorgebroken. Een remedie tegen deze zeldzame ziekte bestaat niet. Slechts pijnstillers kunnen hem helpen, maar ook verdwazen zij hem en maken het schrijven compleet onmogelijk.
Een paar zinnen per dag, hooguit, getikt met betraande ogen. De rest van de tijd suffen op de bank. Dik worden. Waarom zocht hij een handdoek? Hoe zou een handdoek de pijn verlichten? Waar zat hij met zijn gedachten?
Weer zag hij de kaart van Europa, dit keer versierd met vreemde, bewegende sterretjes, die door zijn oogspieren telkens in één richting werden geduwd, langzaam vertraagden, tot ze weer één kant op schoten. Vroeger, toen hij een kind was, in het eerste donker na het doven van het nachtlampje, verscheen precies dit soort sterretjes tegen de zwarte binnenkant van zijn ogen. Het waren er altijd twee. In die tijd had hij niet aan sterretjes gedacht, maar aan de oplichtende ogen van een uil, die voor de rest onzichtbaar bleef. Het was een wijs dier, dat over hem waakte en dat hij in gedachten, nooit hardop, aansprak met ‘Meneer de Uil’. Hij bleef de hele nacht bij hem, verdween pas vlak voor hij ’s morgens wakker werd. Hij vertelde het aan niemand; het kwam hem zo normaal voor als het hebben van een vader en een moeder.
Misschien was zijn Meneer de Uil, die in niets geleek op deze uit Fabeltjesland, een vroege indicatie geweest van een sluimerende oogaandoening.”

 1975151-0a74806b5e873b300244dbea92a0b320.jpg
Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

Uit:Williwaw

“Someone turned on the radio in the wheelhouse. A loud and sentimental song awakened him. He lay there for a moment in his bunk and stared at the square window in the wall opposite him. A seagull flew lazily by the window. He watched it glide back and forth until it was out of sight.
He yawned and became conscious of an ache behind his eyes. There had been a party, he remembered. He felt sick. The radio became louder as the door to his cabin opened. A brown Indian face looked in at him.
"Hey, Skipper, chow's ready below." The face vanished.
Slowly he got out of his bunk and on to the deck. He stood in front of the mirror. Cautiously he pressed his fingers against his eyelids and morbidly enjoyed the pain it gave him. He noticed his eyes were bloodshot and his face was grimy. From the wheelhouse the sound of Negro music thudded painfully in his ears.
"Turn that damn thing off!" he shouted.
"OK, Skipper," his second mate's voice answered. The music faded away and he began to dress. The second mate came into the cabin. "Quite a party, wasn't it, Mr Evans?"
Evans grunted. "Some party. What time is it?"
The mate looked at his watch. "Six-twenty."
Evans closed his eyes and began to count to himself: one, two - he had had four hours and thirty minutes of sleep. That was too little sleep. The mate was watching him. "You don't look so good," he said finally.
"I know it." He picked up his tie. "Anything new? Weather look all right?"
The mate sat down on the bunk and ran his hands through his hair. It was an irritating habit. His hair was long and the colour of mouldering straw; when he relaxed he fingered it. On board ship one noticed such things.
"Weather looks fine. A little wind from the south but not enough to hurt." Evans buttoned the pockets of his olive-drab shirt. He pinned the Warrant Officer insignia on his collar. His hands shook.”

 

1975151-14d10ea3fde1d794a1f75ba5f52e32f7.jpg
Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)
In 1946

 

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur werd geboren in Heule op 3 oktober 1871. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stijn Streuvels op dit blog.

Uit:In oorlogstijd (1915-1916)

“13 januari 1916
Een bezoek aan de vrienden te Oudenaarde die ik in een jaar niet meer gezien heb. Genoegelijk samen gezeten, elkaar opnieuw leren kennen want van al wie men in oorlogstijd niet geregeld ontmoet, valt er op voorhand niet uit te maken of men nog met dezelfde mensen te doen heeft! We hebben dus gedachten en meningen gewisseld, geredetwist, pijpen gerookt en Oudenaards bier gedronken en zijn tenslotte tot de beschouwing gekomen dat we na ons blamot gepraat te hebben, al ons woorden voor niets dienden tenzij elkaar te overtuigen elk van zijn eigen mening, zonder dat die mening iets aan de daadzaken kon veranderen. Ik beklaag de mensen die het als een gewoonte en noodzakelijkheid hebben aangekweekt om maar alle avonden diezelfde inspanning te doen en al hun verstand en spraakvermogen uit te stellen om maar altijd die mening met drift te herhalen - en onder vrienden te twisten. Er zijn mensen tegenwoordig die menen dat ze 't lot van hun vaderland op de schouders dragen en het van hun uitgesproken overtuiging afhangt of de vijand zal verpletterd worden. Het is toch eigenlijk niets anders dan een ingeboren onschuldige aandrang om gelijk te halen in 't geen men zich als een overtuiging heeft aangepast.
In Oudenaarde zijn er voor 't ogenblik 11 000 soldaten - en de houding van de burgerij is over 't algemeen uiterst op de puntjes. De schoonste, de zuiverste, de edelste maar onberedeneerde vaderlandsliefde vindt men enkel in de huisgezinnen waar er zonen als vrijwilligers zijn opgetrokken naar 't leger. 't Is alsof er iets van de begeesterende heldenmoed van de jongelingen op de overige huisgenoten ware overgegaan - of is 't een gevoel om zich op de hoogte te houden van 't geen de zoon voor 't vaderland heeft willen doen, - dat de overigen aanzet om er de moed in te houden en opgewekt te blijven en hen weerhoudt iets naar buiten te laten van de angst en de onrust om 't gevaar dat de afwezige is ingelopen? Of is het een vooruitgenomen deelname aan de glorie waarmede de held bij zijn terugkomst door de menigte zal ontvangen worden en befeest?! Hier ook echter ondervindt men eens te meer dat er niet alleen op 't slagveld geleden wordt en de oorlog ook zijn slachtoffers zoekt ver bachten 't front. Ik heb de avond overgebracht en blijven slapen bij een vriend, in een groot huis, waar hij alleen is met zijn moeder.”

 

 1975151-c2a3898535578a54292e983110cd9fdb.jpg
Stijn Streuvels (3 oktober 1871 – 15 augustus 1969)
Portret door Br. Jean, 1942

 

De Franse schrijver Henri Alain--Fournier werd geboren op 3 oktober 1886 in Épineuil-le-Fleuriel (Cher). Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en ook alle tags voor Alain-Fournier op dit blog.

Uit:Le Grand Meaulnes

« Meaulnes, pour la première fois, regardait en plein jour l'intérieur de la propriété. Les vestiges d'un mur séparaient le jardin délabré de la cour, où l'on avait, depuis peu, versé du sable et passé le râteau. A l'extrémité des dépendances qu'il habitait, c'étaient des écuries bâties dans un amusant désordre, qui multipliait les recoins garnis d'arbrisseaux fous et de vigne vierge. Jusque sur le Domaine déferlaient des bois de sapins qui le cachaient à tout le pays plat, sauf vers l'est, où l'on apercevait des collines bleues couvertes de rochers et de sapins encore.
Un instant, dans le jardin, Meaulnes se pencha sur la branlante barrière de bois qui entourait le vivier;
vers les bords il restait un peu de glace mince et plissée comme une écume. Il s'aperçut lui-même reflété dans l'eau, comme incliné sur le ciel, dans son costume d'étudiant romantique. Et il crut voir un autre Meaulnes; non plus l'écolier qui s'était évadé dans une carriole de paysan, mais un être charmant et romanesque, au milieu d'un beau livre de prix...
Il se hâta vers le bâtiment principal, car il avait faim. Dans la grande salle où il avait dîné la veille, une paysanne mettait le couvert. Dès que Meaulnes se fut assis devant un des bols alignés sur la nappe, elle lui versa le café en disant:
"Vous êtes le premier, monsieur".
Il ne voulut rien répondre, tant il craignait d'être soudain reconnu comme un étranger. Il demanda seulement à quelle heure partirait le bateau pour la promenade matinale qu'on avait annoncée.
"Pas avant une demi-heure, monsieur: personne n'est descendu encore", fut la réponse.
Il continua donc d'errer en cherchant le lieu de l'embarcadère, autour de la longue maison châtelaine aux ailes inégales, comme une église. Lorsqu'il eut contourné l'aile sud, il aperçut soudain les roseaux, à perte de vue, qui formaient tout le paysage. L'eau des étangs venait de ce côté mouiller le pied des murs, et il y avait, devant plusiers portes, de petits balcons de bois qui surplombaient les vagues clapotantes."

 

 1975151-dee183ca955eddb06235b977d3860d91.jpg
Alain-Fournier (3 oktober 1886 - 22 september 1914)

 


 

De Russische dichter Sergej Aleksandrovitsj Jesenin werd geboren op 3 oktober 1878 in het dorpje Konstantinovo, bij Rjazan. Zie ook alle tags voor Sergej Jesenin op dit blog.

 

Der Hooligan

Der Niesel fegt mit feuchten Besen
Über die Wiesen den Weidendung.
Spucke, Wind, des Laubs Verwesung, –
Ich bin ein Hooligan, grad so wie du.

Ja, ich lieb's, wenn das schwarzblaue Dickicht,
Wie ein Ochs mit schwerem Tritt,
Mit dem Bauch, mit Laubwerks Geknirsche,
Bis zu den Knien die Stämme beschmiert.

Ja, das ist meine blutjunge Herde!
Sie zu besingen, besser wer ist?
Den Dämmer seh ich, er leckt von der Erde
Jeden Abdruck menschlichen Tritts.

Mein Rus', meine hölzerne Rus'!
Dein Herold und Sänger alleine nur bin ich.
Den Schmerz vertierter Verse muss
Ich ernährn mit Reseden und Minze.

Mitternacht, mit Mondes Krug
Schöpfe plätschernd Birkenmilch!
Wie jemand wild und nicht sehr klug
Die Friedhofskreuze erdrosseln will!

Durch Hügel schwarzes Grausen zieht,
Durch unsern Garten Diebes Wut,
Vom Blut her bin ich Pferdedieb,
Ein Steppenräuber, schlechte Brut.

Wer sah, wie's wimmelt in der Nacht,
Der Faulbeerbäume hitziges Heer?
Ich hielt in blauer Steppe Wacht
Wohl irgendwo mit Morgenstern.

Des Kopfes Buschwerk ist verwelkt,
Mich hat der Liedknast ausgesaugt.
Zur Zwangsarbeit der Gefühle bestellt,
Der Verse Mühlsteine ich schraub.

O wilder Wind, fürchte dich nicht,
Spuck über die Wiesen das Laubwerk in Ruh.
Der Spottname »Dichter« erschüttert mich nicht,
Im Lied bin ich Hooligan, grad so wie du.

 

Vertaald door Eric Boerner

 

 1975151-b314c6587525081837f0c9f6c530f487.jpg
Sergej Jesenin (3 oktober 1878 - 28 december 1925)
Sergey Bezrukov als de dichter Jesenin in de Russische miniserie “Esenin” uit 2005

 

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Cooper werd geboren op 3 oktober 1951 in Hollywood, California. Zie ook alle tags voor Bernard Cooper op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010.

Uit: Guess Again (Night Sky)

“Now that she couldn't bob across it, the water flaunted its soothing blue. The only thing that made exile from her own swimming pool tolerable was Kay's fear that the ankle bracelet would electrocute her if she dove in, even though Our Lady of Corrections, as she called her probation officer, assured her the device was waterproof. Still, Kay swore she dangled one leg outside the tub when she took a bath, largely, it seemed to me, to add yet another inconvenience to an already long list — all, she claimed, because Warren had the gall to report her.
The telescope stood on a small promontory just beyond the pool, a vantage point from which, on a day as windy as this, the city beneath us stretched in unexpected directions, the world more vivid and unfamiliar than it had been for several smoggy months. Skyscrapers jutted from downtown on one end of the horizon, and Century City on the other. A silver ribbon of sea glittered in the distance. I worked a crimp from my lower back and promised Kay I'd spy again later.
"'Investigate,'" she corrected.
I climbed back toward the patio. "You'd be a lot better off if you learned to control your temper."
She shot me the look of stunned betrayal she usually reserved for Warren. "Don't tell me you don't believe me, either?" Kay settled onto a chaise longue, tapped a cigarette from the pack, and tried unsuccessfully to light it against the wind. Only when I bent to cup the flame did she realize the steps had left me out of breath. She patted the chaise.”

 

 1975151-485556119ee2de60a1479021ca75cf86.jpg
Bernard Cooper (Hollywood, 3 oktober 1951)

 

 

De Franse dichter, schrijver en essayist Louis Aragon werd geboren in 1897 in Parijs. Zie ook alle tags voor Louis Aragon op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

 

Madame Tussaud

Cris muets Taffetas noirs Redingotes Crimes
Tous les mannequins ont le même regard gris

Mais ce lord a dansé dans un bouge à Paris
Il a des dents d'or et des favoris
Sales

Le Strand me suit de brouillard jaune dans les
Salles

Les plastrons se marquant aux plis poussiéreux
Ces gentlemen se négligèrent Trop heureux
D'assassiner une demi-mondaine
D'assassiner une demi-mondaine Aux Indes
Ces officiers firent des fredaines
Ils ont quitté leur morgue pour un mariage
Morganatique
Morganatique On peut s'amuser en voyage
Si l'on ne salit pas ses escarpins vernis
À l'étranger les meurtres restent impunis
Je tuerais volontiers cette reine d'Écosse
Qui regarde la France en récitant des vers

Mais je troublerais le négoce.

 

 1975151-18fac6749cdede4d7c9fc9b4152cfe31.jpg
Louis Aragon (3 oktober 1897 – 24 december 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Kira Wuck

De Nederlandse dichteres Kira Wuck werd geboren in Amsterdam op 3 oktober 1978. Wuck is half Fins en half Indonesisch. Zij studeerde kunsteducatie aan de Hogeschool van Utrecht en aan de Schrijversvakschool in Amsterdam, richting poëzie koos. Wuck debuteerde in Tirade 430 met vier gedichten. Een aantal gedichten van haar zijn opgenomen in de bundel “Wij zochten ons een gat om van te varen”, uitgegeven door Delicatessen. In 2009 stond zij in de jaarfinale van Festina Lente’s poëzieslag. In 2012 verscheen haar debuutbundel “Finse Meisjes”.Daarmee won zij de C.W. van der Hoogtprijs 2013 en was zij genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs 2013 en de Jo Peters PoëziePrijs.

 

Dit feest

Sylvia en ik gingen naar de Hema
voor een wegwerpbarbecue
in de Hema kun je een heel leven terecht
van rompertje tot doorlekzeil

Dit feest is zo saai, zei Sylvia
dat ik wou dat er iemand iets in mijn drankje deed

Daarna probeerden we te dansen
Sylvia let op de mannen
ze kijken naar het vlees in haar nek

Als je maar ver genoeg gaat
kom je op een soort maanlandschap
ik maak zwembewegingen naar de lucht
jij staart naar je gekrompen navel

Alles krimpt wat we proberen vast te houden
overdag weten we niet wat we aan moeten
toch worden we elke dag met dezelfde lust weer wakker

Ik sms'te iemand dat ik hem toch te oud vond
waar ik dan later weer spijt van kreeg

Een bezorgde moeder stuurde me berichten
het is typisch eindtijdweer schreef ze
ook heeft ze een bijbel voor me klaarliggen
ze vraagt of we in de McDonald's kunnen afspreken

 

 1975148-2cd2adf60c78fc4c91cc34856718725d.jpg
Kira Wuck (Amsterdam, 3 oktober 1978)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten