Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 oktober 2016 tot 16 oktober 2016

Günter Grass, Oscar Wilde, Alma Mathijsen, Guðbergur Bergsson, Eugene O’Neill

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Grass op dit blog.

Uit: Der Butt

„Gegen Ende des dritten Jahrtausends vor der Fleischwerdung des Herrn – oder wie ein Computer es ausrechnete, am 3. Mai 2211 vor unserer Zeitrechnung – es soll ein Freitag gewesen sein – an einem jungsteinzeitlichen Tag, bei Ostwind und unter Wolken in losem Verband geschah, was später aus Gründen patriarchaler Selbstherrlichkeit zum Märchen verfälscht wurde; das kränkt meine Ilsebill immer noch.
Jung war ich, aber schon bärtig. Am späten Nachmittag wollte ich meine dreifach verengte Korbreuse einholen, die ich am frühen Morgen, noch vor der ersten Stillzeit, ausgesetzt hatte. (Etwa dort war mein bevorzugter Fangplatz, wo später der beliebte Badeort Heubude mit der Straßenbahn, Linie 9, bequem zu erreichen war.) Meiner Zeichenkunst wegen wurde ich von Aua fürsorglich durch Nachstillen außer der Reihe bevorzugt. Deswegen sagte mein erster Gedanke, als ich den Butt in der Aalreuse sah: Den bringe ich Aua. Den soll sie, nach ihrer Art, mit feuchten Lattichblättern umlegen und in heißer Asche garen.
Da sprach der Butt.
Ich bin nicht sicher, ob mich seine schiefmäulige Ansprache mehr erstaunt hat als die platte Tatsache, einen breitgelagerten Butt in einer Aalreuse gefangen zu haben. Jedenfalls habe ich auf die Worte »Guten Tag, mein Sohn!« nicht mit der Frage nach seinem erstaunlichen Sprechvermögen geantwortet. Vielmehr wollte ich wissen, was ihn, den Plattfisch, bewegt haben mochte, sich durch alle drei Verengungen in eine Reuse zu zwängen.
Der Butt gab Auskunft. Von Anfang an belehrend, mit allwissender Überlegenheit und deshalb, trotz seiner kategorischen Punktumsätze, geschwätzig näselnd, professoral, wie von der Kanzel herab abkanzelnd oder penetrant väterlich: Er habe mit mir ins Gespräch kommen wollen. Nicht etwa dumme (oder sagte er damals schon) weibliche Neugierde sei sein Antrieb gewesen, sondern ein wohlbedachter Entschluß aus männlichem Willen. Schließlich gebe es einige über den jungsteinzeitlichen Horizont weisende Erkenntnisse, die er, der wissende Butt, mir, dem dumpfen, durch totale Weiberfürsorge kindlich gehaltenen Mann und Fischer vermitteln wollte. Vorsorglich habe er das baltische Küstenplatt zu sprechen gelernt. Viele Worte mache man hierzulande ja nicht. Ein armseliges, nur die Notdurft beendendes Gemaule. In relativ kurzer Zeit habe er sich den alles breitschlagenden Zungenschlag eingeübt. Schon könne er »Pomuchel« und »Ludrichkait« sagen. An Sprachschwierigkeiten werde der Dialog gewiß nicht scheitern. Doch auf Dauer empfinde auch er das Weidengeflecht als eng.“

 

 1966402-4d1442025f64e9ecaa0c0ea80eec44eb.jpg
Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)
Het beeld “Butt im Griff“ van Günter Grass in de tuin van het Grass-Haus in Lübeck

 

 

De Iers-Engelse schrijver Oscar Wilde werd geboren op 16 oktober 1854 in Dublin. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oscar Wilde op dit blog.

 

Ballad of Reading Gaol – II (Fragment)

So still it lay that every day
Crawled like a weed-clogged wave:
And we forgot the bitter lot
That waits for fool and knave,
Till once, as we tramped in from work,
We passed an open grave.

With yawning mouth the yellow hole
Gaped for a living thing;
The very mud cried out for blood
To the thirsty asphalte ring:
And we knew that ere one dawn grew fair
Some prisoner had to swing.

Right in we went, with soul intent
On Death and Dread and Doom:
The hangman, with his little bag,
Went shuffling through the gloom
And each man trembled as he crept
Into his numbered tomb.

That night the empty corridors
Were full of forms of Fear,
And up and down the iron town
Stole feet we could not hear,
And through the bars that hide the stars
White faces seemed to peer.

He lay as one who lies and dreams
In a pleasant meadow-land,
The watcher watched him as he slept,
And could not understand
How one could sleep so sweet a sleep
With a hangman close at hand?

But there is no sleep when men must weep
Who never yet have wept:
So we—the fool, the fraud, the knave—
That endless vigil kept,
And through each brain on hands of pain
Another’s terror crept.

 

 1966402-a12308191e60f99e85949b07c10ed39d.jpg
Oscar Wilde (16 oktober 1854 – 30 november 1900)
Portret door June Ponte, 2013

 

 

De Nederlands schrijfster en journaliste Alma Mathijsen werd geboren in Amsterdam op 16 oktober 1984. Zie ook alle tags voor Alma Mathijsen op dit blog.

Uit: Waar de schrijver zijn eerste zin bedenkt

“Ze noemden me huilebalk. Mijn hele basisschooltijd lang heb ik gehuild. Vanaf de eerste dag dat mijn moeder me wegbracht en ik met bezwete handjes tegen het raam aanstond, kijkend naar mijn moeder die me verliet. Elke dag opnieuw geloofde ik dat ze niet terug zou komen. In groep vijf verplaatsten de huilbuien zich naar de les. Ik sloeg mijn handen onder tafel samen, biddend opdat mijn meester mij geen vraag over de slag van Napoleon zou stellen. Hij deed het toch. Ik greep mijn boek vast en schoof het langzaam voor mijn hoofd, waarachter ik zachtjes begonnen te huilen.
Selexys gaat dood. Afgelopen donderdag vroeg het overkoepelende bedrijf uitstel van betaling aan. Een vriend wees me op email die hij als klant kreeg van Selexys: “Ongetwijfeld heeft u intussen gehoord dat Selexyz uitstel van betaling heeft aangevraagd … Tot nader bericht, verandert er voor u niets.” Hij leest geen kranten en heeft geen tv, hij voelde zich alsof zijn stervende oma zelf maar even de telefoon opnam om hem te bellen wat er aan de hand was. De nood is hoog, voor het einde van de maand moeten winkelhuren en lonen worden betaald, dat geld is er niet. Hoe het verder gaat is onduidelijk. Wel weet ik dat ik ergens achter een boek ga huilen omdat dat zou betekenen dat de mooiste boekhandel van Nederland zou verdwijnen. Dat is de Selexys in Maastricht, die zich gevestigd heeft in een kerk. Zelfs de boekenweek waarin honderduizenden mensen de boekhandel binnendrongen om het gratis geschenk te krijgen, kon Selexys, die al langer in zwaar weer verkeert, niet redden. De hele boekenbranche heeft een dalende omzet van 10 procent. Waarom nu juist Selexys daar het zwaarst onder lijdt, is lastig vast te stellen. De werknemers houden zich teveel met boeken bezig in plaats van met de boekhouding, concludeert radio 1.”

 

 1966402-253ff03d5e4e3e1075392a0ad07d488f.jpg
Alma Mathijsen (Amsterdam, 16 oktober 1984)

 

 

De IJslandse schrijver Guðbergur Bergsson werd geboren op 16 oktober 1932 in Grindavik. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Guðbergur Bergsson op dit blog.

Uit: Deuil (Vertaald door Eric Boury)

« Je ne dors jamais. Je ne veille pas non plus. Je me vois, allongé dans mon lit, quelque part entre le sommeil et la veille.
L'eau chuchote dans la bouilloire.
Lorsqu'il se réveille le matin, il demeure un moment immobile. Avant de se coucher, au petit matin, il se met des boules Quies dans les oreilles et avale un somnifère.
Son regard reste rivé au plafond, presque comme s'il était mort.
Bientôt, ses yeux se mettent à vaciller. Il tend alors une main vers la table de chevet, se cogne au réveil et regarde le cadran. Puis le revoilà gagné par la torpeur. Bientôt, il s'anime à nouveau et promène ses yeux dans la pièce. Il consulte le réveil, sans savoir si le jour s'est enfin levé ou si c'est encore la nuit.
Ses yeux vacillent.
Comme il n'ôte pas les boules Quies de ses oreilles, il n'entend aucun bruit.
Ce qu'il voit est l'environnement dans lequel il vit depuis des dizaines d'années et, malgré cela, il ignore où il se trouve. Il lui faut longtemps pour le comprendre. Comprendre qu'en réalité, cela n'a aucune importance. Son unique perception se résume à cela : il est vide. Il ne ressent plus la faim. Il se sent vide à l'intérieur, en proie à un malaise d'origine imprécise. Tout se confond en apathie, somnolence et silence. En dépit de son épuisement, il n'a pas envie de mourir. Il souffre d'un entêtement à vivre qui tient plus de l'habitude que d'un véritable désir.
Il a la bouche sèche, mais ne trouve pas le verre d'eau à côté du réveil sur la table de nuit. Il oublie alors le verre comme sa soif. Puis il rote : "Voilà, il est libéré." Son esprit est traversé par quelque chose qui ne constitue pas précisément une pensée. Vient ensuite une autre impression : "Il doit se libérer d'un second poids."

 

 1966402-a4444911e9b1463dc41bf2418a41b7f2.jpg
Guðbergur Bergsson (Grindavik, 16 oktober 1932)

 

 

De Amerikaanse schrijver Eugene Gladstone O’Neill werd op 16 oktober 1888 in New York City geboren. Zie en ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugene O’Neill op dit blog.

Uit: The Iceman Cometh

“ROCKY--(winks at Larry) Aw, Harry, me and Chuck was on'y kiddin'.
HOPE--(more drowsily) I'll fire both of you. Bejees, if you think you can play me for an easy mark, you've come to the wrong house. No one ever played Harry Hope for a sucker!
ROCKY--(to Larry) No one but everybody.
HOPE--(his eyes shut again--mutters) Least you could do—keep things quiet--(He falls asleep.)
WILLIE--(pleadingly) Give me a drink, Rocky. Harry said it was all right. God, I need a drink.
ROCKY--Den grab it. It's right under your nose.
WILLIE--(avidly) Thanks. (He takes the bottle with both twitching hands and tilts it to his lips and gulps down the whiskey in big swallows.)
ROCKY--(sharply) When! When! (He grabs the bottle.) I didn't say, take a bath! (showing the bottle to Larry--indignantly) Jees, look! He's killed a half pint or more! (He turns on Willie
angrily, but Willie has closed his eyes and is sitting quietly, shuddering, waiting for the effect.)
LARRY--(with a pitying glance) Leave him be, the poor devil. A half pint of that dynamite in one swig will fix him for a while—if it doesn't kill him.
ROCKY--(shrugs his shoulders and sits down again) Aw right by me. It ain't my booze. (Behind him, in the chair at left of the middle table, Joe Mott, the Negro, has been waking up.)
JOE--(his eyes blinking sleepily) Whose booze? Gimme some. I don't care whose. Where's Hickey? Ain't he come yet? What time's it, Rocky?
ROCKY--Gettin' near time to open up. Time you begun to sweep up in the bar."

 

 1966402-2a36ce462873390f1d5c655bda2bf030.jpg
Eugene O’Neill (16 oktober 1888 – 27 november 1953)
Scene uit een opvoering in New York, 2015


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:30 Reageer op dit bericht

Dino Buzzati, Gerold Späth, Albrecht von Haller, Gottfried Kölwel, Gustaaf Peek

De Italiaanse schrijver Dino Buzzati werd geboren op 16 oktober 1906 in San Pellegrino. Zie ook alle tags voor Dino Buzzati op dit blog en ook mijn blog van 16 oktober 2009 en ook mijn blog van 16 oktober 2010

Uit: Die Tatarenwüste (Vertaald door Percy Eckstein en Wendla Lipsius)

„Nach seiner Ernennung zum Offizier verließ Giovanni Drogo an einem Morgen im September die Stadt, um sich nach der Festung Bastiani, seinem ersten Bestimmungsort, zu begeben.
Es war noch finster, als er sich wecken ließ und zum erstenmal seine Leutnantsuniform anlegte. Als er fertig war, betrachtete er sich beim Schein einer Petroleumlampe im Spiegel, doch die erhoffte fröhliche Laune wollte sich nicht einstellen. Im Haus war alles still, nur aus dem Zimmer nebenan drangen leise Geräusche zu ihm herüber: Giovannis Mutter stand soeben auf, um ihn zu verabschieden.
Das also war der Tag, den er seit Jahren herbeisehnte, der Beginn seines wirklichen Lebens! Er gedachte der freudlosen Zeiten auf der Militärakademie. Er erinnerte sich der trübseligen Abende, die er über seinen Büchern verbracht hatte, während unten auf der Straße freie und wohl auch glückliche Menschen vorübergingen, er sah sich von neuem in winterlich-eisigen Schlafsälen erwachen, auf denen der Alpdruck zahlloser Strafen lastete, und er dachte daran, mit welcher Ungeduld er die Tage gezählt hatte, einen nach dem anderen – diese Tage, die nie zu enden schienen.
Jetzt war er endlich Offizier, jetzt brauchte er sich nicht länger mit Büchern abzuquälen, brauchte nicht mehr vor der Stimme des Feldwebels zu zittern. Das alles war vorbei. Jene Tage, die ihm so hassenswert erschienen waren, hatten sich selbst für immer aufgezehrt, waren zu Monaten und Jahren geworden, die niemals wiederkehren würden. Ja, er war jetzt Offizier und würde Geld haben, und vielleicht würden ihm die Blicke schöner Frauen folgen.“

 

1966400-28eaa5f494a9ec1bdf8dd0b36e6a5941.jpg 
Dino Buzzati (16 oktober 1906 – 28 januari 1972)
Postzegel n.a.v. de 100e geboortedag in 2006

 

 

De Zwitserse schrijver Gerold Späth werd geboren op 16 oktober 1939 in Rapperswil. Zie ook alle tags voor Gerold Späth op dit blog en ook mijn blog van 16 oktober 2010

Uit: Unschlecht

„Nicht ich, Zünd übertreibt, wenn er schreibt, die Stadt habe insgesamt zwanzigtausend Einwohner, und die Hälfte, zehntausend, befände sich im Städtischen Irrenhaus. Er macht gern eingängige Sprüche, kommt sich gern schlau vor, mein Freund Zünd.
Dreifach übertreibt er:
Erstens ist unsere Stadt keine richtige Stadt, nur eine kleine Stadt, ein übriggebliebenes Habsburger Städtlein. Alte Urkunden prahlen zwar von einer ,Festen Freien Hehren Stat’, aber schon früher ist viel geschriftet worden, und diese alten Urkunden sind meist voll Fliegendreck.
Zweitens übertreibt er die Einwohnerzahl. Wie viele es ohne die Fremden und andern Wandervögel sind, steht vielleicht an einem weit hergeholten Stichtag, sonst aber nie genau fest. In unserer Gegend wird unplanmäßig gestorben und geboren, der See bringt Unruhe in die Statistik: da ersäuft der eine im Sommer sang- und klanglos, möchte zwar schreien, strengt sich an, will Laut geben, kann aber nicht, japst nur, schluckt, verliert dabei sich und seine galoppierenden Sinne. Säuft ab; das ist eine Art Tradition: einer mehr geht unter die Fische, derweil ein anderer sich und seine Strandbadnixe im Schatten unterm Gebüsch zehn Schritt vom Ufer beglückt.
Mein Freund hat dreimal übertrieben, denn drittens hat unser Städtlein kein Städtisches Irrenhaus, nichts dergleichen. Braucht es nicht. Haben wir nicht nötig.
Zum Spaß von Zünds schiefer Rechnung ausgehend, kämen Sie und ich zum gleichen Schluß: daß nämlich die eine Hälfte unserer Einwohnerschaft, die irre, nur mangels geeigneter Behausung frei herumlaufe, sich gleicher Freizügigkeit erfreue wie die andere, die nicht irre Abteilung. Aber, sehen Sie, jetzt irren auch wir, und zwar weil eben Verrückte und Nichtverrückte nie gesondert wurden. Man sieht es den Häusern nicht an, in welchen Topf ihre Bewohner gehören; darum hält jeder die andern für das, was sie seiner Meinung nach sind: Löli, Galöri, Spinner, beschissen und verteufelt. Alle haben viel Spielraum für ihre freie Meinung, und das Patente dabei ist, daß jeder getrost verrückt sein kann, es gibt sicher noch Verrücktere. Bei uns ist sozusagen alles möglich, allein schon die Lage und das Wetter machen ziemlich viel aus. Wenn einer verhunzt werden soll – ich rede aus Erfahrung, möchte mich auch heute noch oder erst recht als Rapperswiler bezeichnen –, sind immer ein paar Aufmöbler zur Hand.“

 

 1966400-e122e5d5548a41b1c52ac931ea6e2b0a.jpg
Gerold Späth (Rapperswil, 16 oktober 1939)

 

 

De Zwitserse dichter, arts, en natuurwetenschapper Albrecht von Haller werd geboren in Bern op 16 oktober 1708. Zie ook alle tags voor Albrecht von Haller op dit blog en ook mijn blog van 16 oktober 2009 en ook mijn blog van 16 oktober 2010

 

Der Hahn, die Tauben und der Geier

Einige Tauben suchten sich an etwas Korn zu sättigen. Ein Haushahn kam dazu, brauchte Gewalt und vertrieb die Tauben. Im ersten Verdruß über das erlittene Unrecht sahen sie einen Geier, der eben über dem Hofe schwebte, und riefen ihn an, sie zu rächen. Der Geier kam, zerriß den Hahn und bald darauf die Tauben, die sich über den Tod ihres Feindes freueten.

Ihr Staaten, die so leicht ein schlechter Nutz entzweit,
Die ihr als einzeln schwach, und stark, wann einig, seid,
O lernt bei diesem Bild die kleine Rache meiden
Und lieber den Verlust als Unterdrückung leiden.
Die Fabel malt euch vor, was allemal geschah;
Bleibt einig oder bebt; der Geier ist schon da!

 

 

Aus der Tugend fließt der wahre Friede,

Aus der Tugend fließt der wahre Friede,
Wollust ekelt, Reichtum macht uns müde,
Kronen drücken, Ehre blend't nicht immer,
Tugend fehlt nimmer.

 

 

Der Fuchs und die Trauben

Ein Fuchs, der auf die Beute gieng,
Traf einen Weinstock an, der, voll von falben Trauben,
Um einen hohen Ulmbaum hieng;
Sie schienen gut genug; die Kunst war, abzuklauben.
Er schlich sich hin und her, den Zugang auszuspähn;
Umsonst, es war zu hoch, kein Sprung war abzusehn.
Der Schalk dacht in sich selbst: ich muß mich nicht beschämen;
Er sprach und macht dabei ein hämisches Gesicht:
»Was soll ich mir viel Mühe nehmen,
Sie sind ja saur und taugen nicht!«

So gehts der Wissenschaft. Verachtung geht für Müh.
Wer sie nicht hat, der tadelt sie.

 

 1966400-f8caad8a0dde873bf19bc66c0c1707a7.jpg
Albrecht von Haller (16 oktober 1708 – 12 december 1777)
Portret door Johann Rudolf Huber, 1736

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Kölwel werd geboren op 16 oktober 1889 in Beratzhausen. Zie ook alle tags voor Gottfried Kölwel op dit blog en ook mijn blog van 16 oktober 2009 en ook mijn blog van 16 oktober 2010

 

Vor dem Schneefall

Im späten abendlichen Raum
veratmet herbstlich Haus an Haus,
als löschte mit dem grauen Saum
ihr letztes warmes Leben aus.

Der Kirchturm, der sich mächtig glaubt,
ein Trotz aus wetterfestem Stein,
duckt schon das kuppelige Haupt
und schrumpft zum grauen Schemen ein.

Wie selbst der abendblaue Wald
die Seide ablegt und verstummt
und sich, vom Ahnen überwallt,
in graue Pelze dicht vermummt.

Die nackten Birken aber stehn
angstdünn im Raum des Nebelsees
und wittern schauernd schon das Wehn
und schwer die Last des ersten Schnees.

 

 1966400-b3f1146fcd8e405ac3c8e93067f35b73.jpg
Gottfried Kölwel (16 oktober 1889 – 21 maart 1958)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Gustaaf Peek werd geboren in Haarlem in 1975. Peek studeerde Engelse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Leiden. Zie ook alle tags voor Gustaaf Peek op dit blog.

Uit: Godin, held

“Een breedgeschouderde vrouw liep als enige naar voren. Zwart kant over zijde, betraande wangen en een brekende lach. Ze legde een hand op het fineer, maakte aaiende gebaren ter hoogte van het gezicht.
Ze kuste de palm van haar hand, die ze daarna plat op de kist legde. Bij de uitgang leek niemand op haar te wachten.
Soms liepen diensten uit en wachtten de schoonmakers in de bijkeuken van de koffiekamer. De nieuweling, een jongen van zestien, deed de deur op een kier en keek de gang in. Er was niemand en ze verzamelden hun spullen en begonnen aan hun werk.
In de grote zaal stond nog een kist. Ze gingen eromheen staan. De jongen werd eropuit gestuurd om hulp te halen, maar hij kwam alleen terug, ze waren de enigen in het gebouw. Iemand had een fles bij zich en die ging rond en iedereen dronk, ook de vrouwen, en ze proostten in de richting van de kist. Daarna stapelden ze de stoelen en trapten ze de stofzuigers wakker.
Later zou de jongen zeggen dat het door de drank kwam, de flessen die iemand ergens in het gebouw was vergeten, en de blijdschap na de laatste klus van de dag, maar na het werk reden ze de kist het gebouw uit. Ze wisten niet of het een man of vrouw was die erin lag, maar een dode verdiende een laatste tocht. Ze zongen, ieder in een andere taal, door het geraas van de auto’s reikten de klanken niet ver, het was hun eigen feest.
De kromme wilgen in de berm werden een erehaag en iedereen voelde de opwinding en vrijheid van een optocht. Ze wisselden van plaats bij de kist en leken te dansen en de jongen hoopte dat het altijd zo was.”

 

 1966400-d0397d3d380bbb6723c0b84bc9746330.jpg
Gustaaf Peek (Haarlem, 1975)

Geschreven door Romenu om 10:22 Reageer op dit bericht

A. F.Th. van der Heijden, Heinz Helle, Boualem Sansal, Friedrich Nietzsche, Michail Lermontov

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog en alle tags voor van der Heijden op dt blog.

Uit: Kwaadschiks

“Er is geen geluid bij. Het scherm toont afwisselend een kleine boot met een lijkkist aan boord en een zwarte rouwkoets die zich, getrokken door een vierspan, over het pad langs de rivier beweegt. Het vaartuig wordt gefilmd vanaf de wal, het rijtuig vanaf de scheepsvloer, allebei door een lichte nevel en vervagende rietpluimen heen. Close-up koetsier: hij draagt een zwarte mantel en een driekantige steek omlijst met rafelige franje. Over de paarden zijn lila dekkleden gelegd, die op de ogen en de neusgaten na ook hun hoofden omhullen, als bij een middeleeuws toernooi.
Het camerastandpunt aan boord verandert enigszins, zodat nu de doodskist op de voorgrond in z’n geheel te zien is. Er ligt een Nederlandse vlag overheen, met op de witte baan een bloemstuk van rode rozen en blauwe linten. De lens richt zich weer op, en kijkt dan recht in het binnenste van de lijkkoets: leeg nog.
‘Beetje audio erbij?’ stelt Quispel zijn cliënt voor. ‘Ik mis het klossen van die knollen.’
Over het morsige tafelblad heen reikend steekt de advocaat zijn hand naar de muis uit, maar cliënt, die zich voortdurend al in bochten heeft zitten wringen om niets van het scherm te hoeven zien, schudt heftig het hoofd: ‘Alsjeblieft, Ernst, doe me ’n lol.’
Met zijn onderarmen steunend op de rug van een stoel blijft Quispel het filmverslag volgen. Linksonder in beeld geven witte computercijfers de datum en het tijdstip, tot op rennende tienden van seconden precies, maar hij hoeft zijn Rolex niet te raadplegen om te weten dat de opnames live zijn. Het bootje richt de steven naar de aanlegsteiger, waarbij het een moment dwars op de stroom ligt. Het cameraoog glijdt omhoog langs de open poort, en onthult de naam van de begraafplaats, in gietijzeren krulkapitalen:

commervlugt

Voordat de rechercheurs, De Knegt en Van Baars, de verhoorkamer verlieten, kreeg cliënt na aandringen van zijn advocaat toestemming om een sigaret op te steken. (De Knegt had met heel zijn rossige drift nog geprotesteerd: ‘Sinds begin deze maand geldt er een rookverbod voor de horeca... en dan zullen wij er hier even een doorgepaft hol van laten maken’ – maar de buikige Van Baars, de veronderstelde good cop van de twee, deed het met een sussend gebaar af: ‘Een saffie maakt hem misschien wat spraakzamer.’)”

 

 1966174-52dcc950766a14753dff1951369ee73c.jpg
A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

 

De Duitse schrijver Heinz Helle werd geboren op 15 oktober 1978 in München. Zie ook alle tags voor Heinz Helle op dit blog.

Uit: Eigentlich müssten wir tanzen

„Am nächsten Tag ist es dunkler, und ein Nieselregen beginnt, der unmerklich dichter und dichter wird, es scheint, dass keine Tropfen auf uns und den schwarzen Teer und den unter unseren Füßen knirschenden Rollsplit fallen, sondern feine, durchgängige Linien, wie aus Tausenden nicht richtig zugedrehten Wasserhähnen. Es ist die Art von Regen, dessen Intensität man erst spürt, wenn man bereits völlig durchnässt ist, und auf einmal bleibt man stehen, sieht an sich herunter und dann in den Himmel und schüttelt ungläubig den Kopf.
Wir verlassen die Straße. Wir gehen durch Brachland, überqueren einige leicht ansteigende Hügelketten, Felder und andere freie Flächen, deren Nutzung nicht auszumachen ist. Vor uns ein flacher, riesiger Block. Wir gehen näher heran. Es dauert länger, als wir dachten, er ist weiter weg, als wir dachten, er ist viel, viel größer, als wir dachten. Die Außenwände sind über zehn Meter hoch und durchbrochen von rostigen Stahlschiebetüren und eingeschlagenem Glas. Es gibt Schornsteine. Vielleicht war das früher mal eine Fabrik. Als wir entlang des schmucklosen, kantigen Quaders einen Weg in ihn hinein suchen, wird der Regen noch stärker, und das Prasseln der Tropfen auf dem Dach des Gebäudes klingt blechern und hell, es wird lauter und weniger brüchig, und irgendwann singt die ganze Halle einen einzigen hohen Ton.
Wir finden ein Wir finden einen Türrahmen, die Tür fehlt. Wir gehen hinein, einer nach dem anderen, und seltsamerweise ist der Ton des Regens auf dem Dach im Inneren kaum mehr zu hören. Wir befinden uns in einer großen, leeren Halle, Scherben liegen herum, kleine verlassene Feuerstellen, der Geruch von altem Öl und Flecken von tief in den Beton gesickerten Substanzen, die Montagegräben erzählen davon, dass hier einmal an Autos oder Landmaschinen gearbeitet wurde.“

 

 1966174-3b134f260f584d777dec13c78c3175d3.jpg
Heinz Helle (München, 15 oktober 1978)

 

 

De Franstalige Algerijnse schrijver Boualem Sansal werd geboren op 15 oktober 1949 in El Teniente-Had. Zie ook alle tags voor Boualem Sansal op dit blog.

Uit: 2084 : La fin du monde

« Ils venaient de loin, des quatre coins du pays, à pied, déguenillés et fiévreux, dans des conditions souvent périlleuses; il y avait du merveilleux, du sordide et du criminel dans leurs récits sibyllins, d’autant plus troublants qu’ils les disaient à voix basse, s’interrompant au premier bruit pour loucher par-dessus leurs épaules. Comme tout un chacun, pèlerins et malades ne manquaient jamais d’être attentifs, dans la crainte d’être surpris par les surveillants, peut-être les terribles V, et dénoncés comme makoufs, propagandistes de la Grande Mécréance, secte mille fois honnie. Ati aimait le contact de ces voyageurs au long cours, le recherchait, ils avaient amassé tant d’histoires et de découvertes au cours de leurs pérégrinations. Le pays était si vaste et si totalement inconnu qu’on aurait voulu se perdre dans ses mystères.
Les pèlerins étaient les seules personnes autorisées à y circuler, non pas librement mais selon des calendriers précis, par des chemins balisés qu’ils ne pouvaient quitter, jalonnés de haltes plantées au milieu de nulle part, des plateaux arides, des steppes sans fin, des fonds de canyons, des lieux-dits sans âme, où ils étaient comptés, divisés en groupes comme les armées en campagne qui bivouaquent autour de mille feux de camp dans l’attente d’un ordre de rassemblement et de départ. Les pauses duraient si longtemps parfois que les pénitents s’enracinaient dans d’immenses bidonvilles et se comportaient comme des réfugiés oubliés, ne sachant plus trop ce qui la veille nourrissait leurs rêves. Dans le provisoire qui dure, il y a une leçon : l’important n’est plus le but mais la halte, fût-elle précaire, elle offre repos et sécurité, et ce faisant elle dit l’intelligence pratique de l’Appareil et l’affection du Délégué pour son peuple. Des soldats apathiques et des commissaires de la foi tourmentés et vifs comme des suricates se relayaient le long des routes, en des points névralgiques, pour regarder passer les pèlerins, avec l’idée de les surveiller."

 

 1966174-78456c21524cff45031c69b7bb3fb578.jpg
Boualem Sansal (El Teniente-Had, 15 oktober 1949)

 

 

De Duitse dichter, filosoof, filoloog en schrijver Friedrich Nietzsche werd geboren op 15 oktober 1844 in Röcken ten zuidwesten van Leipzig. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Nietzsche op dit blog.

 

Baum im Herbste

Was habt ihr plumpen Tölpel mich gerüttelt
Als ich in seliger Blindheit stand:
Nie hat ein Schreck grausamer mich geschüttelt
-- Mein Traum, mein goldner Traum entschwand!

Nashörner ihr mit Elephanten-Rüsseln
Macht man nicht höflich erst: Klopf! Klopf?
Vor Schrecken warf ich euch die Schüsseln
Goldreifer Früchte -- an den Kopf.

 

Verzweiflung

Von Ferne tönt der Glockenschlag,
Die Nacht, sie rauscht so dumpf daher.
Ich weiß nicht, was ich tuen mag;
Mein Freud' ist aus, mein Herz ist schwer.

Die Stunden fliehn gespenstisch still,
Fern tönt der Welt Gewühl, Gebraus.
Ich weiß nicht, was ich tuen will:
Mein Herz ist schwer, mein' Freud' ist aus.

So dumpf die Nacht, so schauervoll
Des Mondes bleiches Leichenlicht.
Ich weiß nicht, was ich tuen soll...
Wild rast der Sturm, ich hör' ihn nicht.

Ich hab' nicht Rast, ich hab' nicht Ruh,
Ich wandle stumm zum Strand hinaus,
Den Wogen zu, dem Grabe zu...
Mein Herz ist schwer, mein Freud' ist aus.

 

Venedig

An der Brücke stand
jüngst ich in brauner Nacht.
Fernher kam Gesang;
goldener Tropfen quoll's
über die zitternde Fläche weg.
Gondeln, Lichter, Musik -
trunken schwamm's in die Dämmrung hinaus ...

Meine Seele, ein Saitenspiel,
sang sich, unsichtbar berührt,
heimlich ein Gondellied dazu,
zitternd vor bunter Seligkeit.
- Hörte ihr jemand zu?

 

 1966174-e70ce39e964e2f274382563678274e31.jpg
Friedrich Nietzsche (15 oktober 1844 – 25 augustus 1900)
Beeld door Arnold Kramer, Weimar 1898

 

 

De Russische dichter en schrijver Michail Joerjevitsj Lermontov werd geboren op 15 oktober 1814 in Moskou. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michail Lermontov op dit blog.

 

To The Clouds

Clouds--ye eternal wanderers in hunting grounds of air,
High o'er the verdant Steppes, wide through the blue of heaven--
Coursing fraternal,--say, must ye exiled as I
From the beloved North to the far South be driven?

O tell me, were ye outlawed thus by Fate's behest?
Drives ye forth open hate, or secret grudge flee ye?
Follows ye unappeased an evil-doer's curse?
Are ye pursued by poisonous words of calumny?

Ah no! Only from the unfruitful earth ye fly;
Free are your sufferings, your blessedness is free,
Ye know not wretchedness that holds us here in chains,
Know not the joy of home or exile's misery!

 

 

Like An Evil Spirit

Like an evil spirit hast thou
Shocked my heart from out its rest,
If thou'lt take it quite away now--
Thou wilt win my healing blest!

My heart thy temple evermore!
Thy face,--the altar's Godhead sign!
Not heaven's grace,--thy smiles, restore,
Grant absolution, joy divine!

 

       

Heaven And The Stars

Brilliant heavens of evening,
Distant stars clearly shining,
Bright as the rapture of childhood,
O why dare I send you nevermore greeting--
Stars, who are shining as clear as my joy?
What is thy sorrow?
Mortals make question.
This is my sorrow;
The heavens and the stars are--heaven and stars ever,
I am alas! but a perishing man!
Forever mortal
Envies his neighbor;
I envy rather
Ye in your freedom, ye stars ever radiant,
And only would be in your places!

 

1966174-4facace1301306878062872deacf6156.jpg
Michail Lermontov (15 oktober 1814 - 27 juli 1841)
Cover biografie

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:57 Reageer op dit bericht

Italo Calvino, Tessa de Loo, P.G. Wodehouse, Mario Puzo, Vergilius, Kees Beekmans

De Italiaanse schrijver Italo Calvino werd geboren in Santiago de las Vegas op Cuba op 15 oktober 1923. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Italo Calvino op dit blog.

Uit:Invisible Cities (Vertaald door William Weaver)

"And these innovations do not disturb your city's astral rhythm?" I asked.
"Our city and the sky correspond so perfectly, " they answered, "that any change in Andria involves some novelty among the stars." The astronomers, after each change takes place in Andria, peer into their telescopes and report a nova's explosion, or a remote point in the firmament's change of color from orange to yellow, the expansion of a nebula, the bending of a spiral of the Milky Way. Each change implies a sequence of other changes, in Andria as among the stars: the city and the sky never remain the same.
As for the character of Andria's inhabitants, two virtues are worth mentioning: self-confidence and prudence. Convinced that every innovation in the city influences the sky's pattern, before taking any decision they calculate the risks and advantages for themselves and for the city and for all worlds.
If you choose to believe me, good. Now I will tell how Octavia, the spider-web city, is made. There is a precipice between two steep mountains: the city is over the void, bound to the two crests with ropes and chains and catwalks. You walk on the little wooden ties, careful not to set your foot in the open spaces, or you cling to the hempen strands. Below there is nothing for hundreds and hundreds of feet: a few clouds glide past; farther down you can glimpse the chasm's bed.
This is the foundation of the city: a net which serves as passage and as support. All the rest, instead of rising up, is hung below: rope ladders, hammocks, houses made like sacks, clothes hangers, terraces like gondolas, skins of water, gas jets, spits, baskets on strings, dumb-waiters, showers, trapezes and rings for children's games, cable cars, chandeliers, pots with trailing plants.
Suspended over the abyss, the life of Octavia's inhabitants is less uncertain than in other cities. They know the net will last only so long. "

 

 1966170-68a262f8ce67716690c8f7aab78879cd.jpg
Italo Calvino (15 oktober 1923 - 19 november 1985)

 

 

De Nederlandse schrijfster Tessa de Loo (pseudoniem van Tineke Duyvené de Wit) werd op 15 oktober 1946 in Bussum geboren. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tessa de Loo op dit blog.

Uit: The Twins (Vertaald door Ruth Levitt)

“Goodness me, what is this, a morgue?'
Lotte Goudriaan woke with a start from a pleasant doze with a sense of numbness: to be old and yet not to feel your body. Through her eyelashes she followed the rotund figure, naked like herself under a dressing gown of innocuous pale blue, closing the door noisily behind her. The woman waddled with evident distaste into the dim resting room, between two rows of empty beds, up to the one where Lotte was lying—her body between the pristine sheets an old, long-drawn-out history of ill-health. Instinctively, she slid deeper into the bed. The language the woman had made her inappropriate remark in was German. German! What was a German doing here, in Spa, where every square, every public garden, had a monument with lists of the fallen of two world wars carved in stone? Her own country was swarming with health resorts. Why Spa? Lotte closed her eyes and tried to ignore the woman by forcing herself to concentrate on the cooing of the doves that gathered, out of sight behind wrinkled white silk blinds, on the eaves and in the courtyards of the Thermal Institute. But the German's every movement was a provocation in sound. Quite audibly she pulled back the sheets on a bed directly opposite Lotte's. She stretched herself out on it, yawned and sighed pointedly; even when she finally lay still and seemed to surrender to the prescribed quiet, the silence she produced was painful on the ears. Lotte swallowed. A feeling of tension was crawling up from her stomach to her throat; a mental queasiness that had also come over her the previous day when she sat, up to herchin, in a peat bath.
While she had succumbed to the heat of the sour peat that relaxed her stiff joints, an old nursery rhyme, hummed in an elderly woman's unsteady mezzo, floated into the room through a crack in the door from a neighboring bathroom. This song, which penetrated her awareness for the first time in seventy years, released a vague mixture of anxiety and irritation—feelings an aged patient ought to guard against in a peat bath at forty degrees Celsius. A heart attack was lurking in the brown sludge, between the lumps and granules and half-decayed twigs that drifted about."

 

 1966170-cd8418968c1c0f460c64a32a283c0ef7.jpg
Tessa de Loo (Bussum, 15 oktober 1946)
Cover

 

De Brits-Amerikaanse schrijver Grenville Wodehouse werd geboren op 15 oktober 1881 in Guildford. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voorP.G. Wodehouse op dit blog.

Uit:Leave It To Jeeves

“Jeeves--my man, you know--is really a most extraordinary chap. So capable. Honestly, I shouldn't know what to do without him. On broader lines he's like those chappies who sit peering sadly over the marble battlements at the Pennsylvania Station in the place marked "Inquiries." You know the Johnnies I mean. You go up to them and say: "When's the next train for Melonsquashville, Tennessee?" and they reply, without stopping to think, "Two-forty-three, track ten, change at San Francisco." And they're right every time. Well, Jeeves gives you just the same impression of omniscience.
As an instance of what I mean, I remember meeting Monty Byng in Bond Street one morning, looking the last word in a grey check suit, and I felt I should never be happy till I had one like it. I dug the address of the tailors out of him, and had them working on the thing inside the hour.
"Jeeves," I said that evening. "I'm getting a check suit like that one of Mr. Byng's."
"Injudicious, sir," he said firmly. "It will not become you."
"What absolute rot! It's the soundest thing I've struck for years."
"Unsuitable for you, sir."
Well, the long and the short of it was that the confounded thing came home, and I put it on, and when I caught sight of myself in the glass I nearly swooned. Jeeves was perfectly right. I looked a cross between a music-hall comedian and a cheap bookie. Yet Monty had looked fine in absolutely the same stuff. These things are just Life's mysteries, and that's all there is to it.
We have hundreds more books for your enjoyment. Read them all!
But it isn't only that Jeeves's judgment about clothes is infallible, though, of course, that's really the main thing. The man knows everything. There was the matter of that tip on the "Lincolnshire." I forget now how I got it, but it had the aspect of being the real, red-hot tabasco."Jeeves," I said, for I'm fond of the man, and like to do him a good turn when I can, "if you want to make a bit of money have something on Wonderchild for the 'Lincolnshire.'"

 

 1966170-cefdaf36a3aa0c7d33d580cabe16fddf.jpg
P.G. Wodehouse (15 oktober 1881 – 14 februari 1975)
Cover

 

De Amerikaanse schrijver Mario Puzo werd geboren in New York op 15 oktober 1920. Zie ook alle tags voor Mario Puzo op dit blog en ook mijn blog van 15 oktober 2009 en ook mijn blog van 15 oktober 2010

Uit: The Last Don

“He saw Pippi was not happy, that he must give reasons. "Your wife, Nalene, cannot live in the atmosphere of the Family, she cannot be accepted by them. You must build you life away from us." Which was all true, but the Don had another reason. Pippi was the great hero general of the Clericuzio Family, and if continued to be "Mayor" of the Bronx Enclave, he would be too powerful for the sons of the Don when the Don no longer lived.
"You will be my Bruglione in the West," he told Pippi. "You will become rich. But there is important work to do."
He handed Pippi the deed to a house in Las Vegas and the ownership of a thriving collection agency. The Don then turned to his youngest son, Vincent, a man of twenty-five. He was the shortest of the children, but built like a stone door. He was spare in speech, and he had a soft heart. He had learned all the classic peasant Italian dishes at his mother's knee, and it was he who had wept so bitterly at his mother's dying young.
The Don smiled at him. "I am about to decide your destiny," he said, "and set you on your true path. You will open the finest restaurant in New York. Spare no expense. I want you to show the French what real food is all about." Pippi and the other sons laughed, even Vincent smiled. The Don smiled at him. "You will go to the best cooking school in Europe for a year."
Vincent, though pleased, growled, "What can they teach me?"
The Don gave him a stern look. "Your pastries could be better," he said. "But the main purpose is to learn the finances of running such an enterprise. Who knows, someday you may own a chain of restaurants. Giorgio will give you the money."
The Don turned finally to Petie. Petie was the second and the most cheerful of his sons. He was affable, at twenty-six no more than a boy, but the Don knew he was a throwback to the Sicilian Clericuzio."

 

 1966170-3eca71186ff6b01175337bd141b6730b.jpg
Mario Puzo (15 oktober 1920 – 2 juli 1999)
Cover DVD

 

De biografische data zijn onzeker en berusten op verhalen en legenden, maar de internationale internet encyclopedie Wikipedia geeft 15 oktober 70 v. Chr. als geboortedatum van Publius Vergilius Maro. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voorVergilius op dit blog.

Uit: Het boerenbedrijf (Georgica, fragment)

De bijen

Over de honing,gave van des hemels
dauwen,
een nieuw lied.
- Schenk,Maecenas,ook
dit werk uw aandacht.

Hier ligt te kijk een kleine wereld en
haar wonderen:
aanvoerders onversaagd,een ganse staat,
- zijn volken,
zijn levenswijze,driften en strijd wil
ik ontvouwen.

Klein is het arbeidsveld,niet klein
zijn roem,als gunstig
de goden willen zijn,Apollo hoort mijn
vragen.

Begin met voor de bijenstand een plek
te zoeken
buiten de wind (beladen komen zij waar
wind staat
de korf niet in) en waar geen schaap,
geen bokje stoeiend
trapt op de bloemen,of een koe die
loopt te grazen
de dauw afschudt en poten op het jonge
gras zet.

Geen schubbig hagedisje,scherp
getekend,hoort bij
de voorraadplaats;geen vogels ook,de
bijenwolf of
de zwaluw,'t keeltje bloedbevlekt door
Procne's wandaad,
- want dat zijn grote rovers,die liefst
ook het bijtje
snappen in hun vlucht:goed voer voor
hun vraatzuchtig broedsel.

 

Vertaald door Ida Gerhardt

 

 1966170-2f57b7558766280ab95196c3e3199e47.jpg
Vergilius (15 oktober 70 v. Chr. - 21 september 19 voor Chr.)
Vergilius op een mozaïek (detail) uit de 3e eeuw, Tunis, Nationaal Museum Bardo

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Kees Beekmans werd geboren in 1961. Zie ook alle tags voor Kees Beekmans op dit blog en ook mijn blog van 15 oktober 2010.

Uit: Tussen hoofddoek en string

“Dat soort opmerkingen vindt Brahim leuk en ik vind het leuk om Brahim te zien lachen, zijn plezier is zo echt. Maar waarom, vraag ik, wil je eigenlijk met haar stoppen, het is toch een leuke meid? En wat ik ervan gezien heb, hebben ze het toch niet slecht samen? Op dat moment realiseer ik me dat ik eigenlijk niets van hun relatie weet. Hoe vaak ze afspreken, waar ze dat doen, of ze wel eens bij elkaar over de vloer zijn geweest, dus elkaars ouders kennen, of ze seks hebben en zo ja waar want thuis kan dat niet en beiden wonen nog thuis – nee, ik weet helemaal niet hoe dat hier gaat, niet getrouwd zijn maar een relatie hebben. Brahim valt stil. Ik vraag maar gewoon of hij wel eens met haar naar bed is geweest. Hij begint weer te lachen – ook uit verlegenheid nu – en dan vertelt hij me eerlijk dat ze wel seks hebben maar dat ze niet met elkaar naar bed gaan, ‘dus geen penetratie,’ verduidelijkt hij, ‘maar verder doen we alles.’ Hij vertelt me zelfs, in de termen van de geneeskundestudent, dat ze ‘de penis en de vagina tegen elkaar aan wrijven’ – en zo gedetailleerd had het voor mij nu ook weer niet gehoeven, op dit moment merk ik weer hoe jong Brahim nog is, wat onhandig nog. Een en ander speelt zich af in een bertoesj. Een bertoesj, vertelt Brahim me, fungeert als toevluchtsoord voor hen die nog bij hun ouders wonen en geen privacy hebben. Ik begrijp dat het probleem in Marokko vergelijkbaar is met dat in andere mediterrane landen waar kinderen bij hun ouders blijven wonen totdat ze trouwen. In ItaliÎ is het de auto die dienstdoet als lustoord, wie in Italie is geweest of Italiaanse films heeft gezien kent het wel, die kleine fiatjes op parkeerplaatsen die in het holst van de nacht met beslagen raampjes op hun wielen staan te schudden. En als ik me niet vergis is in Frankrijk de garáonniere nog altijd courant, de vrijgezellenkamer. In Marokko heet het een bertoesj. Later zal Brahim me er nog eens mee naartoe nemen, en het eerste woord dan in me opkomt is rattenhol.”

 

 1966170-d4d3e9957ec6e1e69ad9e4dc0c52bb8c.jpg
Kees Beekmans (1961)
Cover

Geschreven door Romenu om 12:55 Reageer op dit bericht

Alfred Neumann

De Duitse schrijver Alfred Neumann werd geboren op 15 oktober 1895 in Lautenburg als zoon van een joodse houtindustrieel en bracht zijn jeugd door in Berlijn, Rostock en Franstalig Zwitserland. Vanaf 1913 studeerde hij kunstgeschiedenis en na WO I promoveerde hij. In München werkte hij eerst als lector bij een uitgeverij, van 1918 tot 1920 als dramaturg van de Kammerspiele en als freelance schrijver. Neumann emigreerde in 1933, woonde tot 1938 in Fiesole, toen in Nice en vanaf 1941 in Los Angeles, waar hij Amerikaans staatsburger werd. In 1949 keerde hij terug naar Europa en vestigde zich in Florence. De vroege novelle “Lehrer Taussig” is nog schatplichtig aan het expressionisme, maar al gauw kwam hij in de verleiding om het beeldende ruimtegevoel van de barok stilistisch om te zetten in de taal van de kunst. Het historische onderwerp, waar hij zich op richtte bood hem altijd een gelegenheid om de diepten van de menselijke ziel te verkennen. De schelmenroman “Narrenspiegel” gaat over het avontuurlijke leven van de eeuwig failliete hertog vab Liegnitz Heinrich, die ooit het Hugenotleger aanvoerde en bijna koning van Polen werd. De roman “Der Patriot” speelt zich af voor de historische achtergrond van de moord op tsaar Paul I en werd in 1928 succesvol verfilmd met Emil Jannings in de hoofdrol. Tijdens zijn tijd in Californië schreef hij de roman “Der Pakt” over de Amerikaanse kolonel William Walker, die in de 19de eeuw tot president van Nicaragua werd gekozen, maar het land in een dictatuur veranderde.

 Uit: Strange Conquest (Der Pakt, vertaald door Ransom T. Taylor)

“They pushed through the roadblock and ran along the houses in two columns without losing a single man. They received fire, but it was irregular, inaccurate, and seemingly hesitant. Two men were lost at the next roadblock and here it became apparent that the enemy took poor aim, fired too high, and couldn’t face a frontal attack, especially when the attackers yelled. The Falange got through.
But then there was yelling behind them in their own tongue, terrible in its agony. Now they knew that one of the two who had gone down before the roadblock had not been dead, but would be soon. They wanted to go back.
“Keep going!” roared Kewen, brandishing his pistol.
They got a few paces further, then drew fire from every window, and behind them the road block closed like a cattle gate.
“Keep going!” Kewen yelled, and they snarled at him like angry dogs. He dropped his pistol, stunned by their mutiny.
They crawled into the two nearest houses on their right and left and, roaring with rage, cleaned them of five snipers each. They cleaned them out with their bayonets.
They didn’t budge from those holes. Five of them now lay outside, between the two houses, and two lay back by the roadblock. That made seven. Jonny Felice lay in the outskirts of the town. That made eight. In Tola under the rattling coconuts lay Crocker. That made nine.
Achilles Kewen was still around. He popped back and forth between the two houses, made speeches, insulted the troops, wasted his luxuriant stock of Kentucky curses on them. They didn”t budge from their holes. Every time he skipped across the street, he was fired on, and finally it got too much for him, or he lost his head. He planted himself in the middle of the street and yelled: “You yellow bastards! You yellow bastards!” He yelled it only twice. Then he ripped his mouth wide open as for a huge laugh, and only when he pitched forward did anyone see the hole in his forehead. Now there were ten gone.”

 

 2076262-46b132925febf3866c07f31a99cb03e0.jpg
Alfred Neumann (15 oktober 1895 - 3 oktober 1952)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Riekus Waskowsky

De Nederlandse dichter Hendericus Mattheus (Riekus) Waskowsky werd geboren in Rotterdam op 15 oktober 1932. Eén van zijn overgrootvaders was een Poolse vuurtorenwachter die in het midden van de negentiende eeuw aan de Nederlandse kusten terechtkwam; hij bracht de naam Waskowsky naar Nederland. Riekus kampte met een zwakke gezondheid: astmatische aanleg. Hij las al vroeg alles wat los en vast zat, Na de oorlog doorliep Riekus eerst de Mulo en vervolgens de Hogere Burger School. Hierna bezorgde zijn vader hem een baantje in de BP-raffinaderij bij de Rotterdamse haven. Na zijn werk in de fabriek bracht hij anderhalf jaar door in militaire dienst, en pas daarna begaf hij zich naar Amsterdam om sociale psychologie te studeren. In dit vak behaalde hij midden jaren vijftig zijn kandidaatsexamen, daarnaast volgde hij colleges in politieke wetenschappen en filosofie. In 1964 werden er voor het eerst gedichten gepubliceerd in een ‘officieel’ literair tijdschrift, “Vandaag”. Waskowsky’s naam als dichter raakte langzaam gevestigd. In 1968 kreeg hij de Alice van Nahuys-prijs voor zijn debuut “Tant pis pour le clown”. In 1968 verscheen zijn tweede bundel “Slechts de namen der grote drinkers leven voort” opnieuw waren de kritieken overwegend positief. Behalve met het schrijven van eigen werk hield hij zich ook bezig met het vertalen van het werk van anderen. Uit het Spaans vertaalde hij onder andere gedichten van Pablo Neruda. Hij vertaalde ook “Zwart kwaad” van Evelyn Waugh. Riekus Waskowsky was onder meer bevriend met Jules Deelder, aan wie hij het gedicht Op de sien opdroeg, en met Gerrit Komrij en J.P. Guépin.

 

Archeoloog

Hij is niet gelukkig nu langzaam
na jaren voorbereiding zijn handen
de bedolven stad bevrijden.

Kranten en vakbladen
zullen over zijn vondsten juichen -
maar hij is niet gelukkig.

Oude vormen van wanhoop, de resten van het leven
dat hij aarzelend blootlegt, vullen zijn hart.

1200 jaar voor Christus sterft hij dan
bij de verwoesting van Mycene.

 

 

‘Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen...’

Het is dezelfde verwarring, Trutje - na alle
opwinding en rook heb ik mij uitgestrekt op

de vloer - ondanks de vrienden in lachkick.
‘Hoe voel je je nou?’ vragen ze en ‘Mm’ zeg ik

met moeite en dan springt een aankomend magier
op (kompleet met blikken kruis en plastic

doodshoofd) en buldert: ‘Luister, o aarde
luister, de laatste geheimen zijn nu ontsluierd’.

Maar wat weten de vrienden in godsnaam van de
vrienden? Er zijn momenten waarop er een zoete

rook van begrip in deze bouwvallige woning
kringelt... A perfect understanding - zoals toen

je knipoogde op het ogenblik dat ik mij in je
gruwelijk amuseerde... Maar het is dezelfde

verwarring - onverbiddelijk komt het moment
waarop je je afvraagt of de vrienden wel een ik

zijn (het is nooit gegeven, je kan het hoogstens
veronderstellen naar analogie van jezelf).

Toen de rook was opgetrokken, Trutje, kwamen
de tranen waarmee je terugging naar je man.

 

 2059065-e861a48a52881fc33a12434449914a99.gif
Riekus Waskowsky (15 oktober 1932 - 14 april 1977)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten