Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 oktober 2016 tot 20 oktober 2016

Hans Warren, Mustafa Stitou, Hans Maarten van den Brink, Arthur Rimbaud, Marnix Gijsen, Oskar Pastior, Elfriede Jelinek, Robert Pinsky

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Hans Warren op dit blog.

Uit:Geheim dagboek 1981 – 1982 (Deel 15)

“14 september 1982 Gisteren om kwart over zeven opgestaan, met de trein van kwart over negen naar Leiden met een koffer vol dichtbundels uit 1981. In de trein heb ik nog eens aandachtig Lichtval van Hans Faverey en Gerrit Komrijs De os op de klokketoren gelezen, want om die twee gaat het volgens mij. Ik was bang dat ik de heren niet mee zou krijgen. Gerrit heeft veel mensen tegen zich in ’t harnas gejaagd door bijtend kritische opmerkingen.
Om elf uur arriveerden we in Leiden. We namen een taxi naar Oegstgeest (…), het bleek niet ver. Een groot, in de jaren twintig gezet huis, nogal somber, met veel houtwerk overal, vrij luxueus. Ook wat de inrichting betreft, al viel er weinig écht moois te bewonderen, zelfs de Perzische tapijten waren niet bijzonder. Veel exotisch spul, meegebracht van reizen in Oost en West door Heleen, Nagels vrouw. Zij deed open, Nagel kwam de trap af schuifelen. Zijn voeteuvel leek mee te vallen. (…)
Kort na ons kwam ook Adriaan van Dis (halverwege de dertig, schat ik), fors, met grijzend krulhaar, een wat verwijfd gezicht, putje in de kin, hoge stem. Vermoedelijk homo, ik ben er niet zeker van. We dronken een kop koffie in de zitkamer, Nagel weidde over zijn kwalen uit. Van Dis reageerde al te vlot (‘Gevolg van een geslachtsziekte zeker’) en de consumpties waren niet best. Slechte koffie, koek die ik vanwege het uiterlijk veiligheidshalve afsloeg. We gingen aan het werk in een ander vertrek. Mario zat erbij of hij ook lid van de jury was. Het bleek al snel dat Van Dis eveneens Gerrit bovenaan had staan, en Nagel sloot zich onmiddellijk aan hoewel hij de bundel niet gelezen had. Hij begon: ‘dat moeten jullie dan maar niet zeggen natuurlijk.’ Ik vond dat dit echt niet kon. Ik weet niet of ik brutaal geweest ben, maar zei: ‘Trek je dan een half uur terug, lees de bundel, dan heb je ten minste la conscience nette!’ Dat heeft hij gedaan. (…) We hakten de knoop door: als het aan ons ligt, krijgt De os op de klokketoren de Herman Gorterprijs 1981. Ik was heel gelukkig.”

 

Saïd

Vluchtig met armen
vluchtig als getatoueerde meisjes
als een hart met kruislings
mes en pijl, droppend van bloed.
Haar, mos van nachtelijke steppen
bitter doordrenkt met regen,
ogen dieper dan mediterrane zonnen
schroeiend gaten in elke sluier,
in elke handpalm die afwerend
nog doven wil;
aluinen huid
van de schouderaccolade neerwaarts
ruw overklauwd
met faunebeten, vossesporen,
littekens harsig als de wind
in 't land van Nepal,
voeten, duikelaarsvoeten,
zwaar, maar rennend de herfst uit
in een wervelstorm van bladeren.

 

 

Toeval

Het wintert in Pompeï. De tijd
van vegen, opruimen, restaureren
en verder graven in de as.
Er zijn recruten ingezet,
soms wordt een kiek gemaakt.

Zes jaar verlopen, en in je tent
's nachts om drie uur toon je me foto's:
kijk, toen was ik in dienst,
we groeven een villa op in Pompeï,
het was berekoud, ik heb nog
een munt achterover kunnen drukken, hier!

Weer een paar jaren later blader ik
in een catalogus over Pompeï. Met een schok
herken ik de foto, je dikke trui, je mutsje, het was berekoud, zei je. Het muntje
schuift koel over mijn warme borst.

 

1967624-162780623c61168f4bf6e5c315113a6b.JPG
Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)
          

 

De Marokkaans-Nederlandse dichter Mustafa Stitou werd geboren in Tétouan op 20 oktober 1974. Zie ook alle tags voor Moustafa Stitou op dit blog.

 

Twee halve gezichten

Twee halve gezichten heb ik.
Twee halve gezichten.

Doe wat je Vader zegt,
zegt de sleutelhanger,
en je zult veilig zijn.

En het lege slakkenhuis?
Het schimmelende brood?
Het doosje condooms?

Het muizengif? Het jankende
feestmasker aan de muur?
De blakende sinaasappel
op het dressoir? Het kammetje
van het merk Unbreakable?
Haar handschoenen die zij
inderhaast is vergeten?

Twee halve gezichten.

En de achterdocht
in mijn pretoogjes?
Sterk als de impuls
verantwoordelijkheid
te weigeren!

De sleutelhanger zegt:
Doe wat je Vader zegt
en je zult veilig zijn.

Maar het slakkenhuis
zegt de god van de vreugde na
(en de vrijheid):
Vergeet het verschil
en je zult identiteit vinden

 

 1967624-eec8d5c627dea7ac99d6fd9670a6ffec.gif
Mustafa Stitou (Tétouan, 20 oktober 1974)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Hans Maarten van den Brink werd geboren in Oegstgeest op 20 oktober 1956. Zie ook alle tags voor Hans Maarten van den Brink op dit blog.

Uit: Over het water

“Ik stelde me voor hoe de spitse, met koper beslagen punt van onze boot door het water schoot, even duikend op het moment dat wij onze bladen vasthaakten, dan weer schuin omhoog en voorwaarts bewegend, duikend, versnellend.
Langs het gras, langs het riet, als een jonge snoek die nu eens niet wil duiken maar vlak onder de water-spiegel achter een prooi aanjaagt die hem niet meer kan ontgaan, vanuit de donkere diepte nagestaard door het gewone volk van traag happende vissen. Maar ik dacht natuurlijk niet in vergelijkingen, want alles ging vanzelf. Ik voelde het water door mijn haren en over mijn gezicht stromen. Als ik had willen huilen, had ik het niet gemerkt.
Van het ene op het andere moment was de regen voorbij en onmiddellijk scheen ook de zon weer, alsof hij niet was weggeweest en misschien was dat ook wel zo, want het was ook gedurende de bui opmerkelijk licht en warm gebleven. Terwijl de laatste druppels vielen, meer vanuit de takken en bladeren langs de waterkant dan uit de hemel, vertraagde ik met lange halen onze vaart. Vijf, misschien zes minuten had het alles bij elkaar geduurd. Het wateroppervlak werd nu alleen nog maar gebroken door het eenzame spoor van kolken dat we erin achterlieten en dat lang zichtbaar bleef in het stille water voor ik het in een flauwe bocht zag vervagen en het weer één werd met de rivier. Mijn huid tintelde. Hier en daar begon een vogel aarzelend te zingen. Achter me hoorde ik David.
‘Hmmmm,’ zei hij genietend.
De zomermaanden waren warm en duurden lang. David had zijn koffers gepakt, zijn tennisrackets, de Engelse romans waar zijn zuster zo om moest lachen (maar die hij ook soms las, gaf hij grootmoedig toe) en was met de familie naar Zwitserland vertrokken. Ook Schneiderhahn was de stad uit en ditmaal vergden zijn zaken meer dan enkele dagen.
Tot september zouden we hem niet zien, zei hij, hij reisde zuidwaarts, maar hij vertrouwde erop dat we gedurende de zomer onze spieren zouden onderhouden en hij gaf ons de datum en het tijdstip waarop hij ons weer op het vlot verwachtte. Gezond, in sporttenue en pünktlich - alsof we na meer dan twee maanden dan ineens geen minuut meer mochten verliezen.”

 

 1967624-97fdb2a09c230226f5647fc2cceedc10.jpg
Hans Maarten van den Brink (Oegstgeest, 20 oktober 1956)

 

 

De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arthur Rimbaud op dit blog.

Uit: Une saison en enfer (Vertaald door Frank d'Esprit)

 

Om vier uur ’s morgens, in de zomer,
Duurt de liefdesslaap nog.
Onder de bosjes vervliegt
De geur van de feestavond.

Daar beneden, in hun ruime werf
Bij de zon der Hesperiden,
Roeren zich al – in hemdsmouwen –
De Timmerlieden.

In hun Woestenijen van mos, rustig,
Maken ze de kostbare lambriseringen klaar
Waar de stad
Valse hemelen zal schilderen.

O, voor deze bekoorlijke Werkers
Onderdanen van een koning van Babylon,
Venus! verlaat een ogenblik de Geliefden
Wier ziel gekroond is.

O Koningin der Herders,
Draag naar de arbeiders het levenswater,
Zodat hun krachten in vrede zijn
Wachtend op het bad in zee ’s middags.

De dichterlijke oude rommel had een goed aandeel in mijn alchemie van het woord.
Ik raakte gewend aan de banale hallucinatie: ik zag simpelweg een moskee in plaats van een fabriek, een tamboerenschool gemaakt door engelen, koetsen op de hemelwegen, een salon op de bodem van een meer; de monsters, de mysteries; een titel van een kluchtspel riep schrikbeelden voor me op.
Dan verklaarde ik mijn magische sofismen met de hallucinatie van de woorden!
Ik eindig met de wanorde van mijn geest heilig te vinden. Ik was loom, ten prooi aan zware koorts: ik benijdde de gelukzaligheid van de beesten, – de rupsen, die de onschuld voorstellen van het voorgeborchte, de mollen, de slaap van de maagdelijkheid!
Mijn karakter werd verbitterd. Ik zei vaarwel aan de wereld in soorten romances:

 

 1967624-82ad46d4479dbabe87a14d91bd8682a3.jpg
Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)
Musée Arthur Rimbaud, Charleville-Mézières

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Marnix Gijsen werd geboren op 20 oktober 1899 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Marnix Gijssen op dit blog.

Uit: Klaaglied om Agnes

“Dikwijls heb ik daaraan gedacht toen ik, achter een zorgvuldig opgetrokken façade van mannelijkheid, mijzelf week en aarzelend voelde. Herhaaldelijk heb ik in dat overwicht van het vrouwelijke in mij een verontschuldiging voor lafheid en halfslachtigheid gevonden. Net alsof dergelijke gebreken specifiek vrouwelijk zouden zijn! Al te laat heb ik begrepen dat men ons van man en vrouw een conventioneel beeld heeft opgehangen, dat meer steunt op de mythologie en op de maatschappelijke vooroordelen van geheel onbeschaafde óf overbeschaafde volkeren, dan op enige redelijke of eerlijke grondslag.
Toen echter was Agnes in mijn bestaan een levende werkelijkheid, een icoon waarheen ik mij richtte in uren van nood, een ideaal wezen. Later, wanneer ik allerlei redenen had om over mezelf grondig ontevreden te zijn, kwam haar beeld mij steeds voor de geest en voelde ik mij in dit leven een indringer, alsof ik schaamteloos haar plaats had ingenomen in deze wereld en Agnes' geslacht en bestemming had verraden door een man te zijn, die al te dikwijls geen man was. Wanneer het mij goed ging en ik meende dingen te hebben gedaan die de moeite waard waren, dacht ik dan weer dat ik als het ware een optelling was van Agnes en mijzelf en ik was trots omdat mijn wezen iets bevatte (te veel, zeiden de geleerde heren) van wat Schiller ‘das ewig Weibliche’ heeft genoemd.
Zo leefde ik in een gesloten, eng begrensde wereld. Moeder was zwijgzaam en vol zorgen. Voor mij had zij slechts een soort misprijzend medelijden over, alhoewel zij zich om mij letterlijk afsloofde. Zij zag het leven donker in en kon zich zelden weerhouden mij te doen gevoelen, dat wat mij te wachten stond geen enkele reden tot verblijding kon brengen. Hoe dikwijls heb ik niet verlangd geboren te zijn ergens in Italië of Spanje, waar, naar men zei, het volk blijmoedig, luchthartig en oppervlakkig leeft en waar men het bestaan opvat als spel en dans.”

 

 1967624-76fe74578f09a387b9b3d99fa0ad58b3.jpg
Marnix Gijsen (20 oktober 1899 – 29 september 1984)
Cover

 

 

De Duits-Roemeense schrijver Oskar Pastior werd in 1927 in Hermannstadt (Transsylvanië, Roemenië) geboren. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oskar Pastior op dit blog.

 

pantum kadewe pulmon

wenn die luftverbindung trennt
und die offenen grenzen schweigen
statt zu schäumen sukkulent
wann die säulenfrüchte steigen

und die offenen grenzen schweigen
noch bevor die schneise läuft
wann die säulenfrüchte steigen
bis der schwermuthopfen greift

noch bevor die schneise läuft
und die alten mieder schmurgeln
bis der schwermuthopfen greift
wo es rasselt statt zu gurgeln

und die alten mieder schmurgeln
während wenn der steiß ausbricht
wo es rasselt statt zu gurgeln
weil man alte konten schließt

während wenn der steiß ausbricht
und man kann nicht unterscheiden
weil man alte konten schließt
ob sie niesen oder schleudern

und man kann nicht unterscheiden
wenn die luftverbindung trennt
ob sie niesen oder schleudern
statt zu schäumen sukkulent

 

 1967624-4400d9b521fbae557e45809e6225fa51.jpg
Oskar Pastior (20 oktober 1927 – 4 oktober 2006)
Cover CD met een reconstructie van Pastiors Büchner-Preis-lezing

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek werd geboren op 20 oktober 1946 in Mürzzuschlag, een kleine stad in de deelstaat Stiermarken. Zie ook alle tags voor Elfriede Jelinek op dit blog ook mijn blog van 20 oktober 2010.

Uit: Neid

“Kleine Lebenswelten stürzen nach außen, die dazupassenden kleinen Lebensweisheiten nach innen. In der Mitte treffen sie einander. Touristische Aktivitäten zur Vermarktung von Kultur und Geschichte sollen, ausgerechnet an so einem Ort, plötzlich zusammengefügt werden wie kurzgeschlossene Drähte, bis sie, nicht einmal ein Auto in Gang setzend, funkensprühend, zischend zurückschlagen, um den Einzug in unser Fassungsvermögen ordentlich vorzubereiten, was bedeutet: Spaßfaktor! Spaßfaktor! Der wird gesucht, bitte, ich verdiene ja nichts daran, und Sie verdienen es nicht besser. Lesen Sie, daß ich dem Substandard zuzurechnen bin, das heißt, mir wird faktisch nichts mehr zugerechnet, denn ich habe schon alles und brauche nichts. Meine Größenordnung ist nicht alarmierend, aber ich bin doch ziemlich groß geworden, und ich sehe derzeit keine Nachfolgerin. Nein, ich sehe nur noch Nachfolgerinnen und bekämpfe sie entschlossen. Aber diese Gegend und diese Menschen brauchen ihre stille Reserve (ich brauche sie nicht!), die Größenordnungen dessen, was fehlt, sind nicht allzu alarmierend, und man muß ja bedenken, daß ein funktionierender Markt auch eine Mobilitätsreserve in Form von zeitweilig Arbeitslosen und/oder zeitweilig leerstehender Wohnungen benötigt, denn man muß die Arbeitslosen ja irgendwo hineintun, wo es noch leer ist, sonst stehen sie im Eck oder am Eck und spielen Geige, nur schlechter als ich oder Brigitte, von der die Rede ist, nein, noch nicht, aber bald. Was ich benötige, interessiert keinen, das ist wahrscheinlich auch der Grund, weshalb ich es nicht bekomme. Eine Gemeindeverwaltung, vertreten durch den Vizebürgermeister in seiner Funktion als Fremdenverkehrsreferent, schlägt der Stadt nun ein neues Bild ihrer selbst vor.”

 

 1967624-f3b3a20bcc80d7024b51aa0e6623ecd5.png
Elfriede Jelinek (Mürzzuschlag, 20 oktober 1946)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en essayist Robert Pinsky werd geboren op 20 oktober 1940 in Long Branch, New Jersey. Zie ook alle tags voor Robert Pinsky op dit blog en ook mijn blog van 20 oktober 2010

 

December Blues

At the bad time, nothing betrays outwardly the harsh findings,
The studies and hospital records. Carols play.

Sitting upright in the transit system, the widowlike women
Wait, hands folded in their laps, as monumental as bread.

In the shopping center lots, lights mounted on cold standards
Tower and stir, condensing the blue vapour

Of the stars; between the rows of cars people in coats walk
Bundling packages in their arms or holding the hands of children.

Across the highway, where a town thickens by the tracks
With stores open late and crèches in front of the churches,

Even in the bars a businesslike set of the face keeps off
The nostalgic pitfall of the carols, tugging. In bed,

How low and still the people lie, some awake, holding the carols
Consciously at bay. Oh Little Town, enveloped in unease.

 

 

Essay On Psychiatrists

I. Invocation

It‘s crazy to think one could describe them—
Calling on reason, fantasy, memory, eves and ears—
As though they were all alike any more

Than sweeps, opticians, poets or masseurs.
Moreover, they are for more than one reason
Difficult to speak of seriously and freely,

And I have never (even this is difficult to say
Plainly, without foolishness or irony)
Consulted one for professional help, though it happens

Many or most of my friends have—and that,
Perhaps, is why it seems urgent to try to speak
Sensibly about them, about the psychiatrists.



 1967624-fcda4f480664bed497ecb42045424b59.jpg
Robert Pinsky (Long Branch, 20 oktober 1940)
In 2005

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn blog van 20 oktober 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 12:56 Reageer op dit bericht

Ela Angerer

De Oostenrijkse schrijfster Ela Angerer werd geboren op 20 oktober 1964 in Wenen. In 1966 verhuisde ze met haar ouders naar Vorarlberg, waar zij   in Bregenz en Dornbirn naar school ging. Kort voor het eindexamen verliet zij de school. Na een lang verblijf in Parijs in 1983 ging ze naar Wenen. Jarenlang werkte ze als journaliste voor Oostenrijkse kranten en tijdschriften, waaronder Kurier, Der Standard, Formaat, Festival Magazine en News. Voor deze laatste schrijft ze onder de titel “Stilfragen” een wekelijkse column over mode en trends. Ela Angerer is sinds 2010 redacteur van de boekenserie “Moderne Nerven”. Uit de teksten van het derde deel, “Porno”, schreef ze het gelijknamige toneelstuk, dat in het najaar van 2011 in het Rabenhoftheater in Wenen onder haar eigen regie in première ging en veel media aandacht kreeg. In 2014 publiceerde haar eerste roman “Bis ich 21 war. Hoewel Angerers boek "autobiografische trekken" werden toegeschreven zei de schrijfster in latere interviews dat de tekst niet kon worden gelezen als haar eigen geschiedenis. Het ging haar meer om het verkennen van de geest van een aan consumptie en uiterlijkheden georiënteerd maatschappelijk middenveld in het Oostenrijk van de jaren 1960 tot 1980. In 2016 verscheen haar tweede roman “Und die Nacht prahlt mit Kometen.”

Uit: Bis ich 21 war

„Dass meine Nase heute auf keinem Foto stört, hat wahrscheinlich mit den Gesprächen zu tun, die unsere Mutter mit mir schon in meiner Kindergartenzeit führte. Der Satz, der mir immer am meisten Angst einjagte: »Sobald du achtzehn bist, wirst du dir deine Nase operieren lassen.«
»Aber was ist, wenn ich das nicht will, weil ich mich davor fürchte?«
»Nun, dann solltest du auf jeden Fall, sooft du nur kannst, den Nasenrücken mit Daumen und Zeigefinger zusammendrücken. Du bist noch im Wachstum, und wenn du Glück hast, hilft auch das.«
Von diesem Glück erhoffte ich mir viel und presste deshalb über Jahre hinweg meine Nase, wann immer ich mich unbeobachtet fühlte, mit aller Kraft zusammen. Mein Glaubenssatz lautete: Erst wenn es wehtut, wird es wirken. Ich musste dem Schicksal beweisen, wie sehr ich es wollte, und
mit aller Kraft zudrücken.Genau so machte ich es auch mit den Ohren, obwohl davon in den Unterhaltungen mit meiner Mutter nie die Rede war, aber ich hatte in den Gesprächen der  Erwachsenen immer wieder von Männern und Frauen gehört, die sich ihre Ohren operativ anlegen lassen mussten, weil sie nicht weiter als Witzfigur durchs Leben gehen wollten. Also leistete ich auch hier ganze Arbeit. Mehrmals am Tag presste ich nach der Nasenbehandlung beide Handflächen so fest ich nur konnte gegen meine Ohren. Mehrmals am Tag tat mir danach der ganze Kopf weh.
Wenn ich an unsere Eltern vor meiner Zeit denke, sehe ich alles in analogen Schwarzweißabzügen, mit harten Kontrasten und gelegentlichen Lichtpunkten. Meine Mutter, die mit ihrer weißen Blumenhaube auf dem Standesamt aussieht wie Liz Taylor. Tatsächlich hatte Liz Taylor, als sie Richard Burton zum ersten Mal heiratete, genau so einen Hut getragen, und meine Mutter hatte diesen Hut, den man sich wie eine seidene Badehaube vorstellen kann, bei der Schneiderin kopieren lassen. Mein Vater im dunklen Anzug mit schmaler Krawatte, so wie es zu dieser Zeit Mode ist. Beide haben auffallend große Nasen, sie könnten Griechen, Römer oder Aserbaidschaner sein. Mein Bruder und meine Schwester werden später genau so große Nasen bekommen, nur nicht so schmal und elegant. Meine wird man im Vergleich dazu einmal als klassisch bezeichnen, was bei dieser Erbmasse an ein Wunder grenzt.
In der Schwarzweiß-Welt gibt es Partys, Ausflüge mit dem Auto, Verwandte, die sich lachend übers Geländer einer Bergstation lehnen.“

 

 1974774-e330a9e7b70a8a8c5db5fc67dcc4a8b3.png
Ela Angerer (Wenen, 20 oktober 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

David Vann, Philip Pullman, Miguel Ángel Asturias, Fannie Hurst, Leigh Hunt, Nardo Aluman

De Amerikaanse schrijver David Vann werd geboren op 19 oktober 1966 op Adak Island, Alaska. Zie ook alle tags voor David Vann op dit blog.

Uit: Aquarium

“That’s not enough. You’re going to search until you find something, and you’re going to tell me. Right now. Sheri. Please. You do it now or we’re gone. You give me some way to have some sympathy for you as I stand in this nice house, all lovingly redone, and think about the broken house you left us in, with its leaky roof and no heat and no insulation and nothing. Tell your sob story about the fucking war, whatever it was that my mom thought you were so broken about. My grandfather closed his eyes. No story ever explains. But I’ll give you what you want. I think I know the moment you want, because I made a kind of decision. There was some change. But I can’t start the story at the beginning. I’ve never been able to do that. I have to start at the end and then go back, and it doesn’t finish, because you can go back forever. Do it, my mother said. I don’t think Caitlin should hear. She can hear. Okay. You’re her mother. That’s right. So I won’t give the awful details, but I was lying in a pile of bodies. My friends. The closest friends I’ve ever had. Not piled there on purpose, but just the way it ended up because I had been working on the axle, lying on the ground. And the thing is, the war was over. It had been over for days, and we were laughing and a bit drunk, telling jokes. There was something unbearable about the fact that we’d all be going our separate ways now. The truth is that we didn’t want to leave. We wanted the war over, but we didn’t want what we had together to be over. I think we all had some sense that this was the closest we’d ever be to anyone, and that our families might feel like strangers now. So that’s it? You couldn’t be a father and husband because you weren’t done being a buddy? No. No. It’s the way it happened, in a moment that was supposed to be safe. After every moment of every day in fear for years, we were finally safe, and that’s when the slugs came and I watched my friends torn apart and landing on me, dying. That’s the point. We were supposed to be safe. And with your mother, too, I was supposed to be safe. A wife, a family. The story doesn’t make any sense unless you know every moment before it, every time we thought we were going to die, all the times we weren’t safe. You can’t just be told about that. You have to feel it, how long one night can be, and then all of them put together, hundreds of nights and then more, and there’s a kind of deal that’s made, a deal with god. You do certain terrible things, you endure things, because there’s a bargain made. And then when god says the deal’s off later, after you’ve already paid, and you see your friends ripped through, yanked like puppets on a day that was safe, and you find out your wife is going to die young, and you get to watch her dying, something that again is going to be for years, hundreds of nights more, all deals are off.”

 

 1967858-6797afa81422e924d9cabb5ea43b3cba.jpg
David Vann (Adak Island, 19 oktober 1966)

 

 

De Britse schrijver Philip Pullman werd geboren op 19 oktober 1946 in Norwich als zoon van een luchtmachtofficier. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Philip Pullman op dit blog.

Uit: The Golden Compass

« Pantalaimon settled on her shoulder.
"Happy now? Can we go?" he whispered.
"Don't be silly! I want to look around!"
It was a large room, with an oval table of polished rosewood on which stood various decanters and glasses, and a silver smoking stand with a rack of pipes. On a sideboard nearby there was a little chafing dish and a basket of poppy heads.
"They do themselves well, don't they, Pan?" she said under her breath.
She sat in one of the green leather armchairs. It was so deep she found herself nearly lying down, but she sat up again and tucked her legs under her to look at the portraits on the walls. More old Scholars, probably; robed, bearded, and gloomy, they stared out of their frames in solemn disapproval.
"What d'you think they talk about?" Lyra said, or began to say, because before she'd finished the question she heard voices outside the door.
"Behind the chair—quick!" whispered Pantalaimon, and in a flash Lyra was out of the armchair and crouching behind it. It wasn't the best one for hiding behind: she'd chosen one in the very center of the room, and unless she kept very quiet...
The door opened, and the light changed in the room; one of the incomers was carrying a lamp, which he put down on the sideboard. Lyra could see his legs, in their dark green trousers and shiny black shoes. It was a servant."

 

 1967858-f8c4556a80f32b47eb0aba440c91a9f3.jpg
Philip Pullman (Norwich, 19 oktober 1946)

 

 

De Guatemalteekse schrijver Miguel Ángel Asturias werd geboren op 19 oktober 1899 in Guatemala-Stad. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Miguel Ángel Asturias op dit blog.

Uit: Der Herr President (Vertaald door Jacob Bachmann)

„Manchmal weckten sie die Schreie eines Idioten, der sich in der Plaza de Armas verloren fühlte, aus den schönsten Stellen der Träume, manchmal das Seufzen einer Blinden, die träumte, sie hänge mit Fliegen bedeckt an einem Haken wie das Fleisch im Schlachthaus. Manchmal die Schritte einer Streifwache, die einen politischen Gefangenen wegschleppte, dem Frauen folgten, um mit tränennassen Taschentüchern die Blutspuren wegzuwischen.
Manchmal auch das Schnarchen eines schorf befallenen Alten oder der Atem einer schwangeren Taubstummen, die aus Angst weinte, weil sie in ihrem Bauch ein Kind fühlte. Der Schrei des Idioten jedoch war der traurigste. Er zerriss den Himmel. Es war ein langer, aus den Tiefen der Seele kommender Schrei, der nichts Menschliches mehr an sich hatte.
An Sonntagen kam in jene seltsame Gesellschaſt auch ein Betrunkener, der, im Schlaf weinend, wie ein Kind nach seiner Mutter rief. Wenn der Idiot das Wort Mutter hörte, das im Munde des Betrunkenen zugleich Verwünschung und Klage war, richtete er sich auf, blickte von einem Ende der Pforte zum andern und weckte nun auch die Genossen mit seinem Schreien, weinte aus Furcht und begleitete so das Geheul des Betrunkenen.
Es bellten Hunde, man hörte Stimmen, und die arg Verärgerten standen auf und machten noch mehr Lärm beim Versuch, die Ruhe wiederherzustellen. Ruhe, oder es möge die Polizei kommen! Doch die Polizei wollte mit ihnen nichts zu tun haben. Keiner von ihnen besaß genug, um eine Buße bezahlen zu können.
»Es lebe Frankreich«, rief Patahueca inmitten der Schreie und Sprünge des Idioten, der schließlich zum Spottobjekt der Bettler geworden war wegen jenes hinkenden und verleumderischen Kerls, der während der Woche manchmal den Betrunkenen nachahmte. Patahueca ahmte den Betrunkenen nach, und Pelele, dies war der Spitzname des Idioten, der, wenn er schlief, den Eindruck eines Toten machte, lebte bei jedem Schrei auf, ohne auf die in Lumpen gewickelten Haufen zu achten, die, wenn sie ihn halb von Sinnen sahen, rohe Worte wechselten und schrill lachten. Mit fernen Augen über die scheußlichen Gesichter seiner Genossen hinwegblickend, ohne etwas zu sehen, ohne etwas zu hören, ohne etwas zu fühlen, vom Weinen müde, schlief er schließlich ein. Jeden Abend jedoch weckte ihn bald darauf die Stimme Patahuecas: »Mutter ...!«

 

 1967858-614928e35ec8e88b28b10625b44d50b7.jpg
Miguel Ángel Asturias (19 oktober 1899 – 9 juni 1974)
Borstbeeld in de Paseo de los Poetas, Buenos Aires

 

 

De Amerikaanse schrijfster Fannie Hurst werd geboren op 19 oktober 1889 in Hamilton, Ohio. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Fanny Hurst op dit blog.

Uit: Get Ready The Wreaths

“A considerable flow of daylight thus diverted, The Convenience Merchandise Corner, even of early afternoon, fades out into half-discernible corners; a rear-wall display of overalls and striped denim coats crowded back into indefinitude, the haberdashery counter, with a giant gilt shirt-stud suspended above, hardly more outstanding.
Even the notions and dry-goods, flanking the right wall in stacks and bolts, merge into blur, the outline of a white-sateen and corseted woman's torso surmounting the top-most of the shelves with bold curvature.
With spring sunshine even hot against the steel rails of Winchester Road, and awnings drawn against its inroads into the window display, Mrs. Shila Coblenz, routing gloom, reached up tiptoe across the haberdashery counter for the suspended chain of a cluster of bulbs, the red of exertion rising up the taut line of throat and lifted chin.
"A little light on the subject, Milt."
"Let me, Mrs. C."
Facing her from the outer side of the counter, Mr. Milton Bauer stretched also, his wellpressed, pin-checked coat crawling up.
All things swam out into the glow. The great suspended stud; the background of shelves and boxes; the scissors-like overalls against the wall; a clothes-line of children's factory-made print frocks; a center-bin of women's untrimmed hats; a headless dummy beside the door, enveloped in a long-sleeved gingham apron.
Beneath the dome of the wooden stud, Mrs. Shila Coblenz, of not too fulsome but the hour-glass proportions of two decades ago, smiled, her black eyes, ever so quick to dart, receding slightly as the cheeks lifted.
"Two twenty-five, Milt, for those ribbed assorted sizes and reenforced heels. Leave or take. Bergdorff & Sloan will quote me the whole mill at that price."

 

 1967858-fc83d45ca2ef5e2fffb3b668d522ec93.jpg
Fannie Hurst (19 oktober 1889 – 23 februari 1968)
 

 

 

De Engelse dichter, schrijver en essayist James Leigh Hunt werd geboren op 19 oktober 1784 in Southgate, Middlesex. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Leigh Hunt op dit blog.

 

The Glove and the Lions

King Francis was a hearty king, and loved a royal sport;
And one day, as his lions fought, sat looking on the court:
The nobles filled the benches round, the ladies by their side,
And 'mongst them sat the Count de Lorge, with one for whom he sighed;
And truly 'twas a gallant thing to see that crowning show -
Valour and love, and a king above, and the royal beasts below.

Ramp'd and roar'd the lions, with horrid laughing jaws;
They bit, they glared, gave blows like beams - a wind went with their paws:
With wallowing might and stifled roar, they rolled on one another,
Till all the pit, with sand and mane, was in a thunderous smother;
The bloody foam above the bars came whizzing through the air;
Said Francis then, "Faith! Gentlemen, we're better here than there!"

De Lorge's love o'erheard the King,--a beauteous lively dame,
With smiling lips and sharp bright eyes, which always seem'd the same:
She thought, "The Count my lover is brave as brave can be -
He surely would do wondrous things to show his love of me:
Kings, ladies, lovers, all looked on; the occasion is divine"
I'll drop my glove, to prove his love: great glory will be mine!"

She dropped her glove to prove his love, then looked at him and smiled;
He bowed, and in a moment leapt among the lions wild.
The leap was quick, return was quick, he has regain'd his place,
Then threw the glove - but not with love - right in the lady's face!
"in truth," cried Francis, "rightly done!" and rose from where he sat.
"no love," quoth he, "but vanity, sets love a task like that!"

 

 1967858-051c4232ae86174b290b4214a3b3e7bd.jpg
Leigh Hunt (19 oktober 1784 – 28 augustus 1859)
Op 66-jarige leeftijd

 

 

De Surinaamse schrijver Nardo Aluman (eig. Ronald Renardo Aloema) werd geboren in Christiaankondre op 19 oktober 1946. Zie ook alle tags voor Nardo Aluman op dit blog en eveneens mijn blog van 19 oktober 2010

Uit: Epakano Jakonombo/Tijdens de opstanding

“De Byjai, die ook een bijzonder karakter had, vrolijk, eerlijk, behulpzaam en liefdevol was, sprak nooit met zijn vrouw of met anderen over zijn bijzondere gaven. Het enige wat zijn vrouw van hem wist, was dat hij op onverwachte ogenblikken niet meer in huis aanwezig was en als hij er dan weer was, vertelde hij aan zijn vrouw en kinderen dat hij was gaan wandelen. Soms duurde zo'n verdwijning een paar dagen: Waar hij precies naar toe ging, wist hij alleen.
Zoals elke pyjai in die tijd, leefde hij erg gedisciplineerd en volgde onder andere een streng dieet. Zo at hij vlees of vis, nooit vers maar gerookt. Verder kwam hij nooit in aanraking met vrouwen in de menstruatieperiode. Elke inwoner van Ulemari-undy wist dit. De Byjai had zichzelf in de loop van zijn leven zodanig geestelijk ontwikkeld, dat hij een waardige geestelijke was geworden.
Van heinde en ver kwamen zieken, naar lichaam of geest, naar hem toe voor hulp. Hij genas hen met succes. Toen hij wist dat hij vergevorderd was, begon hij in zijn dorp met een mentale ombuiging van zijn volk. Zijn streven was gericht op de training van elk individu voor een hoger geestelijk welzijn. Eén van zijn doelstellingen was het minimaliseren van de dood en hij verkondigde dat doden op een dag zouden verrijzen.
Hij trof toen voorbereidingen voor deze ‘opstanding’. Hij instrueerde de mensen hoe zij zich moesten klaarmaken voor dit gebeuren. Hij kondigde voor iedereen een periode van vasten aan, die een half jaar zou duren. Tijdens dit vasten mochten de inwoners van Ulemari-undy geen alcoholhoudende dranken gebruiken, alleen af en toe wat jonge casiri. Jong en oud moesten dagelijks een kruidenbad nemen, onder leiding van de Byjai. Alle geneugten van de wereld moest men in deze zes maanden vermijden en de mensen kregen de raad om hun bezittingen in de grond te begraven. Een uiterst sober leven voor de inwoners van Ulemari-undy was aangebroken.
Om deze periode in te wijden, hield men een groot feest. Het grootste deel van de bevolking ging daarna tot vasten over. Een klein deel van de mannen zorgde voor de nodige gemeenschappelijke voedselvoorraad en een speciale groep vrouwen had eerst een mierenproef ondergaan.”

 

 1967858-6c1b2570d0cd008ff9f82671c5ac8507.jpg
Nardo Aluman (Christiaankondre, 19 oktober 1946)
Christiaankondre

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e oktober ook mijn blog van 19 oktober 2013.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten