Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 25 oktober 2016 tot 26 oktober 2016

Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Karin Boye, Trevor Joyce, Pat Conroy

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

Uit: Dagboek 1970

“VRIJDAG 2 JANUARI 1970
Een halve celestone.
Om negen uur op met het bevrijdende gevoel dat we weer met zijn drieën zijn. Kachel opgerakeld, thee gezet. Dan gaat Jeroen zijn kamerdeur open en zien we zijn slaperige hoofd. Thee met cake naast dat hoofd op de grond en het is weer even rustig. Het vriesweer is voorbij.
Het is vochtig. Ik had het vannacht al horen regenen op het dak. Ik zet, op verzoek van Jeroen, de eerste plaat van Fats Waller op. ‘Ain’t Misbehavin”. Voor de katten een blik haring in tomatensaus uit de supermarkt opengemaakt dat kennelijk al jaren oud is. De inhoud ziet eruit als een slijmerig beschimmelde sok in baksteengruis. Na het koffie drinken en het hapje groene kool met fricandeau gaan we rondrijden.
Het is voorjaarsachtig zacht. We gaan de Waddenkant langs. Bij de schorren staan duizenden scholeksters allemaal dezelfde kant op. Indrukwekkend. We kijken er lang naar door de kijker. Even voor Oost zien we een wulp vliegen. Heilige ibis van het noorden. Op de Waddenzee eilanden van ijs waar honderden vogels op zitten. Meeuwen en eenden. We doen even boodschappen in Den Burg. Zie verschrikkelijk lekkere donkere meid met brede dijen onder minirok. Ik zou wel met één duik van mijn kop onder die rok mijn tong willen doorhalen. Kopen vis (tong nota bene) en rum. Rijden via Oudeschild verder langs de Waddenkant. Dan gaan we naar Den Hoorn. Stoppen bij de kerk en lopen over het kerkhof. Drijver ligt er begraven. De kerk is uit 1646. Ik zeg tegen Jeroen dat hij vier jaar na ‘De Nachtwacht’ is gebouwd en Karina zegt twee jaar voor het Verdrag van Münster. Het einde van de Tachtigjarige Oorlog. Bij de Mokbaai ligt er gewoon een vrouw aan de kant van de weg met een rood-wit gestreepte ijsmuts op naar de lucht te kijken. Bij De Koog lopen we even naar zee. Er liggen verbruikte rotjes en vuurpijlen op het strand.
Thuis thee met rum. Jeroen en Karina spelen uit het Teleac- schaakboek de wedstrijd tussen Euwe en Aljechin na uit 1934 in Zürich.
(Kende de naam Aljechin van Wim de Kler uit 1942. Zijn broer, die op de hertog van Windsor leek, schaakte.) Wit won gemakkelijk door zijn pluspion,’ herhaalt Jeroen steeds. Dat is gewoon te gek. ‘Hulde aan het loperpaar.’ Het klinkt echt een beetje lullig. Tak!!”

 

 1969979-2b6e63eda67c7e5d530071667ab4ef1e.jpg
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Marja Pruis op dit blog.

Uit: Wandelaar en zwartziener Het debuut van Martinus Nijhoff

“Feit is dat dat Nijhoff een klassiek dichter werd door zijn regels, en niet door zijn bedoelingen, zoals Gerrit Komrij opmerkte in een lezing over Nijhoff als erflater van de twintigste eeuw, in 1989. Feit is echter ook dat de spanning tussen het desolate van ‘De wandelaar’ en het zachte van ‘Het licht’, als je daar eenmaal oog voor hebt, ieder vers afzonderlijk in de bundel zijn dynamiek geeft. In de wisselende gedaantes van danser, clown, troubadour en alchemist wordt telkens een conflict opgevoerd tussen daadkracht en dadenloosheid, muziek en stilte, bloei en ondergang, soms binnen een enkele strofe: ‘Ieder mensch is een hovenier,/ Ieder mensch is een graver:/ En zacht en diep graven we hier/ Een kuil voor ons cadaver.’ (‘De tuinman’).
Met De wandelaar bracht Martinus Nijhoff onder woorden dat poëzie eerder beperkt is dan almachtig, maar wel bestaat bij gratie van die almacht. Een moderne opvatting die, strak en in heldere taal getoonzet, klassieke gedichten voortbracht. Nijhoff wordt nog steeds gelezen, ook door nieuwe wandelaars. Zo klinkt bijvoorbeeld in ‘Ik wil wel’ van de 26-jarige Remco Campert (uit de bundel Met man en muis, 1955) een echo door van de jonge Nijhoff. Opnieuw modern - minder fatalistisch (‘Ik wil wel’) en meer ironisch (‘Daar staan mijn handen nu eenmaal naar’) - maar net zo beweeglijk tussen hemel en aarde: ‘hoe ik dichter ben/ bij de gratie van aardoppervlak/ hemelbodem ook/ wel genoemd.’ Lees maar.

Ik wil wel

Ik wil wel graven
naar poëzie, maar niet
te diep. Je weet
hoe ik dichter ben
bij de gratie van
aardoppervlak

hemelbodem ook
wel genoemd. Daar
staan mijn handen
nu eenmaal naar. Dus
wandelaar en zwartziener,
geen delver

maar werper
van stenen, laatste
en eerste. Scherend
over aarde, daar
nesten mij bouwend
als zwaluw.”

 

 1969979-b17e2bf7570f9f55d3e42f03272c083a.jpg
Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)
De Martinus Nijhoffbrug in Zaltbommel

 

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: Better life (Fragment)

I am Richard and I am perfectly able-bodied thank you
and also of perfectly sound mind.
What can I do for you?
The chances are I know more than you about most things.
I landed on Gold Beach on D-Day then worked as a brewer.
It was a useful life. Defending the realm, than making beer.
Now I am waiting for my telephone to ring. It never does ring.

If you were looking this way you would see my right hand
stretching towards you with something I have to pass over.
When I open my fingers you must look at the gift carefully.
You may well not recognise it to start with although soon
you will see it is the very thing you can never do without.

Who are we talking about? My name is Peter and in one way
or another I was married to Steve for 57 years. Today I am alone.
The pain is very strong because nobody would miss me if I died.
It would affect nobody. I am Simon, aged 67. I am Liz, aged 82.
I am Helen, aged 72 and I do tatting and keep fit on Wednesdays.
I am Ali and I am a widow and I think if you don't do anything
then God won't do anything. This is Mehmet. And this here Geti.
I am Ron, and I enjoy a few boiled potatoes and a drop of broth.
I am not a lover of sweet things. I like simple bread and butter
and a bit of fish. My friend Rowena likes a slice of sponge cake.

Open the window and let me hear the geese flying across.
Can you hear what I am saying? Are you paying attention?
I love to hear the geese flying and know their ways home.

As for me, I was born in 1939 and all our people came down
from Staffordshire and Cheshire; I class myself a Traveller
not a Gypsy. When I was a boy we had a horse and wagon.
I had to make a fire and put the horses out to graze at dawn
then I had to bring them back close beside the wagon at dusk.
When dad bought a bus, which we called a freezer box, he sold
the horses. I stood and cried. I was a big lad. It was not the same.
You couldn't smell the horses. Our people are in Magna Carta.

I had the life of Reilly. Now I have a serious illness and won't last
but when I count my blessings at night I have a load of blessings.
I love God and want to die. What better thing is there to live for?

Is that you leaving now? Very well. As for me I have not done.
I am still the child that loves to arrive by night in a new place
then wakes early to pull the curtains back on sunlight pouring
into a bay I had never seen before where big pelts of seaweed
left to dry by the retreating tide and the dainty orange crabs
crawling across them and the pebbles are everything I need.

 

 1969979-524b334874af00306a5628f79bce77c6.jpg
Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

 

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Zie ook alle tags voor Maartje Wortel op dit blog.

Uit: Goudvissen en beton

“Hij reed de stad binnen langs een moskee, een paar woonflats, een museum en het Wilhelminapark. Daar heeft hij zijn auto geparkeerd. In het park is hij op zijn rug in het gras gaan liggen om naar de boomtoppen te kijken en te luisteren naar het gefluit van de vogels. Hij dacht: hier hebben andere mensen gelegen en gelachen, gehuild, gevreeën, gedroomd, gedronken, gerookt, gesport, nagedacht. Hier zijn relaties verbroken of begonnen, eenden gevoerd, onuitgesproken woorden in dagboeken geschreven, mensen hebben hier elkaars had vastgepakt, geheimen gedeeld, bloemen geplukt, ze zijn hier gevallen, opgestaan, vreemdgegaan, ze hebben gras uit de grond getrokken, in de bosjes geplast, spullen verstopt, ze zijn hier geld kwijtgeraakt, ziek geweest, ze hebben op de grond gespuugd, gitaar gespeeld, gestampt, gedanst. Zij zijn hier geweest. Mijn vader wilde niet aan dit moment in de tijd voorbijgaan zoals hij tot nu toe aan zoveel dingen voorbij was gegaan. Hij herkende het en deed een belofte aan zichzelf: ik ga hier niet weg voordat ik al deze dingen gedaan heb.’
(…)

‘Ik dacht: hoe kan iets dat dood is toch verdriet hebben? Ik hoopte niet dat mijn moeder verdriet had. Dat leek me nou het enige positieve van de dood ten opzichte van het leven: je kwam voortaan onder al het verdriet uit. Om iets aardigs te horen kocht ik een pak fortune cookies. Op het eerste briefje dat ik las stond: ‘Dit wordt een jaar van voorspoed. /Cette année sera une année de prospérité. /Dieses Jahr wird ein gutes Jahr.’ Ik at alle koekjes op en las alle boodschappen; wat een dom idee was want niet alle voorspellingen konden tegelijkertijd waar zijn, al stond het er in drie talen. Als je moeder net dood is moet je normale koekjes eten.’

 

 1969979-f386d01c2ba13655fb42886c64cc1299.jpg
Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

 

 

De Amerikaanse schrijver Stephen L. Carter werd geboren op 26 oktober 1954 in Washington, D.C. Zie ook alle tags voor Stephen L. Carter op dit en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: The Emperor of Ocean Park

“And yet, amidst all the clamor, the Vineyard house is a small marvel. I loved it as a child and love it more now. Every room, every dark wooden stair, every window whispers its secret share of memories. As a child, I broke an ankle and a wrist in a fall from the gabled roof outside the master bedroom; now, more than thirty years after, I no longer recall why I thought it would be fun to climb there. Two summers later, as I wandered the house in post-midnight darkness, searching for a drink of water, an odd mewling sound dropped me into a crouch on the landing, whence, a week or so shy of my tenth birthday, I peered through the balustrade and thus caught my first stimulating glimpse of the primal mystery of the adult world. I saw my brother, Addison, four years older than I, tussling with our cousin Sally, a dark beauty of fifteen, on the threadbare burgundy sofa opposite the television down in the shadowy nook of the stairwell, neither of them quite fully dressed, although I was somehow unable to figure out precisely what articles of clothing were missing. My instinct was to flee. Instead, seized by a weirdly thrilling lethargy, I watched them roll about, their arms and legs intertwined in seemingly random postures--making out, we called it in those simpler days, a phrase pregnant with purposeful ambiguity, perhaps as a protection against the burden of specificity.
My own teen years, like my adulthood dreary and overlong, brought no similar adventures, least of all on the Vineyard; the highlight, I suppose, came near the end of our last summer sojourn as a full family, when I was about thirteen, and Mariah, a rather pudgy fifteen and angry at me for some smart-mouthed crack about her weight, borrowed a box of kitchen matches, then stole a Topps Willie Mays baseball card that I treasured and climbed the dangerous pull-down ladder to the attic, eight rickety wooden slats, most of them loose. When I caught up with her, my sister burned the card before my eyes as I wept helplessly, falling to my knees in the wretched afternoon heat of the dusty, low-ceilinged loft--the two of us already set in our lifelong pattern of animosity. That same summer, my sister Abigail, in those days still known as the baby, even though just a bit more than a year younger than I, made the local paper, the Vineyard Gazette, when she won something like eight different prizes at the county fair on a muggy August night by throwing darts at balloons and baseballs at milk bottles, and so solidified her position as the family's only potential athlete--none of the rest of us dared try, for our parents always preached brains over brawn.”

 

 1969979-ba9b95ae25768bf3dd29ee3af0ce5869.jpg
Stephen L. Carter (Washington, 26 oktober 1954)

 

 

De Zweedse dichteres en schrijfster Karin Maria Boye werd geboren op 26 oktober 1900 in Göteborg. Zie ook alle tags voor Karin Boye op dit en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

Clouds

Look at the towering clouds, whose high distant cloudtops
proudly, shimmeringly rear up, white as white snow!
How calmly they glide forward, how calmly in the end to die
by soft dissolution into a shower of cool raindrops.

The majestic clouds – whether living or dying
they move forward smiling under the brilliance of the sun,
with no furrowing unease, in ether so openly clean,
they move with a stately, silent disdain for their undoing.

If only I too, with all that pomp of festivals,
might lift myself up to where the world’s bustle is gone
and no matter how furiously round me the storm howls on
might bear the gold garland of sunshine on my temples.

 

 

A Buddhist Fantasy

Unhasped is the world’s copper gate.
High in its gatevault, there I sat
and what I saw was infinitely vast;
there is nothing so infinite.

Searchingly and long I gazed.
My eye found not the least relief.
There what I knew did not exist;
not great, not small – not life, not death.

Just one step on that markless way
and all return for me is past.
Why are you trembling? Up, follow me!
For nature’s copper gate is forced!

 

 1969979-4e7c9bd9b54ea5dd6f43371e8fcf98ab.jpg
Karin Boye (26 oktober 1900 – 24 april 1941)
Cover

 

 

De Ierse dichter Trevor Joyce werd geboren op 26 oktober 1947 in Dublin. Zie ook alle tags voor Trevor Joyce  op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

VERSES WITH A REFRAIN FROM A SOLICITOR’S LETTER (Fragment)

for George Hitching

As when a faded lock of woman’s hair shall cause a man to cut his throat in a bedroom at five o’clock in the morning; or when Albany resounds with legislation, but a little henpecked judge in a dusty office at Herkimer or Johnstown sadly writes across the page the word ‘unconstitutional’ – the glory of the Capitol has faded. — Benj. Paul Blood

Dear Sir, I was this morning straight
after the news and forecast
hanging from an old appletree in my garden
a small Japanese bell
when I received through the post your importunate
and quite misguided threats
 
and in this regard time shall be made of the essence
 
An injunction, you say. An obstruction,
you say. You’ve a lot of chat for someone
that’s not even clear who he’s talking to.
Does this help: not only have I
not erected any obstruction
in the form of a barbed wire fence or otherwise
 
and in this regard time shall be made of the essence
 
but I’m attempting today to rest and recover
from the effects of an obstruction in my own passages?
I have, it pains me to have to spit it out, a strangury,
and you’ve got the wrong man, chief,
I’ve better blockages to worry about
than the one at the back of some godforsaken hotel in Midleton

and in this regard time shall be made of the essence

 

 1969979-033b89bb3494fafc312c703700d7d5df.jpg
Trevor Joyce (Dublin, 26 oktober 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijver Pat Conroy werd geboren op 26 oktober 1945 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor Pat Conroy op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: My Reading Life

“Between the ages of six and nine, I was a native son of the marine bases of Cherry Point and Camp Lejeune in the eastern coastal regions of North Carolina. My father flew in squadrons of slant-winged Corsairs, which I still think of as the most beautiful warplanes that ever took to the sky. For a year Dad flew with the great Boston hitter and left fielder Ted Williams, and family lore has it that my mother and Mrs. Williams used to bathe my sister and me along with Ted Williams's daughter. That still remains the most distinguished moment of my commonplace career as an athlete. I followed Ted Williams's pursuit of greatness, reveling in my father's insider knowledge that "Ted [has] the best reflexes of any marine pilot who ever flew Corsairs." I read every book about baseball in the library of each base and town we entered, hoping for any information about "the Kid" or "the Splendid Splinter." When the movie of The Great Santini came out starring Robert Duvall, Ted Williams told a sportswriter that he'd once flown with Santini. My whole writing career was affirmed with that single, transcendent moment.
The forests around Cherry Point and Camp Lejeune were vast to the imagination of a boy. Once I climbed an oak tree as high as I could go in Camp Lejeune, then watched a battalion of marines with their weapons locked and loaded slip in wordless silence beneath me as they approached enemy territory. When I built a bridge near "B" building in Cherry Point, I invited the comely Kathleen McCadden to witness my first crossing. I had painted my face like a Lumbee Indian and wielded a Cherokee tomahawk I had fashioned to earn a silver arrow point as a Cub Scout. My bridge collapsed in a heap around me and I fell into the middle of a shallow creek as poor Kathleen screamed with laughter on the bank.”

 

 1969979-b12ed6286ba495259de0e337a35f9f3b.jpg
Pat Conroy (26 oktober 1945 – 4 maart 2016)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:09 Reageer op dit bericht

Man Booker Prize 2016 voor Paul Beatty

Man Booker Prize 2016 voor Paul Beatty

De Amerikaanse schrijver Paul Beatty heeft de Man Booker Prize 2016 gewonnen met zijn roman “The Sellout”. Beatty is de eerste Amerikaan die de prijs ontvangt. Zie ook alle tags voor Paul Beatty op dit blog.

Uit: The Sellout

“For the twenty years I knew him, Dad had been the interim dean of the department of psychology at West Riverside Community College. For him, having grown up as a stable manager's son on a small horse ranch in Lexington, Kentucky, farming was nostalgic. And when he came out west with a teaching position, the opportunity to live in a black community and breed horses was too good to pass up, even if he'd never really been able to afford the mortgage and the upkeep.
Maybe if he'd been a comparative psychologist, some of the horses and cows would've lived past the age of three and the tomatoes would've had fewer worms, but in his heart he was more interested in black liberty than in pest management and the well-being of the animal kingdom. And in his quest to unlock the keys to mental freedom, I was his Anna Freud, his little case study, and when he wasn't teaching me how to ride, he was replicating famous social science experiments with me as both the control and the experimental group. Like any "primitive" Negro child lucky enough to reach the formal operational stage, I've come to realize that I had a shitty upbringing that I'll never be able to live down.
I suppose if one takes into account the lack of an ethics committee to oversee my dad's childrearing methodologies, the experiments started innocently enough. In the early part of the twentieth century, the behaviorists Watson and Rayner, in an attempt to prove that fear was a learned behavior, exposed nine-month-old "Little Albert" to neutral stimuli like white rats, monkeys, and sheaves of burned newsprint. Initially, the baby test subject was unperturbed by the series of simians, rodents, and flames, but after Watson repeatedly paired the rats with unconscionably loud noises, over time "Little Albert" developed a fear not only of white rats but of all things furry. When I was seven months, Pops placed objects like toy police cars, cold cans of Pabst Blue Ribbon, Richard Nixon campaign buttons, and a copy of The Economist in my bassinet, but instead of conditioning me with a deafening clang, I learned to be afraid of the presented stimuli because they were accompanied by him taking out the family .38 Special and firing several window-rattling rounds into the ceiling, while shouting, "Nigger, go back to Africa!" loud enough to make himself heard over the quadraphonic console stereo blasting "Sweet Home Alabama" in the living room. To this day I've never been able to sit through even the most mundane TV crime drama, I have a strange affinity for Neil Young, and whenever I have trouble sleeping, I don't listen to recorded rainstorms or crashing waves but to the Watergate tapes.”

 

 1969836-6e2da57b249ae4b379a142429678640c.jpeg
Paul Beatty (Los Angeles, 9 juni 1962)

Geschreven door Romenu om 07:25 Reageer op dit bericht

Harry M.P. van de Vijfeijke

De Nederlandse dichter Harry M.P. van de Vijfeijke werd geboren op 26 oktober 1946 in Waalre. In 1965 deed hij eindexamen gymnasium B in Stevensbeek, om vervolgens in Nijmegen psychlogie te studeren. In 1973 studeerde hij af. Vervolgens werkte hij o.a. als sociotherapeut in Overwaal in Lent, als titelbeschrijver in de Koninklijke Bibliotheek ’s-Gravenhage en als docent psychologie aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Van de Vijfeijke speelde ook toneel. in 1984 resp. 1985 speelde hij met de Nijmeegse Theatergroep Kadans de voorstellingen: “De Goede mens van Sezuan” van Bertolt Brecht en “De Fysici” van Friedrich Dürrenmatt. Hij verfilmde mede de novelle “Veertig” van Kees van Kooten. In 1985 begon hij met het schrijven en publiceren van gedichten. Hij debuteerde in “Nijmeegse Inkt III” in 1986. Vervolgens publiceerde hij regelmatig in het tijdschrift Jambe en in bloemlezingen van het tijdschrift Jambe. In 1995 rondde hij de postdoctorale opleiding tot gedragstherapeut af in 1995 en in 2010 voltooide hij de studie filosofie (Bachelor of Arts).Momenteel verzorgt hij o.a. columns/lezersreacties voor de website van Boekhandel Roelants/vh de Oude Mol over de onderwerpen Psychologie, Filosofie, Beeldende Kunst en Literatuur.

 

Te laat voor alles

Te laat voor alles, op tijd slik ik
de duivel in. Er moet een taal die redt
te spreken zijn. Ik zoek op mijn taalplein
klein gewin.

In het met kracht van opwekken spreken.
In het richten van de blik op dingen die opblinken.
Meisjes, glans, en jongens, bal,
twee goedgebekte lijsters die wat drinken.

In het vinden van de zin
die in een adem, gaaf en glijdend,
meesluipt met de opening.

Ik reik naar een gedicht,
mijn tong beweegt licht golvend,
iets luider en ik zing.

 

 

Stedeling

Geen stad die op mij let,
ik kan er sluipen. Geen schijnvertrek
dat mij naar binnen trekt. Ik weet van de schijn
en ken de luiken. Geen stedeling die mij belet,
ik schep meer dan voorheen, nood aan de ruimte.

Men zal hebben gezegd:met een glimlach
groette hij, stelde belang.
Op eigen wijze deed hij dat,
waar hij ging, ging hij rechtop, oprecht zijn gang.

Hij liep wat rond, een spel, wisselde hier
en daar wat woorden tot gedicht.
Men zal hebben gezegd:
in samenhang met wie hij was.

 

 2077537-c008e3250e6cb95c2df914a56e80bb66.jpg
Harry M.P. van de Vijfeijke (Waalre, 26 oktober 1946)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Willem Wilmink, Christine D'haen, Anne Tyler, Elif Shafak, Daniel Mark Epstein, Peter Rühmkorf, Jakob Hein, Hélène Swarth, Geoffrey Chaucer

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Willem Andries Wilmink werd geboren in Enschede op 25 oktober 1936. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Willem Wilmink op dit blog.

 

Voorspoken

De boer schrok zich die avond lam:
een trein die door zijn weiland kwam
had hij gehoord.
Toen was het weg. Het was niet waar.
Pas twee jaar later is er daar
een trein ontspoord.

Ook iemand zag, terwijl hij sliep
een auto zinken in het diep,
een heel gezin.
Precies de plek heeft hij gezien:
de auto reed een dag nadien
het water in.

Soms is er vage lampenschijn
uit ramen waar geen huizen zijn,
alleen maar grond.
Al wat bestaat heeft steeds bestaan
en wat vergaat is al vergaan
eer het bestond.

 

 

Spelende meisjes

Vol sombere doemgedachten
geraakte ik in een straat
waar meisjes aan 't spelen waren
en we kwamen aan de praat.

Turkse en Surinaamse
en sommige autochtoon
en ze hadden er nauwelijks weet van,
ze speelden daar gewoon.

Mijn sombere visioenen
van een wereld die verging,
vervaagden in 't licht van die kinderen
tot een herinnering.

Want die meisjes met aardige ogen
en met hun prachtige haar
zullen de kinderen baren
voor de komende duizend jaar.

 

 1969672-b2f3c1e34e465d828b6a40c7391926ed.jpg
Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)
Portret door Desirée Groot Koerkamp in Oostmarsum

 

 

De Vlaamse dichteres en prozaschrijfster Christine D'Haen werd geboren in Sint-Amandsberg op 25 oktober 1923. Zie ook alle tags voor Christine D’Haen op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2009 en ook mijn blog van 25 oktober 2010

 

Het tapijt

Schrijdende over het wijnrood tapijt,
in de macht van zijn donker’ en bitteren gloed,
groeide mijn trots tot een somber, bevrijd
gevoel van zijn magischen overmoed.

Maar hoe naar dit dronken en vorstelijk perk
den weg nog zoeken in ’t schaamvol en vaal
sleetse, waar grauwere draden het werk
der teekning verzaken, de roekloze praal;

en hoe in de bloem, die bloed en zwart
blauw, blank, purper en goud
vermengt in haar onontwarbaar hart?
O Daidalos, o woud!

 

 

Sib. Dalius
O onbeantwoorde liefde...

O onbeantwoorde liefde, eeuwig gesloten ring
binnen zich zelf begonnen, gebogen in een kring
zodat de ziel een smalgeronde lijn
diep ingesmeed oud goud moet zijn.

O onbeantwoorde liefde, weerbarstge burcht opgericht
te midden vrolijk lover, te midden trillend licht,
maar die 't halsstarrig steen naakt achter de staande brug
weet het vertraagd verjaren en zoek de weg terug.

Het hart wordt eenmaal moe wanneer het zijn rust niet krijgt.
Het hart wordt eenmaal stil wanneer het antwoord zwijgt.
Het hart wordt eenmaal hard zo het één zachtheid wil,

Liefde verbeid in 't hart dat enkel de liefde wil.
Fier hart, duur onbedorven de eeuwigheid doorheen
Woon in uw reine ring en blijf een burcht van steen.



 1969672-854ec5167ec7707d1a8fc142863390d5.jpg
Christine D'haen (25 oktober 1923 – 3 september 2009)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Anne Tyler werd geboren op 25 oktober 1941 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Anne Tyler op dit blog.

Uit: Vinegar Girl

"Kate makes my sandwich for me every single night before she goes to bed,” Dr. Battista said. “She’s very domestic.”
Kate blinked.
“Peanut butter, though,” Pyotr said.
“Well, yes.”
“Yes,” Pyotr said with a sigh. He sent her a look of regret. “But is certainly pretty enough.”
“You should see her sister.”
Kate said, “Oh! Father!”
“What?”
“This sister is where?” Pyotr asked.
“Well, Bunny is only 15. She’s still in high school.”
“Okay,” Pyotr said. He returned his gaze to Kate.
Kate wheeled her stool back sharply and stood up.
“Don’t forget your Tupperware,” she told her father.
“What! You’re leaving? Why so soon?”
But Kate just said, “Bye” – mostly addressing Pyotr, who was watching her with a measuring look – and she marched to the door and flung it open.
“Katherine, dearest, don’t rush off!” Her father stood up. “Oh, dear, this isn’t going well at all. It’s just that she’s so busy, Pyoder. I can never get her to sit down and take a little break. Did I tell you she runs our whole house? She’s very domestic. Oh, I already said that. And she has a full-time job besides. Did I tell you she teaches preschool? She’s wonderful with small children.”
“Why are you talking this way?” Kate demanded, turning on him. “What’s come over you? I hate small children; you know that.”
There was another hooting sound from Pyotr. He was grinning up at her. “Why you hate small children?” he asked her.
“Well, they’re not very bright, if you’ve noticed.”

 

 1969672-9152a47727164931aa35f1ea348a75d3.jpg
Anne Tyler (Minneapolis, 25 oktober 1941)

 

 

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971. Zie ook alle tags voor Elif Shafak op dit blog.

Uit: Honour

“My mother died twice. I promised myself I would not let her story be forgotten, but I could never find the time or the will or the courage to write about it. That is, until recently. I don’t think I’ll ever become a real writer and that’s quite all right now. I’ve reached an age at which I’m more at peace with my limitations and failures. But I had to tell the story, even if only to one person. I had to send it into some corner of the universe where it could float freely, away from us. I owed it to Mum, this freedom. And I had to finish it this year. Before he was released from prison.
In a few hours I’ll take the sesame halva off the hob, let it cool by the sink and kiss my husband, pretending not to notice the worried look in his eyes. Then I’ll leave the house with my twin daughters – seven years old, four minutes apart – and drive them to a birthday party. They’ll quarrel on the way, and, for once, I’ll not scold them. They’ll wonder if there will be a clown at the party, or, better still, a magician.
‘Like Harry Houdini,’ I’ll say.
‘Harry who?’
‘Who-deeny, she said, you silly!’
‘Who’s that, Mummy?’
That will hurt. A pain like a bee sting. Not much on the surface, but a growing burning within. I’ll realize, as I have done on so many occasions before, that they don’t know anything about their family history because I have told them so little. One day, when they’re ready. When I’m ready.
After I have dropped off the girls, I’ll chat for a while with the other mothers who have shown up. I’ll remind the party host that one of my daughters is allergic to nuts, but, since it is difficult to tell the twins apart, it is better to keep an eye on both of them and make sure neither gets any food with nuts, including the birthday cake. That is a bit unfair to my other daughter, but between siblings that does happen sometimes, the unfairness, I mean.”

 

 1969672-861c39d1ba927da1be839c61963efbba.jpg
Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en biograaf Daniel Mark Epstein werd geboren op 25 October 1948 in Washington, D.C. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Daniel Mark Epstein op dit blog.

 

Heading Home

I watched the miles, I saw my life go by,
A drumbeat of bare trees and frozen ponds,
Forlorn stations, ruined factories.
I must have dozed, my head against the glass.
Women I dreamed I would have died for once
Mourned me in a dream. South by southwest
Our train cleaved the horizon, pushed the sun
Toward somebody else's sunrise, while
Heaven and earth denied my day was done,
Painting a fantastic continent
Of cumulus and ether, air and mist,
Real as any land to a waking man.
A wall of purple hills sloped to the shore
In fluted cliffs; cloud archipelagos
Edged with golden beaches jeweled a sea
Bluer than our sky. Had I missed my stop?
Now was I on my way out of this world,
Alone on the express to Elysium,
Lotus trees, the lost woman of my dreams?

Shadows deepened and the speeding train
Rolled on into twilight. Slowly then
I came to myself, cold, woke to the thought:
This is how it must be at the end of the line.
You cannot tell the water from the sky,
Mourners from the dead, or clouds from land.
The fire of the sun has tricked you blind,
And earth, air and water join in one.

 

Orphan

What was I looking for in that room
Crowded with old books, shelves so full,
It seemed they could not hold another title,
Except where in places a weary volume
Leaned upon its neighbor's crooked spine?
Some dimly remembered novel or poem
I once read and loved, or dreamed of?
Either a real book or the book of dreams
A friend once advised me to record:
Write upon waking, the dreams will come
If you wait and listen, word for word.
And night and day must be reconciled
Like mother and father, parent and child,
Brother and sister, lovers who have quarreled.

 

 1969672-f97774d632a05fc4ef1730af8e4fa9a3.jpg
Daniel Mark Epstein (Washington, 25 oktober 1948)
Portret door  Raoul Middleman, 2004

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Rühmkorf werd geboren op 25 oktober 1929 in Dortmund. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Peter Rühmkorf op dit blog.

 

Tagelied

An springt der Sommer –: mitten durch den Reifen,
– noch einmal trägt mein Glück –
Verweile doch und laß dich auch begreifen,
mein Pfauen-Augen-Blick –
Es ist das Stundenglas nicht umzukehren
und was die Parze spinnt . . .
Das Leben, das wir beide so verehren,
e s  r a s t  –  e s   r i n n t .

Es traut kein Bürger, segnet uns kein Paster,
kein Sozi stimmt mit ein.
Es muß, mein Kind, nicht immer gleich das Laster,
es kann auch Liebe sein.
Denn was sich liebt, das spottet der Erfahrung,
und was sich fesselt, gibt sich aus der Hand.
Dein Arsch hängt über mir wie eine Offenbarung:
gesammelt – und entspannt.

Verdammter Morgen, bleiche Abschiedsstunde,
wenn uns der Schweiß gefriert.
Dein Finger paßt so schön in meine Wunde,
faß rein, daß sie sich spürt.
Und Biß um Biß sich aneinanderreibend
machen der Seele die Gestalt bewußt.
Scharf wie Makrelen, Plankton seihend,
schlürfen wir uns die Seufzer aus der Brust.

Die Nacht ist hin, die Dinge sind so sausend
(Ein Kuß noch draufgepappt)
Eh uns der schwarze Müllmann 1 : 100 000
im Acheron verklappt . . .
Ein Blutsturz, gut, so steigt er, so verstrullt er;
Schmerzböen, Tränenschauer, immer hinterher!
Das nimmt das Wasser alles auf die leichte Schulter;
das trägt die Flut ins Meer –

 

 1969672-4d1f5128f6a037b951776965a1ca209a.jpg
Peter Rühmkorf (25 oktober 1929 – 8 juni 2008)
In 1985

 

De Duitse schrijver en arts Jakob Hein werd geboren op 25 oktober 1971 in Leipzig. Zie ook alle tags voor Jakob Hein op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2010

Uit: Kaltes Wasser

“Mein Leben begann als statistische Ausnahme. Denn nach der geplanten Wunschgeburt von Pia wollten meine Eltern kein Kind mehr haben. Sie waren zu sehr mit ihren Karrieren beschäftigt und hatten anlässlich der Geburt meiner Schwester herausgefunden. das eigene Kinder nicht unbedingt ihre Sache waren, auch wenn sich der Staat. dem sie äußerst wohlwollcnd gegenüberstanden. von seinen Bürgern zahlreichen Nachwuchs erhoffte. Mein Vater arbeitete Tag und Nacht an seiner Promotion. Meine Mutter war viel beschäftigte Kaderleiterin der Hallaren Schokoladenßbrile.
Sie bemühten sich redlich. kein weiteres Kind zu bekommen und redeten sich, was ihr Bemühen um Geburtenlcontrolle betraf, damit heraus, dass sich der Staat ohnehin vor allem Kinder aus den Reihen des herrschenden Proletariats wünschte und nicht aus denen der Intelligenz, der sie mittlerweile zugehörig waren. Allerdings war an meinen Eltern vorbeigegangen, dass ebenjener Staat längst festgestellt hatte, dass nur aus den Kindern von Ingenieuren und Forschern die dringend benötigten neuen Forscher und Ingenieure wurden, während aus den vielen Arbeiterltindern zum Teil Arbeiter wurden, zum Teil aber nicht einmal das, sodass also doch auch Kinder von der Intelligenz gewünscht wurden. Sonst hätte meine spätere Mutter vielleicht von vornherein nicht täglich eine dunkelgriine Tablette nach dem abendlichen Zähnepurr.en eingenommen. die eigentlich meine Entstehung verhindern sollte.
Nach dem Biologen Raymond Pearl ist ein Index benannt, der berechnet, wie viele sexuell aktive Frauen im Lauf eines Jahres schwanger werden. Ohne jegliches Verhütungsmittel passiert das Hinfundachtzig von hundert Frauen, bei der Kalendermethode neun von hundert Frauen, bei regelmäßiger Einnahme von oxmi:ton nur einer Frau von hundert. Diese eine brachte mich am Tag der Republik, dem 7. Oktober 1971, im grünlichen Neonlicht des Kreissaals 2 des Klinikums Kröllwitz der Stadt Halle an der Saale zur Welt. Und nannte mich Friedrich. Zwar zog unsere Familie kurz nach meiner Geburt in die Hauptstadt Berlin, aber das änderte nichts daran, dass »Halleu auf meiner Geburtsurkunde dokumentiert wurde. Halle an der Saale - Salzstadt. Hansestadt, westfälische Stadt, preußische Stadt, Bezirkshauptstadt. Oder, für meine Berliner Mitschüler: »Sachsen«.

 

 1969672-970f5d2fa3c8db8b69d2d824727dae3b.jpg
Jakob Hein (Leipzig, 25 oktober 1971)

 

 

De Nederlandse dichteres Hélène Swarth werd geboren op 25 oktober 1859 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Hélène Swarth op dit blog.

 

Slapende kamer

De kamer slaapt. - Dromerig langgerekt
Geroep van tortels vult de lome lucht.
Ver, lijk geklapwiek, latjes-klepgerucht
Van zonneblinden, die men opentrekt.

Citroen-aroom van gele zuidervrucht,
Adem van perzik purperdons-bedekt
En ziel van lelie tragisch bloedbevlekt
Smelten bedwelmend tot één geurenzucht.

Door 't rietgordijn, dat in de kamercel
Gevangen houdt warmgouden schemering,
Zwevende en bevende als een goudkapel,
Verdwaalde een zonvonk, uit een kamerding
- Kristal of koper - toverende een wel
Van kleurenvreugde en stralenflonkering.

 

 1969672-1c60239169a51302eb686d05061c10fe.jpg
Hélène Swarth (25 oktober 1859 - 20 juni 1941)
Portret door H.J. Haverman, 1896

 

 

De Engelse dichter Geoffrey Chaucer werd vermoedelijk rond het jaar 1343 geboren in Londen. Zie ook alle tags voor Geoffrey Chaucer op dit blog.

Uit:The Canterbury Tales

The Miller’s Tale (Fragment)

In al this world, to seken up and doun,
There nys no man so wys that koude thenche
So gay a popelote or swich a wenche.
Ful brighter was the shynyng of hir hewe
Than in the Tour the noble yforged newe.
But of hir song, it was as loude and yerne
As any swalwe sittynge on a berne.
Therto she koude skippe and make game,
As any kyde or calf folwynge his dame.
Hir mouth was sweete as bragot or the meeth,
Or hoord of apples leyd in hey or heeth.
Wynsynge she was, as is a joly colt,
Long as a mast, and upright as a bolt.
A brooch she baar upon hir lowe coler,
As brood as is the boos of a bokeler.
Hir shoes were laced on hir legges hye.
She was a prymerole, a piggesnye,
For any lord to leggen in his bedde,
Or yet for any good yeman to wedde.
Fair was this youthful wife, and therewithal
As weasel's was her body slim and small.
A girdle wore she, barred and striped, of silk.
An apron, too, as white as morning milk
About her loins, and full of many a gore;

 

 1969672-7e2727dc59ab980a55dd19d60fbf38f6.jpg
Geoffrey Chaucer (Ca. 1343 - 25 oktober 1400)
De molenaar op een illustratie

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn blog van 25 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

François Pauwels

De Nederlandse schrijver en dichter François Désiré Pauwels werd geboren in Amsterdam op 25 oktober 1888 als zoon van de Vlaamse operazanger Désiré Pauwels en de toneelspeelster Sophie Pauwels-van Biene. Pauwels studeerde rechten in Amsterdam en Utrecht. Na zijn promotie (1915) vestigde hij zich als advocaat in Amsterdam. Hij maakte naam in strafrechtzaken en kwam op voor de humanisering van de rechtspraak. Hij debuteerde met de bundel “Gedichten” in 1908. Grote waardering oogstte vooral de bundel “Tziganen” (1924). Zelf had hij voorkeur voor zijn sonnettencyclus in drie boeken, “Morgen en Strijd” (1931 en 1940) en “Schemeringen”, dat met de herdruk van de vorige onder de titel “Dag van leugen” in 1948 het licht zag. De 225 sonnetten vormen in een opeenvolgende stemmingsbeelden een `mensenleven in verzen' met autobiografische inslag. Grote opgang maakten zijn verhalen en romans, waarvoor Pauwels kon putten uit zijn ervaringen en mensenkennis, opgedaan als strafpleiter. De schetsen “Boeven en burgers” (1926), bewerkt voor het toneel, verwekten zelfs opschudding. In de inleiding van zijn eerste roman, “Tine Kipra’s echtscheiding” (1929), stelde de auteur de vaderlandse schijnheiligheid inzake echtscheidingen aan de kaak. Herman Bouber verzorgde de toneelbewerking die ook werd opgevoerd. De destijds opzienbarende roman “Rechter Thomas” (1937) werd verfilmd. Zijn romans, waarvan “Als het niet waar is” (1960) veel autobiografisch materiaal bevat, zijn evenals zijn poëzie buiten literaire modes om geschreven in een onopgesmukte stijl.

 

De moeder en de zoon

Wanneer de straat vol gouden schemer is,
de laatste kar verratelt om den hoek,
dan zit ik wachtend aan mijn vensternis
en lees maar flauw in 't opgeslagen boek.

De vrede van het laat namiddaguur
heeft al bewegen in mij stil gezet,
als bij een zieke, wien men 't sloopend vuur
van pijn en koorts tot kalmte heeft gebet.

Dit is de stemming, teeder als een klacht
en als der zon verdiepte luister schoon,
waarin ik elken dag verlangend wacht
de grijze moeder en den jongen zoon....

Hij steunt haar zorgzaam en zijn slanke jeugd
treedt recht maar langzaam naast heur wank'len gang,
zijn oogen zijn als een getoomde vreugd',
om 't leven blij, om d' oude moede bang.

Dan staan z' een poos: zij leunt het witte hoofd
aan zijn gebogen arm en kan niet meer,
ziet naar hem op, den blik half uitgedoofd,
en glimlacht stil en wil dan verder weer.

Maar hij noopt haar te wachten, zie, hij legt
zijn hand zacht op heur ving'ren rimplig vel,
en schoon ik niet kan hooren wat hij zegt,
toch weet ik d' onverstane woorden wel.....

Waar blijven zij, mijn vrienden?...'t Is al laat,
zoo hier en daar gaan de gordijnen neer,
en d' enkele lantaren in mijn straat
heeft reeds haar geel en bevend schijnsel weer.

Waar blijven zij?...De kamer zonk al diep
in 't om mij saâmgepakte duister weg
en 't is alsof ik angstig-droomend sliep
en nu, plots wakker, m' iets heel droefs voorzeg.

Is over d' oude moeder ook het zwart
gekomen van den naderenden nacht,
en ligt haar scheem'rend leven thans verstard
in 't eindloos donker dat ons allen wacht?...

Komt later dan misschien de blonde zoon
nog eens in 't middaguur mijn raam voorbij,
aan nieuwe vrijheid, nieuwe vreugd gewoon
en met den lach der jonkheid aan zijn zij?....

 2040776-5c2158fd888271ca8163da9858e75e79.jpg
François Pauwels (25 oktober 1888 – 8 januari 1966)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten