Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 november 2016 tot 2 november 2016

Dolce far niente, Georg Heym, Charlotte Mutsaers, Désanne van Brederode, E. du Perron

 

Bij Allerzielen

 

 1972288-639915738b175a93e1825def5f095889.jpg
Allerseelen auf einem rheinischen Friedhof door Alfred Böhm, 1873

 

 

Allerseelen

Wie der Wind an eurem Kleide reißt
Daß er die roten Blätter entführ.
Wie ihr frierend duldet die Ungebühr.
Kahl seid ihr bald, und bald verwaist.

Ein Lichtlein in euer Laub sich schmiegt.
Eins erst. Bald sind es ihrer viel.
Flackert hin, flackert her. Der Winde Spiel,
Wie der Sterbenden geifernder Atem fliegt.

O du Toter, nun grüßen sie dich
Zum letzten Mal. Bald hinab
Mußt du nun wieder in Winters Grab.
Warte noch, bleib, bis der Tag verwich.

Streife du noch in Novemberluft.
Wenn Schnee erst fällt, deckt er zu
Deinen Schlaf zu bitterer Winterrute.
Winters Stürme gehen dann über die Gruft.

Hinter den Bäumen steht ihr.
Ihr wärmt eure Hände.
Rot fällt der Schein auf die weiße Lende.
Bald gehn wir nun. Und einsam bleibt ihr.

Warum lächelt ihr? Euer Lächeln gleicht
Einem Rätsel voll Bosheit und Dunkelheit,
Wie wenn am Mittag in trüber Zeit
Der Wind über Teiche im Moore streicht.

Wie ein Kind an die Ohren sich schlägt,
Den Schall wiederholend, so tönt euer Laut,
Wie das Sausen, wenn dunkel der Abend graut
Und der Wind die zitternden Halme regt.

Ihr, die ihr nun aus Hierseins Schlafe erweckt,
Die ihr nun eins seid mit Busch und Gras,
Die den Tieren ihr gleicht, und dem, der genas
Vom Lebenswahn, in Irrsinns-Stuben versteckt,

Ihr, sagt mir eins, warum schleicht ihr euch her.
Ist es nicht besser, tot sein? Was steigt ihr herauf?
Drängt an die Betten der Schläfer zuhauf,
Mit Gerippen füllend der Träume Meer?

Ach, es muß einsam sein in des Todes Haus.
Wenn die Erde friert bis zum Grunde hart.
Und da kommt ihr nun, hohläugig starrt
Ihr nach uns. Ihr unser, wir euer Graus.

 1972288-717e3b2cd980df46ac78c5755fb92a78.jpg
Georg Heym (30 oktober 1887 - 16 januari 1912)
Hirschberg. Georg Heym werd geboren in Hirschberg

 

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942. Zie ook alle tags van Charlotte Mutsaers op dit blog.

 

Voor geen geld

Met ponden draven ze op,
met lires, dinars en goud
en buidels vol kronen en franken,
propvolle portemonnees
passeren mijn brievenbus.

Hun spaarvarkens slaan ze kapot
in rose gruzelementen.
Pecunia mundi: voor mij!
Karbonaden van platina,
kaviaar met roebels erbij.

Giro's, inhalige cheques,
hoogzwangere-ja-portefeuilles,
shillings, de sol en de lev,
escudo's, vergulde kroketten:
dit alles vliegt mij maar aan.

Toch ben ik eenvoudig gewoon,
al is mijn chateau niet van plastic.
Wat is er met mij gebeurd
dat al het slijk van de aarde
geslingerd wordt door mijn raam?

Ben ik tot fiscus gevorderd,
een schaap met dollars beslagen?
Ik draag geen honing van achter
en mijn eer die was al verkocht.
Wat willen dan deze Richards?

Mijn hòndje willen ze kopen,
masseren de plooi in zijn hals,
begluren de goudbruine ogen,
bekloppen zijn vachtloze buik
en kussen de dropjesneus.

Ook smachten zij naar de tong
om hun stinkende wonden te helen.
Zij sabbelen graag aan de oren en
tussen de stokjes van poten
verlangen zij slapen te gaan.

Smijt uw brandkast maar dicht,
houdt de stokoude aandelen binnen.
Hondehart is niet te koop
en de stevige staart evenmin.
Voor geen enkel geld van de wereld.



 1972288-1ece52cfd9309bc8ffc36442e77e2d8c.jpg
Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)

 

 

De Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode werd op 2 november 1970 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Désanne van Brederode op dit blog.

Uit:Vallende vorst

“Alles was toeval, willekeur. Net als hijzelf. Even onbelangrijk als de hoofdletter A. Of: even belangrijk. Caspar keek naar de T, het dunne streepje van de I, het rondje dat een O moest voorstellen, en naar het getal 1 en het uitroepteken, die samen één toetsje moesten delen, en hij vroeg zich af of er op Spaanse computers en laptops een speciale toets zat voor het vraagteken-op-zijn-kop dat hij zo vaak in Spaanse teksten had gezien en waarvan hem de betekenis nooit duidelijk was geworden. Maar hij had er ook nooit iets over opgezocht, laat staan dat hij er iemand naar had gevraagd.
Dertig jaar geleden, dus in de periode waarin hij aldoor maar dwangmatig had moeten eten, terwijl hij toch triestig mager was gebleven, was hij in de nacht van eerste op tweede kerstdag begonnen met wat hij het jaar erop al durfde te beschouwen als een geheime, zij het volkomen onschuldige eenpersoonstraditie.
Het idee was simpel: eerst probeerde hij zich tot in detail zomaar een dag uit de voorbije zomervakantie voor de geest te halen. Hoe was hij wakker geworden, en waar? Wat had hij na het ontbijt ondernomen? Met wie? Wat had hij gezien, gehoord, geroken, geproefd, aangeraakt, gefantaseerd, gedacht? Had hij gefietst? Gezwommen? Gevoetbald, getennist, in gras of op een strand gelegen, op een handdoek, een deken, een ligstoel? Had er ergens muziek geklonken, had hij zijn walkman op gehad? Stond er ergens een radio aan, luisterde hij half-en-half mee met zijn vader, naar het verslag van een etappe van de Tour de France? Had hij een kruiswoordpuzzel gemaakt, een boek gelezen? Op de achterkant van een envelop een landschapje, een enkele plant of boom, een stripfiguurtje getekend, uit zijn hoofd, met balpen, gewoon om maar iets te doen te hebben? Om niet te veel te hoeven denken aan een bepaald meisje? Welk meisje? Meerdere meisjes? Een vrouw? Een lerares, een buurvrouw, iemand uit een winkel? Gingen ze een dag op stap? Kasteel, museum, pretpark, boottocht? “

 

 1972288-a371074938454ba82541c4b794750fb6.jpg
Désanne van Brederode (Utrecht, 2 november 1970)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Charles Edgar (Eddy) du Perron werd geboren op 2 november 1899 in Jatinegara (West Java). Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor E. du Perron op dit blog.

Uit: Het Land van Herkomst

‘Waarschijnlijk niet zoveel anders dan jij; ik haal ze ook uit de krant. Vraag mij liever wat ik van Parijs denk: de wereld is hier even onwezenlijk als waar ook. Heb je er enig besef van hoe de lichtreclames op ons inwerken, Ducroo; hoe ze ons kunnen beletten om bijvoorbeeld de maan te voelen? Heb je ooit voor jezelf kunnen uitmaken wat je precies denkt van de nieuwe lichtreclame op de Eiffeltoren: die gele kring om een wijzerplaat, met één wijzer die groen en één die geel is? Waarom weer geel? waarom deze wijzer niet rood, blauw, violet, wat toch eerlijker zou zijn geweest en precies even makkelijk te realiseren viel? Je denkt dat ik dit zeg om je te laten zien hoeveel fantasie ik heb? Helemaal niet, dit is gewoon een van die vele dingen die ik niet begrijp en die mij kwellen. Ik word gekweld omdat ik - hoe zal ik 't zeggen? - omdat ik nu de man zou willen kennen die met deze reclame belast werd. Maar er zijn ook dingen die ik niet begrijp en die mij niet kwellen; waaronder de krachten van deze tijd.’
Ik laat hem door mijn zwijgen voelen dat hij verder zou moeten gaan. Hij doet het.
‘Weet je wat ik nu denk? Dat dit tenslotte gewoonweg een frans mysterie is; dat ik, al word ik een oud man in Parijs, toch nooit een Fransman zal begrijpen. Een Rus had die ene wijzer ook een eigen kleur gegeven; je hoeft er niet aan te twijfelen als ik het je zeg.’
Hij is op het stokpaard geraakt waarop ik hem in drie ontmoetingen driemaal heb zien rijden. Wat hebben de Fransen hem aangedaan, of waarop berust deze behoefte om vooral Rus te zijn tegenover de Fransen?
‘Ik twijfel geen seconde.’
‘Dat zeg je, en je voelt je als een Fransman tegenover mij. Geloof Héverlé niet als hij zegt dat je veel van een Fransman hebt; het is niet waar, je hebt er even weinig van als ik. Zeg maar eens eerlijk wat voor jou reëel is in deze omgeving.’
‘Hoe meer je iets kent, hoe minder reëel het worden kan. Toen ik pas uit Indië kwam vond ik Marseille doodgewoon; ik dacht dat ik eindelijk in het land was waar ik thuishoorde; en dat niet alleen, maar ik kende ook de verdiepingwoningen, het totaal andere aanzicht van een straat, door de films die ik gezien had.”

 1972288-e6906a7915ef7ba015a4e8fe300ed82d.jpg
E. du Perron (2 november 1899 – 14 mei 1940)
Bronzen hoofd door Sylvia Willink-Quiël

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e november ook mijn blog van 2 november 2015 en ook mijn blog van 2 november 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Franz Alfred Muth, Job Degenaar, Rudy Kousbroek, Huub Oosterhuis

 

Dolce far niente – Bij Allerheiligen

 

 1972010-eda7819d89b92d45da41932423584456.jpg
Allerheiligen 1 door Wassily Kandinsky, 1911

 

 

Allerheiligen

Selig, selig sind die Kindlein
Ohne Arg und Falsch, die reinen,
Selig Alle, die noch können
Kindlich jubeln, kindlich weinen,
Selig sind die Kinderherzen,
Ob die Erde auch voll Schmerzen!

Selig, selig alle Herzen
Arm und töricht vor der Erden,
Sie, die lieben Weh und Schmerzen,
Die sich freuen in Beschwerden;
Sel`ge Thorheit vor der Erden,
Ew`ge Weisheit wird dir werden.

Heil`ge Armut, die in Freuden
Alles für den Herrn gegeben,
O was reiche Seligkeiten
Werden dein im andern Leben!
Droben gibt es Edelsteine,
Diese Welt, sie hat ja keine.

Wer verfolgt, gehaßt auf Erden
Um der ew`gen Wahrheit willen,
Selig, selig wird er werden,
Gott wird schon die Tränen stillen.
Wie`s nicht ahnen mag die Erden,
Muß er selig, selig werden.

Alles wird der Herr vergelten,
Was wir litten, was wir stritten,
Seinen Duldern, seinen Helden
In des Himmels ew`gen Hütten:
Wie`s nicht ahnen kann die Erden,
Werden alle selig werden.

Und auch du mußt selig werden,
Ob im Kampfe, ob im Dulden;
Auf das Herz von dieser Erden,
Auf aus deiner Sünden Schulden!
Willst du hoffen, lieben, sehnen,
Selig, selig unter Tränen!



 1972010-25df33a79baab665c3051cdcf28d9b61.jpg
Franz Alfred Muth (13 juni 1839 - 3 november 1890)
Hadamar met slot. Franz Alfred Muth werd geboren in Hadamar.

 

 

De Nederlandse dichter Job Degenaar werd geboren in Dubbeldam op 1 november 1952. Zie ook alle tags voor Job Degenaar op dit blog.

 

De kunst van het dichten

Ik geloof in het paardebloempluisje
waaraan je je vertilt als je het vangen wil

en dat je in een zucht wegblaast
zodra het je verveelt

Dat zoveel ruimte aan je laat
dat het er bijna niet is als het er is

maar dat met fijne weerhaakjes
toch de aarde aan zich bindt

 

 

Duinkever

Zwaar bepantserd, met uitschuifbaar materieel
kapseist hij telkens tussen duin en helm

als vliegenier is hij een roekeloze
die als zijn motor afslaat, neerploft

In abdijbier nadert zijn ontreddering
nog het meest die van een dronken tor

 

 1972010-fb4f2215e455c8e720f5cc8108d9eadf.jpg
Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en essayist Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 in Pematang Siantar in Indonesië geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Rudy Kousbroek op dit blog.

 

Nietsvermoedend

Daarnet passerde je het huis
Waar je later komt te wonen,

Waar je elke steen zult kennen
En elke kleur en elk geluid,

Waar je de bomen zult zien groeien
Door de ramen in de zomer,

Waar je je kinderen zult krijgen
En zult waken aan hun ziekbed;

Dat zal daar allemaal gebeuren,
Je fietste er langs en herkende het niet.

 

 

Het grote bed

Op zolder stond een heel groot bed,
Daar sliep een kind in, opgelet:

Er kwam een zeehond uit de zee
En gleed in bed als nummer twee.

Het nijlpaard kroop erbij, en zie:
Het bed was groot genoeg voor drie.

Toen kwam er nog een ander dier,
Ik denk een hond, dus dat was vier.

Er kwam een koe bij met haar lijf,
Pas op! Nu zijn het er al vijf.

Daarna het paard, bruin met een bles,
Kroop in dat bed als nummer zes!

De geit zei: mag ik ook nog even?
Dat zijn er welgeteld al zeven.

Het schaapje met zijn dikke vacht
Kwam er nog bij, dat maakte acht.

Een varkentje, wat zou het wegen?
In elk geval, toen was het negen.

Daar kwam een mier, haast niet te zien,
Maar toch, die mier was nummer tien.

Ze lagen net op hun gemak
Maar ’t bed begaf het en zei: krak!

Toen riepen ze, in toorn ontstoken:
Die mier! Die heeft ons bed gebroken!

 

 1972010-b28a9ffbeccc8f724c1790fcb3798ffb.jpg
Rudy Kousbroek (1 november 1929 - 4 april 2010)

 

 

De Nederlandse priester, theoloog en dichter Huub Oosterhuis werd geboren in Amsterdam op 1 november 1933. Zie ook alle tags voor Huub Oosterhuis op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

 

Daar

Waar stemmen
de stilte niet breken

en niets is verborgen

daar wonen wij niet
achter grendels

maar gaan

voortwaaiend als wind over water,
wegend als licht op het water.

Wij maken onze reizen van vroeger
steeds weer opnieuw

maar dan vrolijk.

 

 1972010-31d12ee317071437ffc8b96f9c4fb104.jpg
Huub Oosterhuis (Amsterdam, 1 november 1933)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook mijn blog van 1 november 2009.

Geschreven door Romenu om 18:01 Reageer op dit bericht

Szilárd Borbély

De Hongaarse dichter, schrijver, vertaler en letterkundige Szilárd József Borbély werd geboren op 1 november 1963 in Fehérgyarmat. Szilárd Borbély stamde uit een arme (half-joodse) familie, de grootvader van vaders kant kwam om in concentratiekamp Auschwitz. Hij is opgegroeid in een dorp en studeerde na zijn militaire dienst. Hongaarse taal en literatuur aan de Lajos-Kossuth Universiteit in Debrecen. Hij werd in 1989 assistent aan de leerstoel Oude Hongaarse literatuur en was gespecialiseerd in de Hongaarse literatuur van de Barok en vroege 19e eeuw. In zijn studie Een Vanitatum vanitas szövegvilágáról (1995) onderzocht hij de poëzie van Ferenc Kölcsey. Hij promoveerde in 1998. In 1988 publiceerde hij zijn eerste gedicht “Adatok”. Borbély noemde Kafka, János Pilinszky, Miklós Mészöly, Péter Nádas en Péter Esterházy als referentiepunten van zijn poëtische werk. Borbély werkte als vertaler uit het Duits en Engels, o.a. werk van Rumjana Zacharieva, Monika Rinck, Hendrik Jackson, Robert Gernhardt en Durs Grünbein. Op het laatste bereidde hij een vertaling voor van “Europa erfindet die Zigeuner” van Klaus-Michael Bogdal, waarvoor hem een "Paul-Celan Fellowship" toegekend was. Borbély heeft tal van Hongaarse literaire prijzen ontvangen, waaronder de Tibor Déry-prijs, de József Attila-prijs en de Füst-Milánprijs. Bij een inbraak in het huis van zijn ouders, werd zijn moeder gedood, zijn vader werd ernstig gewond; Borbély verwerkte in “Halotti pompa” (2004) de gebeurtenissen poëtisch. Hij publiceerde in 2013 zijn eerste roman. Borbély leed aan depressies en pleegde zelfmoord op 19 februari 2014.

 

Im Körper zu leben

Im Laufe der Evolution menschlichen Verhaltens
wurde die Sprache zum Mittel der Isolation.
Denn parallel zur Welt der Gegenstände
kann sich das Bewußtsein die Dinge vorstellen

durch geistige Vergegenwärtigung. Wenn sie auf-
tauchen im Bewußtsein. Die Sprache ist die dritte Ebene
der Repräsentation. Mit ihrer Hilfe kann auch in einem
anderen Bewußtsein das Bild des Gegenstandes

vorgestellt werden. Auf dieser Stufe der Repräsentation
kann die Erfahrung der Metaphern durch das Gespräch
vermittelt werden. Und wenn sich die Liebenden des Nachts

treffen, berührt sich im Dunkeln ihr Geist.
Denn das Dasein verfügt über eine höhere
Dimension. Denn im Körper zu leben ist der Tod.

 

 

Letzte Dinge
Die Ewigkeit

Dunst quillt in der Winterlandschaft auf,
der leichte Rauch im Kesselhaus.
Am Berghang blendet im Sonnenschein
ein orthodoxer Friedhof wie der Stein,

der glühte, wie das geschmolzene Erz
im Feuer und im Kessel gärt.
So begann der Nachmittag zu fallen,
wie mancher Engel vor der Bahnhofshalle

wartete, den Kopf über die Pfütze gesenkt,
auf ein leichtes Mädchen, ein Gratisgetränk.
Indes in den Bezirken am äußersten Ring
die Zeit jetzt und für immer verging,

denn dort hielt man das Jüngste Gericht,
und es kämpfte dabei Christ gegen Christ.
Die Heiden hingegen tranken Cola light
in einer Kneipe namens Ewigkeit.

 

Vertaald door Heike Flemming

 

 2077802-f74f241f5d4e7d9e46791e2a6f744b70.jpg
Szilárd Borbély (1 november 1963 -19 februari 2014)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten