Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 november 2016 tot 4 november 2016

Judith Herzberg, Willem van Toorn, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, Klabund, Charles Frazier

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Oude vrouw

De fantasieën die ik vroeger als ik ziek was had!
Filosofie, polyandrie, Andalusië,
wat al niet, en nu? Ik zou de bladeren
weer aan de takken willen hangen.
Tweemaal daags wankel ik door de gang.

 

Navy Blue

Kom laat mij je kietelen, befietelen,
vergiechelen, het is geen oorlog meer.
Ook is het haast geen winter meer,
geen winterweer geen onderweer
No underwear wanted.

Kom laat mij je bepoedelen verloederen
bemoederen, ik heb je geld geteld
Change, Cambio, en je bent welgesteld.
Ik heb mijn zaken op wèl gesteld,
niet voor niets, niets voor niets.

Kom laat ik je bespelen, bestelen
bestrelen, terecht of onterecht
zijn wij terecht gekomen. Te recht
of te krom, wie geeft er om? Echt
is but real in reality.

Doe wel en zie niet om.

 

JIDDISH

Mijn vader zong de liedjes
die zijn moeder vroeger zong
later voor mij, die ze half verstond.

Ik zing dezelfde woorden weer
heimwee fladdert in mijn keel
heimwee naar wat ik heb.

Zing voor mijn kinderen
wat ik zelf niet versta
zodat zij later, later?

Voor de rozen verwelkt zijn
drinken wij al het bloemenwater.

Verdrietige intieme taal
het spijt me dat je in dit hoofd
verschrompelde.
Het heeft je niet meer nodig
maar het mist je wel.

 

 1973030-faba20b804f3f2c72a95cfd3743419e4.jpg
Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Willem van Toorn werd geboren in Amsterdam op 4 november 1935. Zie ook alle tags voor Willem van Toorn op dit blog.

 

Twee wintergedichten

1
Alle bomen zijn dood
in de dorpslaan. Er staat winter
klaar om zijn werk te beginnen.
Nog heeft hij niet ontbloot

de witte zeis van het einde
van weer een jaar: hagel, sneeuw en
ijs. Maar zijn hand op de schede
ligt al gereed. Nu rijden

de boerenwagens naar een groot
hooibed voor een slaap van maanden,
vol dromen met de gil van hazen
na het hagelheet lood.

Er hangt een zeis in het licht
geslepen, een jager loerend
op ons hart. Slaap, doe het
dorp alstublieft dicht.

 

2
Ik heb nu alles gedaan
voor als de sneeuw zal komen,
ik heb de deuren gesloten
en de blinden voor ieder raam.

En met de sneeuw de storm:
ik heb het dak nagekeken
uit vrees dat het zou kunnen breken
onder des winters enorm

waaien. Nu staat tijd stil
in de dichte kamers en gangen.
Door kieren komt enkel het lange
langzame licht nog. Dat wil

spionneren of er soms
een opening is gebleven
groot genoeg voor de witte legers
om in te dringen tot ons.

Zo, kom maar snel. Ik leid
je trappen op met mijn lantaren
naar een klein vertrek waar wij samen
kunnen doen of wij veilig zijn

als de sneeuw en het waaien komen.
Stil. Laten wij nu gaan slapen,
ons houdende voor elkaar of
wij het nog echt geloven,

alsof licht en koude, vazallen
van de winter, niet alle hoeken
zouden komen doorzoeken,
en de vluchtlingen vinden, alle.

 

 1973030-b2b4761e1321c912ce3fc856bd92f65f.png
Willem van Toorn (Amsterdam, 4 november 1935)

 

 

De Nederlandse dichter Peter W.J. Brouwer werd op 4 november 1965 in Eindhoven geboren. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Peter W.J. Brouwer op dit blog.

 

Adjectief van de papieren man

Voor het raam van de zoveelste trein
vult de avond zich ditmaal met

rode sneeuw

hoeveel zul je er nog halen en in hoeveel ben je gegaan?

rode sneeuw en ik streep
elk adjectief

en schrijf opnieuw rode sneeuw, want zoiets gebeurt niet
in één woord

in hoeveel brieven heb ik je al aangeschreven?
ik stelde altijd mijn vertrouwen in dat ene woord

alsof het naast me stond

nu valt
de avond met de sneeuw, lees jij de aanzegging van wie niet komt
en val ik op mijn plaats

stop nu het lezen

stop de maling en scheur die papieren man
doormidden

rode sneeuw en ik streep en schrijf

bloesem

 

 

Halftij

Op een lome plek aan het eind van de zomer
jij in je speelbroek, haren los

je vlugge vingers over mijn hemd al ergens halverwege de knopen

ik lees tijd in je ogen

voor ons ligt in bleke lijnen
wat worden zal wanneer je gaat

knip ik met mijn vingers, gaan de steigers neer
rijzen er verborgen vogels uit het park

maar wat ik ook bedenk en hoe ook die hese stem van jou

thuis dampt de thee, knerst het grind
groeien uit namen op kalenders
mensen

vervolgt de maan
geruisloos haar baan

 

 1973030-129f341c266c9c9db38cea48d07d16ce.jpg
Peter W.J. Brouwer (Eindhoven, 4 november 1965)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Arthur van Amerongen werd geboren op 4 november 1959 in Ede. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Arthur van Amerongen op dit blog.

Uit: Mambo Jambo

“Als het even kan vermijd ik gesprekken over geld, maar nu ze brak is durf ik het wel aan. We gebruiken samen haar Spaanse bankrekening, op mijn Nederlandse rekening sta ik tweeduizend euro rood.
‘Arturo, ik heb het gisteren gecheckt, er staat nog maar vierhonderd euro op, en daar moeten de bustickets naar Paraguay nog vanaf.’
Carmen was een peuter toen haar ouders uit elkaar gingen.
Louise, de moeder van Carmen, is een Française uit Parijs. Louise bleef alleen achter met Carmen, haar twee jaar oudere broer Pelayo en haar zes jaar oudere zus Juliette. Louise kon ternauwernood haar gezin onderhouden en werkte zich het schompes. Jaime, Carmens vader, betaalde wel het paardrijden, skien, golfen en de Franse nonnenschool in Madrid. Noblesse oblige. Carmen is nog steeds doodsbang om ook maar een cent rood te staan, ik weet niet beter dan dat ik in de min sta. Zus Juliette heeft haar jeugdtrauma voortvarend aangepakt en is met de op een na rijkste man van Spanje getrouwd. (Nummer een was al bezet.) Carmen heeft mij.
Komt tijd, komt raad, Carmencita.' Ik kalmeer Carmen op mijn gebruikelijke laconieke wijze: dat we allebei snel een baantje zullen vinden in Asuncion, dat mijn reisgids een bestseller gaat worden en dat ze in uiterste nood haar zus kan bellen. Echt overtuigend klinkt het niet, ik hoor mijzelf zwetsen. 'Kom, laten we naar die ecologische troep gaan. ik word een beetje duizelig van die kokosnoot, ik kan wel wat beweging gebruiken, lieverd.'
Na een kwartier bereiken we de Baia dos Golfinhos. in de baai is geen dolfijn te bekennen, ook de door Lonely Planet beloofde zeeschildpadden laten het afweten. Vrijwel alle badgasten hebben de backpackersbijbel opzichtig naast zich liggen, als een herkenningsteken. Ik turf drie meisjes die Paulo Coelho lezen en vang flarden van een gesprek op tussen twee Amerikanen. Een knul met een sik, een zonnebril met oranje glazen en een T-shirt van de Pittsburgh Pirates: 'Dude, je moet naar het Madeiro-strand voor dolfijnen.”

 

1973030-40f5614bc46707a9cc62f75d5fa34c11.png
Arthur van Amerongen (Ede, 4 november 1959)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Klabund werd als Alfred Henschke geboren op 4 november 1890 in Crossen an der Oder. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Klabund op dit blog.

 

Ich fahr durch Schnee und weiße Nacht

Ich fahr durch Schnee und weiße Nacht.
Der D-Zug rauscht. Der Schneesturm kracht.
Ich press ans Fenster mein Gesicht:
O Himmelslicht! O Himmelslicht!

Und blank entsteigt dem dunklen Wald
Des ewigen Baumes Lichtgestalt.
Der Schleier fällt vom Firmament,
Und Sonne, Mond und Stern entbrennt.

Die Weihnacht hat uns hart beschert:
Blutedelstein und Eisenschwert.
In Tränen spielt das heilige Kind
Mit Donnerklang und Wolkenwind.

Der finstre Geist herrscht überall,
Des Kindes Spiel bringt ihn zu Fall.
Die Sehnsucht ist sein Angesicht:
O Himmelslicht! O Himmelslicht!

 

 

Mein Urenkel hat mich verstoßen

Mein Urenkel hat mich verstoßen,
Mein Vater sich geweigert,
Mich zu zeugen.
Es ist
Um
Süßwasserpolyp zu werden
Sein Innerstes
Nach außen zu stülpen.

Mit den Herzen - zu verdauen
Mit der Galle - zu träumen
Mit dem Magensafte
Seele zu sabbern.

 

 

An der Flussmündung

Die Wellen im Mondlicht glänzen wie tausend Fische
Auf dem Wege zum Meer.
Ich treibe im Kahn und mit dem Ruder wische
Ich zärtlich einige Lotosblüten zu mir her.
Mich schmerzt ein jeder Atemzug - das Heute wie das Gestern.
Ich fluche meinem Ruhm, dem Wein, dem Fraß, den goldnen Tressen.
Da haben die Lotosblumen im Winde zu flüstern sich vermessen:
Vergiß die Traurigkeit! Wir sind dir gut wie Schwestern!

 

 1973030-bf89fbe4bab8be489d31fa82a2dfffd3.jpg
Klabund (4 november 1890 – 14 augustus 1928)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Frazier werd geboren op 4 november 1950 in Asheville, North Carolina. Zie ook alle tags voor Charles Frazier op dit blog en ook mijn blog van 3 november 2010

Uit: Thirteen Moons

“I saw a pretty one go by the other day. Yellow as a canary and trimmed with polished brass. It had a windshield like an oversized monocle, and it went ripping by at a speed that must have been close to a mile a minute. The end of the driver’s red scarf flagged straight out behind him, three feet long. I hated the racket and the dust that hung in the air long after the automobile was gone. But if I was twenty, I’d probably be trying to find out where you buy one of those fast bastards.
The night has become electrified. Midevening, May comes to my room. The turn of doorknob, click of bolt in hasp. The opening door casts a wedge of yellow hall light against the wall. Her slender dark hand twists the switch and closes the door. Not a word spoken. The brutal light is message enough. A clear glass bulb hangs in the center of the room from a cord of brown woven cloth.
New wires run down the wall in an ugly metal conduit. The bare bulb’s little blazing filament burns an angry cloverleaf shape onto my eyeballs that will last until dawn. It’s either get up and shut off the electricity and light a candle to read by, or else be blinded.
I get up and turn off the light.
May is foolish enough to trust me with matches. I set fire to two tapers and prop a polished tin pie plate to reflect yellow light. The same way I lit book pages and notebook pages at a thousand campfires in the last century.
I'm reading The Knight of the Cart, a story I’ve known since youth. Lancelot is waiting where I left him the last time. Still every bit as anguished and torn about whether to protect his precious honor or to climb onto the shameful cart with the malefic dwarf driver, and perhaps by doing so to save Guinevere, perhaps have Guinevere for his own true love. Choosing incorrectly means losing all. I turn the pages and read on, hoping Lancelot will choose better if given one more chance. I want him to claim love over everything, but so far he has failed. How many more chances will I be able to give him?”

 

 1973030-a51aeabab3b996cdb82ba7b4c8b06af6.JPG
Charles Frazier (Asheville, 4 november 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2013 en ook mijn blog van 4 november 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:39 Reageer op dit bericht

Joe Queenan, Oodgeroo Noonuccal, Jan Boerstoel, André Malraux, Ann Scott, Dieter Wellershoff, Hanns Heinz Ewers, William Cullen Bryant

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 in Philadelphia, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

Uit: Balsamic Dreams: A Short but Self-Important History of the Baby Boomer Generation

“In the end, Baby Boomers didn't deliver on any of their promises. Instead, they were a case study in false advertising. They professed to go with the flow, but it was actually the cash flow, and they most certainly did not teach their children well, as they were too busy videotaping them. Instead, they took a dive. They retreated into the deepest recesses of their surprisingly tiny inner lives. They became fakes, hypocrites, cop-outs and, in many cases, out-and-out dorks. And the worst thing was: Most of them didn't realize it.
Certainly not Mr. Dog Guy. One day last summer I was sitting on the veranda of my elegant, well-appointed house overlooking the Hudson River when a Jeep Grand Cherokee drifted past with a twee Alaskan malamute trotting about twenty yards behind. As the Jeep inched up the street at about five miles an hour, the dog meekly scurried along in its wake, occasionally soiling people's lawns. The dog and the vehicle soon disappeared around a bend in the road, but five minutes later they were back for the return leg of their little jaunt. When the dog attempted to do his business on my wife's beloved flower bed, I made it my business to scare him away with a stick. The dog clambered off and that was that.
Over the course of the next three weeks, I observed the Jeep and the dog making their rounds early in the morning and late in the evening. The driver, about forty-five, was not from the neighborhood. Neither was the dog. The dog usually had the good sense to stay away from my lawn, but he invariably managed to take a dump somewhereelse. The two quickly became a kind of local legend. Everyone felt sorry for a pet unlucky enough to have an owner who was too lazy to get out of his car and actually walk the poor mutt. Everyone wondered what kind of a creep would own a beautiful dog like that and not only refuse to walk it, but refuse to clean up after it, and who would then compound that offense by driving to someone else's neighborhood and encouraging his dog to defecate all over strangers' properties. My neighbors proclaimed him a creep, a lowlife, a swine, not to mention a very thoughtless and insensitive human being."

 

 1972675-a3299ba20a7be9bc04a70ad2d1b08db1.jpg
Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

 

 

De Australische dichteres en schrijfster Oodgeroo Noonuccal (eig. Kathleen Jean Mary Ruska) werd geboren op 3 november 1920 in Minjerribah (Stradbroke Island) in Moreton Bay. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Oodgeroo Noonuccal op dit blog.

 

Racism

Stalking the corridors of life,
Black, frustrated minds
Scream for release
From Christian racist moulds.
Moulds that enslave
Black independence.

Take care! White racists!
Black can be racists too.
A violent struggle could erupt
And racists meet their death.

 

Colour, the gift of nature
To mankind,
Is now the contentions bone,
And black-white hatred sustains itself
on the rotting, putrid flesh
That once was man.

 

 

An Appeal

Statesmen, who make the nation's laws,
With power to force unfriendly doors,
Give leadership in this our cause
That leaders owe.

Writers, who have the nation's ear,
Your pen a sword opponents fear,
Speak of our evils loud and clear
That all may know.

Unions, who serve democracy,
Guardians of social liberty,
Warm to the justice of our plea,
And strike your blow.

Churches, who preach the Nazarene,
Be on our side and intervene,
Show us what Christian love can mean
Who need it so.

The Press, most powerful of all,
On you the underprivileged call:
Right us a wrong and break the thrall
That keeps us low.

All white well-wishes, in the end
On you our chiefest hopes depend;
Public opinion's our best friend
To beat the foe.

 

 1972675-fd6f1c67f02b5a55103fefa1f90d3a4d.jpg
Oodgeroo Noonuccal (3 November 1920—16 September 1993)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Boerstoel werd geboren in Den Haag op 3 november 1944. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Boerstoel op dit blog.

 

Ze hebben nooit op haar geleken

Ze hebben nooit op haar geleken,
daar heeft het altijd aan geschort.
Ze hebben nooit op haar geleken,
dus kwam hij steeds aan hen te kort.

Soms was het om hun mooie ogen,
hun mooie lichaam of hun stem,
hij heeft ze ook wel eens gemogen
en dikwijls hielden ze van hem.
Maar in de radeloze uren
voor elke nieuwe grijze dag,
dan lag hij in de nacht te turen
en haatte wie er naast hem lag.

Ze hebben nooit op haar geleken,
ze zijn gekomen en gegaan.
Ze hebben nooit op haar geleken,
dat heeft hij zich nooit toegestaan.

Hij kon hun warmte niet verdragen
en zij niet altijd zijn verdriet,
hij heeft ze er wel om geslagen,
maar van hen houden kon hij niet.
Toch hadden ze hem veel te geven,
zelfs waar hij altijd overvroeg,
een enkele haar hele leven,
maar dat was hem niet eens genoeg.

Ze hebben nooit op haar geleken,
al kwamen sommigen een end.
Ze hebben nooit op haar geleken
en haar heeft hij nooit echt gekend.

 

 1972675-b3d6aec261e6e74824902a2454a0b032.jpg
Jan Boerstoel (Den Haag, 3 november 1944)

 

 

De Franse schrijver en kunstfilosoof André Malraux werd geboren op 3 november 1901 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor André Malraux op dit blog.

Uit:Voices of Silence (Vertaald door Stuart Gilbert)

“Once the masterpiece has emerged, the lesser works surrounding it fall into place; and it then gives the impression of having been led up to and foreseeable, though actually it is inconceivable — or, rather, it can only be conceived of once it is there for us to see it. It is not a scene that has come alive, but a latent potentiality that has materialized. Suppose that one of the world's masterpieces were to disappear, leaving no trace behind it, not even a reproduction; even the completest knowledge of its maker's other works would not enable the next generation to visualize it. All the rest of Leonardo's oeuvre would not enable us to visualize the Mona Lisa; all Rembrandt's, the Three Crosses or The Prodigal Son; all Vermeer's, The Love Letter; all Titian's, the Venice Pietà; all medieval sculpture, the Chartres Kings or the Naumburg Uta. What would another picture by the Master of Villeneuve look like? How could even the most careful study of The Embarkation for Cythera, or indeed that of all Watteau's other works conjure up L'Enseigne de Gersaint, had it disappeared?
(...)

Each form of the sacrosanct was regarded by members of the culture which gave rise to it as a revelation of the Truth; at Byzantium it was not a mere hypothesis that was sponsored by the majesty of the Byzantine style. To us, however, these forms make their appeal as forms alone — in other words, as they would be were they the work of a contemporary (and, since this actually is unthinkable, they affect us in a puzzling manner); or else as so many grandiose vestiges of a faith that has died out. We look at them from outside; they are still emotive, but they are no longer true. Thus we deprive them of what was their most vital element; for a religious civilization that regarded what it revered as a mere hypothesis is inconceivable.”

 1972675-d469f7261d6ccd5ecd3625fd714d021d.jpg
André Malraux (3 november 1901 – 23 november 1976)
Cover Time, 1938 

 

 

De Franse schrijfster Ann Scott (pseudoniem) werd geboren op 3 november 1965 in Boulogne-Billancourt. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Ann Scott op dit blog.

Uit: Héroïne

"Il y a quelque chose d’assez réjouissant à sortir, les premiers temps, quand on est… amoureuse. Comme l’autre jour au BHV, l’impression d’être la seule à connaître un secret. On promène un regard presque condescendant sur ce qui nous entoure, on sait qu’on est de passage, autre chose nous attend ailleurs. On se fout pas mal d’avoir l’air de faire tapisserie parce qu’en dedans, on est en conversation permanente avec soi-même, avec le souvenir de l’autre et la douce promesse d’être sur le point de le retrouver. Dans ces moments-là, on ne peut alors s’empêcher de détailler les autres. Les gens seuls, ceux qui traînent ça comme une fatalité, ceux qui se démènent. On étudie les couples qui ne sont plus de toute première fraîcheur. On imagine le sort qui les attend de retour chez eux, et on jubile à l’idée que nous, on sera bien plus intelligents… »
(…)

« Au réveil suivant, en constatant qu’il est midi passé, tu es anéantie. Depuis toujours, tu dois te mettre au travail dès le matin. Tu n’as jamais pu t’expliquer pourquoi, mais si tu n’as pas la journée entière devant toi, une chape de plomb te tombe dessus et tu restes à regarder la journée filer sans trouver le moyen d’entrer dedans. Tu te sens alors comme paralysée, et à mesure que les heures passent, le dégoût qui te submerge devient si palpable, si épais, visqueux, gluant, que tu te retrouves empêtrée sans savoir comment t’en défaire. Même tendre la main pour allumer la télé demande un effort que tu ne peux fournir. Dans ces moments-là, tu as l’impression d’être aux prises avec ta vraie nature, à savoir une merde. Une merde incapable, qui ne mérite ni la confiance qu’on place en elle, ni l’argent dont on la couvre grassement, et les gens s’en rendront bien compte un jour, ce n’est qu’une question de temps."

 1972675-23cd6454041361510b32a91ea1c430a8.png
Ann Scott (Boulogne-Billancourt, 3 november 1965)

 

 

De Duitse schrijver en essayist Dieter Wellershoff werd geboren op 3 november 1925 in NeussZie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Dieter Wellershoff op dit blog.

Uit: Was die Bilder erzählen

„Die politische Iandkarte Italiens war im Mittelalter und der beginnenden Neuzeit ein Flickenteppich aus rivalisierenden Stadtstaaten und Fürstentiimern.die keine eigenen Armeen unterhielten. sondern ihre zahlreichen Rivalitäten und Kriege mit Söldnertruppen ausfochten. Deren Anflihrer. Condottieri genannt, waren häufig deutsche Ritter, die den Krieg nicht mehr als befristeten Lehensdienst fiir ihren feudalen landesherrn und die Whe verstanden. sondern ihren kriegerischen Ruhm für erfolgreiche geschäftliche Verhandlungen mit ihren Auftraggebern nutzten und ihre Truppe wie ein wirtschaftliches Unternehmen führten. Eine Humanisierung des Krieges bedeutete das nicht. Der blutige Nahkampf mit Spieß, Schwert. Keule und Bogen blieb ein grauenhaftes Spektakel, das Schlachtfelder voller Schwerverwundeter hinterließ, denen nicht mehr zu helfen war. Im englisch-französischen Krieg waren Kommandos walisisdner Messerstecher über das Feld gegangen, um das Leiden der Sterbenden mit geübten Stichen abzukiimen.
Für die Bevölkerung des besiegten Landes waren die brutal ausgeübten Siegerrechte der Brandschatzung und Plünderung manchmal noch schlimmer zu ertragen als das Kampfgeschehen selbst. Da sich die Söldnerheere aus dem eroberten Land ernährten. wurden mit dem Recht des Stirkcren maßlos und ohne Rücksicht das Vieh und die Lebensmittelvorrlite geraubt. Mit Kriegsgefangenen. vor allem mit denen aus wohlhabenden Familien. wurden hohe Lösegelder erpresst. Das Drohpotenzial wurde immer weiter verfeinert und lebt weiter im mafiosen System der Schutzgelderpressungen.“

 

 1972675-106579e125ed23958cff0c89bbcef9b4.jpg
Dieter Wellershoff (Neuss, 3 november 1925)

 

 

De Duitse schrijver, filmmaker en cabaretier Hanns Heinz Ewers werd geboren op 3 november 1871 in Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Hanns Heinz Ewers op dit blog.

Uit:Mein Begräbnis

“Drei Tage vor meinem Tode schrieb ich eine Postkarte an die »Roten Radler«. – Ach so, diese Geschichte wollen ja auch die Berliner lesen! Die Berliner sind fein, sie sagen nicht Fahrstuhl, sondern Lift, sie sind »Gents« und beileibe keine »Herren«, und wenn sie etwas besorgen wollen, so schicken sie zum »Messenger-Boy-Institut«. Und daraus kann man schon ersehen, daß diese Geschichte nicht in Berlin passierte, denn ich schrieb meine Karte an die »Roten Radler«, weil das sehr hübsch klingt, und gar nicht an die »Messenger-Boys«, weil das ein ganz abscheuliches Wort ist. Meine Karte lautete:
»Bitte, drei Tage nach Empfang dieser Karte, mittags um zwölf Uhr, eine Kiste zum Friedhofe zu besorgen. Die Gegenwart aller Roten Radler ist dabei erforderlich. Bezahlung und nähere Instruktionen liegen auf der Kiste.« Dann Name und Adresse.
Die Roten Radler kamen pünktlich und mit ihnen kam der Herr Oberradler – in Berlin würde man sagen: der Messenger-Boy-Instituts-Vorsteher. Es war eine große lange Eierkiste, die sie holen sollten, und ich hatte mit vieler Mühe darauf gemalt: » Glas!« und » Zerbrechlich!« und » Vorsicht!« und » Nicht stürzen!«. In der alten Eierkiste lag natürlich meine Leiche, aber ich hatte den Deckel nicht zuschlagen lassen, weil ich durchaus eine »schöne Leich« sein wollte und daher aufpassen mußte, ob auch alles richtig besorgt würde. Der Oberradler nahm zuerst das Geld, das ich auf den Deckel gelegt hatte, und zählte es nach. »Fünfundvierzig Rote Radler«, sagte er, »für zwei Stunden – – es stimmt!«
Er steckte das Geld in die Tasche und las nun meine Instruktion. »Nein,« sagte er dann, »das geht nicht! – das ist nicht unser Geschäft.« Ich machte meine Stimme recht dumpf und antwortete aus der Kiste: » Die Roten Radler besorgen alles!«
Der Herr Oberradler wußte nicht recht, wer da gesprochen hatte, er kratzte sich an der Nase. »Meinetwegen,« sagte er, »meinetwegen!« Sein Gewissen schlug ihm; in all seinen Ankündigungen hieß es ausdrücklich: Die Roten Radler besorgen alles.
Einer der Jungen wollte den Deckel zunageln, aber der Oberradler wies ihn zurück. »Fort!« rief er, auf den Zettel zeigend. »Hier heißt es ausdrücklich: der Deckel soll offen bleiben.« – Der Mann gefiel mir; nun er einmal die Besorgung angenommen, wich er um keinen Buchstaben von meiner Instruktion ab, die er noch einmal genau durchlas.“

 

 1972675-69e1defa26307a65949171172a5d0974.jpg
Hanns Heinz Ewers (3 november 1871 – 12 juni 1943)

 

 

De Amerikaanse dichter, journalist en jurist William Cullen Bryant werd geboren op 3 november 1794 in Cummington, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor William Cullen Bryant op dit blog.

 

March

The stormy March is come at last,
With wind, and cloud, and changing skies,
I hear the rushing of the blast,
That through the snowy valley flies.

Ah, passing few are they who speak,
Wild stormy month! in praise of thee;
Yet, though thy winds are loud and bleak,
Thou art a welcome month to me.

For thou, to northern lands, again
The glad and glorious sun dost bring,
And thou hast joined the gentle train
And wear'st the gentle name of Spring.

And, in thy reign of blast and storm,
Smiles many a long, bright, sunny day,
When the changed winds are soft and warm,
And heaven puts on the blue of May.

Then sing aloud the gushing rills
And the full springs, from frost set free,
That, brightly leaping down the hills,
Are just set out to meet the sea.

The year's departing beauty hides
Of wintry storms the sullen threat;
But in thy sternest frown abides
A look of kindly promise yet.

Thou bring'st the hope of those calm skies,
And that soft time of sunny showers,
When the wide bloom, on earth that lies,
Seems of a brighter world than ours.



 1972675-c5c773f960681cf68dfe4fe27475bf9f.jpg
William Cullen Bryant (3 november 1794 – 12 juni 1878)
Portret door Samuel Morse, 1828-1829

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten