Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 november 2016 tot 18 november 2016

Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Joost Oomen, Thomas Möhlmann, Pauline Genee, Klaus Mann, Richard Dehmel, Jaap Meijer, Eugenio Montejo

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

 

Voor en na het meesterwerk 2

In de trein en oortjes van de iPod in
gaf je, lijfblad in je weergaloze hand,
een ingekeerde remix weg van
Gerhard Richter en good old Vermeer,
Lezende, zoals de trein jou
zonder moeite lezen kon,
bij het gesloten raam, tweede klasse,
intercity, neigend naar het eertijds
lezend meisje bij het open raam,
haar pofmouw twinkelend van
schier denkbeeldig groengoud geel.
Hier intussen groet het landschap ons
alsof wij beiden lezend simultaan
de wereld wuiven - en ook buitensluiten.
Dit gebeurt nu, weet ik, en kan niet
nog een keer. Gerhard Richter heeft
jouw inlogcode maar jij stuurt een sms'je
waarin je zegt ik zie je nu, ik zie je
als mijzelf, midden in het eeuwig licht
naar digitale iTuneswetten binnenzeilend
door het gulle venster van Vermeer.

 

 

De dichter heeft te regelen

Ik heb te regelen een kindjelief,
een woning en natuurlijk spullen ook.
Het moet aanwendbaar zijn mijn bezit,
ik moet het nu en dan alleen kunnen laten
zonder even later roerloosheid aan te treffen.

Stel ik kom thuis
het kind is versteend, het huis
verlamd en de spullen nog veel erger.
Geen andere beweging dan deze thuiskomst.
Dan zou ik denk ik moeten maken
een wet zó waterdicht dat stilstand
achteruitgang is en ook naar voren nog een beetje.
Mijn hanteerbare, goedgeefse bezittingen
hoeven niet meer in de houding
want er is dan een geschreven wet.

 

 

Kijk

Kijk.

Kijk dan. Roerloos ben ik nu,
als in een goed gedicht van iemand anders.
Te grabbel gooit zich niet de looppas, nee,
een daad is niet langer volzang vijftig de bevestiging.

Als ding houd ik mijn mond
en nagel alle grond gelijk.
Ik ben er niet en kijk.

 

1978240-27e71a71e16821b9ef0d27f8b5ea1030.png
Joost Zwagerman (18 november 1963 - 8 september 2015)

 

 

De Nederlandse dichter Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Zie ook alle tags voor Toon Tellegen op dit blog

 

Mannen, vrouwen

Ik zag mannen, vrouwen die van iemand hielden,
kinderen die van iemand hielden,
onbekenden, ontheemden die van iemand hielden

ik zag niemand die niet van iemand hield

ik zag het aan hun ogen,
hun manier van lopen,
en ook hun onhandigheid
en hun telkens even, onverhoeds terugkerende, vlijmscherpe onzekerheid

ik ging aar huis en keek in de spiegel,
vroeg mijzelf voor de duizendste keer:
'en jij? houd jij van iemand?
houd jij echt van iemand?'

ik kneep mijn ogen dicht
en leunde met mijn hoofd tegen de spiegel.

 

 

Een buiging voor mijzelf

Ik maak een buiging voor mijzelf
uit angst en eigenwaan
mijn hoofd raakt de grond
dieper! deemoediger!
verdwijnt in de grond
lager! smadelijker!

volmaakte buigingen zijn fataal
ik ben het, ik ben het maar

er is een koninkrijk onder de grond
onbeheerd en schitterend

ik weet het.

 

 

Van uitstel komt

Wat doe ik met mijn leven?
Uitstellen.

Ik denk lang en diepzinnig na,
stel dezelfde vraag,
krijg hetzelfde antwoord
en denk weer na.

De zon komt op, een merel zingt.
En als ik het nu eens niet meer uitstel... denk ik.
Die gedachte is onverdraaglijk.

Er schuift een wolk voor de zon
en in de verte slaat een klok -
ik stel mijn vraag,

zoals altijd voor het laatst.

 

 1978240-ad9ce4437b860a1bb460605b0445dd91.jpg
Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941)

 

 

De Nederlandse dichter Joost Oomen werd geboren in De Bilt op 18 november 1980. Zie ook alle tags voor Joost Oomen op dit blog.

 

Bad

In deze sloep van ijs
zal ik je leren bomen
En niet voor je zingen, dat natuurlijk ook

Jij leert me dan diezelfde middag
Hoe het is om naakt te zwemmen
Hoe het is om te horen als er op volle zee
een potvis eet.

Kijk zei ik dan je
steekt de staak hier door
de borstkas van de golven
en door naar achter te lopen
Duw je het waterlijk weg.

Kijk zei jij dan je
legt je oor op het water
zoals een indiaan dat met een spoorbiels zou doen
als je goed luistert
hoor je alles wat er in de zee gebeurt.

's Avonds, toen de zon als een iglo op de horizon begon te smelten
Hielden we twee van onze handen vast onder
het oppervlak van het water.
Ons bootje sloeg nooit
om.

 

 1978240-8820de907df951bb507b057ce49e26b8.jpg
Joost Oomen (De Bilt, 18 november 1980)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Thomas Möhlmann werd geboren in Baarn op18 november 1975. Zie ook alle tags voor Thomas Möhlmann op dit blog.

 

Tong

Het is nooit één woord dat het leven vergelijkt
het zijn er vele, het zijn vele gezichten
verwrongen of versplinterd, met stoppels
of met lichte make-up, met haar eraan
of een hoedje dat nergens bij past

in elk gezicht een kistje van huid
in elk kistje dat open kan een schat
van vlees en bloed waarmee elke
bewering tot leven kan komen, elk tegendeel
met evenveel kracht, waarmee kortom
elk woord een eigen leven leiden gaat.

Versta je me nog als ik lispel, versta je me
nog als ik mijn tong tussen mijn tanden
hangen laat en bijt, geen gezicht dat
alle andere overbodig maakt, geen woord
dat aan zichzelf genoeg heeft, het zijn er
vele, juist degene die over niets gaan:
niemand kan in taal alleen bestaan.

 

 

De kijkers thuis

Nauwelijks bewogen, de grote ogen, de hoge
de belangrijke en onderweg vergeten bedenkingen
de verschillende gezichten die hij over z'n kop trok
sinds hij zelf als een man uit een stuk door de dagen
wandelen moest en niets mocht hij laten liggen

niets ontsnapte aan hun taaie aandacht op afstand
geen meisje is geknakt blijven liggen, geen moeder
kinderloos gebleven, geen moederziel alleen zonder
dat hij het zag, hij hamsterde warmte voor de winter

hij grossiert in genade, ordent en telt de momenten
streelt de uitgetrokken veren, strijkt met zijn duim
over zijn vingertoppen, herstelt zijn evenwicht
stelt zijn waarneming bij: alles is mogelijk
maar niets is waarschijnlijk natuurlijk.

 

 1978240-aa531b06a2183cb68d752fcb4625333d.jpg
Thomas Möhlmann (Baarn, 18 november 1975)

 

 

De Nederladse schrijfster Pauline Genee werd geboren op 18 november 1968 in Heemskerk. Zie ook alle tags voor Pauline Genee op dit blog.

Uit: Duel met paard

“De eigenaar van het dier, de heer Von Osten, leek de drukte niet op te merken. Met zijn rafelige hoed en lange stofjas had hij iets van een middeleeuwse alchemist, zo scharrelend rond zijn paard, schikkend en schuivend tot alles zijn vaste plaats had. Geconcentreerd was hij in de weer met de attributen: een doos vol kartonnen letters; een platte bak met cijfers; gekleurde vlakken in verschillende vormen: een cirkel, een vierkant, een driehoek. De spiegel, toch iets naar rechts. De afbeelding van de Keizer, terug naar het midden. Het schoolbord en het telraam, schuin rechts tegen de muur en daarnaast de emmers, hoepels, het bakje met suikerklonten. Geen zweep, nooit een zweep: daar geloofde Von Osten niet in.
Eindelijk stond alles goed. De oude man keek op van zijn werk en zag de honderden ogen op zich gericht. Zijn oude lijf verstijfde in de gruizige stofjas.
Dat het vandaag zoveel drukker zou worden dan de voorgaande keren had Schillings de verzamelde bewoners van het woonblok vanochtend al voorspeld. Het is dat artikel, had hij ze gezegd. Een artikel, beste mensen, zeker in de Berliner, dat maakt altijd erg veel los. Houd rekening met een overvolle binnenplaats. Onze welgemeende excuses voor het ongemak, het is voor een goede zaak: de wetenschap.
De meeste buurmannen hadden zich direct na de ochtendmis uit de voeten gemaakt. Ze waren gaan kaarten in het park of zwemmen in de Spree. Het was zondag en mooi zomerweer. Ze hadden het al zo vaak gezien.
Von Osten had alleen maar zijn schouders opgehaald: tien of honderd, dat was hem om het even – als het maar niet te lang duren zou.
Maar dat het er dit keer zoveel zouden zijn, dat had hij niet voorzien. En zo dichtbij... Hij draaide zich snel weer om. Wie waren al die mensen? Hij wendde voor een leidsel te schikken, probeerde met het voorhoofd tegen de warme paardenflank de ogen in zijn rug te vergeten, haalde langzaam adem.”

 

 1978240-64850d16291ccae9e033f82c56cbb302.jpg
Pauline Genee (Heemskerk, 18 november 1968)

 

 

De Duitse schrijver Klaus Mann werd op 18 november 1906 geboren in München als oudste zoon van Thomas en Katia Mann. Zie ook alle tags voor Klaus Mann op dit blog.

Uit: Der Wendepunkt

„Wo beginnt die Geschichte? Wo sind die Quellen unseres individuellen Lebens? Welche versunkenen Abenteuer und Leidenschaften haben unser Wesen geformt? Woher kommt die Vielfalt widerspruchsvoller Züge und Tendenzen, aus denen unser Charakter sich zusammensetzt?
Ohne Frage. wir sind tiefer wrwurzelt. als unser Bewußtsein es wahrhaben will. Niemand, nichts ist zusammenhanglos. Ein umfassender Rhythmus bestimmt unsere Gedanken u ml Handlungen; unsere Schicksalslcurve ist Teil eines gewaltigen Mosaiks das durch Jahrhunderte hindurch dieselben uralten Figuren prägt und variiert. Jede unserer Gesten wiederholt einen urväterlichen Ritus und antizipiert zugleich die Gebärden künftiger Geschlechter: noch die einsamste Erlährung unseres Herzens isr die Vorwegnahme oder das Echo vergangener oder kommender Passionen.
Es ist ein langes Suchen und Wandern: wir mögen es zurückverfolgen bis ins fahle Zwielicht der Höhle; des barbarischen Tempels. Das blutige Zeremoniell der Darbringung geht weiter in unseren Träumen; in unserem Unterbewußtsein widerhallen die Schreie vom primitiven Altar, und die Flamme, die das Opfer verzehrt, sendet noch immer ihre flackernden Lichter. Die atavistischen Tabus und inzestuösen Impulse Früher Generationen bleiben in uns lebendig; die tiefste Schicht unseres Wesens büßt für die Schuld der Ahnen: unsere Herzen tragen die Last vergessenen Kummers und vergangener Qual.“

 

 1978240-c69b2332e67edc9c6620f181b209245a.jpg
Klaus Mann (18 november 1906 – 21 mei 1949)
Klaus Mann, Annemarie Schwarzenbach, Erika Mann en Ricki Hallgarten, jeugdvriend van Klaus

 

 

De Duitse dichter Richard Dehmel werd geboren op 18 november 1863 in Wendisch-Hermsdorf. Zie ook alle tags voor Richard Dehmel op dit blog.

 

Helle Nacht

Weich küßt die Zweige
der weiße Mond.
Ein Flüstern wohnt
im Laub, als neige,
als schweige sich der Hain zur Ruh:
Geliebte du –

Der Weiher ruht, und
die Weide schimmert.
Ihr Schatten flimmert
in seiner Flut, und
der Wind weint in den Bäumen:
wir träumen – träumen –

Die Weiten leuchten
Beruhigung.
Die Niederung
hebt bleich den feuchten
Schleier hin zum Himmelssaum:
o hin – o Traum – –

 

 

Manche Nacht

Wenn die Felder sich verdunkeln,
fühl ich, wird mein Auge heller;
schon versucht ein Stern zu funkeln,
und die Grillen wispern schneller.

Jeder Laut wird bilderreicher,
das Gewohnte sonderbarer,
hinterm Wald der Himmel bleicher,
jeder Wipfel hebt sich klarer.

Und du merkst es nicht im Schreiten,
wie das Licht verhundertfältigt
sich entringt den Dunkelheiten.
Plötzlich stehst du überwältigt.

 

 1978240-295b3c3aab0cb9a9057c67902b838053.jpg
Richard Dehmel (18 november 1863 – 9 februari 1920)
Het Richard- und Ida-Dehmel-Haus in Hamburg

 

 

De dichter (pseudoniem Saul van Messel) en historicus Jakob (Jaap) Meijer werd geboren in Winschoten op 18 november 1912. Zie ook alle tags voor Jaap Meijer op dit weblog en ook mijn blog van 18 november 2010.

 

Spreekuur met mezelf

die ander
uit de waagschaal
van mijn
evenwicht
is dat mijn
helft die
hem tot
woorden dicht

 

 

Imago

het woord zal uitgaan
in de nachten

en zoeken naar
de bedelaar

die gister
nog niet wist

dat in zijn
zieke hand een

roestige pen
het vuur

op verre bergen
zou doen branden

 

 1978240-83e57c4352815c1ccc3f45690a9ad137.jpg
Jaap Meijer (18 november 1912 - 9 juli 1993)

 

 

De Venezolaanse dichter en schrijver Eugenio Montejo werd geboren in Caracas op 18 november 1938. Zie ook alle tags voor Eugenio Montejo op dit blog en ook mijn blog van 18 november 2010.

 

The stones

     The stones intact in the river
absorbed in the bank,
sitting alone, in conversation.
The stones deeper than childhood
and of more solid scenery.
When they see us they lift their faces
now cracked and they do not recognise us,
you have to speak to them so loudly!

      They have no notion of masks and journeys,
they perceive time through touch,
they believe that our image in the water
was erased in the sands
downriver.

      In the afternoons the shadow of an aeroplane
passes over them
and they are unaware that they go in the suitcases
on board, that they are our only luggage,
so tightly have they shut their eyelids.

 

Vertaald door John Lyons

 

 1978240-5e65363becc72691245e71b6aef77c15.jpg
Eugenio Montejo (18 november 1938 - 5 juni 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e november ook mijn blog van 18 november 2014 en ook mijn blog van 18 november 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

Joost van den Vondel, Guido van Heulendonk, Pierre Véry, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Archibald Lampman

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

Uit: Joseph In Egypten

Het eerste bedryf

REY VAN ENGELEN:
Daer schijnt de zon op 't hof, en zijn vergulde tinnen,
En weckt heel Memphis op, en schiet heur straelen binnen
Dit hoffelijcke huis, en alle zalen van
Den grooten Potiphar, dien koningklijken man;
Wien Joseph, Jakobs zoon, als een gewenschte zegen,
Weleer lijfeigen wert; toen hy van verre wegen
(In Kanaän van zijn gebroederen verkocht,
Aen Arabiers, en over Nijl te merckt gebroght,
En weder opgeveilt) te hoof in dienst geraeckte,
By Pharoos amptenaer, die hem goetwilligh slaeckte,
En zette dien Hebreeuw, geleert, van elck bezint,
En zynen meester trouw, in top van 't huisbewint.
De heer, door 's dienaers trouw, ontlast van alle zorgen,
Hecht, nacht en dagh gerust, den avont aen den morgen;
Maer niet zijn gemaelin, vrouw Jempsar, die, ontroert
In haeren geilen geest, zoo schendigh wort vervoert,
Om, buiten spoor van eere en van betaemlijckheden,
Het vier van deze pest (die ziel en lijf en leden
Zoo dootelijck besmet) te koelen met een' kus
Van Josephs schoonen mont, en kuische lippen: dus
Verslingert op zijn jeught en deught, en zuivre zeden,
Heeft zy nu, dagh op dagh, den jongeling bestreden;
Die noit op haer geboôn noch lockaes acht wou slaen,
En nu den jongsten storm groothartigh uit moet staen.
Het huis van Potiphar wil een tooneel verstrecken
Van 's helts godtvruchtigheit, die wy om strijt bedecken,
Met deze vleugelen, waer meê wy zijn gedaelt
Op d'aerde, uit 't eeuwigh licht, dat van Godts aenschijn straelt,
In Josephs aengezicht, en elckontvonckende oogen,
Waer uit dees Hofmeestres haer koortsen heeft gezogen.



 1977841-111fdbcc08cc627ac7adf0cf20699283.jpg
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
Jozef en de vrouw van Potifar door Bartolomé Esteban Murillo, 1640-1645

 

 

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Zie ook alle tags voor Guido van Heulendonk op dit blog.

Uit: En dan, als ik weg ben

“Het was nacht, met sterren aan de hemel en een milde bries in de acacia.
Helemaal zoals het hoort, als men zich een nacht voorstelt waarin een man, buiten gekomen om een plas te doen tegen de garagemuur, denkt: hiervoor is het leven uitgevonden.
De mens wil verrast worden, dacht Reinoud. Elke minuut van zijn bestaan. Desnoods door een gebochelde nar die hij speciaal met dat doel in zijn hofhouding heeft opgenomen. Of door, zoals nu, de prikkelende sensatie van een februarinacht die perfect voor een meinacht kon doorgaan, indien men er de fladderende vleermuizen en krakende kevers bij dacht.
Klimaatverandering als zotskap: dit was de eenentwintigste eeuw.
Reinoud ademde traag, licht geëxalteerd door de vijf biertjes die hij zichzelf had gepermitteerd om de avond, die zwart en doortrokken van kraaiengekras was ingevallen, gaandeweg om te buigen naar iets opwindends, iets waarvan hij het jammer vond dat hij het met niemand kon delen.
Hij voelde de zuurstof opwervelen naar zijn hoofd, en hoe de bries het zweet op zijn slapen droogde. Zijn urine trof de bakstenen met een geruststellende kracht: de jongste prostaatontsteking had geen noemenswaardige gevolgen gehad. Hij moest de straal zelfs iets schuiner richten om terugspatten te voorkomen.
Het geruis voegde zich naadloos bij dat van de acacia en van het verkeer aan de horizon, waar de gele gloed van de verkeerswisselaar van Zwijnaarde een premature dageraad leek.”

 

 1977841-2d497f555af8bcfea019e3ee6cf18444.jpg
Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

 

 

De Franse schrijver Pierre Véry werd op 17 november 1900 in Bellon geboren. Zie ook alle tags voor Pierre Véry op dit blog enook mijn blog van 17 november 2009.

Uit: L'assassinat du Père Noël

« A la mairie, où tout le monde s'engouffra, une surprise intense s'empara des assistants lorsque le docteur eut ôté au Père Noël son bonnet, sa perruque et sa barbe postiches. Sous le déguisement et la houppelande que Cornusse avait portés tout l'après-midi et toute la soirée, on ne découvrit pas le mort que l'on attendait. Ce n'était pas le photographe qui avait été assassiné !
- "Qu'est-ce que c'est que ce type ?"
L'homme était inconnu. On ne l'avait jamais rencontré à Mortefont. Le visage était rond. L'absence de barbe et de moustache et les cheveux passés à la tondeuse contribuaient à le faire paraître plus rond encore.
- "Il a une bobine d'Allemand," dit Kopf.
- C'était sûrement un touriste, quelqu'un de bien," observa Hagen. "Il n'y a qu'à voir ce costume !"
Le vêtement était riche en effet.
Chandail de pure laine très serrée, knickerbockers en drap anglais, chaussures montantes de cuir souple.
On trouva dans le portefeuille deux billets de cent francs, des feuillets couverts de chiffres mais aucun papier d'identité. En outre, un canif, une montre, un mouchoir, de la menue monnaie.
A l'annulaire de la main gauche, l'homme portait une alliance en or.
Il fut très difficile d'obtenir la communication avec Nancy. L'orage perturbait les transmissions. Enfin, après une longue heure d'attente et des interruptions exaspérantes, le maire eut au bout du fil un personnage dont il lui fut impossible de savoir s'il était un juge d'instruction, un commissaire de police, un inspecteur de la brigade mobile ou un capitaine de gendarmerie. La voix et les répliques étaient celles d'un homme mal réveillé.
- "Un crime, vous dites ?
- Un crime, oui. Un homme étranglé.
- Qu'est-ce qu'il est, cet homme ? Il occupe une situation importante dans votre contrée ?
- Il n'est pas du pays. On ne le connaît pas. On n'a trouvé sur lui aucun papier d'identité.
- Ah ! C'est ennuyeux ! Dites, Monsieur le maire, vous êtes bien certain qu'il s'agit d'un crime ?
- Il n'y a aucun doute là-dessus.
- C'est très ennuyeux. Le docteur est compétent ? "

 

 1977841-7e0aa5ba6368f981a014e01e7caf5d2e.jpg
Pierre Véry (17 november 1900 -  12 oktober 1960)
Cover 

 

De Britse schrijver journalist en polemist Auberon Alexander Waugh werd geboren op 17 november 1939 in Dulverton, Somerset. Zie alle tags voor Auberon Waugh op dit blog.

Uit: Will This Do? An Autobiography

“What she found attractive in him, I suspect, was his humour. Laura Waugh, for all her apparent shyness and avoidance of com­pany, was a born satirist. Behind a veil of good manners, she mocked everybody and everything. The strength necessary to sup­port such an attitude came, ultimately, not from any sense of social superiority but from her Catholicism, which grew more devout, and at the same time more sceptical, with age.
Her husband was moody and given to fits of acute depression which left her largely to her own devices. Shunning ordinary human contact, she sought refuge in cows and rejoiced in the company of farming folk. At other times, she retreated into her own private meditations whose direction was not easily to be dis­tinguished from simple misanthropy. She killed time with cross­words, word games and jigsaws. She was at ease with her children and their friends, and with her own family and, of course, with Coggins, but with practically nobody else. She was also haunted by the spectacle of her mother, my once all-powerful grandmother, whom she had to nurse through a last year of distressing debility.
Many thought that she was too self-effacing and let her husband get away with too much, but it suited her as much as it suited him that he should take his meals in the library if he chose, or go away for long periods, seeking warmer climates in the winter, or carousing with smart friends in London. She saw herself primarily as a farmer, her five or six cows the pride and joy of her life. Some interpreted her decision to publish Evelyn Waugh’s diaries - they first appeared in a shortened, more lurid serialization in the Ob­server - as an act of revenge, but it was more the product of absent-mindedness. She intended to read the series before publi­cation, but eventually got round to reading only a small part.”

 

 1977841-04ce82eed5ae3d34dc307ea9a4e14f75.jpg
Auberon Waugh (17 november 1939 -16 januari 2001)
Hier met zoon Alexander

 

 

De Israëlische dichteres en schrijfster Dahlia Ravikovitch werd geboren op 17 november 1936 in een voorstad van Tel Aviv. Zie ook alle tags voor Dahlia Ravikovitch op dit blog.

 

When The Eyes Open

Snow on the mountains
above the High Places
and above Jerusalem.
Come down O Jerusalem
and return my child to me.
Come O Bethlehem
and return my child to me.
Come high mountains
come winds
come floods in the harbors
and return my child to me.
And even you, O bent bulrush,
thin stalk in the stream,
stringy desert bushes,
return my child to me
as the soul returns to the body
when the eyes open.

 

 

Get Out of Beirut

Take the knapsacks
and the utensils and washtubs
and the books of the Koran
and the army fatigues
and the tall tales and the torn soul
and whatever's left, bread or meat,
and kids running around like chickens in the village.
How many children do you have?
How many children did you have?
It's hard to keep tabs on kids in a situation like this.
Not like in the old country
in the shade of the mosque and the fig tree,
when the children the children would be shooed outside by day
and put to bed at night.
Put whatever isn't fragile into sacks,
clothes and blankets and bedding and diapers
and something for a souvenir
like a shiny artillery shell perhaps,
or some kind of useful tool,
and the babies with rheumy eyes
and the R.P.G. kids.
We want to see you in the water, sailing aimlessly
with no harbor and no shore.
You won't be accepted anywhere
You are banished human beings.
You are people who don't count
You are people who aren't needed
You are a pinch of lice
stinging and itching
to madness.


 1977841-e888c4fc3faa3f0747a3a4d6100f1d4f.jpg
Dahlia Ravikovitch (17 november 1936 – 21 augustus 2005)

 

 

De Amerikaanse schrijfster, uitgeefster en politiek activiste Rebecca Walker werd geboren op 17 november 1969 in Jackson, Mississippi. Zie ook alle tags voor Rebecca Walker op dit blog.

Uit: Becoming the Third Wave

“I am not one of the people who sat transfixed before the television, watching the Senate hearings. I had class-es to go to, papers to write, and frankly, the whole thing was too painful.
A black man grilled by a panel of white men about his sexual deviance. A black woman claiming harassment and being discredited by other women.... I could not bring myself to watch that sensationalized assault of the human spirit.
To me, the hearings were not about determining whether or not Clarence Thomas did in fact harass Anita Hill. They were about checking and redefining the extent of women’s credibility and power.
Can a woman’s experience undermine a man’s career-, Can a woman’s voice, a woman’s sense of self-worth and injustice, challenge a structure predicated upon the subjugation of our gender Anita Hill’s testimony threatened to do that and more. If Thomas had not been confirmed, every man in the United States would be at risk. For how many senators never told a sexist Joke–
How many men have not used their protected male privilege to thwart in some way the influence or ideas of a woman colleague, friend, or relative.
For those whose sense of power is so obviously connected to the health and vigor of the penis. it would have been a metaphoric castration. Of course this is too great a threat.
While some may laud the whole spectacle for the consciousness it raised around sexual harassment, its very real outcome is more informative. He was promoted. She was repudiated. Men were assured of the inviolabIlity of their penis/power. Women were admonished to keep their experiences to themselves.”

 

 1977841-d844a8a04ffb1e704f3b6128fa93cb8b.jpg
Rebecca Walker (Jackson, 17 november 1969)

 

 

De Amerikaanse schrijver Christopher Paolini werd geboren in Los Angeles County, California, op 17 november 1983. Zie ook alle tags voor Christopher Paolini op dit blog.

Uit: Inheritance

“In the beginning, there were dragons: proud, fierce, and independent. Their scales were like gems, and all who gazed upon them despaired, for their beauty was great and terrible.
And they lived alone in the land of Alagaësia for ages uncounted.
Then the god Helzvog made the stout and sturdy dwarves from the stone of the Hadarac Desert.
And their two races warred much.
Then the elves sailed to Alagaësia from across the silver sea. They too warred with the dragons. But the elves were stronger than the dwarves, and they would have destroyed the dragons, even as the dragons would have destroyed the elves.
And so a truce was struck and a pact was sealed between the dragons and the elves. And by this joining, they created the Dragon Riders, who kept the peace throughout Alagaësia for thousands of years.
Then humans sailed to Alagaësia. And the horned Urgals. And the Ra’zac, who are the hunters in the dark and the eaters of men’s flesh.
And the humans also joined the pact with the dragons.
Then a young Dragon Rider, Galbatorix, rose up against his own kind. He enslaved the black dragon Shruikan and he convinced thirteen other Riders to follow him. And the thirteen were called the Forsworn.
And Galbatorix and the Forsworn cast down the Riders and burnt their city on the isle of Vroengard and slew every dragon not their own, save for three eggs: one red, one blue, one green. And from each dragon they could, they took the heart of hearts—the Eldunarí—that holds the might and mind of the dragons, apart from their flesh.”

 

 1977841-dbd8653768ea59b5143a3e81298ee96b.jpg
Christopher Paolini (Los Angeles County, 17 november 1983)

 

 

De Canadese dichter Archibald Lampman werd geboren op 17 november 1861in Morpeth, Ontario. Zie ook alle tags voor Archibald Lampman op dit blog.

In November

The leafless forests slowly yield
To the thick-driving snow. A little while
And night shall darken down. In shouting file
The woodmen's carts go by me homeward-wheeled,
Past the thin fading stubbles, half concealed,
Now golden-gray, sowed softly through with snow,
Where the last ploughman follows still his row,
Turning black furrows through the whitening field.
Far off the village lamps begin to gleam,
Fast drives the snow, and no man comes this way;
The hills grow wintry white, and bleak winds moan
About the naked uplands. I alone
Am neither sad, nor shelterless, nor gray,
Wrapped round with thought, content to watch and dream.

 

 1977841-5661a9384934b8b7963225273e3f73ce.jpg
Archibald Lampman (17 november 1861 – 10 februari 1899)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e november ook mijn blog van 17 november 2014.

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten