Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 november 2016 tot 28 november 2016

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, Philippe Sollers, William Blake, Alexander Blok

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Onze wereld is niet vredig, het platteland niet lieflijker dan de stad, de stad niet verfijnder dan het land. De stad zuigt het omliggende land uit, de vruchten en het vee, zoals zijn fabrieken mensen eten, en de boeren krommen hun rug boven de voren van hun ploegschaar. Ik zou willen terugkeren, in mijn huls van modder en bloed, in mijn eierschaal van gebakken aarde, in mijn doorweekte laarzen. Ik zou de jongens die achterbleven uit de bodem waarin ze zijn weggeteerd willen oproepen: beplak je roestkleurige ribben en schedels met de aarde die je resten heeft opgezogen - en met hen de stad in marcheren, en de hardvochtige muziek van de orde met ons zompig gemodder bekladden.
Ik zou zeggen: alles is gemodder. Hier onze darmen, wanneer onze vrede? Graaf ons niet op, laat ons rotten. Wij zijn de smerige, stinkende aarde waaraan al wat op poten loopt zijn voer onttrekt, zijn trog met wormen, en alle goud dat in kluizen rust of om delicate damespolsjes flonkert. De buik van de aarde breekt, ze schept haar ingewanden op propere borden, ze dampt in de schalen.
De ene oorlog wil de andere rechtzetten en brengt slechts nieuwe oorlog voort. Schep nog eens vol. We lopen de dijk af, Charles, Arthur en ik. Ik duizel van de pijn, onze volkomen pijn omdat niemand, ook ikzelf niet, ze opmerkt die avond. We dalen af naar de rustige rivierarm, er komt onweer, want de kruinen barsten met tussenpozen uit in gedruis, hevig gedruis. Charles trekt zijn schoenen uit, dan zijn sokken, hinkend op zijn ene been, dan op het andere, en Arthur knoopt zijn broeksriem los. Ze roepen me toe. Arthur is ook nog eens de mooiste jongen van het noordelijk halfrond - o de pijn.
Ze roepen me toe. Ze weten dat ik niet helemaal dol ben op water, ze plagen me. Ik hoor onze stemmen, het heeft geen zin hun woorden te herhalen. Hoe nabij ook, ze komen van ver, verzwakt door de immense afstand. Mijn tepels verstrakken nu ik mijn hemd van mijn schouders haal, mijn ballen krimpen. Ik blijf staan en laat hem, die jongen die ik ben, bijna zeventien, verder naar de waterkant toe struikelen. De pijn.”

 

 1981567-c37a25c4c83af87f0b6666c3d2a5a184.jpg
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook ale tags voor Alberto Moravia op dit blog.

Uit:Two Friends (Vertaald door Marina Harss)

“At this point the woman became irritated and responded that evidently, if he spoke to her in this manner, he was more attached to Sergio than he was to her. This was the reaction that Maurizio had been hoping for with childish shrewdness. Quickly, and with a certain coldness, he told her that she was right; he was more attached to Sergio than to her. The woman, who until then had flattered herself with the idea that she held Maurizio through the power of sensuality, responded brutally that he should go back to his dear Sergio and leave her alone. Maurizio immediately got up and left.
Once he was in the street, he breathed a great sigh of relief. Without much difficulty, he had managed to free himself of a relationship, one which might have been difficult to extricate himself from under different circumstances. Regarding his friend, he once again reflected: if Sergio called, all the better, and if not, tant pis. Maurizio’s cynical nonchalance had another cause as well: he was interested in another, much younger woman, who was receptive to his advances. He climbed into his car and went directly to her place.
The days passed and the two separations became definitive. Sergio did not call, and Emilia was unable to reach Maurizio; he had ordered that whenever she called she should be told he was out. She wrote him a letter, called again, wrote another letter, and then resigned herself to the situation and found another lover. Sergio didn’t call. Maurizio continued down the path he had laid for himself. The girl who replaced Emilia was herself replaced, and on it went. Maurizio was twenty years old and thought only of love.
Sergio was also twenty years old, but he had other things on his mind. Whereas Maurizio rushed headlong down the path suggested by his senses and his youth — a path unencumbered by ambition, material struggles, scruples, or emotional aspirations — Sergio found himself, because of the ambitions, emotional aspirations, oppressive material struggles, and scruples that constantly tormented him, in the difficult situation of a traveler seeking a path through a desert or a forest never before visited by man.”

 

 1981567-aff132ebca8b95a3440869d89a87523f.jpg
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)
Portret door Renato Guttuso,1982

 

 

De Surinaamse schrijver, dichter en jurist Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913. Zie ook alle tags voor Hugo Pos op dit blog.

Uit:In triplo

“Wat heeft mij ertoe gebracht om kwatrijnen te gaan schrijven? Zoals op de meeste vragen die speuren naar beweegredenen die niet expliciet zijn aan te geven, kan ik hierop geen afdoend antwoord geven. Wel kan ik aanvoeren dat ik al vrij vroeg er plezier in had om verzen te schrijven en ze gedrukt te zien. Op het gymnasium in Alkmaar waar ik grote moeite met wiskunde had uitte zich dat in een verzuchting, waarvan de eerste regels luiden:

Ik zit gebogen over kegelen en bollen
als vlinders dartelen ze om me heen,
we spelen krijgertje, ik moet ze pakken,
maar ik ben traag en pak er vast geen een.

Niet diep genoeg gebogen vrees ik, want op mijn eindexamen behaalde ik enen voor stereometrie en voor algebra, hetgeen een herexamen tot gevolg had. Daartegenover stond evenwel een vijf, het hoogste cijfer, voor mijn opstel Nederlands over egoïsme. Een snier is hier niet op zijn plaats. Het was geen vrije keus, ik mocht kiezen tussen vijf onderwerpen. (Wat jammer dat je zo'n persoonlijk geschrift niet terugkrijgt. Indien ongeschonden bewaard zou het prachtig hebben gepast bij dit ego-document.)
Het vers dat enige schimpscheuten van mijn wiskundeleraar Keyman uitlokte werd opgenomen in Rostra Gymnasiorum, een blad voor de gezamenlijke gymnasiasten van Nederland. Volledigheidshalve kan ik vermelden dat ik bij mijn herexamen, mijn score, mijn gemiddelde voor wiskunde dus, voor honderd procent verbeterde. De één voor stereo bleef een één, die voor algebra werd een drie. Opgelucht verliet ik Alkmaar om er in geen jaren meer terug te keren.
In een schoolvakantie heb ik een wandeltocht door de Eifel gemaakt samen met mijn neef Willy Pos, de latere directeur van de Amsterdamse toneelschool, en zijn vrienden Lou en Sally de Jong en Theo van Raalte, allemaal leerlingen van het Vossiusgymnasium. We sliepen in jeugdherbergen waar er 's avonds na het eten onder leiding van de jeugdherbergvader of -moeder gezongen werd. Natuurlijk moesten de leerlingen van het Vossius ook iets ten beste geven, waar ik me dan, voor zover ik de woorden en de wijs kende, bij aansloot. Wat hun bijdrage aan dit muzikale deel van de avond was weet ik niet meer."

 

 1981567-3256a14baec748409ffd0a847a03023e.jpg
Hugo Pos (28 november 1913 - 11 november 2000)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook alle tags voor Stefan Zweig op dit blog.

Uit:Die Welt von Gestern. Erinnerungen eines Europäers

„Wir, die wir im neuen Jahrhundert gelernt haben, von keinem Ausbruch kollektiver Bestialität uns mehr überraschen zu lassen, wir, die wir von jedem kommenden Tag noch Ruchloseres erwarteten als von dem vergangenen, sind bedeutend skeptischer hinsichtlich einer moralischen Erziehbarkeit der Menschen. Wir mußten Freud recht geben, wenn er in unserer Kultur, unserer Zivilisation nur eine dünne Schicht sah, die jeden Augenblick von den destruktiven Kräften der Unterwelt durchstoßen werden kann, wir haben allmählich uns gewöhnen müssen, ohne Boden unter unseren Füßen zu leben, ohne Recht, ohne Freiheit, ohne Sicherheit. Längst haben wir für unsere eigene Existenz der Religion unserer Väter, ihrem Glauben an einen raschen und andauernden Aufstieg der Humanität abgesagt; banal scheint uns grausam Belehrten jener voreilige Optimismus angesichts einer Katastrophe, die mit einem einzigen Stoß uns um tausend Jahre humaner Bemühungen zurückgeworfen hat. Aber wenn auch nur Wahn, so war es doch ein wundervoller und edler Wahn, dem unsere Väter dienten, menschlicher und fruchtbarer als die Parolen von heute. Und etwas in mir kann sich geheimnisvollerweise trotz aller Erkenntnis und Enttäuschung nicht ganz von ihm loslösen. Was ein Mensch in seiner Kindheit aus der Luft der Zeit in sein Blut genommen, bleibt unausscheidbar. Und trotz allem und allem, was jeder Tag mir in die Ohren schmettert, was ich selbst und unzählige Schicksalsgenossen an Erniedrigung und Prüfungen erfahren haben, ich vermag den Glauben meiner Jugend nicht ganz zu verleugnen, daß es wieder einmal aufwärts gehen wird trotz allem und allem. Selbst aus dem Abgrund des Grauens, in dem wir heute halb blind herumtasten mit verstörter und zerbrochener Seele, blicke ich immer wieder auf zu jenen alten Sternbildern, die über meiner Kindheit glänzten, und tröste mich mit dem ererbten Vertrauen, daß dieser Rückfall dereinst nur als ein Intervall erscheinen wird in dem ewigen Rhythmus des Voran und Voran.
Heute, da das große Gewitter sie längst zerschmettert hat, wissen wir endgültig, daß jene Welt der Sicherheit ein Traumschloß gewesen. Aber doch, meine Eltern haben darin gewohnt wie in einem steinernen Haus. Kein einziges Mal ist ein Sturm oder eine scharfe Zugluft in ihre warme, behagliche Existenz eingebrochen; freilich hatten sie noch einen besonderen Windschutz: sie waren vermögende Leute, die allmählich reich und sogar sehr reich wurden, und das polsterte in jenen Zeiten verläßlich Fenster und Wand.“

 

 1981567-c77202c14e407eabc213dab2c0c349f4.jpg
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942) 
Hier met echtgenote Lotte

 

 

De Duitse schrijver Sherko Fatah werd geboren op 28 november 1964 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Sherko Fatah op dit blog.

Uit:Der letzte Ort

“Was siehst du?«, flüsterte Albert, zog den Kopf zurück und setzte, etwas lauter, noch einmal an: »Was siehst du?«
Er leckte sich die trockenen Lippen und wischte an der Wand entlang den Schweiß von seiner Stirn. Der Gedanke, der armselige Ausblick durch zwei roh gezimmerte Holzlatten könnte sein letzter Eindruck von der Außenwelt sein, ängstigte ihn nicht nur, er amüsierte ihn zugleich. Dieser Flecken im Nirgendwo würde schon allein durch seine Bedeutungslosigkeit alles, was ihm bevorstand, lächerlich wirken lassen. Ich werde in einem Stall verrecken inmitten von Bauern und Kameltreibern, umschwirrt von Fliegen und mit dieser herrschsüchtigen Sonne über mir, deren Strahlung ein Gewicht zu haben scheint, unter dem das Holz des Schuppens ächzt.
Er näherte das Gesicht wieder dem Spalt, kniff das linke Auge zusammen und blinzelte hinaus. Auf dem gelblichen Erdboden war wie aufgemalt ein blasser Pfad zu erkennen.
Eigentlich nichts weiter als eine Spur nackter Füße und doch schien er Albert in diesem Augenblick so absichtsvoll gerade, als hätte ihn jemand angelegt.
»Was siehst du? Präge dir alles genau ein.« Er bemerkte, wie seine eigenen Worte ihn beruhigten und entschied sich weiterzusprechen: »Lass dich von diesen Hungerleidern nicht einschüchtern. Sie sind nicht deine Feinde, sie wissen nur nichts von dir. Sie wollen Geld und vielleicht noch etwas anderes, worüber sie nicht reden. Aber all das hat nichts mit dir zu tun. Du schaust dich um wie immer, prägst dir ein, was du siehst, und wirst davon berichten, wem und wann auch immer, so präzise wie möglich."

 

 1981567-d735b94ef9f592653a3f5ebe65b4efbb.png
Sherko Fatah (Oost-Berlijn, 28 november 1964)

 

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook alle tags voor Philippe Sollers op dit blog.

Uit: Portraits de femmes

« Supposons un réfractaire de naissance. Très tôt, il va être conscient d'un trucage massif. Sa famille est un montage hasardeux, son pays une fable, l'école une prison de futurs cadavres, l'armée une comédie pénible, la religion, quelle qu'elle soit, un opium de mauvaise qualité. Ce qu'il entend augmente ses doutes, la publicité incessante lui donne la nausée, les massacres organisés achèvent de l'édifier sur le règne d'une stupidité profonde. Plus on lui demande de faire l'homme, plus il a envie de faire le contraire. L'église homosexuelle essaye de l'approcher, mais non, rien à faire, les ensembles, même latéraux, ne sont pas pour lui. S'occuperait-il d'argent ? Non. De politique ? Non plus. De la foire aux images ? Pas davantage, sauf, peut-être, comme moyen de survie au pays des fous et des folles. Il n'est donc pas « humaniste », cet homme ? Comme l'a dit quelqu'un, il n'aura pas la stupidité de se déclarer antihumaniste. Il est donc athée ? Eh non, le rôle est ingrat, et réclame des convictions. Mais alors, Dieu, la foi, la vérité, l'avenir de l'humanité, la science ? La science, pourquoi pas, les mathématiques passant en premier.
Cet enfant, pourtant, promis à sa carrière d'« homme », a vite repéré une fissure dans ce beau programme mortel. Quelque chose lui fait signe dans un angle du faux décor. Cet angle a un nom : femmes. Il note de plus en plus que, même si elles disent le contraire (avec, parfois, un fanatisme d'homme), elles n'y croient pas. Écoutez, c'est un secret, n'allez pas le crier sur les toits. N'attendez pas qu'elles approuvent le moins du monde votre découverte. Servez-vous-en si vous en êtes capable, en restant un enfant, mais n'avouez jamais. Vous voyez que la reine est nue, mais silence. Vous êtes sur un terrain explosif, fantastique, au coeur de la comédie humaine et divine. Retenez-vous, cachez-vous, mettez les masques qu'il faut, vous approcherez peu à peu du but : savoir ce qui se trame vraiment sous l'étiquette immémoriale « homme."

 

 1981567-fa055749f94afee1a87730e8a10e6d1d.png
Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook alle tags voor William Blake op dit blog.

 

The Tyger

Tyger! Tyger! burning bright,
In the forests of the night,
What immortal hand or eye
Could frame thy fearful symmetry?

In what distant deeps or skies
Burnt the fire of thine eyes?
On what wings dare he aspire?
What the hand dare sieze the fire?

And what shoulder, & what art,
Could twist the sinews of thy heart?
And when thy heart began to beat,
What dread hand? & what dread feet?

What the hammer? what the chain?
In what furnace was thy brain?
What the anvil? what dread grasp
Dare its deadly terrors clasp?

When the stars threw down their spears,
And water'd heaven with their tears,
Did he smile his work to see?
Did he who made the Lamb make thee?

Tyger! Tyger! burning bright
In the forests of the night,
What immortal hand or eye
Dare frame thy fearful symmetry?

 

 1981567-c7cfa0f50c5ecf32163a908476b70b6a.png
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)
Het huisje in Felpham, waar Blake woonde van 1800 tot en met 1803

 

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook alle tags voor Alexander Blok op dit blog.

 

Halls grew darker

Halls grew darker and somehow faded.
Grates of windows drowned in black.
Every knight, every beautiful lady
Knew the tiding: "The Queen's deadly sick."

And the king, very silent and frowned,
Passed the doors, lost of pages and slaves ...
Every word, that by chance cast around,
Proved the truth of the closing grave.

By the doors of the silent abode
I was crying, while pressing the brace ...
At the end of the passage remote
Someone echoed me, hiding his face.

By the doors of the Beautiful Lady
I was sobbing, attired in blue ...
And the stranger of ashen face sadly
Echoed me all my sufferings through.

 

 

He, who was born

He, who was born in stagnant year
Does not remember own way.
We, kids of Russia's years of fear,
Remember every night and day.

Years that burned everything to ashes!
Do you bring madness or grace?
The war's and freedom's fire flashes
Left bloody light on every face.

We are struck dumb: the tocsin's pressure
Has made us tightly close lips.
In living hearts, once full of pleasure,
The fateful desert now sleeps.

And let the crying ravens soar
Right over our death-bed,
May those who were striving more,
O God, behold Thy Kingdom's Great!

 

 

Why, why forever…

Why, why forever to the deadly line
I’m pushed unpityingly by blows of the Fortune?
Whether all this, including life of mine,
Are only moments of the endless torture?
I want to live, tho’ heart hasn’t joy inside,
And happiness is just a tale to know,
But I am called in distance by some light,
And it is seemed, that I can have its glow.
Maybe, ‘tis just a spirit – this far blaze!
Maybe, my hopes are lost any ground!
But there – afar, in the unearthly space,
Its rays are ever beautiful and proud!


Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 1981567-6fc7950c72dcdb76db6eba5eecbfc713.jpg
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)
Portret door Anatoly Shumkin,2014

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november mijn blog van 28 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:28 Reageer op dit bericht

Lied im Advent (Matthias Claudius)

 

Bij de eerste zondag van de Advent

 

 1981064-2086fed54411b77eef0ddb60cf73a429.jpg
Kerstbomenmarkt door Genrich Manizer (1847–1925)

 

 

Lied im Advent

Immer ein Lichtlein mehr
im Kranz, den wir gewunden,
dass er leuchte uns so sehr
durch die dunklen Stunden.

Zwei und drei und dann vier!
Rund um den Kranz welch ein Schimmer,
und so leuchten auch wir,
und so leuchtet das Zimmer.

Und so leuchtet die Welt
langsam der Weihnacht entgegen.
Und der in Händen sie hält,
weiß um den Segen!

 

1981064-a6dc4e0054986449f89e9c7ee4e2cf85.jpg
Matthias Claudius (15 augustus 1740 - 21 januari 1815)
De Matthias Claudius Kirche in Reinfeld. Matthias Claudius werd in Reinfeld geboren.

 

Zie voor de schrijvers van de 27e november ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:22 Reageer op dit bericht

Navid Kermani, Nicole Brossard, Philippe Delerm, Han Kang

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.

Uit:Sozusagen Paris

“– Aber nicht für Jutta.
Ich schaue zu der Frau hoch, die mir das Buch zum Signieren auf den Tisch gelegt hat, Anfang, Mitte Vierzig, taxiere ich sie, auffallend klein, schlichtes, vermutlich nicht billiges Kleid, das etwas zu eng geschnitten ist, der Leib zwar grazil, aber doch ein Pölsterchen vorm Bauch, die glatten blonden Haare wie mit dem Lineal auf Höhe des Kinns abgeschnitten, so daß ihr Kopf runder wirkt, als er wohl ist, und ihr Hals noch zarter, ja so fein wie ein Blumenstiel, geht mir ein Bild durch den Kopf, das der Lektor abgeschmackt finden wird, um die braunen Augen auffallend viele Linien allerdings, Falten würde ich’s nicht nennen, Krähenfüße nennt man es wohl, also älter jedenfalls, Ende Vierzig vielleicht und dennoch mädchenhaft, ihr Blick von mildem, beinah schon geschwisterlichem Spott, seltsam vertraut.
– Wie bitte?
– Schreib bloß nicht für Jutta, bekräftigt die Frau.
Unmittelbar nach Lesungen bin ich grundsätzlich verwirrt, erkenne selbst Freunde nicht wieder oder kann mich nicht auf ihren Namen besinnen. Auch jetzt dauert es, bis ich mich an das Lächeln erinnere, das die Lippen wie in Zeitlupe in die Länge zieht und die Wangen rund wie Aprikosen macht, es dauert – ich kann die Zeit nicht abschätzen – zehn Sekunden?, fünfzehn, hinter der Frau noch zehn, fünfzehn andere Menschen, die sich zum Signieren angestellt haben. Die Lesung lief ungewöhnlich gut; ohne einmal aufzusehen, spürte ich, wie die Zuhörer mit mir in der Geschichte versanken, wie ich jetzt ohne Hinsehen spüre oder mir einbilde, daß die Zuschauer meinen offenen Mund und die unruhigen Pupillen bemerken, mein nicht recht funktionierender Verstand, der das Lächeln hektisch einem bestimmten Punkt meines Lebens zuzuordnen sucht und noch immer nicht die Nase registriert hat, die mit der leicht nach oben gewölbten Spitze ein hinreichend deutliches Erkennungszeichen ist.“

 1981060-ef86acda42e78c62813d15b7ad5ce92b.JPG
Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

 

 

De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zie ook alle tags voor Nicole Brossard op dit blog.

 

Villes avec un visage

tant d’idées reçues comme un gouffre
dans mes muscles
tout près on dit que c’est toi mais c’est nous
avec une pensée pour les ponts, les ghâts
les fleuves en temps de paix et de torture

une caresse sur le lobe de l’oreille
villes faites pour nous embrouiller l’âme
dans la beauté bleue du rêve

 

 

Villes d’écho

villes avec le mot corail
pour observer par en dedans
l’ombre des veines

au galop avec l’écume et l’écho
des mots et mirages dans nos bouches
je voudrais revient
si souvent que d’ardeur
l’horizon tressaille
surprend en petites tendresses se répète
blessures à tout coup

 

 

Villes avec leurs morts

pas de cimetières vraiment que des morts
des mots pour ne pas dire, pas prénoms, pas son nom
pas encore un malheur, petits pas qui glacent
à chaque année je marche dans une ville neuve
avec des mots, des os, des cheveux, des lunettes
je marche avec quelqu’un qui a écrit un livre
« puis s’en est allé sur la pointe des pieds »*
retrouver l’horizon le lendemain de l’horizon


*Anne Hébert

 

 1981060-f09324c7533922cdce0fb2c736968124.jpg
Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)

 

 

De Franse schrijver Philippe Delerm werd geboren op 27 november 1950 in Auvers-sur-Oise. Zie ook alle tags voor Philippe Delerm op dit blog.

Uit:C'est bien

“On est dans sa chambre, c'est l'hiver. Les volets sont bien fermés. On entend le vent qui souffle au-­‐dehors. Les parents sont allés se coucher, eux aussi. Ils croient qu'on a éteint depuis longtemps. Mais on n'a vraiment pas envie de dormir. On a juste gardé la lumière de la petite lampe de chevet qui fait un cercle jusqu'au milieu des couvertures. Au-­‐delà, l'obscurité de la chambre est de plus en plus mystérieuse. On a hésité longtemps avant de choisir le livre. Agatha Christie ne fait pas peur, on suit trop l'enquête et on ne fait pas attention au reste. Les aventures de Sherlock Holmes, c'est mieux, avec les brouillards, les chiens, les chemins de fer parfois. Mais il y a trop de dialogues, et Sherlock est si sûr de lui -­‐ on ne peut pas penser qu'il va être vaincu. Finalement, on a choisi l'Ile au trésor. On a bien fait. Dès le début du livre, il y a une ambiance extraordinaire, avec cette auberge près d'une falaise. C'est toujours la tempête là-­‐bas ; on a l'impression que c'est toujours de la nuit aussi, avec la mer qui gronde tout près. Et puis Jim Hawkins, le héros, se retrouve vite seul avec sa mère à L' Amiral Benbow. A sa place, on serait mort de terreur. Le vieux pirate réclame du rhum et se met en colère sans qu'on sache pourquoi. Mais le plus effrayant, c'est quand les autres pirates débarquent dans le pays à la recherche de leur ancien complice. C'est une nuit de pleine lune, et l'aveugle donne des coups de canne sur la route blanche en criant : – N'abandonnez pas le vieux Pew, camarades ! Pas le vieux Pew ! Il y a une illustration en couleurs avec cette image, du noir, du mauve, du blanc. C'est un livre un peu vieux, avec seulement quelques images, il n'y en aura pas d'autres avant au moins trente pages. On reste longtemps à regarder celle-­‐là. Parfois, quand on s'endort, on a peur de devenir aveugle pendant la nuit, alors on se met dans la peau du vieux Pew et c'est étrange, parce que en même temps on a peur qu'il vous donne un coup de canne. Heureusement, près de soi, on a la petite lumière bleue du radio réveil et le poster de Droopy, mais on a l'impression qu'ils sont partis en Angleterre eux aussi, au pays du rhum, de la colère et des naufrages. C'est dangereux de s'endormir là-­‐bas, mais on voudrait quand même -­‐on dort si bien près du danger, et les draps sont si chauds, près de la pluie. C'est bien de se faire peur en lisant L'Ile au trésor. »

 

 1981060-0fae1d6944f158c8c56f8817b865eb38.jpg
Philippe Delerm (Auvers-sur-Oise, 27 november 1950)

 

 

De Zuid-Koreaanse schrijfster Han Kang werd geboren op 27 november 1970 in Gwangju, in de provincie Zuid-Cholla. Zie ook alle tags voor Han Kang op dit blog.

Uit: The Vegetarian (Vertaald door Deborah Smith)

“The only respect in which my wife was at all unusual was that she didn’t like wearing a bra. When I was a young man barely out of adolescence, and my wife and I were dating, I happened to put my hand on her back only to find that I couldn’t feel a bra strap under her sweater, and when I realized what this meant I became quite aroused. In order to judge whether she might possibly have been trying to tell me something, I spent a minute or two looking at her through new eyes, studying her attitude. The outcome of my studies was that she wasn’t, in fact, trying to send any kind of signal. So if not, was it laziness, or just a sheer lack of concern? I couldn’t get my head round it. It wasn’t even as though she had shapely breasts which might suit the ‘no-bra look’. I would have preferred her to go around wearing one that was thickly padded, so that I could save face in front of my acquaintances.
Even in the summer, when I managed to persuade her to wear one for a while, she’d have it unhooked barely a minute after leaving the house. The undone hook would be clearly visible under her thin, light-coloured tops, but she wasn’t remotely concerned. I tried reproaching her, lecturing her to layer up with a vest instead of a bra in that sultry heat. She tried to justify herself by saying that she couldn’t stand wearing a bra because of the way it squeezed her breasts, and that I’d never worn one myself so I couldn’t understand how constricting it felt. Nevertheless, considering I knew for a fact that there were plenty of other women who, unlike her, didn’t have anything particularly against bras, I began to have doubts about this hypersensitivity of hers.
In all other respects, the course of our our married life ran smoothly. We were approaching the five-year mark, and since we were never madly in love to begin with we were able to avoid falling into that stage of weariness and boredom that can otherwise turn married life into a trial. The only thing was, because we’d decided to put off trying for children until we’d managed to secure a place of our own, which had only happened last autumn, I sometimes wondered whether I would ever get to hear the reassuring sound of a child gurgling ‘dada’, and meaning me. Until a certain day last February, when I came across my wife standing in the kitchen at day-break in just her nightclothes, I had never considered the possibility that our life together might undergo such an appalling change.”

 1981060-c6f8ae8b348e6c09feb740b9bd072aea.jpg
Han Kang (Gwangju, 27 november 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e November ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

James Agee, Jos. Habets, Friedrich von Canitz, Jacques Godbout, Klara Blum

 De Amerikaanse dichter en prozaïst James Agee werd geboren in Knoxville, Tennessee.op 27 november 1909. Zie ook alle tags voor James Agee op dit blog.

Uit: A Death in the Family

“It was full dark now, but still early; Gay Street was full of absorbed faces; many of the store windows were still alight. Plaster people, in ennobled postures, stiffly wore untouchably new clothes; there was even a little boy, with short, straight pants, bare knees and high socks, obviously a sissy: but he wore a cap, all the same, not a hat like a baby. Rufus' whole insides lifted and sank as he looked at the cap and he looked up at his father; but his father did not notice; his face was wrapped in good humor, the memory of Charlie. Remembering his rebuff of a year ago, even though it had been his mother, Rufus was afraid to speak of it. His father wouldn't mind, but she wouldn't want him to have a cap, yet. If he asked his father now, his father would say no, Charlie Chaplin was enough. He watched the absorbed faces pushing past each other and the great bright letters of the signs: "Sterchi's." "George's." I can read them now, he reflected. I even know how to say "Sturkeys." But he thought it best not to say so; he remembered how his father had said, "Don't you brag," and he had been puzzled and rather stupid in school for several days, because of the stern tone in his voice.
What was bragging? It was bad.
They turned aside into a darker street, where the fewer faces looked more secret, and came into the odd, shaky light of Market Square. It was almost empty at this hour, but here and there, along the pavement streaked with horse urine, a wagon stayed still, and low firelight shone through the white cloth shell stretched tightly on its hickory hoops. A dark-faced man leaned against the white brick wall, gnawing a turnip; he looked at them low, with sad, pale eyes. When Rufus' father raised his hand in silent greeting, he raised his hand, but less, and Rufus, turning, saw how he looked sorrowfully, somehow dangerously, after them.“

 

 1981054-bea28dc364927fce0eaf5ebbd56cdd25.jpg
James Agee (27 november 1909 - 16 mei 1955)
Hier met zijn vrouw Mia 

 

 

De Nederlandse schrijver, priester en archivaris Joannes Josephus (Jozef) Habets werd geboren in Oirsbeek op 27 november 1829. Zie ook alle tags voor Jos. Habets op dit blog en ook mijn blog van 27 november 2010.

 

Een liedeken van de Bockenrijders uit het jaar 1743. (Fragment)

Aenhoert gij vrienden al met spoed
Wat ik u gaen verclaeren.
Komt luijstert toe ghij kleijn en groet
Men sal u gaen verhaelen,
Wat daer is geschied in ’t openbaer
In ‘t 17 honderd 43ste jaer.
Ik zal het u gaen verclaeren
Komt luijstert toe, gij menschen altemaelen.

Kombt jonck en oudt, ghij man en vrouw,
En wilt toch hierop letten,
En wacht niet lang, het is voor jou 1
Wat ik u hier voor kom setten,
Een droeve klacht, tot onse schandt,
Zij is bekent int heele landt.
Gij hoort hier onsen handel
En onsen levenswandel.

Wij ginghen om met groet bedrogh,
Maer niemand kost het merken.
Wij hielden ons seer fijn int oog
Maer Eijlaes! onse boose wercken,
Die sijn oorsaeck van onsse schandt,
Sij werden bekant, int heele landt.
Ghij hoert hier onsen handel
En onsen levenswandel.

 

 1981054-85cef3521c6658dcc0aff7046ffccb38.jpg
Jos. Habets (27 november 1829 - 22 juni 1893)
Beeld van een bokkenrijder in Wellen

 

 

De Duitse dichter, schrijver en diplomaat Friedrich Ludwig Rudolf Freiherr von Canitz werd geboren op 27 november 1654 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Friedrich von Canitz op dit blog en ook mijn blog van 27 november 2010.

 

Morgen-Lied

Sieh, es sind die finstern Stunden
Abermahl verschwunden.
Schwinge dich mit deinen Sinnen,
Eh sie anders was beginnen,
Seele, zu den Himmels-Zinnen!

Gott, von dem das Licht entsprungen,
Dir sey Danck gesungen,
Daß du mich vor Noth und Schrecken
Wollen durch dein Heer bedecken,
Und itzt aus dem Schlaff erwecken.

Meinen Leib und mein Gemüthe
Will ich deiner Güte
Wohlgemeint zum Opffer schencken,
Daß du magst mein Thun und Dencken,
Wie es dir gefällig, lencken.

Was ich sonst, als deine Gabe,
Noch auf Erden habe,
An Vermögen, Glück und Ehren,
Mag sich mindern oder mehren,
Du wirst mirs zum besten kehren.

 

 1981054-a8b3e81bad5d648b5ff1bc0c4bb8d339.jpg
Friedrich von Canitz (27 november 1654 - 11 augustus 1699)
Berlijn, Nikolaiviertel, in de advent- en kersttijd

 

 

De Canadese dichter, schrijver, essayist en filmmaker Jacques Godbout werd geboren op 27 november 1933 in Montreal, Quebec. Zie ook alle tags voor Jacques Godbout op dit blog en ook mijn blog van 27 november 2010.

Uit:Le tour du jardin

“Serions-nous maintenant en postdémocratie ? Il reste évidemment des vestiges du système, des élections, des parlements, des programmes politiques et un État de droit, mais les élections, si elles ne sont pas truquées par les agences de communication, peuvent s’acheter malgré toutes les lois de financement ; les parlements bien évidemment siègent encore, avec des commissions d’enquête, des ministres et des députés, mais ils ne sont plus le lieu de la pensée et de l’éloquence, ils ressemblent à des cours d’école où les élèves se chamaillent en prétendant qu’un gang est plus fort que l’autre ; les programmes politiques sont bien rédigés par des comités, votés par les membres d’un parti, mais ils sont calibrés pour plaire au plus grand nombre et rarement mis en place après la victoire sous prétexte que le parti défait avait déjà vidé la cagnotte ; pour ce qui est de l’État de droit, il n’y a aucun doute, les lois existent, elles s’améliorent parfois, la police en général réussit à les faire respecter, mais le système judiciaire est engorgé et coûte si cher que l’on peut se ruiner en cherchant à obtenir justice.
Dans le film que Steven Spielberg a consacré à Lincoln, on apprend que l’abolition de l’esclavage au nom de l’égalité des êtres humains n’a été possible que grâce à la corruption, à la ruse et aux restrictions mentales du premier président de la plus grande démocratie moderne. C’est de la même façon qu’en notre pays, comme en France d’ailleurs, fut abolie la peine de mort contre la volonté populaire. La décision d’un chef politique pouvait l’emporter sur la « douce tutelle » des citoyens.
Le gouvernement du peuple par le peuple demande parfois des entorses à l’idée que l’on se fait des décisions « démocratiques ». Reste que les grands débats politiques, comme les idéologies, sont choses du passé, les législateurs sont coincés maintenant dans des discussions morales, l’euthanasie, le mariage homosexuel, la mère porteuse, l’avortement, les OGM ou le pétrole, des enjeux dont la société discute comme elle se passionne pour les faits divers."

 

 1981054-2e2a0f71f4b01195234976a759ba20a5.jpg
Jacques Godbout (Montreal, 27 november 1933)
Cover

 

 

De Duitstalige, joodse, Oostenrijkse, Russische en Chinese dichteres en schrijfster Klara Blum werd geboren op 27 november 1904 in Czernowitz in de Bukowina. Zie ook alle tags voor Klara Blum op dit blog.

 

Czernowitzer Ghetto (I)

Die alten Gäßchen ziehn sich eng zusammen.
Der Boden hinkt und holpert im Zickzack.
Aus schweren Leuchtern zucken kleine Flammen.
Der Witz treibt mit dem Unglück Schabernack.

Die Augen funkeln, doch die Wangen blassen,
Der Kaftan reißt, die Schläfenlocke bebt,
Wenn, halb erstickt in seinen Pariagassen,
Ein Volk noch stöhnend, höhnend weiterlebt.

Die Mauer fiel vor mehr als hundert Jahren,
Und dennoch blieben sie im dumpfen Nest.
Das Elend hielt sie an den Schläfenhaaren
In ihrem engen alten Ghetto fest.

 

 1981054-9d0f2afa9541a08e13c08d7895dea47c.png
Klara Blum (27 november 1904 - 4 mei 1971)
Cover

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten