Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 december 2016 tot 6 december 2016

Karl Ove Knausgård, Peter Handke, Rafał Wojaczek, Henk van Woerden, Alfred Joyce Kilmer, Dirk Dobbrow, Sophie von La Roche

De Noorse schrijver en vertaler Karl Ove Knausgård werd geboren in Oslo op 6 december 1968. Zie ook alle tags voor Karl Ove Knausgård op dit blog.

Uit: Vrouw (Vertaald door Marianne Molenaar)

‘‘Maar het is niet voor jou’, zei Yngve. ‘Het is om iedereen die jou kent de kans te geven een feest ter ere van jou te vieren. En om überhaupt eens feest te vieren. Als je ruim op tijd uitnodigingen verstuurt zodat de mensen het kunnen plannen, een hotel en een vlucht en alles kunnen boeken, weet ik zeker dat iedereen komt. Ik heb er in elk geval hartstikke veel zin in.’
‘Daar twijfel ik niet aan’, zei ik met een glimlach. ‘Maar jij hebt je veertigste verjaardag zelf ook niet gevierd.’
‘En daar heb ik spijt van.’
‘Wat vind je ervan?’ vroeg Linda.
‘Nee’, zei ik.
Toch trok iets aan het voorstel me aan, het was waar wat Linda had gezegd, dat ik me lang genoeg had verstopt.
Waarom had ik dat gedaan?
Het was een manier om je te redden. In die vreselijke jaren als twintiger had ik geprobeerd deel te nemen aan het leven om me heen, aan het normale leven, dat wat iedereen leidde, maar het was me niet gelukt, en het gevoel van nederlaag en de glimpen van smaad waren zo sterk en zo intens dat ik langzamerhand, zelfs voor mezelf verborgen, mijn focus verplaatste, hem steeds meer op de literatuur richtte en wel op zo’n manier dat het niet de indruk wekte van een vlucht, alsof ik me schuilhield, maar dat het juist iets sterks en trots kreeg en voordat ik het wist mijn leven was geworden. Ik had verder niemand nodig, mijn leven achter de computer en met mijn gezin was voldoende, ja, meer dan voldoende. Ik trok me niet terug omdat ik problemen in sociale situaties had, het kwam doordat ik een groot schrijver was of zou worden. Dat loste al mijn problemen op en ik voelde me er lekker bij.
Maar als het klopte dat ik me verstopte, waar was ik dan bang voor?
Ik was bang voor het oordeel van de anderen en om dat te ontlopen, ontliep ik hen. Het idee dat iemand mij misschien mocht, was een bedreigende gedachte, misschien wel de meest bedreigende wat mij betrof. Ik dacht haar nooit bewust, dat durfde ik niet. Zelfs dat mama me eigenlijk wel moest mogen, dacht ik niet. Of Yngve, of Linda. Ik ging ervan uit dat ze me niet mochten, eigenlijk, maar dat de sociale en familiaire banden waarin we gevangenzaten, betekenden dat ze me toch moesten zien en moesten luisteren naar wat ik te zeggen had.”

 

 1984210-7f9c398c1d5784c73f264cdb31031b50.jpg
Karl Ove Knausgård (Oslo, 6 december 1968)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Handke werd op 6 december 1942 in Griffen in Karinthië geboren. Zie ook alle tags voor Peter Handke op dit blog.

Uit: Kali: Eine Vorwintergeschichte

„Fast zugleich mit dem allgemeinen Aufschrei ist sie hereingekommen; hat sich gezeigt. Von den vereinzelten Leuten da sind die, welche saßen, schon vorher aufgestanden, stumm, und lassen sie nun ebenso stumm an sich vorbeigehen, wie durch ein Spalier. Der immer noch nicht verklungene Klang oder Zusammenklang von vorhin hätte auch das Werk eines Mannes sein können. Aber das hier ist eine Frau wie nur je eine. So schnell war sie vorbei auf ihrem Weg in die Garderobe, daß von ihrem Aufzug kaum etwas zu erkennen war. Sie erschien auch ohne Schweiß, oder nasse Haare, wanderte herein auf die Hinterbühne gleichsam aus dem Nachtwind, und ist auch schon da durch und weitergewandert, dabei spürbar alles im Blick; denn wie sonst hätte sie, die anscheinend nur geradeaus schaute, etwas einem der Techniker Entfallenes, einen Knopf? eine Münze?, auf dem Boden wahrgenommen, es aufgehoben und ihm, dem „Richtigen“, im Vorbeiwandern zugeworfen?
Dann steht sie in der Garderobe, auch diese ausgeleuchtet fast wie eine Bühne. Wie aus großer Ferne wird hörbar das anhaltende Schreien des Publikums. Sie steht an der Tür, gerade hereingekommen und schon wieder dabei, zu gehen; umgezogen und aufbruchsbereit. Oder hat sie sich erst gar nicht umziehen müssen, setzt sich jetzt bloß eine Mütze auf und legt sich einen Mantel um? Ist mit ihrem Straßenzeug auf der Bühne erschienen und macht sich in dies em wieder davon? Ein Ansatz zu einem Rhythmus geht auf sie über, ein völlig anderer als der des Schreiens und Klatschens aus der Ferne, ein eher gegenläufiger, wie widerwilliger; bricht gleich ab. Ziemlich dunkel: so ahne ich im Moment ihre Augen, fast finster. Es ist, als halte sie sich dann die Ohren zu, nimmt die Hände dabei aber immer wieder weg, trommelt sich nun auf den Kopf. Die ganze Garderobe, mit ihrem Gesicht im Spiegel, links und rechts und im Rücken weitergespiegelt, erscheint unräumlich, und das nicht bloß wegen der Spiegel, eine vielfach verschachtelte Fläche, sich selbst reflektierend, und hier im kleinen, dort im großen, oder im schiefen Winkel, verzerrt, auf den Kopf gestellt sich wiederholend.“

 

 1984210-cb79acf29223d593d0ac56cdbe147838.jpg
Peter Handke (Griffen, 6 december 1942)
Cover

 

 

De Poolse dichter Rafał Wojaczek werd geboren in Mikołów op 6 december 1945. Zie ook alle tags voor Ralf Wojaczek op dit blog.

 

Off Season

I didn't come on time
The season hasn't opened yet
and the locals keep saying
nothing will happen here

Yesterday
I saw the professor was carried out
in a dustbin - so small was he
Right - people shrink here
savings on food
and coffin planks

The professor
The Professor was the whole epoch
He was dragging his leg
It was a sign
of the professor's latest mistress
her name was Andrew
Right - nothing will happen here

Right - I didn't come on time
Whoever lives
is dying fast
one vacant room is already being used
for storage
surely, before long
they'll take down the bars

Right - this is the end
They mop corridors
Polish floors

 

Vertaald door Jan J. Kałuża

 

 

I speak softly to you

I speak softly to you as if shining
Like stars that bloom on the meadow of blood
While my eyes gaze at the star of your blood
I speak softly - till my shadow is white

I'm a cool island for your flesh
That falls into night, a hot droplet,
I speak to you so softly as if in a dream
Your sweat is aflame on my skin

I speak to you as softly as a bird
In the morning slips sun into your eyes
I speak to you as softly
As the tear which wrinkles a face

I speak to you so softly
As you speak to me

 

Vertaald door Thomasz Gil

 

 1984210-d9a43aac97d8d6691d1aa069fb5900e9.jpg
Rafał Wojaczek (6 december 1945 – 11 mei 1971)

 

 

De Nederlandse schrijver en schilder Henk van Woerden werd op 6 december 1947 geboren te Leiden. Zie ook alle tags voor Henk van Woerden op dit blog.

Uit:Koning Eénoog

“Op 19 januari 1957 stapt een negenjarig jongetje op de ss Waterman, leren tas in de hand, mutsje over de oren, sjaal om de nek, glazen oog in de kas. Het al langer aangekondigde vertrek naar de Kaap vanaf Loods J aan de Sumatrakade in Amsterdam is een feit. Het jongetje, Henk, past goed op zijn broertje Hans en zusje Anneke, zodat zijn moeder haar aandacht kan richten op baby Carl. Het is druk en iedereen is zenuwachtig voor het vertrek. De voorbereidingen zijn voortreffelijk geweest. Maandenlang heeft moeder Jopie huisraad en kleren aangeschaft, gemaakt en vermaakt – van zomeronderbroeken tot overhemden voor vader Joop van Woerden – of zelf gebreid, zoals de hemden van jaegerwol. Ondertussen moeten ook de matrassen en kinderbedden naar Zuid-Afrika overgeheveld worden. De hele inboedel uit de eigen woning aan de Kapteynstraat in Leiden is verpakt in speciaal daarvoor gemaakte kisten. Zo ook grootmoeders ‘halsstarrige Groningse stoelen en een stijfgerugde bank, met een staande lamp uit Paterswolde waarvan het gekrulde sierijzer onbegrijpelijk blijft’. Kaapstad moet een nieuw begin worden, maar met vertrouwde spullen.
Het is het begin van een gewoon emigratieverhaal – op het glazen oog na. Net als Henk van Woerden vertrekken halverwege de jaren veertig en vijftig veel gezinnen naar West, Oost of Zuid. Emigratie is een voor de hand liggende oplossing voor problemen. De Nederlandse overheid hield er in die jaren een actieve emigratiepolitiek op na. Zuid-Afrika is voor Nederlanders niet de populairste bestemming, maar beslist de moeite van het overwegen waard.
‘Dit is Zuid-Afrika, het tweede vaderland van Engelsen, Nederlanders, Duitsers en andere immigranten, die in deze uithoek van het Zwarte Werelddeel een nieuw bestaan opgebouwd hebben,’ schrijft inleidster Margaret Lessing in een fotoboek over Zuid-Afrika uit 1956. “

 

 1984210-3db023d8ee7af9953b090ceb0896e5d2.jpg
Henk van Woerden (6 december 1947 - 16 november 2005)
Cover

 

 

De Amerikaanse journalist en dichter Alfred Joyce Kilmer werd geboren op 6 december 1886 in New Brunswick, New Jersey. Zie ook alle tags voor Alfred Joyce Kilmer op dit blog.

 

Old Poets
(For Robert Cortez Holliday)

If I should live in a forest
And sleep underneath a tree,
No grove of impudent saplings
Would make a home for me.

I'd go where the old oaks gather,
Serene and good and strong,
And they would not sigh and tremble
And vex me with a song.

The pleasantest sort of poet
Is the poet who's old and wise,
With an old white beard and wrinkles
About his kind old eyes.

For these young flippertigibbets
A-rhyming their hours away
They won't be still like honest men
And listen to what you say.

The young poet screams forever
About his sex and his soul;
But the old man listens, and smokes his pipe,
And polishes its bowl.

There should be a club for poets
Who have come to seventy year.
They should sit in a great hall drinking
Red wine and golden beer.

They would shuffle in of an evening,
Each one to his cushioned seat,
And there would be mellow talking
And silence rich and sweet.

There is no peace to be taken
With poets who are young,
For they worry about the wars to be fought
And the songs that must be sung.

But the old man knows that he's in his chair
And that God's on His throne in the sky.
So he sits by the fire in comfort
And he lets the world spin by.

 


 1984210-566556cb53c882da5f482a1a183d4f91.jpg
Alfred Joyce Kilmer (6 december 1886 – 30 juli 1918)
Plaquette in het Joyce Kilmer Memorial Forest in Graham County, North Carolina

 

 

De Duitse schrijver en acteur Dirk Dobbrow werd geboren op 6 december 1966 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Dirk Dobrow op dit blog.

Uit: Späte Störung

„Nina strich ihm mit der Hand über die Wange. Dann lehnte sie sich an einen dieser Ledersitze, stützte sich hinten ab und schlug die Beine übereinander. Sie ließ den rechten Fuß kreisen. Die Spitze des Absatzes zeichnete ein Muster in den Teppich, dabei lächelte sie den Fremden von
der Seite an. Er war kleiner als Frank, schmaler.
»Kennen wir uns?«, fragte Frank.
Der andere nickte.
»Ich träume, oder?«
Der andere schüttelte den Kopf. Frank erkannte die Art wieder, wie er sich eine Haarsträhne aus dem Gesicht strich. Aber das könnte zum Traum dazugehören, dachte er. Er stand auf unsicherem Boden, er sollte sich wieder hinlegen. Er tastete mit der Hand nach dem Treppengeländer hinter sich und hielt sich fest. Hilflos blickte er zu seiner Tochter hinüber. In einer Bar, hatte sie gesagt. Was hatte sie dort zu suchen. Sie traf ihn dort. Sie nahm ihn mit.
Sie brachte ihn ins Haus.
»Geht es dir gut, Paps?«
Er ließ das Geländer los und straffte die Schultern. »Hat er sich anständig benommen?«
»Absolut, Paps.« Sie zeichnete Kreise mit dem Absatz ihres Schuhs in den Teppich. Die Kreise wurden immer größer.
»Er hat dich angesprochen.«
»Ich bin erwachsen«, sagte Nina. Frank sah auf ihre Beine. Sie waren lang und steckten in schwarzen Strümpfen.
Den Rock kannte er nicht an ihr.
»Wollte er dich betrunken machen?«, fragte er.
»Nein.« Sie sah zu dem Fremden hinüber. Der rührte sich nicht. Auch Frank sah ihn an. Eine Weile betrachteten sie ihn wie eine seltene Tierart, die auf unerklärliche Weise in ihr Haus geraten war. Das schien ihn nicht im Geringsten zu stören. Er spielte mit dem leeren Glas in seiner Hand, und dann strich er sich wieder eine Haarsträhne aus dem Gesicht. Frank kam es vor, als täte er es nur für ihn.“

 

 1984210-fca0bcf3a9acb2772801c945f2965268.jpg
Dirk Dobbrow (Berlijn, 6 december 1966)

 

De Duitse schrijfster Sophie von La Roche werd geboren op 6 december 1730 in Kaufbeuren als Marie Sophie Gutermann von Gutershofen. Zie ook alle tags voor Sophie von La Roche op dit blog.

Uit: Ein guter Sohn ist auch ein guter Freund

„Beyde Brüder kamen nach geendigten Studien wieder nach Haus, um noch einige Zeit den väterlichen Umgang zu geniessen, ehe der ältere seine Reisen, und der jüngere seine Kriegsdienste antrat. Georg besuchte jeden Ort, welchen der edle Litleton auf seiner Reise durch Wallis, als merkwürdig angesehen hatte, und las mit Vergnügen und Bewegung des Lords Briefe darüber. Die erste Blätter[82] seines Tagbuchs fiengen mit Betrachtungen über diese Briefe an:
»Dieß ist der Ton der wahren Freundschaft, dieß ist edle Mittheilung dessen, was wir besitzen und geniessen. Möchte ich nur, edler würdiger Patriot! deinem Geist auf dem erhabenen Weg der Wissenschaft und Tugend folgen können, wie ich dem Pfad nachgieng, auf welchem du die Anhöhe des Snodons bestiegest, damit ich in dem moralischen Gebiet des Verstandes und Herzens auch so viele Kenntnisse erlange, als ich jetzo mit meinen Augen die nemliche Aussicht fasse, welche du auf dieser Stelle über das Land und das Meer hattest: und – o! mögen immer die Handlungen meines ganzen Lebens eben so weit von jeder Niederträchtigkeit entfernt seyn, als ich in diesem Augenblick über den Grund der Thäler erhoben, und näher bey dir – allmächtiger Urheber dieser Gewässer, dieser Gebürge und meines Lebens! bin!« –
Als Merioneth vor seiner Abreise den lezten Spaziergang auf den nahen Berg gemacht hatte, schrieb er noch:[83]
»Väterliches Land! mit welchem Entzüken werde ich dich wieder sehen, wenn der Eindruk des Erhabenen, den ich jetzo fühle, so stark in mir bleibt, daß ich dich, und meine würdige Eltern bey meiner Wiederkunft mit einem eben so schuldlosen Herzen, wie heut, und mit vermehrten Kenntnissen meines Geistes neu begrüssen werde!«
Theurer Jüngling! welcher Vater, welche Mutter wird nicht innig wünschen, daß dieses Verlangen deiner Seele erfüllt werde? – O! wie glüklich fanden sich Georgs Eltern, als sie dieses Stük seines Tagbuchs durchlasen, welches ihnen ihre Tochter Lydia – der Liebling ihres Georgs – ihnen heimlich brachte, als er noch zu dem Pfarrherrn gegangen war.“

 

 1984210-09794efabbff7e42ee4ae6ac3a396097.jpg
Sophie von La Roche (6 december 1730 – 18 februari 1807) 
Sophie von La Roche Museum in Bönnigheim

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e december ook mijn blog van 6 december 2015 deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

De nood van Sinterklaas (Felix Timmermans)

 

Bij Sinterklaas

 

 1983809-3ceba780a8e8e27757cd0ecc6bc9325e.png
Sinterklaas door Rien Poortvliet, 1977

 

Uit: De nood van Sinterklaas

“Het was koud, de maan stond hoog aan de hemel, en de sneeuw kraakte onder hun voeten. Plotseling galmde het ‘Slaap gerust’ door de vriezige stilte, vanaf de toren.
‘Nog iemand die niet slaapt!’ riep Sint Nicolaas verheugd, en Zwarte Piet stak snel zijn voet tussen de deur, die Trientje boos dicht wilde gooien.
‘Houden jullie dat mens wakker’, zei Zwarte Piet, ‘ik ben zo terug!’ en terwijl hij dat zei stootte hij de deur van Trientje zó hard weer open, dat ze in een grote mand met uien terechtkwam.
Terwijl de anderen weer naar binnen gingen, sprong Zwarte Piet op het paard van de Sint en galoppeerde door de straten. Hij hield stil bij de toren, klom langs de regenpijp omhoog tot bij Dries Andijvel, die juist in zijn kamertje ‘Er was een jager uit jagen gegaan’ op zijn viool kraste.
Dries liet van schrik zijn viool vallen, maar Zwarte Piet stelde hem gerust en vertelde hem alles.
‘Eerst zien en dan geloven!’ zei Dries. Samen met Piet ging hij naar beneden. Even later waren ze bij ‘De Suikeren Neusvleugel’ aangekomen.
Sint Nicolaas viel voor de nachtwaker op zijn knieën, en smeekte hem of hij vijfentwintig frank kon geven. Hij beloofde de nachtwaker alle geluk van de wereld als hij het deed.
Dries was ontroerd, en zei tegen de ongelovige, steenhartige Trientje: ‘Ik weet niet of hij liegt, maar zo staat Sint Nicolaas echt afgebeeld in het prentenboek van onze kleine, én in het kerkraam boven de doop- vont. Stel je nu voor Trientje, dat hij het is... Geef hem het schip maar!
Morgen betaal ik u...’
Trientje had alle vertrouwen in de torenwachter, een man die bij haar in de buurt woonde. En Sint Nicolaas kreeg het schip.
‘Ga jij nu maar snel naar huis om te slapen’, zei Sint Nicolaas tegen de kleine Cecilia, ‘we brengen dadelijk het schip...’
Het kind ging naar huis, maar het sliep niet. Ze zat onder de schoorsteenmantel met het kussen in haar armpjes te wachten op het schip... Een manestraal scheen door een kier in het gordijntje en gaf het kamertje een zilveren glans.
Hè, wat zag ze daar nu buiten! Ginder, aan de andere kant van het dorpje reed Sint Nicolaas op zijn witte schimmel. De stille vrieswind deed zijn rood-fluwelen mantel enigszins opwaaien. Zwarte Piet liep trouw naast zijn Meester voort. Cecilia volgde hen tot ze achter de grote kerk verdwenen waren. Toen keek ze naar het kussen. Tranen brandden achter haar ogen. Zwarte Piet, of de goede Heilige waren haar zeker vergeten; ze hadden het schip niet gebracht; het lag niet op het kussen…
Maar… hoe was dat nu mogelijk? Door haar tranen heen zag ze iets glinsteren. Het schip ‘de Congo’ was wél gebracht! Dáár, daar stond het, in de koude as, zonder een deukje of een barst. Wat een geluk! Het zilverpapier glansde, en er kwam wel voor zeven en een halve cent witte watten rokend uit de schoorsteen. Hoe was dit zo stil gebeurd? Hoe kon dit nu?
Ja, dát weet nu juist niemand, dat is de kundigheid en de vernuftigheid van Zwarte Piet, en dat leert hij aan niemand voort…

 

 1983809-85dc596ccc1501dfef1e777a87930ddb.jpg
Felix Timmermans (5 juli 1886 – 24 januari 1947)
Cover Duitse uitgave

 

Zie voor de schrijvers van de 5e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:11 Reageer op dit bericht

Hanif Kureishi, Alois Brandstetter, Joan Didion, Christina Rossetti, Fjodor Tjoettsjev, Calvin Trillin, Afanasy Fet, Hans Helmut Kirst

De Britse schrijver en regisseur Hanif Kureishi werd geboren op 5 december 1954 in Bromley, Kent. Zie ook alle tags voor Hanif Kureishi op dit blog.

Uit:The Last Word 

“Harry Johnson gazed out of the window of the train at the English countryside and thought that not a moment passed when someone wasn’t telling a story. And, if his luck held for the rest of the day, Harry was about to be employed to tell the story of the man he was going to visit. Indeed, he had been chosen to tell the whole story of this important man, this significant artist. How, he wondered, with a shudder, did you begin to do that? Where would you start, and how would the story, which was still being lived, end? More important, was he, Harry, capable of such a task?
Peaceful England, untouched by war, revolution, famine, ethnic or religious disturbance. Yet, if the newspapers were correct, Britain was an overcrowded little island, teeming with busy immigrants, many clinging to the edges of the country, as on a small boat about to capsize. Not only that, thousands of asylum seekers and refugees, desperate to escape disturbance in the rest of the chaotic world, were attempting to cross the border. Some were packed in lorries, or hung from the undercarriages of trains; many were tiptoeing across the English Channel on tightropes slung across the sea, while others were fired from cannons based in Boulogne. Ghosts had it easy. Meanwhile, apparently, since the financial crash, everyone on board the country was so close together and claustrophobic they were beginning to turn on one another like trapped animals. With the coming scarcity—few jobs, reduced pensions, and meager social security—people’s lives would deteriorate. The postwar safety Harry and his family had grown up in was gone. Yet, to Harry now, it seemed as if the government was deliberately injecting a strong shot of anxiety into the body politic, because all he could see was a green and pleasant England: healthy cattle, neat fields, trimmed trees, bubbling streams, and the shining, early spring sky above. It didn’t even look as though you could get a curry for miles.
There was a whoosh, and beer spattered his face. He turned his head. Rob Deveraux, sitting opposite Harry and cracking open another tin, was a respected and innovative publisher. He had approached Harry with the idea of commissioning him to write a biography of the distinguished writer, Indian-born Mamoon Azam, a novelist, essayist, and playwright Harry had admired since he was a teenage book fiend, a nerdy connoisseur of sentences, a kid for whom writers were gods, heroes, rock stars. Harry was immediately responsive and excited. After years of study and obedience, things were turning good for him, as his teachers had predicted if he concentrated his thoughts and zipped his fly and lip. This was his break; he could have wept with relief and excitement. »

 

1983776-3f6ec50636ecc73bf5c4c5e596d35e99.jpg
Hanif Kureishi (Bromley, 5 december 1954)

 

 

De Oostenrijkse schrijver en taalkundige Alois Brandstetter werd op 5 december 1938 in Aichmühl bei Pichl, Oberösterreich geboren. Zie ook alle tags voor Alois Brandstetter op dit blog.

Uit: Meine besten Geschichten

“Einladungen zu Lesungen freuen die Dichter, wenn auch die berühmteren Kollegen solche Einladungen kaum annehmen, ja meistens nicht einmal beantworten. "Habe weder Zeit noch Lust", hat uns Ernst Jünger seinerzeit ins Studentenheim geschrieben. Der Großteil der Schriftsteller rührt nicht einmal das Ohr, kaum die Schreibmaschine und sich sicher nicht vom Fleck, um ein Zeugma zu gebrauchen. Was soll's! Einladungen sind jedoch nicht gleich Einladungen, Einladungen ins Ausland, schon gar ins fremdsprachige, sind zum Beispiel etwas Besonderes. Die Erwartung aber, daß man dort mit seinen artifiziellen Subtilitäten verstanden wird, woher einen die mit etlichen rührenden Grammatikfehlern und überhaupt im Stil der Goethezeit geschriebene Invitation erreicht, ist eher gering. Will man sich aber nicht dem Vorwurf des Nationalismus aussetzen, wird man wohl reisen müssen. Bei allem, was gerade wir anderen Völkern angetan haben, ist das bißchen Unverstandensein, oder nur Nichtverstandenwerden, auch kein heroischer Akt der Wiedergutmachung oder gar Sühne, obwohl das Leiden des Autors beträchtlich sein kann! Wozu war der ganze stilistische und idiomatische Aufwand jetzt gut! Da hatte man sich gleich auf Infinitive und Nennformen beschränken können. Doch kann einem Unverständnis auch bei Landsleuten passieren. Nachdem ich bei einer Veranstaltung zum Thema "Dorf" im Innsbrucker Funkhaus einen Text aus meinem Buch "Vom Schnee der vergangenen Jahre" gelesen hatte, fragte mich anschließend ein Einheimischer am Kaffeeautomaten der Kantine, nachdem er mich zu seiner Verblüffung als den wiedererkannte, der vorhin auf der Bühne ins Mikrophon gesprochen hatte: "War das Gesätzchen eppa von Ihnen selber, was Sie da vorgerezitiert haben?" Und nachdem ich dies bejahen durfte, meinte er voll Bewunderung: "Was Sie nit sagen, alles eigene Fechsung! Dos wor nit schlecht, wohl, das war fein guat, mein Herr!"
Tirol ist immerhin Österreich.“

 

1983776-18c5963cf91cc6a3e7ef68d7e79203e4.jpg
Alois Brandstetter (Aichmühl, 5 december 1938)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joan Didion werd geboren in Sacramento Valley op 5 december 1934. Zie ook alle tags voor Joan Didion op dit blog.

Uit: The Year of Magical Thinking

"And then—gone." In the midst of life we are in death, Episcopalians say at the graveside. Later I realized that I must have repeated the details of what happened to everyone who came to the house in those first weeks, all those friends and relatives who brought food and made drinks and laid out plates on the dining room table for however many people were around at lunch or dinner time, all those who picked up the plates and froze the leftovers and ran the dishwasher and filled our (I could not yet think my) otherwise empty house even after I had gone into the bedroom (our bedroom, the one in which there still lay on a sofa a faded terrycloth XL robe bought in the 1970s at Richard Carroll in Beverly Hills) and shut the door. Those moments when I was abruptly overtaken by exhaustion are what I remember most clearly about the first days and weeks. I have no memory of telling anyone the details, but I must have done so, because everyone seemed to know them. At one point I considered the possibility that they had picked up the details of the story from one another, but immediately rejected it: the story they had was in each instance too accurate to have been passed from hand to hand. It had come from me.
Another reason I knew that the story had come from me was that no version I heard included the details I could not yet face, for example the blood on the living room floor that stayed there until José came in the next morning and cleaned it up.
José. Who was part of our household. Who was supposed to be flying to Las Vegas later that day, December 31, but never went. José was crying that morning as he cleaned up the blood. When I first told him what had happened he had not understood. Clearly I was not the ideal teller of this story, something about my version had been at once too offhand and too elliptical, something in my tone had failed to convey the central fact in the situation (I would encounter the same failure later when I had to tell Quintana), but by the time José saw the blood he understood.
I had picked up the abandoned syringes and ECG electrodes before he came in that morning but I could not face the blood.
In outline.
It is now, as I begin to write this, the afternoon of October 4, 2004.”

 
1983776-ec6d9daaa2ad76855e2bab1675c116f8.jpg
Joan Didion (Sacramento Valley, 5 december 1934)
 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Christina Georgina Rossetti werd geboren in Londen op 5 december 1830. Zie ook alle tags voor Christina Rossetti op dit blog.

 

A Daughter Of Eve

A fool I was to sleep at noon,
And wake when night is chilly
Beneath the comfortless cold moon;
A fool to pluck my rose too soon,
A fool to snap my lily.

My garden-plot I have not kept;
Faded and all-forsaken,
I weep as I have never wept:
Oh it was summer when I slept,
It's winter now I waken.

Talk what you please of future spring
And sun-warm'd sweet to-morrow:
Stripp'd bare of hope and everything,
No more to laugh, no more to sing,
I sit alone with sorrow.

 

 

From Sunset To Star Rise

Go from me, summer friends, and tarry not:
I am no summer friend, but wintry cold,
A silly sheep benighted from the fold,
A sluggard with a thorn-choked garden plot.
Take counsel, sever from my lot your lot,
Dwell in your pleasant places, hoard your gold;
Lest you with me should shiver on the wold,
Athirst and hungering on a barren spot.
For I have hedged me with a thorny hedge,
I live alone, I look to die alone:
Yet sometimes, when a wind sighs through the sedge,
Ghosts of my buried years, and friends come back,
My heart goes sighing after swallows flown
On sometime summer's unreturning track.

 

1983776-3b045a09b6a5d128da9ff24ef74dabfd.jpg
Christina Rossetti (5 december 1830 - 27 december 1894)
Portret door John Brett, 1857

 

 

De Russische dichter Fjodor Tjoettsjev werd geboren op 5 december 1803 in Ovstug in het gouvernement Orjol. Zie ook alle tags voor Fjodor Tjoettsjev op dit blog.

 

Autumn Evening

The light of autumn evenings seems a screen,
Some mystery with tender glamor muffling. . . .
The trees in motley, cloaked in eerie sheen,
The scarlet leaves that languid airs are ruffling,
The still and misty azure, vaguely far,
Above the earth that waits her orphan sorrow,
And bitter winds in gusty vagrance are
Forerunners of a bleak, storm-driven morrow.
The woods are waning; withered is the sun;
Earth shows the smile of fading, meekly tender
As the high shyness of a suffering one,
In noble reticence of sad surrender.

 

 

Oh, thou, my wizard soul

Oh, thou, my wizard soul, oh, heart
That whelming agony immerses,
The threshold of two universes
In cleaving these, tears thee apart.

And so two alien worlds are thine:
Thy day of morbid passionate living,
Thy sleep, vague revelations giving
Of spirits secret and divine.

Then let the tortured bosom beat
With fatal passion and vagary;
The soul is fain, even as Mary,
To cling forever to Christ's feet.

 

Vertaald door Babette Deutsch en Avrahm Yarmolinsky

 

 1983776-7ae4dc14e77a268cbffcbed05e67b282.jpg
Fjodor Tjoettsjev (5 december 1803 – 27 juli 1873)
Portret door Stepan Aleksandrovsky, 1876

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en columnist Calvin (Bud) Marshall Trillin werd geboren op 5 december 1935 in Kansas City, Missouri. Zie ook alle tags voor Calvin Trillin op dit blog.

Uit: Quite Enough of Calvin Trillin

“There really was a collie named Chubby. I wouldn't claim that the secret about him qualifies as certifiably traumatic, but maybe it explains an otherwise mysterious loyalty I had as a boy to the collie stories of Albert Payson Terhune. We owned Chubby when I was two or three years old. He was sickly. One day Chubby disappeared. My parents told my sister, Sukey, and me that he had been given to some friends who lived on a farm, so that he could thrive in the healthy country air. Many years later-as I remember, I was home on vacation from college-Chubby's name came up while my parents and Sukey and I were having dinner. I asked why we'd never gone to visit him on the farm. Sukey looked at me as if I had suddenly announced that I was thinking about eating the mashed potatoes with my hands for a while, just for a change of pace.
"There wasn't any farm," she said. "That was just what they told us. Chubby had to be put to sleep."
"Put to sleep!" I said. "Chubby's gone?"
Somebody-my mother, I think-pointed out that Chubby would have been gone in any case, since collies didn't ordinarily live to the age of eighteen.
"Isn't it sort of late for me to be finding this out?" I said.
"It's not our fault if you're slow on the uptake," my father said.
I never found myself in a memoirist gathering that required me to tell the story of Chubby, but, as it happened, I did relate the story in a book.
A week or so later, I got a phone call from Sukey.
"The collie was not called Chubby," she said. "The collie was called George. You were called Chubby."

 

1983776-8fd93dfb49734b6d7695abd80fe5056d.jpg
Calvin Trillin (Kansas City, 5 december 1935)

 

 

De Russische dichter Afanasy Afanasievich Fet werd geboren op 5 december 1820 nabij Mzensk. Zie ook alle tags voor Afanasy Fet op dit blog,

 

I always s like the northern birches

I always s like the northern birches:
Their view, so downcast and grave,
The fever, which poor souls scorches,
Cools like the mute speech of a grave.

But yet, the willow, which branches,
With their long leaves, cast in a flood,
Is closer to a dream, that scourges,
And longer lives in our heart.

Deploring groves their own,
Their meadows – with bitter tears,
Tell birches to cold wind alone
Their common sufferings and fears.

Believing that the whole ground
Is motherland of sacred grieves,
The weeping willow all around
Inclines its branches with long leaves.


Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 1983776-e0f85819bf69208bedb47ce3254be9b7.jpg
Afanasy Fet (5 december 1820 – 3 december 1892)
Monument bij zijn voormalige huis, nu museum in Orjol

 

 

De Duitse schrijver Hans Hellmut Kirst werd geboren op 5 december 1914 te Osterode (voorm. Ost Preussen, nu Polen). Zie ook alle tags voor Hans Hellmut Kirst op dit blog.

Uit:08/15

„Jeden Samstagnachmittag beherrschte er die Kaserne. Hauptmann Derna, der Chef, anläßlich des Anschlusses von Österreich großmütig der großdeutschen Wehrmacht zur Verfügung gestellt, widmete sich seiner werdenden Familie; Leutnant Wedelmann, der Batterieoffizier, seiner jeweiligen Braut. Selbst »Knollengesicht« Luschke, Major und Abteilungskommandeur, pflegte das Wochenende zu heiligen. Der Spieß aber veranstaltete dann ungestört »Abschlußfeiern«, wobei er zäh und nicht ohne Erfolg bemüht war, der Batterie klarzumachen, »wer eigentlich Chef im Laden ist«. »Rührt euch!« rief der Hauptwachtmeister. Die Soldaten in den Drillichanzügen setzten automatisch den linken Fuß weg. Der Spieß lauerte kurz darauf, ob es einer wagen würde, zu sprechen, denn bei ihm war »Rührt euch« nicht gleichbedeutend mit Sprecherlaubnis, die er stets gesondert zu erteilen pflegte. Keiner sprach.
»Es darf gesprochen werden«, rief er gönnerhaft.
Die Soldaten zogen es vor, zu schweigen. Einige grinsten lautlos und ausgedehnt; einige sahen den Spieß dienstbereit an. Nur der Gefreite Asch, der mitten unter den Eingeteilten stand, schob den Gefreiten Wagner, Richard mit Vornamen, kräftig zur Seite und sagte: »Mach dich nicht so breit, du Armleuchter!« »Brüllen Sie hier nicht, Asch!« rief der Spieß sofort. »Wenn hier einer brüllt, bin ich das.« »Jawohl, Herr Hauptwachtmeister!« trompetete Asch zustimmend.
Hauptwachtmeister Schulz beschloß in einer Anwandlung von Großmut, sich nicht herausgefordert zu fühlen. Er rief die Funktionsunteroffiziere an seine Seite und übergab ihnen die Eingeteilten, die sofort eilig verschwanden, um auf Kammern und in Schuppen die Zeit totzuschlagen. Der Gefreite Asch bezog im Altmännertempo seinen Stammplatz auf der Bekleidungskammer, wo er gewöhnlich mit Wachtmeister Werktreu, dem zuständigen Funktionsunteroffizier, »Siebzehnundvier« zu spielen pflegte und sich dabei Mühe gab, nicht sonderlich zu gewinnen."

 

 1983776-0aaefc4a0e912024f5ea650569bfeb86.jpg
Hans Hellmut Kirst (5 december 1914 - 23 februari 1989)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e december ook mijn blog van 5 december 2011 deel 2 en ook mijn blog van 5 december 2010 en eveneens mijn blog van 5 december 2009.

Geschreven door Romenu om 12:12 Reageer op dit bericht

In memoriam Paul de Wispelaere

 

In Memoriam Paul de Wispelaere

De Belgische schrijver, criticus en letterkundige Paul de Wispelaere is het afgelopen weekend op 88-jarige leeftijd overleden. Paul de Wispelaere werd geboren in Assebroek op 4 juli 1928. Zie ook alle tags voor Paul de Wispelaere op dit blog.

Uit: Het Perzische tapijt (Over “Blues voor glazen blazers” Van Willy Roggeman)

“Het laatste hoofdstuk (de eindfase) staat weer in de eerste persoon: nu krijgen we het nieuwe ik, de andere pool overheen de malaise bereikt, die Peter schrijvende beheerst, doordat hij er aldus vorm en structuur aan geven kan. Dat dit laatste ik wezenlijk verschilt van het ‘ik’ en ‘hij’ uit de voorgaande fases, wordt ook nog aangeduid door Peters bedenking: ‘Willy Roggeman zal mij niet meer herkennen (...)’
In het openingstafereel slaagt Peter Witherspoon er niet in tijdens zijn jazzimprovisaties aan de blues behoorlijk vorm te geven, ze te doen stollen en glanzen: zij blijven brij, die niet boven de menselijke existentie uitstijgt. Dit alles zijn sleutelwoorden voor het werk van W. Roggeman. Overal staan de vormeloze massa van het bestaan en het artistiek gevormde fragment in scherpe antithese. Voor Peter betekent die ervaring duidelijk dat hij geen vaste greep heeft op zijn eigen realiteit. Vandaar het gevoel van machteloze ellende. Veel later, tegen het eind van het boek, bekent hij aan zichzelf: ‘Tijdens de concerten deze week ben ik geen ogenblik mijzelf geweest’. (Wij kunnen denken aan Benn: ‘Was nicht geformt ist, ist nicht da.’) Uiteindelijk wordt deze malaise overwonnen in de koele, glasheldere vreugde van de Knokke-brief: ‘Ik weet mij voltooid en nieuwgeboren onder de azuren helm van deze strenge december.’ Maar met deze schematische aanduiding zou ik allerminst willen beweren dat de roman, in de trant van een traditioneel psychologische curve, een begin en een einde zou hebben, netjes aan elkaar geketend door een weloverwogen reeks van gecommentarieerde schakels, sluitend als een bus, met de afschuwelijke pretentie van een definitieve oplossing van het geval of het probleem. Binnen zijn eigen structuur, d.w.z. van zijn eerste tot zijn laatste woord bestaande terwijl men het leest en het lezende herschept, bezit het boek een prachtige formele eenheid - hoe complex die gelukkig ook is - maar naar buiten toe, naar de wereld toe, naar de tijd toe, blijft het een open vraag. In de laatste zinnen wordt dit zelfs duidelijk gesuggereerd. Het vernieuwde inzicht in de creatieve macht duurt maar zolang als de fase van de scheppingsdaad zelf: ‘(...) een idee die wij leven, een dag, een uur, een ogenblik. Maar totaal dan.’

 

 1983698-8abad7d300104b2224c8a8c3cff66f48.jpg
Paul de Wispelaere (4 juli 1928 - 2 december 2016)

Geschreven door Romenu om 07:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten